Ons beperkte gezichtspunt.

Als we praten over God, Jezus en de Heilige Geest (HG) dan doen we dat met een vanzelfsprekendheid die voor verwarring kan zorgen. We vergeten namelijk makkelijk om ons eigen standpunt in ogenschouw te nemen. Dat standpunt wordt, zeker aanvankelijk, bepaald door ons geloof een afgescheiden zelf te zijn, een ikje. Vanuit ons zelf gaan we nadenken over God, Jezus en de HG. Dit doen we op een duale manier die ook nog eens tijdgebonden is: Eerst was er God, die schiep de Zoon (dat zijn wij), de Zoon beging een vergissing en bedacht de 3D-wereld, toen kwam onze oudere broer Jezus als ons voorbeeld en om ons, samen met de HG, de terugweg te wijzen. Soms voegen we nog een tussenstap toe waarbij de ene Zoon zich splitst in een zoonschap met vele zonen. De werkboekles van vandaag (Nr 45) corrigeert dit duale beeld door te stellen: “God is de Denkgeest waarmee ik denk”. Hierin staat een mooie, haast mysterieuze, zin:

“Zoals jij deel van Zijn Denkgeest bent, zo zijn jouw gedachten deel van Zijn Denkgeest”.

De werkboekles benadrukt de eeuwigheid, de tijdloosheid en heiligheid, van onze ware aard, van onze essentie. De hele Cursus is erop gericht om ons deze heiligheid weer te laten herinneren, om de sluier van onwetendheid op te lichten en ons niet langer te laten foppen door onze duale manier van denken, door onze beperkte nep-gedachten.

Laat ik proberen met een voorbeeld ons beperkte gezichtspunt duidelijk te maken. Zoals we nu leven, dus vanuit ons ikje, lijkt ons van alles te overkomen waar we helemaal niet op zitten te wachten. We voelen ons “slachtoffer van de wereld die we zien”. Jezus legt echter uit dat “wij onszelf kruisigen”. “We” doen onszelf alle leed van de wereld aan. Maar wie is die “we” dan? Nu kunnen we een klein beetje uitzoomen. We kunnen zien dat het ikje, ons ego, niet meer is dan een denkbeeld in de geest van de Zoon van God. ECIW leert ons dat we als Zoon van God, als een soort collectief, een nare wereld bedenken. We zijn ons hiervan niet bewust dus vanuit ons ego-standpunt lijkt ons van alles te overkomen en beseffen we niet dat “we” eigenlijk onszelf voor de gek houden. Kortom: vanuit het ego voelen we ons slachtoffer omdat we het grote plaatje niet zien. Omdat we niet beseffen dat we veel ruimer zijn dan ons kleine zelf, dat we een Zelf zijn met hoofdletter Z, ofwel een Zoon van God.

De nachtmerrie-wereld die we als Zoon Zelf bedenken blijkt een soort dubbelfunctie te hebben. Aan de ene kant biedt deze wereld ons de illusie van lijden, maar omdat onze draagkracht beperkt is worden we het leed zat en raken we bereid om ons open te stellen voor correctie. Die correctie komt vanuit die ene Denkgeest waar we onderdeel van vormen. Vanuit ons beperkte perspectief voelt dit als iets wat na de vergissing komt en als iets wat van buitenaf komt: de Heilige Geest als corrigerende entiteit. In werkelijkheid gebeurt dit alles NU, in dit ondeelbare ogenblik. In ene is in de denkgeest van de Zoon zowel de vergissing als de correctie.

In ditzelfde ogenblik is er ook die ene Zoon die het hele zogenaamde drama doorzien heeft. Deze Zoon heet Jezus. Dit doorzien van de illusie, deze onmiddellijke correctie door hem, kun je ook Heilige Geest noemen. In de Bijbel wordt dat in een chronologisch verhaal uitgedrukt: Jezus stijgt op naar de Hemel (Hemelvaart, besef van eenheid binnen de Denkgeest) en laat ons de HG na om ons verder te helpen (in die ene Denkgeest “leeft” de Heilige Geest, onze innerlijke Stem).

In vele geloven gaat men ervan uit dat God de wereld heeft geschapen en dat de ellende die we ervaren een straf van God is. Wij als cursusstudenten vinden het prettig om “de fout” bij onszelf te leggen, bij onze ego-neigingen. Zoals net uitgelegd kunnen we het ook “iets hoger op” zoeken: bij de Zoon. De Zoon heeft de wereld gemaakt, de Zoon vergist zich en droomt (“schept”) de illusoire wereld. Hoe dan ook; vanuit ons kleine zelf voelt het alsof de nachtmerrie, “de straf” van buitenaf komt.

We kunnen het fijn vinden om God via onze metafysica (het verhaal van de zich vergissende Zoon) schone handen aan te bieden. We zeggen dan dat niet God zich vergist (“Hij weet niets van deze wereld”), maar de Zoon. Toch kunnen we simpel inzien dat zowel voor ECIW-studenten als voor klassiek gelovigen geldt dat ze de indruk hebben dat de ellende hen overkomt, dat het leed van hoger hand komt. ECIW studenten geloven dat de Zoon zich vergist, klassiek gelovigen menen dat God hen straft.

Zie je dat er eigenlijk vanuit ons beperkte perspectief geen verschil bestaat tussen deze standpunten? Vanuit ons kleine zelf ervaren we dat ons “van buitenaf” leed wordt aangedaan. ECIW stelt dat dit komt van het niveau van de Zoon en vele gelovigen menen dat dit komt vanuit een boze God die zich opwindt over onze zonde (=onze keuze voor afscheiding).

Het aardige is dat in het begin van de oorspronkelijke en complete versie van ECIW tekstfragmenten staan die stellen dat God ons de wereld biedt ter correctie (zie blog:Schiep God ruimte en tijd? – ECIW coach ). Het is ons duale denken dat krampachtig probeert onderscheid te maken tussen God, Zoon, ego, Jezus en HG en “de fout” bij het ego of hooguit bij de Zoon wil leggen maar zeker niet bij God. Maar het hele “proces” vindt schijnbaar plaats binnen die ene Denkgeest waar de werkboekles van vandaag op doelt. ECIW wil ons duidelijk maken dat er in werkelijkheid, dus in de ene Denkgeest, niets aan de hand is. Wij ervaren ellende en maken er een verhaal van dat varieert van “De Zoon vergat te lachen” tot “De mens wikt maar God beschikt”.

Momenteel lees ik het een en ander over Kabbala. Ook hierin worden prachtige metaforen gebruikt om uit te leggen “wat er gebeurd is”. Zo las ik dat God zich terugtrok opdat er een ruimte kon ontstaan waarin het besef ontstond een afgescheiden entiteit te zijn. Deze entiteit is volgens de bedoeling van God egoïstisch met een ingebakken verlangen om (liefde) te willen ontvangen. God wordt gezien als onvoorwaardelijk schenkende liefde. De terugweg voor de mens bestaat uit het overstijgen en transformeren van het kleine verlangen naar aards geluk tot een groot verlangen naar de Schepper en door te leren dat “geven”, onvoorwaardelijke liefde, de terugweg biedt waarbij de gelijkvormigheid aan de Schepper hervonden wordt.

Het is allemaal prachtige en behulpzame beeldspraak. Ik ervaar het als verrijkend om voorbij de ogenschijnlijke verschillen tussen klassiek geloof, ECIW en Kabbala de rode heilige Draad te zien. Ik kan hierover blijven schrijven maar zal toch afronden. Alle stromingen wijzen erop dat ons diepe verlangen alleen vervuld kan worden door liefde. Liefde voor Hem, liefde voor ons Zelf en liefde voor onze naasten. Liefde is middel en doel. Wat een heerlijkheid.

PS: Een Cursus van Liefde (ECVL) biedt een prachtige verheldering van onze (heilige-) relatie met Jezus en met God. Van harte aanbevolen.  

De door ons gemaakte absolute-eenheid-god.

Ooit verliet ik de kerk omdat ik moeite had met het beeld van een God die behoefte zou hebben aan offers. Ik vond de paasdiensten bijna niet om aan te horen. Ik ontdekte dat elk beeld dat wij ons vormen van wie of wat God is, tekortschiet en schreef daar twee boeken over (Een Christen op Satsang, Geen beeld van God). Het hielp mij om God meer te zien als symbool van de eenheid en ik zag overeenkomsten tussen bepaalde Bijbelpassages en de Advaita leer. Kort daarna ontdekte ik Een Cursus in Wonderen (ECIW) en ik ervoer het lezen hiervan als een feest van herkenning.

