Was Jezus een superman die lachte om leed?

Binnen de gemeenschap van Een Cursus in Wonderen kiezen sommige studenten ervoor om de wereld en hun lijden snel af te doen als illusoir. Ze baseren zich op het idee dat Jezus als verlicht leraar wist dat de wereld een illusie is, en dat hij daarom geen pijn kon hebben gevoeld aan het kruis. In deze visie wordt Jezus verheven tot een soort supermens, een figuur die lachend naar zijn eigen kruisiging zou hebben gekeken, zoals in het oude docetisme wordt verkondigd. Maar door dit te geloven, ontkennen ze zowel Jezus’ menselijkheid als hun eigen ervaring van lijden. Dit standpunt creëert een afstandelijke, duale visie die haaks staat op de diepere lessen van de Cursus.

Het docetisme is een vroegchristelijke leer die beweert dat Jezus niet echt mens was en geen echt lijden ervoer. In plaats daarvan zou hij een schijnlichaam hebben gehad, dat hem geen pijn kon doen. Deze kijk ontneemt Jezus zijn menselijkheid en plaatst hem buiten onze ervaring van kwetsbaarheid. Ironisch genoeg doen sommige studenten van *Een Cursus in Wonderen* hetzelfde: ze beschouwen Jezus als een soort spirituele superheld die ver boven de pijn en het lijden van de wereld stond. Dit is niet alleen een misinterpretatie van zijn boodschap, maar ook van de kracht van de denkgeest die hij in de Cursus onderwijst.

In Een Cursus in Wonderen wordt duidelijk dat het lichaam en de wereld reflecties zijn van de denkgeest. Ze zijn niet “echt” in de zin dat ze de ultieme realiteit vertegenwoordigen, maar ze zijn ook geen irrelevante illusies die we simpelweg kunnen negeren. Het lichaam en de wereld zijn de projecties van onze innerlijke toestand, en daarmee hebben ze betekenis in de context van ons leerproces. Wanneer we proberen het lijden of het lichaam weg te lachen, ontkennen we in feite de kracht van onze eigen denkgeest en het belang van onze ervaring hier op aarde.

Jezus leert ons juist dat de denkgeest de bron is van zowel onze waarneming van de wereld als onze ervaring van pijn en lijden. Maar dit betekent niet dat we onze ervaringen moeten bagatelliseren of wegduwen. Integendeel, door te erkennen dat de wereld een reflectie is van onze denkgeest, krijgen we de kans om onze perceptie te veranderen. Dat is waar de echte kracht ligt: in het transformeren van onze gedachten en overtuigingen. Ontkennen we echter ons lijden of dat van anderen, dan ontkennen we ook de macht die we hebben om genezing te brengen.

De cruciale les van Een Cursus in Wonderen is dat Jezus ons niet uitnodigt om de wereld als illusie af te doen, maar om onze ervaring ervan te herzien. Het lichaam is niet het probleem, maar ons geloof in het lichaam als iets dat losstaat van de denkgeest is dat wel. Het is deze overtuiging die ons gevangen houdt in lijden. Door dit te herkennen, kunnen we ons losmaken van het idee dat de wereld een strijdtoneel is waar we moeten ontsnappen, en leren we juist dat de wereld een weerspiegeling is van de keuzes die we maken in onze denkgeest.

Het probleem van het docetische denken binnen spirituele gemeenschappen is dat het ons doet geloven dat we het lijden moeten negeren of wegwuiven. Dit creëert een dualiteit: de fysieke wereld versus de spirituele wereld. Maar *Een Cursus in Wonderen* leert ons dat er maar één werkelijkheid is, en dat die werkelijkheid de denkgeest is. Het lichaam en de wereld kunnen ons dienen om de kracht van onze denkgeest te begrijpen en te gebruiken om genezing te brengen, zowel aan onszelf als aan anderen.

Jezus als onze oudere broer toont ons dat lijden en kwetsbaarheid geen tekenen zijn van zwakte, maar van verbondenheid. Door ons lijden serieus te nemen, net zoals hij dat deed, erkennen we de kracht van onze denkgeest om de wereld te veranderen. Jezus’ kruisiging laat ons zien dat, hoewel het lichaam pijn kan ervaren, de geest vrij kan blijven. Hij gebruikte zijn ervaring om ons te tonen dat verlossing niet komt door het ontkennen van pijn, maar door het anders leren waarnemen ervan.

Kortom, door te accepteren dat de wereld en het lichaam niet de ultieme realiteit zijn, maar een middel om de denkgeest te leren kennen, kunnen we de dualiteit overstijgen. We hoeven ons lijden en dat van anderen niet te ontkennen, maar juist te omarmen als een kans voor genezing en groei. In plaats van weg te vluchten van de wereld, kunnen we onze denkgeest gebruiken om er met liefde en compassie naar te kijken – zoals Jezus dat deed. Dit is waar echte vergeving en bevrijding liggen: in het herkennen van onze kracht om te kiezen voor liefde, ongeacht wat we waarnemen in de wereld.

Wijsheid en Liefde in ECIW en ECvL,

In Een Cursus in Wonderen (ECIW)  onderwijst Jezus ons wijsheid: “Alles is één”. Hij ontmantelt de onheilige drie-eenheid die wij gemaakt hebben.

  1. Wij geloven in zonde, in afscheiding.
    Nee, zegt Jezus. Je bent één met God en één met elkaar.
  2. Wij geloven in schuld, aanval, verdediging en offeren.
    Nee zegt Jezus; in eenheid is niets gebeurd en kan niets gebeuren.
  3. Wij geloven in angst.
    Nee, zegt Jezus. Wat valt er te vrezen in eenheid?

Oordeel niet maar vergeef God en je Broeders voor wat zij nooit hebben gedaan.

Wij percipiëren een wereld van contrasten en Jezus nodigt ons uit om onze waarneming te laten corrigeren door de Heilige Geest. Zo wordt de denkbeeldige barrière tussen ons en liefde geslecht. Totdat we uiteindelijk voor de laatste keer oordelen en we in het heilige ogenblik de heilige relatie ervaren.

In Een Cursus van Liefde (ECvL)  nodigt Jezus ons uit om te gaan leven vanuit ons Zelf. Zoals Liefde zichzelf kent in haar uitbreiding zo mogen wij ons Zelf gaan ervaren door uitbreiding in vorm; in zijn, beweging en expressie. Ons denken denkt bij eenheid aan verdwijnen en aan zelfloosheid. Maar de liefde leeft, bruist en schept. Ons lichaam, ons zelf, onze persona kan ons Zelf representeren en zo waarlijk behulpzaam zijn in het scheppen van de nieuwe wereld. In Een Cursus van Liefde ontmoeten we Jezus daadwerkelijk als onze oudere, wijze en liefdevolle Broeder die met ons een heilige relatie aangaat opdat wij iets van dat mysterie mogen proeven dat we niet afgescheiden wezens zijn maar “relatie”.

Dag 38.13 Wie Ik Ben voor jou, en wie jij bent voor mij, is het enige dat telt. Onze relatie kan alleen zo zijn in vereniging en relatie met elkaar, omdat wij in vereniging en relatie met elkaar zijn. We zijn dus niet twee wezens die van elkaar gescheiden zijn en toch in relatie staan door vereniging. Wij zijn elkaars eigen zijn. We zijn één en we zijn velen. We zijn gelijk en we zijn verschillend. In ‘eigen’-dom worden wij vervuld door elkaars eigen wezen. We zijn elkaars eigen.

Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde vormen in mijn beleving een eenheid; hoofd en hart verbonden in heelheid-van-hart. De twee boeken lijken elkaar te bevruchten. Door te lezen in de ene dringt de andere dieper tot je door en vice versa.

Studenten van Een Cursus in Wonderen lijken soms in hun enthousiasme wat door te slaan en onder het vaandel van absolute eenheid de wereld van vorm, differentiatie, individuatie en de nieuwe, echte wereld uit het oog te verliezen. Maar Een Cursus in Wonderen stelt dat we ons lichaam ook als instrument voor de Heilige Geest mogen aanbieden.

