Met kleine stapjes naar ultiem geluk?

Met belangstelling kijk ik naar het programma “Ik vertrek”. Je ziet mensen die het in Nederland goed voor elkaar hebben: een mooi huis, betaald werk en het gezelschap van familie en vrienden. Vervolgens ontstaat het plan om naar het buitenland te gaan en daar een gastenverblijf of zoiets te gaan beginnen. Er volgen jaren vol frustratie en tegenslag, maar uiteindelijk lukt het velen om “hun droom te realiseren”. Ik heb bewondering voor de ondernemerszin en het doorzettingsvermogen van deze mensen. Op het laatst zien we ze dikwijls glunderend elkaar feliciteren met het behaalde resultaat.

Dit is een vorm van manifesteren. Eerst zie je het doel in gedachten, je schakelt je wilskracht in en uiteindelijk krijgt wat in je geest is begonnen als een plan, vorm in de fysieke wereld. Onlangs ontstond naar aanleiding van een blog een gesprek over het manifesteren van bijvoorbeeld een Ferrari. Je kunt daar natuurlijk direct een afkeurende mening over vormen, maar je kunt het ook zien als onderdeel van ons leerproces. Leer je langs deze wegen niet de macht van de denkgeest kennen? En zegt de cursus niet dat het onze functie is om gelukkig te zijn? Wat is er dan mis met deze benadering en met de bereikte resultaten?

Ik denk dat er niks mis mee is en dat deze twee voorbeelden slechts zichtbaar maken wat zich bij ieder van ons van binnen afspeelt. We streven allemaal naar geluk, maken plannen, leren van mislukkingen, stellen de plannen bij en hopen ons doel zo te bereiken. We zijn met kleine stappen op weg naar ons geluk. Net als iedereen.

Daarmee is het gewone menselijke verlangen niet verkeerd, maar wel te klein om ons te geven waar we ten diepste naar op zoek zijn. Mijn punt is dus niet dat we onze verlangens moeten veroordelen, maar dat we mogen gaan zien dat ze verwijzen naar een veel dieper verlangen naar God, Liefde en eenheid.

Jezus zal ons niet veroordelen voor onze menselijke neiging om zo te werk te gaan. Zelfs in het voorbeeld van de Ferrari zal hij niet zeggen dat we wel heel veel vragen van het universum. Nee, hij stelt dat we veel te weinig vragen. We vragen altijd te weinig als we denken dat iets in de wereld van vormen, tijd en ruimte ons blijvend gelukkig zal maken. Een bosbrand, hoosbui, aardbeving, ziekte of misdaad maakt een eind aan de vreugde van het Ik Vertrek-stel. En ook in een Ferrari kun je je ongelukkig voelen.

ECIW is radicaal in zijn boodschap. Jezus ziet dat onze intentie om gelukkig te worden in het alledaagse leven als het ware de engere afspiegeling is van een diep verstopte herinnering aan echt geluk. Op onze terugweg spelen behoeften en verlangens een rol. In het supplement bij de cursus, Lied van Gebed, stelt Jezus dat we in eerste instantie niet veel meer kunnen doen dan te weinig te vragen. Zolang we leven in de schijnbare duale werkelijkheid, menen we dat we via 50 tinten grijs van zwart naar wit moeten zien te komen. We zien nog niet dat de waarheid niet-duaal van aard is, dat Liefde geen tegendeel kent.

In mijn beleving is iedereen bezig met zijn of haar terugreis naar de Vader, naar de Bron, de Liefde die we eigenlijk nooit verlaten hebben, maar die we vergeten zijn. We zoeken het in fijne ervaringen, vakanties, geld, macht, lekker eten, genot et cetera. En uiteindelijk zal iedereen langs deze weg en via schijnbare nieuwe incarnaties wel het punt bereiken dat de beperktheid van dit zogenaamde geluk ingezien gaat worden. Het lijkt me echter vanuit ons huidige perspectief een lang traject, erg lang.

Vandaar dat Jezus uitlegt dat wonderen ons tijd kunnen besparen. Iedereen wordt uitgenodigd om zijn blik eens bewust de andere kant op te richten. In de Bijbel staat: “Zoek eerst het Koninkrijk en de rest zal u gegeven worden”. In ECIW-termen kun je zeggen dat we uitgenodigd worden om ons in vertrouwen af te stemmen op eenheid en liefde. Onze huidige droom begon toen we meenden te weten wat we wilden, namelijk op eigen beentjes staan en dingen “hebben”. Tony Parsons zei het zo mooi: “we are looking at the world through the eyes of a businessman” (vrij vertaald: we zien de wereld als een zakelijke transactie). “What’s in it for me?” Hoewel zelfs onder deze drang een oprecht en authentiek verlangen schuilt (de bekende roep om liefde), kost het ons onnodig veel tijd als we ons uitsluitend richten op het vervullen van deze kleine verlangens.

Het gave van Een Cursus van Liefde (ECvL) is dat we worden uitgenodigd om de wereld van vormen, tijd en ruimte niet te veroordelen of te ontkennen. Want ja, vanuit onze wens tot afgescheidenheid misbruiken wij onbewust dit fysieke domein om onszelf in slaap te houden. Als je goed kijkt, zie je dus zelfs in dit misbruik de roep om liefde en mogen we weten dat het ooit goed zal komen. We worden echter uitgenodigd om kwantumsprongen te gaan zetten door wonderwerkers te worden.

Zelfs in onze droomwereld mogen we weten dat liefde ons draagt en in onze behoeften zal voorzien. In de Bijbel wijst Jezus erop dat God niet alleen voor vogeltjes zorgt, maar ook weet wat wij hier voorlopig nodig hebben. Het “geef ons heden ons dagelijks brood” mogen we figuurlijk, maar ook letterlijk zo opvatten. Liefde deinst niet terug voor het domein van vormen, tijd en ruimte, hoewel ze er nooit door beperkt kan worden. De kwantumsprong treedt op als we ons afstemmen op de Bron, als we ontdekken dat wat we ten diepste willen veel verder gaat dan een gelukkig leven van een jaar of negentig in een mooi land met een mooie auto voor de deur.

Wie dat begint te zien, hoeft de wereld niet af te wijzen, maar leert haar wel anders te gebruiken: niet langer als bron van blijvend geluk, maar als klaslokaal dat ons terugwijst naar de Bron zelf.

Misschien is dat uiteindelijk waar het op aankomt. Niet dat onze gewone menselijke verlangens verkeerd zijn, maar dat ze ons niet helemaal (of helemaal niet?) kunnen brengen waar we ten diepste naar verlangen. We hoeven de wereld dus niet af te wijzen, maar we hoeven er ook niet van te verwachten dat zij ons blijvend gelukkig maakt. En misschien begint daar inderdaad iets van de kwantumsprong waarover de cursus spreekt: in het besef dat we vaak om te weinig vragen, omdat ons hart eigenlijk op iets groters gericht is.

Er is geen dood. De Zoon van God is vrij (Les163)

Dit klinkt als de ultieme spirituele bypass. In de afgelopen maanden heeft het onderwerp “omgaan met gevoelens en trauma’s” aandacht gekregen in verschillende ECIW-FB-groepen. Er was sprake van een gezonde reactie van cursisten die protesteerden tegen bekende cursus-oneliners zoals: “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Deze uitspraak voelt harteloos voor slachtoffers van geweld, en al helemaal als het bijvoorbeeld kinderen in oorlogsgebieden betreft.

De werkboekles van vandaag spant dan behoorlijk de kroon met “Er is geen dood”. Deze uitspraak ligt in dezelfde lijn als: “Ik ben geen lichaam”, nu weergegeven als “De Zoon van God is vrij”. Alles in ons gewone, dagelijkse leven geeft ons een totaal andere boodschap. We voelen ons onvrij en de dood hangt, samen met zijn vriendje ziekte, altijd als het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Dit ontkennen lijkt complete waanzin en daarmee dus een ultieme spirituele bypass. Wat moeten we hier dan mee? Hoe hebben we ons te verhouden tot dergelijke radicale uitspraken?

De eerste stap is beseffen dat ECIW en ECvL (Een Cursus van Liefde) onze “gewone” gevoelens helemaal niet willen ontkennen. Jezus noemt dit in ECIW zelfs “onwaardig”, in de zin van erg onhandig en niet behulpzaam. In ECvL geeft hij overigens veel uitgebreider aandacht aan het omgaan met onze gevoelens. De sleutel tot het omgaan met radicale cursusuitspraken ligt in een bezinning op de ontvanger van de woorden. Op onszelf.

