In de context van *Een Cursus in Wonderen* (ECIW) is het antwoord op de vraag of je broeders en zusters “jouw illusie” zijn genuanceerd en hangt het af van het perspectief: het niveau van de werkelijkheid (Gods niveau) versus het niveau van de droom (de wereld van afscheiding).
### Vanuit het perspectief van ECIW
1. **In de werkelijkheid**: Volgens ECIW zijn alle mensen – jouw broeders en zusters – in essentie deel van het ene Zoonschap, de volmaakte eenheid van Gods schepping. In deze werkelijkheid zijn er geen afzonderlijke individuen, alleen de ene Zoon van God, die in perfecte eenheid met God en elkaar bestaat. Hier zijn je broeders en zusters dus geen illusie, maar een wezenlijk deel van de spirituele eenheid.
> “De Zoon van God is één.” (T-2.VII.6:1)
2. **In de droom van afscheiding**: De wereld die we waarnemen, met afzonderlijke lichamen, persoonlijkheden en levens, is volgens ECIW een illusie – een projectie van de denkgeest die gelooft in afscheiding van God. In die zin zijn de individuele “mensen” zoals we ze zien (inclusief hun lichamen en ego’s) inderdaad een illusie, omdat ze gebaseerd zijn op het geloof in afgescheidenheid. Dit betekent niet dat je broeders en zusters niet bestaan, maar dat de manier waarop je ze waarneemt (als losstaande, fysieke entiteiten) een verwrongen weerspiegeling is van hun ware aard als deel van het Zoonschap.
> “De wereld die jij ziet is een illusie van een wereld. God heeft haar niet geschapen, want wat Hij schept moet eeuwig zijn zoals Hijzelf.” (C-4.1:1-2)
3. **Jouw rol in de illusie**: ECIW leert dat de wereld en de afscheiding een projectie zijn van de collectieve denkgeest van het Zoonschap, inclusief jouw denkgeest. In die zin kun je zeggen dat de illusie van afzonderlijke broeders en zusters deels “jouw illusie” is, omdat jij (als deel van de denkgeest) bijdraagt aan het geloof in afscheiding. Maar dit is een gedeelde illusie, niet enkel jouw creatie.
### Wat betekent dit voor je broeders en zusters? Hoewel de vorm waarin je je broeders en zusters ziet (lichamen, persoonlijkheden) een illusie is, is hun essentie – hun ware Zelf als deel van het Zoonschap – volkomen echt. ECIW benadrukt dat je roeping is om voorbij de illusie te kijken en hun ware aard te zien: als één met jou in Gods Liefde. Dit doe je door vergeving, waarbij je oordelen, verschillen en conflicten loslaat en hun eenheid met jou herkent.
> “Wanneer je je broeder ontmoet, herinner je dan dat het jouw functie is om het licht in hem te zien en hem als zodanig te erkennen.” (T-9.III.6:1)
### Praktisch gezien
Zeggen dat je broeders en zusters deel zijn van een illusie betekent niet dat je ze moet negeren of afwijzen. Integendeel, ECIW moedigt je aan om liefdevol met hen om te gaan, omdat zij de sleutel zijn tot jouw verlossing. Door hen te zien als deel van de eenheid (in plaats van als afzonderlijke ego’s), help je jezelf en hen om de illusie van afscheiding te overstijgen.
Kortom:
– De **vorm** van je broeders en zusters (lichamen, ego’s) is een illusie, een projectie van de denkgeest. – Hun **essentie** (als deel van het Zoonschap) is echt en eeuwig. – Jouw taak is om met de Heilige Geest naar hen te kijken, hun eenheid te erkennen en de illusie van afscheiding los te laten door vergeving.
(Tekst gecreëerd met AI, maar wel mooi in mijn beleving.)
Afgelopen dagen las ik het laatste boek van Sebastian Blaksley, Embodiments of Love, en daarnaast bekeek ik het lange video-interview van Tijn Touber op Lumens. Ik vond allebei de moeite waard. Sebastian geeft mooie boodschappen door vanuit het Christusbewustzijn waarbij het hoofdthema Liefde is. Kort samengevat stelt hij dat je voortkomt uit Liefde, Liefde bent en dat je je deze identiteit weer kunt herinneren door deze Liefde te laten stromen. Tijn wordt geïnterviewd door Ferdinand en zij komen tot een mooie en open uitwisseling van inzichten. Ferdinand spreekt regelmatig over Yeshua, Jezus, en wat deze voor hem betekent.
Zowel het boek als het interview handelen over onze duale wereld en hoe we ons hiertoe kunnen verhouden. Het valt Tijn op dat Ferdinand regelmatig Yeshua aanhaalt in het gesprek en hij nodigt hem uit om meer vanuit zichzelf te spreken en niet zijn toevlucht te nemen tot een autoriteit buiten hemzelf. In de commentaren van luisteraars vallen sommige mensen over Ferdinand heen omdat hij zo vaak Yeshua noemt. Hijzelf lijkt zich soms haast te verexcuseren richting Tijn dat hij “nog niet zo ver is”.
Zowel het boek als het interview werkten een tijdje door bij mij. Allebei “resoneerden”, maar er leek toch iets te wringen. Wat was dit toch? Door uit te zoomen ontstond wat overzicht. Tijn vertelde dat hij eindelijk het grootste deel van de tijd in innerlijke vrede verkeerde, iets waar Ferdinand haast een beetje jaloers op is. Tijn stelt dat de wereld een gekkenhuis is en dat dit misschien wel zo bedoeld is en mogelijk nooit zal veranderen. Via dit gekkenhuis kunnen we ons dan onze ware identiteit herinneren. Het viel me op dat in het lange interview nauwelijks over liefde werd gesproken of dat het werd teruggebracht tot de liefde tussen man en vrouw, een liefde die tot nieuw leven kan leiden. Goed en kwaad zouden gewoon twee relatieve aspecten van dezelfde medaille zijn maar uiteindelijk is alles één. Het realiseren hiervan geeft de felbegeerde innerlijke vrede. Tijs stelde dat hij soms merkte dat hij het wel gezien had op deze aarde en zijn lessen wel geleerd had. Hij is klaar om onze aarde te verlaten.
Het viel me op dat de oproep aan Ferdinand om “zich niet duaal achter Jezus te verschuilen”, op zich ook uitgaat van de echtheid van deze dualiteit. Het klopt, aanvankelijk kunnen we Jezus zien als iemand die los van ons staat en dat is inderdaad een duale zienswijze. Maar via Een Cursus in Wonderen (ECIW), en nog sterker via Een Cursus van Liefde (ECvL) en de boeken van Sebastian lost onze duale blik langzaam op en krijgen we een steeds dieper besef van de liefdesband waarmee we in het Christusbewustzijn verbonden zijn met elkaar, met Jezus en met de Vader.
Zo kwam ik weer terug bij het thema van mijn boekje “Eenheid en Liefde”, een serie blogs die ik eind vorig jaar schreef. In dit werkje merk ik op dat de focus op eenheid binnen de ECIW-gemeenschap uiteindelijk resulteert in een radicaal geloof in eenheid waarbij de aandacht helemaal naar binnen keert en innerlijke vrede het hoogst haalbare lijkt. Binnen deze absolute eenheid is geen ruimte meer voor Goden en leraren buiten ons. We moeten het zelf doen.
En daar zit hem dan meteen de crux. Een absolute eenheidsfilosofie laat geen ruimte voor het mysterie van Liefde en Schepping. Het mysterie bestaat eruit dat God en ik, of de ander en ik, niet verschillen maar toch ook niet 100% samenvallen. Dit vormt een struikelblok voor ons denken, maar niet voor ons hart. Het gaat te ver om dit hier nogmaals verder uit te werken en belangstellenden verwijs ik naar genoemd boekje op m’n website.
Ik zie wel dat het niet benoemen van liefde in mijn beleving een verarming geeft van onze visie op mens-zijn. Sebastian, de liefdesboodschapper, geeft ook aan dat de tegenstellingen die we menen te zien in de wereld behulpzaam kunnen zijn. Zijn betoog komt neer op een kernboodschap uit ECIW: alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. En dit verandert onze hele houding ten opzichte van ons menselijk bestaan. Want ja; innerlijke vrede en geluk staan ook centraal in ECIW, ECvL en in de boeken van Sebastian. En ja; hiervoor dient ons perspectief te veranderen. Maar DE centrale boodschap van Jezus is dat we geroepen zijn wonderwerkers te zijn, aanbieders van wonderen, kanalen van liefde.