En lees nu toch eens de pure poëzie van Een Cursus in Wonderen Txt 20:IV:

6. Het plan is niet van jou, en je hoeft je evenmin om iets anders te bekommeren dan om het deel dat jou te leren werd gegeven. Want Hij die de rest kent, zal er zonder jouw hulp voor zorgdragen. Maar denk nu niet dat Hij jouw deel niet nodig heeft om Hem met de rest te helpen. Want in jouw deel ligt het geheel besloten, en zonder dat is geen enkel deel compleet, noch is het geheel compleet zonder jouw deel. De ark van vrede wordt twee aan twee betreden, en het begin van een andere wereld vergezelt hen. Elke heilige relatie moet hier binnengaan, om haar speciale functie in het plan van de Heilige Geest te leren, nu ze Zijn doel deelt. En wanneer is beantwoord aan dat doel, verschijnt er een nieuwe wereld waarin de zonde niet door kan dringen, en waar de Zoon van God kan binnengaan zonder angst, en waar hij een tijdje rust, om de gevangenschap te vergeten en zich de vrijheid te herinneren.

En dit zegt Jezus dan in Een Cursus van Liefde (Dialoog Onthuld):

O.31 Zo werkt dialoog. Het is de beweging en expressie van zijn. Het is om bewogen en geraakt te worden, om je hart toe te staan te voelen, zich te openen, het uit te schreeuwen, te zingen. Het is om geïnspireerd te worden en je eigen wijsheid en ideeën vrij te laten stromen, ze een stem te geven en ze te delen. Het is om te luisteren als een wijd bekken, ontvangend wat door anderen wordt uitgegoten, zonder oordeel. Het is om de actuele energie van de ander te ontvangen, de verbinding te voelen, het uitgieten in één vijver toe te laten, en toe te laten dat het water je in richtingen beweegt die je niet had voorzien.

We mogen het leven vieren broeders en zusters. Hij houdt ons in Zijn armen en als we elkaar omarmen met Zijn Liefde dan scheppen we een nieuwe wereld. En dat wordt hoog tijd.

Een lepel vol liefde.

<Verder praten over deze blog? Word lid van de Facebook groep Een Cursus in Wonderen – met elkaar: https://www.facebook.com/groups/1729402673955236

De woorden van de cursus landen in ons verstand. We staan er nauwelijks bij stil hoe dat proces van woorden horen en iets proberen te begrijpen in zijn werk gaat. Zo lezen we in de cursus dat God Liefde is en dat hij Zonen heeft geschapen. Dit alles, deze uitbreiding van Liefde, gebeurt in tijdloze eenheid. Zo, dat is dan tenminste helder. De toon is gezet, het uitgangspunt is bepaald. We hebben nu een “waar” referentiekader waar we al wat nog volgt aan af kunnen meten om te zien of het klopt.

Eens kijken. Zoiets als afscheiding? Kan dus niet, want in eenheid kan er geen afgescheidenheid bestaan. Logisch. Een wereld van tijd en ruimte? Aha; alles is zo overzichtelijk. Alleen tijdloze eenheid bestaat dus onze wereld en het hele universum zijn illusoir. Andere mensen? Mmmmm; dit is een lastige. De auteur van deze blog sprak in de eerste alinea over Zonen en begaf zich hiermee op het hellende vlak. Meervoudsvormen zijn taboe want die suggereren differentiatie en onderscheid en dat kan volgens ons in eenheid niet bestaan.

Ons verstand is als een mes en een vork. We kunnen dat wat op onze bord landt ermee uitpluizen, in stukken snijden zodat we er hapklare brokken van kunnen maken. Maar als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat mes en vork al faalden in de eerste alinea. Want met dit bestek snappen we niet wat tijdloosheid is, wat God is, wat uitbreiden van Liefde in eenheid is. In een soort schuldeloze arrogantie zijn we toch aan het prikken en snijden gegaan, hebben de eerste onlogische stappen maar even aanvaard of genegeerd (Scheppen, uitbreiden in eenheid enz) maar in alinea twee slepen we onze messen en konden we los gaan. Nu snappen we het; er is geen wereld, er zijn geen Zonen, er zijn geen anderen. Joepie; wat een helderheid!

Nu kunnen we de problemen die we tegenkomen gaan oplossen. Weet God van deze wereld? Nee, kan niet want de wereld bestaat niet. Kan God ons horen en helpen? Nee; want er is niks aan de hand en een hulpvaardige God kan dus niet bestaan want daarmee zou Hij (of de Heilige Geest die eigenlijk ook maar een metafoor moet zijn) de illusie echt maken. Moet ik me iets aantrekken van mensen die in nood verkeren? Nee, natuurlijk niet, want er zijn geen anderen en hun nood is ingebeeld. We moeten één lijn trekken met God en geen hand uitsteken. We moeten slechts de illusie in onze eigen denkgeest vergeven dat er anderen zijn die in nood zouden kunnen verkeren. Heerlijk; zoveel helderheid.

En dan zie je dat een peuter in de vijver valt en schreeuwt uit angst. Je aarzelt geen moment, snelt toe en redt het kind. Je troost het en brengt het zo snel mogelijk terug naar zijn ouders. Weer veilig thuis.

Hoe zit het nu met God? Die stoïcijnse abstracte eenheid die nergens iets van af kan weten? Die niets voor ons kan betekenen? Met onze reddingsactie lijken we niet langer op één lijn te zitten met Hem. Aajjjj; wat lastig. Dit voelt niet goed. Toen het kind in de vijver lag, dachten we niet na maar we handelden. Direct, zonder aarzeling. We volgden ons hart.

We kunnen de liefde niet ontleden om te kijken hoe deze werkt of juist niet. We mogen onze mes en vork terugleggen in de besteklade. We hebben een lepel nodig; ons hart. We kunnen liefde alleen ontvangen en dat kan alleen met een lepel. Alleen door ontvankelijk te zijn kunnen we enig benul krijgen wat liefde is. En liefde volgt niet de wetten van onze logica. Liefde kan zichzelf kennen door zich uit te gieten. God kan Zichzelf kennen door Zich uit te gieten in Zijn Schepping, in ons, Zijn Kinderen. Allemaal woorden, ik weet het, maar VOEL het en verheug je in dit wonder. Je wordt gedragen in de armen van Liefde. Je bent geborgd in Zijn Hart.

Wij kunnen ervoor kiezen om ons af te sluiten voor deze stromende Liefde. En op wonderbaarlijke wijze wordt dit geweten door Liefde, door God. Ons verstand schiet tekort. Want nee, er zit geen oude man op een wolk die denkt; hé, wat gebeurt daar nou, het loopt allemaal in de soep. Nee; intrinsiek aan de liefde zit die wonderlijke, warme betrokkenheid en verbondenheid. Die onbegrijpelijke liefdevolle heilige relatie. Wij zijn geen aparte, losstaande wezens. Een Cursus van Liefde (ECvL) zegt het prachtig: wij zijn relatie. Wij “zijn elkaars eigen”. We vervullen de Vader en elkaar door liefde te laten stromen, door te geven en ontvangen als één. Door liefde te laten stromen weten we dat we liefde zijn. Ons hart juicht, weet en aarzelt niet.

Wij zien de gebeurtenissen in de geest, van stromende liefde of van de (onmogelijke) keuze voor afscheiding, weerspiegeld in de wereld. Liefde, God, “voelde” op wonderbaarlijke, intrinsieke wijze, dat Zijn Liefde niet stroomde toen wij kozen voor afscheiding. Hij respondeerde onmiddellijk, vanuit Zijn Hart, en manifesteerde (onder andere) in het fysieke domein Een Cursus in Wonderen. Maakte Hij daarmee onze illusie niet echt? Moest Hij daar niet eerst even rustig over nadenken? Nee; als Liefde niet stroom dan is er een onmiddellijke respons die wij gemanifesteerd zien in het fysieke domein. En wat een prachtige en troostrijke woorden lezen wij over de Liefde van onze Vader in ECIW:

Txt 4: VII:6:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Sta toe dat je hart juicht en overstroomt van dankbaarheid! Halleluja; we worden gedragen door een liefdevolle Vader. Pak het Nieuwe Testament erbij en je leest een biografie van iemand die als mens, als onze broeder Jezus, rondliep op aarde en die deze liefde zichtbaar maakte in de wereld. Wat sprak hij tegen de hongerige menigte? Zei hij: “jullie zijn geen lichaam dus stel je niet aan?” Nee, hij verrichte een wonder, hij liet liefde stromen, en vervulde de behoefte van zijn broeders en zusters.