Onze neiging om God te willen begrijpen blijft echter bestaan. Het duurde even voordat ik besefte dat de voorstelling van God als “eenheid” in feite een nieuw beeld inhoudt. Ik ontdekte dit in talloze gesprekken met medestudenten van de Cursus. In deze gesprekken kreeg ik een “niet pluis” gevoel. Cursus-studenten geloven gelukkig niet meer in een wraaklustige God die ons zou willen straffen. In plaats hiervan wordt God nu echter niet zelden afgeschilderd als “iemand” die niets afweet van de wereld die Zijn Zoon aan het dromen is.

Langzaam maar zeker begin ik te zien dat dit nieuwe godsbeeld invloed uitoefent op hoe wij in het leven staan. Bij een klassiek godsbeeld van een rechter-god proberen wij braaf te leven volgens regels die wij aan deze god toeschrijven. Bij het beeld van een absolute-eenheid-God gebeurt er iets anders. Het kan gebeuren dat dit beeld bij studenten de neiging oproept om alles wat niet in overeenstemming is met ons begrip van absolute eenheid te ontkennen. In absolute eenheid kan per definitie niets gebeuren (dus we kunnen niets doen), er kan geen wereld bestaan waarin sprake is van differentiatie en individuatie (“God weet niets van deze wereld”) en er kan geen sprake zijn van andere mensen die in nood verkeren (“als je wilt helpen maak je de illusie echt”).

Klopt dat nieuwe Godsbeeld dan niet? Dat beeld van absolute eenheid? We denken dat dit terechte vragen zijn. We menen onbewust nog steeds dat het mogelijk zou zijn om een juist godsbeeld te vormen, om god te begrijpen. We overschatten, anders gezegd, de reikwijdte van ons verstand, van ons denkvermogen. Dit denken kan behulpzaam zijn om ons te leren hoe dingen niet in elkaar zitten. Het kan ons erop wijzen wat het geloof in bepaalde godsbeelden met ons doet, zoals ik in dit stukje probeer te doen. Hopelijk ontstaat hierdoor enige ruimte in onze mind om gevoel te krijgen voor dat wat niet meer te omschrijven is.

Dit proces wordt omschreven in Een Cursus van Liefde (ECvL). Dit wonderlijke boek ligt prachtig in het verlengde van ECIW. Jezus vertelt ons in ECvL dat ECIW het ego-bolwerk danig heeft verzwakt en ons voor een brug heeft geplaatst. Dankzij ECIW heeft er een grote schoonmaakactie plaatsgevonden in de mind. Op zich is dit voldoende om de weg voor liefde vrij te maken. Als je mij vraagt of ECIW een complete leerweg is dan antwoord ik die vraag met een volmondig “ja”. Waarom dan toch ECvL? Ik vermoed dat Jezus ziet dat we nog steeds te veel waarde hechten aan de macht van ons denkvermogen. We denken dat we met het nieuwe godsbeeld, dat van een absolute-eenheid-god, de brug kunnen oversteken. We zien echter niet dat de kans bestaat dat dit beeld averechts kan werken en de illusie van afgescheidenheid kan versterken. We menen dat een afstandelijke Godheid ons voorbeeld is en dat wij ons afstandelijk dienen op te stellen jegens de wereld en jegens anderen. Helaas is er een nieuw duaal geloof ontstaan met aan de ene kant de waarheid en aan de andere kant de illusie, aan de ene kant een onwetende God en aan de andere kant onze wereld. Op grond hiervan menen we dat we maar het beste Gods voorbeeld kunnen volgen en deze wereld ontkennen. In een eerdere blog heb ik de gevolgen van dit “destructief gebruik van ontkenning” beschreven.

Wat dan wel? ECvL helpt ons om het enige behulpzame beeld van God, het belangrijkste beeld van God in de Bijbel en in ECIW, weer in herinnering te roepen: het beeld van God als Liefde, als liefdevolle Vader. De “methode” van ECIW is vergeven en deze vergeving draagt het karakter van “nuttige ontkenning”: er is geen schuld en er zijn geen echte grenzen. Maar deze ontkenning heeft niet tot doel om ons los te maken van God, van anderen of van de wereld maar juist om ons ultieme verbondenheid en relatie met onze Bron en met elkaar te herinneren.

Niet “een juist Godsbeeld”, niet een nieuw geloof in absolute eenheid, noch ontkenning is de veilige weg die Jezus ons aanraadt. Liefde is zowel middel als doel. ECvL wijst ons erop dat wij de diepe betekenis van het woord “liefde” niet meer beseffen. Het woord is wat sleets geworden. Maar in liefde ligt het hele mysterie van schepping besloten. Volgens ons verstand kan er in absolute eenheid helemaal niets gebeuren. In absolute eenheid is “alles” en “niets” precies hetzelfde.

Het enorme wonder van de Schepping is dat er vanuit dit ogenschijnlijke niets toch alles is ontstaan. Liefde breidt uit, geeft zichzelf weg in een eenheid waarin uitbreiding en geven (en ontvangen) volgens ons denken onmogelijk zijn. Het simpele feit dat we weten dat er “iets” is zou ons geloof in een abstracte, koude en absolute eenheid moeten ontmantelen. We kunnen het beste in ontzag zwijgen voor dit enorme mysterie. God is en Hij is Liefde.

God heeft geen weet van vorm dus kan nooit in vorm zijn?

Dit is de strekking van de reactie die iemand gaf naar aanleiding van de werkboeklessen van gisteren en vandaag (29 en 30). Hoewel ik de intentie van de schrijfster meen te herkennen, zie ik de achterdeur naar een duaal godsbeeld alweer opengaan.

De uitnodiging en uitdaging is om bij het lezen van ECIW en bij uitspraken zoals “God kan niet in een tafel zijn” de blik naar binnen te slaan in plaats van naar buiten. We menen te snel dat wij iets over zowel God als over de tafel kunnen zeggen en dreigen dan te vervallen in een onzinnige discussie. Over die tafel lijken de meeste studenten het wel eens te zijn: het is een fysieke vorm dus niet echt. Vervolgens lijkt het appeltje eitje: God is geest en hij kan dus nooit letterlijk in een vorm zitten. Logisch toch? Het enige wat dan nog recht gepraat moet worden is de kwestie dat Jezus in werkboekles 29 ons wel letterlijk laat oefenen met een zin als: “God is in deze kleerhanger”. Maar ook hier hebben we een oplossing voor bedacht: “Jezus zegt het wel, maar alleen om ons iets te leren waar we nu eigenlijk nog niet helemaal bij kunnen. Maar eigenlijk is het (natuurlijk?) niet waar”. Waarom zeggen we dit? Wat proberen we veilig te stellen? Niets anders dan ons eigen beeld van God. We zien God als een geestelijke eenheid. In absolute eenheid is elke vorm van individuatie en differentiatie onmogelijk. Maar klopt dit?

Hier kan de metafoor van de oceaan handig zijn, hoewel ik besef dat elke metafoor zijn beperkingen heeft en niet overvraagd moet worden. Zie God eens als een oceaan. Een oceaan van zijn. Het bijzondere is dat om zichzelf te kennen zelfs de spiegelgladde oceaan moet scheppen, moet gaan golven. God heeft natuurlijk helemaal geen moeite met deze golven die vanuit Hem oprijzen. Laten we ons zien als zo’n golf. In ons goede, ons ware doen, weten we dat we nog steeds één zijn met de oceaan en in deze eenheid verbonden met alle golven die we om ons heen zien. Zoals God vreugde schept in de golven die hij schept zo ervaren wij vreugde in onze verbondenheid met Hem en met de hele schepping.

Helaas kiezen wij ervoor om ons los te denken van de oceaan. We zijn het spoor (onze eenheid en verbondenheid) totaal bijster. We geloven in afgescheidenheid en in echte verschillen. We zien de oceaan als afgescheiden entiteit, God, en alles om ons heen als anders en afgescheiden van onszelf. Plotseling zien we kleerhangers, tijdschriften, een lichaam, een deur enzovoorts.

