Maar ik vertrouw op U. (39)

In mijn blogs schrijf ik regelmatig over non-duale visies in het algemeen in vergelijking met Een Cursus in Wonderen. Het kan lijken dat ik op zoek ben naar verschillen en probeer zoiets als de superioriteit van ECIW aan te tonen. Dat is echter niet mijn bedoeling. Zoals eerder gezegd spreekt de helderheid en directheid van non-dualiteit mij aan en ik zie de “aanpak” hiervan als waardevol. Die aanpak houdt in dat je leert dat er geen aanpak nodig of mogelijk is omdat je nog altijd het onveranderbare bewustzijn bent waarin alles verschijnt. In ECIW-termen: je bent het onveranderlijke Kind van de Vader.

Wat is wél probeer duidelijk te maken is dat ik minder gelukkige gevolgen zie van het gelijkstellen van ECIW aan de “algemeen seculiere non-duale”-visies. Hierboven schreef ik “aanpak” tussen aanhalingstekens, omdat de leraren uit de “pure” non-duale school terecht zullen stellen dat in werkelijkheid alles al volkomen oké is en dat juist het geloof in een aanpak de illusie in stand houdt dat er nog iets te bereiken zou zijn. Ze propageren de “directe weg”, het in één keer doorzien van de futiliteit om iets te proberen te bereiken. Illustratief voor deze weg is de “niet dit, niet dat” benadering; de weg van de ultieme ontkenning. Men ontkent alles wat riekt naar dualiteit.

Als je deze “aanpak” toepast op ECIW dan ondergraaf je in mijn beleving de weg van Jezus. Ik wil dit illustreren aan de hand van de werkboekles van vandaag (#321):

“Vader, mijn vrijheid is in U alleen.

Ik heb niet begrepen wat mij heeft vrijgemaakt, noch wat mijn vrijheid is, noch waar ik moest kijken om haar te vinden. Vader, ik heb vergeefs gezocht, tot ik hoorde dat Uw Stem mij de weg wees. Nu wil ik niet langer mijn eigen gids zijn. Want ik heb de weg die tot mijn vrijheid leidt noch gemaakt, noch begrepen. Maar ik vertrouw op U. U, die mij mijn vrijheid geschonken hebt als Uw heilige Zoon, zult voor mij niet verloren zijn. Uw Stem leidt me, en de weg tot U opent zich eindelijk en wordt duidelijk voor mij. Vader, mijn vrijheid is in U alleen. Vader, het is mijn wil dat ik terugkeer.

Vandaag antwoorden wij namens de wereld, die samen met ons zal worden bevrijd. Hoe blij zijn we onze vrijheid te vinden via de zekere weg die onze Vader heeft vastgelegd. En hoezeer is de verlossing van heel de wereld verzekerd, wanneer we leren dat onze vrijheid alleen gevonden kan worden in God.”

Kijk eens naar die sleutelzin: “Maar ik vertrouw op U”. Pure non-dualisten kunnen weinig met deze uitspraak en zullen stellen dat er geen externe entiteit bestaat waar wij ons vertrouwen op kunnen vestigen. Ze zullen dit afdoen als een conceptueel geloof dat ontkend dient te worden. De werkboekles stelt dat de wereld verlost zal worden en ook hier kan de pure non-dualist niets mee. Er hoeft immers helemaal niets verlost te worden en alles mag gewoon geaccepteerd worden omdat het gewoon is zoals het is.

Het is opletten geblazen nu. Want ten diepste stelt Jezus in de cursus dat de afscheiding inderdaad nooit heeft plaatsgevonden en dat we gewoon altijd veilig zijn gebleven in de armen van de Vader; Die heeft hiervoor ons vertrouwen helemaal niet nodig. Maar wat Jezus als master teacher ook weet is dat wij geneigd zijn om dergelijke uitspraken beschouwen vanuit ons geloof in de echtheid van ons kleine zelf waarvan we geloven dat het in afgescheidenheid leeft. Dit kleine zelf is, per definitie, ik-gericht en wil graag op eigen beentjes staan, autonoom zijn.

Het is daarom dol op ontkenning omdat bij deze aanpak het op eigen kracht denkt te kunnen vertrouwen. Als IK alles ontken wat riekt naar dualiteit dan kom IK er wel. Dus daar gaan we: IK hoef niemand te vergeven want er is niemand buiten MIJ, IK hoef niemand te helpen want in eenheid kan niets echt gebeuren, als IK alles ontken dan komt liefde vanzelf, Jezus en de Heilige Geest bestaan niet echt want alleen IK besta, et cetera.

In zo’n visie is simpelweg geen plek beschikbaar voor zo’n duaal begrip als “vertrouwen”. Maar Jezus gebruikt dit woord zo’n 300 keer in ECIW en hij stelt vertrouwen centraal in het Handboek voor leraren. Lees bijvoorbeeld:

“I. Vertrouwen
….

De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is. Het is deze kracht die alles geborgen houdt. Het is dankzij deze kracht dat de leraren van God een wereld zien die is vergeven.

Wanneer deze kracht eenmaal is ervaren, is het onmogelijk nog op je eigen onbeduidende vermogens te vertrouwen. Wie zou proberen met de nietige vleugels van een mus te vliegen wanneer hem de machtige kracht gegeven is van een adelaar? En wie zou zijn vertrouwen stellen in het schamele aanbod van het ego wanneer de gaven van God voor hem worden neergelegd? Wat is het dat hen ertoe aanzet de omslag te maken?”

Kun je zien hoe dat IK-je, dat kleine zelf, in deze tekst onmachtig wordt verklaard? De kracht die nodig is komt niet van het ego maar is de liefdeskracht die vanuit de Bron door ons heen mag stromen.

We foppen onszelf niet als we vertrouwen stellen op een liefdeskracht die ons overstijgt maar we bewijzen onszelf een enorme dienst. Ons dappere “niet dit, niet dat” -prevelementjes zijn als het gespartel van de vleugels van een musje. Door ons echter in vertrouwen te openen voor Zijn kracht, worden we gedragen op adelaarsvleugels.

Graag stel ik het nog wat anders. Het klinkt mogelijk abstract maar wellicht is het toch behulpzaam. Het inzicht dat alles in feite in eenheid met elkaar verbonden is, is niet onjuist maar verstandelijke ontkenning van alles, inclusief je eigen kleine zelf, is een moeizaam pad. Je in vertrouwen overgeven aan liefde en deze liefde door je heen laten stromen naar je naasten klinkt misschien duaal, maar als je het doet, ervaar je makkelijker de Heilige Relatie; het besef dat je als Kind van God innig verbonden bent ( “één bent”)  met Hem en met je naasten.

Eeuwig leven in Zijn armen! (38)

Wat jullie zeker met mij zullen delen is het besef “er te zijn”. Dit is het meest elementaire niveau van mens-zijn dat we kennen. Ik heb gemerkt dat minder mensen mijn verbazing, verwondering en dankbaarheid delen voor dit besef “er te zijn”. Juist omdat dit de basis is van alles wat we gaan beleven en bedenken, vinden we dit “gegeven” vanzelfsprekend. Als we er wel eens bij stilstaan dan zijn er twee invalshoeken. De eerste schetste ik al, die opperste verbazing van “er te zijn”. De tweede is erover na gaan denken of gaan geloven wat anderen ons hierover vertellen. De absolute eenheidstheorie die ik beschrijf in deze serie blogs is hier een voorbeeld van. Je kunt dan uitspraken horen en dingen gaan geloven waar we, als we eerlijk zijn, ons niets meer bij voor kunnen stellen. Lang verhaal kort: de filosofie van de absolute eenheid laat in feite geen ruimte voor individuatie en feitelijk daarmee ook niet voor schepping en voor ons als Kinderen (“Gedachten”) van de Vader. Dit narratief keert dus als een boomrang naar ons terug en we worden gedwongen te concluderen dat we eigenlijk niet bestaan. Als eenheid en individuatie elkaar uitsluiten dan is ons einddoel om op te lossen in de eenheid waaruit we menen te zijn voortgekomen. Denk aan het beeld van een druppel die oplost in de oceaan.

