De Ziel volgens de originele uitgave van ECIW.

Helen Schucman heeft veel meer tekst van Jezus ontvangen dan vermeld staat in ons bekende blauwe boek; de FIP-editie van de Cursus. In één van de eerste uitgaven van de cursus heeft Helen samen met William Thetford bepaald welke boodschappen niet voor het algemene publiek bedoeld waren en toen de originele editie samengesteld. Later kwam Ken Wapnick in beeld en hij is samen met Helen aan de slag gegaan om de tekst verder te editen. Over de verschillende versies van ECIW is veel geschreven, ook door mij, maar waar ik me nu op wil richten is het gebruik van het woord Ziel. Dit komt in het Tekstboek van de originele uitgave 141 keer voor. Ken Wapnick was bang dat het woord “ziel” de lezers op het verkeerde been zou zetten omdat het binnen religies een veel gebruikte term is. Het zou te veel de indruk geven dat de ziel een soort super-persoonlijk deel van de mens zou zijn dat onderscheiden en afgescheiden is van de ziel van anderen.

Ik heb afgelopen dagen zelf eens nauwgezet de eerste vier hoofdstukken van de originele uitgave doorgenomen en daarbij viel mij op dat Jezus hierin heel zorgvuldig uitlegt wat hij in de cursus met het woord ziel gebruikt. Vervolgens heb ik die vier hoofdstukken aangeboden aan AI (Co-pilot) en gevraagd de beschrijvingen van de ziek in deze vier hoofdstukken samen te vatten. Zie hieronder het resultaat.

Hartegroet,

Simon Schoonderwoerd

1. De Ziel als Schepping en Bron van Creativiteit

De ziel wordt in het document beschreven als een directe schepping van God, volmaakt en volledig, en inherent creatief. De ziel is niet slechts een deel van de mens, maar diens ware essentie. Ze is geschapen naar het evenbeeld van God, wat betekent dat ze dezelfde creatieve kracht bezit als haar Schepper. Deze creativiteit is niet beperkt tot het maken van dingen, maar betreft het vermogen om liefde en waarheid te scheppen en uit te dragen.

2. De Ziel en Kennis

Kennis is een kernkwaliteit van de ziel. Waar het verstand zich bezighoudt met waarneming, is de ziel de bron van ware kennis. Kennis is zeker, onveranderlijk en tijdloos, in tegenstelling tot waarneming, die veranderlijk en tijdelijk is. De ziel kent zichzelf, God en andere zielen volledig. Dit weten is niet gebaseerd op interpretatie of oordeel, maar op directe herkenning en eenheid.

3. De Ziel en Liefde

Liefde is de natuurlijke staat van de ziel. De ziel is geschapen uit liefde en straalt deze liefde uit naar alles wat bestaat. Angst en gebrek aan liefde zijn geen eigenschappen van de ziel, maar ontstaan door misperceptie en afscheiding. De ziel kent geen angst, omdat ze zich bewust is van haar eenheid met God en de schepping.

4. De Ziel en Onveranderlijkheid

De ziel is onveranderlijk en eeuwig. Ze is niet onderhevig aan geboorte of dood, noch aan enige vorm van vernietiging. De ziel blijft altijd in een staat van genade, ongeacht de ervaringen of overtuigingen van het ego of het lichaam. Dit betekent dat de ziel niet kan worden beschadigd of verloren gaan.

5. De Ziel en Eenheid

Een belangrijk kenmerk van de ziel is haar verbondenheid met andere zielen en met God. De ziel is geen geïsoleerd individu, maar maakt deel uit van het geheel van de schepping, het zogenaamde “zoonschap”. Deze eenheid is niet slechts symbolisch, maar een feitelijke toestand van zijn. Scheiding is een illusie die voortkomt uit het ego, niet uit de ziel.

6. De Ziel en Communicatie

Communicatie is een fundamentele eigenschap van de ziel. Werkelijke communicatie vindt plaats op het niveau van de ziel, niet via het ego of het lichaam. Deze communicatie is direct, volledig en zonder misverstand. Ze is de manier waarop de ziel haar kennis, liefde en creativiteit deelt met God en andere zielen.

7. De Ziel en het Ego

Het ego wordt in het document gepresenteerd als een door de mens gemaakte constructie die de ware aard van de ziel verhult. Het ego gelooft in afscheiding, schaarste en angst, terwijl de ziel eenheid, overvloed en liefde kent. De ziel is zich niet bewust van het ego, maar het ego voelt zich bedreigd door de ziel.

8. De Ziel en Vergeving

Vergeving is een uitdrukking van de ziel. Door vergeving wordt de illusie van afscheiding opgeheven en wordt de eenheid hersteld. Vergeving is geen oordeel, maar een correctie van waarneming, waardoor de ware aard van de ziel zichtbaar wordt.

9. De Ziel en het Doel van het Leven

Het uiteindelijke doel van het leven is het volledig herkennen en ervaren van de eigen ziel en haar eenheid met God en de schepping. Dit gebeurt door het loslaten van het ego, het oefenen van vergeving en het ontwikkelen van ware waarneming. De ziel verlangt ernaar om haar ware aard te herinneren en te leven vanuit liefde, kennis en creativiteit.

Samenvatting

De ziel, zoals beschreven in de originele editie van ECIW, is het onveranderlijke, creatieve, liefdevolle en eeuwige aspect van de mens. Ze is direct verbonden met God en andere zielen, kent geen angst of gebrek, en haar ware functie is het delen van liefde en kennis. Het ego en het lichaam zijn tijdelijke constructies die de ware aard van de ziel kunnen verhullen, maar nooit kunnen vernietigen. Het pad naar geluk en vrede ligt in het herkennen van de ziel, het loslaten van het ego en het leven vanuit liefde en eenheid.

Een wrede cursus? Over de valkuil van niveauverwarring

In Een Cursus in Wonderen (ECIW)-kringen spreekt men met enige regelmaat over niveauverwarring. Het is een term om de lastige kwestie te duiden die optreedt wanneer we spreken over het leed dat we meemaken in de ons bekende wereld, afgezet tegen de spirituele waarheid van de Cursus. ECIW-puristen kunnen dan direct steigeren en roepen dat er binnen eenheid helemaal geen niveaus bestaan. In de kern zal dat waar zijn, maar het te vroeg roepen van dit soort — nog niet of nauwelijks doorleefde — oneliners raakt precies aan het probleem waar het hier om gaat.

ECIW noemt de wereld zoals wij die kennen illusoir: een door ons geprojecteerde droomwereld waarin wij menen kwetsbare en sterfelijke wezens te zijn. De centrale boodschap is dat wij ons vergissen in onze identiteit. We zijn niet deze afgescheiden lichamen, maar tijdloze kinderen van God. Aanvankelijk klinkt dit voor ons als een vorm van geloof, vergelijkbaar met het klassieke idee van een hemel na de dood. In mijn beleving schuilt de kracht van de Cursus er juist in dat we via de Werkboeklessen langzaam gevoel kunnen krijgen voor deze kernboodschap. Jezus vraagt ons niet om iets blind te geloven, maar om ons oordeel even op te schorten en de lessen daadwerkelijk te oefenen. Waar wij gewend zijn te zeggen: “eerst zien, dan geloven”, lijkt hier iets te gelden als: eerst vertrouwen, dan (enigszins) gaan zien.

De kernboodschap van ECIW is radicaal samengevat in de woorden: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.” Deze waarheid is echter te geconcentreerd en te heftig voor ons. Daarom worden we stap voor stap meegenomen, zodat we vanuit onze droomtoestand voorzichtig iets kunnen ervaren van verlossing en vrede. De ‘wonderen’ waar de Cursus over spreekt zijn als kleine scheurtjes in de sluier van onwetendheid, waardoorheen even een lichtstraal binnenvalt. Soms ervaren we iets wat op een openbaring lijkt: een moment van diepe vrede, dankbaarheid en vertrouwen dat zich nauwelijks laat verwoorden. Pas dan begint het besef te dagen dat er inderdaad maar één niveau is. En pas dan krijgen we enig gevoel voor uitspraken die, zolang ze niet doorleefd zijn, vreemd of zelfs wreed kunnen overkomen: dat er geen anderen zijn, dat projectie perceptie is, dat geven en ontvangen in waarheid één zijn, dat ik niet het slachtoffer ben van de wereld die ik zie, en dat ik slechts mijzelf kan kruisigen.