Nu valt de correctie die Jezus ons biedt in de Cursus heerlijk op zijn plaats. Hij wil ons weer wijzen op het feit dat alles “bestaat uit God”, dat alles denkgeest is. Hij zegt: “Joh; alles wat je ziet is eigenlijk het water van de oceaan. God is water, net als jij, en dat water is in alle dingen die jij ziet”. Voel je het? Kun je genieten van deze heerlijke correctie? Ons hart maakt een vreugdesprong nu ons denken zo krachtig gecorrigeerd wordt. We mogen dankbaar zijn voor de oefening.

Maken we nu onze illusie van afgescheiden vormen echt? Nee, natuurlijk niet, juist niet! Stellen we dat God letterlijk in een kleerhanger is? Dit ligt subtieler. We zeggen dat niks kan bestaan buiten God, buiten de denkgeest. Alles is water. Dus ook de kleerhanger is water en “bevat” dus God. Wat is dan het verschil tussen Gods ware visie en onze huidige blik? Wij zien een aspect van de oceaan, een druppeltje genaamd kleerhanger, als een op zichzelf staande, losse vorm. We zien niet meer dat het water is, net als al de rest, dat het druppeltje bestaat in God, in de denkgeest. Omdat we deel zijn van Gods geest, van zijn water, kunnen we natuurlijk niets anders dan vanuit zijn “materiaal” denkbeelden maken. Maar alles is water, zelfs het door ons bedachte druppeltje genaamd kleerhanger.

Mijn bezwaar tegen de titel van dit stuk is nu hopelijk wat helderder geworden. Als je het zo stelt dan werk je met “ontkenning” en loop je de kans op vergissing die ik in mijn vorige blog schetste. Je meent dat je God moet beschermen (=afscheiden) van een deel van de denkgeest, een deel dat wij nu percipiëren als “vormen”. Doorvoel hoe je denkt over God bij het lezen van de titel. Merk je hoe je van God toch weer een entiteit maakt die buiten jou staat, buiten het geheel? Door God te “beschermen” tegen de wereld van vorm val je terug in het oude, duale denken over God.

Ik kan je van harte Een Cursus van Liefde (ECvL) aanbevelen als je meer gevoel wilt krijgen voor het mysterie van de schepping. Er staan prachtige stukken in over zijn, beweging en expressie; stukken die naadloos aansluiten bij het mysterie van Schepping en van de heilige relatie. Maar ik sluit af met een alinea uit ECIW die we uit ons hoofd zouden moeten leren om ons te behoeden voor de valkuil van projectie. We worden opgeroepen om te zien dat de wereld (de kleerhanger) die we zien onze projectie is, een perceptie binnen de denkgeest. We moeten ervoor waken om van God niet een andere projectie van ons te willen maken. God is de geest waarin wij bestaan en waarin we van alles bedenken. De weg van Jezus is primair die van verbinden (alles is denkgeest; zelfs onze gedachten over God en kleerhanger). We moeten noch kleerhanger noch God “van ons af willen houden”, de manier waarop wij nu zien:

Werkboekles 30: God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest.

Vandaag proberen we een nieuw soort ‘projectie’ te hanteren. We proberen ons niet te ontdoen van wat we niet prettig vinden door het buiten ons te zien. In plaats daarvan proberen we in de wereld te zien wat zich in onze denkgeest bevindt, en wat we willen zien is er ook. Zodoende proberen we ons te verbinden met wat we zien, in plaats van het van ons af te houden. Dat is het fundamentele verschil tussen visie en de manier waarop jij ziet.

God is in alles wat ik zie.

De metafysica van ECIW is zeer radicaal: alleen de geestelijke wereld is echt en wat wij de fysieke wereld noemen is onecht, een illusie. Toch moeten we oppassen met dit woord “illusie”. Of, beter gezegd, we moeten oppassen met wat het woord illusie met ons doet. Voordat je het weet menen we dat het handig is om de illusie te ontkennen en we voelen ons daarbij gesteund door veel teksten uit de Cursus met als bekendste voorbeeld: “ik ben niet dit lichaam”. Als deze uitspraak geen ontkenning inhoudt!

Wat me opvalt in Facebook-groepen is dat dergelijke uitspraken en onze interpretatie van de metafysica ons ertoe kan verleiden om als het ware afstand te willen nemen van de illusie, dus van ons lichaam en van de wereld. We zien niet dat we hiermee wederom een duale visie introduceren: geestelijke wereld versus fysieke wereld / illusie. Alles speelt zich echter af in de denkgeest, zelfs onze perceptie van de fysieke wereld en met de ontkenning van deze wereld ontkennen we ook de macht van onze denkgeest.

Ik schreef hier gisteren een blog over die ik hieronder zal toevoegen. Ik aarzelde bij het posten van deze blog. Niet omdat ik niet helemaal achter de inhoud sta maar omdat ik weet hoe makkelijk mijn woorden verkeerd begrepen kunnen worden. Veel studenten staan op scherp waar het deze kwestie betreft en het verwijt dat ik “de illusie weer echt maak” hangt in de lucht. Niet dat ik de discussie hierover vrees, maar is het handig om onrust te zaaien? Voegt het wat toe?

Ik vind het fijn om elke ochtend de werkboekles van de dag door te lezen en moest vanmorgen glimlachen toen ik een vette knipoog van Jezus kreeg met werkboekles 29:

God is in alles wat ik zie.

Ik besefte dat dit in feite de strekking van mijn blog is. De werkboekles stelt:

Je zult dit idee waarschijnlijk op dit moment erg moeilijk te vatten vinden. Misschien vind je het gek, oneerbiedig, onzinnig, grappig of zelfs aanstootgevend. Inderdaad, God is niet in bijvoorbeeld een tafel zoals jij die ziet. Toch beklemtoonden we gisteren dat een tafel in de bedoeling van het universum deelt. En wat in de bedoeling van het universum deelt, deelt in de bedoeling van de Schepper daarvan.

Probeer er dan vandaag een begin mee te maken te leren hoe jij met liefde, waardering en een open denkgeest naar alle dingen kunt kijken. Je ziet ze nu niet. Weet je wel wat ze bevatten? Niets is zoals het zich aan jou voordoet. De heilige bedoeling ervan ligt achter jouw beperkte horizon. Zodra visie jou de heiligheid getoond heeft die de wereld verlicht, zul je het idee van vandaag volmaakt begrijpen. En je zult niet begrijpen hoe je het ooit moeilijk hebt kunnen vinden.

De ultieme radicale oneliner die nogal eens voorbij komt is “God weet niets van deze wereld”. En begrijp me goed, ik snap waarnaar deze zin verwijst; naar de schijnbaar onoplosbare kloof tussen de geestelijke (tijdloze) werkelijkheid en wat wij percipiëren. Maar de werkboekles van vandaag wijst er ons op dat niets de denkgeest kan verlaten. Alles vindt plaats in de denkgeest en deze denkgeest hoeft zich niet af te keren van de illusie van een tafel. Door niet terug te deinzen voor de illusoire tafel maar door verder te kijken herontdekken we de eenheid binnen de denkgeest: God is in alles wat ik zie.

Gesterkt door deze knipoog van Jezus volgt hierbij de blog die ik schreef over ontkennen en verbinding.

Hartegroet,

Simon

Voorzichtig met “ontkennen”, richt je denken liever op verbinding.

ECIW is aan ons gegeven omdat we zijn gaan geloven dat we afgescheiden zijn van God en van elkaar. De Cursus legt uit dat we deze illusie versterken door een lichaam te projecteren van waaruit we menen te leven alsmede een wereld van tijd en ruimte waarin we menen te leven. Dit is onze vergissing. Jezus beschrijft hoe we de waarheid, de eenheid van de liefdevolle schepping, zijn gaan ontkennen. Ontkenning (van de waarheid) is dus een belangrijke oorzaak van ons geloof in afscheiding maar ontkenning kan ook behulpzaam zijn om dit geloof in afscheiding “te bestrijden”. Dit wordt ware ontkenning genoemd:

Txt 2: II 2..De ontkenning van de vergissing is een krachtige verdediging van de waarheid..

Een paar hoofdstukken later volgt er echter een waarschuwing waar het “ontkenning” betreft:

Txt 7: VII 1. … Maar ontkenning is een verdediging, en kan dus zowel positief als negatief worden gebruikt. Wordt ze negatief gebruikt dan zal ze destructief zijn, omdat ze gebruikt wordt om aan te vallen.