Ik ga er niet om strijden of deze eenheidsfilosofie waar is of niet want dan ga ik mee in de valkuil van overschatting van ons denkvermogen. Elke conclusie waar ik op uit zou komen behelst een vorm van geloof en laat ruimte voor twijfel en onzekerheid. Wie non-duale verhalen over zelfloosheid fijn vindt, gun ik alle ruimte. Zelf waardeer ik deze als opstapje naar het mysterie van schepping zoals uitgelegd door Jezus in ECIW, maar daar houdt mijn geloof in de predikers van de absolute eenheidstheorie op. Eerlijk gezegd vermoed ik dat bekende goeroes hun besef van geïndividueerd zijn niet echt helemaal verloren zijn en in feite spreken vanuit een besef van een geïndividueerd Zijn, met een hoofdletter Z. Daarin zijn ze dan in lijn met ECIW. Maar zodra ze dit gaan extrapoleren naar een vermeende mogelijkheid van complete Zelf-loosheid dan haak ik af en vertrouw ik op eigen besef “er te zijn”, als ultieme zekerheid

Ons Zijn, dat we ervaren vanuit ons hart, die verwondering over ons bestaan is echt. Als je vanuit je hart oplet dan kun je als het ware voelen dat jouw wezen niet anders kan zijn ontstaan dan uit liefde. Je weet diep van binnen dat het klopt, dat je niet afgescheiden bent van de Bron of van anderen, maar dat je toch een geïndividueerd Kind van God bent, gedragen door- en gekoesterd in Zijn (/Haar) armen. Vanuit deze “gevoels- of vertrouwens-“ zekerheid, valt alles wat je leest in ECIW op zijn plek. Je raakt onder de indruk van de precisie van Jezus’ woorden en je hebt helemaal geen behoefte meer aan ingewikkelde schema’s die jou moeten gaan uitleggen dat je eigenlijk niet bestaat en uiteindelijk zult verdwijnen.

Dat neemt niet weg dat ook mijn denken, vanzelfsprekend, tekortschiet waar het gaat over zoiets als “individuatie in tijdloosheid”, dus over schepping of over de Heilige Relatie. Maar wat ik wel geleerd heb is om mijn denken onder toezicht van mijn hart te plaatsen en niet andersom. Om liefde de basis te laten zijn van mijn omgang met ECIW en niet mijn verstand. Ik nodig je uit om nu eens de volgende inleiding op de komende werkboeklessen te lezen. Zie je de volkomen ondubbelzinnigheid van Jezus’ woorden; de directheid en schoonheid ervan? Mooi hé?

11. Wat is de schepping?

De schepping is de som van al Gods Gedachten <Simon: waaronder wij dus!>, oneindig in getal en overal totaal zonder beperkingen. Alleen liefde schept, en alleen als zichzelf. Er is geen tijd geweest waarin al wat zij geschapen heeft er niet was. Noch zal er een tijd zijn waarin wat zij ook schiep enig verlies lijdt. Voor eeuwig en altijd zijn Gods Gedachten precies zoals ze waren en zoals ze zijn, onveranderd door de tijd heen en nadat de tijd voorbij is.

Aan Gods Gedachten is alle macht gegeven die hun eigen Schepper heeft. Want Hij wil aan liefde toevoegen door haar uit te breiden. Zo heeft Zijn Zoon deel aan de schepping en moet hij daarom delen in de macht om te scheppen. Wat God gewild heeft dat voor eeuwig Eén is zal nog Eén zijn wanneer de tijd is gedaan; en het zal door de loop der tijden niet worden veranderd, en blijven zoals het was voor de gedachte aan tijd begon.

De schepping is het tegendeel van alle illusies, want de schepping is de waarheid. De schepping is de heilige Zoon van God, want in de schepping is Zijn Wil in ieder aspect compleet, ervoor zorgend dat elk deel het geheel bevat. Haar eenheid is voor eeuwig als onschendbaar gewaarborgd, blijft eeuwig in Zijn heilige Wil bewaard, buiten elke mogelijkheid tot schade, scheiding, onvolmaaktheid, en buiten enige smet op haar zondeloosheid.

Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent. Laat het onze functie zijn alleen deze herinnering terug te doen keren, alleen Gods Wil op aarde te laten geschieden, alleen onze innerlijke gezondheid weer terug te vinden en slechts te zijn zoals God ons geschapen heeft.

Onze Vader roept ons. We horen Zijn Stem en we vergeven de schepping in de Naam van haar Schepper, de Heiligheid zelf, wiens Heiligheid gedeeld wordt door Zijn eigen schepping, wiens Heiligheid nog altijd deel is van ons.

Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld (37)

Ik las vanmorgen in de krant dat Trump zijn regeringsteam aan het samenstellen is. Ik houd mijn hart vast. Wat kunnen we verwachten van een club mensen die bulken van het geld, die vreemdelingen haten, `America first` schreeuwen en `fight, fight, fight`? De beelden die ik ’s avond op het journaal zie maken me ook niet vrolijker. Wat bezielt mensen om te denken dat het opblazen of met kogels doorzeven van lichamen van je medemensen ook maar iets kan opleveren? We houden wereldleiders verantwoordelijk maar we worden uitgenodigd de waanzin dichter bij huis te zoeken; in onze mind, individueel en collectief, als Zoon van God en als Zoonschap. Als we de krant lezen of de tv aanzetten dan zien we in de spiegel onze eigen waanzin.

Door de hedendaagse communicatiemiddelen is onze wereld letterlijk een dorp geworden en krijgen we alle ellende keurig voorgeschoteld. Als we niet oppassen dan zwemmen we een fuik in van zwartgalligheid. We zijn gefixeerd geraakt op het negatieve en we moeten bewust uitzoomen en om ons heen kijken om weer oog te krijgen voor het positieve. Dat valt niet mee, ik geef het toe. Maar het is mogelijk en zelfs onze heilige, helende, taak.

De wereld is niet alleen een dorp geworden in technische zin, in de zin van sociale media en internet. De wereld als zodanig is veel meer één met ons dan we gewoonlijk beseffen. Het is onze collectieve droom waarin we onze eigen intentie leren kennen, weerspiegeld zien. Communicatie tussen “minds” is veel reëler dan we ons kunnen voorstellen. Een Cursus in Wonderen (ECIW) is hierover al in werkboekles #18 en #19 glashelder: “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn zien, respectievelijk, van mijn gedachten”. In les 19 stelt Jezus: “Denken en de resultaten daarvan zijn in feite gelijktijdig, want oorzaak en gevolg zijn nooit gescheiden”. En iets verder: “We beklemtonen vandaag opnieuw het feit dat denkgeesten verbonden zijn.”