De boodschap is aan ons gericht om iets bij ons te bewerkstelligen. Om ons te doen stilstaan bij onze “gewone” ervaringen en onze “gewone” opvattingen, respectievelijk ons “gewone” gevoel en ons “gewone, gezonde” verstand. De hele cursus is erop gericht om te laten zien dat wat voor ons allemaal zo gewoon is, helemaal niet normaal is, maar onwaar.

Als je nu naar ECIW-uitspraken luistert, dan ontmoeten deze als eerste ons verstand. Dit kan op een paar manieren reageren. Het kan fel protesteren, het kan neutraal en open blijven, of het kan de boodschap geloven. Fel protest is prima, maar het blokkeert de werking van de cursus. Sommigen kunnen hier jaren in blijven hangen en het tot hun missie maken om die rare cursus te bestrijden. Klakkeloos geloof is ook niet erg behulpzaam. Alles in je roept dat je het er niet mee eens bent, maar ja, Jezus zegt het, dus het zal wel zo zijn. Deze houding wordt uitgesproken pijnlijk als iemand zijn niet-doorleefde geloof probeert te verkopen of zelfs op te dringen aan anderen. En dat geldt al helemaal als die ander in nood verkeert.

Nee, de handigste houding is die van openheid. Je hoort die uitspraak, keert naar binnen en gaat op onderzoek uit. Bij dat onderzoek doe je dan bevindingen die ongeveer als volgt klinken: “Hé, ik voel dit heel anders. Ik voel me kwetsbaar en heb pijn. Ik voel me bang en schuldig. En ik ben bang voor ziekte, voor lijden en voor de dood. Ik voel me een lichamelijk, kwetsbaar wezen en voor mij is zo’n verhaal over de vrije, onsterfelijke Zoon van God totaal niet ervaarbaar.”

Het begint met radicale eerlijkheid, met een ontmoeting met je gevoelens, de erkenning ervan en de omarming ervan. In klassiek-christelijke termen klonk het wat zwaar en moreel beladen toen men stelde: je moet eerst je zonden belijden. “Zonden” is het geloof in afgescheidenheid, het geloof een kwetsbaar, sterfelijk wezen te zijn. Maar dit geloof is niet zondig, schuldgevoel is niet op zijn plaats. Wel is het essentieel om jezelf niets wijs te maken over hoe je jezelf echt “vanbinnen” beleeft. De term spirituele bypass duidt op de ontkenning van je diepe menselijke gevoel. Het is als de vroegere schijnheilige die zichzelf heilig verklaart omdat de buitenkant er wel goed uitziet. De moderne variant hiervan is de ECIW-leraar die schermt met cursus-oneliners, maar zelf nog een “ongenezen genezer” is.

Pas hierna is de klassieke “bekering” mogelijk. Het is een diep besef dat je je vastgespijkerd voelt aan de wereld van geboren worden, lachen, lijden en sterven. Dat je je hiervan niet op eigen kracht kunt losmaken of losdenken. Je laat je gedachten en je wanhoop naar boven komen en brengt alles naar het Licht, naar de Liefde. Terwijl je, net als Jezus aan het kruis, geen kant meer op lijkt te kunnen, zeg je vanuit de grond van je hart: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest”.

Dit klinkt door in het gebed aan het einde van de werkboekles:

9. Onze Vader, zegen onze ogen vandaag. Wij zijn Uw boodschappers en we willen naar de schitterende weerspiegeling van Uw Liefde kijken die in alles straalt. Wij leven en bewegen in U alleen. Wij zijn niet gescheiden van Uw eeuwige leven. Er is geen dood, want dood is niet Uw Wil. En wij vertoeven waar U ons hebt geplaatst, in het leven dat wij delen met U en met al wat leeft, om voor eeuwig zoals U en deel van U te zijn. Wij aanvaarden Uw Gedachten als de onze, en onze wil is eeuwig één met die van U. Amen.

AI en ECIW; vrienden of vijanden?

De vraag: “hoe zit de waarheid in elkaar?” is niet met woorden te beantwoorden. We kunnen een theorie, theologie, filosofisch systeem of metafysica bedenken, maar telkens blijkt dat de bedachte constructies niet de ultieme werkelijkheid kunnen uitdrukken. Concepten blijken beperkt houdbaar en worden telkens vervangen door andere verklaringen.

Over deze eerste alinea kun je gaan nadenken, maar dat is nauwelijks nodig. Als je glimpen van het onuitspreekbare hebt opgevangen en hebt geprobeerd die met woorden over te brengen op anderen, dan is de onmogelijkheid van deze poging je bekend. Je bedoelt het zo goed, want je wilt die ander deelgenoot maken van dat waar je zicht op hebt gekregen. Je wilt dat hij of zij deelt in je vreugde, je vrede en je dankbaarheid. Je komt echter niet veel verder dan gestamel, dan zo goed en zo kwaad als het lukt woorden geven aan dat wat alle beschrijving te boven gaat.

Deze woorden die je zoekt zijn als de spreekwoordelijke vinger waarmee je probeert de maan aan te wijzen. Je hoopt dat die ander geen vragen gaat stellen over jouw vinger maar dat hij zijn hoofd opheft en de goede kant op gaat kijken. ECIW spreekt over de verkeerd gerichte en over de juist gerichte denkgeest. Hoe toepasselijk.

Maakt dit woorden dan onbelangrijk of zelfs helemaal overbodig? Uiteindelijk wel, maar voorlopig nog niet. Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt over het einde van leren en onderwijzen. Dit valt samen met het einde van het ego-tijdperk en het begin van leven vanuit liefde. Maar ECIW en ECvL hebben toch woorden nodig om ons naar dit punt te leiden. Hoewel Jezus de beperkingen van woorden, leren en onderwijzen kent, blijkt hij de ultieme meester in het maken van een zo nauwkeurig mogelijke richtingaanwijzer, de vinger. Hij gebruikt woorden met uiterste precisie, in ECIW (in de Engelse vertaling) zelfs in een bepaald metrum, als in een groot gedicht. Wij lezen deze boeken en proberen hierin een antwoord te vinden op onze vragen, om zo goed mogelijk koers te houden. Waar staan bepaalde passages? Wat is de context?

Sinds de opkomst van AI staat ons een nieuw instrument ter beschikking dat ik gemakshalve aanduid als ChatGPT. Hiermee kunnen we een vraag stellen aan “het hele internet”, waarna talloze bronnen worden doorzocht, betrouwbare en minder betrouwbare. Dus als je ChatGPT gebruikt om op internet een vraag te stellen over ECIW of ECvL, dan doorzoekt het vooral wat anderen hierover hebben gezegd, en dat kan zinnig of onzinnig zijn. Gelukkig is er een programma genaamd NotebookLM, waarmee je (na uploaden van de boeken in pdf-vorm)  ChatGPT als het ware kunt dwingen om uitsluitend in de cursussen zelf te kijken, dus in de meest zuivere bronnen. Je kunt zelfs de Urtext van ECIW uploaden, een enorm dik manuscript waarin zelf iets opzoeken haast onbegonnen werk is.

Als je ChatGPT zo via NotebookLM aanstuurt, dan krijg je analyses die veel zuiverder zijn dan wanneer je het hele internet doorzoekt. Bovendien krijg je bij elke uitspraak een verwijzing naar het tekstfragment, zodat je kunt nagaan of het programma betrouwbaar werkt. Deze mogelijkheid biedt ons een kwantumsprong in het leerproces: een mogelijkheid om heel precieze richtingaanwijzers te krijgen bij de vragen die je stelt.

Ik merk dat in spirituele kringen, en dus ook in ECIW- en ECvL-groepen, weerstand bestaat tegen AI en ChatGPT. Ik begrijp deze weerstand. In “gesprek” met AI communiceer je niet met een zielsverwant, maar met een taalprogramma, ook al voelt dat soms anders. Als je iemand bent die geen woorden van anderen meer nodig heeft, geen lezingen, geen boeken, maar al leeft vanuit heelheid van hart, dan begrijp ik volkomen dat AI niets voor je toevoegt. Als dit niet het geval is, dan kan het helpen om goed in te schatten wat AI wel en niet voor je kan betekenen. We weten dat verlossing totaal verschilt van het opstapelen van boekenwijsheid, of die nu direct uit het boek komt of wordt aangedragen door ChatGPT. Maar als je boeken, leraren, ChatGPT en alle andere zogenaamde autoriteiten hun juiste plek toekent, dan kun je deze tijdelijk gebruiken als richtingaanwijzer.