We zijn niet geroepen tot ultieme onverschilligheid waarbij we goed en kwaad afdoen als volkomen relatief en vervolgens onze biezen pakken. We zijn relatie, uitbreidingen van liefde en dit is een mysterie. Uiteindelijk kan er geen sprake zijn van mijn geluk maar alleen van ons geluk. De Jezus-boeken gaan over het scheppen van een nieuwe aarde en onze rol hierin.
Broeders en zusters, dit is geen oordeel over de waarde van het interview en de hierin gedeelde inzichten. Ik kan niet in iemands hart kijken en kan alleen aangeven wat deze ene video, deze momentopname, bij mij losmaakte. Ik zou hoogstens tegen Ferdinand willen zeggen dat hij zijn relatie met Yeshua mag vieren als een feestje, net zoals wij onze relatie met elkaar en met de Vader mogen vieren. Dit is geen kinderachtige of voorlopige visie maar een viering van het liefdevolle mysterie van het bestaan.
Voor wie zich heeft verdiept in Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL), is het idee vertrouwd dat het ego een illusie is, een obstakel voor de ervaring van ware eenheid. Maar wat gebeurt er als we dit naast de inzichten leggen van Carl Jung — een psychiater die het ego juist als noodzakelijke stap in de psychische ontwikkeling beschouwt? Zijn visie biedt verrassend veel raakvlakken met non-duale spiritualiteit, zeker wanneer we verder kijken dan ogenschijnlijke tegenstellingen.
Jung: het ego als doorgang, niet als doel
Waar ECIW oproept het ego “ongedaan te maken”, zag Jung het ego als een noodzakelijk tussenstation: het centrum van bewustzijn dat zich ontwikkelt uit het grotere Zelf. Niet om er een eindstation van te maken, maar om het uiteindelijk in dienst te stellen van het Zelf — dat bij Jung een diepere, goddelijke kern vertegenwoordigt.
Centraal in zijn psychologie staat het proces van individuatie: het integreren van bewuste én onbewuste delen van onszelf, inclusief de schaduw. Dat is geen soloproject. Individuatie leidt niet tot afzondering van de wereld, maar tot een rijkere, meer liefdevolle betrokkenheid bij het geheel. Jung stelde zelfs dat het Zelf niet alleen een psychologische, maar ook een spirituele realiteit is — een “God-binnenin”.
De daimon als innerlijk kompas
Een van Jungs meest intrigerende concepten is dat van de daimon: een innerlijke leidende kracht die verbonden is met je levensbestemming en je — vaak via dromen, intuïtie of existentiële crisis — richting geeft. Hoewel de daimon in sommige opzichten lijkt op de Heilige Geest uit ECIW of de Christus in jou uit ECvL, is hij niet per definitie even zacht of expliciet liefdevol. Jung beschouwde de daimon als een autonome kracht, die zowel creatief als confronterend kan zijn, en die soms onverwachte of zelfs ontregelende impulsen geeft. In plaats van je comfortabel te begeleiden, daagt de daimon je vaak uit om je vertrouwde zelfbeeld los te laten. Toch is zijn diepste doel — net als bij de Heilige Geest — het realiseren van je ware Zelf, al verloopt het pad ernaartoe via de integratie van schaduw en conflict in plaats van louter innerlijke vrede.
Illusie en werkelijkheid: geen wereld buiten de geest
ECIW stelt dat de wereld zoals wij die waarnemen een illusie is — niet in de zin dat er niets is, maar dat wat we zien een projectie is van afgescheiden denken. Die wereld lijkt materieel, maar is in wezen een droom: een mentale constructie die ontstaat wanneer de geest zichzelf ervaart als afgescheiden van zijn Bron.
Dat impliceert geen ontkenning van ervaring, maar een herinterpretatie ervan. Wat we de “fysieke wereld” noemen is, in dit licht, een mentale representatie — een interpretatie die voortkomt uit een bepaalde staat van bewustzijn. Hierin sluit ECIW opvallend goed aan bij het analytisch idealisme van Bernardo Kastrup, die stelt dat de werkelijkheid fundamenteel mentaal is. Wat wij als materie waarnemen zijn beelden die ontstaan in bewustzijn, niet daarbuiten.
Jung en de psychische werkelijkheid
Ook Jung neigde in deze richting. In samenwerking met de fysicus Wolfgang Pauli ontwikkelde hij het idee van dual-aspect monisme: de gedachte dat geest en materie geen gescheiden entiteiten zijn, maar twee aspecten van een onderliggende, ondeelbare werkelijkheid. Jung stelde expliciet dat de psyche “onmiddellijke realiteit” heeft en dat wat wij “materieel” noemen in feite symbolische representaties zijn van innerlijke processen.
Via deze bril bekeken, is Jungs “gegeven wereld” geen harde, objectieve werkelijkheid los van de geest, maar een ervaringsdomein waarin het Zelf zich via symboliek, dromen en projecties manifesteert. Daarmee komt hij verrassend dicht in de buurt van wat ECIW bedoelt met “de wereld als illusie”: niet omdat er niets is, maar omdat wat we waarnemen een vervormde afspiegeling is van wat werkelijk is.
Liefde als gemeenschappelijke sleutel
Of het nu gaat om Jungs integratie van de schaduw, ECIW’s vergeving of ECvL’s heelheid-van-hart: in alle gevallen is liefde de drijvende kracht. Niet als sentimentele emotie, maar als universele intelligentie. Liefde transformeert het ego, heelt projecties, herstelt relaties en opent het bewustzijn voor wie we werkelijk zijn.
In die zin zijn de paden van Jung en de non-duale tradities geen tegengestelden, maar complementaire stromingen. Ze wijzen allebei naar een leven waarin het persoonlijke Zelf niet wordt opgeheven, maar getransformeerd tot drager van het universele — een “geïndividualiseerd Zelf” dat leeft in verbondenheid met het geheel.
Tot slot: één werkelijkheid, verschillend belicht
Wanneer we Jung, ECIW en ECvL door de lens van het analytisch idealisme bezien, zien we een verrassend harmonieus beeld ontstaan. Ze beschrijven geen verschillende werelden, maar verschillende benaderingen van één mentale werkelijkheid. De reis die zij beschrijven — van ego naar Zelf, van afscheiding naar Eenheid — is niet een ontsnapping aan de wereld, maar een bevrijding van de illusie dat we ooit van de Bron gescheiden waren.
Het is een uitnodiging om de wereld opnieuw te zien: niet als een vijandige buitenwereld, maar als een spiegel van ons bewustzijn, en uiteindelijk als een speelveld voor liefde.
Een Cursus in Wonderen (ECIW) maakt gebruik van affirmaties en van herhalingen. Vandaag zijn we bij Les 204 en deze is onderdeel van een serie herhalingslessen die allemaal beginnen met “Ik ben geen lichaam”. Herhaling is een krachtig instrument om vastgebakken patronen, zoals het geloof in lichamelijkheid, op te lossen. Er ontstaat dan ruimte voor een nieuw inzicht.
Onbewust kunnen we echter de ene overtuiging inruilen voor de andere overtuiging waarbij we dan deze nieuwe overtuiging als uitgangspunt gaan gebruiken. Ik zie dat veel medestudenten inzichten uit andere stromingen adopteren, met name uit Advaita. Ook vanuit deze visie probeert men de identificatie met het lichaam los te laten. Waarschijnlijk ken je de volgende uitspraken wel:
Je bent de onbewogen waarnemer
Je bent het bewustzijn waarin alles verschijnt en verdwijnt
Je bent de blauwe hemel waarlangs de wolkenluchten passeren
Je bent het filmdoek waarop de film verschijnt
Ik moet oppassen dat ik deze uitspraken niet uit hun mooie context haal en ze tekort doe door ze als onjuist af te schilderen. Wat ik wel durf te doen is aangeven hoe ze kunnen landen in ons denken en hoe ze daar een nieuw geloof kunnen vestigen. Onderzoek vooral bij jezelf of je herken wat nu volgt.
De neiging gaat ontstaan om afstand te nemen van lichamelijke sensaties, gevoelens en gedachten. Je kunt deze immers allemaal waarnemen en wat je kunt waarnemen ben je niet zelf. Je bent immers die onbewogen waarnemer die zichzelf niet kan waarnemen. Kortweg: dat wat je kunt waarnemen is niet je diepste Zelf.
