Mentale rekoefeningen

Velen hebben niet zoveel met de metafysica van Een Cursus in Wonderen (ECIW). Het klinkt allemaal zo ingewikkeld, vergezocht en niet in overeenstemming met ons gevoel van logica en met onze ervaringen in de wereld. Waarom is het niet voldoende om ons gewoon direct open te stellen voor de leiding van de Heilige Geest, Jezus, Liefde of de Vader?

In mijn beleving is dit openstellen voor de taal van je Hart inderdaad het belangrijkste van de weg van Jezus. Het zal niet voor niets zijn dat hij ons na ECIW ook nog Een Cursus van Liefde heeft geschonken (ECvL). Misschien draafden we wat te ver door in ons noeste metafysische denkwerk en dienen we ons meer te richten op liefde.

Cursus-studenten zijn niet de enigen die zich in hun leven willen laten leiden door de liefdevolle Stem van de Heilige Geest. Dit geldt, als het goed is, ook voor Christenen. Toch vond Jezus het nodig om het niet te laten bij het (prachtige) Nieuwe Testament. Hij meende kennelijk dat we verkeerde opvattingen hadden over zijn Vader en over de Schepping en dat deze opvattingen ons op één of andere manier blokkeerden. ECIW wordt een denktraining genoemd, een manier om (onbewuste) mentale blokkades tegen de liefde op te ruimen. Jezus gunt ons vrijheid, geluk en vrede en ziet dat wij onszelf tekort doen en door het leven gaan als angstige wezens. Misschien is het wel het zien van deze angst bij Christenen, angst voor het oordeel van God, dat hem motiveerde ons ECIW te geven.

Om meer geestelijke vrijheid te ervaren geeft Jezus ons oefeningen die ik vergelijk met de rekoefeningen die we kunnen doen als we lichamelijk wat stijf zijn. Mensen die yoga beoefenen zullen dit heel goed herkennen. Je wordt voor je gevoel in een wat ongemakkelijke positie gebracht en je voelt bijvoorbeeld een haast pijnlijke spanning in je liezen. De leraar of lerares moedigt je aan om te rusten in dit ongemak, te ontspannen, het te accepteren. Oefening baart uiteindelijk kunst en gaandeweg merk je dat de houdingen natuurlijker gaan aanvoelen. Het gaat langzaam en haast ongemerkt. Een goede leraar zal je aanmoedigen niet over je grenzen te gaan, niks te forceren. Toch horen een beetje pijn en ongemak erbij.

Hetzelfde geldt voor het doen van de Cursus. De teksten uit het Tekstboek en de oefeningen uit het Werkboek kunnen ongemakkelijk zijn voor ons, onnatuurlijk haast. Denk aan lessen als “Ik ben niet dit lichaam” en “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Onze leraar Jezus geeft hiermee instructies die we aanvankelijk vervelend vinden. We kunnen de neiging krijgen om voorlopig de oefeningen maar wat af te zwakken. We zeggen dan bijvoorbeeld: “Ik ben geest maar ook lichaam” en “Sommige dingen heb ik wel in de hand maar soms ben ik wel degelijk slachtoffer”. Ik denk niet dat Jezus zich heel druk maakt over het feit dat we niet helemaal de “houding” aannemen die hoort bij de oefening. Gelukkig mocht ik destijds op yoga in de kleermakerszit plaatsnemen op een wat hoger meditatiekussen want in de lotushouding zou ik uitscheuren.

Jezus ziet dat wij ons ongemakkelijk voelen bij de onversneden waarheid van de Cursus. Maar hij ziet ook waar dit ongemak vandaan komt. Wat wij bij onszelf opmerken als ongeloof over- en weerstand tegen genoemde uitspraken doorziet hij als ons verlangen om ons af te willen scheiden van de Vader en uitingen van het hierdoor ontstane schuldgevoel. Wij kunnen voorlopig niet anders dan alles bezien vanuit ons beperkte perspectief. De wereld van tijd en ruimte voelt zo echt voor ons. Als in een ECIW-groep gesproken wordt over de onechtheid van wat wij “dood” noemen en over de onechtheid van noodlot, dan vragen we ons af in welk gekkenhuis we terecht zijn gekomen en spreken we van een vreemde, dogmatische en collectieve waan. Wat voelt dit toch allemaal ongemakkelijk voor ons en wat spartelen we tegen.

Jezus glimlacht slechts en gunt iedereen zijn of haar tempo. Hij kan en wil ook niet anders. Hij respecteert onze rare keuze om ons afgescheiden te willen voelen, zelfs als dit resulteert in de angst van een nare nachtmerrie. Liefde gaat niet in tegen onze eigen en eigenwijze wil. Onze Vader wacht rustig totdat we genoeg ellende hebben meegemaakt en besluiten huiswaarts te keren.

Jezus kan weinig anders dan telkens onze “normale” opvattingen, waarden en normen uit te dagen. Hij vraagt slecht een kleine bereidwilligheid om zijn uiteenzettingen te overwegen en om de werkboeklessen te proberen, ook al ervaren we weerstand. Hij voorziet zelfs onze protesten (Inleiding Werkboek):

Sommige ideeën die het werkboek presenteert zul je moeilijk kunnen geloven, en andere kunnen nogal onthutsend lijken. Dit doet er niet toe. Jou wordt slechts gevraagd de ideeën toe te passen zoals je opgedragen wordt. Er wordt je helemaal niet gevraagd ze te beoordelen. Er wordt je alleen gevraagd ze te gebruiken. Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.

Onthoud alleen dit: je hoeft de ideeën niet te geloven, je hoeft ze niet te aanvaarden, laat staan toe te juichen. Tegen een aantal ervan zul je je misschien heftig verzetten. Dit alles is niet van belang en zal hun uitwerking niet verminderen. Maar sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. Meer wordt er niet gevraagd.

Dus laten we de rek en strekoefeningen gewoon doen. We mogen piepen, protesteren en misschien zelfs een tijdje het blauwe boek in de boekenkast terugzetten. Onze leraar wacht rustig tot we klaar zijn voor de volgende stapjes.

(Schijnbaar) harde noten van de cursus.

Bij het doen van de cursus zijn er twee harde noten voor ons om te kraken.

1: We denken dat we (gedeeltelijk) lichamen zijn die leven in een echte fysieke wereld.

2: We denken dat we in deze wereld slachtoffer zijn van ellende, ziekte, dood en noodlot.

Een Cursus in Wonderen (ECIW) stelt daar twee andere uitgangspunten tegenover:

1: Wij zijn Gedachten in de Denkgeest van God; Schepselen, pure tijdloze wezens.

2: We dromen een droom van afgescheidenheid en daarbij projecteren we in de geest beelden die we als fysiek (een fysiek lichaam en de fysieke wereld) percipiëren.