Dus laten we niet neerslachtig worden als het lijkt alsof we het maar te doen hebben met wat anderen projecteren in het veld van de mind. Het lijkt alsof angstgedachten en aanvalsgedachten echte gevolgen kunnen hebben  en alsof deze gedachten groot, krachtig en machtig zijn. Dat zijn ze niet. Ze hebben geen kracht want ze zijn niet verbonden met de Bron die Liefde heet. Wij kunnen er zondermeer voor kiezen om onze denkgeesten af te stemmen op werkelijke Macht en zodoende de wereld, de reflectie van de mind, te transformeren. Het lijkt alsof de duisternis de overhand krijgt maar dit is schijn. Het zijn de barensweeën van de Nieuwe Wereld. In les 19# zegt Jezus: “..je zult uiteindelijk begrijpen dat dit wel waar moet zijn, wil verlossing überhaupt mogelijk zijn. En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God”.  Sta hier eens bij stil. Besef in wiens heilige dienst wij mogen dienen en put hier kracht en vertrouwen uit.

Vandaag, 300 werkboeklessen verder, klinkt hetzelfde geluid als Jezus in werkboekles 319 ons enorm bemoedigt met de volgende woorden:

Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld.

Hier is een gedachte waaruit alle arrogantie weggenomen is en waarin alleen de waarheid overblijft. Want arrogantie is in strijd met de waarheid. Maar wanneer er geen arrogantie is, zal de waarheid onmiddellijk komen om de ruimte in te nemen die het ego door leugens onbezet liet. Alleen het ego kan beperkt zijn en daarom moet het doelen zoeken die begrensd en beperkend zijn. Het ego denkt dat wat de één wint, de totaliteit moet verliezen. En toch is het de Wil van God dat ik leer dat wat de één wint aan allen wordt gegeven.

Vader, Uw Wil is totaal. En het doel dat daaruit voortvloeit deelt die totaliteit. Welk ander doel dan de verlossing van de wereld kon U mij hebben gegeven? En wat anders kon de Wil zijn die mijn Zelf met U deelt?

En ik kan niet wachten tot morgen en sluit af met Les 320. Wow!

Mijn Vader verleent mij alle macht.

De Zoon van God is onbeperkt. Er zijn geen beperkingen aan zijn kracht, zijn vrede, zijn vreugde, of aan welke eigenschap ook die zijn Vader hem bij zijn schepping schonk. Wat hij samen met zijn Schepper en Verlosser wil, moet geschieden. Zijn heilige wil kan nooit verloochend worden, omdat zijn Vader Zijn Licht laat stralen over zijn denkgeest, waarvoor Hij alle macht en liefde op aarde als in de Hemel legt. Ik ben degene aan wie dit alles is gegeven. Ik ben degene in wie de kracht van mijn Vaders Wil verblijft.

Uw Wil vermag alles in mij, en breidt zich vervolgens via mij tot heel de wereld uit. Uw Wil kent geen beperking. En aldus is alle macht gegeven aan Uw Zoon.

Over Helen en andere scribenten en mediums. (36)

Helen Schucman, de scribent van Een Cursus in Wonderen (ECIW), was niet altijd even blij met haar rol als scribent van de cursus. Ze schaamde zich voor het boek richting haar vakgenoten, andere psychotherapeuten. Ze ontweek in gesprekken ook dat ze de woorden van Jezus had ontvangen. Ze vroeg aan hem waarom hij nu juist haar had gekozen om zijn woorden op papier te zetten. “Omdat je bereid bent het te doen”, was ongeveer de strekking van zijn antwoord. Ze gebruikte steno om de stroom aan inzichten op papier te zetten. Ze kon als er iets tussendoor kwam gewoon stoppen en daarna moeiteloos de draad weer oppakken. In haar biografie kun je lezen dat ze soms worstelde met Jezus en dat haar houding over zijn boodschap ambivalent was. Ze schijnt zelfs te hebben gezegd dat ze het boek soms vervloekte. Soms grijpen critici dit aan om “te bewijzen” dat dit boek uit de koker van een kwade macht komt, misschien wel de duivel zelf. Maar Helen werd tijdens het schrijven niet “overgenomen” door een andere entiteit maar ze schreef vrijwillig Jezus’ woorden op. Als ze een tijdje geen zin had dan stopte ze, maar dat voelde dan toch niet lang goed en daarna ging ze weer verder.

Als we dit zo horen dan vragen we ons af hoe dit nu mogelijk is. Helen zou toch de gelukkigste vrouw van de wereld moeten zijn met zo’n direct lijntje met Jezus? We vinden haar bevoorrecht en zouden graag zelf zo’n relatie met hem hebben. Hoe kan dit toch dat haar biografie in het Nederlands de titel draagt: “Een leven geen geluk”? Dat lijkt ons geen reclame voor de zaak!

Dat mensen worstelen met de boodschap vanuit het Christusbewustzijn, van God zo je wilt, is voor Christenen niets nieuws. Mozes werd gevraagd spreekbuis te zijn van God maar had daar helemaal geen zin in. Jona voelde er ook heel weinig voor en hetzelfde gold voor Jeremia. Toch werden ze geroepen om zich als “kanalen” beschikbaar te stellen voor God. Wij gebruiken nu het toepasselijke woord: channeling.

Bij dat channelen zie je een soortsamenwerking tussen God en mens. Er is een Goddelijk plan, een wijsheid vanuit liefde en eenheid, die kenbaar gemaakt moet worden aan de mensen. Vanuit ons duale denken gaan wij ervan uit dat, in het geval Jezus de bron is, hij als het ware een monoloog houdt die het medium dan even mag noteren of uitspreken. We kunnen er ons dan over verbazen dat de stijl van gechannelde boeken kan verschillen: Een Cursus in Wonderen komt anders over dan Een Cursus van Liefde of The Way of Mastery, om maar eens wat meesterwerken te noemen. Als rationele lezers stellen we dan dat sommige boeken niet van Jezus kunnen komen omdat ze niet zo erudiet overkomen als ECIW.

Wie met zijn hart kan luisteren merkt de continuïteit op tussen het Nieuwe Testament en genoemde boeken. Jezus zou in de Bijbel zeggen: “de schapen herkennen de stem van de herder en volgen hem”. Het mediumschap van de scribenten past helemaal binnen de visie van ECIW die stelt dat we wonderwerkers mogen zijn door bereid te zijn liefde te manifesteren richting onze naasten, bijvoorbeeld door een mooi boek op papier te stellen. We zijn hier om waarlijk behulpzaam te zijn en mogen elke dag aan Jezus vragen waar we de liefde door ons heen mogen laten stromen naar onze naasten. Gebruikt Jezus ons dan? Is dit een soort bezetenheid? Nee, maar je ziet wel dat het niet alleen om “mijn” geluk draait. Uit de biografie van Helen blijkt hoe Jezus door haar heen ook anderen helpt, zelfs zonder dat Helen dit nu echt bewust doorheeft. Dit doet me denken aan de eerste zin in het Tekstboek van de complete editie: “Je zult wonderen zien via jouw handen door mij”.

Bij genoemde boeken proef je als het ware ook iets van het wezen van de scribent. Het zal niet toevallig zijn dat ECIW door een psychotherapeute is opgeschreven en wat wetenschappelijk en rationeel overkomt. Dat Een Cursus van Liefde de warmte voelbaar maakt van Mari Perron. Zij is een bijzonder zachtaardig mens en het is wonderlijk dat ze in gesprekken helemaal niet welbespraakt overkomt, wat warrig zelfs en onzeker. Maar Een Cursus van Liefde straalt een wijsheid en liefde uit die resoneert in ons hart. In The Way of Mastery proef je de luchtige joligheid van Jayem maar tevens hoor je dezelfde wijsheid als in ECIW.