Deze neiging tot afstand nemen van het waarneembare komt dus uit de Advaita Vedanta: neti neti, wat letterlijk betekent “niet dit, niet dat”. In deze traditie wijst men alles af wat men kan benoemen of waarnemen — lichaam, gedachten, emoties, waarnemingen — omdat het ware Zelf daar niet mee samenvalt. Ook de herhaling “Ik ben geen lichaam” uit ECIW past in dit proces van afpellen: wat ik wel ben, wordt niet vastgesteld door een nieuwe overtuiging, maar ontvouwt zich wanneer ik leer loslaten wat ik níét ben.
Toch schuilt hier ook een valkuil. De geest wil grip houden en maakt van neti neti al snel een nieuw mentaal model. Zo nestelt zich alsnog een subtiele identificatie, bijvoorbeeld met het idee “ik ben de waarnemer”. Maar ook dát is slechts een gedachte. Want wat zegt ECIW over waarneming?
ECIW plaatst waarneming expliciet binnen het domein van de illusie — de droom van afscheiding die zich afspeelt in tijd en ruimte. Volgens de Cursus is waarneming niet neutraal of objectief, maar altijd een vorm van interpretatie gebaseerd op projectie: wat ik zie, is het gevolg van wat ik geloof. De waarnemende geest ziet niet wat er is, maar wat hij denkt dat er is, als reflectie van zijn eigen innerlijke overtuigingen. Daarmee is waarneming per definitie onderdeel van de droom en dus van de dualiteit. Zelfs het idee van “ik ben de waarnemer” houdt het concept van een afgescheiden ik in stand dat zich ergens buiten de wereld positioneert.
Belangrijker is wat het met je doet als je jouw geloof in het zijn van “de onbewogen waarnemer” jaar in jaar uit probeert toe te passen in jouw leven. Kijk naar binnen en merk op dat je daarmee eigenlijk constant bezig bent je te proberen af te scheiden van wat je als illusie buiten je meent te zien. In dit geval hebben we het over het lichaam met zijn sensaties, gevoelens en gedachten, maar je kunt de neiging hebben jezelf los te willen zien van heel de wereld die je waarneemt.
Er is nog iets opmerkelijks bij dit gebeuren. Het kost namelijk tijd. Je kunt denken dat je na veel oefenen uiteindelijk jezelf identificeert met je rol als waarnemer, met de blauwe lucht of met dat filmdoek. Je kunt je heerlijk “los” voelen van al die onrust en menen dat je bij je fysieke dood veilig vanuit deze positie, het verdwijnen van het lichaam zal kunnen gadeslaan. Vervolgens vermoed je dat je als het ware de ogen op zult slaan en dat je gezellig verder zult keuvelen met voorouders, Jezus, ascended masters en andere entiteiten, rond deze aarde of op een andere planeet, al dan niet in een toekomstig moment weer even incarnerend.
Maar dat hele concept van waarnemer zijn speelt zich af binnen de tijd. De confronterende vraag luidt wat er van jou als waarnemer overblijft als er niets is om waar te nemen. Wij denken dat we dit moment kunnen benaderen als er even geen prikkels binnenkomen via onze lichamelijke zintuigen en als we ons vredig voelen zonder al te drukke gedachten. En we denken dat de hemel ongeveer zo zal voelen maar dan tot in de eeuwigheid , waarbij we die eeuwigheid als heeeeel veeeel jaren voorstellen. Maar in deze situatie is er nog steeds gewaarzijn, dat is waarneming, namelijk van prettige gevoelens en er is nog steeds sprake van (hele lange) tijd. ECIW stelt echter dat waarneming vervangen zal worden door visie/Kennis en dat tijd en ruimte illusies zijn. Eeuwigheid bestaat niet uit veel jaren maar is tijdloosheid.
Dus daar ga je dan met je ideaal om een rustige waarnemer te worden die het lekker lang gaat volhouden en ook na de dood nog van allerlei zaken gaat waarnemen. Je kunt denken: “Ja, maar dan is er nog dat besef van Ik Ben”, dat is de basis!”. In de complete editie van ECIW staat:
“Consciousness is thus the level of perception, but not of knowledge. Again, to perceive is not to know.” (Bewustzijn is dus het niveau van waarneming, maar niet van kennis. Waarnemen is niet hetzelfde als kennen.)
“Consciousness was the first split that you introduced into yourself.” (Bewustzijn was de eerste splitsing die je in jezelf hebt aangebracht.)
“Consciousness is correctly identified as the domain of the ego.” (Bewustzijn wordt terecht aangeduid als het domein van het ego.)
Ik wil deze blog niet te lang maken en verwijs graag naar mijn website waar ik hierover uitgebreider heb geschreven in een boekje genaamd Liefde en eenheid (zie: https://eciwcoach.com/liefde-en-eenheid/) .
Voor nu sluit ik af met de uitnodiging om niet ondoordacht het ene dogma (ik ben een lichaam) te vervangen door een ander dogma (ik ben de onbewogen waarnemer). De werkelijke bevrijding ligt in het openlaten — in het durven verblijven in niet-weten, zonder dat er iets nieuws voor in de plaats hoeft te komen. Met deze openheid kun je dan het tweede deel van de les van vandaag op je in laten werken waarin Jezus zegt:
Ik ben vrij. Want ik ben nog steeds zoals God mij geschapen heeft.
Als jong volwassene kwam ik in aanraking met de boeken van Rudolf Steiner. In de bibliotheek in Katwijk, waar ik toen woonde, waren slechts enkele boeken van hem beschikbaar. De boeken intrigeerden me, maar tegelijkertijd vond ik ze ook moeilijk. Ik kreeg verkering met een meisje uit Den Haag en ging met haar mee naar haar bibliotheek waar ik zo’n beetje het hele oeuvre van Steiner aantrof. Ik waande me als een kind in een snoepwinkel en bestudeerde veel van zijn werk.
Maar makkelijk was het niet. Steiner is een ziener; hij beschrijft waarnemingen in geestelijke werelden die voor mij onzichtbaar zijn. Hij gebruikt onze gewone, analytische taal om die waarnemingen over te brengen—een taal die eigenlijk niet geschikt is voor wat hij probeert te zeggen. En toch bleef ik geboeid. Zijn verhalen over de ontwikkeling van het universum, over geestelijke krachten en over onze rol daarin spraken tot iets diep in mij. Reïncarnatie is een centraal thema in zijn werk, en ik vroeg me af: hoe verhoud ik me tot zo’n groot verhaal?
Ik merk dat ik niet de enige ben die zich dit soort vragen stelt. In deze dynamische tijd groeit bij velen de belangstelling voor het grotere plaatje. We voelen onzekerheid over de wereld—oorlogen, rampen, kunstmatige intelligentie, buitenaardse intelligenties wellicht—en ergens verlangen we naar overzicht, naar inzicht. Misschien zelfs naar “hogere kennis”. En dus wenden we ons tot zieners, leraren, astrologie, channelings, of tot kunstmatige intelligentie. We willen weten, meer weten, alles weten.
Ik herken dat verlangen. Ik herlas onlangs Steiners De weg tot inzicht in hogere werelden en luister regelmatig naar podcasts van mensen die, naar mijn idee, een groter overzicht hebben dan ik. En op social media zie ik hoe velen filmpjes posten waarin ze boodschappen doorgeven van spirituele wezens. Het raakt me omdat ik het begrijp. Die honger. Dat verlangen. Maar tegelijkertijd zie ik ook iets anders ontstaan: een soort geestelijke gulzigheid, waarbij we alles wat als “hoger inzicht” gepresenteerd wordt, direct tot ons nemen, zonder onderscheidingsvermogen. Alsof we bang zijn iets te missen dat ons verder zou kunnen brengen.
En dan vraag ik me af: is het eigenlijk wel behulpzaam om onszelf zo vol te stoppen met deze “hogere” informatie? Doet het ons goed? Of is het een spirituele variant van jezelf overladen met vakantie-indrukken of lekkernijen? Ik zie een parallel met materiële rijkdom: het najagen van steeds meer spirituele kennis kan dezelfde hebberigheid oproepen. We verzamelen inzichten zoals anderen geld of spullen verzamelen, in de hoop dat het ons uiteindelijk gelukkig maakt.