Daarnaast is er nog een andere “toepassing” van AI en ChatGPT: het vieren van het feest van herkenning. De snelheid waarmee bronnen doorzocht kunnen worden is in onze tijd enorm. Via internet in het algemeen en ChatGPT in het bijzonder kunnen we zien hoe door alle tijden heen op de meest verschillende manieren is verwezen naar die ene ultieme, onbeschrijfelijke bron en waarheid: God, ofwel Liefde. Heb je dit nog echt nodig? Nee, dat niet. Maar het is fijn om dit feestje te vieren. Hoewel: het is nog fijner om dit met broeders en zusters van vlees en bloed te doen. Dat dan weer wel!

De kracht van vertrouwen

Ik spreek regelmatig met slimme, meestal hoog opgeleide, mensen die niets meer te maken willen hebben met de Bijbel en met “het geloof”. Ze zien deze als een gepasseerd station, als iets van vroeger. Velen hebben als kind de nare kanten van een rigide geloof ervaren waarin veroordeling, schijnheiligheid, starheid en andere nare zaken een rol speelden.

Ik ben jarenlang actief lid geweest van een Baptistengemeente, maar verliet deze toen ik in mijn beleving vastliep in dogma’s die ik liefdeloos vond. Daar wil ik nu niet te veel over uitweiden, maar het beeld van een wraaklustige God die offers nodig had om weer goedgemutst te raken, speelde hierin een hoofdrol. Toch zag ik vooral in het Nieuwe Testament ook veel mooie passages die liefdevol verwijzen naar de verbondenheid van God, Jezus, de Heilige Geest en de gehele mensheid. Ik verwoordde mijn inzichten in twee boeken: Een Christen op Satsang en in Geen Beeld van God. Vlak daarna kwam Een Cursus in Wonderen op mijn pad en dit maakte de bevrijding van een negatief Godsbeeld voor mij compleet. God is Liefde en in Hem is totaal geen duisternis. Prachtig.

Gisteren schreef ik in de blog “Heelheid-van-hart: over denkers en voelers” over hoe een bovenmatige en eenzijdige aandacht voor ons hoofd of ons gevoel ons kan blokkeren op weg naar verlossing. Niet dat er iets mis is met nadenken of met aandacht geven aan je gevoelens, maar je kunt stagneren als je blijft hangen in “wat vind ik ervan” of “wat voel ik nu”. Wat deze twee benaderingen gemeen hebben, is een gerichtheid op mijzelf. Het ik blijft op de troon zitten en beschouwt zichzelf als het centrum van het bestaan, waar het allemaal om draait. Ik wil het begrijpen en ik wil me lekker voelen. De dominee van vroeger wees me op de hoogmoed van ons denken en stelde dat je niet per se tot gevoel kwam, maar tot geloof. Hij stelde dat we God de eerste plaats in ons leven moesten geven en dat we het zelfgerichte ego van zijn troon moesten halen.

Maar dat kan een nieuw dogma worden en een oproep zijn tot “lief doen”, een soort opgelegde en verplichte naastenliefde. Bovendien kan hier het ego weer langs de achterdeur naar binnen glippen als we menen dat we door lief te doen uiteindelijk een plekje in de hemel (voor onszelf!) veiligstellen.

ECIW roept niet zozeer op tot geloof. Het boek geeft weliswaar een mooie uitleg van hoe alles in elkaar zou zitten (de metafysica van het Tekstboek), maar de primaire insteek is toch vooral het doen van de Werkboeklessen die ons een universele ervaring beloven. En ook nu kunnen we blijven steken in bovenmatige aandacht voor de vraag: “wat voel ik nu?”.

Het mooie van zowel ECIW, maar zeker ook van Een Cursus van Liefde (ECvL), vind ik dat Jezus rekening houdt met deze preoccupatie met onszelf. Dit is immers een direct gevolg van het geloof in de echtheid van de afscheiding. We hebben onszelf simpelweg op de troon geplaatst en het draait uiteindelijk om de vraag wat wij hebben aan het geloof of aan de cursussen. Deze egocentriciteit is een vergissing, schuldeloos maar onhandig en naast de waarheid. ECIW spreekt van het autoriteitsprobleem. Eigenlijk net als die dominee van vroeger.

ECIW leert ons dat we niets hoeven te doen en dat we terug mogen stappen en Hem de weg mogen laten wijzen. In mijn beleving onderschatten we als cursusstudenten het belang van deze aanwijzing. We willen meer zelf doen, hard werken, meer lezen en leren, onze verlossing als het ware verdienen.

Kerkvaders spraken van onverdiende genade. ECvL wijst erop dat we reeds de voltooide zijn. ECIW stelt dat we de verlossing voor onszelf mogen aanvaarden. Maar deze genade, voltooiing en verlossing treffen we niet aan in ons ego, in ons kleine zelf. De gerichtheid moet, of liever gezegd, mag naar Hem gericht worden. We streven niet naar het vergroten van ons zelfvertrouwen maar mogen vertrouwen op Zijn onvoorwaardelijke Liefde.

Het woord “geloof” heeft iets afstandelijks, iets willekeurigs en als we vervolgens bij “geloven in God” ook nog eens denken aan een autoritair wezen buiten onszelf, dan hebben we hier terecht geen trek meer in. De uitnodiging is om het bijgevoegde filmpje eens te bekijken en daarbij niet aan geloof te denken maar aan vertrouwen. Laat je vooroordelen over het woord God los en probeer, als dit woord valt in de video, te denken aan onze Bron van Liefde die ons omarmt en draagt. Anders gezegd: probeer door het klassiek duale Godsbeeld heen te kijken en richt je op gevoelens van verbondenheid en vereniging, op de Heilige Relatie waar we deel van uit mogen maken.

Ik merk dat ik met nieuwe ogen ben gaan kijken naar “eenvoudige” gelovigen die hun vertrouwen op God stellen. Mogelijk houden ze er wat rare dogma’s op na; maar door in dankbare verwondering en in vertrouwen “hun knie te buigen voor de Heer”, hebben ze een machtige sleutel in handen. Door Hem op de troon te zetten in plaats van onszelf, offeren we niks op maar maken we ruimte om zijn genade te ontvangen. Eigenwijsheid en ik-gerichtheid zijn barrières die we zelf opwerpen tegen de Liefde die ons alles zomaar wil geven. We moeten niets van “God”, maar hij gunt ons alles.

Heelheid-van-hart: over denkers en voelers

Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) vertegenwoordigen in mijn beleving één en dezelfde visie, maar met verschillende accenten. Van ECIW zegt men wel eens dat deze cursus je erg naar je hoofd trekt. Ik begrijp waarom men dat zegt, maar het is niet inherent aan de cursus. Veel gevoelsmensen voelen zich aangetrokken tot ECvL. Maar ook dit boek is zeker geen page-turner en vergt wel degelijk grote mentale helderheid. Het is eerder onze eigen voorkeursaanpak dan de inhoud van de boeken die bepaalt wat we ervan maken. Die voorkeur is geen alles-of-nietskwestie. Toch splits ik de lezers ter illustratie even op in denkers en voelers, om hun sterktes en valkuilen te kunnen duiden.

Denkers: Deze lezers proberen orde te scheppen in wat we als mensen meemaken door erover na te denken. Ze hebben bijvoorbeeld de metafysica van de cursussen met hun verstand redelijk goed doorgrond. Daardoor kunnen ze vaak helder uitleggen wat scheppen inhoudt en wat projectie en perceptie zijn. Een goed mentaal begrip van de cursussen geeft plezierige helderheid en orde in je hoofd. De valkuil is echter dat de daadwerkelijke beleving van de conceptueel verwoorde werkelijkheid wat achter kan blijven. Het is bijvoorbeeld niet zo moeilijk om te zeggen dat alles bewustzijn is en dat je zelf het onbegrensde bewustzijn bent. Maar als je zulke grote uitspraken vooral verstandelijk onderschrijft, is er eigenlijk sprake van een nieuw geloof. De denker kan dan menen dat hij of zij het goed begrijpt en dat de ander zich vergist.