De Cursus zegt het zo mooi. Er zijn maar twee uitingen die we om ons heen zien: uitingen van liefde of een roep om liefde. Dus ja, het klopt. Onze diepste behoeften zijn niet eten, veiligheid, zekerheid en zelfs niet de overleving van ons lichaam. Maar onder dit alles ligt die roep om liefde. In ECvL lezen we dat wij als menselijke wezens deze behoeften delen. We mogen hier bij een roep om liefde van onze naasten, in welke vorm dan ook, deze liefde laten stromen. Zo leren we dat we liefde zijn. Zo doen we de Wil van onze Vader Die Liefde is.

Ik sluit af met woorden uit het Handboek voor leraren van Een Cursus in Wonderen. Prachtige woorden.

1. WIE ZIJN GODS LERAREN?

1. Een leraar van God is ieder die ervoor kiest er een te zijn. Zijn geschiktheid bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders. Als hij dat eenmaal heeft gedaan, is zijn weg gebaand en zijn richting zeker. Een licht is de duisternis binnengegaan. Het kan één enkel licht zijn, maar dat volstaat. Hij heeft een overeenkomst met God gesloten, zelfs als hij nog niet in Hem gelooft. Hij is een brenger van verlossing geworden. Hij is een leraar van God geworden.

Voor wie genoeg gezwoegd heeft.

Jarenlang streefde ik naar verlichting. Natuurlijk kwam ik er na het lezen van enkele boeken uit de non-duale hoek ook wel achter dat dit streven nu precies de blokkade vormde om enige verlichting te ervaren. De verkramping nam eerder toe dan af. Jezus wijst ons op dit fenomeen in de cursus, bijvoorbeeld in werkboekles 71:

4. Zo ziet het ego-plan voor jouw verlossing eruit. Je kunt zeker wel zien hoe het zich strikt houdt aan de grondregel van het ego: ‘Zoek, maar vind niet.’ Want wat kan met grotere zekerheid garanderen dat je geen verlossing zult vinden, dan al je inspanningen erop te concentreren haar te zoeken waar ze niet is?

Het lastige is dat we een diep ingebakken onbewust geloof hebben dat we de verlichtingsklus of de verlossingsklus zelf kunnen klaren. Als we maar genoeg leren, begrijpen en ons best doen dan komt het uiteindelijk wel goed. Zo bereiken we immers alle doelen in ons leven? Met vallen en opstaan. Doorzetten en volhouden.

Het vergt een soort toekijken om je zelf zo aan het zwoegen te zien. Misschien kunnen we niet anders dan via gezwoeg en teleurstelling komen tot een punt dat we beseffen dat dit niet gaat werken. Jezus zegt in de cursus dat er een grens is aan het lijden dat we kunnen dragen. Iets dergelijks gold voor Bill en Helen toen ze in een moeizame arbeidsrelatie tot de conclusie kwamen dat er een andere weg moest zijn. Ze waren vast besloten deze “other way” te ontdekken en dit vormde het startschot voor de channeling van Een Cursus in Wonderen.

Jezus zegt dat we moeten terugtreden als onze eigen leraar en spreekt ook over ons autoriteitsprobleem. Het duidt allemaal op onze schuldeloze arrogantie waarin we menen dat we zelf kunnen zorgen voor onze verlossing.

Toen ik de cursus nog niet kende en worstelde om niet langer te worstelen, kwam er een moment dat ik besloot mijn boeken in de kast te zetten en lekker te ontspannen. Mijn favoriete leraar Krishnamurti zei dat ik geen enkele autoriteit moest aanvaarden en ik besloot vervolgens hem te ontslaan als leraar en op de boekenplank te zetten. Zo, super doei, bekijk het maar.

Maar goed. De vage herinnering aan dat oeroude lied laat je nooit meer los. Christenen zeggen zo mooi: “God maakt het werk af dat zijn hand begon” en als vanzelf komt er hulp op je pad; in mijn geval in de vorm van de Cursus. Ook de cursus kan niet “leren wat liefde is”, maar is wel zeer efficiënt in het torpederen van het zelfvertrouwen van degene die denkt alles op eigen kracht te kunnen doen; in dit geval “mijn ego”. Jezus torpedeert in de eerste werkboeklessen mijn arrogante waarnemingen, denken en theorietjes: deze betekenen niets. Het is allemaal zelfbedachte onzin. Bam!

Ik zie medestudenten die veel over de cursus lezen en er druk over filosoferen en discussiëren. Als ik hen vraag of ze de cursus, met name de werkboeklessen, echt gedaan hebben krijg ik niet zelden een wat verongelijkte reactie. “Natuurlijk, ik ben er al jaren mee aan de slag!”. Maar dat aan de slag zijn blijkt bij doorvragen dan vooral een “nadenken over” te zijn. Het is kennelijk niet prettig om jezelf te diskwalificeren als autoriteit, als geschikte leraar.

In Een Cursus van Liefde stelt Jezus dat Een Cursus in Wonderen ons ego-denken weliswaar verzwakt heeft maar dat we eenmaal aangekomen bij de brug de oversteek niet maken maar rechtsomkeer maken. We blijven liever ploeteren en piekeren dan dat we ons over durven te geven aan Hem, aan de Liefde.

Ken Wapnick beschreef het treffend: we zijn bang voor liefde. Van ons wordt een klein beetje bereidwilligheid gevraagd. Bereidwilligheid waartoe? Om los te laten en om toe te staan dat we kijken door de ogen van de Heilige Geest. Een Cursus van Liefde spreekt over heelheid van hoofd en hart, over het onder curatele stellen van ons verstand opdat ons hart (lees: ons Zelf, Liefde, de Heilige Geest) ons leven mag leiden en overnemen.

Op een gegeven moment is er genoeg uitgelegd en gesproken. Iedereen heeft zijn of haar eigen snelheid en wie onbewust bang is voor overgave aan liefde zal nog middels woorden gerustgesteld willen worden. Totdat ook hij of zij genoeg geleden heeft en zegt: Heer, hier ben ik. In Uw handen beveel ik mijn geest.

Of, na het doen van het hele werkboek (!):

 Les 361-365

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.

Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

En als ik een woord nodig heb om me te helpen, zal Hij het me geven. Als ik een gedachte nodig heb, geeft Hij me die ook. En als ik alleen maar stilheid nodig heb en een rustige, open denkgeest, dan zijn dat de gaven die ik van Hem ontvangen zal. Hij heeft de leiding, op mijn verzoek. En Hij zal me horen en antwoord geven, want Hij spreekt namens God, mijn Vader, en Zijn heilige Zoon.

Luister naar Jezus, onze Master Teacher

Hieraan moest ik denken bij het lezen van een zin in de werkboekles van vandaag (Les 240) waarin Jezus zegt: “Er is geen angst in ons, want we zijn elk een deel van de Liefde Zelf.” Deze uitspraak voelt fijn en logisch aan: “we zijn elk een deel van Liefde”. Niks meer aan doen, zou ik zeggen. Maar ons verstand wil dit uitpluizen. Want hoe kan dat nou? Liefde is toch één? Daar kunnen toch geen delen in zijn? Dat zou toch getuigen van afgescheidenheid?