Ontkenning kan dus ook helaas destructief uitpakken. Dit is een valkuil waar studenten van de Cursus te vaak intuimelen. Dat gebeurt wanneer ontkenning in feite gebaseerd is op angst. Angst voor ons zieke, kwetsbare lichaam en angst voor een bedreigende wereld. De Cursus waarschuwt ons voor deze “onwaardige” vorm van ontkenning:

Txt 2: IV: 8Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

Dit verkeerde gebruik van ontkenning waarbij je uit angst wegloopt voor je eigen projectie (voor je geloof), wordt iets verderop in hoofdstuk 2 nogmaals genoemd:

Txt 2:VII: 5. ..Wat je gelooft is voor jou waar. In die zin heeft de afscheiding plaatsgevonden, en dit te ontkennen is niets anders dan het oneigenlijk gebruik van ontkenning.

Het is dus onhandig om te ontkennen dat we geloven in lichaam en wereld. ECIW wil ons er vooral voor behoeden er geen overmatige aandacht aan te besteden, zoals blijkt uit het vervolg van de alinea:

..Je echter op een vergissing concentreren is slechts een volgende vergissing. De correctieprocedure begint met tijdelijk te erkennen dat er een probleem is, maar alleen als indicatie dat een onmiddellijke correctie noodzakelijk is. Dat brengt een staat van denken tot stand waarin de Verzoening terstond kan worden aanvaard.

We hoeven dus niet ons eigen geloof in lichaam en wereld te ontkennen maar worden uitgenodigd te erkennen dat we geloven dat we er ons van kunnen distantiëren zodat we de deur openen voor correctie, voor verzoening. Uitgedrukt in stappen krijg je dan:

  • Merk op dat je lichaam en wereld als echt en bedreigend ervaart.
  • Ontken niet jouw geloof erin maar merk op dat je in feite de eenheid en verbondenheid met je Vader en met je broeders ontken.
  • Nodig de Heilige Geest / Jezus /Liefde uit om je denken binnen te dringen opdat vergeving van je lichaam en van de wereld (verzoening) kan plaatsvinden.

Met “vergeving” en uitbreiding van liefde kun je nooit de mist ingaan. Ze maken je geloof in afscheiding nooit groter. Bij ontkenning moet je oppassen. Als je dit “destructief” toepast vergroot je je gevoel van afgescheidenheid doordat je in feite de macht van je denkgeest ontkent.

In Een Cursus van Liefde (ECvL) legt Jezus nogmaals uit dat het belangrijk is om niet zozeer te denken in termen van ontkenning maar in termen van verbinding en vereniging. Graag citeer ik hier een heerlijke alinea uit ECvL. Dit boek bevat vrijwel geen oefeningen om de denkgeest, met name ons verstand, te corrigeren omdat dit al gebeurd is in ECIW. ECvL is geschreven om ons ertoe te bewegen vanuit ons hart te gaan leven dus onder leiding van de liefde. De enige oefening die het boek nog biedt voor ons denken is tekenend voor de kerngedachte van zowel ECIW als ECvL en je treft deze hieronder vetgedrukt aan.

ECvL: 5.20 De eerste en enige oefening voor je denken in deze Cursus is al genoemd: wijd je denken aan vereniging. Wanneer zinloze gedachten je hoofd vullen, wanneer wrevel optreedt en zorgen zich opdringen, herhaal dan de gedachte die je hart zal openen en je hoofd zal zuiveren: “Ik wijd al mijn gedachten aan vereniging.” Denk hier net zo vaak aan als zinloze gedachten de kop opsteken. Zeg het tegen jezelf om zinloze gedachten te vervangen, niet één keer, maar wel honderd keer per dag, zo vaak als dit nodig is. Je hoeft je geen zorgen te maken over datgene waarmee jij je zinloze gedachten kunt vervangen, omdat je hart tussenbeide zal komen om zijn verlangen naar vereniging te vervullen, zodra jij uiting hebt gegeven aan je bereidheid dit te laten plaatsvinden.

Naschrift:

Zojuist zocht ik een passende afbeelding bij deze blog en vond ik een mooi plaatje bij werkboekles 30; de les van morgen. Ik weet dat deze blog erg lang wordt maar ik kan niet anders dan deze les hier deels weergeven. Een mooiere afsluiting dan dit geschenk van Jezus is niet mogelijk:

God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest.

1. Het idee voor vandaag is de springplank naar visie. Vanuit dit idee zal de wereld voor je opengaan, en je zult naar haar kijken en in haar zien wat je nooit eerder hebt gezien. En wat jij vroeger zag, zal dan zelfs niet eens vagelijk zichtbaar voor je zijn.

2. Vandaag proberen we een nieuw soort ‘projectie’ te hanteren. We proberen ons niet te ontdoen van wat we niet prettig vinden door het buiten ons te zien. In plaats daarvan proberen we in de wereld te zien wat zich in onze denkgeest bevindt, en wat we willen zien is er ook. Zodoende proberen we ons te verbinden met wat we zien, in plaats van het van ons af te houden. Dat is het fundamentele verschil tussen visie en de manier waarop jij ziet.

Is ECIW te theoretisch?

Op blogs waarin ik de metafysica induik, volgt dikwijls wel een reactie van een broeder of zuster die aangeeft dat hij of zij zich niet aangesproken voelt door theoretische of metafysische beschouwingen. Helemaal oké natuurlijk, ieder zijn ding en ieder zijn weg. Zelf heb ik hier wel een paar overdenkingen bij.

  • In mijn beleving valt ECIW nauwelijks los te denken van een verdieping in de metafysica. Het Tekstboek is één groot meesterwerk waar het de metafysica betreft. Alleen al de kerngedachte van ECIW dat alles “mind” is, is metafysica van de bovenste plank. Maar ook elke werkboekles staat vol metafysische wijsheid en borduurt volledig voort op het Tekstboek.
  • Vermoedelijk bedoelen genoemde broeders en zusters dat we ons heil (onze heling) niet moeten verwachten van een conceptueel begrip van deze metafysica en daar ben ik het volledig mee eens. Als we alleen ons hoofd inschakelen bij het bestuderen van ECIW dan verwordt de Cursus tot een liefdeloze karikatuur van de weg van Jezus. We raken dan de aansluiting met de Bijbelse Jezus kwijt en zien niet de continuïteit met Een Cursus van Liefde (ECvL).
  • De kern van de weg van Jezus is liefde en hoeveel woorden zou je moeten wijden aan liefde? Dit lijkt een paradox. Waarom is ECIW zo dik en ogenschijnlijk ingewikkeld terwijl de boodschap van Jezus zo simpel is? ECIW geeft zelf het antwoord. Er is kennelijk heel wat voor nodig voor ons om de barricades die we gebouwd hebben tegen de liefde op te ruimen. De hele Cursus en de hele metafysica is een fijn instrumentarium om precies dát te bewerkstelligen.
  • Sommigen die bekend zijn met Advaita-literatuur wijzen erop dat het toch allemaal veel simpeler uit te leggen is. Hun ingang betreft vooral het bewust zijn van wat zich voortdoet. Kerngedachte is hier dat alles onbegrensd bewustzijn is en dat het geloof in een “zelf”, in een “ik”,  denkbeeldig is. Dit zou te ontdekken zijn door het streven naar verlichting op te geven, door te doorzien dat de doener niet bestaat.
  • Grappig genoeg blijkt vrijwel niemand deze zo simpele boodschap te vatten gezien de talloze boeken die erover verschijnen en de jaren die besteed worden aan Advaita- en Satsang bijeenkomsten.
  • De “keep-it-simple” Advaita-geïnteresseerden zien de eenvoud die hen zo aanspreekt niet terug in ECIW. Nog niet, zou ik willen zeggen. Ten diepste is bijvoorbeeld de kerngedachte van Advaita (“er is geen doener ik”) exact hetzelfde als die van ECIW: de afscheiding heeft nooit plaatsgevonden. En het “zien hoe alles verschijnt in bewustzijn” wordt in ECVL beschreven waar het gaat over “toegewijde waarneming”.
  • Begrijp me niet verkeerd; ik geniet enorm van het lezen van boeken over non-dualiteit. Bij het lezen ervan resoneert bij mij dezelfde waarheid als die ik ervaar bij het lezen van ECIW en ECvL. Met mijn eigen boekje “Een Christen op Satsang” heb ik ook een duit in het non-duale zakje gedaan.
  • Maar toch merkte ik iets aparts op, met name bij het lezen van de boekjes van Tony Parsons en bij een lezing van hem. Ik geniet zeer van zijn helderheid en, zoals gezegd, van de resonantie die ik ervaar bij het lezen van zijn boeken. Ooit bezocht ik een lezing van hem in Amsterdam maar tot mijn eigen verrassing verliet ik de bijeenkomst in de pauze. Ik had genoten maar ik had het ook wel weer gehoord, als je begrijpt wat ik bedoel. Op elke vraag die gesteld werd vanuit het publiek wist ik wat Tony zou gaan antwoorden. Ik zag zijn helderheid maar hoefde het spel van vraag en antwoord niet meer bij te wonen. Het voegde niks meer toe.

