Veel woorden voor een korte boodschap

Broeders en zusters die worstelen met Een Cursus in Wonderen (ECIW) vallen dikwijls over het verschil tussen wat we zelf ervaren en de metafysica (een visie op de werkelijkheid) van de cursus. Die worsteling is makkelijk te illustreren aan de hand van de samenvatting van ECIW:

Niets werkelijks kan bedreigd worden,
Niets onwerkelijks bestaat.
Hierin ligt de vrede van God.

Onze ervaring is totaal anders. De hele wereld kan bedreigd worden: het klimaat, het milieu, de vrede, onze gezondheid, enzovoort. Dat staat toch als een paal boven water? Is dit niet inherent aan onze menselijkheid? Is dit niet wat we waarnemen met onze zintuigen?

Jezus ontkent dit helemaal niet en bevestigt dat dit inderdaad onze perceptie is. Dit woord, perceptie, speelt een centrale rol in de cursus en het is verhelderend om hier even goed bij stil te staan. Het laat zich als volgt omschrijven:

Perceptie is het proces waarbij we zintuiglijke informatie waarnemen en interpreteren; het bepaalt hoe we de werkelijkheid ervaren en begrijpen. Het omvat niet alleen wat we zien, horen of voelen, maar ook hoe we deze indrukken verwerken en er betekenis aan geven. Daardoor kan perceptie per persoon verschillen, onder meer door ervaringen, verwachtingen en overtuigingen.

ECIW haakt op radicale wijze aan bij wat we uit ervaring eigenlijk ook wel weten: wat we menen te zien (onze perceptie) wordt, ten minste voor een groot deel, bepaald door onze overtuigingen en verwachtingen. Als we bang zijn voor slangen, zien we in een opgerold stuk touw al snel een slang. Of, meer psychologisch gesteld: als we denken dat iedereen ons minacht, kunnen we zelfs een goed bedoelde uitspraak totaal verkeerd opvatten. Dit wordt al snel een zichzelf versterkend mechanisme; onze ervaringen worden negatief en daardoor worden ook onze verwachtingen en overtuigingen steeds somberder. Dit is de bekende “self-fulfilling prophecy” (zelfvervullende voorspelling).

Jezus voert dit in ECIW zeer ver door en stelt dat onze perceptie niet een klein beetje de plank misslaat, maar totaal. Hij legt uit dat onze basisovertuiging onjuist is. Die luidt: “Ik kan mezelf los denken van God, de Bron, Liefde.” Ofwel: we geloven in afgescheidenheid. Deze diepe overtuiging, deze vergissing, kleurt al onze ervaringen. Dat gaat ontstellend ver. Jezus stelt dat onze hele perceptie van lichamelijkheid—en van een wereld die los van God bestaat en die we als bedreigend ervaren—een verkeerde interpretatie is: een projectie binnen onze geest. In feite zegt hij: “we beelden het ons maar in.”

Hoewel dit volgens Jezus dus de ultieme waarheid is, blijkt het niet behulpzaam om dit plompverloren tegen onszelf te zeggen als we lijden. En het wordt nog pijnlijker als we het onze dierbaren in nood voor de voeten werpen: “ach, we dromen alleen maar; dit gebeurt niet echt.”

Net zoals het mogelijk is om ECIW samen te vatten, lukt dat Jezus ook met de Bijbel als de discipelen hem vragen naar het grootste gebod. Dat gebod kunnen we zien als de belangrijkste tip om ons zo snel mogelijk weer verbonden te voelen met onze Bron, met God, met Liefde. Jezus stelt:

Je zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. En het tweede gebod daaraan gelijk: u zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Waar de ECIW-samenvatting vooral ons denken aanspreekt, richt het grote gebod zich direct tot ons hart. Ook dit is een radicale en diepe waarheid. Maar ook hiervoor geldt dat het gewoonlijk geen quick fix biedt. We hoeven maar te denken aan een Palestijnse vader die zijn gedode dochtertje draagt, aan wie we zouden zeggen dat hij de bommenwerper moet vergeven. Ook dan voelen we hoe onmenselijk dat klinkt.

Omdat deze onversneden waarheden voor de meesten van ons te groot zijn, te heftig, neemt Jezus de moeite om ons stapje voor stapje te begeleiden op weg naar deze ultieme inzichten. Daarom zijn Bijbel, ECIW en ECvL zulke dikke boeken. Al die uitleg, al die oefeningen en al die woorden komen voort uit begrip en liefde.

We kunnen hier iets van leren in de omgang met onszelf en vooral met anderen. Het is niet altijd—misschien zelfs meestal niet—helpzaam om te grossieren in radicale waarheden. Het “ach, het is allemaal illusie” of “liefde is het antwoord” is prachtig en waar, en het mag voor onszelf een baken zijn: een steunpunt waar we steeds naar terugkeren, een grondhouding. We mogen ons de woorden van Jezus uit ECIW herinneren, waarin hij stelt dat er ten diepste maar één (schijnbaar) probleem is met één oplossing. Tegelijk kan het voorlopig behulpzamer zijn om kleine stapjes te zetten en geduldig het gesprek aan te gaan. Dat is de paradox: soms zijn er veel woorden nodig om uit te leggen dat het eigenlijk allemaal heel eenvoudig is—dat we veilig zijn in de armen van liefde.

Plaats een reactie