Zolang we geen werkelijk gevoel hebben voor de diepe waarheid van dit soort uitspraken, past ons dezelfde liefdevolle terughoudendheid die Jezus zelf met ons betracht. Die voorzichtigheid is niet leugenachtig, maar juist compassievol. Helaas is van ECIW op sommige plaatsen een karikatuur gemaakt, zoals zo vaak gebeurt met visies die nog niet werkelijk begrepen zijn. Het kan bijvoorbeeld wreed zijn om tegen iemand die rouwt te zeggen dat er “niets aan de hand is” omdat de overledene nu in de hemel is. Voor de één kan dat troost bieden, voor de ander voelt het als een ontkenning van zijn of haar pijn. Op vergelijkbare wijze kan een ECIW-student menen troost te bieden door te wijzen op het dode lichaam als illusie, of door te citeren dat we geen lichaam zijn en vrij blijven zoals God ons geschapen heeft. Zulke woorden kunnen onszelf bemoedigen, maar we kunnen ze een ander hooguit aanbieden wanneer we in een heilige relatie, in een heilig ogenblik, werkelijk door Liefde daartoe geleid worden.

Dat spanningsveld wordt nog scherper bij uitspraken over slachtofferschap en het ‘kruisigen van onszelf’. In situaties van ernstige ziekte, geweld of verlies lukt het ons soms nauwelijks om de realiteit van wat gebeurt te verdragen, laat staan om iets van de waarheid van zulke uitspraken te voelen. We interpreteren ze dan automatisch vanuit het droomperspectief, vanuit het geloof in afgescheidenheid. Het voelt alsof ons wordt verweten dat we als individu om deze ellende hebben gevraagd: “wat heb ik dan gedaan dat dit mij of mijn geliefde overkomt?” Pogingen om dit te verzachten met theorieën over karma of onsterfelijkheid kunnen dan net zo kil en afstandelijk overkomen als het aanbieden van de hemel. Dat wij daar zelf troost aan beleven is prima, maar laten we uiterst terughoudend zijn met het aandragen van zulke verklaringen aan hen die rouwen.

Dit alles betekent niet dat de visie van ECIW onwaar of wreed is. Dat het ongepast is om Cursus-oneliners te smijten naar mensen in pijn, spreekt voor zich. Maar dat iemand (nog) geen toegang heeft tot de troost, warmte en hoop die Jezus ons aanbiedt, maakt de Cursus zelf nog niet tot een wrede leer. Als we dicht bij huis blijven, bij onszelf, kunnen we stap voor stap ontdekken dat uitspraken als “ik kan alleen mezelf kruisigen” juist een sleutel tot verlossing bevatten. Wanneer ons ongevraagd leed overkomt, kunnen we — onder leiding van de Heilige Geest — onderzoeken of we een grief willen koesteren, of dat we bereid zijn te overwegen dat wij zelf de betekenis aan het voorval hebben gegeven. Niet als beschuldiging, maar als uitnodiging tot een andere keuze: kies ik voor slachtofferschap, of durf ik me over te geven aan Liefde?

Toen Jezus aan het kruis hing en uitriep: “In Uw handen beveel ik mijn geest”, wordt in de Bijbel beschreven dat het voorhangsel van de tempel scheurde — het doek dat het Heilige scheidde van het Heilige der Heiligen. In die totale overgave, vanuit wat wij zien als ultiem slachtofferschap, werd de verbinding tussen God en mens hersteld, of misschien beter: werd het besef van die verbinding hersteld. Jezus biedt ons diezelfde keuze aan, in de Bijbel, in ECIW en in zoveel andere geschriften: blijf ik geloven in afgescheidenheid, dood en sterfelijkheid, of werp ik mij in Zijn armen?

Ik wil geen goedkope theorie verkopen, noch mezelf verheven voordoen. Als ik geconfronteerd word met verlies, of als ik beelden zie van lijdende kinderen, rollen de tranen over mijn wangen. Ik weiger dan te vluchten in abstracties of me uitsluitend om mijn eigen innerlijke vrede te bekommeren. Maar dankzij de Cursus weet ik ook dat ik kijk naar de diagnose van onze geest. We zijn niet geroepen om ontkenners te worden of om de ellende gelaten te accepteren, maar om scheppers te worden van een nieuwe wereld: gemanifesteerde Liefde.

Er is hoop.

Een relatie met Zoon-Jezus

In de blog “Jezus: voorbeeld en verlosser” nodigde ik ECIW-studenten uit om als het ware Jezus dichter te benaderen en hem niet uitsluitend als leraar of goeroe te beschouwen. Wij denken in termen van tijd en stellen dan dat Jezus de eerste was die de verlossing helemaal aanvaardde. Als we zo denken dan zien we Jezus onbewust slechts als historisch persoon die zo’n tweeduizend jaar geleden leefde.

Als ECIW-studenten willen we ervoor waken om Jezus “speciaal” te maken en daarbij kunnen we wat afkeurend kijken naar Christenen die de neiging hebben om hem de enig geboren, unieke zoon van God te noemen. In zekere zin doen we daar goed aan omdat het plaatsen van Jezus op een voetstuk ons de indruk kan geven dat hij fundamenteel verschillend zou zijn van ons. Daarmee blokkeren we dan onbewust zijn verlossingsweg voor onszelf.

Maar, zoals zo vaak, kunnen we ook nu weer doorslaan. Als we dit doen dan reduceren we Jezus tot een goeroe zoals er zo vele zijn; als een soort Satsang-leraar. Hierover ging genoemde eerdere blog: we accepteren dan Jezus als voorbeeld (=leraar) maar niet als verlosser.

Dat woord verlosser is erg beladen geraakt. Wat ik er niet mee bedoel is een iemand die “het cadeautje van verlossing” geeft aan een volgeling die slechts verstandelijk instemt met één of andere geloofsuitspraak. Als we zo denken dan plaatsen we de verlosser op duale wijze buiten ons; hij (of zij) is dan iemand die anders is dan wij, iets heeft wat wij niet hebben en dat aan ons zou kunnen geven. Zo duaal is het niet.

Er zijn ECIW-leraren die Jezus slechts als bruikbaar symbool willen opvatten. Als onze tijdelijke projectie van een soort ideale toestand die helemaal zal verdwijnen op het eind. Het voordeel hiervan is dat je duale valkuilen voorkomt maar het nadeel kan zijn dat je voor je gevoel helemaal op je (kleine!) zelf wordt teruggeworpen. En als je het zelf moet doen dan geldt helaas de wet van het ego: zoek en je vindt niet. Het is lastig; we moeten ontslag nemen als onze eigen leraar (ECIW) maar we moeten ook beseffen dat Jezus niet uitsluitend leraar is en dat de tijd van leren zijn einde nadert (Een Cursus van Liefde: ECvL).

Ons verstand worstelt met deze kwestie en wil een keuze maken: is Jezus nu een verlosser die anders is dan wij of een tijdelijk symbool in onze eigen gedachten? Sommige ECIW-leraren zien dit als het onderscheid tussen het klassiek Christelijke geloof en de onversneden visie van ECIW. Ik vind dit een te verstandelijke stellingname die een onnodige keuze suggereert die bovendien niet eens in overeenstemming is met de diepste kerngedachte van ECIW.

ECIW gebruikt termen die ons zouden moeten waarschuwen tegen de dictatuur van ons denken. Ik zal twee voorbeelden noemen: de termen “schepping” en “heilige relatie”. Ons verstand zal stellen dat alleen absolute eenheid waar kan zijn en dat elke vorm van onderscheid illusoir moet zijn binnen deze eenheid. Vanuit deze gedachte kunnen er niet meerdere Zonen zijn (bijvoorbeeld een Zoon die ooit eens in de droomwereld verscheen als Jezus en een Zoon die nu verschijnt als Simon). ECIW spreekt echter vrijuit over de schepping van Zonen en binnen deze zienswijze kunnen twee van deze Zonen dus ook een relatie hebben met elkaar. Zoon-Jezus kan een relatie hebben met Zoon-Simon en vice versa. Waar ECIW echter op wijst is dat ons denken niet kan begrijpen dat Zoon-Jezus en Zoon-Simon niet gescheiden zijn van elkaar en ten diepste bestaan in een Heilige Relatie. ECvL besluipt dit mysterie door te stellen: je bent relatie. Dit is mind-blowing voor ons.