De Cursus staat vol van uitspraken die volgens ons verstand niet te rijmen zijn met absolute eenheid. Hij spreekt tientallen keren van Zonen van God, van Kinderen, van Zoonschap. De bekendste leraar van de Cursus, Ken Wapnick, wilde in mijn beleving zijn vizier zo strak mogelijk gericht houden op eenheid. Vermoedelijk omdat hij onze neiging om te zoeken naar onderscheid, naar verschillen onderkende. De discipelen in de Bijbel hadden daar ook een handje van. Ze vroegen aan Jezus wie er in de hemel naast hem mocht zitten, een soort ereplaats. Ken Wapnick wilde niet dat wij onze aardse blik waarbij wij kijken door de bril van ons geloof in afscheiding zouden gebruiken om de prachtige boodschap van de Cursus als het ware naar beneden te halen. Zijn bezorgdheid was niet voor niets. Onze neiging om God voor ons ego-karretje te spannen is groot. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid ervaren wij tegenspoed en we bidden God niet zozeer om ons geloof in afgescheidenheid te corrigeren als wel om ons (in onze vermeende afgescheiden staat!) voorspoed te geven. Net als de discipelen blijven wij redeneren vanuit geloof in afgescheidenheid en willen we een vorm van speciaalheid.

Ken zag dat de wortel hiervan, ons geloof in afgescheidenheid, gevoed kon worden door de meervoudsvormen in de Cursus; “aha; er zijn dus toch anderen en ik sta los van hen!”. Om ons hiervoor te behoeden legde Ken uit dat Jezus ons met meervoudsvormen slechts aansprak op het niveau waarop wij ons menen te bevinden. Omdat wij nog geloven in onderscheid komt Jezus ons tegemoet, maar wij moeten toch, volgens Ken, deze taal als symbolisch beschouwen. In talloze toespraken en boeken wijst Ken ons op de absolute non-duale aard van de boodschap van de Cursus. Je proeft zijn passie om ons voor duaal denken te behoeden als hij haast geëmotioneerd uitroept: “Er zijn geen anderen!”.

Voordat ik de Cursus las had ik boeken gelezen die je zou kunnen scharen in de rubriek neo-Advaita, met een grote nadruk op eenheid. Ik smulde van de toelichtingen van Ken Wapnick op de Cursus. Totdat ik merkte hoe medestudenten aan de haal gingen met zijn woorden. In mijn beleving gebeurde precies dat wat Ken had proberen te voorkomen. Zijn boodschap landde in het verstand van goedwillende broeders en zusters die “Er zijn geen anderen”, vertaalden naar “Alleen ik besta”. Ze verklaarden zichzelf niet Goddelijk maar God. Het toppunt van afgescheidenheid.

Of projecteerde ik dit op hen? Was dit niet zo? Ik wou dat dit waar was maar de totale naar binnen gekeerdheid werd pijnlijk duidelijk uit hun uitspraken en daden. Niet dat hun redeneringen niet klopten. Nee, die zijn waterdicht. Het was meer een  kilheid en ik-gerichtheid die aanvoelbaar was. Ken Wapnick deed ooit de uitspraak “hoed u voor de weldoeners”. Natuurlijk kunnen we ons verliezen in ego-gebaseerde uitsloverij. In de Bijbel wijst Jezus op mensen die opzichtig geld in het offerblok gooien zo van “kijk mij eens goed doen”. Maar Jezus zei niet dat we anderen niet moeten helpen om te voorkomen dat we hun illusie echt maken. Hij prees juist de arme weduwe die vanuit haar hart liefde gaf ook al was het in de vorm van een klein muntje.

Ik zag dat Ken’s “er zijn geen anderen” landde in het verstand van broeders en zusters die nog geloofden in afgescheidenheid en dat dit hen niet liefdevol maar ik-gericht en haast asociaal dreigde te maken. Volkomen naar binnen gericht en volkomen gefixeerd op het bereiken van eigen innerlijke vrede.

Deze ik-gerichtheid botste tegen heel mijn wezen en alles wat ik zelf had mogen ervaren van de Liefde van de Vader, Jezus en de Heilige Geest. Jezus’ weg en leer zoals we die lezen in Nieuwe Testament en Cursus is er één van liefde voor de Vader, voor ons Zelf (jawel!) en voor onze Naasten juist omdat we één zijn. En ja, het ligt subtiel en voor je het weet schiet ik door naar het weldoenerschap en het echt maken van de illusie van afgescheidenheid en vermeende kwetsbaarheid waar Ken ons voor wil behoeden.  Het is balanceren op het scherpst van de snede.

Die snede is het mysterie van de Schepping in de Cursus geïllustreerd met het begrip Heilige Relatie. We zijn in éénheid verbonden (de Zoon, het Zoonschap) en toch ook Zonen die in relatie staan met elkaar en met hun Vader. Onze taal schiet tekort en daarmee ook mijn blogs. Ik schreef onlangs over de onvoorstelbaarheid van absolute eenheid en over de onmogelijkheid maar wezenlijkheid van individuatie. Het is een mysterie.

Maar in alle respect voor Ken Wapnick en alle andere leraren van de Cursus wil ik me graag aansluiten bij de woorden van Jezus zelf in de Cursus. Als hij bang was geweest ons met woorden als “we zijn elk een deel van de Liefde Zelf” te misleiden dan had hij wel andere woorden gebruikt. Laat verlichte broeders en zusters genieten van de eenheidsfilosofie zoals wellicht verwoord door Ken maar laten we ons niet te snel verlicht rekenen. Misschien zit ons geloof in afgescheidenheid dieper dan we zelf kunnen zien en menen we al vanuit ons Zelf te leven terwijl het nog dat zelf met kleine z betreft. Mijn advies? Open je hart voor de woorden van de Master Teacher: Jezus. Hij kent ons en houdt van ons.

Mari Perron over “het lied” dat Een Cursus van Liefde heet.

Ik heb nooit muziekles gehad maar vond het belangrijk om mijn dochters wel die gelegenheid te bieden. Twee van hen spelen nu verdienstelijk piano en de oudste dochter speelt wat gitaar. Een paar jaar geleden besloot ik dat een mens nooit te oud is om te leren en begon ik wat te rommelen op een oud keyboard dat ik had gekregen. Ik vond het leuk en gunde mezelf een elektrische piano. De pianoverkoper adviseerde me een akoestische piano te kopen omdat ik snel tegen de grenzen van de elektrische piano zou aanlopen. Ik moest lachen en voorspelde hem dat het instrument niet de bepalende factor zou zijn maar eerder mijn talent en vaardigheid. Helaas kreeg ik gelijk. Het valt me vies tegen om een fatsoenlijk deuntje te spelen vermoedelijk door een combinatie van weinig talent en luiheid om echt veel te oefenen. Toch komen er soms enkele klanken uit het instrument die me raken en me motiveren om er af en toe weer achter te kruipen.

Dit alles kwam in mijn gedachten bij het lezen van “The given self” door Mari Perron, de scribent van Een Cursus van Liefde (ECvL). In “The given self”  beschrijft ze op een gegeven moment hoe ze ECvL dat ze gedicteerd kreeg door Jezus ervoer. Ze vergelijkt ECvL met een lied waardoor je geraakt wordt en dat je wilt spelen. Ik heb het voor je vertaald en hoop dat het jou ook raakt.

Hartegroet,

Simon

Je vermoedt dat je met dit lied in je geboren bent, net zoals je geboren bent met het talent dat je eerst totaal onverwacht ontdekt. Je weet dat dat lied, net als dat talent, een gave is die misschien onontdekt had kunnen blijven, en je bent verbaasd dat het gevonden is, en gevonden in jou.

Je kent dat lied op deze manier – wanneer het je binnendringt, en het je verrast, en toch al vertrouwd is, alsof het er altijd al was. Je bent er intiem mee en je kunt het horen, en je bent er zo diep door geraakt dat je niet eens kunt bevatten hoe diep het je heeft geraakt. De woorden bereiken dat levendige deel in jou en wekken het op, en je weet dat dat levendige deel in jou dat lied is en, als je een bepaalde aanleg hebt, zul je zeggen dat je graag de rest van je leven eraan zult werken om het te spelen, om die muziek de wereld in te brengen.