Scibenten en mediums vormen geen eenheidsworst en kleuren de boodschap die ze samen met Jezus beschikbaar maken voor ons. In de mate waarin ze de doorgegeven woorden en boodschappen als het ware omarmen en “incorporeren” , de verzoening aanvaarden voor zichzelf, ervaren ze vrede en geluk, maar velen hebben hun worstelingen, net als jij en ik.

Les 318

In mij zijn middel en doel van de verlossing één.

In mij, Gods heilige Zoon, zijn alle onderdelen van het hemelse plan om de wereld te verlossen in harmonie gebracht. Wat zou er in conflict kunnen zijn, wanneer alle onderdelen slechts één bedoeling hebben en één doel? Hoe zou er één enkel onderdeel kunnen zijn dat op zichzelf staat, of één dat van meer of van minder belang is dan de rest? Ik ben het middel waardoor Gods Zoon wordt verlost, want het doel van de verlossing is de zondeloosheid te vinden die God in mij heeft geplaatst. Ik werd geschapen als hetgeen ik zoek. Ik ben het doel waarnaar de wereld streeft. Ik ben Gods Zoon, Zijn ene, eeuwige Liefde. Ik ben zowel middel als doel van de verlossing.

Mijn Vader, laat mij vandaag de rol op me nemen die U mij aanbiedt door Uw verzoek dat ik de Verzoening voor mijzelf aanvaard. Want zo wordt datgene wat daardoor in mij in harmonie wordt gebracht, even zeker met U in harmonie gebracht.

Mijn Vaders plan (35)

We willen graag weten wat we moeten doen om gelukkig te worden. Als iemand dan komt met zo’n algemeen antwoord als “liefde laten stromen”, dan kunnen we daar niet zo veel mee. Het klinkt mooi maar het is te vaag, te zweverig en te algemeen. Althans, dat denken we al snel. Het antwoord lijkt ook in contrast te staan met het begin van de werkboekles van vandaag (#317) waarin we de volgende zin lezen: “Ik heb een speciale plaats in te nemen, een rol voor mij alleen.” Iets verder lezen we dat onze Vader “een plan heeft aangewezen” voor mij. Nu is de verwarring compleet, zeker bij ECIW-studenten die jarenlang ondergedompeld zijn geweest in de uitleg van cursusleraren die hamerden op absolute eenheid. Want wat zeiden deze?

“God weet niets van deze wereld”, “Het ego wil een speciaal plan want het wil zich speciaal voelen” of “Als er een speciaal plan zou zijn dan zou de illusie echt gemaakt worden”, en meer van dergelijke uitspraken. Jezus trekt zich in ECIW niets aan van de rigiditeit van ons denken en gebruikt antropomorfe (=menselijke) beelden van een Vader met plannen voor elk van ons. Kennelijk ziet hij dit toch als de beste onderwijsmethode voor ons.

Dat neemt niet weg dat ik de intentie van deze leraren onderken en waardeer: ze willen ons behoeden voor een klassiek en duaal Godsbeeld. Want ze hebben gelijk als ze ons waarschuwen om God niet te willen gaan zien als entiteit los van ons die ons wel eens zal vertellen wat we wel en wat we niet hebben te doen. En ze zien ook heel scherp dat wij de neiging hebben om ons speciaal te voelen en beter dan andere broeders of zusters. In het Nieuwe Testament streden de discipelen om de gunst van Jezus en wilden ze een ereplaats in de hemel bemachtigen.

Hopelijk begin je ondertussen gevoel te krijgen welke kant ik opga met deze blog. Want ook nu lopen we aan tegen de grenzen van ons of-of denken waarbij ons verstand meent te moeten kiezen. Of God weet niets van deze wereld en kan dus ook geen plan hebben voor ons of hij staat los van ons en dat maakt van Hem een vreemde schaakspeler en van ons onbeduidende pionnen. Pionnen die liever een speciaal schaakstuk willen zijn.

Maar als Kinderen van God die menen te zijn afgedwaald van de Vader, zijn we vergeten dat we niet losstaan van de Vader en van elkaar maar dat we onderdeel zijn van een geheel, dat we samen het lichaam van Christus vormen. We menen dat we zijn afgedwaald van dit ene lichaam en dat we op onszelf staan. Maar diep van binnen ontstond gelijk met ons besluit om zelfstandig op avontuur te gaan het besef van de terugweg. Ik denk wel eens aan een elastiek: als je het uittrekt dan ontstaat automatisch en onmiddellijk de neiging terug te keren naar de oorspronkelijke vorm. Maar zelfs metaforen schieten hier tekort. Je kunt denken aan puzzelstukjes. Bevat elk stukje een uniek deel van het totaalplaatje? Ja! Maakt dit unieke deel van het totaalplaatje dit stukje beter of slechter dan een ander puzzelstukje? Nee! Elk stukje is nodig om de puzzel compleet te maken, elk stukje heeft zijn eigen specifieke plekje in het geheel. Of denk aan de metafoor van het lichaam van Christus. Elke cel in dit lichaam heeft zijn eigen plaats en functie om het lichaam als geheel compleet en gezond te houden.

Wij hebben onszelf los-gefantaseerd van de liefde van God en zijn het overzicht compleet kwijt omdat we niet meer afgestemd zijn op de kern van ons wezen; de liefde die alles verbindt in harmonie. We zijn als op hol geslagen kankercellen die willen groeien ten koste van elkaar en van de wereld. Er is één grote troost: dit kan niet echt gebeuren maar alleen in onze fantasie. We kunnen onze hang naar afscheiding slechts botvieren in onze mind, in een angstdroom, in een projectie die we waarnemen als een wereld gevuld met lichamen.

De terugweg bestaat niet uit het in ene ontkennen van ons vermogen om de droom van afscheiding te dromen. Nee, de terugweg bestaat in onze afstemming op de Wil van de Vader, die Liefde is, en te zien hoe onze droom hierdoor verandert in een droom van harmonie, onderlinge afstemming en vrede waarin ieder van ons een liefdevolle rol vervuld die ten goede komt aan allen en aan de wereld. Onze droom biedt ons een unieke gelegenheid om te zien waarop we zijn afgestemd. De “opdracht” van de Vader is 100% generiek: “laat mijn liefde stromen” maar wij percipiëren deze in onze droom als uiterst persoonlijk en specifiek: “ik mag mij, op voor mij 100% unieke wijze, voegen in de gelukkige droom en daarmee een nieuwe wereld zien verschijnen”. Dit is de “echte” wereld in de zin dat ze doorstraald zal zijn van het hemelse liefdeslicht.

Ik merk dat ik veel woorden nodig heb, maar ik hoop dat je het een beetje aanvoelt. Maakt God onze droom echt? Nee. Hebben we een specifieke “liefdesrol” in te nemen in de droom? Ja. Kunnen we niet beter die hele droom in één keer ontkennen? Nee, want dat doen we als regel vanuit angst. We mogen onze scheppende kracht, de scheppende kracht van liefde, leren kennen door ons met elkaar en de Vader te verbinden in eenheid en zo de Nieuwe Wereld te scheppen. Pas dan zullen we ontdekken: we zijn de liefdeskinderen van de Vader die ten onrechte droomden te zijn verdwaald.