Ik hoop dat je echter voelt dat, waar je denken mogelijk protesteert en middels ECIW-citaten de discussie wil aangaan, je hart een vreugdesprong maakt. En nee; dit is geen verkapte poging van het ego om zijn hachje te redden. Het ego wil helemaal geen relatie zijn, maar op eigen beentjes staan. Maar denk ook eens aan de ECIW uitspraak dat wij Gedachten ofwel Uitbreidingen van God zijn. Zie je ook hierin die wonderlijke verbondenheid? De stralen van de zon staan niet los van de zon maar vallen toch ook niet helemaal samen met haar.

En in deze intieme verbondenheid van de Vader met de Zonen en tussen de Zonen onderling is de verlossing volbracht in Zoon-Jezus. In mijn heilige relatie met Zoon-Jezus kan ik deze verlossing ervaren en dit onder woorden brengen door te stellen dat Jezus mijn verlosser is.

Lieve broeders en zusters; ik besef dat mijn woorden hier tekort schieten en dat ik de deur naar oeverloze discussies open. Ik zal deze niet met je aangaan want ik wil je geen idee opdringen waar je zelf geen feeling mee hebt. Ik ervaar deze band die ik mag hebben met Zoon-Jezus als een kostbaar geschenk dat ik met je wil delen. Dit kan ik het beste doen door je te wijzen op het reeds genoemde boek: Een Cursus van Liefde (ECvL). Wat ik ervaar bij het lezen van dit wonderlijke boek is dat Zoon-Jezus een relatie met me aanbiedt. Daarbij komt hij als het ware steeds dichterbij waarbij de onderscheiden contouren van Jezus steeds vager worden terwijl de herkenning van dat ene Zelf in hem en mij groeien. Dit maakt voor mij de Heilige Relatie, het wonder van Schepping, ervaarbaar.

Ik sluit deze blog dan ook graag af met enkele zinnen uit het derde boek van ECvL en wel uit het eerste Hoofdstuk van de 40 dagen; Dag 1:

1.15 Jullie zijn allen geliefde zonen en dochters van de liefde zelf, ongeacht hoe je die liefde noemt. Jullie zijn allemaal even geliefd. Dat jullie je devotie richten op de een of andere religieuze traditie is niet van belang. Dat jullie aanvaarden dat ik degene ben die jullie tot voorbij jullie leven vol ellende kan leiden naar een nieuw leven, is absoluut van belang.

1.16 Ik ben niet je leraar en je wordt niet geroepen mij blindelings te volgen. Maar je wordt geroepen mij te volgen, of mij op te volgen. Alleen op deze manier kan nieuw leven naar het oude gebracht worden.

1.17 Jouw verlangen mij te kennen is gegroeid terwijl je deze woorden hebt gelezen en dichter bij jouw Zelf bent gekomen. Dit komt omdat wij Eén zijn. Mij kennen is jouw Zelf kennen.

Jezus: voorbeeld én verlosser

<Een wat langere blog dan gewoonlijk, maar hopelijk behulpzaam. Hartegroet, Simon>

Waarschijnlijk overdrijf ik niet wanneer ik stel dat er door de eeuwen heen duizenden auteurs hebben geschreven over Jezus en over de betekenis van zijn leven. Ik koester geen enkele illusie dat deze blog daar iets werkelijk origineels aan toevoegt. Toch vermoed ik dat veel studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) vroeg of laat met dezelfde vraag worstelen: hoe moeten we Jezus eigenlijk zien?

Laat ik beginnen bij een klassieke christelijke visie. Daarin lijkt Jezus een dubbele rol te vervullen. Enerzijds is hij de Zoon van God die laat zien hoe wij geroepen zijn te leven: liefdevol, vergevingsgezind en toegewijd. Hij is leraar en voorbeeld. In mijn jeugd werd dat samengevat in het bekende acroniem WWJDWhat Would Jesus Do? Anderzijds wordt Jezus gezien als het “Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt”. In een vereenvoudigde uitleg: de mens heeft gezondigd, God is rechtvaardig en boos, en de straf die ons toekomt wordt door Jezus gedragen in zijn kruisdood. Hij offert zich plaatsvervangend op, zodat wij vrijuit gaan.

Deze manier van spreken kan problematisch worden. God verschijnt dan al snel als rechter die genoegdoening eist, en straf als noodzakelijk middel ziet. Dat beeld sluit overigens naadloos aan bij hoe wij mensen zelf vaak denken over schuld en vergelding. Jezus wordt in dat kader de “rijke broer” die onze schuld betaalt. Wij hoeven slechts dankbaar te aanvaarden wat hij voor ons heeft gedaan.

Tegelijk zou het onrecht doen aan het christelijk geloof om het hierbij te laten. Zeker binnen evangelische en baptistische tradities gaat het niet alleen om het aannemen van een offer, maar ook om het erkennen van Jezus als Heer. Dat betekent: je leven willen afstemmen op zijn leiding, openstaan voor de Heilige Geest, en de intentie hebben om daadwerkelijk liefdevol te leven. De focus ligt dan niet uitsluitend op het hiernamaals, maar ook op een getransformeerd leven hier en nu.

Vanuit dat perspectief blijkt de kloof tussen deze christelijke visie en die van ECIW misschien kleiner dan vaak wordt gedacht. Toch zullen veel cursusstudenten twee fundamentele correcties willen aanbrengen. Ten eerste wordt God in ECIW radicaal “ontschuldigd”: Hij is louter Liefde, zonder oordeel, zonder woede, zonder behoefte aan straf of offer. Ten tweede leert de Cursus dat Gods Kinderen niet kunnen zondigen in morele zin. Wat zij wel kunnen doen, is zich vergissen – door serieus te geloven dat afscheiding van God mogelijk is.

ECIW ontkent niet dat wij ons schuldig voelen. Integendeel: dat schuldgevoel wordt gezien als een signaal dat er iets niet klopt in onze waarneming. Het wijst ons op een vergissing, niet op werkelijke schuld. Vanuit dat schuldgevoel projecteren wij vervolgens een beeld van een straffende God. Het bevrijdende inzicht – en misschien wel het diepste evangelie – luidt dan: je bent niet schuldig, maar verdwaald.

Ook projecteren wij een schijnwereld waarin tijd, verbetering, strijd en dood centraal komen te staan. Sommigen blijven daarin geloven in een boze God; velen laten God helemaal los. Het leven wordt dan een poging om binnen deze schijnwereld zekerheid, liefde en betekenis te vinden – terwijl de dood als ultieme dreiging boven alles hangt.

Tegen die achtergrond verschijnt Jezus in ECIW allereerst als leraar: iemand die uitlegt hoe de illusie van afscheiding tot stand komt (Tekstboek) en hoe wij haar kunnen loslaten (Werkboek). Sommigen zien hem daarbij vooral als een non-duale wijsheidsleraar, vergelijkbaar met oosterse goeroes. Dat is niet onbegrijpelijk, maar het doet mogelijk tekort aan zowel de Bijbel als de Cursus. In beide is Jezus méér dan alleen een leraar.

Laat me dat proberen toe te lichten. De klassieke christelijke belijdenis spreekt over Jezus als de eniggeboren Zoon die de zonden der wereld wegneemt. Op het eerste gezicht lijkt dit ver verwijderd van ECIW. Maar wat gebeurt er als we deze voorstelling vertalen naar een minder dualistisch kader? Dan zou je kunnen zeggen: Jezus is degene die de illusie van afscheiding volledig heeft doorzien, die het geloof in zonde en dood heeft losgelaten, en die door zijn weg te gaan – tot en met het kruis – heeft laten zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Dat komt al verrassend dicht bij zowel de Bijbel als de Cursus. Toch blijft Jezus hier vooral de oudere broer die ons voorgaat. De verlossing lijkt dan alsnog iets wat wij uiteindelijk zelf moeten volbrengen. Maar juist daar zet ECIW een beslissende stap verder. De Cursus stelt expliciet dat wij onszelf niet kunnen verlossen – “God zal de laatste stap zetten” – en dat van ons slechts een kleine bereidwilligheid wordt gevraagd. Dat klinkt opvallend verwant aan het christelijke spreken over genade.