Deze boodschap staat zo ver af van onze dagelijkse ervaringen dat we er van alles aan doen om deze af te zwakken. We maken er een verwaterde boodschap van en zeggen dan bijvoorbeeld:

1: Oké, ontologisch gezien zal dit wel kloppen maar daar hebben we nu weinig aan in ons dagelijkse, wrede leven.

2: Nee, wij zijn niet verantwoordelijk voor de ellende. Alles is geschapen door God, dat kan niet anders, dus ook ons lichaam.

In feite brengt dit ons terug bij het klassieke christelijke geloof en de daarbij knellende vraagstukken zoals: “Hoe kan een goede en almachtige God een wereld scheppen vol ellende?”. Als God almachtig is maar niets doet aan onze ellende dan vinden we Hem niet liefdevol.

Als we eerlijk zijn ervaren we de visie van de Cursus nog niet. Het is dan ook begrijpelijk als we genoegen nemen met de “afgezwakte”, verwaterde variant. In Txt 16:IV zegt Jezus:

4Om de sluier op te lichten die zo duister lijkt en zwaar, is het alleen noodzakelijk de waarheid waarde te verlenen boven alle fantasie, en in het geheel niet bereid te zijn met illusie in plaats van met de waarheid genoegen te nemen.

In mijn blog van gisteren gaf ik aan dat Jezus ons vasthouden aan het geloof in afgescheidenheid met het harde woord “arrogantie” omschrijft. Over harde noten gesproken!  In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus geen wonderen kan verrichten als hij terecht komt in een omgeving vol ongeloof, vooral in zijn geboortestad Nazaret. ECIW biedt ons een training voor onze denkgeest opdat we anders kunnen gaan denken en daardoor ook anders gaan zien. Als we zijn visie niet aannemen zullen Jezus, de Vader noch de Heilige Geest ons daartoe dwingen. We worden echter uitgenodigd om niet gelijk in de weerstand te schieten maar ons te openen voor de visie die hij aanreikt en niet te vertrouwen op onze zogenaamde onweerlegbare ervaringen en logica.

Hij is een liefdevolle en geduldige leermeester die echter geen water bij de wijn doet maar het water (ons oude denken) wonderlijk verandert in wijn. Het zal geen toeval zijn dat juist nu deze kwesties spelen in deze Faceboek-groep we toe zijn aan werkboekles 166.

2. Dit is de paradox die ten grondslag ligt aan het maken van de wereld. Deze wereld is niet de Wil van God en dus is ze niet werkelijk. Toch moeten zij die denken dat ze werkelijk is, nog altijd geloven dat er een andere wil is, een die leidt tot gevolgen tegengesteld aan die Hij wil. Onmogelijk inderdaad, maar elke denkgeest die de wereld beziet en haar zeker, solide, betrouwbaar en waar acht, gelooft in twee scheppers, of in één: alleen zichzelf. Maar nooit in één God.

3. De gaven van God zijn onaanvaardbaar voor iemand die er zulke vreemde overtuigingen op na houdt. Hij moet wel geloven dat het aannemen van Gods gaven, hoe zichtbaar die misschien ook worden, hoe dringend hij misschien ook wordt opgeroepen ze als de zijne op te eisen, gelijkstaat aan te worden gedwongen tot verraad aan zichzelf. Hij moet de aanwezigheid ervan ontkennen, de waarheid tegenspreken en lijden om de wereld die hij heeft gemaakt in stand te houden.

4. Dit is het enige thuis dat hij meent te kennen. Dit is de enige veiligheid die hij gelooft te kunnen vinden. Zonder de wereld die hij gemaakt heeft, is hij een uitgestotene, dakloos en bang. Hij beseft niet dat hij juist hier echt bang is en dakloos eveneens, een uitgestotene, zo ver van huis en zo lang al rondzwervend, dat hij niet beseft dat hij vergeten is waarvandaan hij kwam, waarheen hij gaat en zelfs wie hij werkelijk is.

Willen we ons geloof in de wreedheid van de wereld en in de wreedheid van God de schepper koesteren? Of kunnen we ons openstellen voor de woorden van Jezus en niet in de weerstand schieten? Dan blijken de harde noten te veranderen in kostbare gaven.

15. Verraad haar niet. Word het levende bewijs van wat de aanraking van Christus iedereen kan geven. God heeft jou al Zijn gaven toevertrouwd. Getuig er in je blijdschap van hoezeer de denkgeest transformeert die ervoor kiest Zijn gaven te aanvaarden en de aanraking van Christus te voelen. Dat is jouw missie nu. Want God vertrouwt het geven van Zijn gaven toe aan allen die ze hebben ontvangen. Hij heeft Zijn vreugde met jou gedeeld. En nu ga jij die met de wereld delen.

Onbewust arrogant.

Wij kunnen menen dat God alles wat wij menen te kennen geschapen heeft. En met alles bedoel ik dan echt alles; alles wat wij waarnemen, inclusief onze kwetsbare en sterfelijke lichamen. Dit lijkt een normaal standpunt, mogelijk zelfs een nederig standpunt. De Cursus is het echter niet met ons eens, kijk maar eens naar Werkboekles 152:

7. Denken dat God chaos heeft gemaakt, Zijn Wil weerlegt, tegendelen voor de waarheid heeft bedacht, en duldt dat de dood over het leven triomfeert: dit alles is arrogantie. Nederigheid zou onmiddellijk zien dat deze dingen niet van Hem afkomstig zijn. En kun jij zien wat God niet geschapen heeft? Denken dat je dat kunt, is niets anders dan geloven dat jij kunt waarnemen wat God niet heeft gewild. En zou er iets arroganter kunnen zijn dan dit?

Hé, hoe kan dit nu? Alle ellende die we zien is toch echt en evident? Juist het ontkennen hiervan lijkt ons onwaar. De Cursus kan weliswaar vertellen dat wij tijdloze en onschuldige kinderen van God zijn maar dat gaat er bij ons niet in. We zien ons als kwetsbare wezentjes, slachtoffers van een gemene wereld. De Cursus stelt dat wij hiermee geloven “dat zonde waarheid is”:

Txt 19:II 4: 4. Een belangrijk geloofspunt in de waanreligie van het ego is dat zonde geen vergissing maar waarheid is, en dat juist onschuld misleidt. Zuiverheid wordt als arrogantie gezien, terwijl het als zondig aanvaarden van het zelf als heiligheid wordt beschouwd. En het is deze doctrine die de werkelijkheid van Gods Zoon, zoals zijn Vader hem heeft geschapen en gewild heeft dat hij voor eeuwig was, vervangt. Is dit nederigheid? Of is het eerder een poging om de schepping los te rukken van de waarheid, en haar gescheiden te houden?