Voelers: Deze lezers vinden de theorieën van de denkers vaak wat hard en afstandelijk. Ze voelen letterlijk dat we onszelf als denkers als het ware buiten de werkelijkheid plaatsen en er van een afstand naar kijken. Ze voelen aan dat de cursussen juist ageren tegen die afstandelijkheid. We moeten niet over het leven nadenken, maar het beleven en doorvoelen. ECvL spreekt meer over de menselijke emoties dan ECIW. Vermoedelijk is dat de reden waarom voelers blij zijn met dit boek. De voeler kan echter ook stagneren in het aandacht geven aan wat er van binnen opborrelt. Het “nu voel ik dit, nu dat, nu zus, nu zo” is op zichzelf prima. Maar het kan ook ontaarden in een eindeloos zwelgen dat, goed beschouwd, eveneens duaal van aard is. Ik hoor voelers nog wel eens iets zeggen als: “Je bent niet je gevoel, je hebt een gevoel.” Of: “Je bent de onbewogen waarnemer van wat er in je bewustzijn verschijnt.” Die “je” die dit opmerkt, is echter niet “je kleine zelf”. Dat punt wordt door voelers niet zelden onvoldoende beseft. Het kunnen juist de denkers zijn die hen daarin corrigeren.

Het punt is dat zowel denkers als voelers ongemerkt uitgaan van de validiteit van hun eigen uitgangspositie. Die uitgangspositie is het kleine zelf, gebaseerd op het geloof in afgescheidenheid. Dat is onvermijdelijk en geen drama; Jezus houdt daar in de cursussen rekening mee. Hij adviseert denkers om stil te worden en hun vooroordelen los te laten: “Bevrijd de wereld van alles wat je haar hebt toegedacht.” Wat dit stil worden betreft, hebben voelers al een voorsprong. Iedereen die mindfulness beoefent, weet dat aandacht geven aan wat zich in het moment voortdoet in lichaam, voelen en denken een stille vorm van aandacht vergt. Het is in elk geval niet de bedoeling om na te gaan denken over wat je voelt. Maar hoe kunnen voelers voorkomen dat dit aandacht geven aan wat zich voortdoet niet vervalt in een nieuwe, eindeloze doctrine? Ook voelers moeten en mogen uitgedaagd worden. Daarom krijgen ook zij van Jezus te horen dat ze niet het slachtoffer zijn van de wereld die ze zien.

Gevoelens nodigen ons uit tot verder onderzoek. Niet zozeer door erover na te denken, maar door te zien wat ze ons willen vertellen en dat te doorzien, te vergeven. Met elke gewaarwording — waarnemingen, gedachten en gevoelens — kunnen wij aan de haal gaan. We kunnen ze misbruiken om ons geloof in dualiteit, en dus in afgescheidenheid, te versterken. IK neem iets waar. IK denk iets. IK voel iets. Het is juist deze misvatting die Jezus wil corrigeren en die, grappig genoeg, ook door hedendaagse wetenschappers en filosofen wordt gecorrigeerd.

Als het ware van buitenaf beschouwd, stellen filosofen als Kastrup en Faggin dat we een mentaal, tijdloos veld zijn (“God”), waarin wij “rimpelingen” (Zonen) zijn. Het wonderlijke is dat dit veld subjectief van aard is. Die subjectiviteit kan alleen van binnenuit worden ervaren, juist door de rimpelingen die het voortbrengt. ECIW en ECvL stellen dat God en wij slechts in relatie kunnen beseffen dat we bestaan, dat we bewustzijn zijn. Dat is, in Bijbelse terminologie, precies dezelfde boodschap.

Ten diepste kunnen wij als Zonen ook tijdloos rimpelingen veroorzaken, dus scheppen, en zo weten wie we zijn. Wat wij echter, kort door de bocht, hebben gedaan, is vergeten dat we golven in God. In plaats daarvan denken we dat we een losstaand golfje zijn: het kleine zelf. Tegelijkertijd zien we niet meer dat wij het zelf zijn die ook rimpelingen veroorzaken. We ervaren ons gescheiden van onze maaksels: IK neem iets waar, enzovoort. Zo zijn we gaan geloven in de illusie van ruimte en tijd, waarin alle grenzen heel echt lijken.

Zo kan dit zomaar een nieuw verhaal worden dat we verstandelijk analyseren en proberen te begrijpen. Maar de Koninklijke Kunst is juist om dit ogenschijnlijk verstandelijke bouwwerk (“hoofd”) daadwerkelijk te gaan ervaren en voelen (“hart”). En daarin lopen onze geliefde cursussen voor op filosofie en wetenschap, omdat ze een gouden sleutel bieden. Die sleutel heet Liefde.

Wetenschappers en filosofen komen niet verder dan neutrale rimpelingen in een mentaal veld. Jezus leert ons echter dat deze rimpelingen bestaan uit Liefde die zich uitbreidt: het mysterie van de Schepping. Wanneer we nu “van binnen”, in de mind ofwel denkgeest, neutraal kijken naar wat zich voortdoet, kan dat onze duale perceptie corrigeren. Dit is het ene aspect van het wonder van ECIW. Daarmee verzwakt het ego, het geloof in afgescheidenheid. Maar je belandt dan ook in een soort vaag, duaal niemandsland. Er is nog steeds niet het volle besef dat je de schepper bent van wat je meent mee te maken.

ECvL wijst ons op de mogelijkheid van actieve aanvaarding van wat zich aandient in de mind. Daardoor wordt de schijnbare afstand tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt kleiner. Dat vormt een opmaat naar de ultieme stap: Liefde. Er is maar één ware vorm van Schepping en één ware Identiteit, en dat is Liefde. Als wij alles wat we buiten ons menen waar te nemen gaan bezien met de visie van Christus, dus met een liefdevolle blik (het tweede aspect van een wonder), dan naderen we onze ware Identiteit. Dan gaan we ook glimpen ontvangen van de waarheid achter de boodschap van ECIW: “Je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet.” We krijgen dan gevoel voor wat we verstandelijk al deels begrepen hebben. Hoofd en hart versmelten tot één Bron die Liefde heet: heelheid-van-hart. Vanaf dat moment gaan ECIW en ECvL spreken over “medescheppers worden van de nieuwe wereld”. Niet langer is dan ons angstige en schuldbeladen bijgeloof vormgevend, maar verbindende liefde. De herinnering zal en kan gloren, zelfs in de wereld van vormen, tijd en ruimte, dat we nooit afgescheiden zijn geweest van onze Vader en van elkaar. We zijn één Zoonschap, heel-van-hart.

De macht om te beslissen is aan mij (Les 152)

Bijna halverwege het jaar gooit Jezus de knuppel in het ego-hoenderhok met werkboekles 152: “De macht om te beslissen is aan mij”. Lees de eerste alinea maar eens door:

Niemand kan verlies lijden tenzij het zijn eigen beslissing is. Niemand lijdt pijn behalve als zijn keuze deze toestand voor hem verkiest. Niemand kan verdrietig of bang zijn, of denken dat hij ziek is, als dit niet het resultaat is dat hij wenst. En niemand sterft zonder zijn eigen instemming. Niets gebeurt er wat niet jouw wensen vertegenwoordigt, en niets wordt achterwege gelaten wat jij kiest. Hier is jouw wereld, compleet tot in elk detail. Hier ligt voor jou haar volledige werkelijkheid. En hier alleen is sprake van verlossing.

We kunnen flink verontwaardigd raken bij het lezen van deze woorden en er zijn ECIW-critici die het tot hun missie hebben gemaakt om keer op keer de wreedheid van deze boodschap te benadrukken. Daar ga ik verder niet op in, en hun kritiek laat zich eenvoudig samenvatten: dit “eigen schuld, dikke bult” klinkt verschrikkelijk. De verontwaardiging en woede kunnen zo groot worden dat de laatste zin van de alinea al niet meer doordringt: “En hier alleen is sprake van verlossing”.

Wat is nu de crux om iets van deze boodschap op waarde te kunnen schatten? Dat is de vraag wie of wat hier nu eigenlijk aangesproken wordt. Eén ding is duidelijk: als we ons vanuit ons kleine zelf aangesproken voelen, vanuit ons ego, dan slaan onze stoppen door.

Dit ego is de identiteit waarmee we ons gewoonlijk onbewust vereenzelvigen. We noemen dit ons “normale” menselijke zijn. Ons wezentje dat meent ooit geboren te zijn, te leven met ups en downs om vervolgens te sterven. Vanuit het perspectief van deze identiteit is de werkboekles inderdaad onzinnig en hard. Ons overkomt precies wat we niet willen en we krijgen niet wat we juist wel willen. Dit staat haaks op deze les!

De paradox is dat je pas enig gevoel voor deze les krijgt als je ego-identificatie wat afneemt. De les is bedoeld om deze identificatie wat te verminderen, maar wordt pas steeds beter begrepen als dit proces van de-identificatie vordert.