Op dat punt ontstaat vaak de vraag: heb ik Jezus hier eigenlijk nog wel voor nodig? Is hij niet slechts een inspirerend voorbeeld? Die vraag blijft echter steken in een subtiel dualisme, waarin Jezus, de Heilige Geest en wijzelf als gescheiden worden gedacht. De Cursus nodigt juist uit om dit onderscheid voorzichtig los te laten, zonder het mysterie te willen oplossen.

In die ruimte ontstaat een ander verstaan: wat in Jezus is volbracht, is in waarheid ook in ons volbracht. Wij ervaren dat in de tijd als een volgorde – hij eerst, wij later – maar op het niveau van de ene Mind is die scheiding niet werkelijk. Jezus wordt dan zowel onze Broeder als het levende symbool van onze eigen verlossing.

Vanuit dat perspectief kan Jezus in ECIW werkelijk als verlosser worden gezien: niet als iemand die God gunstig stemt, maar als degene in wie de overwinning op het geloof in afscheiding reeds voltooid is – en waarin wij mogen “inpluggen”. Dat krijgt voor mij ook een existentiële diepte wanneer ik kijk naar het lijden. Natuurlijk is het waardevol om niet te blijven hangen in het kruis en om de opstanding niet uit het oog te verliezen. Maar wanneer we het lijden van Jezus te snel wegredeneren als ‘illusoir’, plaatsen we hem gemakkelijk op afstand. Dan wordt hij een onbereikbaar ideaal.

Persoonlijk ervaar ik juist kracht in het beeld van Jezus als oudere broer die weet wat menselijke pijn is. Wie worstelt met verlies, slapeloosheid, angst of machteloosheid, herkent misschien iets van het “vastgespijkerd zijn” tussen hemel en aarde. In dat moment kan het helend zijn om te voelen: hij is hier, met mij. En om samen met hem te zeggen: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.” Dan mag ook het vertrouwen groeien dat het werkelijk waar is wat Jezus uitroept: “Het is volbracht.”

Ik besef dat er ECIW-studenten zijn die niets willen weten van een Jezus die net als wij geleden heeft. Zij zien hem het liefst als symbool voor de onmogelijkheid van het lijden. Ik ga hierover niet twisten en begrijp dat hun visie resoneert met de kernboodschap van de Cursus: niets werkelijks kan bedreigd worden. Als dit voor je werkt als hoopgevend baken dan begrijp ik dat.

Zelf ervaar ik meer steun aan een Jezus die waarlijk mens geweest is met alle menselijke gevoelens van dien. Zo wordt hij ook beschreven in het Nieuwe Testament. Deze Jezus is geen verheven toneelspeler die net doet alsof hij moe is, dorst heeft, bang is en pijn heeft. Hij beleeft de menselijke conditie net als ik. Maar in zijn mens-zijn reis ik mee en maakt hij mij deelgenoot van zijn ultieme overgave aan de liefde, aan zijn Vader, op het kruis en daarmee deelgenoot van zijn opstanding.

Na zijn opstanding verschijnt hij in zijn opstandingslichaam aan zijn discipelen om hen verder te onderwijzen en te troosten. Ik wil hier niet te veel over fantaseren maar ik vermoed dat dit zomaar ons voorland is waarin wij mogen delen in zijn glorie. Ik denk dat hier alle tranen van onze ogen gewist zullen worden en we, samen met hem, uitgeleerd zijn en ten diepste beseffen:

“Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God”

ECIW-citaten

Uit Handboek voor Leraren:

“Eén geheel volmaakte leraar, wiens leerproces voltooid is, volstaat. Deze ene, geheiligd en verlost, wordt het Zelf dat Gods Zoon is.”

“Hij heeft de dood overwonnen, want hij heeft het leven aanvaard. Hij heeft zichzelf herkend zoals God hem heeft geschapen, en daardoor heeft hij alle levende wezens als deel van hem herkend.”

“Zijn deel in het Zoonschap is ook dat van jou en zijn voleindigde leerweg garandeert jouw eigen welslagen.”

Bijbel citaten:

Johannes 17:21–23 (NBV21)

“Laat hen allen één zijn, Vader, zoals U in Mij bent en Ik in U.
Laat hen in Ons zijn, zodat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt.
Ik heb hun de grootheid gegeven die U Mij gegeven hebt,
opdat zij één zijn zoals Wij één zijn:
Ik in hen en U in Mij.
Dan zullen zij volkomen één zijn.”

Johannes 17:24 (NBV21)

“Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt,
om de grootheid te zien die U Mij gegeven hebt,
omdat U Mij al liefhad vóór de grondlegging van de wereld.”

Openbaring 21:4 (NBV21)

“Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen.
De dood zal er niet meer zijn,
geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn,
want wat er eerst was is voorbij.”

Openbaring 7:17 (NBV21)

“Want het Lam dat midden voor de troon staat, zal hen weiden
en hun de weg wijzen naar de waterbronnen van het leven,
en God zal alle tranen uit hun ogen wissen.”

Lieve broeders en zusters uit de Facebook-groep “ECIW-met elkaar”, en bezoekers van “ECIW coach.com”

We wensen elkaar zo gemakkelijk en haast wat mechanisch het beste voor 2026, om daarna de draad van het dagelijks leven weer op te pakken. Ondertussen horen we dat de politie spreekt van een heftige jaarwisseling, waarbij 112 overbelast was, verwoestingen zijn aangericht en hulpverleners zijn aangevallen en gewond geraakt. En als straks de beelden hiervan uit het journaal verdwenen zijn, zal hun plaats snel weer worden ingenomen door die van het “gewone” geweld van alle oorlogen en conflicten om ons heen.

Als studenten van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) hebben we ons hiertoe te verhouden. Er zijn leraren en studenten die menen dat ontkenning de juiste aanpak is. Zij stellen dat in absolute eenheid niets kan gebeuren en dat alles slechts schijn is, waardoor we ons niet moeten laten foppen.

Gelukkig was dit niet de overweging van Jezus toen hij besloot ons genoemde cursussen te geven via Helen Schucman en Mari Perron. Hoewel hij de ultieme waarheid kent dat “niets werkelijks bedreigd kan worden en niets onwerkelijks bestaat”, wees hij ons toch op onze functie binnen deze (droom)wereld. Deze functie is vergeving en het aanbieden van wonderen. Vergeving is niet het ontkennen van geweld, maar het horen van de roep om liefde die onder de agressie schuilgaat. En het wonder is het aanbieden van liefde: in gedachten, woord en daad.

Onze eerste taak als wonderwerkers is het accepteren van de verzoening voor onszelf. Te snel rekenen we onszelf rijk en achten we onszelf superieur aan de geweldplegers die we zien. Maar onze cursus vergt een radicale eerlijkheid, waarbij we de ego-krachten die we buiten onszelf menen te bespeuren ook in onszelf herkennen en erkennen. Er is geen rangorde in wonderen, maar ook niet in de wensen tot afscheiding. Onze geringste irritatie en onze neiging tot veroordelen – van onszelf en van anderen – zijn de bouwstenen van wat we uitvergroot op tv zien.

De wereld schreeuwt momenteel om bewustwording en liefde. Vanuit stilte en radicale eerlijkheid moeten we de neiging tot oorlog in onszelf zien en deze laten helen door Liefde. Dit vergt grote wakkerheid en oplettendheid.

Engelsen zeggen het zo kernachtig: “We are in this together.” En zo is het. We staan als mensheid voor een ultieme uitdaging. Als mensheid, als lid van deze Facebook-groep, samen, jij en ik. God zij dank dat we mogen putten uit de Bron die ons voedt en draagt, en die zich door ons heen wil manifesteren. Dus dat is mijn wens voor ons allen:

“Stay connected to God’s Love.”

Hartegroet,
Simon Schoonderwoerd

Jezus toen en nu.

Er zijn cursus-leraren die stellen dat de Jezus van Een Cursus in Wonderen (ECIW) niet zoveel te maken heeft met de Jezus uit het Nieuwe Testament (NT) van de Bijbel. Ik meen dat dit een vergissing is. Waar ik wel in meega is de vaststelling dat mensen in de eeuwen na het leven van Jezus een draai hebben gegeven aan de Bijbel die niet behulpzaam is. Helaas heeft de kerk hierin een rol gespeeld waardoor veel cursusstudenten nu een aversie hebben tegen alles wat met de kerk en met het christelijk geloof te maken heeft. Overigens zijn er ook bekende cursusleraren die juist wijzen op de continuïteit tussen NT en ECIW zoals Robert Perry van The Circle of Atonement. Maar dit terzijde.

