Soms kun je niet anders dan een blog beginnen met een cliché. Zo’n cliché is dat heel veel wijsheid tradities uitgaan van een voor ons verstand onbegrijpelijke, tijd- en ruimteloze eenheid. Dit is het “domein” waar alles en niets samenvallen en van waaruit “iets” ontstaat. Algemener kan ik het niet zeggen. Als ik dat laatste zou vervangen door “van waaruit iets geschapen wordt” dan neigt het al weer naar religieus taalgebruik.
Dat “iets” dat ontstaat is geen eenheid meer. Wij denken direct aan de wereld zoals wij die ervaren met onze zintuigen. Dit is een wereld in tijd en ruimte. Wij zien onszelf hierin rondlopen als afzonderlijke en sterfelijke wezentjes. Dan volgt onvermijdbaar cliché 2: er wordt ons verteld dat we meer zijn dan dat. De materiële wereld en ons materiële lichaam zijn niet meer dan deelaspecten van wat wij werkelijk zijn.
Dat is de kernboodschap van Jezus: “Lieve mensen, laat je niet foppen door wat je meent te zien; je bent meer dan een sterfelijk poppetje in een materiële wereld”. We zijn veel meer dan dat. We zijn geestelijke wezens met scheppingskracht. Jezus houdt het niet bij deze mededeling maar biedt ons een snelweg naar de mogelijkheid om dit te ervaren. Hij legt uit dat liefde ons wezen is, ons doel maar ook het middel (de weg) om dit te ontdekken.
Jezus is wonderbaarlijk consistent in al zijn woorden die door zo veel kanalen tot ons komen. Als je ervoor openstaat herken je deze kernboodschap vrij simpel keer op keer. Door onze naasten lief te hebben, gewoon in ons dagelijks leven, (het aanbieden van wonderen) ontdekken we dat we niet van hem of haar gescheiden zijn en dat we in eenheid verbonden zijn met onze Bron: Liefde (God, de Vader).
Dan de nuttige cliché 3: omdat we zo geobsedeerd zijn door de wereld die onze zintuigen ons tonen worden we door talloze spirituele leraren geadviseerd om de blik hier eens van af te wenden. We kunnen “naar binnen” kijken of leren om voorbij uiterlijke vormen te kijken. Pas als we niet meer gevangen zijn door zintuigelijke indrukken, inclusief gedachten en gevoelens, komen we op het spoor van onze Bron en proeven we iets van die potentievolle stilte die aan de basis ligt van ons wezen.
In de zentraditie is er het verhaal van het temmen van de os waarbij de os symbool is van de menselijke geest. Deze os dwaalt meestal maar wat rond en volgt zijn verlangens, stemmingen, angsten enzovoorts. In tien stappen vertelt het verhaal hoe de os getemd en getransformeerd kan worden in het direct ervaren van het hier en nu. Dan kan werkelijke vrijheid worden beleefd. Dit is de negende stap van het proces: teruggekeerd tot de oorsprong.
Sta hier als je wilt eens bij stil. Veel ECIW-studenten en leraren, met name Ken Wapnick, lijken zich volkomen te richten op het bereiken van de negende stap, de terugkeer tot de oorsprong. Het gehanteerde instrument hierbij is dat van de ontkenning. De ontkenning van alles wat riekt naar differentiatie, naar individuatie, naar meervoudigheid. Ken Wapnick heeft gemeend de boodschap van Jezus nog wat meer kracht bij te moeten zetten en heeft bij het samenstellen van zijn FIP-editie van ECIW zeer veel verwijzingen naar elke “vorm” verwijderd of herschreven. Zo vond hij het woord “ziel” te veel getuigen van individuatie maar ook een meervoudsvorm als “Zonen” van God. Ik begrijp en respecteer zijn zorg dat lezers van ECIW niet ver genoeg voorbij de veelheid van “vormen” zouden kijken. Hij focuste geheel op het corrigeren van onze perceptie waarbij de blik naar binnen moest worden gericht, naar de lege oorsprong. Ken heeft ons willen behoeden voor een terugval van het negende stadium naar lagere stadia maar hij heeft dit zo gedreven gedaan dat de tiende stap bijna uit beeld verdwenen is.
Deze tiende stap is: Met lege handen naar de markt. Jezus geeft in de volledige versie van ECIW een volledig stappenplan. Hij wil ons niet opleiden tot monniken die vervuld van innerlijke vrede ervoor kiezen om hoog op een berg te gaan zitten in ontkenning van de wereld om hen heen. Hij wil dat we georiënteerd blijven op onze wereld, op onze naasten. Het is onhandig als we het bestaan van deze wereld en onze naasten afdoen als een illusie. Dat gebeurt niet in de Zen-traditie en ook Jezus ziet ontkenning van de wereld en van onze naasten niet als ons doel. Ontkenning van afgescheidenheid? Ja. Ontkenning van de schepping? Nee. Jezus vraagt ons om wonderen aan te bieden aan onze naasten en om onze liefde te laten stromen. Gewoon hier, gewoon op de markt.
Met alle waardering voor het werk en de inzet van Ken Wapnick denk ik dat het goed is dat er steeds meer aandacht komt voor de complete boodschap van Jezus. Zo wordt er nu door Peter Duivenvoorden gewerkt aan de vertaling van een completere versie van ECIW (zie eerdere blog). En het zal niet voor niks zijn dat Jezus 20 jaar geleden aan Mari Perron zijn Een Cursus van Liefde (ECVL) doorgaf waarbij hij ons angstige verstand met zorgen over “het echt maken van de markt” liefdevol kalmeert.
Het begin van de boedhisattva-gelofte luidt:
Hoe ontelbaar de levende wezens ook zijn,
ik beloof hen allen te bevrijden.