Ik vind het leuk om kennis te nemen van hoe verschillende tradities en stromingen aankijken tegen dit fenomeen van de-identificatie met het kleine zelf, het ego, en hoe zij gevoel krijgen voor dat waarin het beeld van het ego verschijnt; noem het bewustzijn, het hogere Zelf of hoe je wilt. In mijn beleving is het gevoel krijgen voor dat wat ons kleine ik overstijgt in eerste instantie een geleidelijk gebeuren. Dat geldt voor beide uitersten van het spectrum. Goeroes die claimen verlicht te zijn en vertellen hoe ze plotseling het licht zagen, blijken in de praktijk (soms) slechts iets meer benul te hebben van de relativiteit van hun ego-identiteit. Aan de andere kant zijn er “niet-spirituele” mensen die wel degelijk onbewust gevoel hebben voor de verbinding met alles en iedereen in de wereld.

Ken Wapnick introduceerde de term “decision maker” voor dat wat een keuze moet maken tussen geloven in afgescheidenheid of uitreiken naar dat hogere, naar de Heilige Geest. Helaas duikt ons denken direct op zo’n term als decision maker, en dan wordt ook deze een prooi voor critici die de onzinnigheid ervan willen aantonen. Een Cursus van Liefde (ECvL) besteedt nuttige en mooie woorden aan de vraag wie er nu precies geadresseerd wordt in ECIW en ECvL. Het is niet het ego, want dat blijft rondjes draaien in zijn eigen wereldje. En het is ook niet de geest, spirit, of de Zoon van God, want uitgaande van deze identiteit is er geen verdeeldheid en ellende, maar slechts heelheid en liefde. In ECvL wordt, in mijn beleving, de decision maker van Wapnick omschreven als “de Christus in ons”.

Maar is het belangrijk om te begrijpen wie of wat kan beslissen in ons wezen? Wellicht wel voor theoretici, filosofen en psychologen, maar voor ons, eenvoudige studenten van de cursus, is het feit dat we allemaal van binnen voelen dat er een keuze mogelijk is het feestje dat gevierd mag worden. Dit gegeven waar we helemaal geen moeite voor hoeven te doen is de sleutel tot onze verlossing. We hoeven slechts helderheid te krijgen over de aard van die keuze en hoe we hier vervolg aan kunnen geven.

De hamvraag, de keuze, is of we bereid zijn te overwegen dat ons geloof in de wereld die we zien, de duale wereld van tijd en ruimte, beperkt en beperkend is. Om ons geloof in afgescheidenheid, en daarmee de echtheid van ons ego, op te schorten. En dan lopen velen tegen de muur van wat de cursus aanduidt als (onschuldige) arrogantie aan. We zijn er zo van overtuigd dat we zelfstandige wezentjes zijn die alles kunnen begrijpen en die weten dat de wereld die we zien precies zo is zoals we geloven, dat we weigeren om de controle en onze slimheid even te parkeren, stil te worden, en te luisteren naar een andere Stem. De Stem vanuit het Geheel, het Goddelijke, de Liefde; de stem van de Heilige Geest.

Deze bereidheid wordt in het Nieuwe Testament bekering genoemd en in elke traditie vind je hiervan beschrijvingen onder wisselende benamingen. Deze bekering is niet het aannemen van een “zo zit het”-beschrijving van de werkelijkheid, maar een open bereidheid tot het ontvangen van liefde, van een inzicht dat niet bepaald wordt door de duale wereld van tijd en ruimte.

De genade van het inzicht is er voor iedereen, maar je zult de knie van het ego moeten buigen om deze deelachtig te worden. Dit inzicht is vervolgens als een mosterdzaadje dat gaat groeien in je binnenste. Er gaat een zekerheid groeien die je blij maakt. Als je hiervan probeert te getuigen, kun je tegen een muur van onbegrip aanlopen. Je merkt dat er broeders en zusters zijn die oren hebben maar niet horen, die ziende blind zijn. Wij worden niet gevraagd hen met woorden te overtuigen, maar om levende voorbeelden te worden van liefde.

Ik geloof ook niet in het harde onderscheid tussen zienden en blinden, tussen spirituele en niet-spirituele, tussen verlichte en onverlichte broeders en zusters. We zijn allemaal onderweg en sommigen zijn iets verder gevorderd en mogen de achterblijvers opwachten, ondersteunen en begeleiden. Zacht en liefdevol. Bewust of onbewust hangen we allemaal aan onze eigen handrem en zijn we bang voor die overgave aan liefde.

Pas als we rustig verder gaan krijgen we er benul van dat dit “hangen aan de handrem” ver gaat. Heel ver. Dat we als Zoonschap kiezen voor het kleine, gekke idee dat de keuze voor remmen, grenzen en ons afgescheiden wanen ons gelukkig zal maken. Dat we ons daarmee verzetten tegen de Wil van de Vader die Liefde is. Pas dan gaan we de blijde boodschap van de werkboekles herkennen:

De macht om te beslissen is aan mij.
Vandaag zal ik mijzelf aanvaarden
zoals mijn Vaders Wil mij geschapen heeft.

Voorbij de spirituele bypass: Hoe ware ontkenning ons naar werkelijke heelheid leidt

Binnen de community van Een cursus in wonderen (ECIW) en Een cursus van liefde (ECvL) horen we vaak over het concept van ontkenning. Maar wist je dat er een cruciaal en diepgaand verschil bestaat tussen wat we ‘ware ontkenning’ noemen en het fenomeen dat we tegenwoordig aanduiden als een ‘spirituele bypass’? Dit verschil draait in de kern om het onderscheid tussen het corrigeren van een fundamentele denkfout en het simpelweg verbergen van onze menselijke realiteit. Hoewel de specifieke term “spirituele bypass” niet letterlijk in de bronteksten van de Cursussen te vinden is, beschrijven ze dit gedrag heel duidelijk als een “onwaardige” of “onjuiste” vorm van ontkenning.

Wat is ware ontkenning? 
Volgens ECIW is ware ontkenning juist een krachtig instrument om onze geest te beschermen en de waarheid te dienen. Het doel hiervan is uitsluitend gericht op het ontkennen van de macht en de realiteit van de dwaling (error). Het is een bewuste en standvastige weigering om te geloven dat illusies de macht hebben om je ware Zelf te kwetsen. In plaats van dat je iets probeert te verbergen, brengt ware ontkenning de dwaling juist volledig in het licht, zodat deze automatisch gecorrigeerd kan worden.

Je kunt het zien als een gezonde vorm van “reality testing”. De geest leert hierbij inzien dat angst en afscheiding geen enkele substantie hebben—ze zijn in feite niets—in vergelijking met de liefde van God, die alles is. In plaats van te vechten tegen wie je bent, herken je met ware ontkenning de Voltooidheid die al in je aanwezig is. Deze beweging is altijd gericht naar de waarheid toe om correctie te laten plaatsvinden. Het aanvaardt het gevoel in het heden volledig, met als doel om de werkelijke bron ervan—namelijk angst—te corrigeren. Het prachtige resultaat hiervan is dat het de wil bevrijdt en de geestelijke gezondheid herstelt door de verstikkende greep van het ego-denksysteem volledig los te laten.

De valkuil van de spirituele bypass 
Hoe anders is dat wanneer we in een spirituele bypass stappen, oftewel de onwaardige ontkenning. Hierbij wordt ontkenning op een onjuiste manier gebruikt om de waarheid te verhullen of om juist te ontsnappen aan de menselijke ervaring. Een veelvoorkomende vorm hiervan is het simpelweg wegdenken van het lichaam of het ontkennen van fysieke feiten. ECvL waarschuwt ons hier nadrukkelijk voor: doen alsof je geen lichaam bent terwijl je ondertussen nog steeds pijn of kou voelt, is puur een poging om jezelf voor de gek te houden. Op dat moment ontken je niet de dwaling, maar juist de aanwezigheid van je actuele menselijke ervaring.

Een spirituele bypass treedt ook op wanneer je opkomende menselijke gevoelens, zoals boosheid of verdriet, direct afwijst omdat je meent dat ze “niet spiritueel” zijn. Je verwerpt dan je werkelijke gevoelens ten gunste van een spiritueel “ideaalbeeld”. In feite probeer je een geïdealiseerd beeld—een soort afgod—van jezelf te bereiken, in plaats van werkelijk te zijn wie je op dit moment bent. Je bent dan constant aan het streven naar een toekomstige, betere versie van jezelf. In plaats van de innerlijke dwaling te corrigeren, misbruik je ontkenning als een “verhullingsmiddel” om ongemakkelijke menselijke situaties te vermijden. Deze beweging is een vlucht; het beweegt weg van de realiteit als een ontsnapping. Het onvermijdelijke gevolg hiervan is dat het leidt tot verdere afscheiding en dualiteit, omdat je een constante innerlijke strijd voert tussen een “spiritueel zelf” en een “menselijk zelf”.

