Van oudsher ben ik, wat ze vroeger noemde, een beta-type; ofwel een rationeel mannetje. Mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond uit Nederlands en Engels (deze waren verplicht) en wiskunde I en II, natuurkunde, scheikunde en biologie. Mijn geheugen is niet erg best en daarom koos ik voor vakken, en later voor een studie, waarin begrijpen centraal stond. Ik wilde zaken kunnen beredeneren, kunnen snappen. Het moest allemaal logisch zijn voor mij.
Toen ik dan ook in gesprek kwam met een lieve en goedbedoelende voorganger in een evangelische kerkgemeente, hoorde ik welwillend zijn verhaal aan. Ik proefde zijn compassie voor mij en zijn oprechte intentie mij iets waardevols aan te bieden. Zijn verhaal trok me wel aan maar ik herinner me dat ik na een paar gesprekken vertwijfeld uitriep: “maar hoe kan ik nu weten of dit waar is?”.
Momenteel voer ik regelmatig gesprekken met andere rationeel ingestelde mensen, gewoonlijk mannen. Ook zij hebben, bewust of onbewust, de ratio op de troon van hun bestaan gezet. Sommigen moeten niets van spiritualiteit weten en ook niet van Een Cursus in Wonderen (ECIW) of Een Cursus van Liefde (ECvL). Ik kan dat gemakkelijk respecteren en loslaten en heb weinig evangelisatieneigingen, om het maar zo uit te drukken. Maar als ik merk dat ik met een rationeel type in contact kom waarbij ik een diepe roep om liefde en hulp bespeur, dan roept dit bij mij eenzelfde soort compassie op als bij genoemde voorganger. Ik gun mijn gesprekspartner dan de levende ervaring van gedragen worden door liefde en de innerlijke vrede die je daarbij ten deel valt. Maar tevens ervaar ik iets van een onmogelijkheid om die ander te bereiken als hij stug wil vasthouden aan de kracht van zijn eigen denken.
Dit alles kwam bij me naar boven toen ik de werkboekles van vandaag las, nr 130: “Het is onmogelijk twee werelden te zien”. De eerste alinea vat het hele thema kernachtig samen:
Waarneming is consistent. Wat je ziet, weerspiegelt je denken. En je denken weerspiegelt alleen jouw keuze van wat jij verlangt te zien. Jouw waarden zijn hierin bepalend, want waaraan jij waarde hecht moet je wel willen zien, omdat je gelooft dat wat jij ziet er werkelijk is. Niemand kan een wereld zien waaraan zijn denkgeest geen waarde heeft toegekend. En niemand kan nalaten te kijken naar wat hij gelooft dat hij verlangt.
In gesprek met een slimme man merk ik dat hij niet kan begrijpen dat liefde, verlossing, vergeving, schepping, God, de Heilige Geest woorden zijn die verwijzen naar de ons omvattende werkelijkheid. Hij probeert deze symbolen te reduceren tot concepten die hij kan plaatsen in zijn psychologisch en filosofisch raamwerk. Net als ik destijds loopt hij hierbij tegen de grenzen van het denken aan. Het klinkt allemaal niet logisch, hangt van cirkelredeneringen aan elkaar en hoe kun je nu weten dat het waar is?
Werkboekles 130 legt geduldig uit dat de wortel van de weigering om het denken even van de troon af te halen bestaat uit angst. Ons denken geeft ons een gevoel van macht en zekerheid. Binnen de ons bekende werkelijkheid heeft het denken ons veel gebracht en ons de indruk gegeven dat we van alles onder controle hebben. Ons denken heeft van ons de (over)heersende diersoort gemaakt. Waarom zou dit machtige instrument dan ook niet het begrip van- en controle over dat geestelijke domein kunnen bieden?
Is het denken dan verkeerd en moeten we het maar helemaal afschaffen? Dat is niet wat ik zeg. Binnen het ons bekende domein, het domein van tijd en ruimte, is het een bruikbaar instrument dat ons inderdaad helpt om de kwetsbaarheid die we hier ervaren hanteerbaar te maken. Het biedt ons voedsel, kleding, behuizing, de geneeskunst enzovoorts. Maar de vele religies en spirituele stromingen willen ons juist wijzen op dat wat het ons bekende domein van tijd en ruimte overstijgt.
In ECIW en ECvL wijst Jezus ons erop dat onze ware identiteit niet sterfelijk en kwetsbaar is en dat angst daarom uiteindelijk misplaatst is en dus een slechte raadgever. Als we blijven luisteren naar de stem van angst die gebaseerd is op geloof in kwetsbaarheid dan is de ons bekende werkelijkheid de enige die we zullen zien: Het is onmogelijk twee werelden te zien.
Hoe doorbreek je deze patstelling waarin je geleerd hebt om je denken te zien als het enige instrument om je angst te beheersen? Want de wereld van angst is de enige wereld die je ziet en het is teveel gevraagd om jouw ultieme controlemiddel even los te laten. Het ego zegt: “Ik moet het doen, ik ben verantwoordelijk, ik moet controle houden, ik ben slachtoffer, ik ben sterfelijk, ik wil het begrijpen!”. En in gesprek met goedwillende “voorgangers” eist het dan ook: je moet het me uitleggen en je moet me met argumenten overtuigen. Hoe doorbreek je deze vicieuze cirkel?
Dat legt Jezus uit in alinea 8:
“Begin je zoektocht naar de andere wereld met te vragen om een kracht die de jouwe overstijgt en in te zien wat het is waarnaar je zoekt. Jij verlangt geen illusies. En je begint aan deze vijf minuten door alle armzalige schatten van deze wereld uit je handen te leggen en die leeg te maken. Je wacht op God om jou te helpen, terwijl je zegt:
Het is onmogelijk twee werelden te zien. Laat me de kracht aanvaarden die God mij biedt en geen waarde zien in deze wereld, opdat ik mijn vrijheid en verlossing vinden kan.”
En helaas; dat blijkt soms (nog) niet op te brengen voor de slimme en verstandige medemens. Het opgeven van controle, overgave, stil worden, vertrouwen op liefde is iets wat haak staat op de agenda van het ego. Het heeft mij nog wat jaren gekost om dat vertrouwen op te kunnen brengen en dit uit te drukken in het krachtige ritueel van de volwassenendoop. Hierbij spreek je uit dat je Jezus aanvaardt als verlosser en heer en laat je je in vertrouwen onderdompelen in het water om symbolisch af te sterven aan de heerschappij van het ego. Pas toen begon het proces waarbij er ruimte ontstond om te ervaren wat de werkboekles zo mooi beschrijft en waarmee ik wil afsluiten:
God zal er zijn. Want je hebt een beroep gedaan op de grote onfeilbare macht die in dankbaarheid deze reuzenstap mét jou zal zetten. Ook zul je zeker Zijn dank in tastbare waarneming en in waarheid uitgedrukt zien. Je zult wat je aanschouwt niet betwijfelen, want hoewel het waarneming is, is het niet het soort zien dat jouw ogen op eigen kracht ooit eerder hebben aanschouwd. En je zult weten dat Gods kracht jou steunde toen jij deze keuze maakte.