En juist dit verwondert me zo bij ECIW en ECvL. Op de weg die, volgens de non-duale visie, niet bestaat, merk ik op dat herlezen van deze “Jezus-boeken” leidt tot een verdieping die in Advaita-kringen direct als uiterst verdacht zou worden bestempeld. ECIW is bescheiden in haar doelstelling. Ze leidt ons op een denkbeeldige ladder naar de hemelpoort. Het is God die de laatste stap zet. Iets dergelijks zie ik terug bij ECvL. Hierin spreekt Jezus over het “onderhouden” van de verbinding met het Christusbewustzijn en geeft hij aan dat dit zal resulteren in het “bestendigen” van de (heilige-)relatie.

Misschien is dat wel de manier waarop ik het het beste kan zeggen: voor mij geven ECIW, ECvL (en andere Jezus-boeken) mij een manier om er achter te komen dat er nooit echt sprake kan zijn van “een manier”. Voor mij is de hoofd-hart-ratio in deze boeken perfect. Ik besef dat dit voor anderen, en wellicht ook voor mij in een nieuwe fase, niet zo hoeft te zijn. Is dit een pleidooi voor ECIW en ECvL? Ach nee, dat hebben deze boeken helemaal niet nodig. Zodra de resonantie optreedt ben je “hooked”, op een hele fijne manier. Ik voel me gezegend dat deze boeken op mijn pad zijn gekomen.

Heb ik mijn eigen ellende veroorzaakt? -vervolg

In m’n blog “Heb ik mijn eigen ellende veroorzaakt” wees ik erop dat in ECIW melding wordt gemaakt van “gemeenschappelijke illusies” en persoonlijke illusies (“jouw persoonlijke hel”). Ik gaf aan dat bij het spreken over deze kwesties het voor mij verhelderend werkt om in gedachten te houden dat er geen scheiding bestaat tussen de fysieke wereld die we zien en de “mind” (denkgeest). De fysieke wereld is immers de manier waarop wij onze projecties (collectief en persoonlijk) percipiëren. Dat betekent dat een zorgvuldige waarneming van wat wij in de buitenwereld menen te zien ons het een en ander kan leren over wat wij in de mind geloven.

Ik kwam weer uit bij dit thema toen ik moest denken aan fysieke kwaaltjes die ik niet alleen bij mijzelf constateer maar waar ook mijn ouders en zussen last van hebben. Het is opvallend dat de leden van mijn gezin van herkomst allemaal last hebben van gewrichtspijnen en problemen met pezen. Zelfs met een materialistische blik kijken wij niet op van deze erfelijk bepaalde verbondenheid met anderen. Dat is “gewoon” te herleiden tot genetica en tot onze genetische bouwstenen zoals DNA. We zijn er dus aan gewend dat in het fysieke domein volop sprake is van beïnvloeding door onze ouders, dat we deel zijn van het familie-collectief.

Maar zie hoe vanzelfsprekend wij het materialistische standpunt vinden. Want wat wij bijvoorbeeld DNA noemen is volgens ECIW en volgens het analytisch idealisme niet de materiële oorzaak van wat dan ook maar de weergave van een mentaal fenomeen. En zoals we in de eerste alinea zagen vertegenwoordigen die mentale fenomenen onze persoonlijke en collectieve overtuigingen. Anders gezegd: wat wij nu duiden als “erfelijkheid” is een mentale perceptie van een collectief geloof, in dit verband een familie-collectief-geloof.

Dit verklaart voor mij de stroperigheid en moeite waarmee ik geconfronteerd wordt als ik bepaalde persoonlijke kwalen probeer te vergeven. Dit moet niet leiden tot gelatenheid, zo van: “ik ben slachtoffer van mij genetica en opvoeding”. Want er is altijd die uitnodiging om te vergeven wat op ons pad komt. Maar het laat zien dat deze vergeving zich uit dient te breiden naar onze naasten voordat totale vergeving en genezing plaats kunnen vinden. Dit is precies wat Jezus ons heeft voorgeleefd. Hij heeft laten zien dat niet alleen bijgeloof, geloof in afscheiding, besmettelijk is, maar ook geloof in- en overgave aan liefde. Vergeving werkt aanstekelijk. ECIW staat bol van de teksten die hiernaar verwijzen. Zie bijvoorbeeld werkboekles 19: “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten” en les 62: “Vergeving is mijn functie als het licht van de wereld”.

De aanstekelijke werking van collectief geloof zie ik ook terug in de wereld. Hoe moeilijk is het voor een Israëlisch of Palestijns mens om zich los te maken van de in zijn omgeving aanvaarde collectieve haat? Om de ander te zien als broeder en niet als vijand en om het wonder van liefde aan te bieden?

Zelf ervaar ik steeds urgenter de oproep van Jezus om mijn functie te vervullen. Les 63: “Het licht van de wereld brengt elke denkgeest vrede door mijn vergeving”. We zijn geroepen om de scheppers van de nieuwe wereld te worden door de liefde voor onszelf én voor de ander te accepteren en uit te breiden. Lezers van mijn blogs weten dat ik met regelmaat ageer tegen een te zelfgerichte houding en tegen de neiging om ons af te keren van de wereld. ECIW leert ons inderdaad dat de wereld (en ons DNA) niet echt is in de zin dat het niet de oorzaak is van ons lijden en dat we niet in de wereld hoeven te zoeken naar oplossingen. Maar ECIW is ook helder dat de oplossing zich bevindt op het mentale vlak, in de mind, en dat we hier moeten kiezen voor liefde. Ik sluit af met een Bijbelcitaat dat ons toont dat we zelf mogen gaan stralen van deze liefde maar dat we ons niet moeten willen afscheiden (!) van “de wereld”, lees: onze geestelijke broeders en zusters.

Mattheüs 5:14-17, luidt in de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) als volgt:

“Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel”

Heb ik mijn eigen ellende veroorzaakt?

Tegen deze vraag lopen we onherroepelijk aan als we ECIW bestuderen. Het is een echte mind-fuck waarin we dan terecht komen; sorry voor deze grove term. Want wat zijn onze opties? Werkboekles 32 heeft als titel: “Ik heb de wereld die ik zie bedacht” met in de eerste alinea de zin: “Jij bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet, omdat jij die bedacht hebt”. Zit ik naar mijn eigen privé nachtmerrie te kijken? Heb ik, Simon, het hele universum bedacht? Is het mijn individuele droom?

Als je dit heel ver doorvoert en stelt dat ik alles bedacht heb, of droom, dan bestaat er niemand anders in het “universum” dan ik. Ik ben dan ook de dromer van de 8 miljard andere mensen, inclusief hun karakter en hun levens. Dit is de ultieme consequentie van het letterlijk nemen van de uitspraak: “Ik, Simon, heb de wereld die ik zie bedacht”.

De vraag is echter of degene die wordt aangesproken in deze werkboekles wel ondergetekende, Simon, is. Zou het niet de Zoon van God kunnen zijn die wordt aangesproken? Dus het collectief van die 8 miljard mensen? Werkboekles 14:6 lijkt dit te onderbouwen. Er staat:

“Dit is jouw persoonlijk gruwelenrepertoire waarnaar je zit te kijken. Deze dingen (allerlei ellende die eerder in de werkboekles genoemd worden) zijn deel van de wereld die jij ziet. Sommige ervan zijn gemeenschappelijke illusies, andere maken deel uit van jouw persoonlijke hel”.

In dit fragment wordt dus gesproken over “gemeenschappelijke illusies”. Aha, dat geeft me wat troost. Ik, Simon, ben niet alleen op de wereld, noch alleen verantwoordelijk voor het dromen van de wereld. We doen het samen en het is dus een gedeelde verantwoordelijkheid. Dat lucht op.

Toch komt dan mijn slachtofferschap weer door de achterdeur naar binnen. Misschien heb ik niet zelf die nare ziekte die me treft gedroomd maar ben ik het slachtoffer van de collectieve droom waarin ik helaas ziek word. Dus toch! Ik wist dat ik er niets aan kon doen!