Kiezen voor transformatie en heelheid 
Als we deze twee dynamieken helder naast elkaar leggen, zien we een prachtige les voor onze innerlijke groei. Ware ontkenning zegt in wezen: “Dit lijden is niet de uiteindelijke waarheid over mij,” terwijl het de menselijke ervaring van dat specifieke moment tegelijkertijd volledig omarmt om deze te kunnen transformeren. Een spirituele bypass daarentegen zegt star: “Ik mag dit niet voelen, want ik ben een spiritueel wezen,” waarmee het de eigen menselijkheid onderdrukt en de afscheiding juist versterkt.

Volgens ECvL is de enige echte weg naar heelheid dan ook het volledig aanvaarden van jezelf in het heden, inclusief alle dingen die je op dit moment misschien niet leuk vindt. Alleen door die totale, liefdevolle acceptatie van onze huidige staat kunnen we de vorm verheffen.

Jij doet het fout!

Gisteren schreef ik over m’n echtscheiding en de bijbehorende schuldgevoelens. Vandaag trek ik het breder, zodat het misschien herkenbaar wordt voor meer lezers. Want wie kent niet de situatie waarin iemand anders iets anders wil dan jij en dat uitspreekt door te zeggen dat jij het fout doet of fout gedaan hebt? Soms ziet die ander zichzelf daarbij als slachtoffer, maar hij hoeft niet eens direct bij de situatie betrokken te zijn. Punt is dat hij (of zij) jou beschuldigt: “Je doet het fout.” Het effect wordt nog sterker als er ook nog gesuggereerd wordt dat iemand anders lijdt doordat jij iets verkeerd aanpakt. Dan heb je pas echt reden om je schuldig te voelen. Herken je dit in je eigen leven?

De herhalingsles van vandaag verwijst naar Les 135 met als titel: “Als ik me verdedig word ik aangevallen” en naar de uitnodiging om te onderzoeken wat verdedigingsloosheid je te bieden heeft. Dat is, in mijn beleving, makkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt in elk geval nader onderzoek.

Wat gebeurt er met mij als ik me door een ander beschuldigd voel? Dan start ik vanbinnen een soort rechtszaak, waarin ik zowel rechter als beklaagde ben. De hamvraag luidt: “Heeft die ander gelijk?” Er hoeft nog niet eens veel emotie op de lijn te zitten. De mogelijke antwoorden zijn “ja”, “nee” of “dat ligt eraan”. Vervolgens kun je besluiten je uitspraken of gedrag al dan niet te wijzigen. Deze nuchtere aanpak kun je omschrijven als: je maakt het niet persoonlijk. Je voelt je niet aangevallen en het gebeuren wordt als het ware op verstandelijk niveau afgewikkeld.

Zelfonderzoek heeft me geleerd dat ik vroeger vooral persoonlijk getriggerd werd als iemand beweerde dat ik iets doms, onaardigs of oneerlijks had gedaan. Dat eerste, iets doms doen, heeft flink aan lading verloren. Vaak kunnen dingen handiger of slimmer en als iemand me daarop wijst, is dat niet zo’n punt meer. Er zijn altijd mensen die bekwamer of slimmer zijn dan ik; geen probleem, en vaak zelfs handig. Onaardig gevonden worden is lastiger om een plek te geven. En als iemand beweert dat ik keihard sta te liegen, dan is de neiging om me te verdedigen het sterkst. Vermoedelijk gaat dit terug op mijn wat strenge vader, die altijd hamerde op eerlijkheid.

Terug naar de werkboekles. Want wat moeten we hier nu mee? Sommigen zien deze als een oproep om je alles maar te laten welgevallen. Om alles goed te vinden en met een glimlach te accepteren. Is dat niet onze opdracht? Om alles te aanvaarden wat er gebeurt en wat anderen ons aandoen? Moeten we niet de andere wang toe keren als we geslagen worden? Onze spullen afgeven aan het dievengilde? Ons zonder verzet laten kruisigen door wie dat maar wil?

Ik meen dat de werkboekles geen oproep is om een soort ultieme deurmat te worden. ECIW geeft nooit richtlijnen voor gedrag, ook niet in deze werkboekles. De cursus nodigt echter wel uit tot zelfonderzoek en eerlijkheid. Want wat zie je van binnen als je je gekwetst voelt? Dat is hier de eerste uitnodiging. En in dat onderzoek wordt eerlijkheid gevraagd, geen cursus-sausje. Die eerlijkheid kan betekenen dat je oog in oog komt te staan met angst en boosheid. Misschien ook met verdriet, teleurstelling of andere emoties. Deze emoties vragen niet om ontkenning, om als het ware overgeslagen te worden op weg naar zogenaamd “ideaal gedrag”. Er wordt geen plastic glimlach van je gevraagd, of meegaandheid terwijl alles in jou “NEE” roept. Je wordt ook niet gevraagd degene met wie je een aanvaring hebt te knuffelen of op de koffie te vragen terwijl je nog aanvalsgedachten koestert.

Er zijn cursus-studenten die overhaast willen roepen dat er helemaal geen anderen zijn en dat “aanval” dus helemaal niet mogelijk is. En ach, metafysisch gezien zullen ze ergens wel een punt hebben, maar het is niet behulpzaam om dit als een soort nieuw geloof aan te nemen, terwijl je het in wezen nog niet echt hebt ingezien en doorleefd. Maar het andere uiterste werkt op de lange duur ook niet. Die ander als echte dader afschilderen en de verantwoordelijkheid (schuld!) geven voor jouw innerlijke onrust, kan even opluchting geven. Want ja, er zijn verdwaasde broeders en zusters die zich in hun roep om liefde zo waanzinnig gedragen dat je ze liever ontloopt. Je hoeft geen acteur te worden in hun bizarre drama’s. Dat zou ook niet behulpzaam zijn. Maar zelf gaan beschuldigen werkt evenmin. Als jij dat doet raak je verstrikt in de dynamiek van beschuldiging en zelfrechtvaardiging. Dan blijft de interne rechtszaak, en daarmee de worsteling, doorgaan. Ook dat brengt je niet dichter bij helderheid of vrede. De uitnodiging is juist om eerlijk te kijken naar wat er in jou geraakt wordt, zonder de ander tot absolute dader te maken en zonder jezelf tot slachtoffer te verklaren.

Het thema “slachtoffer-dader” is zo groot dat het nauwelijks mogelijk is om het in één blog recht te doen. Ook hierin is er geen rangorde in conflicten. Er lopen zo’n 8 miljard mensen rond, allemaal met hun eigen willetje, en dat botst bijna continu. In plaats van alles te proberen te ontrafelen en analyseren, hanteer ik voor mezelf drie handvatten. Misschien heb je er wat aan:

  1. Mijn gevoelens niet ontkennen maar deze liefdevol aanvaarden.
  2. Aan de slag gaan met Les 135 waarbij de eerste zin van alinea 4 het startschot vormt: “Laten we eerst eens kijken wát je verdedigt”.
  3. Een gebed:

    “Heer, ik voel me bang, boos, verdrietig, tekortgedaan, enzovoort. Daardoor voel ik me vijandig ten opzichte van die ander. Als ik eerlijk ben, koester ik die vijandigheid en die grieven. Vanuit mijn eigen kleine wil ben ik nauwelijks bereid mijn grieven los te laten. Het kost me moeite en het is bijna met tegenzin dat ik U toch wil vragen mij tegemoet te komen. Geef mij kracht om de deur naar liefde en vrede op een kier te zetten. Heer, U vraagt mij: ‘Wil je gelijk hebben of vrede ervaren?’ Ik merk dat ik voor 99% gelijk wil hebben; wilt U dat ene procent te hulp komen? Dank U wel!”

Scheiden, schuldgevoel en de liefde voor je kinderen

Scheiden van je partner doe je niet zomaar, zeker niet als er kinderen bij betrokken zijn. In elke relatie zijn er periodes van nabijheid en van verwijdering. Soms groeit die verwijdering langzaam uit tot een situatie waarin samenleven voor beide partners steeds moeilijker wordt. Dan kan het, hoe verdrietig ook, liefdevol zijn om te erkennen dat het beter is niet langer onder hetzelfde dak te wonen. Als het enigszins kan, probeer je zo’n besluit met zorg te nemen, met aandacht voor elkaar en vooral voor de kinderen, voor wie de gevolgen vaak het diepst doorwerken.