Les 317

Ik volg de mij aangewezen weg.

Ik heb een speciale plaats in te nemen, een rol voor mij alleen. De verlossing wacht tot ik deze rol aanneem als wat ik verkies te doen. Totdat ik deze keuze maak, ben ik de slaaf van tijd en menselijk lot. Maar wanneer ik bereidwillig en graag de weg ga die mijn Vaders plan voor mij heeft aangewezen, dan zal ik inzien dat de verlossing hier reeds is, reeds al mijn broeders is gegeven en ook mij reeds toebehoort.

Vader, Uw weg kies ik vandaag. Waar die me heenleidt, verkies ik te gaan; wat die me wil laten doen, verkies ik te doen. Uw weg is zeker en het eind staat vast. De herinnering van U wacht mij daar op. En al mijn verdriet eindigt in Uw omarming, die U beloofd hebt aan Uw Zoon, die ten onrechte dacht dat hij van de veilige bescherming van Uw liefdevolle Armen was afgedwaald.

Geschenken van liefde (34)

Ik vind het behulpzaam om bij het lezen van de Cursus steeds die simpele sleutel in gedachten te houden: “liefde is zowel middel als doel”. Dat wil zeggen dat we door liefde te delen kunnen ontdekken dat we zelf liefde zijn. Dit is geen nieuwe geloofsstelling maar een feit dat zo overduidelijk is als je enigszins uitzoomt en contact maakt met je gevoel. Want wat is de kern van ons schijnbare probleem hier op aarde? Ons geloof dat we afgescheiden, kwetsbare en sterfelijke wezens zijn. Eerst moeten we dit eerlijk in onszelf onder ogen durven te komen. Dan zullen we moeten toegeven dat het ons vooral gaat om eigen geluk en dat we het liefst op eigen benen willen staan; los en onafhankelijk van wie dan ook.

Nu is een tweede sleutel handig om te gebruiken. Deze sleutel zit verstopt in het begrip Heilige Relatie maar je kunt deze als tool inzetten door je telkens te herinneren dat je geen op jezelf staand wezen bent maar (heilige) relatie. Wij danken ons hele bestaan aan het feit dat wij een aspect zijn van de Vader, van zijn uitbreiding. Wij staan niet op onszelf, we zijn niet gelijk aan God maar we zijn (heilige) relatie. Dankzij de inherent liefde gevende kwaliteit van de Vader, Die Liefde is, bestaan wij in- en als Zijn omarming in alle eeuwigheid. Amen.

En onze Vader Wil dat wij gelukkig zijn en wij mogen deze Wil met hem delen. Er is dus niets mis met onze wens om gelukkig te willen zijn maar doordat wij onze ware aard vergeten zijn (we zijn relatie) beseffen we niet meer dat het onmogelijk is om dit geluk alleen voor onszelf te wensen. Herinner je het begin van het Handboek voor leraren: “Zijn geschiktheid (om Gods leraar te zijn) bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders.”

Alle manieren om met de cursus om te gaan die vooral eenzijdig, ik-gericht zijn, zijn minder behulpzaam, inclusief de zienswijze: “eerst mijn geluk en daarna jouw geluk”. Het hele fenomeen “tijd” en het hele onderscheid “ik hier en jij daar” hebben wij als kinderen van God juist bedacht om op eigen benen te staan en in ons eentje aan de slag te gaan. Dus het introduceren van de “eerst ik, dan jij “-gedachte is een illustratie van onze dwaling en geen deel van de verzoening. De op zich gezonde neiging om gelukkig te willen zijn wordt niet vervuld in een leven gericht op het verzamelen van giften voor jezelf. Het is typisch denken vanuit geloof in afscheiding: “ik moet eerst hebben om te kunnen geven”. Een veel gezondere formulering zou zijn: “ik moet me inderdaad eerst openstellen voor de liefde van de Vader, maar toch vooral vanuit de bereidheid  deze door te geven opdat ik een kanaal van Zijn Liefde kan worden”.

Bij levensovertuigingen die uitgaan van werken aan jezelf, op welke (non-duale) manier dan ook, zie je dat woorden als “liefde” en “geven” onderbelicht raken. Zojuist doorzocht ik de complete Engelse editie van ECIW om te zien hoe vaak het woord gift(s) hierin voorkomt: bijna 400 keer! Een “gift” is een stroming, een stroming van liefde van de Vader naar mij en omgekeerd en van mij naar jou en omgekeerd. Wij willen graag liefde ontvangen, “wonderontvangers” zijn, maar we worden gevraagd wonderwerkers te zijn en om het wonder, een uiting van liefde, aan te bieden aan onze broeders en zusters.

Kijk eens naar de volgende sleuteltekst (Txt 2:V):

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik me door Hem laat leren hoe ik anderen genees.

Lees deze tekst en de werkboekles (#316) van vandaag eens met de hoofdboodschap van Jezus in gedachten: Liefde is middel en doel, liefde moet stromen.

“Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne.

Zoals elk geschenk dat mijn broeders geven van mij is, zo behoort ieder geschenk dat ik geef mij toe. Elk laat een vroegere vergissing verdwijnen, zonder een schaduw achter te laten op de heilige denkgeest die mijn Vader liefheeft. Zijn genade wordt me geschonken in elk geschenk dat een broeder door alle tijden heen en ook voorbij alle tijden ontvangen heeft. Mijn schatkamer is vol, en engelen bewaken haar open deuren, opdat geen enkel geschenk verloren gaat en er alleen meer worden bijgevoegd. Laat me komen naar waar mijn schatten zijn, en daar binnengaan waar ik werkelijk thuis en welkom ben, te midden van de geschenken die God mij gegeven heeft.

Vader, ik wil Uw geschenken vandaag aannemen. Ik herken ze niet. Maar ik vertrouw erop dat U die ze gegeven hebt het middel zult verschaffen waardoor ik ze kan aanschouwen, hun waarde kan zien en alleen Uw geschenken kan koesteren als wat ik verlang.”

God is love concept text lying on the rustic wooden background.

Jezus’ snelweg naar Huis (33)

Wat maakt de weg van Jezus toch zo uniek? Het is in mijn beleving meer dan nuttig om je met deze vraag bezig te houden als je Een Cursus in Wonderen (ECIW) en / of Een Cursus van Liefde (ECvL) doet. Ik zoek die uniekheid niet om andere wegen af te wijzen maar om ons de volheid te gunnen van de wijsheid en liefde van de cursus. Want te veel zie ik dat men van de cursus een cursus non-dualiteit wil maken, uitgedrukt in Bijbelse termen. Men stelt dan dat Jezus ons in de cursus aanmoedigt om toch vooral in onszelf te keren, onze perceptie te corrigeren en ons te richten op het bereiken van onze eigen innerlijke vrede.

Laatst had ik een leuk gesprek met een broeder die stelde dat we eerst de verlossing voor onszelf moeten accepteren voordat we ons kunnen richten op de wereld of op onze naasten. En natuurlijk is het ook belangrijk om “ja” tegen liefde te zeggen en om bereidwillig te zijn. Maar hoeveel tijd wil je nemen om dit “ja” uit te spreken? Volgens mij hoef je hier geen jaren voor uit te trekken. Het is niet de bedoeling van Jezus dat we een bovenmatige gerichtheid op eigen geluk cultiveren. De kern van zijn boodschap is: “je bent niet in je eentje”, je bent niet afgescheiden van je Bron (de Vader) en van elkaar, je Broeders.