Gisteren en vandaag beluisterde ik bijgevoegde podcast waarin Prof. Geurt Henk van Kooten zijn visie geeft op de betrouwbaarheid van de bronnen van de evangeliën waarin het leven van Jezus beschreven wordt. Ik wil je niet ervan overtuigen om deze hele video te bekijken want ik besef dat mijn interesse hiervoor niet breed gedeeld zal worden. Lang verhaal kort: Van Kooten stelt na uitgebreide research dat Mattheus en Johannes ooggetuigen zijn geweest van het leven van Jezus en dat is opmerkelijk omdat tot nu toe werd aangenomen dat het evangelie van Johannes pas aan het einde van de eerste eeuw na Christus zou zijn geschreven. Waarom ik deze video hier deel is omdat ik tegen het eind van de video getroffen werd toen Van Kooten uitlegde waar het unieke van de boodschap van Jezus in het NT uit bestaat. Eerst blijft hij wat abstract als hij aangeeft hoe Jezus in die tijd manoeuvreerde tussen het brengen van een boodschap over een innerlijke transformatie en de politieke situatie van zijn tijd (men verwachtte dat de Joodse Messias een politieke vrijheidsstrijder zou zijn). 

Dit zette me al een beetje aan het denken toen ik besefte dat wat wij “politiek” noemen in feite de hele duale werkelijkheid is die wij als mensheid in de collectieve mind projecteren. Als cursusstudenten bestaat onze hele leerschool eruit om ons te leren verhouden tot de wereld die zich schijnbaar van buitenaf aan ons opdringt. “Schijnbaar”, want we projecteren deze wereld vanuit onze gespleten denkgeest. Hierna ging Van Kooten echter verder en benoemde hij het echt unieke van de boodschap van Jezus waarbij hij twee Griekse woorden noemde: metanoia en katharsis. En precies daar gebeurde iets bij mij. Niet omdat ik deze woorden nog nooit was tegengekomen – ze duiken al lang op in theologie, filosofie en psychologie – maar omdat ik ineens scherp zag wat ze werkelijk aanduiden. En vooral: dat ze exact benoemen waar Een Cursus in Wonderen in essentie over gaat.

Metanoia wordt meestal vertaald als bekering of inkeer, maar dat dekt de lading maar gedeeltelijk. Het gaat niet om spijt hebben of om morele zelfverbetering binnen hetzelfde kader. Metanoia duidt op een fundamentele verandering van denken, een radicale perspectiefwisseling. Geen kleine correctie, maar een omkering. Een mentale draai van 180 graden. Je kijkt niet langer vanuit hetzelfde punt naar dezelfde wereld, maar vanuit een ander uitgangspunt naar alles wat je ervaart.

Toen ik dat zo hoorde, viel voor mij een kwartje. Want dit is precies wat ECIW steeds weer benadrukt. Het probleem zit niet in de wereld, niet in de ander en niet in de omstandigheden, maar in de manier waarop wij waarnemen. In de denkgeest die voortdurend interpreteert, oordeelt en betekenis geeft vanuit angst en afgescheidenheid. De cursus vraagt ons niet om de wereld te verbeteren, maar om onze manier van kijken te laten corrigeren. Dat is metanoia, zonder omwegen.

Metanoia gaat gepaard met een innerlijk proces dat minstens zo wezenlijk is: katharsis. Zuivering. Reiniging. Het loslaten van wat zich in de loop van de tijd heeft vastgezet in onze denkgeest. Angst, schuld, woede, slachtofferschap. Niet als abstracte begrippen, maar als levende innerlijke reacties die ons dagelijks gedrag sturen.

In ECIW heet dat proces vergeving. En ook dat woord roept vaak misverstanden op. Vergeving is hier geen moreel gebaar waarbij ik besluit jou je fouten niet langer kwalijk te nemen. Het is een innerlijke schoonmaak. Een zuivering van mijn eigen waarneming. Ik zie dat mijn oordelen en mijn verontwaardiging voortkomen uit dezelfde vergissing: het geloof dat ik afgescheiden ben en mij moet verdedigen. Vergeving is het proces waarin die vergissing langzaam wordt losgelaten. Dat is katharsis.

Wat mij hierin aanspreekt, is hoe concreet dit alles is. Je merkt wellicht niet direct aan grootse spirituele ervaringen, maar aan kleine verschuivingen in het dagelijks leven. In hoe snel je je aangevallen voelt. In hoe vanzelfsprekend je angst serieus neemt. In hoe hardnekkig je vasthoudt aan je eigen gelijk. Katharsis betekent hier niet één grote emotionele ontlading, maar een voortdurende bereidheid om die innerlijke spanning niet langer te rechtvaardigen of te projecteren, maar te laten oplossen.

En dan, soms bijna ongemerkt, treedt het wonder op. Niet als iets bovennatuurlijks, maar als een perspectiefwisseling. Je kijkt anders. Niet omdat de situatie veranderd is, maar omdat jij met andere ogen kijkt. Waar eerst angst zat, komt ruimte. Waar eerst oordeel zat, komt mildheid. Waar eerst verdediging zat, komt rust. Dat is de metanoia waar de cursus op mikt: leven vanuit de Heilige Geest, ofwel vanuit het Zelf met een hoofdletter Z, in plaats van het zelf met de kleine letter z dat voortdurend bezig is zichzelf overeind te houden.

Het interview met Van Kooten hielp mij om scherper te zien hoe consistent en helder de oorspronkelijke boodschap van Jezus eigenlijk is. Niet politiek, niet moralistisch en niet gericht op uiterlijke hervorming, maar radicaal innerlijk. Een oproep tot metanoia, gedragen door een proces van katharsis.

In dat licht vervaagt voor mij het vermeende verschil tussen de Jezus van het Nieuwe Testament en de Jezus van Een Cursus in Wonderen, omdat de kernboodschap zichtbaar hetzelfde blijft. In beide gevallen gaat het om dezelfde beweging: weg van angst en projectie, en naar een innerlijke omkering van perspectief. Niet door strijd, maar door inzicht. Niet door veroordeling, maar door zuivering van de denkgeest.

Het interview maakte voor mij duidelijk dat Jezus in de evangeliën op precies dezelfde heldere manier spreekt als in ECIW. Andere woorden, andere context, maar dezelfde richting. Het koninkrijk is geen toekomstig ideaal en geen uiterlijke orde, maar een andere manier van zien die nu beschikbaar is. Mits we bereid zijn die innerlijke weg te gaan. En misschien is dat wel waarom deze twee oude Griekse woorden mij zo blij maakten: omdat ze in één adem benoemen wat deze weg vraagt én wat zij schenkt. Een zuivering die ruimte maakt voor een omkering. En een omkering die ons herinnert aan wat we in wezen al zijn: geliefde Kinderen van de Vader, samen met Jezus, onze Broeder.  https://youtu.be/NKAfmcFXYw4?si=Yy2gW-BqA_TxMh75

Het wonder van heelheid-van-hart

<Leven vanuit je Grote Zelf in een wereld vol angst>

De werkboeklessen gaan in deze periode over twee centrale thema’s: vergeving en het wonder. Ken Wapnick geeft aan dat deze begrippen erg dicht bij elkaar liggen. Vergeving verwijst hierbij vooral naar het proces, terwijl het wonder de correctie van onze waarneming zelf is.

Maar laten we ons hoofd niet breken over de terminologie van de cursus. Het is veel belangrijker dat hoofd en hart samen gericht zijn op eenheid en liefde. We kunnen de wereld en haar problemen namelijk aanvliegen vanuit het hoofd óf vanuit het hart. In eerste instantie is het nuttig om dit onderscheid te maken, want beide hebben hun valkuilen.