Moeilijker wordt het wanneer de ene partner verder wil en de andere de relatie wil beëindigen. Bijna twintig jaar geleden was ik degene die die stap zette. Daarmee werd ik in de ogen van veel betrokkenen degene die het gezin uiteentrok. Ik herinner me nog goed de woorden van mijn moeder: “Ach jongen, waarom doe je dit toch; je vader draait zich om in zijn graf.” In die reactie klonk niet alleen verdriet door, maar ook onbegrip. Dat onbegrip ben ik op veel plekken tegengekomen.

Ik worstelde met schuldgevoelens en verdriet, maar wilde niet terechtkomen in discussies over wie er schuld had, en ook niet in pogingen om mijn keuze goed te praten ten koste van mijn ex-partner. Dat ik verderging met een nieuwe partner maakte het voor anderen gemakkelijk om hun conclusies te trekken. Toch was die nieuwe relatie voor mij niet de oorzaak van het einde van mijn huwelijk, maar eerder iets wat zichtbaar maakte hoe lang ik me in die relatie al eenzaam en verwijderd had gevoeld. Dat onderscheid werd door weinig mensen gezien.

De reacties van familie en vrienden waren pijnlijk, maar in elk geval zichtbaar. Ik kon hun boosheid of teleurstelling zien en me daar op de een of andere manier toe verhouden. Wat ik veel minder goed zag, waren de gevoelens van mijn kinderen. Hun wereld veranderde van de ene op de andere dag. Zij moesten voortaan leven tussen twee huizen, twee ritmes en twee vormen van nabijheid. Pas veel later ben ik echt gaan begrijpen hoeveel verwarring, verlies en aanpassing daarin voor hen besloten lag.

Wat het voor hen misschien extra moeilijk maakte, is dat zij geen getuige waren geweest van openlijke ruzies of heftige botsingen. De verwijdering tussen hun moeder en mij speelde zich vooral af in stilte: in het verdwijnen van de communicatie, in minder contact, in een sfeer die voor ons voelbaar was maar voor hen misschien niet zichtbaar. Tegelijk bleven wij onze kinderen met liefde omringen. Het ontroerde me toen een van mijn dochters later zei dat zij nooit iets had gemerkt van een nare sfeer in huis. Dat was in zekere zin een compliment, maar het liet me ook zien hoe onverwacht mijn vertrek voor hen geweest moet zijn.

Jaren later, in gesprekken met mijn dochters, begon ik beter te begrijpen hoe zij die periode hebben beleefd. De vraag “Waarom ging papa weg en liet hij mama alleen achter?” moet lang in hen hebben geleefd. Ik wilde destijds voorkomen dat ik negatief over hun moeder zou spreken, en daar sta ik nog steeds achter. Maar ik zie nu ook dat een uitleg vanuit alleen mijn eigen beleving — dat ik me al jaren eenzaam voelde in de relatie — voor kinderen maar beperkt houvast biedt. Ik probeerde het praktisch zo goed mogelijk te regelen: hun moeder kon in de vertrouwde woning blijven, ik kocht een huis op fietsafstand en zorgde ervoor dat iedere dochter daar een eigen kamer had. Ik dacht dat ik daarmee rust en continuïteit bood. Pas later hoorde ik dat juist het steeds weer weggaan uit het ouderlijk huis voor een van mijn dochters heel pijnlijk was geweest.

Als ik me probeer te verplaatsen in hoe een kind zoiets beleeft, dan ontstaat een eenvoudig en invoelbaar beeld: we hadden een gezin, papa ging weg, mama bleef in het vertrouwde huis, en wij moesten wennen aan een nieuwe werkelijkheid. Hoe legitiem mijn eigen gevoelens als volwassene ook waren, voor kinderen telt allereerst wat zij verliezen, wat verandert, en wat niet meer vanzelfsprekend veilig voelt. Dat besef raakt me nog altijd.

Soms denk ik dat mijn poging om alles rustig en waardig te laten verlopen ook een keerzijde had. Juist omdat er geen openlijke strijd was, kan mijn vertrek voor de kinderen des te onbegrijpelijker en verwarrender zijn geweest. Ik weet niet of het anders had gevoeld als er meer zichtbaar was geweest van de moeilijkheden tussen hun moeder en mij. Hetzelfde geldt wellicht voor familie en vrienden. Het is gemakkelijker een echtscheiding een plek te geven als je, al is het op afstand, getuige bent geweest van ruzies en conflicten.

Wat gebeurd is, kan ik niet ongedaan maken. Ik kan alleen proberen me er eerlijk toe te verhouden. Een Cursus in Wonderen (ECIW) helpt me daarbij. Natuurlijk raakt het me dat mijn dochters het woord “thuis” vooral met hun moeder verbinden en met de plek waar zij zijn gebleven. Soms voel ik daar verdriet om, en ook gemis. Maar ik besef dat hun beleving niet verkeerd is; zij is gevormd door wat zij hebben meegemaakt. Ik wil hun liefde niet opeisen en geen nabijheid afdwingen. Wat ik hoop, is dat er ruimte mag zijn voor een band waarin zij zich vrij voelen, en waarin ik aanwezig kan zijn met liefde, geduld en zonder verwachtingen. In ECIW-termen vraagt dat van mij loslaten, vergeven en het oefenen van liefdevolle welwillendheid.

Ik merk dat er in de loop van de jaren, bij hen en bij mij, verschillende verhalen zijn ontstaan over wat er is gebeurd. In al die verhalen zit pijn, en ook het verlangen om begrepen te worden. Dat maakt me niet bitter, maar eerder nederig. Ik heb niet op alles de juiste woorden, en misschien zijn woorden alleen ook niet genoeg. Wat ik wel wil zeggen, is dat ik verdriet heb over wat mijn keuzes voor mijn kinderen hebben betekend, zonder daarmee te ontkennen dat ik destijds handelde vanuit mijn eigen onvermogen en mijn verlangen naar een andere weg. Ik hoop dat er met de tijd meer mildheid mag groeien — voor hen, voor mij, en voor alles wat tussen ons is gebeurd.

Misschien is dat ook wat zulke ervaringen uiteindelijk van ons vragen: dat we leren om met zachtheid te kijken naar schuld, verdriet en liefde. Voor mij komt het steeds opnieuw neer op vergeving — niet als ontkenning van wat er is gebeurd, maar als een manier om het verleden niet alle macht over het heden te geven. De herhalingsles van vandaag luidt: “Laat me vergeving zien zoals ze is”. Als ik die woorden lees, voelen ze als balsem. Misschien herken je iets in mijn verhaal. Dan hoop ik dat de volgende woorden uit Les 134 je net als mij iets van rust en ruimte schenken:

6. Het is de onwerkelijkheid van de zonde die vergeving natuurlijk en volkomen zinnig maakt, een intense opluchting voor degenen die haar geven en een stille zegening waar ze ontvangen wordt. Ze gedoogt geen illusies maar verzamelt die lichthartig, met een lachje, en legt ze zachtjes aan de voeten van de waarheid. En daar verdwijnen ze totaal.

7. Vergeving is het enige wat staat voor de waarheid binnen de illusies van de wereld. Ze ziet dat die niets zijn en kijkt dwars door de duizend vormen heen waarin ze kunnen verschijnen. Ze neemt leugens waar, maar wordt niet misleid. Ze slaat geen acht op de zelfbeschuldigende kreten van zondaars, buiten zichzelf van schuldgevoelens. Ze kijkt naar hen met kalme blik en zegt eenvoudig tot hen: ‘Mijn broeder, wat je denkt is niet de waarheid.’

Geen gelijk, maar liefde

Lang verhaal kort: ik had een grote goedaardige hersentumor, een meningeoom, die gelukkig operabel was. Ik dacht hier te makkelijk over: luikje open, tumor eruit, luikje dicht, even bijkomen en weer aan het werk. Zo ongeveer. Ik had nooit gehoord van NAH, niet-aangeboren hersenaandoening, en wat dit inhield, maar ik zou helaas wel aan den lijve ondervinden wat dit was. Voor deze blog is dat niet relevant; ik licht er één aspect uit: het ontstaan van paniekaanvallen. Ik had voor mijn werk altijd met veel plezier presentaties gegeven voor kleine en grote groepen. Na de hersenoperatie ging alles moeizamer, stroperiger, en op een kwade dag sloeg blinde paniek toe toen ik op een internationale meeting een toespraak hield. Zoiets gun je niemand. Het nare van het fenomeen is dat het zich als een donkere olievlek uitbreidt over steeds meer gebieden van je leven, en op een gegeven moment was bijna elk gesprek me te veel. Verbazing, schaamte, ontkenning, vechten en frustratie volgden.