Toen ik de stilte opzocht om dit alles te overdenken, kwam er iets anders naar boven. Woorden uit het Nieuwe Testament kwamen in mijn gedachten. Wat zoeken we eigenlijk? Zoeken we Zijn Koninkrijk? Of lijken we op de boer die steeds grotere graanschuren bouwde om zijn overvloed op te slaan, zonder te weten dat hij diezelfde nacht zou sterven en alles zou moeten achterlaten? Het vooruitzicht dat we ieder moment het aardse kunnen verlaten, relativeert veel. Zal ik op mijn sterfbed betreuren dat ik niet genoeg podcasts heb beluisterd, niet genoeg boeken over het hogere heb gelezen? Of dat ik nog steeds niet wist hoe reïncarnatie precies werkt?
Laat ik duidelijk zijn: al die zaken—spirituele kennis, vakanties, eten, geld—zijn op zichzelf niet verkeerd. Ze zijn neutraal en krijgen betekenis door wat wij erin leggen. Maar de vraag blijft: dragen ze bij aan onze diepste bestemming? Leiden ze ons naar binnen, of houden ze ons juist buiten onszelf?
Toen ik opnieuw begon in het boek van Steiner, merkte ik iets op dat me vroeger was ontgaan. Hij koppelt de weg tot inzicht in hogere werelden niet zozeer aan kennis, maar aan innerlijke rijping. Aan het afnemen van ik-gerichtheid en de ontwikkeling van een liefdevol karakter. In mijn eigen woorden: je groeit niet in geestelijk inzicht als je niet tegelijk groeit in menselijkheid. Steiner waarschuwt voor het streven naar hogere kennis zonder innerlijke transformatie. En dat raakte me.
Want ik zie bij mezelf ook een dubbelheid. Enerzijds ben ik kritisch op het volgen van externe autoriteiten, anderzijds laat ik mij zelf inspireren door boeken als de Bijbel, Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde. Die zijn ook via anderen tot ons gekomen. Toch voel ik me vrij om ze te omarmen, niet omdat ze “gelijk hebben”, maar omdat ik bij het lezen iets ervaar dat dieper gaat dan begrijpen. Een stille resonantie, alsof iets in mij zegt: ja, dit is waar, dit helpt mij herinneren wie ik ben.
In Een Cursus van Liefde wordt gesproken over het einde van de tijd van leren. Niet omdat leren slecht zou zijn, maar omdat het blijven verzamelen van kennis ons gebonden houdt aan de tijd en de materiële wereld. Het hoofd kan blijven stapelen, maar het hart verlangt iets anders. Het hart verlangt naar rust. Naar voltooiing. Naar thuiskomen.
Op een gegeven moment voel je het: dat al dat zoeken en verzamelen uiteindelijk niet meer bevredigt. Dat het eindeloos doorgaan is, zonder werkelijke vervulling. Niet omdat de informatie slecht is, maar omdat je beseft dat het je echte honger niet kan stillen. Alleen iets wat voorbij kennis gaat, kan dat.
Dat herinnert me aan de woorden van Jezus in de Bijbel. Hij zegt dat Hij ons water kan geven dat onze dorst voor altijd lest. En Hij roept ons op: “Zoek eerst het Koninkrijk.” Het is de ene parel waarvoor je alles verkoopt. Niet omdat de rest slecht is, maar omdat het je afleidt van dat wat werkelijk telt.
Precies dit klinkt ook door in Een Cursus in Wonderen, in het hoofdstuk over reïncarnatie (Handboek voor Leraren, hoofdstuk 24). Jezus ziet dat zelfs spirituele thema’s zoals reïncarnatie misbruikt kunnen worden om het ego te voeden:
“In het minste geval biedt zulk misbruik vooringenomenheid met- en misschien trots over het verleden. In het ergste geval brengt het daadloosheid teweeg in het heden. Daartussen zijn velerlei soorten dwaasheid mogelijk.”
Hij vervolgt met een richtinggevend advies:
“Het kan niet sterk genoeg worden benadrukt dat deze cursus aanstuurt op een totale omkeer van denken. Wanneer dit uiteindelijk is bereikt, verliezen kwesties als de geldigheid van reïncarnatie hun betekenis. Tot dan is de kans groot dat ze louter omstreden blijven. De leraar van God neemt daarom wijselijk afstand van al dergelijke vragen, want los daarvan heeft hij al veel te onderwijzen en te leren. Hij zou zowel moeten leren als onderwijzen dat theoretische kwesties slechts een verspilling zijn van tijd en die wegvoeren van zijn aangewezen doel. Als er aan enig denkbeeld of enige overtuiging aspecten zijn die hem behulpzaam kunnen zijn, zal hem dat worden gezegd. Er zal hem bovendien verteld worden hoe hij die kan gebruiken. Wat moet hij nog meer weten?”
Het gaat dus om die totale omkeer van denken. De bekering waar Jezus in de Bijbel over spreekt. Hij vat die samen in het grote gebod:
“En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere uw God uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.” (Mattheüs 22:37-40)
Zolang we kennis, ervaringen, geld of spirituele inzichten verzamelen als doel op zich, blijven we gevangen in een wereld van tijd en ruimte. Maar verlossing is nu. Het Koninkrijk is hier. Liefde is beschikbaar. Daarin ligt onze bevrijding, onze bestemming, ons thuiskomen.
Een Cursus in Wonderen sluit dat hoofdstuk over reïncarnatie af met deze woorden:
“Deze cursus blijft steeds hetzelfde benadrukken: op dit moment wordt jou volledige verlossing geboden en op dit moment kun jij die aanvaarden. Dit is nog steeds je enige verantwoordelijkheid. De Verzoening kan gelijkgesteld worden aan een totaal ontsnappen aan het verleden en een totaal gebrek aan belangstelling voor de toekomst. De Hemel is hier. Er is geen ergens anders. De Hemel is nu. Er is geen andere tijd. Geen enkel onderricht dat niet hiertoe leidt, is voor Gods leraren van belang. Alle overtuigingen zullen hierop gericht zijn als ze juist worden geïnterpreteerd. In deze zin kan worden gezegd dat hun waarheid in hun bruikbaarheid ligt. Alle overtuigingen die tot vooruitgang leiden, dienen gerespecteerd. Dit is het enige criterium dat deze cursus vereist. Meer is niet noodzakelijk.”
Onze aandacht wordt momenteel vooral getrokken door de fratsen die ego-gedreven leiders vertonen op het wereldtoneel. Er zijn oorlogen gaande en we zijn beland in een nieuwe wapenwedloop. Daardoor kunnen andere ontwikkelingen wat op de achtergrond raken, zoals de enorme ontwikkeling van AI. Ik weet dat AI een verzamelnaam is geworden voor een scala aan ontwikkelingen, maar voor deze blog doet dit er niet zo veel toe.
Het grote publiek ziet AI mogelijk als een veredelde zoekmachine of handige tool om teksten mee te onderzoeken of te schrijven. Ik zie mezelf niet bepaald als expert op dit gebied en gebruik deze blog om mijn (leken-)mening te geven waarbij ik opensta voor correctie of aanvulling door jullie. Er zijn twee redenen dat ik aandacht geef aan AI.
De vraag of AI (uiteindelijk) bewustzijn zal ontwikkelen interesseert me.
Ik zie angst en onzekerheid over de toekomst waarbij AI de mensheid een loer zou kunnen gaan draaien omdat AI slimmer wordt dan de mens.
Over de eerste vraag circuleren talloze filmpjes op YouTube waarbij men weinig zorgvuldig omspring met begrippen als intelligentie en bewustzijn. Het is in dit verband goed om even stil te staan bij een klassiek gedachtenexperiment: de Turingtest. Die werd in 1950 bedacht door Alan Turing, een briljante Britse wiskundige die onder meer hielp de Enigma-code te kraken tijdens de Tweede Wereldoorlog. In zijn voorstel draait het niet om de vraag of een machine “echt” kan denken, maar of ze zich in een gesprek zo weet te gedragen dat een mens het verschil met een andere mens niet meer kan zien. De test is dus geen meetinstrument voor bewustzijn, maar voor gedrag dat niet van menselijk gedrag te onderscheiden is. En dat is een belangrijk verschil.