Terwijl je alleen maar af en toe een rifje hier en een strofe daar te pakken krijgt, zul je soms te hard proberen, en moet je afstand nemen en later terugkomen omdat het gewoon te veel is, en je weet dat je te hard je best doet, en je raakt gefrustreerd. En dan zie je, uiteindelijk, dat het niet om de noten zelf gaat, maar om hoe ze op jou inwerken, de manier waarop bepaalde noten je beïnvloeden en raken, en via jou, het leven om je heen. Je ziet dat de woorden, zoals de teksten van veel liedjes die je liefhebt, vaak geen zin lijken te hebben, en je hebt het gevoel dat ze er niet toe doen om zichzelf, maar alleen om de sfeer waarin ze je meeslepen, één waarin je zeker weet dat je thuishoort en waar je een vriend hebt die je nooit zal verlaten.

Het is alsof je roeping is veranderd, wat die eerst ook was, en nu gaat het om iets anders. Je loyaliteit is verschoven, en het is alsof deze verschuiving uit je hart en ziel komt. Je ziet deze verandering misschien niet meteen, en denkt dat het gaat om je oude manier van doen, de koe bij de horens vatten, een expert worden, een meester-muzikant zijn, of iets als een bijbelgeleerde. Als je gewend bent geregeerd te worden door een drang om te bereiken of te begrijpen, zul je je afvragen wat het dan anders kan zijn, welke nieuwe manier van leven je moet vinden.

Wanneer je gegrepen wordt door zoiets als dit, wat op een bepaalde manier gegrepen worden is door iets wat je begrijpt en tegelijkertijd niet begrijpt, zijn al je gevoelens daaraan verbonden, aan de verbazing van dit weten/niet weten, en het stopt eigenlijk nooit, het eindigt niet. Je kunt vele jaren doorbrengen met het verlangen dat het stopt, dat het tot een gracieus einde komt, dat het tot rust wordt gebracht. Dan zou je kunnen zien dat je het helemaal verkeerd begrepen had, dat je gek was om te willen dat het weten/niet weten, begrijpen/niet begrijpen zou stoppen. Het is zoals het is, en het is alsof het erom gaat gewoon een muzikant te zijn, een dichter, een stem die zich verheft in zang. Het is echt… zoals die energie, een gebeurtenis die je leeft, en die je versteld doet staan.

Individuatie in Een Cursus van Liefde.

Het leuke van mensen is dat ze allemaal zo uniek zijn. Kijk bijvoorbeeld eens naar ons uiterlijk en vergelijk dit met wat je ziet in het dierenrijk. Natuurlijk zijn niet alle leeuwen precies gelijk en naarmate je ze bestudeert met meer aandacht zul je het unieke van elke leeuw opmerken. Maar mensen spannen de kroon waar het gaat om de uniekheid van elk individu.

In Een Cursus in Wonderen kringen wordt nogal eens argwanend gekeken naar “verschillen”. Sommige leraren hameren erg op de eenheid van Gods Schepping en zien elk verschil als onderdeel van de illusie. We zouden allemaal op weg zijn van ons (geloof in) ego naar het Zelf en op die weg valt al het schijnbare onderscheid weg en gaan we beseffen dat we ten diepste één zijn. Ons verstand is nu onverbiddelijk. Als we niet verschillen dan zijn we dus hetzelfde. Al onze karaktereigenschappen, voorkeuren, eigenheden, neigingen, verschillende talenten enzovoorts; allemaal illusoir en “ego”. We moeten dit allemaal vergeven op een weg waarbij we een soort eenheidsworst worden met kraak noch smaak. De eenheidsleraren bieden ons twee smaken: spirit (geest) of ego en aangezien de tweede smaak illusoir is, is er maar één smaak: ongedifferentieerde eenheid zonder differentiatie en individuatie. De verscheidenheid die wij zien in de wereld zou ons slechts de versnippering in onze geest tonen, ons geloof in afscheiding.

Maar betekenen differentiatie en individuatie per se een verbreking van de eenheid? Vormen planten, dieren en mensen geen wonderschone eenheid binnen de natuur op deze aarde? Het is juist dat wij deze eenheid niet zien dat ervoor zorgt dat we de aarde uitbuiten en er een rommeltje van maken. Zou deze aan tijd en ruimte gebonden aarde iets kunnen weerspiegelen van de tijdloze eenheid van de Schepping? Vormen de stralen van de zon geen eenheid met die zon?

We kunnen nu inhakken op deze tekst waarbij we ons baseren op ECIW-citaten. Dat mag je doen. Wie wil mag wegzweven naar de hemel waar hij niemand dan zichzelf tegenkomt. Lekker rustig en vredig.

Ik meen dat de nadruk op eenheid die genoemde leraren leggen hard nodig is om ons geloof in afgescheidenheid van elkaar te corrigeren. Maar aan het eind van de tunnel verwacht ik niet dat we allemaal verdwenen zijn maar dat we elkaar vol verwondering en bewondering in de ogen kijken omdat we zien dat we aan elkaar gegeven zijn en toch niet afgescheiden zijn van elkaar. Dat we Kinderen, meervoud, zijn van de ene Vader; Broeders, Stralen van de Zon die het wonder van Schepping, van Heilige Relatie vieren met elkaar.

Een Cursus van Liefde wijdt woorden aan individuatie. Via een search door dit boek en met kunstmatige intelligentie, lang leve de moderne tijd, maakte ik onderstaande samenvatting over “individuatie” in dit boek.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

In “Een Cursus van Liefde” wordt het concept van individuatie op een diepgaande en spirituele manier benaderd. Het dient als een middel om de unieke expressie van het Zelf binnen de eenheid van het Goddelijke te begrijpen en te ervaren. Op basis van de aangehaalde citaten kunnen we de volgende kernideeën over individuatie destilleren:

**1. Individuatie als uniek pad binnen de eenheid**

Individuatie wordt gezien als het volgen van een uniek en onderscheiden pad dat in lijn is met je eigen doel en essentie. Het erkent dat ieder individu een unieke expressie heeft binnen de grotere context van de eenheid. Dit unieke pad leidt tot een dieper begrip en vervulling van het eigen wezen.

**2. Het verenigen van het individuele Zelf met het Ene Zelf**

De cursus benadrukt dat echte individuatie niet leidt tot afscheiding, maar juist tot een volledige acceptatie en manifestatie van het Ene Zelf binnen het individuele bestaan. Het is een proces waarbij het persoonlijke ego wordt overstegen en het ware Zelf, dat één is met God, wordt herkend en geleefd.

**3. Relatie als middel tot individuatie**

Relaties spelen een cruciale rol in het proces van individuatie. Door interactie en verbinding met anderen wordt het Zelf beter begrepen en uitgedrukt. Relaties dienen als spiegel en katalysator voor groei, waardoor het individu zowel zichzelf als het Goddelijke in de ander kan herkennen.

**4. Individuatie en creativiteit**

Individuatie wordt geassocieerd met het creatieve proces van het leven zelf. Het is een voortdurende act van creatie en zelfexpressie, waarbij het individu zijn unieke gaven en perspectieven bijdraagt aan het geheel. Deze creatieve expressie wordt gezien als een manifestatie van de goddelijke scheppingskracht binnen ieder individu.

**5. Spanningsveld en balans**

Er wordt erkend dat er een inherent spanningsveld bestaat binnen het proces van individuatie, namelijk tussen het unieke en het universele, het onderscheidene en het eenheidsbewustzijn. Deze spanning wordt niet gezien als negatief, maar juist als een noodzakelijk onderdeel van groei en ontwikkeling, dat leidt tot een dieper begrip en integratie van beide aspecten.

**6. De rol van Christusbewustzijn in individuatie**

Het concept van Christusbewustzijn wordt geïntroduceerd als de ultieme vorm van individuatie, waarbij het individu zichzelf ervaart als zowel volledig menselijk als volledig goddelijk. Dit bewustzijn stelt het individu in staat om als brug te dienen tussen het aardse en het goddelijke, en om liefde en eenheid in de wereld te belichamen.

**Conclusie**

In “Een Cursus van Liefde” wordt individuatie gepresenteerd als een heilig en noodzakelijk proces dat leidt tot een volledige en authentieke expressie van het Zelf binnen de context van goddelijke eenheid. Het is een reis van zelfontdekking, relatie, creativiteit en spirituele realisatie, die het individu in staat stelt om zijn ware natuur te omarmen en te leven in harmonie met het geheel.