Het lijkt nederigheid om jezelf als “echt menselijk” en kwetsbaar te beschouwen. Maar de Cursus stelt dat we hiermee onze wil ontkennen:

Txt 22: VI:10 10. Van wat jij leert hangt het welzijn van de wereld af. En het is slechts arrogantie die de macht van jouw wil zou ontkennen. Of denk je dat de Wil van God machteloos is? Is dit nederigheid? Je ziet niet wat deze overtuiging heeft aangericht. Jij ziet jezelf als kwetsbaar, broos en makkelijk vernietigbaar, en overgeleverd aan de genade van talloze belagers die machtiger zijn dan jij. Laten we onomwonden kijken hoe deze dwaling is ontstaan, want hier ligt het zware anker begraven dat de angst voor God – onbeweeglijk en vast als een rots – op zijn plaats lijkt te houden. Zolang die blijft bestaan, zal het zo lijken.

En dat laatste komt binnen. Zolang we onze eigen opvattingen (“deze dwaling”)  blijven huldigen dan zal alles blijven bestaan zoals het lijkt: een leven en wereld vol doffe ellende.

De cursus gebruikt voor ons geloof een zwaar woord: “arrogantie”. Jezus zal niet voor niets zo’n beladen woord gebruiken. Het maakt ons niet schuldig, maar het is wel degelijk een dwaling die ons gevangen houdt in onze droom.

Stel je krijgt een erge ziekte.

Ik zag op Netflix een reportage over een vrouw die te horen had gekregen dat ze terminaal ziek was; kanker. Ze was bang, letterlijk doodsbang. En wie zou dat niet zijn? Het is niet moeilijk om te schermen met metafysische dooddoeners als je niks mankeert en meent dat je nog wel een paar jaar te gaan hebt. Het kost dan weinig moeite om te roepen dat je geen lichaam bent, een onsterfelijk kind van God of dat noodlot niet bestaat maar je een wijze les biedt speciaal voor jou bedoeld. Maar wat als datzelfde noodlot plotseling grijnzend voor de deur staat en zegt: “kom nu maar mee, je tijd is om”?

De mevrouw kreeg een experimentele behandeling aangeboden met psilocybine, een stof die voorkomt in bepaalde paddenstoelen. Ze werd bij de behandeling zorgvuldig en liefdevol begeleid. Tijdens deze behandeling was het alsof haar bewustzijn zich verruimde en ze een geestelijke dimensie binnentrad. De ervaring veranderde haar visie op leven en dood. Haar ervaring stond niet op zichzelf. Andere deelnemers aan de studie meldden dat ze de ervaring hadden dat hun lichamen als het ware oplosten in bewustzijn. Ze ervaarden een innige verbondenheid met alles en iedereen. Na het einde van de trip was van veel deelnemers de houding ten opzichte van ziekte en dood totaal veranderd. Een man sprak na zijn ervaring van twee levens: zijn leven van vóór de behandeling en zijn leven ná de behandeling.

Je hoort daarna opvallende getuigenissen. De angst voor de dood is verdwenen. Mensen kunnen rustig sterven omdat ze weten dat ze onderdeel zijn van een groter en liefdevol geheel. Ze ervaren de nare aandoening niet langer als noodlottig en verwoestend. Heel bijzonder. Deze mensen hadden een ander, nieuw perspectief gekregen op leven en dood. Een perspectief waardoor hun geloof in ziekte, dood en noodlot veranderd was.

Ik meen dat de Cursus bedoeld is om ons een soortgelijke wisseling van perspectief te bieden. Om ons de bewustzijnsverruiming te bieden krijgen we andere “tools” aangereikt. Denk aan stoppen met oordelen, vergeven, overgave aan Jezus, de Heilige Geest en aan de Vader. Deze tools worden ons gegeven door Jezus, een broeder die de ultieme bewustzijnsverruimende ervaring heeft meegemaakt en hier verslag van uitbrengt in de Cursus. Zijn boodschap lijkt sterk op die van de mensen uit de documentaire of die van mensen met een bijna doodervaring.

Zo ook in les 163 van vandaag: “Er is geen dood. De Zoon van God is vrij.”

Het past ons om uiterst eerlijk en terughoudend met dergelijke woorden om te gaan, naar onszelf toe en al helemaal naar broeders en zusters die vanuit ons huidige perspectief zwaar in de ellende zitten. De meesten van ons hebben de waarheid van les 163 nog niet doorleefd. In feite gaan we dan met zo’n uitspraak om vanuit geloof. De uitspraak biedt dan dezelfde schrale troost als de meer klassiek klinkende woorden: “Ach, vrees niet; je komt straks in de hemel”.

Jezus’ visie gaat ver. Hij stopt niet bij de uitspraak: “jullie zijn geestelijke wezens die geloven in de perceptie van lichamelijkheid”. Deze uitspraak is overigens al heel wat en heeft consequenties voor hoe we aankijken tegen leven en dood. Maar Jezus gaat in de cursus nog verder. Hij legt uit dat wij als geestelijke wezens de ervaring wilden hebben van kwetsbaarheid en sterfelijkheid. “Hé, is het onze eigen keuze?”. Hoe harteloos klinkt dit! Het punt is dat we een dergelijke uitspraak nu nog beoordelen vanuit ons beperkte perspectief. Vanuit dit perspectief zijn we slachtoffer van zaken waar we niet voor gekozen hebben, zoals die terminale kanker. Heb ik dan zelf gekozen voor die kanker?! Jezus zoomt uit en stelt dat de onkwetsbare geestelijke zoon van God alle indrukken van de zintuigen misbruikt om zich afgescheiden te voelen; een sterfelijk ik in de wereld. Het is niet deze ik die kiest voor ziekte maar de onkwetsbare zoon die voor ziekte kiest om zich “ik”, kwetsbaar en sterfelijk, te voelen.

Nadat jaren geleden een goedaardige doch flinke tumor verwijderd was uit mijn hersenen bleek mijn mentale en fysieke draagkracht afgenomen en kwam ik van de ene burn-out in de andere terecht. Ik werkte nog maar ging als een oververmoeide zombie door het leven gekweld door slapeloosheid. De nacht voor een lange congresreis kon ik niet slapen en ik voerde een strijd in diepe wanhoop, angst en duisternis. Plotseling daagde het besef: “ik doe dit mezelf aan, ik geef dit alle betekenis die het voor me heeft”, gevolgd door een totaal loslaten van mijn oordeel en strijd. In één keer viel de bodem uit de hele situatie. Alle angst en strijd waren weg en ik leek over te vloeien in de kamer en de hele omgeving. Er was grote verwondering, diepe kalmte en rust. Totdat de gedachte oprees “waar gaat dit nu naartoe?”. Ik liep naar de wastafel om mijn spiegelbeeld te zien en gooide water in mijn gezicht om mijn lichaam weer te voelen.