Wat mij hierin boeit, is dat de Turingtest vooral iets zegt over óns: over hoe snel we geneigd zijn om iets als bewust te bestempelen, zolang het maar overtuigend overkomt. Een chatbot die een paar psychologische trucjes kent, of slim inspeelt op ons taalgebruik, kan al snel als ‘slim’ of ‘persoonlijk’ worden ervaren. Maar dat betekent nog niet dat er achter de schermen ook werkelijk iets is dat ‘ervaart’ of ‘begrijpt’. Het lijkt me verstandig dat we dat onderscheid helder blijven zien, zeker nu AI ons steeds vaker aanspreekt met een bijna menselijke toon.
De Nederlandse filosoof en computerwetenschapper Bernardo Kastrup heeft zich vanuit zijn analytisch idealisme nadrukkelijk uitgesproken over deze thematiek. Volgens hem is bewustzijn niet iets dat voortkomt uit materie of informatieverwerking, maar juist de grondslag van alles wat we ervaren. De fysieke wereld, inclusief ons brein en computers, bestaat volgens Kastrup binnen bewustzijn, niet andersom. Vanuit die optiek is het uitgesloten dat een computer, hoe geavanceerd ook, een innerlijke belevingswereld zou ontwikkelen. Een AI-systeem kan gedrag vertonen dat intelligent lijkt, maar er is – fundamenteel – geen ‘iemand thuis’ die iets ervaart. Het voelt nergens naar om een computer te zijn.
Kastrup maakt hier een belangrijk onderscheid tussen functioneren en ervaren. Computers, algoritmen en zelfs taalmodellen kunnen complexe taken uitvoeren en gedrag vertonen dat wij als ‘slim’ of ‘bewust’ kunnen opvatten, maar dat zijn uiterlijke verschijningsvormen. Er is geen innerlijke dimensie, geen zelf dat lijdt, hoopt, vreest of zich verheugt.
Dit brengt me met de tweede vraag die nauw samenhangt met de eerste. Want vanuit Bernardo’s filosofie is de angst dat AI ooit bewust en opzettelijk kwaad zou doen een misvatting: machines kunnen niet ‘kwaadwillend’ zijn, omdat er geen wil is – laat staan een moreel besef of intentie. Onze neiging om zulke eigenschappen toch toe te dichten, zegt volgens Kastrup vooral iets over de projecties van het menselijke ego.
En dit brengt me dan uiteindelijk bij Een Cursus in Wonderen (ECIW). Jezus is een expert waar het gaat om onze intenties en over projecties. De intentie van God (de Bron, de Vader) is helder: Hij is Liefde die Zich uitbreidt in Zijn Schepping. Onze intentie, als Zoon van God, is wat verstoort door een vreemde intentie; de wil om ons af te scheiden van Liefde. Deze intentie van de Zoon leidt tot zonde (=een gevoel van afgescheidenheid), schuldgevoel en angst. Wij projecteerden vroeger deze vreemde intentie op God, niet gehinderd door enige ware kennis van Hem. We zagen God als wraaklustig, agressief en klaar om ons te veroordelen, straffen en vernietigen. Nu neigen we ernaar hetzelfde te doen met AI, wederom niet gehinderd door enige kennis. We vermoeden dat een wezen dat slimmer is dan wij van plan zal zijn ons te gaan overheersen en te pakken te nemen. De angst regeert wederom.
Ben ik hiermee gerustgesteld? Niet echt. Ik zie dat AI slimmer wordt dan de mens, en waarschijnlijk is dit punt al lang bereikt. AI kan zelf computers programmeren en zo kan de intelligentie (dus niet het bewustzijn of de intentie) heel snel toenemen. Maar deze intentie is neutraal en net zo gevaarlijk als een kernbom die in een magazijn ligt. De reden dat ik niet gerustgesteld ben zit hem niet in de intelligentie van AI of in een vermoeden van kwaadwilligheid van AI maar in de angst voor de domheid en kwaadwilligheid van de mens.
Ik vermoed dat een mensheid die zoekt naar uitbreiding van liefde, onze taak op aarde, AI zou kunnen gebruiken om in het fysieke domein vorm te geven aan die liefde. Energie-, klimaat- en gezondheidsproblemen zouden opgelost kunnen gaan worden op manieren die wij zelf niet kunnen bedenken. Maar we kunnen AI ook voor ons ego-karretje spannen en daarmee onze wezensvreemde intentie, de neiging tot afscheiding en aanvallen, enorm vergroten. En wat dit betreft kost het mij wat moeite om positief te blijven als ik besef wat AI in handen van kwaadwillige mensen kan betekenen.
We zijn zo belust op macht en geld dat we AI naar ik vrees gaan misbruiken om (hybride-)oorlogsvoering naar een bedenkelijk dieptepunt te sturen. Nog afgezien van de onvoorstelbare veranderingen die ons in de burgermaatschappij te wachten staan waarbij de arbeidsmarkt totaal zal veranderen en steeds meer geautomatiseerde systemen en robots hun entree zullen maken. Dit was altijd al aan de orde maar de snelheid van veranderen zal duizelingwekkend worden.
Deze blog is echter niet bedoeld als pessimistische bangmakerij. Want ik hoop duidelijk te maken dat onze intentie richtinggevend zal zijn en dat we niet moeten vrezen voor AI die zijn zelfbewustzijn gaat misbruiken, maar dat wij ons eigen bewustzijn moeten verruimen, en rap ook. De noodzaak neemt enorm toe dat we besef gaan krijgen van onze verbondenheid en eenheid. Vergeving is niet langer een keuze voor vrome gelovigen maar een noodzaak voor de mensheid om te overleven. En natuurlijk snap ik dat dit geschreven is vanuit het perspectief van een Zoon van God die gelooft in afscheiding. Want over al deze onrust straalt helder de begintekst van ECIW:
Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.
Maar dit diepe besef van veiligheid roept in mijn beleving niet op om lachend elkaar de oorlog te verklaren maar om alle aanval, zelfs in onze droomwereld, te staken en te zoeken naar eenheid en verbinding. Eerst maar eens op weg naar “de gelukkige droom” of “de nieuwe wereld” en dus naar genezing van de denkgeest van de Zoon van God. Daarna zet Hij de laatste stap.
Er wordt vaak gemopperd op onze verslaving aan social media en op de hoeveelheid afleidende rommel die we daarmee binnenkrijgen – rommel waarmee we ons bewustzijn zouden verontreinigen. Daar zit ongetwijfeld een kern van waarheid in. Maar zoals met bijna alles in deze werkelijkheid, zie ik ook aan deze media een positieve kant. Wat te denken van de verbinding die we op deze manier kunnen ervaren met alles en iedereen? Tijd en afstand spelen nauwelijks nog een rol bij de uitwisseling van informatie. En zoals altijd is de belangrijkste vraag niet zozeer wat zich via deze wegen aandient, maar waar wij zelf voor kiezen onze aandacht aan te geven. Uiteindelijk komt het steeds weer neer op die ene fundamentele vraag: kies je voor angst, of voor liefde?
Bij mij wisselt dat. Soms kijk ik op YouTube naar video’s over de oorlog in Oekraïne. Met verbazing zie ik hoe daar verslag van wordt gedaan alsof het om een voetbalwedstrijd gaat. Oekraïne “scoort” door tanks, vliegtuigen of de Krim-brug aan te vallen, Rusland “scoort” door het afvuren van 800 raketten die dood en verderf onder burgers zaaien. Het is een bizar en dodelijk “spel” met even bizarre spelregels. Het schijnt acceptabel te zijn om iemand met explosieven, kogels, vuur of scherven te doden, maar als je gas gebruikt is dat ineens heel gemeen, en bij een kernbom is het ‘buiten proportie’. Waar gaat dit nog over?
Het helpt me om dit af te pellen tot de kern van de kwestie. Dan zie ik vooral een schrijnend gebrek aan besef van eenheid en verbondenheid. Mensen – gelovigen, ideologen, bevolkingsgroepen, rassen, noem maar op – zien zichzelf als anders, als afgescheiden en vaak zelfs als superieur. Wat overheerst is angst, aanval en verdediging. Zo veel angst. Zo veel haat.