Dit begrip van individuatie nodigt uit tot een diepgaande reflectie op wie we werkelijk zijn en hoe we ons verhouden tot zowel onszelf als de wereld om ons heen. Het moedigt aan tot het omarmen van onze uniekheid terwijl we ons tegelijkertijd verbonden weten met alles wat is.

Met open mind en vanuit ons hart.

Jezus heeft zich met zijn Een Cursus in Wonderen (ECIW) een haast onmogelijk doel gesteld. Hij wil zijn broeders en zusters, ons dus, die nog geloven in afgescheidenheid erop wijzen dat we ons vergissen. Hij weet dat wij zijn woorden slechts kunnen ontvangen vanuit deze vermeende staat van afgescheidenheid. In deze staat speelt ons verstand een grote rol. Dit verstand is gericht op leren en begrijpen. Dit leren en begrijpen vindt plaats binnen de tijd. Eerst begrijp je iets nog niet zo goed, daarna iets beter en soms denken we dat we iets helemaal begrijpen. “Zo zit het”, roepen we dan tevreden. “Nu snap ik het!”.

Als we dan iets menen te begrijpen dan kunnen we het proberen aan anderen uit te leggen. We kunnen hen wijzen op hun vergissingen. Als we het niet begrijpen kunnen we hulp vragen aan “een autoriteit”, iemand van wie we vermoeden dat hij het beter begrijpt dan wij. “Hoe zit het nu; wie heeft er gelijk?”, willen we dan weten.

Ik heb hopelijk niet al te veel boter op mijn hoofd. In alle blogs die ik heb geschreven heb ik ook de neiging om zaken te willen verduidelijken, om behulpzaam te willen zijn. Dit is niet fout en in overeenstemming met wat Jezus zelf doet in ECIW. Iemand vergeleek ons denken ooit met een splinter in onze huid die zorgt voor ongemak. De manier waarop deze splinter verwijderd kan worden is verrassend; met een andere splinter! Als dit gelukt is kun je beide splinters weggooien.

Dat is wat Jezus doet met ECIW. Hij ontkent niet dat we last hebben van een splinter; van blokkerende overtuigingen. Eén van die overtuigingen is dat we denken dat ons begrip heel belangrijk is voor onze verlossing. Dat we er zijn als we de metafysica van de cursus helemaal snappen. Als we het Tekstboek kunnen reproduceren middels ingewikkelde schema’s, En nogmaals; dit heeft zijn functie. Maar dit is niet ons einddoel. Direct na het Tekstboek torpedeert Jezus onze geleerdheid met de Werkboeklessen. Ter illustratie twee titels: Les 4: Deze gedachten betekenen niets. Les 10: Mijn gedachten betekenen niets. Tjakka!

Ik vind het leuk om het denken zichzelf te laten opblazen. Dit probeerde ik bijvoorbeeld in mijn blog: “Wat willen we eigenlijk”. Het is één ding om te geloven dat je gedachten niets betekenen maar het is wat anders om te ervaren dat je bovenkamer in de soep draait als je het denken tegen zichzelf richt; als je een splinter gebruikt om een splinter te verwijderen. Dat gebeurt als je je probeert voor te stellen wat “bewustzijn” kan betekenen als tijd en ruimte er niet meer zijn. Dus als je je huidige bewustzijn in stilte beschouwt, ervaart dat het tijdgebonden is of lijkt te zijn en je dan, nogmaals, voor te stellen hoe dat zou kunnen zijn: je van iets bewustzijn in tijdloosheid. Het grappige is dat in de complete editie van ECIW zelfs zinnen staan die stellen dat bewustzijn behoort tot het domein van perceptie, van het ego en niet tot dat van Kennis.

Wat daarna gebeurde toen ik de blog postte is illustratief. De woorden kunnen het denken triggeren en daar voor ongemak zorgen: “Dat zegt de Cursus niet, het is allemaal ego, we gaan aan een vermeende autoriteit vragen hoe het nu echt zit etc!”. Maar de woorden kunnen ook dieper doordringen en daar een openheid creëren waarin iets mogelijk is, waarin ruimte ontstaat voor iets nieuws: “als ik denk aan eenheid dan gaat dit mijn voorstellingsvermogen te boven maar toch verlang ik ernaar”.

Zijn er goede en foute reacties? Natuurlijk niet. Jarenlang blogde ik (en nog steeds) vanuit een verlanger helder te maken hoe ik de cursus zie. Wat ik wel steeds probeer, met vallen en opstaan, is helder te krijgen wat ik echt ervaar en beleef en wat ik geloof en aanneem. Wat ik hierbij de laatste jaren opmerk is dat Een Cursus van Liefde (ECvL) dit proces versnelt. En zo kwam ik tot het schrijven van deze blog die ik nu erg lang ga maken door een hele bladzijde uit ECvL hieraan toe te voegen waarin Jezus (natuurlijk) veel duidelijker vertelt hoe wij leren dan ik dat kan doen. Ik hoop dat dit behulpzaam is. Hartegroet, Simon.

Uit ECvL: Leren in de Tijd van Christus: I:

A.12 Zeg ik je geen vragen te stellen? Niet in discussie te gaan? Ik zeg je alleen te ontvangen voordat je zelf naar betekenis zoekt. Ik vraag je om niet te ontvangen als iemand die niet heeft wat een ander heeft, omdat het hier niet gaat om het doorgeven van informatie die je niet bezit. Ik vraag je alleen maar om te ontvangen opdat je ontvankelijkheid leert, de weg van het hart. Ik vraag je alleen om even te pauzeren, het denken wat rust te geven, een wereld binnen te gaan die aan het denken vreemd is, geliefd echter door het hart. Ik vraag je alleen maar om jezelf een kans te geven je te laten vervullen door de opluchting om niet weer moeite in een andere taak te hoeven steken. Ik vraag je alleen maar om jezelf een kans te geven dit niet weer als een zelfverbeteringsoefening te benaderen, of nog een taak die je moet volbrengen. Alleen op deze manier kom je tot het besef dat je al gerealiseerd bent.

A.13 Door ontvankelijkheid aanvaardt je hart met gemak wat je hoofd moeilijk te aanvaarden vindt. Nu ben je klaar om je af te vragen wat te doen. Nu ben je klaar om het antwoord te horen dat in je eigen hart oprijst of door de stem van de man of vrouw die naast je zit. Nu ben je klaar om alle stemmen om je heen zonder oordeel te horen, de discussie in te gaan zonder een agenda om op te letten en zonder dat je zo gespannen bent om te zeggen wat je denkt, dat je vergeet te luisteren. Nu ben je klaar om begrip te laten ontstaan zonder dat je dit op agressieve wijze probeert te bemachtigen.

A.14 Je bent geduldig, liefdevol en vriendelijk. Je bent de tijd van tederheid ingegaan. Je begint te horen wat jouw gevoelens je zeggen zonder de onderbrekingen en waarschuwingen van je denkende geest. Je begint te vertrouwen en naarmate je begint te vertrouwen, begin je met uitbreiden wie je bent. Het werkelijke geven en ontvangen als één begint zich te voltrekken. Je bent de Heilige Relatie aangegaan.

A.15 De taak van begeleiders van zulke bijeenkomsten van ontvankelijke harten is om de lezer van het ego weg te voeren terug naar de heelheid-van-hart of Christus-geest. ‘Hoe voel jij je?’ is een betere vraag dan ‘Wat denk je?’. Het delen van ervaringen is meer geschikt dan het delen van interpretaties. Het delen van het proces is meer geschikt dan het delen van de uitkomst. Begeleiders moeten proberen lezers ervan te weerhouden om tot één juiste interpretatie te komen, want de enige juiste interpretatie is die welke afkomstig is van het eigen interne gidssysteem van elke lezer. Groepsdeelnemers merken dat ze zich minder competitief zullen voelen of minder interesse hebben om hun overtuigingen op te dringen als het hen duidelijk wordt dat, in tegenstelling tot andere leersituaties, er geen juist antwoord of een specifiek stel overtuigingen is, dat aangenomen dient te worden. De leerling begint voorbij de behoefte aan gedeeld geloof te gaan naar persoonlijke overtuiging en autoriteit.