Medici zullen hier vaktermen voor hebben en een verklaring. Het zij zo. Mij heeft het een klein en bescheiden inzichtje gegeven in: “je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet”. Dit betekent niet dat ik nu kan schermen met deze uitspraak naar mensen die volgens onze maatstaven zwaar in de ellende zitten. Dat zou ongepast zijn. Maar ergens geldt ook voor mij dat er een leven van vóór deze ervaring is en erna. Daar ben ik dankbaar voor.

Op het scherpst van de snede.

Gisteren schreef ik een blog over de woede die de cursus kan oproepen, binnen onszelf en in gesprek met niet-studenten. Deze woede ontstaat als we aanlopen tegen de ellende die wij (of anderen) meemaken en de metafysica van de cursus waarin wordt gesteld dat we onkwetsbare en tijdloze wezens zijn. Wat de cursus ons probeert duidelijk te maken komt totaal niet overeen met onze ervaring. De cursus komt wereldvreemd op ons over. Buitenstaanders beschuldigen de cursus-studenten ervan dat ze de werkelijkheid ontkennen, dat ze onmenselijk zijn en gevangen zijn in een duistere collectieve groepswaan. In cursuskringen spreken we wel eens van twee niveau’s: niveau I is het niveau van de schepping, van die onbegrijpelijke waarheid dat we Kinderen van God zijn. Niveau II is dan het niveau van deze wereld die de cursus omschrijft als een droom. Ik denk dat omgaan met dit spanningsveld de grootse uitdaging vormt voor ons allemaal.

In deze blog kan ik niet 1,2,3 even vertellen wat we kunnen “doen” als we aanlopen tegen dit spanningsveld. Niet-studenten kunnen ons hierin uitdagen en menen dat we middels een goed gesprek de zaken wel helder kunnen krijgen. Dit blijkt echter een overschatting van de mogelijkheden van ons begrip. We menen dat als iets waar is dat het daarmee ook te begrijpen is en uit te leggen aan anderen. Dat dit niet het geval is, dat ons verstand hiertoe te beperkt is en geprogrammeerd door onze ervaringen in de droomwereld, kun je pas zelf ervaren als je de cursus daadwerkelijk doet en deze echt begint binnen te komen. De niet-cursus student zal dit een cirkelredenering noemen: “moet je eerst de cursus geloven voordat je deze kunt begrijpen? Geloof heeft niks met begrijpen te maken! Kijk, daar begint het groepsdenken!”. Toch is het, helaas voor de niet-student, niet anders. Pas als je, door de cursus te doen, ervaring opdoet met wonderen begin je de waarheid van de cursus te ervaren.

Deze spanning, tussen de student die al iets ervaart van de waarheid waar de cursus op wijst, en de kritische buitenstaander vormt het scherpst van de snede. Onze gesprekspartner kan ons ontkenning verwijten en vluchtgedrag. Dit verwijt kan terecht zijn. Ik schrijf regelmatig over dit onderwerp (zie mijn blog: Via de tussenweg en met elkaar naar een Nieuwe Wereld”). De niet-student zal ons erop wijzen dat het onmenselijk is om ziekte, vooral van kinderen, en noodlot te ontkennen. Hiermee kan hij de vinger op de zere plek leggen als onze ontkenning eigenlijk voortkomt uit ons angst voor het leed dat we zien. Dan is ontkennen geen “ware” (=juiste) ontkenning. Wat we dan doen is vanuit angst voor het leed dit leed ontkennen en als angst onze motivator is dan maken we nog steeds dat wat we ontkennen “echt”. In het Engels zegt men: “you still value it”, je kent er nog steeds waarde aan toe.

Bij het scherpst van de snede moeten we in onszelf heel goed opletten wat hier plaats vindt. Proberen we door ontkenning zo snel mogelijk weg te vluchten voor dat wat we in feite nog als “echt” zien? Dan misbruiken we niveau I omdat we niveau II te bedreigend vinden. We worden echter niet gevraagd om te vluchten van leed en van de wereld maar om deze te vergeven. De vraag wordt nu: “wat is ware vergeving?”. Vertaald naar ons gangbare denken komt dan de vraag omhoog: “hoe doe ik dat, dat vergeven”?

Vergeven is dus niet een overhaast weglachen van de ellende of te snel zeggen: “het is niet echt”. De eerste stap, in mijn beleving, is juist niet weg te vluchten van de pijn, noch van de pijn in jezelf, noch van de pijn bij de ander. De cursus noemt dit wegvluchten “onwaardig”. Maar de erkenning en het doorvoelen van de pijn betekent toch ook niet dat je meegaat in het verhaal van de niet-student. Als we dit doen dan kan dit heel sympathiek en menselijk klinken. Wij menen dat begrip en medelijden terecht zijn. Begrip is dit wel, maar medelijden, hoe hard het ook klinkt, niet. We moeten erkennen dat vanuit het perspectief van geloof in afgescheidenheid de ellende enorm echt voelt maar we moeten steeds “maar toch” blijven zeggen. Als we deze hoop (Helen zei: “there must be another way”) loslaten en het lijden accepteren als echt en onontkoombaar dan zijn we hopeloos verloren in de droom en kunnen we de cursus net zo goed aan de kant leggen.

Maar doe dit alsjeblieft maar niet en pas de cursus toe. Nadat we hebben stilgestaan bij de pijn, het verdriet en de onrechtvaardigheid, is er de uitnodiging om onze mind te laten genezen door liefde. Ons denken moet ons behoeden voor het echt maken van de illusie om ons daarna te voeren tot de bereidheid ons hart te openen voor genezing. Ons denken moet ons eraan herinneren dat alles “mind” is, zelfs dat wat wij als ons fysieke lichaam en de fysieke wereld percipiëren. We ontkennen niet onze perceptie van ons lichaam en van de wereld maar zolang we ontkennen dat het percepties zijn in het domein van de geest ontnemen we onszelf de mogelijkheid om via genezing van de denkgeest (middels vergeving) dit daadwerkelijk te gaan ervaren. Weer verwijt de niet-student ons “ontkenning” en het volgen van een cirkelredenering. Het zij zo. Maar het is ons ongeloof in de geestelijke aard van wat wij zien als “de echte stoffelijke wereld” dat ons blokkeert in het ontvangen van genezing. De Cursus leert ons dat de felheid waarmee we ons hiertegen verzetten afkomstig is van onze rebellie tegen God. Wij (“ons ego”) zal de echtheid van het lichaam met felheid verdedigen. Het lichaam is zijn afgod, het bewijs dat de afscheiding gelukt is. Het opgeven hiervan zal zijn einde inluiden.