Zo bezien hoef ik dan ook niet te verwachten dat ik (fysiek) zal genezen als mijn persoonlijke denkgeest geneest. Als ik zonder oordeel en liefdevol rondloop in de gedeelde nachtmerrie dan kan mij nog allerlei narigheid overkomen omdat “die anderen” nog vergevingswerk te doen hebben. Aan de ene kant werkt dit ont-schuldigend voor mijzelf maar aan de andere kant blijf ik toch gevangen zitten in de droom van anderen. Toch een beetje slachtoffer?

Beste lezer, verwacht geen sluitend betoog van mij. Ik wil wat gedachten delen die misschien enigszins behulpzaam kunnen zijn. Een opstapje wellicht voor anderen om hun inzicht te delen.

Als eerste stel ik vast dat ik wel altijd de vrijheid heb om te kiezen hoe ik respondeer op de narigheid die me lijkt te overkomen. Telkens is er de vraag of ik kies voor angst of voor liefde. Deze keuze maak ik in eerste instantie individueel en hierin ligt mijn totale (!) vrijheid. Jezus vergaf degenen die hem kruisigden maar dit resulteerde niet in een, naar onze begrippen, happy end. De kruisiging ging gewoon door dus wellicht dat ook wij, ook al zijn we 100% liefdevol, toch overlijden aan de gevolgen van een ziekte of zo. De vraag is dan hoe Jezus (of wij) dit dan percipiëren. Is er nog sprake van ellende (zoals ziekte) als de identificatie met het lichaam genezen is? Dit is alvast een hoopvolle gedachte! Maar hoe zit het dan met die nieuwe wereld? De genezen wereld die het gevolg zal zijn van de genezing van onze denkgeest?

In bovenstaande tekst zit een aanname verborgen. De aanname dat ik, Simon, daadwerkelijk een afgescheiden wezen ben. De Cursus stelt dat dit niet klopt. Nu komen we op een lastige kwestie. Want is er nu eigenlijk één Zoon van God die in 8 miljard wezentjes de droom van ellende droomt? Of zijn er echt 8 miljard (of meer) wezens die vergeten zijn dat ze collectief aan het dromen zijn, dat ze een droom delen met elkaar? We belanden zo in metafysisch drijfzand waarin ons denken al snel tekort schiet. We kunnen elkaar over deze kwestie in de haren vliegen maar misschien helpt het als we pragmatisch zijn en eerlijk zeggen dat we dit niet uit eigen ervaring weten. We kunnen het ene geloven of het andere, maar het is niet meer dan dat: ons geloof.

Ik vermoed dat het vooral de beperktheid van ons denken is die ons hier parten speelt. Grote ECIW-leraren zijn hierover verdeeld. Zo denken Ken Wapnick en Robert Perry hier ogenschijnlijk anders over. Gelukkig is ECIW een pragmatisch boek dat aansluit bij waar wij ons menen te bevinden. Wij geloven, ik wel althans, dat we op eigen benen staan en wellicht meer verbonden zijn met elkaar dan we beseffen. Dit verklaart de hele boodschap van ECIW. We worden erop uit gestuurd om ons te verbinden met onze broeders en zusters om zo meer benul van onze verbondenheid / eenheid te verkrijgen. Als iedereen met ons meedoet, scheppen we samen een nieuwe wereld.

Via ons mogen anderen leren hun geloof in afscheiding op te geven, te genezen. En nu stop ik mijn stamelende schrijven en geef ik middels werkboekles 350 het woord aan broeder Jezus die het, natuurlijk veel beter dan ik dat kan, tot een prachtig en inspirerend einde zal breien.

Nu hebben we bijna geen woorden meer nodig. Maar in de laatste dagen van dit ene jaar dat wij samen, jij en ik, aan God geschonken hebben, vonden we één doel dat we deelden. En zo heb jij je met mij verenigd, dus wat ik ben, ben jij eveneens. De waarheid van wat wij zijn is niet in woorden uit te drukken of te beschrijven. Maar onze functie hier kan ons duidelijk worden, en woorden kunnen hiervan spreken en die ook onderwijzen, als we zelf een toonbeeld van die woorden zijn.

Wij zijn de brengers van verlossing. We aanvaarden onze rol als verlossers van de wereld, die door onze gezamenlijke vergeving wordt verlost. En dit geschenk van ons wordt daarom aan ons gegeven. We zijn ieder als broeder en beschouwen alles als vriendelijk en goed. We zijn niet uit op een functie die voorbij de Hemelpoort ligt. Kennis zal terugkeren, wanneer we ons aandeel hebben vervuld. Wij bekommeren ons enkel om het verwelkomen van de waarheid.

Onze ogen zijn het waardoor de visie van Christus een wereld ziet die verlost is van elke  gedachte aan zonde. Onze oren zijn het die de Stem namens God horen verkondigen dat de wereld zonder zonde is. Onze denkgeesten zijn het die zich met elkaar verenigen wanneer wij de wereld zegenen. En vanuit de eenheid die we hebben bereikt, roepen we al onze broeders op en vragen hen onze vrede te delen en onze vreugde compleet te maken.

 Wij zijn de heilige boodschappers van God die namens Hem spreken, en omdat we Zijn Woord uitdragen aan ieder die Hij tot ons gezonden heeft, ontdekken we dat het in ons hart geschreven staat. En zo zijn we van gedachten veranderd over het doel waarvoor we kwamen en dat we proberen te dienen. We brengen een blijde boodschap naar de Zoon van God, die dacht dat hij leed. Nu is hij verlost. En nu hij de Hemelpoort voor hem ziet openstaan, zal hij binnengaan in het Hart van God.

Een behulpzaam gesprek

Deze gedachtewisseling tussen Diederik Wolsak en Olette Luitwieler is me uit het hart gegrepen. Het gaat me er niet om wie er “gelijk” heeft, maar het gesprek illustreert een verandering die zich bij mij afgelopen jaren heeft voltrokken.

Olette vertegenwoordigt hierbij mijn enthousiasme voor de non-duale (Advaita-) visie die mij decennia lang boeide en nog steeds interesseert. Het leuke is dat Olette is overgestapt van de ECIW-visie naar de Advaita-visie terwijl het bij mij begon met belangstelling voor Advaita waarna ECIW op mijn pad kwam.

Hoewel Olette (voorlopig) ECIW gedag heeft gezegd, doet haar huidige visie mij erg sterk denken aan de compromisloze non-duale kijk op ECIW door Ken Wapnick. Ik heb zo’n beetje alles wat los en vast zit van Ken over de Cursus gelezen en respecteer hem erg.

Toch merkte ik dat ik aarzeling begon te krijgen bij zijn visie op ECIW of misschien wel vooral met de manier waarop sommigen met zijn visie aan de haal gaan. Dat gebeurde vooral in gesprekken met medestudenten op Facebook en bij deelname aan Zoom-bijeenkomsten met medestudenten. Daarbij schermden “ervaren studenten / leraren” met metafysische waarheden bij het beantwoorden van de alledaagse vragen van medecursisten.

Hetzelfde gebeurt in het gesprek tussen Diederik en Olette waarbij laatstgenoemde herhaaldelijk waarheden uit de non-duale Advaita visie poneert ( “er is geen ik”, etc). Sommige ECIW-studenten schermen met de uitspraak: “er is geen ander”, de andere kant van dezelfde medaille. Er is inderdaad geen scheiding tussen “jou” en “mij”, maar is het altijd even behulpzaam om deze oneliners te ventileren?

Het gave van Diederik is dat hij decennia lang vanuit de Cursus gewerkt heeft met mensen. Hij geeft helder aan hoe ongepast het is om mensen die in de put zitten om de oren te slaan met metafysische non-duale waarheden. Hij komt dan uit bij de kwestie die voor mij steeds meer leidend is geworden: “is wat ik zeg of doe behulpzaam voor die ander”.

Hier kunnen metafysici bovenop springen en er gehakt van maken. Kijk maar eens:

  • “Er zijn geen anderen”
  • “Je ziet in hun problemen alleen maar je eigen projecties”
  • “Als je helpt dan maak je de vergissing echt”
  • “In werkelijkheid gebeurt er niks” etc

Maar is dit behulpzaam of, nog wat sterker geformuleerd, is dit liefdevol? Diederik is een man uit de praktijk, no nonsens, met beide benen in de modder.  Gaat hij dan helemaal niet uit van de metafysica van de Cursus? Dat is niet het geval. Maar, in mijn eigen woorden die ik leen vanuit Een Cursus van Liefde (ECvL); hij plaatst zijn denken onder curatele van zijn hart. Of, in ECIW termen, hij biedt wonderen aan vanuit zijn hoofd én zijn hart.