Ik wist natuurlijk verstandelijk dat al deze angsten irrationeel waren en in geen verhouding stonden tot de gebeurtenis. Ik was reeds ECIW-student en dat maakte het ook niet makkelijker. Je weet dan dat zonde, schuld en angst onzinnige zaken zijn waarmee het ego je probeert aan te klagen; maar helpt die wetenschap op dat moment? Nee dus. Een goedbedoelende coach kan je zeggen dat er niets aan de hand is als je wat moet vertellen aan een groepje mensen. Je weet dat hij helemaal gelijk heeft en dat dit normaal is voor vrijwel alle mensen, maar helaas niet voor jou. De verstandige coach heeft gelijk, maar zijn advies is niet behulpzaam. Je voelt je alleen maar een grotere sukkel, omdat je je eigen angst niet kan overwinnen.

Wat heeft uiteindelijk wel geholpen en ervoor gezorgd dat het nu weer beter gaat? Ik stond mezelf toe kruidenpilletjes te nemen, bezocht een begripvolle hypnotherapeut, maar vooral: ik gunde mijzelf mijn vermeende zwakheid én de rust die ik nodig had. Ik werd zachter, liefdevoller voor mijzelf. Het voelde alsof een open zenuw weer langzaam herstelde.

Deze geschiedenis helpt me nu om begrip te hebben voor ECIW-studenten die worstelen met trauma’s. Het is verhelderend om zelf een situatie te hebben meegemaakt waarin je ontdekt dat “weten hoe het zit” voor jou niet de oplossing biedt. In het geval van een angststoornis in ons dagelijks leven geldt ons “gezonde verstand” als norm. Dit vertelt ons dat een praatje houden voor een groep iets anders is dan achtervolgd worden door een tijger, en dat een paniekreactie dus onnodig is. Hoewel deze wetenschap op zichzelf onvoldoende is om een einde te maken aan de narigheid, zal de betrokkene de logica van deze redenering niet ontkennen. Ik wist dat mijn reactie nergens op sloeg, maar kon in mijn beleving toch niet verhinderen dat deze optrad. Ik had dus vanzelfsprekend niet de behoefte om de algemeen geldende opvatting dat spreken in het openbaar niet levensbedreigend is, te bestrijden of te ontkennen. Ik wist dat dit klopte, maar had, kortgezegd, niks aan deze wetenschap.

Jezus stelt in ECIW dat al ons geloof in zonde, schuld en angst onnodig is. Dat het niet meer is dan onze perceptie, maar dat onze perceptie onjuist is. Ondertussen voelen de meesten van ons zich wel schuldig en angstig over van alles en nog wat, en zien we dit als normaal en als de norm. Wat hij zegt is daarom, vanuit ons perspectief gezien, niet alleen abnormaal, maar ook nog eens onbegrijpelijk voor het in onze ogen gezonde verstand. Wij staan samen sterk in onze overtuiging dat onze angst (en schuld etc.) gerechtvaardigd en logisch zijn en dat een boek als ECIW een rare leer verkondigt, zelfs als dit gedicteerd zou zijn door Jezus.

Maar ik zou er destijds niet mee geholpen zijn als mijn naasten zouden zijn meegegaan in mijn opvattingen en mij bijval zouden hebben verleend door te zeggen dat ik gelijk had en dat het ook doodeng is om in een groep iets te zeggen. Ik had begrip en liefde nodig, geen gelijk.

Dat maakt de kwestie van hoe om te gaan met onze getraumatiseerde medemensen vanuit het perspectief van de cursus dubbel, en Jezus weet dat. Hij weet dat onze perceptie onjuist is en legt uit dat één aspect van het wonder juist het corrigeren van de foute perceptie betreft. Maar hij weet ook dat het liefdeloos is om iemand met een paniekaanval uit te lachen en voor gek te verklaren. Welke ouder lacht zijn of haar kind uit als het een nachtmerrie heeft en bezweet en huilend roept om hulp? Wat is je eerste reactie? Je neemt het kleintje in je armen, biedt liefde, warmte en bescherming, ook al is het bescherming tegen niets. Eerst moet er die veilige bedding zijn, en dan fluister je zachtjes: “Het was maar een droom, lieverd. Stil maar. Kom maar even bij ons liggen.” Misschien werkt het bij ons niet anders: ook wij hebben eerst die ervaring van veiligheid en liefde nodig, voordat er ruimte ontstaat om anders te gaan kijken naar onze angst.

We zien als ECIW-studenten, en zeker als we elkaar de maat nemen, het belangrijkste aspect van het wonder dikwijls over het hoofd: “een wonder is een uiting van liefde”. Onze eerste opdracht is om de stroom van liefde te herstellen en te zeggen: ik hoor je, ik ben er voor je en ik luister naar je. En vooral: wat heb jij nu nodig? Jezus is, wat deze vraag betreft, heel realistisch en mild en stelt dat het niet behulpzaam is om in situaties waarin de angst te groot is te hameren op genezing van de denkgeest, doorzien van de illusie, correctie van de perceptie en verlossing. Hij stelt dat we ons hier niet hoeven te schamen voor de zogenaamde “magische” middelen. Hiermee bedoelt hij dan alles wat wij normaal vinden, inclusief bijvoorbeeld medicijnen, maar wat nog niet een beroep doet op de ultieme waarheid dat “niets werkelijks bedreigd kan worden”.

Ik laat Jezus aan het woord uit Tekst 2: IV: Genezing als bevrijding van angst:

4. Elk stoffelijk middel dat je als remedie tegen lichamelijke kwalen aanvaardt is een herbevestiging van magische beginselen. Dit is de eerste stap van het geloof dat het lichaam zijn eigen ziekte maakt. Een tweede misstap is: het met niet-scheppende middelen pogen te genezen. Hieruit volgt echter niet dat het gebruik van dergelijke middelen ten behoeve van herstel slecht is. Soms heeft de ziekte zoʹn sterke greep op iemands denkgeest, dat het hem tijdelijk ontoegankelijk maakt voor de Verzoening. In dat geval kan het verstandig zijn om ten opzichte van lichaam en denkgeest een tussenweg te bewandelen, waarbij aan iets van buitenaf tijdelijk genezende werking wordt toegeschreven. Want het laatste wat iemand met een onjuiste gerichtheid-van-denken, anders gezegd een zieke, helpen kan, is een verhoging van zijn angst. Hij verkeert al in een door angst verzwakte toestand. Als hij te vroeg aan een wonder wordt blootgesteld, kan hij in paniek raken. Er is een gerede kans dat dit gebeurt wanneer op-zʹn-kop-waarneming de overtuiging heeft gewekt dat wonderen beangstigend zijn.

Lieve broeders en zusters, het is een lang verhaal geworden en ik wil er nog iets aan toevoegen.

We zijn op een onschuldige manier hypocriet als we medestudenten die worstelen met angst en schuldgevoelens, en met andere trauma’s, de maat nemen. Onbewust zien we hen als ongenezen en onszelf als redelijk normaal, als de norm. Maar iemand die meent een pilletje nodig te hebben om gezond te worden, verschilt volgens ECIW niet van iemand die, bijvoorbeeld, meent water en voedsel nodig te hebben om gezond te blijven. De Engelsen zeggen het zo mooi: “we are in this together”, zoiets als: “we zitten allemaal in hetzelfde schuitje”.

Als ECIW-studenten is het ons goed recht om te luisteren naar Jezus in ECIW en zijn woorden serieus te nemen als hij ons zegt dat onze perceptie van de werkelijkheid onjuist is. Critici van ECIW mogen dit afdoen als een onzinnige leer en zich vasthouden aan de waarde die zij zelf toekennen aan zonde, schuld en angst. Dat is inderdaad de gangbare norm, het geloof van de meerderheid der mensen. Ze hebben ook gelijk dat het harteloos kan overkomen als we de visie van Jezus ongevraagd loslaten op mensen die de cursus niet volgen, of als we medestudenten de maat nemen.

Maar zeker voor onszelf mogen we de correctie van perceptie op liefdevolle wijze overwegen en toelaten in die situaties waarin we dat aandurven zonder te bang te worden. Op een zachte, wijze en begripsvolle manier. Deze keuze mag je maken; het hoeft niet.