Direct springt ons verstand op, het protesteert en stelt dat Jezus juist niet wil dat we ons op de wereld richten, deze echt maken, of de nood van onze naasten serieus nemen, omdat we daarmee hun illusie van de echtheid van deze nood zouden bevestigen. Ons verstand wil helderheid en vraagt telkens: “hoe zit het nou, wat is er waar en wat is onwaar?”. Is het nu wel of niet eerst de verlossing voor mijzelf accepteren? Moet ik me nu wel of niet bezighouden met het corrigeren van mijn perceptie? Moet ik me nu wel of niet bezighouden met mijn medemensen?

In mijn serie blogs probeer ik middels uiteenzettingen over de schepping en over de heilige relatie, het resultaat van de schepping, onze verstandelijke of-of mentaliteit tot rust te brengen en ruimte te scheppen voor het mysterie, voor de wijsheid en liefde van ons hart. Steeds weer wijs ik op het middel dat Jezus ons aanreikt in de cursus en datje nauwelijks terug hoort binnen “seculiere non-duale visies”, het “middel” van de liefde. Ook hier dient onze blik verruimd te worden nadat we jarenlang gehoord hebben dat het wonder gelijkstaat aan de correctie van onze perceptie. Dat bleek bij een nadere beschouwing van de vijftig wonderprincipes inderdaad genoemd te worden maar de hoofdbetekenis van het wonder is “een uiting van liefde”. Het klopt, we mogen en moeten het wonder aanvaarden voor onszelf en dit zal onze perceptie corrigeren, maar dit mogen we niet los zien van onze missie om wonderwerkers te worden en het wonder, uitingen van liefde, aan te bieden aan onze naasten.

Het is telkens en-en, liefde ontvangen en liefde aanbieden, ik samen met jij, God samen met ons. De cursus zegt het steeds: geven en ontvangen zijn in waarheid één. Zo’n uitspraak wordt door ons ego in een handige heupzwaai genomen en kan tegen de strekking van deze blog worden gebruikt: “Door gewoon te focussen op je eigen perceptie werk je automatisch aan de verlossing van anderen, want door te ontvangen zul je automatisch geven!”. Klopt dit dan niet? Werkt dit dan niet? Jawel; maar het gaat traag, net zo traag als al die andere seculiere non-duale methoden.

Jezus biedt ons “de aanpak” van de relatie omdat dit de snelweg voor ons is. We zijn aan elkaar gegeven omdat ons bewustzijn van de liefde die we zijn veel sneller groeit in liefdevolle interactie met elkaar dan in moeizame solo-pogingen om eerst innerlijke vrede voor jezelf te bereiken. Het is een stukje heerlijke Goddelijke wijsheid: om onze zelfgerichtheid, dus ons geloof in ik hier en jij daar, te overstijgen kunnen we het best liefde laten stromen: van God / Heilige Geest / Jezus door ons heen naar onze broeders en zusters. Kortweg: stromende liefde werkt gewoonweg veel beter dan navelstaren. Jezus biedt ons in de cursus een snelweg!

Mijn uitnodiging is om eens met deze blik, met focus op het aspect van stromende liefde, de cursus te lezen. Probeer het eens en zie de directe, heldere eenvoud van Jezus’ boodschap in de volgende werkboekles (315)

“Alle geschenken die mijn broeders geven, horen mij toe.

Elke dag komen er met elk ogenblik dat verstrijkt duizend schatten tot mij. Ik word heel de dag gezegend met geschenken die in waarde alles wat ik me kan voorstellen verre overtreffen. Een broeder glimlacht naar een ander en mijn hart wordt verblijd. Iemand spreekt een woord van goedheid of dank en mijn denkgeest ontvangt dit geschenk en maakt het tot het zijne. En ieder die de weg naar God vindt, wordt mijn verlosser, die mij de weg wijst en zijn zekerheid geeft dat wat hij geleerd heeft beslist ook het mijne is.

Ik dank U, Vader, voor de vele geschenken die vandaag en iedere dag van elke Zoon van God tot me komen. Mijn broeders zijn grenzeloos in al hun geschenken aan mij. Nu kan ik hen mijn erkentelijkheid betuigen, opdat mijn dankbaarheid aan hen mij mag leiden tot mijn Schepper en de herinnering van Hem.”

Een nieuwe waarneming (32)

Het heerlijke van Een Cursus in Wonderen (ECIW) is dat hij ervaringsgericht is. De cursus probeert ons geen schriftgeleerdheid bij te brengen maar de levende ervaring van liefde te laten proeven. Dit is heel wat meer dan een goed begrip van wat Jezus ons vertelt. Het echt doen van de cursus komt neer op je openstellen voor een stroom van liefde, deze door je heen laten gaan en zo je ware identiteit te herkennen: je bent liefde. Deze herkenning is geen eigen verdienste en stemt tot dankbaarheid. Daarnaast biedt deze onderdompeling in de liefde je een zekerheid en helderheid die je eerst niet kende. Je wordt je hiervan soms bewust in gesprek met anderen die vooral nog vertrouwen op hun verstand om “eruit te komen”.

Soms zijn deze anderen heel “geleerd” en lijken ze ECIW heel goed te begrijpen. In gesprek met hen bekruipt me soms het gevoel van iemand die meent een bepaald land goed te kennen omdat hij een uitgebreide reisgids heeft bestudeerd. Hij weet van de geschiedenis van het land, van de topografie, de eetgewoonten en ga zo maar verder. Maar als deze buitenlander jou probeert uit te leggen hoe het is om Nederlander te zijn dan merk je vrij snel dat zijn kennis hol is, letterlijk niet doorleefd. Je kunt respect hebben voor zijn geleerdheid want sommige feitjes wist jij zelf nog niet, maar als hij echt wil weten hoe het is om, al is het maar voor een tijdje, in Nederland te wonen dan zal hij toch de stap moeten zetten om te verhuizen of tenminste een erg lange vakantie te boeken.

Zo kan iemand menen ECIW goed te begrijpen en je alles uitleggen over projectie, perceptie en over het onbetwistbare feit dat alleen eenheid echt kan bestaan. Of over het belang van alles wat in de wereld gebeurt rustig gade te slaan en vervolgens te ontkennen omdat hij onthouden heeft dat “niets werkelijks bedreigd kan worden en niets onwerkelijks bestaat”. Geen speld tussen te krijgen, zou je zeggen.

Het is ook niet fout, maar als je zelf ook maar enigszins begonnen bent om vanuit je bron, vanuit liefde, te leven dan weet je direct dat deze dierbare broeder uitgenodigd mag worden om een prachtig cadeau uit te pakken; het cadeau van liefde. Zolang onze schriftgeleerdheid niet gedragen wordt door liefde draagt hij geen vrucht. Jezus ageerde in het Nieuwe Testament fel tegen harteloze schriftgeleerdheid. Zijn boodschap in de Bijbel was niet: “denk toch goed na over eenheid!”. Nee, zijn grootste “gebod” was: “Heb lief”. Heb God, jezelf en je naaste lief. Jezus vraagt van ons een liefdevolle intentie, in de cursus aangeduid met het woord “bereidwilligheid”.