De balans tussen Hoofd en Hart

Als we te veel de nadruk leggen op één van beide aspecten, kan er scheefgroei ontstaan:

  • Te veel “hoofd”: Ons hoofd kan terecht beredeneren dat de grenzen die onze zintuigen waarnemen, ons een onterecht beeld van afgescheidenheid voorschotelen. ECIW stelt dat dit aanvankelijk zelfs enig geloof van ons vergt. Maar als we hierin doorslaan, vervallen we in een hyper-abstracte theologie. We verliezen dan het gevoel, het besef dat we als Kinderen van de Vader gedragen worden door Zijn liefde en dat we onze broeders en zusters mogen liefhebben “gelijk ons Zelf”.
  • Te veel “hart”: Ons hart geeft ons het gevoel voor verbondenheid en bewogenheid; het is de plek van verwondering over het mysterie van de schepping. Maar bij een teveel aan emotie zonder inzicht, kunnen we terugvallen in een duaal beeld van God en onze medemens. We willen dan weldoeners zijn, maar gaan twijfelen aan onszelf: schieten we niet tekort? Is God wel tevreden? Ideeën over zonde, schuld en angst sluipen dan ongemerkt onze mind weer binnen.

Daarom legt Een Cursus van Liefde (ECvL) extra nadruk op “heelheid-van-hart”. Dit is de staat van zijn waarin hoofd en hart samensmelten. We leven dan niet langer vanuit het geloof in afgescheidenheid (het kleine zelf), maar vanuit het diepe besef van eenheid met de Bron en met elkaar.

De wereld als spiegel

ECIW legt op onnavolgbare wijze uit dat de ellende die we in de wereld zien, niet de oorzaak is van onze nare gevoelens, maar het gevolg. De wereld die we zien is het spiegelbeeld van ons eigen geloof in afgescheidenheid.

Als wij, als Zoon van God, geloven dat we losstaan van de Vader en van elkaar, zien we een wereld vol afgescheidenheid en voelen we ons kwetsbaar. Dit vraagt om een klein beetje bereidwilligheid. Durven we te overwegen dat wij niet de slachtoffers zijn die rondwandelen in een vaststaande wereld, maar dat wij degenen zijn die deze wereld zelf maken, als een droom in onze mind? Denk aan de teksten die stellen dat we zelf betekenis geven aan alles, dat we geen slachtoffer zijn van de wereld die we zien en dat we onszelf “kruisigen” door onze gedachten.

De praktijk: Hoe werkt het wonder?

Dit lijkt misschien een onmogelijke geloofsstap. Daarom nodigt Jezus ons uit om de theorie even te laten voor wat het is en het gewoon te proberen. Hoe ziet dit er in de praktijk uit?

Stel je de volgende situatie voor:

  1. De trigger: Ik zie een naar persoon en ben ervan overtuigd dat hij mij boos maakt.
  2. De neiging: Ik wil mezelf verdedigen of de aanval inzetten.
  3. Het besef: Dan realiseer ik me dat ik hiermee mijn geloof in afgescheidenheid bevestig. Ik voel letterlijk hoe ik vanbinnen verhard.
  4. De keuze: Ik besluit pas op de plaats te maken en een andere keuze te maken.
  5. De uitnodiging: Ik vraag de Heilige Geest om mijn waarneming te corrigeren:

“Bron van Liefde, ik meen iemand te zien die anders is dan ik en die mij aanvalt. Help me om te zien dat mijn geloof dat ik afgescheiden ben van hem niet klopt. Ik weiger te kiezen voor verdediging of tegenaanval. Oei, wat valt dit me lastig; het lijkt of ik mezelf fop. Help me, Liefde!”

  1. Het wonder: Het wonder vindt plaats. Het is die vreemde maar fijne ervaring dat de boosheid verdampt. Er ontstaat ruimte voor een liefdevolle respons.

Van oordeel naar Grote Zelf

Gaandeweg, en door stug volhouden, ontdek je dat het klopt. Duistere gedachten en emoties zijn geen onvermijdelijk gevolg van de wereldproblematiek; er is een bevrijdende keuze mogelijk!

Je gaat er gevoel voor ontwikkelen dat je niet samenvalt met je kleine zelf. Je gaat zien dat het precies omgekeerd werkt: door onze keuze tot oordeel projecteren we – vanuit het Grote Zelf dat we in waarheid zijn – een klein zelf dat gelooft in afgescheidenheid. Angst en aanval maken de illusie dat je een kwetsbaar, lichamelijk wezen bent “echt” voor je.

De cursussen zijn er juist op gericht om dit mechanisme om te draaien. Door vergeving en door ons af te stemmen op de Heilige Geest, stappen we uit die projectie. We geven ons over, zodat we weer gaan leven vanuit ons Grote Zelf, dat in Heilige Relatie verbonden is met de Vader en met onze Broeders. Je merkt dat jouw vergevende houding werkt als balsem voor je ziel. Op dat moment vergt het wonder geen geloof meer, want je ervaart simpelweg wat verlossing inhoudt.

Door je zo telkens af te stemmen op eenheid, wordt je geest gevuld met “Gedachten die je denkt met God”. Omdat je gaat inzien dat jij degene bent die de narigheid projecteert, opent zich de weg naar dat waar projectie slechts een schaduw van is: extensie, de uitbreiding van liefde en schepping. We worden uitgenodigd om een nieuwe wereld te scheppen door een oneindige verdieping van onze verbondenheid.

Actuele toepassing: Strijdbaarheid vs. Verbondenheid

Vanmorgen las ik in de krant dat de “willingness to fight” (bereidheid om te vechten) in Nederland erg laag is en verhoogd moet worden gezien de dreiging in de wereld.

ECIW en ECvL laten een geluid horen dat hier 180 graden tegenin gaat: de “willingness to fight” mag vergeven worden en vervangen door de “willingness to unite”. Laten we niet wanhopen, noch meegaan in de verharding.

Wat is dan de uitnodiging als we geconfronteerd worden met beelden van geweld? Ze weglachen en ontkennen? Nee. Ze serieus nemen en vervallen in wanhoop? Ook niet.

De uitnodiging is om ze te zien en te beseffen dat we in de spiegel kijken van onze collectieve mind. Dit is hoe geloof in afgescheidenheid eruitziet: als een fysieke werkelijkheid vol dood en verderf. We kijken naar onze eigen roep om liefde.

Deze roep vraagt om een respons vanuit heelheid-van-hart. Er zijn geen vaste gedragsregels; ieder Kind van God verhoudt zich op unieke wijze tot wat zich aandient. Het is onze houding die telt: kijken we vanuit angst of vanuit liefde? Als we kiezen voor liefde, treedt er een Kracht in werking die door ons heen precies dat zal doen wat nodig is.

Moge Zijn Wil geschieden, zowel in de hemel als op aarde, want deze zijn tenslotte één.

Het tipje van de sluier

De eenvoud van liefde, maar de complexiteit van barricades.

Na een paar jaar studie van Een Cursus in Wonderen (ECIW) drong het tot me door: het is niet genoeg om deze cursus slechts met het hoofd te begrijpen. Jezus probeert ons geen nieuwe theologie te onderwijzen, maar ons te leiden naar verlossing. Dat is ten diepste een ervaring van vrede.

Omdat ik merkte dat veel medestudenten moeite hadden om die ervaring daadwerkelijk te proeven, organiseerde ik een workshop. Mijn doel was helder: mijn gasten laten voelen wat oordeel en vergeving vanbinnen met je doen, zodat de keuze voor dat laatste makkelijker zou worden.

Weerstand en verantwoordelijkheid

De avonden verliepen echter niet zoals ik me had voorgesteld. De oorzaak daarvan zoek ik nu vooral bij mezelf. Ik voelde me gespannen en overmatig verantwoordelijk voor ‘het resultaat’. Hoewel ik geen kosten rekende, voelde ik de druk van mensen die soms een uur in de auto hadden gezeten.

Daarnaast onderschatte ik de onbewuste weerstand tegen wat de Cursus het ‘loslaten van grieven’ noemt. Voor mij leek de keuze zo evident: waarom zou je vasthouden aan boosheid als je weet dat het je pijn doet? In mijn blogs ben ik soms ook geneigd die bocht kort te nemen: Wil je liefde ervaren? Heb dan lief! Zo simpel is het toch?

Maar tijdens de workshop leerde ik dat die eenvoud bedrieglijk kan zijn. Ik ontdekte dat iedereen een eigen tempo en specifieke aandachtspunten heeft in het doorlopen van het curriculum. Die ontdekking deed me besluiten om liever in 1-op-1 gesprekken te werken. Daarin kan ik veel beter aanvoelen wat bij iemand aanslaat en waar iemand dreigt af te haken.