In de jaren dat ik bezig mocht zijn met ECIW, ECIW en andere geïnspireerde boeken mocht ik leren dat liefde zowel middel als doel is. Door liefdevol om te gaan met anderen (en met jezelf) ontdek je steeds meer de eenheid en verbondenheid waar de metafysica over handelt. Er is niks mis met een diep inzicht in de metafysica van ECIW en op dit moment herlees ik met plezier het boekje Reality & Illusion, An Overview of Course Metaphysics van Robert Perry. Heerlijk, al die helderheid!

Maar hoewel Jezus diepe filosofische inzichten presenteert in genoemde boeken, is hij niet onze filosofieleraar maar primair onze broeder. Zijn weg is die van liefde. Wat zijn de wonderen van ECIW? Uitingen van liefde. En wellicht schonk Jezus ons Een Cursus van Liefde om het belang van zijn boodschap nogmaals te benadrukken omdat we elkaar wat te veel met verhitte hoofden en kille harten de les lazen.

Ik besluit met dit heerlijke citaat uit ECIW Hfst 2: V:

Je kunt veel doen ten behoeve van je eigen genezing en die van anderen als je in een situatie die om hulp vraagt, daar als volgt over denkt:

Ik ben hier alleen om werkelijk behulpzaam te zijn.
Ik ben hier om Hem te vertegenwoordigen die mij gezonden heeft.
Ik hoef me geen zorgen te maken om wat ik zal zeggen of wat ik moet doen, want Hij die mij gezonden heeft zal mij leiden.
Ik ben tevreden daar te zijn waar Hij me wenst, wetend dat Hij me vergezelt.
Ik zal genezen zijn, wanneer ik me door Hem laat leren hoe ik anderen genees.

Klik op de volgende link voor het gesprek tussen Diederik en Olette: https://youtu.be/aGCEGdYfqV8?si=oIWrapNg6h1RBIv-

Onze neiging tot geloof in autoriteiten.

In haar nieuwjaarschanneling adviseert Tina Spalding ons om niet meer naar beelden van oorlogen op tv te kijken. Daarmee voeden we onze eigen negatieve frequenties. Ze stelt dat de kwesties waar de mensen aan de andere kant van de wereld mee worstelen hun thema’s zijn die ze uitleven op elkaar door elkaar te bevechten. Het is echter niet ons probleem en we hoeven onze innerlijke vrede hierdoor niet te laten verstoren.

In eerste instantie vond ik, en met mij meerdere broeders en zusters, deze boodschap aantrekkelijk en geloofwaardig. Het aantrekkelijke bestaat eruit dat ik merk dat veelvuldig kijken naar de rottigheid op tv inderdaad invloed op mij heeft. Op zijn zachtst gezegd word ik er niet vrolijk en vredig van. Daarnaast bespeurde ik bij mezelf blijdschap dat het Jezus zelf was die, via Tina, ons deze duidelijke gedragsregel gaf: “De problemen van die mensen aan de andere kant van de wereld zijn niet de jouwe, kijk maar de andere kant op en focus je op je eigen innerlijke vrede”. Heerlijk, zo’n direct lijntje met Jezus en zo’n ondubbelzinnig advies.

In tweede instantie deed ik een stapje terug en viel me mijn gretigheid op waarmee ik deze boodschap tot mij nam. Het is heerlijk om me toe te vertrouwen aan een bijna Goddelijke autoriteit die precies dat advies aan me geeft waardoor ik me vredig ga voelen en me niet langer druk hoef te maken om de ellende van anderen die daar min of meer zelf om gevraagd hebben en die hun eigen pad te bewandelen hebben.

Ik ben niet uniek in deze neiging om me te wenden tot een spirituele goeroe met vermeende autoriteit. Van oudsher werd de paus gezien als de plaatsvervanger van Jezus op aarde en als hij zei dat het zondig was voorbehoedsmiddelen te gebruiken dan deden we dat niet. Mensen consulteren het medium Erin Michelle Galito om vragen direct voor te kunnen leggen aan Jezus. Voor mensen die niet veel hebben met God en Jezus zijn er goeroes die seculier spiritueel advies kunnen geven zoals Mooji. Ik blijk gevoelig voor het charisma van deze personen. De plotselinge overgang bij Tina die haar bril afzet, haar hoofd in haar nek gooit, aangeeft dat Jezus het overneemt en haar verhaal afsteekt. Erin wiebelt wat heen en weer en lijkt in een soort trance als ze spreekt. En dan die hypnotiserende stem van Mooji; het moet wel heel diep zijn wat hij zegt.

Ik herinnerde me dat in de Bijbel gezegd wordt dat Jezus ons op vele plaatsen waarschuwt voor mensen die beweren namens hem te spreken. Als voorbeeld Lucas 21:8:

“Pas op dat jullie je niet laten verleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het”, of: “De tijd is gekomen”. Volg hen niet”

Maar het grappige hiervan is dat ik vanuit mijn kerkelijke verleden weet dat deze teksten nu precies de reden zijn dat veel christenen niet aan ECIW en andere eigentijdse Jezus-boeken durven te beginnen. Jezus heeft tenslotte in de Bijbel gezegd dat dit fout is, dus doen we het niet.

Wat ik hierboven zei over het al dan niet aannemen van bepaalde personen als autoriteit geldt natuurlijk ook voor onze houding ten opzichte van heilige of gechannelde boeken. Het komt op hetzelfde neer: we neigen ernaar tamelijk klakkeloos geloof te hechten aan deze boeken of aan heiligen, mediums en goeroes.

Als gelovigen kunnen we wat kritiekloos worden en gevoelig voor kritiek van “buitenstaanders” of “ongelovigen”. Dat dit aan de orde is voor religieuze fundamentalisten behoeft geen betoog en dit wordt triest geïllustreerd door de geschiedenis en de huidige conflicten in de wereld. Denk hierbij overigens ook aan geloof in politieke leiders. Het geloof bepaalt onze handelingen en kan ons aanzetten tot verdediging tegen-, uitsluiting van- en zelfs aanvallen richting broeders en zusters. Kritische vragen over de uitspraken van autoriteiten worden niet gewaardeerd. In spirituele kringen kun je dan het verwijt krijgen dat je nog teveel in je hoofd zit en dat je je moet openstellen en overgeven. Waar die overgave toe kan leiden wordt triest duidelijk als je eens bladert in de Facebook groep genaamd: “Mooj exposed-hidden aspects behind the satsangs” (11,7 duizend leden!).

Het is niet mijn bedoeling genoemde en afgebeelde personen af te wijzen of te beschuldigen. Het is wel mijn bedoeling om niet alleen kritisch (hoofd) maar ook gevoelig (hart) te blijven voor wat ze zeggen. Voor alle heilige boeken en mediums geldt wat mij betreft het volgende:

Het zijn weergaven van hoe bepaalde broeders en zusters hun inspiratie beleven en uiten.

Dit kan als heiligschennis klinken voor velen. Is het dan niet Jezus zelf die Een Cursus in Wonderen, Een Cursus van Liefde, The Way of Mastery etc gedicteerd heeft? Is het dan niet Jezus zelf die sprak met Helen Schucman, Mari Perron en die spreekt via Tina en Erin?

Een Cursus van Liefde (ECvL) geeft ons inzicht in het fenomeen channeling. Wat ik hiervan meeneem is dat de expressie die we lezen in boeken of horen uit de mond van broeders en zusters altijd voorkomt uit de relatie die de schrijvers en sprekers hebben met het gedeeld zijn, met het Christusbewustzijn.  Daarom verschillen genoemde boeken ook van toon: één Bron, verschillende kanalen. De psychotherapeute Helen Schucman channelde ECIW en de rationele, gestructureerde en psychoanalytische taal weerspiegelt (ook) haar persoon. De warme klank van ECvL weerspiegelt ook de gevoeligheid van Mari Perron en de humor in The Way of Mastery toont ons de humor van Jayem.