Toch gebruikt Jezus in de cursus onze rede om ons op het pad van liefde te krijgen. In de blog van gisteren memoreerde ik dat Jezus ons niet voor niets het Tekstboek heeft gegeven. Maar de basis van waaruit we lezen dient openheid en liefde te zijn. Dit kan mij, ons en de hele ECIW-gemeenschap helpen om een te verstandelijke koers te corrigeren.

In deze gemeenschap zijn veel broeders en zusters actief die geïnspireerd zijn door het non-duale gedachtengoed en we kunnen iets van hen leren: stil worden, aandachtig worden en onbevooroordeeld waarnemen. Maar laten we de visie van Jezus niet beperken tot `deze aanpak`. Om onze blik weer te verruimen en om de oorspronkelijke boodschap van Jezus weer in ere te herstellen worden we uitgenodigd om zijn woorden met een liefdevolle blik te lezen en te laten binnen komen. Laten we dit gewoon eens doen met de werkboekles van vandaag (#314)

“Ik zoek een toekomst die van het verleden verschilt.

Vanuit een nieuwe waarneming van de wereld komt een toekomst die erg van het verleden verschilt. De toekomst wordt nu begrepen als niets dan een uitbreiding van het heden. Vroegere vergissingen kunnen er geen schaduw meer op werpen, zodat angst haar idolen en beelden heeft verloren, en nu ze vormloos is, geen gevolgen heeft. De dood zal nu geen aanspraak op de toekomst maken, want nu is het leven haar doel en al de benodigde middelen worden met vreugde verschaft. Wie kan verdriet hebben of lijden wanneer het heden is bevrijd, en het zijn veiligheid en vrede uitbreidt in een rustige toekomst vervuld van vreugde?

Vader, we hebben ons in het verleden vergist en kiezen ervoor het heden te benutten om vrij te zijn. Nu leggen we de toekomst in Uw Handen, en laten onze vroegere vergissingen achter ons, in de zekerheid dat U Uw huidige beloften zult houden en de toekomst zult geleiden in hun heilige licht.

Lees deze werkboekles eens waarbij je je denken gebruikt om te zoeken naar aanwijzingen die gaan over het belang van het laten stromen van liefde; de kernboodschap van Jezus. Je ziet nu de vetgedrukte zin oplichten. Merk hoe deze woorden verder gaan dan proberen een onbewogen toeschouwer te zijn van wat zich in jouw bewustzijn voordoet. Jezus geeft ons een werkwijze gebaseerd op vertrouwen: “nu leggen we de toekomst in Uw Handen”. Hoor je dit advies terug bij “seculiere” leraren uit de non-duale school? En zie wat we mogen verwachten: “Hij zal de toekomst geleiden”, een vertrouwen in de kracht van liefde. En zie de belofte; we zijn op weg naar “het heilige Licht”, de herkenning van onze Bron. En als je uitzoomt dan zie je hoe deze liefde de basis zal vormen voor een nieuwe, liefdevolle “waarneming van de wereld en een toekomst die erg van het verleden verschilt”. Ik geniet en ben dankbaar voor de overvloed voor de weg en woorden van Jezus.

Let’s make Jesus’ words great again!”(31)

In Een Cursus van Liefde vertelt Jezus dat we tot nog toe vooral leerden middels contrasten; gezond-ziek, oorlog-vrede, man-vrouw, zwart-wit en ga zo maar door. Ik merk dat ik zelf ook dikwijls wat polariserend reageer als mijn gesprekspartner iets heel stellig beweert. Als iemand heel hard roept dat “A” de waarheid is, dan neig ik ernaar om ook maar eens “B” te roepen. Toen ik werkte aan de universiteit deden mijn collega’s neerbuigend over het dagblad De Telegraaf. Ik heb toen lange tijd beweerd dat ik deze krant erg plezierig vond, terwijl ik hem helemaal niet las. Of, actueler: als ik Trump hoor spreken heb ik direct oefeningen te doen en moet ik hulp vragen van Jezus om Trumps roep om hulp te herkennen. Maar het stimuleert me om ook eens gewoon te onderzoeken wat nu de standpunten zijn van de Republikeinen.

Maar goed; weg van dit beladen onderwerp en terug naar de cursus. Want hier heb ik dezelfde neiging als ik medestudenten een radicaal standpunt hoor verkondigen. Kort samengevat:

  • Als iemand zegt dat we ons helemaal moeten richten op het corrigeren van onze perceptie, dat dit het wonder is, en dat dan de rest automatisch wel volgt dan benadruk ik het belang van leven vanuit liefde, vanuit het hart.
  • Als daarentegen iemand zegt dat we dat dikke boek niet nodig hebben en “gewoon” telkens de Heilige Geest om raad en liefde moeten vragen, dan benadruk ik dat Jezus ons niet voor niets ook het Tekstboek heeft gegeven.

Toen ik stopte met kerkbezoek omdat de uiterst duale interpretatie van de boodschap van het Nieuwe Testament me niet beviel, schreef ik het boek “Een Christen op Satsang”, dat naadloos aansluit bij de visie van non-dualisten als Rupert Spira, Eckhart Tolle, Mooji etc. Dit maakt mijn relatie met Ken Wapnick ook zo ambivalent. Hij benadrukt vooral het non-duale aspect van ECIW om te voorkomen dat we terugvallen in klassiek, duaal Christelijk denken. En deze neiging herken ik dus.  Maar nu zie ik dat deze nadruk en deze stelligheid de Cursus geen recht doet en dat de boodschap van al die prachtige neo-advaita-leraren heel wijs zijn, maar dat de cursus rijker, completer, warmer, opener en liefdevoller is. Ik zie zalen vol mensen ademloos luisteren naar al deze wijsheid om toch vooral diezelfde serene rust te bereiken als de spreker en vergelijk het met de door liefde gedreven christenen die eten en hulp bieden in oorlogsgebieden. Daar zie ik stromende liefde, of die nu voorkomt uit een duale visie of niet, en ik gruw van oneliners als “doe niks in de wereld want daarmee maak je de illusie echt”.

Dat doorslaan naar één kant van het verhaal kan tijdelijk oké zijn maar uiteindelijk is het funest en maken we van de boodschap van Jezus een karikatuur. Ik heb dit heen en weer bewegen tussen uiterste standpunten en de neiging te willen kiezen ook in mijzelf gezien in een periode waarin ik heen en weer werd geslingerd tussen duaal Christelijk geloof en de non-duale advaita. Ik noemde dit “loopings”. Totdat ik zag dat het enige constante nu net die onzekerheid betrof, de spanning die optreedt zolang we blijven hangen in of-of denken of, anders gezegd, zolang ons verstand dat denkt in termen van waar en onwaar op de troon zit. Non-dualisten zouden zeggen: “je bent het bewustzijn waarin de twijfel verschijnt” en ik herken dit. Jezus zou zeggen: “stel nu je denken onder curatele van je hart”.

Hij verwoordt dit, als altijd, prachtig en poëtisch in zijn cursus. Kijk maar eens naar de werkboekles van vandaag (#313):

“Laat nu een nieuwe waarneming tot mij komen.

Vader, er is een visie die alle dingen als zondeloos beziet, zodat angst verdwenen is en waar die was, liefde wordt binnengenood. En liefde zal komen waar ze maar wordt gevraagd. Deze visie is Uw gave. De ogen van Christus bezien een vergeven wereld. In Zijn zicht zijn al haar zonden vergeven, want Hij ziet geen zonde in iets waar Hij naar kijkt. Laat nu Zijn ware waarneming tot mij komen, opdat ik uit mijn droom van zonde ontwaken mag en in mij mijn zondeloosheid zien, die U volkomen onbezoedeld bewaard hebt op het altaar voor Uw heilige Zoon, het Zelf waarmee ik me vereenzelvigen wil.