Lessen in nederigheid

Toch had ik die stroeve workshop-ervaringen voor geen goud willen missen. Juist in de wrijving en het gesprek met broeders en zusters ontstaan de diepste inzichten. Voor mij betekende dit concreet:

  • Van leraar naar leerling: Mijn gespannenheid liet zien dat ik zelf nog verlossingswerk te doen had. Ik moest het advies van ECIW opvolgen: mezelf ontslaan als ‘leraar’ die de avond moet dragen. De eerste avonden bereidde ik nog krampachtig voor; bij de vervolgavonden stemde ik me vooraf en tijdens de start bewust af op de Heilige Geest. Die avonden verliepen soepel, fijn en van-Zelf.
  • De noodzaak van complexiteit: Ik begreep ineens waarom ECIW zo’n dik en psychologisch gelaagd boek is. De basisboodschap van liefde is simpel, maar onze barricades ertegen zijn dat niet. Onze wens om afgescheidenheid te ervaren heeft geleid tot diepgewortelde angst- en schuldgevoelens, die we zorgvuldig hebben toegedekt.
  • De weg terug: Jezus geeft ons een gedetailleerde kaart van hoe we die barrières hebben opgebouwd én hoe we ze stap voor stap kunnen slechten. Verlossing is niets anders dan de stapsgewijze overgave aan liefde, door inzicht te krijgen in hoe we die liefde zelf blokkeren.

Maatwerk van hoofd en hart

De Cursus is een meesterstuk van maatwerk. Ik ervaar het dan ook als genade dat we na ECIW ook Een Cursus van Liefde (ECvL) hebben gekregen. Waar ECIW vaak wordt gezien als een boek voor het ‘hoofd’ (het ontmantelen van het ego) en ECvL voor het ‘hart’, is die scheiding te zwart-wit. ECIW stroomt over van geduld en liefde, terwijl ECvL ook prachtige intellectuele inzichten biedt. Samen vormen ze voor mij een machtige bron die blijft verbazen.

In gesprekken met anderen zie ik met dankbaarheid hoe ieder mens op een uniek moment, via het hoofd of het hart, geraakt wordt en hoe het transformatieproces op gang komt.

Licht in de duisternis

Nu Sinterklaas voorbij is, komt Kerst in beeld. We vieren dat het Licht schijnt in de duisternis. Vaak denken we dan terug in de tijd, aan de incarnatie van Jezus, ruim 2000 jaar geleden. Maar tijd is slechts perceptie; dat Licht is nooit gedoofd. De duisternis die we ervaren is niets anders dan de sluier die wij zelf over het Licht hebben geworpen.

De cursussen nodigen ons uit om slechts een puntje van die sluier op te lichten. De warmte van de liefde die we dan voelen, doet de rest.

Mag je “kleine dingen” vragen aan de Heilige Geest?

Toen ik vele jaren geleden deelnam aan een huiskring van een Baptistengemeente kwam de vraag naar boven of je aan de Heilige Geest hulp mocht vragen om een parkeerplek te vinden of om je verloren huissleutels terug te vinden. De uitkomst van het gesprek weet ik niet meer precies, maar ik meen me te herinneren dat de meningen verdeeld waren.

In m’n eerdere blog (Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord) schreef ik:

“Als studenten van de cursus hebben we geleerd dat het niet zo zinvol is om vast te houden aan het duale beeld van een God die buiten ons bestaat en tot wie wij kunnen bidden om hem te vragen aan al onze wensen te voldoen. Het is ondertussen een beetje een cliché geworden maar gezien de tijd van het jaar waarin we nu leven zeg ik het toch maar: God is geen Sinterklaas in de hemel.”

Hier is toch enige nuance nodig.

In zijn contact met Helen Schucman nodigt Jezus haar uit om zijn leiding te vragen waar het alledaagse dingen betreft, zoals zelfs de plek waar ze naar toe zou kunnen gaan om een nieuwe jas te kopen. Jezus zegt dat we Hem niet alleen mogen vragen om hulp bij grote, spirituele kwesties, maar ook bij de meest gewone en kleine dingen van het dagelijks leven — zelfs waar je een jas moet kopen. Hij benadrukt dat er geen hiërarchie van belangrijkheid bestaat in leiding: alles wat jou onrust geeft, groot of klein, is een blokkade voor innerlijke vrede.

Door Hem te vragen om leiding in zulke ‘triviale’ zaken, train je jezelf om voortdurend op de innerlijke Stem te vertrouwen in plaats van op angst, twijfel of eigen wilskracht. Zijn doel is niet om je winkelkeuze te bepalen, maar om je te helpen steeds dieper afgestemd te raken op leiding — zodat je leert leven vanuit vrede en zekerheid, in plaats van vanuit het ego.

Maar in dit voorbeeld speelt ook een ander aspect, een tweede laag: niet alleen kreeg zij zelf wat ze nodig had, maar haar aanwezigheid bleek op dat moment ook waardevol voor de eigenaar/kassier, wiens gehandicapt kind (binnen Helen’s vakgebied) om aandacht vroeg. Volgens Jezus was de leiding ook bedoeld “because the furrier needed you.” Ook bij andere gelegenheden waar Jezus heel direct aanwijzingen gaf aan Helen waren belangen van anderen gediend.

Mijn Sinterklaas-vergelijking betreft de neiging om ons verlanglijstje aan de Heilige Geest (of aan Jezus) voor te leggen en Hem te vragen om als het ware te tekenen bij het kruisje. Ik zeg niet dat dit niet mag of dat het niet behulpzaam zou kunnen zijn om het vertrouwen op te bouwen dat we ook in ons alledaagse leven geleid kunnen worden door de Heilige Geest. Integendeel, zou ik haast zeggen. Want met regelmaat ageer ik tegen dat hyperabstracte beeld van God waarbij gesteld wordt dat God niets af zou weten van de roep om hulp van zijn kinderen die verdwaald zijn in de droom van dualiteit.

Maar ook nu geldt dat we bij de vraag of de Heilige Geest nu wel of niet handelt in de wereld en of we nu wel of niet onze verlangens bij Hem neer moge leggen, ons kunnen verliezen in twee uitersten.

  1. De duale variant: God (Heilige Geest, Jezus) als Sinterklaas om te voldoen aan onze ego-wensen.
  2. De hyper abstracte variant: God als absolute eenheid die niets van onze roep om hulp af zou weten (overigens is dit ook een duaal beeld van God, maar dit terzijde).

De grens tussen God en ons is niet zo absoluut, zo duaal. Hij is de Bron van stromende Liefde en wij zijn aspecten van deze Liefde. Punt is dat wij als aspecten van Liefde menen onszelf “losgedacht” te hebben van de Bron. Gelukkig kan dat helemaal niet en tegelijk met deze rare wens van ons om op eigen beentjes te staan is er een Stem in ons die ons eraan herinnert dat dit niet kan: de Heilige Geest. Je kunt dit omschrijven door te stellen dat God “direct de Heilige Geest schiep” toen wij begonnen te dwalen. Merk op dat ook bij deze metafoor God, de Bron van Liefde, dus moet “opmerken” dat de Liefde niet meer stroomt: “Hij” weet ervan. Vanuit ons gezien voelt deze innerlijke Stem als een herinnering aan de Liefde.

Punt is dat wij als verdwaalde aspecten van Liefde onze verlossing zijn gaan zoeken in te kleine dingen; we vragen niet te veel maar te weinig. Anders gezegd: onze kleine verlangens zijn minuscule afspiegelingen van dat grote verlangen naar verlossing uit de droom van dualiteit.

Dit plaatst, hoop ik, zaken wat in perspectief. Want met het vergeten van onze ware Identiteit, die Liefde is, zijn we niet alleen onze Bron, onze Vader, vergeten maar ook dat onze terugweg bestaat uit het laten stromen van Liefde. Herinner je dat Liefde zowel middel als doel is. In genoemde voorbeelden uit het leven van Helen zie je dan ook dat niet alleen zij geholpen wordt maar tevens anderen met wie zij in contact komt. De Heilige Geest (of Jezus) kan dus leiding geven die optimaal is voor alle betrokkenen. Aan de ene kant kan dit betekenen dat zelfs van origine ik-gerichte wensen dusdanig “vervuld” worden dat niet alleen ik maar ook die ander gediend zijn met de leiding die we ontvangen. Dit klinkt ook mooi door in het: “niet mijn wil, maar uw Wil geschiede!”. Want in feite is Zijn Wil ook onze wil.