Nu zijn we gekomen op het punt van “een beetje bereidwilligheid”. Nu kunnen we de verlossing accepteren voor onszelf, voor de ander en voor “de wereld”. De Bijbel stelt: “je bent niet uit het vlees geboren maar uit de geest”. Er lijkt ons een grote strijd en een lange weg te wachten, maar dit geloof is koren op de molen van het ego. Het is al volbracht. Deze waarheid wordt uitgedrukt in de krachtigste metafoor die ik ken; die van de kruisiging maar vooral die van de opstanding. En met “metafoor” bedoel ik niet een fabeltje of sprookje maar de echte waarheid van de opstanding in de denkgeest die we als historisch feit percipiëren.

Aanvaarden van de verlossing vergt opgeven van ons ongeloof en ons openstellen voor de waarheid: we zijn schuldeloze, tijdloze kinderen van God. Dus je moet het eerst maar geloven voordat je dit zelf kunt ervaren? Nee en ja. Nee, niet in de zin van het aannemen van een verhaaltje. Maar ja; wel in de zin van vertrouwen. In onze binnenkamer mogen we op de knieën en beseffen dat we niks kunnen doen en, goddank, niks hoeven te doen. We hoeven niks te doen omdat het al volbracht is; we zijn de voltooiden.

In onze grote machteloosheid is onze enige uitweg nog altijd om de knie te buigen voor de waarheid, voor liefde. Noem dit alles gerust een cirkelredenering want inderdaad, de cirkel is weer rond en we komen Thuis. Goddank.

Ons NEE tegen de radicale boodschap van de Cursus.

De cursus in wonderen vertegenwoordigt een visie die haaks staat op wat wij “normaal” vinden. Vooral de werkboeklessen confronteren ons met deze radicaliteit.

Les 1: Niets wat ik zie betekent iets.
Les 2: Ik heb alles de betekenis gegeven die het voor me heeft.
Les 3: Ik begrijp niets van wat ik zie.

Wij denken: “mogelijk kijk ik een beetje door een gekleurde bril”. Maar ECIW leert dat de vergissing 100% is. We zitten er volkomen naast met wat we menen te zien en, helaas, ook en vooral met onze gedachten erover:

Les 4: Deze gedachten betekenen niets.
Les 15: Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt.

En dan die radicale, harde les 22: Wat ik zie is een vorm van wraak.

Ik zie alleen het vergankelijke.
Ik zie niets wat duurzaam is.
Wat ik zie is niet werkelijk.
Wat ik zie is een vorm van wraak.

Les 23 klinkt hoopvoller en biedt ons een ontsnappingsroute waarbij echter de bal bij onszelf wordt gelegd:

Les 23: Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalsgedachten op te geven.

In les 26 zie je de gevolgen van je aanvalsgedachten: je voelt je kwetsbaar: Mijn aanvalsgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid.

Dan twee lessen die ons razend maken, waar we geen bal van wensen te geloven. Lessen die een boodschap verkondigen die we onrechtvaardig vinden, beschuldigend, onethisch en bizar:

Les 31: Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie.
Les 32: Ik heb de wereld die ik zie bedacht.

Wat??!!! Er is toch zoiets als noodlot? Er bestaan toch onschuldige slachtoffers? Denk aan kindjes en aan mensen die getroffen worden door ziektes en natuurrampen! Dit kan niet waar zijn. Ik teken heftig protest aan. Iemand MOET mij dit maar eens uitleggen! Het is volkomen abnormaal en wie dit gelooft is dogmatisch, wereldvreemd, onrealistisch en sektarisch!

De Cursus is erop gericht om ons te leiden naar het inzicht dat we GEEN kwetsbare, sterfelijke slachtoffers zijn van de wereld die we zien. Kijk, tenslotte, naar

Les 35: Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.

1. Het idee van vandaag beschrijft niet de manier waarop jij jezelf nu ziet. Het beschrijft echter wel wat visie jou zal tonen. Het is moeilijk voor ieder die denkt dat hij in deze wereld is, dit van zichzelf te geloven. Toch is de reden waarom hij denkt dat hij in deze wereld is, dat hij het niet gelooft.

2. Je gelooft dat je deel uitmaakt van waar je denkt dat je bent. Dat komt doordat je jezelf omgeeft met de omgeving die je wenst. En je wenst die om het beeld dat je van jezelf hebt gemaakt te beschermen. Het beeld is deel van deze omgeving. Wat je ziet terwijl je gelooft dat je daarin bent, wordt gezien door de ogen van het beeld. Dat is geen visie. Beelden kunnen niet zien.

3. Het idee voor vandaag biedt een heel ander zicht op jezelf. Door jouw Bron vast te stellen, stelt het jouw Identiteit vast, en het beschrijft jou zoals jij in waarheid werkelijk moet zijn.

Ik zie mezelf als lastiggevallen.
Ik zie mezelf als neerslachtig.
Ik zie mezelf als een mislukkeling.
Ik zie mezelf als bedreigd.
Ik zie mezelf als hulpeloos.
Ik zie mezelf als winnaar.
Ik zie mezelf als verliezer.
Ik zie mezelf als menslievend.
Ik zie mezelf als deugdzaam.

Maar mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.

Wat doen we als we geconfronteerd worden met deze lessen? We kunnen het er hartgrondig mee oneens zijn en fel protesteren. Maar wie is het die hier niet aan wil? Wie strijd er zo fel en waartoe? We kunnen menen dat het “menselijk” is, warm en ethisch om niet mee te gaan in deze visie. We denken dat hier zoiets wordt gesteld als “eigen schuld, dikke bult”. Maar de hele Cursus is er juist op gericht om ons te verlossen van dit schuldgevoel. Heel subtiel leren we zelfs dat het verkapte arrogantie is van ons ego dat hij de macht wil hebben om zich afgescheiden (en daarmee zondig, schuldig en angstig)  te voelen. Het klinkt paradoxaal: we zijn gehecht aan ons geloof in kwetsbaarheid omdat we onbewust menen dat we ons hiermee daadwerkelijk los kunnen maken van God. Het is geloof in kwetsbaarheid en sterfelijkheid als rebellie tegen onze Schepper die ons liefdevol in Zijn armen houdt, wat we ons ook inbeelden.

Maar mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.

Een hap liefde.

Gisteren plaatste ik een blog over de tussenweg. Ik schreef hoe de meeste discussie ontstaat als we gaan nadenken over de verhouding tussen de wereld zoals we die kennen en waarnemen en de tijdloze werkelijkheid van de schepping. Bij die discussies proberen we de absolute waarheid van de schepping te begrijpen. Dat lukt slecht als we als instrument alleen ons verstand gebruiken. Ik vergelijk het wel eens met de situatie waarin je wilt weten hoe soep smaakt maar waarbij je jezelf beperkt door met mes en vork te rommelen in de soepkom. Het enige waar die mes en vork goed voor zijn, is om te grote stukken fijn te snijden. Maar als je wilt weten hoe de soep smaakt dan moet je een lepel pakken, je hart openen, en een hap (liefde) nemen.