A.16 Kunnen leerlingen worden misleid? Is er, met andere woorden, misschien geen ‘juist’ antwoord, of correcte interpretatie, maar zijn er ‘verkeerde’ antwoorden, en onjuiste interpretaties? Dit is eerder een kwestie van eenheid versus afscheiding dan een kwestie van goed of fout. In eenheid en relatie is ieder niet alleen capabel, maar zal ieder onvermijdelijk het antwoord ontvangen en tot het begrip of de interpretatie komen die voor hem of haar ‘juist’ is.

A.17 Degenen die eenheid en relatie niet aangaan kunnen niet geholpen of geheeld worden, noch kan hen de onjuistheid van hun perceptie getoond worden. Hun percepties zullen voor hen waar blijven, omdat hun verstand ze dat verteld heeft en hun geloof in de suprematie van het denken tijdelijk de openheid van het hart heeft overstemd. De behoefte van sommigen om binnen de leermodus van ‘goede’ en ‘verkeerde’ antwoorden te blijven zitten, zal sterk zijn. Velen zullen niet worden afgebracht van de logica die hen vertelt dat ze hard moeten werken om iets van waarde te verwerven.

A.18 Laat me duidelijk zijn. Het schijnbare gebrek aan moeilijkheid in deze Cursus is waar de moeilijkheid ligt. Moeilijkheid opgeven voor gemak is meer dan sommige ego’s kunnen accepteren. Inspanning opgeven voor ontvankelijkheid is meer dan sommigen kunnen accepteren. Waarom? Omdat het te moeilijk is. Het gaat in tegen alles wat je hebt geleerd en de aard van de werkelijkheid waarin het denken heeft gefunctioneerd. Door ons tot het hart te wenden trachten wij deze moeilijkheid zoveel mogelijk te omzeilen, maar ieder zal deze moeilijkheid in zekere mate voelen, precies de mate waarin hij in staat is zijn vertrouwen op te geven in wat hij maar denkt dat in het verleden voor hem gewerkt heeft.

A.19 De weg van het hart is de weg van de Tijd van Christus. De tijd van de Heilige Geest is voorbij. De tijd van de intermediair is voorbij. De belangrijkste intermediair van alle is het verstand of denken geweest. Dit heeft tussen jou en je innerlijk weten gestaan, gevangen in een droom van perceptie.

Niets dan U.

Als cursus-studenten menen we soms dat wij het allemaal dankzij onze cursus wat scherper zien dan traditionele christenen. Laat ik niet te veel invullen voor jullie, maar voor mij gold dit in elk geval wel een tijdje. Ik was blij dat in de cursus God werd vrij gesproken van wat wij hem hebben toegedacht. Ga maar na. In de traditionele kerkelijke leer zijn wij ongehoorzaam geweest aan God waarna Hij boos werd, ons wilde straffen door ons te laten “zwoegen in ons zweet” en nog andere narigheid en als klap op de vuurpijl onze levensduur beperkte door ons sterfelijk te maken.

In de cursus wordt God vrijgesproken. ECIW stelt dat wij inderdaad op eigen beentjes wilden staan en ons wilden afscheiden van God. We voelen ons zondig (=afgescheiden) maar onze poging is volkomen tevergeefs. We kunnen de Bron van ons bestaan, God, niet verlaten, dat zou het einde van ons betekenen. We kunnen ons wel inbeelden dat dit gelukt is en daarmee ons allerlei zaken gaan inbeelden zoals zonde, schuld, angst en sterfelijkheid. Maar niets van dit alles is waar of echt gebeurd. God is en blijft liefde en wij Zijn Goddelijke kinderen.

Aanvankelijk meenden de mensen in de Bijbel dat ze door het volgen van de tien geboden, dus door het doen van de juiste dingen in het leven, de relatie met God konden herstellen. Als cursus-studenten menen we beter te weten. “Nee, zo werkt het niet. We komen niet terug bij God door niet te stelen, niet naar de vrouw van de buurman te kijken etc”. Ondertussen zijn we druk met werkboek-oefeningen, blijven we ons rottig en afgescheiden voelen en denken we: “wat doe ik toch verkeerd?”. Oftewel: we geloven nog steeds dat we het goede moeten doen om weer in het reine te komen met God waarbij we dus impliciet ook geloven dat we niet meer in het reine zijn met God, net als onze vroeg Bijbelse voorouders.

Maar goed. Deze voorouders kwamen er in het Oude Testament ook achter dat ze vooral Gods Wil moesten doen. Ze moesten, zo dachten ze, in Zijn naam de moeilijkheden van hun bestaan overwinnen door dapper te strijden, bijvoorbeeld tegen andere volkeren. Als beloning verwachtten ze een lang en gezond leven, veel kinderen en aardse rijkdom. Zijn wij zo heel veel anders? We proberen met de cursus in onze hand de moeilijkheden van ons leven op te lossen zodat we gezond en conflictloos kunnen leven. Tevreden en vol innerlijke vrede.

Toen kwam Jezus die in het Nieuwe Testament vertelde dat we niet uit het vlees geboren zijn maar uit de geest en dat het erom gaat het koninkrijk Gods te realiseren. “Je zonden zijn je vergeven”, zei hij tegen alle hulpbehoevenden. Hij liet zien dat hij leefde in directe verbinding met zijn Bron en gaf aan dat dit ook voor ons mogelijk is. De christenen begrepen het verhaal maar half. Waar ze een rommeltje van maakten was dat ze meenden dat een verstandelijk geloof in een verhaaltje (het offerverhaal van het plaatsvervangend lijden van Jezus aan het kruis) voldoende was om, na de dood (!), de hemel te mogen betreden; ofwel verenigd te worden met de Bron.

Maar zijn veel cursus-studenten niet op dezelfde wijze bezig? Ze denken dat begrip van de metafysica het einddoel is. Ze geloven bijvoorbeeld heilig in non-dualiteit en stellen eigenlijk dat ze al “gered zijn” door te zeggen: “Ik kan niks doen, alles is al oké, er zijn geen anderen” maar waarbij deze inzichten evident niet zijn ingedaald in het diepst van hun wezen, getuige hun dagelijkse levenswandel inclusief angsten, depressies en conflicten met anderen. Aan de vruchten herkent men de boom.

Daarentegen zijn er talloze christenen die drommels goed aanvoelen dat het eigenlijk niet gaat om het accepteren van een vreemd narratief maar om het je laten leiden door Jezus of door de Heilige Geest in het dagelijkse leven. Zij leven vanuit een vertrouwen, liefde en devotie voor God waar menig cursus-student veel van zou kunnen leren. Deze Christenen ervaren de leiding van God omdat ze met liefde en in vertrouwen hun wil in dienst stellen van Gods Wil, de enige echte Wil die bestaat. Deze broeders en zusters die in overgave zingen in de kerk oefenen in de afstemming van hun wil, in het bieden van het “klein beetje bereidwilligheid” waar de cursus over spreekt.

Wow! Ze proberen zich af te stemmen op de liefde en deze liefde in de wereld te manifesteren. Dit is, natuurlijk, ook de boodschap van Jezus in de cursus maar we neigen er soms toe van de boodschap van Jezus een zelfstudie programma te maken vooral gericht op zelfontwikkeling en innerlijke vrede. Onder het motto “er is geen wereld” voelen we ons niet zo gemotiveerd om liefde handen en voeten te geven waarbij we gemakshalve de openingszin van de Cursus (complete editie) maar even vergeten waar staat: “You will see miracles through your hands through me” (Je zult wonderen zien door jouw handen verricht via mij).

Natuurlijk is het niet zo zwart-wit als ik hier schets. Ik zoek geen onderscheid en wil al helemaal niemand beschuldigen omdat ik besef dat wanneer ik beschuldigend naar iemand of naar een groep wijs er vier vingers mijn eigen kant op wijzen.