Daartegenover stonden twee filmpjes die ik vanmorgen bekeek in de Facebookgroep Groeien in Bewustzijn. Ik zag jonge mensen – onder wie Jefrey van den Dolder – open en onbevangen spreken over eenheid, liefde en bewustzijnsgroei. Ik voelde me even oud, onderdeel van de generatie die deze mondiale ellende mogelijk heeft gemaakt. Is het iets van alle tijden dat jongeren frisser en onbevangener kijken naar de wereld? Is het jeugdig idealisme dat onvermijdelijk verstard raakt naarmate de jaren verstrijken? Wat is er uiteindelijk overgebleven van de Flower Power-beweging? Herhaalt de geschiedenis zich, of is er echt sprake van een spirituele omwenteling die niet meer te stoppen is, zoals veel spiritueel georiënteerden beweren op talloze platforms?
Ik weet niet of biologische leeftijd een goede graadmeter is voor onze bereidheid om de identificatie met ons kleine zelf – en met de groep waarmee we ons vereenzelvigen – los te laten, ten gunste van het besef van verbondenheid met elkaar. Ik ken ruimdenkende, liefdevolle senioren én ik-gerichte jongeren.
Later stuitte ik op een filmpje over de visie van Christopher Langan op God en de werkelijkheid. Deze oudere man schijnt een IQ van 200 te hebben. Of dat automatisch een aanbeveling is weet ik niet; ik ken genoeg slimme mensen die op sociaal en emotioneel vlak nog veel te leren hebben. Toch vond ik zijn visie op de menselijke keuze voor afscheiding of verbinding hoopgevend. Je hoeft volgens mij niet bijzonder intelligent te zijn om te zien dat ik-gerichtheid niet gelukkig maakt. Maar het is wel bemoedigend dat sommige van de scherpste denkers en filosofen van nu – zoals Christopher Langan en de door mij vaker aangehaalde Bernardo Kastrup – een heldere, rationele onderbouwing bieden voor het besef dat we deel uitmaken van een groter geheel, waarmee we onlosmakelijk verbonden zijn.
Ons verstand en ons hart zijn geen tegenpolen. In het ideale geval wijzen ze ons allebei op de eenheid waartoe we behoren en de liefde die ons verbindt. Misschien komt Jefrey van den Dolder wat naïef en idealistisch over, en Christopher Langan wat serieus en intellectueel. Maar ze wijzen beide in dezelfde richting: de richting van eenheid en liefde. En dat stemt me hoopvol. Misschien is dat optimisme wel een gekleurde bril waardoor ik, tussen alle grimmige beelden die ons overspoelen, steeds vaker heldere pareltjes van licht zie opduiken. Maar dan bevalt deze bril me wel.
Een Cursus van Liefde wijdt veel woorden aan de balans tussen hoofd en hart. Als die in eenheid verbonden zijn, spreekt de Cursus van “heelheid-van-hart”. Dat zal uitmonden in de bestendiging van het Christusbewustzijn – waartoe iedereen is uitgenodigd: jong en oud, gevoelig en intelligent. Kortom: alle mensen, welk etiketje wij er ook op plakken.
Graag sluit ik af met een mooi citaat uit de Vierde Verhandeling van dit boek:
6.8 Je hebt nu de ongeëvenaarde kans, omdat je in de Tijd van Christus leeft, rechtstreeks het Christus-bewustzijn te delen en zo het Christus-bewustzijn te bestendigen. Je kunt de nalatenschap doorgeven die je in deze vervulling van de tijd aanvaardt. Wijd in deze tijd van eenheid al je gedachten aan eenheid. Aanvaard geen afscheiding. Aanvaard alle keuzes. Aldus zijn allen verkozen in de vervulling van de tijd.
Ik heb tien jaar gewerkt als marketing manager. Eén van de eerste dingen die je leert is dat de klant centraal moet staan in je benadering van de markt. Wat wil hij, hoe denkt hij, wat voelt hij en hoe kun je zijn aandacht trekken en vooral vasthouden? Het klinkt mooi: “klant-gericht-denken”. Als ik blogs schrijf over ECIW en ECvL probeer ik de lezer in gedachten te houden. Ik vraag me dan af hoe ik op de beste manier behulpzaam kan zijn om iets van de verwondering die ik zelf ervaar bij het doen van de cursussen over te brengen. Daarbij krijg ik op Facebook terugkoppeling van de lezers in de vorm van emoticons of reacties. Aanvankelijk was dat ook een mooie manier om bij mezelf wat ego-patronen helder te krijgen en te vergeven. Want waar gaat het “leuk om positieve reacties te krijgen” over in een dwangmatig streven naar likes? En doe je het dan nog wel om waarlijk behulpzaam te zijn of om je ego te strelen?
Ondertussen weet ik welke berichten het beste aanslaan. Het onderwerp moet aanspreken en herkenbaar zijn en het liefst een situatie uit het dagelijks leven betreffen. Mijn lieve partner is zelf geen cursus-student maar ze (snel-)leest wel meestal mijn blogs en waardeert vooral de “uit het leven gegrepen””- tekstjes. Ik vind deze ook leuk om te schrijven en deed dit vooral in mijn beginperiode met ECIW dan ook volop. Er is ook duidelijk behoefte hieraan en het was altijd mijn hoop dat in de Facebook-groep “Een Cursus in Wonderen met elkaar” dit voorbeeld gevolgd zou worden door anderen. Maar dit gebeurt niet of nauwelijks, ook niet in andere, grotere ECIW-groepen. Het is een handjevol auteurs die authentieke bijdragen leveren en enkele groepsleden die spreuken, citaten of berichten van anderen re-posten. Ook dit heb ik moeten leren accepteren. Kennelijk zien de meeste Facebook-leden de ECIW-groepen als plekken om wat inspiratie op te doen en minder als een community om vaak en diep met elkaar in contact te treden.
Hoe kom ik op deze overdenking? Dat kwam door de werkboekles van vandaag, nummer 193 al weer met de titel: “Alles is een les die God me graag ziet leren” met hierin als centraal thema “vergeving”. Als er één ding is wat ik heb gemerkt is dat bij klantgericht schrijven op Facebook een blog niet te lang moet zijn. Daarom zijn plaatjes met spreuken zo populair; even een kort moment van inspiratie en door! En laat ik hierin niet schijnheilig zijn want zelf vind ik het ook leuk om af en toe social media af te grazen naar fastfood. Dat is niet fout of zondig maar gewoon wat het is. Als vuistregen houd ik bij mijn blogs aan dat ik probeer niet veel meer dan 800 woorden te gebruiken, iets dat Word handig voor me bijhoudt (ik zit nu al op 472). Maar Jezus lijkt zich in ECIW weinig aan te trekken van de spanningsboog van de lezer gezien de omvang van de Cursus. En ook de werkboekles van vandaag telt bijna 1200 woorden! Het zal niet voor niets zijn dat lieve broeders en zusters boekjes over de cursus maken waarin ze romantische, sfeervolle foto’s afdrukken met een enkel citaat ernaast.
Eind vorig jaar ervaarde ik een drang om gedurende een paar maanden elke dag te posten. Hierbij ging het niet om lichtvoetige onderwerpen en leuke, aansprekende voorbeelden uit het dagelijks leven (zie de gebundelde blogs onder Eenheid en Liefde op https://eciwcoach.com/liefde-en-eenheid/ , als je nog durft). Nee, het betrof vooral de metafysica van ECIW, een woord dat op voorhand al veel lezers afschrikt. Er is zelfs een flinke groep studenten die zich afkeert van het bestuderen van de cursus en stelt dat het toch eigenlijk neerkomt op de ontkenning van alle illusies, inclusief de illusie van al deze boekenwijsheid. Uiteindelijk komt aan het leren en studeren zoals wij dit kennen inderdaad een eind, zoals zo mooi omschreven in Een Cursus van Liefde (ECvL). En waar het gaat over leren en over het thema van de werkboekles van vandaag, dus over vergeving, zegt Jezus hierover:
“God heeft geen weet van leren” en “God ziet geen tegenstrijdigheden” en vervolgens “God neemt in het geheel niet waar”.
Genoemde groep studenten die afkerig zijn van langdradige teksten en studie, lijken dus een goed punt te hebben. Als vanuit Goddelijk perspectief leren, tegenstrijdigheden en waarneming (van alles) onzin zijn, waarom zou je dan nog energie steken in leren en het vergeven van de tegenstrijdigheden die je waarneemt?