Terug naar Tina en haar oproep om, wat de oorlogen betreft, de andere kant op te kijken. Dit is haar geïnspireerde advies dat waarheid bevat en behulpzaam kan zijn maar dat niet moet verworden tot richtlijn voor gedrag. Zoals ECvL uitlegt ontvangen we haar woorden (en alle woorden uit boeken en van sprekers) en wordt van ons een respons gevraagd vanuit onze heelheid-van-hart. Heelheid van hart is een heelheid van hoofd en hart, van ons hele onverdeelde wezen. Er is niks mis met een kritische houding ten opzichte van heilige boeken, mediums en goeroes zolang ik ook mijn hart open.

Dan kan ik nu alleen responderen vanuit mijn eigen heelheid-van-hart en jou geheel vrij laten om op eigen wijze te responderen. Mijn respons op beelden van oorlog en op de geïnspireerde visie van Tina is als volgt:

Ik deel haar visie dat het niet handig is om partij te willen kiezen maar ik meen dat het goed is om oplettend te zijn wat al die beelden met je doen. Ik deel haar visie dat er een overdosis van negativiteit op ons afkomt en dat een soort spirituele hygiëne nodig is. Voor mij voelt het niet goed om me geheel af te schermen. Voor mij voelt het beter om op te merken wat deze beelden met mij doen, wat ze me vertellen over mijn eigen neiging tot  geloof, fanatisme, aanval en verdediging. Zowel in het wereldtoneel als in mijn persoonlijke leven (macro- en micro-kosmos zoals Tina dit mooi omschrijft) zijn daar beelden, prikkels en bevindingen die niet om mijn angst- en ontwijkreactie vragen maar om een liefdevolle respons. Hoe die respons zal zijn, door mij heen, dat is aan mij en vormt geen gedragsregel voor jou.

Ik hoop dat je mijn blog net zo zal opvatten als allerlei boeken en uitspraken van autoriteiten: als iets waartoe jij je met hoofd en hart kan verhouden om vandaar uit jouw unieke pad te volgen.

Spirituele Hulp Bij Ongelukken

“Nederland gaat in zichzelf gekeerd het nieuwe jaar in”, kopte de Trouw vanmorgen. “Nederland trekt zich terug achter de dijken, het gaat over onze eigen bestaanszekerheid en de oorlogen in Oekraïne en Gaza zijn ver weg”. Met een kopje geurende koffie in mijn hand dacht ik hierover na in mijn mooie, veilige huis. Een paar dagen geleden zei ik tegen een vriend dat ik me er soms op betrapte dat ik me maar even focuste op mijn eigen kleine leventje en mijn relaties met dierbaren. De ellende op tv maakt dat ik me machteloos kan voelen en van de Stoïcijnen heb ik geleerd dat het voor je gemoedsrust beter is om je te richten op zaken waar je wél invloed op hebt.

Zojuist moest ik denken aan een belangrijke regel die er bij de EHBO-lessen ingestampt wordt: denk eerst aan je eigen veiligheid. Deze regel is vooral van belang als je een verkeersslachtoffer wilt helpen. Het slachtoffer heeft er weinig aan als de toesnellende hulpverlener zelf ook wordt aangereden. Dus zorg je er eerst voor dat je eigen veiligheid zeker is voordat je je buigt over die ander.

Ik zie een parallel met de spirituele zoektocht, of hoe je het ook maar wilt noemen, waar de lezers uit onze Facebook-groepen mee bezig zijn. Ook in deze groepen wijst men erop dat je niet van anderen kunt houden als je niet eerst leert om jezelf lief te hebben. In Een Cursus in Wonderen (ECIW) legt Jezus hiervoor een stevige basis door ons te wijzen op het feit dat we ons niet schuldig hoeven te voelen omdat de afscheiding van God nooit heeft plaatsgevonden. Voor mensen die niet bekend zijn met de Cursus is dit vergezochte abracadabra (“Ik voel me helemaal niet schuldig”), maar ik ga ervan uit dat jij deze kernachtige uitspraak herkent. Je mag weten dat je, wat je ook gedaan hebt, een geliefd kind van God bent, in eenheid verbonden met de Vader en met elkaar. Als je hiermee nog worstelt dan is zelfvergeving op zijn plaats. Dit betekent niet dat je eerst je vergissingen als echte zonden beschouwt om ze daarna te vergeven maar dat je je grootste vergissing, je geloof in afscheiding, ziet voor wat hij is: slechts een vergissing. In Een Cursus van Liefde (ECVL) helpt Jezus je verder om je “kleine zelf” (dat we soms ten onrechte zijn gaan haten) te omarmen. Dus in ECIW leren we dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden en in ECVL wordt, naast deze metafysische correctie van ons denken, de aandacht weer volop gericht op de noodzaak de bitterheid van ons hart te laten genezen door toegewijde waarneming, acceptatie en omarming.

In de werkelijkheid waarin wij menen te leven speelt tijd een belangrijke rol. We zeggen dan al snel dat we eerst zelfliefde moeten leren om daarna anderen lief te kunnen hebben. Dit kan logisch klinken maar beide cursussen leren ons nu juist om hier anders naar te kijken. Er is slechts “mind”, tijdloze “geest” waarin we ons van alles verbeelden. De wereld die we buiten onszelf menen te zien is slechts de spiegel waarin we onze eigen innerlijke intenties weerspiegeld zien. De Indiase wijsgeer Krishnamurti zei het kernachtig: “De wereld dat ben jij”. Het “eerst ik, dan jij”-denken is spiritueel gezien niet slechts een beetje onhandig maar het vormt een regelrechte blokkade voor spirituele heling, die van onszelf en dus ook die van de wereld.

Als wij de tijdsfactor introduceren in het proces van spirituele heling dan bestaat de kans dat ons geloof in afgescheidenheid ( ons “ego”) via de achterdeur naar binnensluipt. We zien de wereld dan als losstaand van onszelf en denken dat het goed is om te lachen om de beelden van oorlog die we zien. Als we ons echter realiseren dat we als het ware in de spiegel kijken dan lachen we minder hard als we zien dat er sprake is van aanval en geweld. We beseffen dan dat we regelrecht kijken naar de inhoud van onze eigen mind en beseffen dan direct dat er geen lachsalvo nodig is maar de uitroep: “waar zijn we in hemelsnaam mee bezig, dit moet stoppen, er is met grote spoed vergeving, heling en liefde nodig!”.

Het is wel opletten geblazen, want ook hierin moeten we niet doorslaan. ECIW kan heel heilzaam zijn voor de doeners onder ons die de wereld in stormen om daar te gaan helpen. Ook dan is er sprake van een oneigenlijk gebruik van de tijd waarbij je denkt dat je nu eerst die ander moet helpen en dan pas jezelf. Dit is nu juist het gevaar waar de eerste regel van EHBO je op wijst! Het verschil tussen EHBO en SHBO is nu juist het besef dat in werkelijkheid tijd niet bestaat en jij en ik onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Hierin zijn we als ECIW-studenten mogelijk wat doorgeschoten. We zijn van een “eerst de wereld dan ik” doorgeschoten naar een “eerst ik dan de wereld” houding. Soms slaan we helemaal door en zeggen we “eerst ik want er is geen wereld”. We stellen dat God niets weet van deze wereld en zien dit als een oproep om ons af te keren van de wereld of om er lacherig over te doen. God is echter geen entiteit buiten ons, een soort super cursist, die ons voorgaat in onverschilligheid. God, onze Vader, is liefde en de diepe, diepe waarheid dat geven en ontvangen in waarheid één zijn.

ECIW en ECVL zijn onze SHBO-handboeken. Ze leren ons de eenheid van Gods schepping, van de Mind. Ze leren ons om zowel het wonder van liefde te aanvaarden voor ons zelf als om dit wonder aan te bieden aan onze naasten, aan vriend en vijand. We mogen ons geloof in het belang van “de juiste volgorde” vergeven ofwel laten genezen. We worden opgeroepen om in de wereld die we menen te zien wonderwerkers te zijn. De wereld toont ons dat het keihard nodig is dat we massaal onze functie gaan vervullen. Zullen we hier veel tijd voor nodig hebben? ECIW spreekt voor zich. Ik wens je een tijdloos en wonderrijk heden.

Hfst 1: De betekenis van wonderen:

47. Het wonder is een leermiddel dat de noodzaak van tijd doet afnemen. Het brengt een tijdsinterval tot stand buiten het patroon van de tijd, niet onderhevig aan de gebruikelijke tijdswetten. In die zin is het tijdloos.