De Cursus is een training voor de denkgeest en ik vrees dat we hierbij nogal eens denken dat dit hetzelfde is als een training voor het denken. Maar het Engelse “mind” dat vertaald is met “denkgeest” is meer dan ons verstand. In feite is het de eenheid van hoofd en hart. In Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt Jezus eerst van “mind” en “heart” en later legt hij uit dat hij dit onderscheid tijdelijk maakt opdat wij hem beter kunnen begrijpen.

In de “tussenstaat” waarin wij verkeren kunnen we druk bezig zijn om met mes en vork, met ons denken, de barricades voor het ervaren van liefde te verwijderen. We mogen ons verstand gebruiken om hapklare brokken te maken. Daarbij denk ik aan de werkboeklessen. Maar vervolgens moet je die lessen wel echt doen; je moet het voedsel naar je mond brengen, kauwen, proeven en slikken.

De weg die Jezus ons aanbiedt in de Cursus is niet zo heel lastig. De basisboodschap klinkt ongeveer als volgt:

“Geloof niet dat je afgescheiden bent van de Vader, van elkaar of van de wereld want je bent onderdeel van een geestelijke werkelijkheid. Als je oordeelt en aanvalt dan beleef je die eenheid niet. Als je omarmt en liefhebt wel.”

Eigenlijk is het bekende kost. Denk maar aan “geloof, hoop en liefde”. De mensen die in de tijd van Jezus zijn woorden geloofden en hem lief hadden, mochten hopen op genezing. In feite was deze genezing geestelijk van aard. De bijbel noemt dat “vergeving van zonden”, waarbij zonden het geloof in afgescheidenheid voorstellen. Deze genezing van de mind werd waargenomen als lichamelijke genezing.

Het is dus niet zo ingewikkeld om te zien hoe je mis kunt peren met de Cursus. Als je de eenheid alleen verstandelijk aanneemt dan denk je dat je niet hoeft te vragen om liefde aan de Vader, Jezus of de Heilige Geest omdat die in absolute eenheid volgens sommigen slechts symbolen zijn. En als je wat naïef bent en het helpen van anderen als “offeren” ziet dan herken je de eenheid nog niet tussen jezelf en de ander en zie je nog niet dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Als je een ander aanvalt dan versterk je de illusie van afgescheidenheid in jezelf en wat je in liefde geeft is ook aan jezelf gegeven.

Een Cursus van Liefde stuurt aan op heelheid van hoofd en hart die kortweg wordt aangeduid met de term “heelheid-van-hart”. Ik vond het bij het vertalen van dit boek wat gek dat “mind” niet langer genoemd wordt in deze term. Maar het is zo logisch. Als het snijwerk is gedaan en er wordt volop gegeten dan proef je één en al liefde en is er één en al “hart”. Van dit hart wordt gezegd dat het je wezen is, je Zelf. God, wat zit het mooi in elkaar. We herkennen pas wie we zijn als we ons in liefde verbinden met elkaar. Ik neem dus nog maar een hap: Ik houd van jou.

<Van gedachten wisselen over deze blog? Word lid van de FB-groep Een Cursus in Wonderen – met elkaar>

Via de tussenweg en met elkaar naar een Nieuwe Wereld.

Soms komt er een thema naar boven borrelen dat nadrukkelijk de aandacht vraagt en haast zichzelf opdringt. Al jaren schrijf ik blogs waarin ik probeer aan te geven dat het volgens mij “onhandig” is om ons overhaast af te keren van het lichaam, de wereld en het hele fysieke domein. Binnen de Een Cursus in Wonderen (ECIW)-gemeenschap lijkt soms een voorkeur te bestaan voor alles wat hyper abstract, eeuwig en grenzeloos is. Hoe kwam dit thema dan bij mij op?

• Door de nadruk die sommige ECIW-leraren leggen op het bereiken van innerlijke vrede, waarbij het leed in de wereld soms als minder belangrijk wordt gezien.

• Doordat het leed soms wordt afgedaan als “eigen projectie,” waarbij minder aandacht is voor de onderliggende roep om liefde.

• Omdat er minder aandacht leek te zijn voor het wonder in de betekenis van het laten stromen van liefde naar onze naasten, in woord, houding en daad.

• Omdat sommige ECIW-leraren Een Cursus van Liefde minder waarderen vanwege de positieve benadering van het fysieke domein.

• Omdat serieuze vragen over leed en noodlot soms met antwoorden werden afgehandeld die terug te voeren zijn op: “alles is eenheid en in deze eenheid kan eigenlijk niks gebeuren, dus alles is illusie”.

Het woord “illusie” biedt wellicht een goede ingang om dit thema te benaderen. Punt is dat wij op dit woord reageren door te zeggen: “aha, we laten ons niet foppen en geloven dus niet wat we menen te zien”. Een bekende cursus-tekst zegt dat de ellende die we zien voorkomt uit het feit dat de Zoon van God vergat te lachen. Dan lijkt lachen om de ellende de uitweg te bieden; toch? Toch heeft Jezus ons geen Cursus in Weglachen gegeven of Een Cursus in Negeren. Waar zit dan de crux?

In mijn beleving raken we uit koers zolang we blijven uitgaan van twee niveaus, waarbij niveau I de absolute waarheid is (eenheid, tijdloosheid, grenzeloosheid) en niveau II de illusie (droom, wereld, lichaam etc). Het klopt dat ECIW uitgaat van niveau 1, van de absolute waarheid: “Niets werkelijks kan bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat”, vinden we in het begin van het boek. Het lijkt dus logisch om ellende als illusie en projectie te zien, en om broeders en zusters erop te wijzen dat ze zich alle bedreigende ellende slechts verbeelden. Maar toch is dit niet Jezus’ aanpak. Hij biedt ons uitgebreide teksten en vele gechannelde boodschappen om ons te helpen.

Jezus’ doel is niet om ons met enkele oneliners de vredige tijdloosheid in te slingeren. Hoewel dit mogelijk het einddoel is, moeten we toch beseffen dat dit een laatste stap is die, volgens de Cursus, door God gezet zal worden. Voor ons is het hoogst haalbare om naartoe te werken de Nieuwe Wereld, of de Echte Wereld.

Natuurlijk begrijp ik ook wel dat het praten over niveaus slechts een hulpmiddel is, maar in de werkboekles van vandaag (Les 155: “Ik doe een stap terug en laat Hem de weg wijzen”), spreekt Jezus toevallig (?) ook over een soort tussenniveau, een tussenweg.

Een citaat hieruit:

Velen hebben verkozen de wereld te verzaken terwijl ze nog steeds geloofden in de werkelijkheid ervan. En ze hebben geleden onder een gevoel van verlies en zijn bijgevolg niet bevrijd. Anderen hebben niets dan de wereld gekozen, en zij hebben geleden onder een nog dieper gevoel van verlies, dat ze niet begrepen.