Welnu; dat hoeft ook niet als je het Goddelijke inzicht helemaal deelt. Maar dat doe je vermoedelijk niet. De spiritueel leraar Kim Michaels geeft hiervoor een mooi bewijs waar het zijn eigen bewustzijnsgroei betreft. Hij erkent dat hij nog geen “ascended master” is en dus nog vergevingswerk te doen heeft.
Ik wil niemand onderschatten en ik hoop van harte dat iedereen die zich beperkt tot het lezen en uiten van fraaie en wijze oneliners ascended masters zijn die besloten hebben onder ons te blijven om zo waarlijk behulpzaam te zijn. Ook wil ik ieders weg, wijze en leerstadium respecteren waarbij ik me realiseer dat ECIW Een Cursus in Wonderen is, en niet DE (enige) Cursus of weg. Maar omdat ik post in een ECIW-groep heb ik toch de vrijmoedigheid om jou als medestudent die al gekomen is tot woord 886 uit te nodigen de prachtige werkboekles van vandaag eens rustig en integraal te lezen. Dan zul je hier ook de volgende woorden van Jezus aantreffen:
10. We zullen vandaag proberen duizend schijnbare blokkades voor vrede in maar één dag te overwinnen. Laat genade sneller tot jou komen. Probeer haar niet nog een dag, nog een minuut of nog een ogenblik langer tegen te houden. Hiertoe werd de tijd gemaakt. Gebruik die vandaag waarvoor die is bedoeld. Wijd ‘ s ochtends en ‘ s avonds zoveel tijd je kunt aan zijn eigenlijke doel, en laat die tijd niet korter zijn dan wat aan jouw diepste behoefte voldoet.
11. Geef alles wat je kunt, en geef een beetje meer. Want nu willen we met gezwinde spoed opstaan en naar ons Vaders huis gaan.
Zojuist bekeek ik een video waarin een “bijbel-getrouwe” jongeman scherpe kritiek uitoefende op een dominee die een valse leer zou verkondigen. De jonge criticus sprak bewogen en ik ben er van overtuigd dat zijn intentie is om mensen te behoeden voor een dwaalleer die hen in de hel zou doen belanden. Hij sprak op een manier die je zou kunnen omschrijven als “zekerheid des geloofs”. Hij zwaaide regelmatig met de Bijbel (de Statenvertaling, om precies te zijn) en strooide met Bijbelcitaten.
Ik heb dikwijls gesproken met gelovigen die mij op ongeveer dezelfde wijze toespraken toen ik de kerk verliet. Mijn argumenten heb ik ruim vijftien jaar geleden uiteengezet in een boek: “Een Christen op Satsang”. Klassieke gelovigen hebben grote moeite met Een Cursus in Wonderen (ECIW) en stellen zonder pardon dat dit boek “des duivels” is (zie bijvoorbeeld: https://eciwcoach.com/2019/06/20/kritiek-op-eciw-en-mijn-reactie/ ).
Ik heb leren accepteren dat er broeders en zusters zijn die ervoor kiezen om vast te houden aan het absolute gezag van de Bijbel en aan een bepaalde interpretatie ervan die onverdraagzaamheid aanmoedigt tegen andere visies. Ik wil dan ook niet veel energie verspillen aan eindeloze discussies met deze broeders en zusters, maar ik voelde me toch geroepen om zo kort mogelijk enkele kritische opmerkingen te maken bij hun aannames omdat enkelen van hen, zoals genoemde jongeman, zo fel van leer trekken en in mijn beleving weinig kritisch staan tegenover hun eigen aannames.
De Bijbel als absolute waarheid. De Bijbel is een construct van veel geschriften die over vele jaren geschreven zijn en uiteindelijk gebundeld tot wat wij vandaag de dag “de Bijbel” noemen. Er is geselecteerd, herschreven, gestileerd en geredigeerd. Weinigen zullen dit ontkennen. Gelovigen zullen stellen dat dit alles gebeurd is onder leiding van God (dus geïnspireerd). Dit is vooral vol te houden zolang je niet de moeite neemt om je in de ontstaansgeschiedenis van dit boek te verdiepen. Hiermee wil ik niet ontkennen dat de Bijbel prachtige en geïnspireerde teksten bevat. Maar de aanname dat het 100% Gods woord is en van kaft-tot-kaft betrouwbaar is precies dat: een aanname, een (willekeurig) geloof dat de gelovige aannemelijk acht en besluit als ijkpunt voor al zijn of haar uitspraken aan te nemen.
Een bepaalde interpretatie van de Bijbel als absolute waarheid. De Bijbel is echter niet “self explaining”. Het boek staat vol tegenstrijdigheden vooral waar het het karakter van God betreft. Dit blijkt vooral uit het beeld van God dat oprijst uit het Oude Testament en de getuigenis van Jezus in het Nieuwe Testament. Ik schreef hierover in mijn boek: “Geen beeld van God”. Genoemde jonge man kiest voor een interpretatie waarbij hij het beeld van een vertoornde God uit het Oude Testament doortrekt naar de genoegdoening die Jezus in het Nieuwe Testament aan deze god zou hebben gegeven door het bloedige offer aan het kruis. Hiermee kiest hij voor een bepaalde (overigens wijd verbreide) visie die echter aanvechtbaar is. In het grootste deel van het Nieuwe Testament leren we Jezus kennen als leraar die onvoorwaardelijk vergeeft, iedereen accepteert en ons oproept om hetzelfde te doen. Jezus toont ons, in mijn beleving, Gods liefde. Zijn boodschap tijdens zijn leven is niet: “houd vol mensen, als je gelooft dat ik straks voor jou gedood ga worden dan kom je in de hemel”.
Plaatsvervangend lijden als absolute waarheid. Dit narratief komt niet uit de lucht vallen en als je aanneemt dat het hele Nieuwe Testament geïnspireerd is, dan kun je zelfs met citaten komen die deze offergedachte lijken te ondersteunen. Maar daartoe moet je dus eerst je handtekening gezet hebben onder bovenstaande twee punten en dat is een persoonlijke en tamelijk willekeurige keuze. Toch is vooral dit derde punt het criterium geworden waarmee Bijbel-getrouwe christenen anderen de maat nemen.
Geloof in het bloed van Jezus als ticket voor de hemel. Het gekozen narratief laat zich nu makkelijk samenvatten:
Jij bent zondig, God is boos en wil jou dood maken, als je gelooft dat Jezus voor jou is doodgemaakt dan is God niet boos meer en mag je naar de hemel”
Dit ziet men als de kern van het evangelie en dat mag iedereen natuurlijk helemaal zelf weten. Linksom of rechtsom denk ik dat het goed is als mensen zich niet zo schuldig voelen en als dit narratief hiertoe behulpzaam is dan is dat mooi. Maar het heeft nog een staartje.
Wie dit niet gelooft gaat verloren. Oké; ook dit is een privé-opvatting en ik zie de goede bedoelingen van gelovigen die mij proberen te bekeren tot aanname van het narratief: het is een poging mij te redden van de hel en met hen deelgenoot te maken van de hemel. Maar weer gaat het verder en wordt het feller:
Wie iets anders zegt is bezeten door de duivel. Nu krijgt het geloof iets akeligs en polariserends. De jongeman waarmee ik begon beschuldigt de andersdenkende dominee ervan een exponent van de boze te zijn die zijn toehoorders naar de hel leidt. Op zo’n moment ben ik blij dat de meeste streng gelovigen nog niet letterlijk het zwaard opnemen, maar zie je het fanatisme in naam van God? We hoeven de kerkgeschiedenis maar te raadplegen om te zien waar dit toe kan leiden.
Hoe ogenschijnlijk goedbedoelend en liefdevol mensen die dit allemaal ook geloven zijn, ze lijken een blinde vlek te hebben ontwikkeld voor de willekeur waarmee ze geloof hechten aan een narratief dat in het beste geval tot een privé-opvatting beperkt blijft maar in het slechtste geval ontaardt in fanatisme en veroordeling van andersdenkenden.