Tenslotte nog een ander aspect. Wij bidden ook om hulp in situaties die ons niet aanstaan: “Heer, neem deze angst, boosheid, jaloezie, nare buurvrouw etc van mij weg”. Maar als wij onbewust ervoor kiezen om vast te houden aan onze illusie van afgescheidenheid dan kiezen wij ervoor om onze grieven te blijven koesteren. Hierin is de cursus heel radicaal en stelt hij dat we zelfs kunnen kiezen voor ziekte omdat we onbewust willen aantonen dat de afscheiding (met de dood als koning) echt is. De Heilige Geest respecteert onze keuze voor het gevoel van afgescheidenheid en voor ons lijkt het alsof ons gebed maar niet verhoord wordt. Met het ligt dan dus anders: wij kruisigen onszelf.

Deze blog is nu al langer dan ik wilde, maar hopelijk zie je dat de vraag die ik in de titel stel niet zo makkelijk te beantwoorden is als we zouden willen. Wat steeds meespeelt op de achtergrond is de vraag of ons gebed en de verhoring hiervan behulpzaam zijn bij de verlossing, het weer vrijelijk gaan stromen van liefde, tussen ons en God en tussen ons en elkaar. Onze blik op de situatie is per definitie vernauwd. Wij zien alles door de bril van afgescheidenheid waarbij het belang van een denkbeeldig en afgescheiden ikje voorop staat. Liefde ziet ons in oneindig veel groter verband en stelt alles in het grotere perspectief van Haarzelf, zelfs door ons misschien op 5 december een klein ego-cadeautje te geven 😉.

Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord.

Een Cursus in Wonderen (ECIW) corrigeert op radicale wijze ons duale beeld van God. God is geen entiteit die los van ons staat en die teleurgesteld is geraakt over zijn ongehoorzame schepsels. Als studenten van de cursus hebben we geleerd dat het niet zo zinvol is om vast te houden aan het duale beeld van een God die buiten ons bestaat en tot wie wij kunnen bidden om hem te vragen aan al onze wensen te voldoen. Het is ondertussen een beetje een cliché geworden maar gezien de tijd van het jaar waarin we nu leven zeg ik het toch maar: God is geen Sinterklaas in de hemel.

Waarom zouden we dan nog aandacht moeten besteden aan zo’n clichématig beeld dat we ondertussen achter ons hebben gelaten? Vanuit ECIW weten we nu toch dat we niet van God gescheiden zijn? Nu niet en nooit geweest. Hij houdt van ons en ziet geen zonden in ons. Alles koek en ei. We voelen meer voor de uitspraak: “God en ik zijn één”. Einde van geloof in dualiteit, er valt niets meer te doen, niets goed te maken want we weten nu dat we de hemel nooit verlaten hebben. Het lijkt dan ook te getuigen van cursus-wijsheid als we zeggen dat er eigenlijk niets te vergeven valt en dat goedbeschouwd de cursus helemaal niet nodig is. Dit lijkt nog eens een diep inzicht!

Zo kunnen we tevreden om ons heen kijken. Ietwat meewarig zelfs. We zien kerkgangers bidden tot God en liedjes zingen voor hem en voelen ons verheven boven dit al te menselijke beeld van God waar zij kennelijk nog geloof aan hechten. Wij weten dat God deze devotie en dit eerbetoon helemaal niet nodig heeft van ons want we zijn tenslotte al één met hem. Onze relatie met hem is helemaal oké en goedbeschouwd is er helemaal geen sprake van een relatie omdat we zelf goddelijk zijn. Wat onze aandacht wel nodig heeft is die innerlijke onrust die we nog ervaren. Ons hoogste goed is niet de verering van een God die dit helemaal niet nodig heeft, maar het bereiken van innerlijke vrede.

Maar nu even pas op de plaats. In “Een belangrijke sleutel bij het lezen van ECIW” en “De cursus in een notendop” probeerde ik aan te geven dat we beter niet slechts aan “eenheid” kunnen denken zonder ons hart ook open te stellen voor “liefde”. Woorden kunnen God niet adequaat beschrijven, maar met de uitspraak “God is eenheid en liefde” dwalen we minder ver af dan wanneer we menen te moeten kiezen of God nu eenheid of liefde is.

Als we alleen oog hebben voor het liefde-zijn van God dan kunnen we Hem ten onrecht te veel buiten ons zelf plaatsen. Dan openen we de deur naar projectie waarbij we denken dat God ook boos kan worden op ons omdat we zouden kunnen afdwalen van Hem. Dus daar hebben we het één-zijn van God nodig. God kan niet boos worden op Zijn Kinderen die Hij nog altijd in Zijn armen koestert omdat ze één zijn met Hem.

Het is prima om denkbeeldige grenzen tussen God en ons (en tussen ons onderling) te “vergeven”. Dit is ware ontkenning. Een bekende cursus-wijsheid stelt dat we niet kunnen leren wat liefde is en dat we slechts de barricades hoeven op te ruimen waarvan we geloven dat ze tussen ons en liefde in staan. En daarom gaan we dapper “zelf” aan de slag om het besef te hervinden dat we één zijn met God. We beginnen met een psychologische krachttoer om de barricades te slechten en we doen dit in ons eentje omdat er tenslotte niemand is die buiten ons bestaat en die we om hulp zouden kunnen vragen. Zei een bekende leraar niet dat God niets van ons geploeter afweet, dat Jezus en de Heilige Geest slechts symbolen zijn, beelden in onze geest en dat er geen anderen zijn? Dus ploeteren maar, om die felbegeerde innerlijke vrede deelachtig te worden!

Helaas. Waar we christenen, wellicht deels terecht, verwijten een eenzijdig Sinterklaas-Godsbeeld te hebben, hebben wij alles, God en iedereen, overboord gegooid en ploeteren op eigen kracht verder.  We focussen ons op één aspect van het wonder: de correctie van onze perceptie van afgescheidenheid. Maar we vergeten de hoofdbetekenis van het wonder: een uiting van liefde.

Liefde vergt inderdaad geen onderwijs maar wel bereidwilligheid. De bereidwilligheid om je in “awe”, verwondering, open te stellen voor het wonderlijke feit dat je bestaat omdat Liefde (God de Vader) dit gewild heeft. Liefde is middel en doel. Door je hart en hoofd bereidwillig open te stellen voor liefde kan die liefde binnen stromen, je vervullen en je de verlossing bieden waarnaar je zo smacht. Innerlijke vrede is het product van je bereidheid om geen verschillen te zien (correctie van perceptie, opruimen van barricades) en je open te stellen om je functie als kanaal van liefde te vervullen. En dan beginnen je hart en mogelijk ook je mond spontaan te zingen en misschien steek je zelfs in extase je handen in de lucht.

De beste manier om deze blog af te sluiten is met de werkboekles van vandaag (Les 327). Wow, dank u Heer!

Ik hoef slechts te roepen en U geeft me antwoord.

Er wordt mij niet gevraagd om verlossing aan te nemen op grond van een ongefundeerd geloof. Want God heeft beloofd dat Hij mijn roep zal horen en mij Zelf antwoord geven. Laat me slechts op grond van mijn ervaring leren dat dit waar is, en vertrouwen in Hem zal zeker tot me komen. Dit is het vertrouwen dat stand zal houden en me steeds verder en verder zal brengen op de weg die tot Hem leidt. Want zo zal ik er zeker van zijn dat Hij me niet verlaten heeft en nog steeds liefheeft, en slechts wacht op mijn roep om me alle hulp te geven die ik nodig heb om tot Hem te komen.

Vader, ik dank U dat Uw beloften in mijn ervaring altijd zullen worden ingelost, als ik ze maar uitprobeer. Laat me daarom proberen ze te beproeven en ze niet te beoordelen. Uw Woord is één met U. U schenkt de middelen waardoor overtuiging komt en de zekerheid van Uw blijvende Liefde eindelijk wordt verworven.