 Tussen deze paden ligt een andere weg die wegvoert van elk soort verlies, want offers en ontbering worden daar beide snel achtergelaten. Dit is de weg die jou nu wordt aangewezen. Je bewandelt dit pad zoals anderen dat doen, en je lijkt niet verschillend van hen, hoewel je dat wel degelijk bent. Zo kun je hen dienen terwijl jij jezelf dient, en hun schreden naar de weg leiden die God voor jou, en door jou voor hen, geopend heeft.

Illusie lijkt je nog altijd aan te kleven, opdat jij hen bereiken kunt. Toch is ze teruggetreden. En het is geen illusie waarvan zij jou horen spreken, noch illusie waarnaar jij hun ogen kijken laat en die je hun denkgeest laat bevatten. Evenmin kan de waarheid, die voor jou uitgaat, door illusies tot hen spreken, want de weg leidt voorbij illusies nu, terwijl je hen onderweg oproept jou te volgen.

Het mooie van dit citaat is dat Jezus ons erop wijst dat het niet de bedoeling is vroegtijdig de wereld te willen verzaken door alles af te doen als illusie. Hoewel op dit tussenniveau de illusie nog aan ons vast lijkt te kleven zijn we toch geroepen om met elkaar op weg te gaan. Door elkaar te dienen, dienen we ook onszelf.

Zo gaan we eerst maar eens samen op pad naar een nieuwe wereld. Het lijkt mij interessant om verder op zoek te gaan naar wat ECIW en Een Cursus van Liefde ons leren over deze nieuwe wereld. Hoe staan jullie hierin? Wat zijn jullie gedachten en ervaringen over onze gezamenlijke tussenweg?

Hartegroet,

Simon

(Wil je verder praten over deze blog? Dat kan in de Facebook groep Een Cursus in Wonderen -met elkaar.
Welkom!

Sprakeloos over God

We zijn soms zo heerlijk (schuldeloos) arrogant als we nadenken en spreken over God. We zeggen dan zoiets als: “God weet niets van deze wereld” en menen vervolgens dat we het aardig begrepen hebben. Zolang we echter niet weten wie of wat wij zelf zijn, snijden dergelijke uitspraken weinig hout. Ze kunnen zelfs averechts werken. Als we dit soort grote uitspraken doen dan nemen we als het ware een voorschot op de waarheid terwijl we zelf nog dromen. Voor ons denken klopt het allemaal als een bus: “God is eenheid, alleen de eenheid is echt en binnen deze eenheid is er geen onderscheid mogelijk. De wereld suggereert dat de eenheid doorbroken is, dus het is onmogelijk dat God hier iets vanaf kan weten. Als dat zo was dan zou Hij de illusie echt maken”.

Als we echter zo stug doorredeneren dan belanden we in een verhaal dat ongetwijfeld “waar is” maar mogelijk niet zo behulpzaam zolang we dromen. Want in die absolute eenheid zijn er helemaal geen dromers, is er dus ook geen entiteit genaamd Jezus en is het dus ondenkbaar dat deze Jezus het nodig zou vinden om een boek genaamd “Een Cursus in Wonderen” te dicteren aan Helen Schucman. Een hardcore cursus-student zou direct tegen Jezus zeggen dat hij niet moet proberen om te helpen omdat Jezus hiermee de illusie echt zou maken. Hij zou Jezus de tip geven om zijn denkgeest te laten genezen want als Jezus hulpbehoevende broeders en zusters meent te zien dan moet hij kennelijk nog de verzoening voor zichzelf accepteren. Dezelfde doorgewinterde student zal ons vertellen dat het ten diepste onzin is om ons uit te strekken naar Jezus, de Heilige Geest of naar de Vader. De eerste twee zijn slechts tijdelijke symbolen, de Vader weet niks af van ons en geen van allen willen ze hun handen branden aan “deze wereld” omdat ze, zoals gezegd, deze niet echt willen maken. Dit is de reden dat ik het vroegtijdig schermen met dit soort teksten, hoe waar ze ook mogen zijn, gewoonlijk weinig behulpzaam vind. Anders gezegd: dit soort stellingen kunnen nieuwe barricades worden voor de liefde die we zijn. Ik zal proberen uit te leggen hoe ik dit zie.

Ik las ergens dat cursus-leraar Robert Perry stelde dat God weliswaar niets weet van wat wij zien als echte problemen maar dat Hij wel degelijk “voelt” dat zijn “kanalen geblokkeerd zijn”: Txt 4:VII.6:

 4Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

En natuurlijk begrijp ik ook wel dat er niet een droevige oude man met een lange baard op een wolk zit te huilen van eenzaamheid. Maar Jezus gebruikt deze woorden in de Cursus om ons te helpen. En hij weet dat het beeld dat hij met deze tekst schetst voor ons het meest behulpzame beeld is. Het beeld van liefde die niet stroomt, van liefde die wil verbinden en verenigen.

De hoofdboodschap van de Cursus is dat deze liefde als het ware niet compleet is zolang wij ons niet uitstrekken naar- en laten vervullen door deze liefde. Het maakt niet uit of wij, voorlopig, nog wat duaal denken over Vader, Jezus en de Heilige Geest als we ons maar openstellen voor liefde.

Er zijn meerdere wegen naar “verlichting” of, in Bijbelse en Cursus-termen, naar verlossing. Maar Jezus zegt dat wij aan elkaar gegeven zijn om zo een snelweg te hebben naar deze verlossing. Genoemde lieve hardcore-broeders en zusters zullen ons willen zeggen dat er geen anderen zijn om te helpen. Dat we onze eigen denkgeest moeten laten genezen als we denken dat er anderen zouden zijn die hulp nodig hebben. Als we zouden helpen dan zouden we, daar heb je het weer, de illusie slechts echt maken. Jezus zelf heeft minder angst voor deze illusie dan wij. Hij geeft ons de Cursus, helpt ons hiermee en nodigt ons uit om het wonder voor onszelf te aanvaarden en aan te bieden aan anderen. Wonderen als uitingen van liefde.

Dus in onze ontmoeting met anderen hoeven we hun geloof in “wereldse problemen” niet als ultieme werkelijkheid te zien. Zolang we dat doen hebben we inderdaad zelf nog wat bijgeloof op te ruimen. Maar ook wij mogen in de hulpvraag een roep om liefde zien en ons onze ware functie herinneren: Txt 2:V:18:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik me door Hem laat leren hoe ik anderen genees.

Zie je de pure schoonheid hiervan?