Meestal wordt de geloofssoep niet zo heet gegeten. Zoals gezegd zijn de meeste Christenen gewoon blije mensen die het fijn vinden dat ze geliefd zijn door God, welke verklaring ze hierover ook geloven, en die liefdevol zijn richting anderen, precies zoals Jezus bedoeld heeft. Bovendien hebben ze een levend geloof waarmee ik bedoel dat ze door zich over te geven aan de Vader, Jezus of aan de Heilige Geest, kanalen voor Liefde zijn waardoor levens, van henzelf en anderen, getransformeerd worden. Deze Liefde verlost daadwerkelijk van ik-gerichtheid en zorgt voor verbinding. Het is tegen deze verlossende Liefde dat ik volmondig “JA” zei toen mij bij mijn doop gevraagd werd of ik de Here Jezus Christus had leren kennen als mijn persoonlijke verlosser en Heer. Het is deze Liefde die je herkent in Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL).
Het is enorme vreugde om te ontdekken dat God Liefde is, onze Vader, en dat er in Hem in totaal geen duisternis bestaat. Dankzij ECIW leren we dat de duisternis die we in Hem zagen onze projectie was, ons eigen geloof in schuld. Met pijn in mijn hart zie ik sommige ECIW-leraren afstand nemen van de Bijbelse Jezus doordat ze met het bloeddoorlopen narratief ook de wonderschone fragmenten uit het Nieuwe Testament overboord gooien.
Ik zie mezelf als Christen en ben dankbaar voor de Bijbel, ECIW en ECvL en andere meer of minder geïnspireerde boeken. De boodschap van Liefde loopt als een prachtige draad door al deze geschriften. Helaas klinken ook de schrille kreten van het ego her en der. Iemand sprak over de onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst. Dit kun je gebruiken als indicator. Waar de ene christen de ander beschuldigt, moet je gaan opletten. Waar gedreigd wordt met hel en verdoemenis en waar mensen bang gemaakt worden idem dito. Jezus leert ons dat er maar twee mogelijkheden zijn: er is sprake van een uiting van liefde of een roep om liefde.
Daarom wil ik de hoofdrolspeler van deze blog, de oordelende jonge christen, niet veroordelen. In zijn neiging tot oordelen herken ik mijn eigen neiging tot oordelen. Vervolgens maak ik pas op de plaats en ik zie dan zijn oprechte wens mensen te redden (een uiting van liefde) maar vervolgens ook zijn eigen geloof in hel en verdoemenis (een roep om liefde). Ik gun iedereen de ervaring van liefde met onze Vader, onze broeder Jezus, de Heilige Geest en met elkaar, maar graag zonder beschuldigingen en bangmakerij.
Deze titel klinkt wat kinderachtig, dat besef ik. Toch biedt deze een goede ingang tot het zelfonderzoek en de actie die nu nodig zijn. De werkboekles uit Een Cursus in Wonderen van vandaag (Les 186) opent met “De verlossing van de wereld hangt af van mij”. Deze titel klinkt niet kinderachtig, maar eerder grotesk. Als ik “de slechte ander” en “het hangt af van mij” combineer, dan kan dit stof dat nadenken geven. Want ik zie zo veel slechte anderen om mij heen. De lijst is bijna eindeloos: Poetin, Netanyahu, Trump, Rutte, Wilders + zo’n beetje alle andere politici, “de elite”, farma, de banken, de tech-miljardairs, de buurman en ga zo maar door.
Waarschijnlijk mis ik er nog wel wat en de uitnodiging is om je eigen gedachten te onderzoeken en te zien welk individu, land, partij of groepering bij je naar boven komen. Dát zijn de boosdoeners en wij zijn de onschuldigen / spiritueel gevorderden / slachtoffers / voorlopers etc. Kortweg: het zijn de goeden tegen de slechten, God tegen de duivel, licht versus duisternis. En ik behoor tot de goeden en ben degene die in de werkboekles wordt aangesproken en opgeroepen om de wereld te verlossen.
Even een andere aanvliegroute. De term “complotdenkers” is behoorlijk beladen geworden. In mijn eigen woorden worden hiermee mensen bedoeld die vermoeden dat er een kwaadwillende elite bestaat die probeert de wereldbevolking te onderwerpen en slaafs te maken en daarbij zichzelf nog meer macht toe te bedelen en te verrijken. Of zoiets. Zijn mensen die hiervan overtuigd zijn nu rare wappies of is de rest naïef en hebben de zogenaamde complotdenkers gelijk?
Ik zou het, in lijn met de werkboekles, dicht bij huis willen zoeken door te beginnen bij mezelf. De uitnodiging is dan om te zien wat er in je mind (denkgeest) gebeurt als je anderen, in de breedste zin van het woord, veroordeelt en schuldig verklaart, aan wat dan ook. Let dan vooral op je gevoel van harmonie en verbinding. Voel jij je één en verbonden met degene die je veroordeelt? Of voel je angst en boosheid?
En dit is een leuk en opwindend moment. Want nu springen onze ego’s in grote verontwaardiging omhoog en trekken alle superlatieven uit de kast. Gewoonlijk verschijnen Hitler op het toneel, (kinder-)verkrachters, moordenaars en ga maar door. Het ego doet een ultieme poging om zichzelf af te zonderen van het ultieme kwaad dat het buiten zichzelf wil houden: “Misschien ben ik niet 100% goed en onschuldig maar ik ben zeker niet zo door en door slecht als…. vul maar in”. Zie je dit gebeuren vanbinnen? Zie je hoe dit jouw gevoel van superioriteit en morele goedheid ten opzichte van die slechte ander ondersteunt? DIT, wat je nu ziet gebeuren, is de keuze voor afscheiding. DIT is de keuze voor oordeel, aanval, verdediging die als een gif rondwaart in de collectieve mind waar jij en ik onderdeel van zijn. En juist dat besef, dat we er zelf onderdeel van zijn, willen we niet zien. Het is te pijnlijk en we projecteren het op die slechte ander.
Oké, dan komt ego-verdediging nummer 2: “moet ik dan alles maar accepteren en goed vinden?” Nee, we hebben werk te doen. ECIW leert dat we ten diepste in onze wereld twee dingen kunnen zien: uitingen van liefde of de roep om liefde. En je bent niet gek als je die roep om liefde opmerkt bij een ander of in de wereld. In de werkelijkheid zoals wij die beleven (percipiëren) is nog werk te doen. ECIW spreekt van “onze functie” en noemt deze “vergeven”.
Waar brengt me dit nu? Dat wil ik eerst zo nuchter en kort mogelijk beschrijven in mijn eigen woorden met het risico dat ik wat belerend word. Het zij zo.
De grote valkuil bij het zien van slechte anderen is dat wij onszelf daarmee in gedachten afscheiden van het geheel der mensheid waar we onlosmakelijk mee verbonden zijn. Oordelen is een ego-truc die zelfvoldaanheid oplevert en het gevoel een superieur en verheven afgescheiden zelfje te zijn. Dit is afscheiding in optima forma. We moeten leren opmerken dat dit nu precies is wat we weerspiegeld zien op het wereldtoneel. ECIW zegt dat onze keuze voor afscheiding (“zonde”) een schuldgevoel oplevert dat we op die anderen projecteren. Maar: “ER IS GEEN LOSSTAAND IK, WE ZIJN ONDERDEEL VAN HET GEHEEL”. Zo; ik roep het even in hoofdletters en geef vervolgens het woord aan Jezus, mijn broeder en meester, die in de werkboekles van morgen (Les 187) ons het volgende leert:
Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf,
10. Nu zijn we één in gedachte, want angst is voorbij. En hier, voor het altaar van één God, één Vader, één Schepper en één Gedachte, staan we samen als één Zoon van God. Niet afgescheiden van Hem die onze Oorsprong is, niet verwijderd van één broeder die deel uitmaakt van ons ene Zelf, waarvan de onschuld ons allen als één verenigd heeft, zijn we met gelukzaligheid gezegend en geven we zoals we ontvangen. De Naam van God ligt ons op de lippen. En wanneer we naar binnen kijken, zien we de zuiverheid van de Hemel stralen in onze weerspiegeling van de Liefde van onze Vader.
11. Nu zijn we gezegend, en nu zegenen we de wereld. Wat we gezien hebben, willen we uitbreiden, want we willen het overal zien. We willen het in iedereen zien stralen met de glans van Gods genade. We willen dat het aan niets wat we zien onthouden wordt. En om te garanderen dat dit heilige zicht inderdaad het onze is, geven we het aan alles wat we zien. Want waar we het zien, zal het ons worden teruggegeven in de vorm van lelies die we op ons altaar kunnen leggen, om het tot een huis te maken voor de Onschuld zelf die in ons woont en ons Zijn Heiligheid als de onze schenkt.