Laten we elkaar vandaag met de ogen van Christus bezien. Hoe prachtig zijn we! Hoe heilig en hoe liefdevol! Kom, broeder, verbind je vandaag met mij. We verlossen de wereld wanneer wij ons hebben verbonden. Want in onze visie wordt zij even heilig als het licht in ons”.

Zie, proef, hoe wijsheid en liefde, hoofd en hart hier in harmonie zijn met elkaar. Want het is een oproep om geen denkbeeldig onderscheid, zonde, te zien. “Zonde” is de cursus-term voor ons geloof in afscheiding en alle non-duale leraren wijzen erop dat in feite alles heilig, heel, is. Maar zie ook dat de werkboekles verder gaat dan “slechts” de correctie van onze perceptie. Hoor je genoemde leraren praten over het “uitnodigen van liefde”? En dat we mogen vragen om liefde? Hoor je hen praten over Jezus die ons uitnodigt om je met hem te verbinden en zodoende de wereld te verlossen?

Mijn hartenwens is dat wij als cursus-studenten ons steeds beter realiseren dat wat Jezus ons in Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde (en andere boeken) meer biedt dan klassiek Christelijk geloof maar ook meer dan een rationele non-duale visie. Nu niet boos worden en niet vergeten te lachen als ik het zo formuleer: “Let’s make Jesus’ words great again!”.

Spam !? (30)

De werkboekles van vandaag heeft als titel: “Ik zie alles zoals ik wil dat het is” (312). Hiermee belanden we bij een thema waarin ECIW zich onderscheidt van de meer algemene non-duale visies en dat voor veel ECIW-studenten een te hete aardappel blijkt te vormen. Want wat is grof gezegd de houding van de aanhangers van het non-duale gedachtengoed? Ze kijken naar de wereld, zien daar goed en kwaad en besluiten zich er niet langer mee te identificeren. Ze willen de altijd aanwezige toeschouwer zijn, de blauwe lucht, waarin de wereld en ervaringen van- en binnen het eigen lichaam verschijnen (voorbij drijvende wolken). Je hoort uitspraken als “je hebt nare gevoelens maar je bent deze niet, je kunt ze immers gadeslaan”. Of zoiets als “het oog kan zichzelf niet waarnemen”. Men probeert een houding van neutraliteit te cultiveren en de onbewogen waarnemer te zijn.

Ik denk dat deze insteek prima is om te leren niet compleet en onbewust mee te wervelen met elke sensatie en waarneming die zich aan je voortdoet. Als je bijvoorbeeld aan het malen bent in je hoofd is het goed om “mindful” dat stapje terug te doen en een stil punt te vinden in jezelf. In mijn beleving is mindfulness dan ook een zegen om iets van innerlijke rust te ervaren, een weldaad in deze hectische tijd.

Maar ECIW gaat verder dan dit en introduceert het begrip “projectie”, dat al bekend was in de psychologie. We zijn geneigd te geloven dat wat we zien ”gewoon gebeurt” en dat alles wat wij kunnen doen is ons hiertoe zo goed mogelijk verhouden, bijvoorbeeld door die rustige toeschouwer te zijn. Maar Jezus gaat verder en zegt dat wat wij zien precies is wat wij willen zien. Kijk maar naar het begin van de werkboekles van vandaag (312):

“Ik zie alles zoals ik wil dat het is.

Waarneming volgt op oordeel. Wanneer we geoordeeld hebben, zien we bijgevolg wat we willen zien. Want ons zicht kan alleen maar dienen om ons te bieden wat we hebben willen. Het is onmogelijk om niet op te merken wat we willen zien en te negeren waarnaar we verkozen te kijken.”

Ik moest hieraan denken toen een broeder die zich heeft geabonneerd op mijn website en elke dag een blog in zijn mailbox aantreft, mij licht vermanend toesprak en schreef dat hij dit haast als spam begon te ervaren. Ik wil het niet te veel invullen voor hem, want dan zie ik slechts mijn eigen oordeel, maar ik kreeg de indruk dat er een licht verwijt in doorklonk: kan het niet een beetje minder met al die berichten, er valt nauwelijks tegenop te lezen!

Het is een mooi voorbeeld. Allereerst moet een wijd verbreid misverstand genoemd worden. Veel ECIW-studenten slaan wat door en stellen dat alles wat we waarnemen onze persoonlijke projectie betreft. Daarmee zou genoemde broeder alles projecteren, dus de hele situatie van het blog-bombardement, en ik zou alles wat ik over deze broeder opmerkte projecteren. De echte fans van absolute eenheid stellen dat “ik de hele wereld projecteer”. Maar dat standpunt geldt mogelijk voor God Himself maar niet voor Zijn Kinderen. Het is net zoiets als met de Heilige Relatie; het is een beetje van mijzelf en een beetje van ons allemaal en de grens tussen mijzelf en ons allemaal is er eigenlijk niet. Huh? Ons denken draait nu vast maar misschien kun je iets van opluchting voelen en verwondering.

Want nee; ik als individu projecteer niet de hele wereld; dat is als het ware onze collectieve onderneming, onze gezamenlijke droom. Maar ik als individu ben wel geheel verantwoordelijk voor  hoe ik het zie en dit is de sleutel tot mijn verlossing. Uitbreiding van deze verlossing naar ons allemaal zal de collectieve droom doen veranderen in een gelukkige droom en in een vergeven, nieuwe, wereld.

Dus ja; genoemde broeder heeft te maken met een andere broeder die veel blogs schrijft, dat projecteert hij niet. Maar nee; ik ben niet de oorzaak van zijn (mogelijk) lichte wrevel. Ga maar na; een andere lezer kan glimlachen en besluiten de blogs in zijn of haar eigen tempo te lezen en, hopelijk, ervaren dat ze behulpzaam en niet storend zijn. En ja; ik heb te maken met een echte broeder, en geen projectie, die zich wat overweldigd voelt en ik mag dit zien als een roep om liefde. Van mij wordt geen ontkenning gevraagd van zijn geuite grief maar een liefdevolle respons. Deze respons betekent niet per se dat ik dan maar moet stoppen met schrijven en eerlijk gezegd kan ik dat ook niet. Maar ik zou kunnen overwegen om mijn schrijfsels eerst op te sparen en er elke week één te posten. Maar aangezien ik merk dat de Heilige Geest me nu elke dag inspiratie geeft om te schrijven rond de betreffende werkboekles van de dag, doe ik dat opsparen, in alle liefde en fijngevoeligheid voor mijn broeder, toch niet. Ik wil zijn Wil doen en sluit daarom af met de rest van de werkboekles:

“Hoe zeker moet daarom de werkelijke wereld het heilige zicht komen begroeten van eenieder die de doelstelling van de Heilige Geest tot zijn doel maakt bij het zien. En hij kan niet anders dan waarnemen wat Christus wil dat hij ziet, en de Liefde van Christus delen voor wat hij gadeslaat. Ik heb geen ander doel voor vandaag dan te kijken naar een bevrijde wereld, bevrijd van alle oordelen die ik heb geveld. Vader, dit is Uw Wil voor mij vandaag, en daarom is het vanzelfsprekend ook mijn doel.”