Ik heb gemerkt dat het, voor mij althans, veel fijner is om dicht bij de taal, metaforen en symbolen als je wilt, te blijven die Jezus in de Cursus gebruikt. En ja, Jezus spreekt ook over eenheid. Dit woord komt zo’n 150x voor in de Cursus. Maar liefde klinkt zo’n 1500x. De wonderlijke eenheid, de verbondenheid en eenheid met onze Vader en met elkaar, is wat wij steeds meer gaan ervaren als we ons verstand onder curatele stellen van ons hart. Via de weg van liefde groeit ons besef van ondoorgrondelijke eenheid en verbondenheid. Joden mochten de naam van God niet uitspreken. Ook ons past grote bescheidenheid als we overwegen te spreken over God.

Gevoel krijgen voor de mentale aard van de werkelijkheid.

Eén van de centrale boodschappen van ECIW is dat de werkelijkheid geestelijk van aard is. Dat vormt de basis voor uitspraken als “ik ben niet dit lichaam” en “er is geen wereld”. Mijn vraag is in welke mate dit besef werkelijk is doorgedrongen in onze mind. Uit gesprekken tussen ECIW-studenten blijkt niet zelden dat het lichaam op paradoxale wijze toch weer heel echt wordt gemaakt. We praten haast te gemakkelijk over “de illusie” en dat stelt weliswaar ons denken tevreden maar levert nog niet een echt doorleefde ervaring op van de geestelijke aard van de werkelijkheid.

Eerder meldde ik dat ik gecharmeerd ben van het werk van de hedendaagse filosoof Bernardo Kastrup. Hij leidt ons denken naar dezelfde boodschap: de werkelijkheid die wij buiten ons menen te zien is in werkelijkheid “binnen ons”, ze is mentaal van aard. Het kost aanvankelijk enige moeite de opbouw van zijn betoog te volgen maar dan kan het kwartje plotseling vallen. Dit leidt tot een Copernicaanse omwenteling in het denken. Destijds zag men plotseling dat de zon niet om de aarde draaide maar andersom. Natuurlijk kan ik niet in één blog samenvatten waar Bernardo een boek voor nodig heeft (Zie: “Waarom materialisme totale onzin is”). Maar ik wil toch proberen zijn denkrichting enigszins te duiden omdat dit ons mogelijk helpt bij verdieping van ons inzicht en onze ervaring.

De gangbare opvatting van ons allemaal en van de hedendaagse wetenschap luidt ongeveer als volgt: er is een fysieke wereld die wordt geregeerd door natuurwetten. Beelden van die wereld komen via de zintuigen ons lichaam binnen, bereiken onze hersenen en daar worden wij ons bewust van de wereld. Dat dit inderdaad de hedendaagse denkwijze is blijkt uit het feit dat wij geloven dat iemand die hersendood is, niet langer bewust is. Dus als we zo redeneren dan is de fysieke wereld primair (de oorzaak) en ons bewustzijn secundair (hangt af van de fysieke wereld). Bernardo doet een stap achteruit en vraagt zich af hoe wij gekomen zijn tot dit wereldbeeld. Hoe je het ook wendt of keert; wij komen tot dit materialistische wereldbeeld langs de weg van (wetenschappelijke) observatie. We nemen allerlei zaken waar en maken er vervolgens een kloppend verhaal van.

Maar wacht eens even, het begin is dus: “we nemen zaken waar” of “we observeren iets”. Als we dit echter uitpellen dan is onze enige zekerheid “waarneming / observatie”, ofwel “gewaarwording” ofwel, bewustzijn. Hiermee begint het, dit is primair. Er is waarneming. Punt. Deze waarneming is een puur mentale, een geestelijke, kwestie. Vervolgens komt de denkfout waarbij we stellen dat er, omdat we “zaken” waarnemen, er op zichzelf staande “fysieke zaken” (lees: een fysieke wereld) moet zijn. Maar hier wordt een geloofsstap gezet! Zie je het? Alles wat wij kunnen kennen is gebaseerd op fenomenen binnen bewustzijn (onze bewustwording). Hierna stellen wij dat er, omdat we ons van “iets” bewust worden, een “iets fysieks” buiten “ons” moet zijn. Maar dit is geloof. Wij, mentale wezens, zien mentale beelden in de mind en noemen deze beelden “fysieke zaken”, een fysieke wereld. Aanhangers van een materialistische wereldvisie zijn dus eigenlijk gelovigen; zij postuleren een fysieke wereld buiten “ons” maar dat is, zo betoogt Bernardo, een onnodige aanname. We kunnen alles verklaren binnen die ene, mentale werkelijkheid waarbij het veronderstellen van een van ons losstaand fysiek domein onnodig is.

Vervolgens kunnen er allerlei bezwaren en tegenwerpingen naar boven komen (bijvoorbeeld: “tijdens slaap narcose ben ik toch bewusteloos?”) en op YouTube staan talloze filmpjes met discussies tussen Bernardo en andersdenkenden. Deze tegenwerpingen blijken vol cirkelredeneringen en aannames te zitten en Bernardo heeft de gave deze één voor één te ontmantelen.

ECIW gaat overigens verder dan Bernardo. Bernardo ziet een soort oerwil terug in het mentale veld (en sluit hierbij aan bij de Duitse filosoof Schopenhauer). Volgens mij stemt dit overeen met wat ECIW duidt als de wens tot afscheiding, dus in feite de vergissing. Dit maakt dat in de visie van Bernardo alles bepaald lijkt door deze oerwil. We zijn dan onderdeel van een mentale werkelijkheid waarin alles gewoon gebeurt zoals het gebeurt. ECIW tilt de visie hoger en biedt ruimte voor wonderen: het binnenstromen van liefde in de mentale wereld waardoor de hele beeldvorming (onze perceptie) binnen de mind spectaculair kan veranderen.

Waarom is dit belangrijk, in elk geval voor mijn begrip? Op mij heeft het werk van Bernardo het effect dat ik meer “gevoel” krijg voor de ware aard van de werkelijkheid. Daardoor zie ik de fysieke wereld steeds meer als beeld in de mind. Ik zie hoe snel je de mist in kunt gaan door dit beeld af te doen als “illusie”. Een beeld in de mind is een beeld in de mind, niets meer maar ook niets minder. Maar een beeld in de mind is in mijn beleving veel ontvankelijker voor correctie dan een veronderstelde “harde fysieke werkelijkheid”. Ik merk dus dat de visie van Bernardo mij helpt om schijnbare blokkades te ontmantelen als denkbeeldig (letterlijk!) en daarmee neemt mijn ontvankelijkheid voor het wonder toe.

Dit is geen pleidooi om iedereen richting de zienswijze van Bernardo Kastrup te sturen. Zijn visie en uitleg blijken voor mij handige barricade-slopers te zijn, maar niet noodzakelijk voor jou. Maar wellicht is dit toch voor enkelen behulpzaam. Dat zou dan fijn zijn.

Hartegroet,

Simon

https://www.youtube.com/watch?v=hDbCTxm6_Ps&list=PL64CzGA1kTzi085dogdD_BJkxeFaTZRoq