ECIW helemaal en goed lezen!

Onlangs schreef ik een blog met als titel: “Op een gebalanceerde wijze omgaan met ECIW”. Het lijkt erop dat Jezus met de werkboekles van vandaag zich weinig aantrekt van een uitgebalanceerde aanpak wanneer hij zegt (Les 128): “De wereld die ik zie bevat niets wat ik verlang”. Hij roept op om oefeningen te doen om ons te laten verheffen en boven de wereld uit te stijgen. Dit lijkt koren op de molen voor mensen die ECIW aangrijpen om de wereld de rug toe te keren. En op zijn beurt is dit weer voedsel voor critici die stellen dat ECIW een wereldvreemde leer verkondigt en leidt tot spirituele “bypass”. Maar kloppen deze redeneringen?

Het doen van de cursus vergt zorgvuldigheid. Twee aspecten hiervan zijn zorgvuldig lezen en de hele cursus doen, dus uitspraken kunnen bezien in de context van de hele cursus. Soms zie ik ECIW-critici losgaan op de uitspraak van een geïsoleerde werkboekles en daarmee deze twee belangrijke suggesties negeren.

Want wat staat er nu in de titel vanwerkboekles 128? Er staat: “De wereld die ik zie bevat niets wat ik verlang”. Zoals uitgelegd in genoemde blog, speelt perceptie een sleutelrol in de cursus. Het “die ik zie” verwijst hier direct naar: ik percipieer een wereld die geregeerd wordt door geloof in afgescheidenheid waarbij ik mezelf probeer te verdedigen tegen nare dingen en waarbij ik meen dat leuke dingen mij gelukkig maken. De werkboekles van vandaag gaat over dit tweede aspect: het geloof dat je nu niet volmaakt bent en dat je tijdelijke zaken nodig hebt om gelukkig te zijn.

Het is dus belangrijk te beseffen dat Jezus ons vandaag een aspect toont van het hele verhaal. We geloven in afgescheidenheid, projecteren daarom als zoonschap een wereld van vormen, tijd en ruimte en menen vervolgens dat we door het nastreven van dingen (of relaties, spullen, ervaringen etc) binnen deze droom echt gelukkig kunnen worden. In ECIW-termen gesteld: we denken dat we via speciale liefdesrelaties gelukkig kunnen zijn. De oproep van Jezus in de werkboekles is om deze kleine verlangens te doorzien en los te laten.

Wat betreft de context hoef je nog niet eens zo ver door te redeneren als waar ik zojuist een klein begin mee maakte. Lees om te beginnen maar eens de titels door van de komende werkboeklessen. Bij de les van morgen (129) gaat het al over onze juiste verlangens: Voorbij deze wereld is een wereld die ik verlang. In deze les gaat Jezus spreken over liefde. Liefde is het gezonde broertje van projectie. Liefde breidt uit in eenheid en verbinding terwijl projectie een duale droom maakt van zogenaamde liefde en haat. Jezus vraagt ons niet om niets te verlangen en in onszelf gekeerd weg te zweven van alles en iedereen. Nee; hij wil ons verlangen genezen zodat we weer gaan verlangen liefde uit te breiden.

In Les 130 komt de radicaliteit van de cursus mooi naar voren: we kunnen niet op twee gedachten blijven hinken maar dienen ons helemaal over te geven aan liefde. Dan volgt een les van hoop (131): “Niemand kan falen die tot de waarheid tracht te komen”. Dan sla ik enkele lessen over om te laten zien dat de cursus helemaal niet oproept tot ik-gerichte acties en een wegkijken van de wereld die we vanuit angst geprojecteerd hebben. Want in Les 134 staat “Laat me vergeving zien zoals ze is”. Hier komt het diepe relationele aspect van de cursus in beeld waarbij we niet langer aanvalsgedachten op onze Broeders projecteren maar hen bezien met ogen vol liefde.

Ook hier geldt weer de oproep om de hele cursus te doen en jezelf te behoeden voor eenzijdigheid. Context, context, context! Want te vaak wordt slechts één aspect van het wonder benadrukt en stelt men dat het wonder alleen bestaat uit het corrigeren van onze perceptie. En zoals werkboekles 128 toont, is dit belangrijk: “De wereld die ik zie (percipieer) bevat niets wat ik verlang. Maar het wonder is tegelijkertijd een uiting van liefde en hierin komt dat diepe relationele aspect in beeld dat ons moet behoeden voor een spirituele bypass waarbij we in ons eentje willen wegzweven van deze nare droom. Laat ik daarom afsluiten met de laatste woorden uit Les 134:

Niemand wordt alleen gekruisigd,
en niemand kan alleen de Hemel binnengaan.

Plaats een reactie