Laten we het simpel houden. God, liefde is onze Bron en onze Wil. Als we ons op Hem afstemmen en deze Liefde laten stromen ontdekken we dat we Liefde zijn. Zijn Kinderen, Broeders en Zusters van elkaar”.

Ik doe nu graag een stap terug en geef het woord aan Jezus in de werkboekles van vandaag (231):

Vader, ik wil me niets herinneren dan U.

Wat kan ik anders zoeken, Vader, dan Uw Liefde? Misschien denk ik dat ik iets anders zoek, iets wat ik vele namen heb gegeven. Toch is Uw Liefde het enige wat ik zoek, of ooit heb gezocht. Want er is niets anders dat ik ooit werkelijk kon wensen te vinden. Laat me mij U herinneren. Wat zou ik anders kunnen verlangen dan de waarheid over mijzelf?

Dit is jouw wil, mijn broeder. En je deelt deze wil met mij, en ook met Hem die onze Vader is. Zich Hem herinneren is de Hemel. Dit zoeken we. En dit alleen zal ons gegeven zijn te vinden.

Tony Parsons

Ik luister graag naar Tony Parsons. Zijn boodschap is van grote eenvoud en het bijzondere is dat op de een of andere manier deze eenvoud lijkt te resoneren in zijn stem. Iets in mij stemt hiermee in. Er ontstaat stilte in de geest en een soort woordloze herkenning. Tony weet dat hij woorden probeert te geven aan dat waar geen woorden aan zijn te geven. Het is dus bij voorbaat niet mogelijk om even samen te vatten waar hij het over heeft. Misschien valt er op te wijzen door wat titels van zijn boeken aaneen te rijgen, dan krijg je zoiets als: “Het is een open geheim dat er niemand hier noch iemand daar is”. Hij wijst er op dat we geen afgescheiden wezens zijn maar dat we ons dat inbeelden. In een veld van energie is er sprake van een schijnbare afgescheidenheid die wij ervaren als een ikje, een klein zelf. Een Cursus in Wonderen wijdt hier meer woorden aan maar de boodschap is in mijn beleving niet verschillend. Er is één denkgeest (Tony: een soort energie) en daarin bestaat de illusie van afgescheidenheid.

Als we vanuit ons geloof in afgescheidenheid iets herkennen van deze boodschap dan is het mogelijk dat de realisatie van de waarheid ervan plaatsvindt. Bij wie? Bij niemand want er is geen afgescheiden iemand die het nu weet, die nu verlicht is. “Een verlicht persoon” is een contradictie; verlichting bestaat in het doorzien van de illusie van het afgescheiden gevoel een zelf te zijn. Wij draaien hierbij vast in woorden want we zijn gewend dat we, binnen de illusie!, menen dingen te kunnen bereiken. Dus als we maar ons best doen, oefeningen doen, mediteren en wat niet meer dan menen we in een soort gelukzalige toestand te kunnen komen. Maar ongemerkt zie je de “we” (ofwel: het geloof in afgescheidenheid) de zinnen binnen sluipen.

Een Cursus in Wonderen biedt 365 werkboeklessen. Hierin spreekt Jezus ons aan op het niveau waarop wij ons menen te bevinden. Want oefeningen daar kunnen we wat mee, denken we. Oefeningen zijn business as usual: flink trainen en dat gaan onze prestaties wel vooruit en kunnen we die toestand van bliss wel bereiken! We zijn eigenlijk allemaal olympische sporters die de hoofdprijs willen winnen; verlichting of verlossing. Tony heeft gelijk als hij ons erop wijst dat zelfverbetering niets met verlichting of verlossing te maken heeft en dat het doen van oefeningen de illusie van een afgescheiden “atleet” en van een doel dat bereikt zou kunnen worden slechts versterkt. Jezus weet dat ook. Gelukkig geeft hij met de werkboeklessen hele grappige oefeningen waarbij we niet zo veel schade kunnen aanrichten zoals vergevingsoefeningen. In waarheid is er niemand die iemand anders zou kunnen vergeven maar de realisatie hiervan lijkt iets sterker te worden als we toch vergevingsoefeningen doen. Hetzelfde geldt voor leiding door de Heilige Geest of door Jezus. Ken Wapnick wijst er terecht op dat wij de neiging hebben om binnen de illusie de Heilige Geest voor ons karretje te willen spannen. Atleten bidden tot God om zo de kans om te winnen groter te maken. Maar God noch de Heilige Geest geloven in onze illusie van doelen die in de tijd bereikt zouden kunnen worden door een afgescheiden zelfje. Het is niet zo dat een Zelf met hoofdletter Z een opgeblazen zelf met kleine letter z is. Iemand die meent verlicht te zijn en beter te zijn dan alle anderen is geen Atleet die de eerste plek heeft bereikt.

Een Cursus in Wonderen laat ons gebruikelijke denken ontsporen met als doel de illusie van afgescheidenheid aan het wankelen te brengen. Bij het kijken naar de olympische spelen op tv bedacht ik dat de atleten die net naast het podium grijpen of die niet de plak veroveren die ze begeren, misschien wel een mooiere les aangeboden krijgen dan degene die tevreden op de hoogste trede belandt. Degenen die falen zullen mogelijk minder snel zelfgenoegzaam worden. De onvrede biedt kansen en dat geldt vooral ook voor ons als we worstelen om de felbegeerde verlichting te bereiken.

Ik zag op het journaal wat Amsterdamse jongeren die op straat aan het basketballen waren. Natuurlijk wilden ook zij scoren maar wat opviel toen ze voor de camera verschenen was dat ze vooral genoten van het samen beoefenen van het spel. Ze waardeerden de verbinding die ze ervoeren, de directe ervaring van hun onmiddellijke interactie. Deze zin klinkt abstract en misschien wat hoogdravend. Ik moest bij het zien van die gasten denken aan Een Cursus van Liefde (ECvL). Jezus sluit hierin aan bij Een Cursus in Wonderen maar biedt niet of nauwelijks nieuwe oefeningen. Hij wijst erop dat we reeds de voltooiden zijn en probeert in dialoog met ons de relatie die we hebben met hem (en met anderen en met situaties) te transformeren waardoor er iets gebeurt dat ik zou willen omschrijven als een vervaging van (denkbeeldige) grenzen.

Als het rusteloze denken wat kalmeert dan kunnen we “onszelf” als het ware bezig zien. Een soort toegewijde waarneming. Maar dat bevestigt nog steeds de “ik” die iets zou ervaren waarmee hij een relatie heeft. Jezus neemt ons in Een Cursus van Liefde zo goed mogelijk aan de hand om af te dalen in die ervaring van relatie. Is er wel echt een ik die los kan staan van dat wat ervaren wordt? Of is dit juist de essentie van ons geloof in afgescheidenheid? Is er wel een ervaarder zonder dat wat ervaren wordt? Wij zijn gewend te ervaren (en te denken) vanuit geloof in afgescheidenheid, maar wat gebeurt er als er vanuit eenheid ervaren en gedacht wordt? Waar blijft dan dat gevoel van afgescheidenheid?

Het is een illusie als ik zou menen met deze tekst het even uit te kunnen leggen. Vermoedelijk wemelt het van de duale tegenstrijdigheden en suggereert het ook dat het begrijpen ervan (door wie?) je (?) verder zou kunnen brengen. Tja; we kunnen niet meer doen dan zo goed mogelijk aanmodderen en wijzen op dat wat niet beetgepakt of bereikt kan worden. Maar bij het lezen van Een Cursus van Liefde gebeurt er net zoiets als bij het luisteren naar de stem van Tony Parsons. Er gaat iets resoneren; iets dat “waar” en echt voelt. Een Cursus in Wonderen noemt het ergens het herinneren van een oeroud lied dat voelt als thuis. Mooi.

PS: Toen ik deze blog wilde opslaan onder de naam “Tony Parsons” bleek dat ik vijf jaar geleden al een blog aan hem gewijd had. Ha, ha; hierbij ook maar een link naar dat stukje. https://eciwcoach.com/2019/07/21/compromisloze-tony/