Dapper

De hoofdmeester op de lagere school sprak een keer over dapperheid. Hij legde uit dat dapperheid niet betekent dat je helemaal geen angst kent voor gevaarlijke situaties. Nee, echte dapperheid, zo stelde hij , betekent dat je ondanks je angst toch doet wat er gedaan moet worden. Ik was als kind al wat angstig en misschien dat ik daarom zijn woorden vijftig jaar kon onthouden. Ik sprak ze laatst nog uit tegen een dierbare broeder die in zijn leven ook veel heeft geworsteld met het thema angst.

Onlangs kreeg ik via via een bericht toegestuurd van een, letterlijk, oude bekende die op 90 jarige leeftijd “na een dappere strijd” toch was overleden. Ik weet niet precies wat er aan de hand was maar de woorden suggereren dat de man langere tijd aan een slopende ziekte heeft geleden. Het bericht zette me aan het denken. Wil ik als het zo ver is ook dapper strijdend het aardse tafereel verlaten? Wat is dapperheid eigenlijk?

Het eerste dat bij me naar boven kwam is dat wij denken in tegenstellingen. Daarbij is dapperheid het tegengestelde van angstigheid. Ik heb altijd een lichte tegenzin om mijn vertrouwde huis te verlaten en om op vakantie te gaan. Als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat hier angst achter zit, angst voor het onbekende en gehechtheid aan het bekende, aan mijn vertrouwde omgeving, mijn eigen bed enzovoort. Ik kan wel eens wat jaloers zijn op mensen die avontuurlijk zijn en met een rugzak op de natuur in trekken of op een zeilboot de oceaan oversteken. Als ik me dit voorstel dan komen er allerlei “maar wat als…” gedachten naar boven. Mogelijk denken de avonturiers minder ver vooruit of misschien hebben ze meer zelfvertrouwen en denken ze: “dat zien we dan wel weer” of “als er wat gebeurt dan los ik het wel op”.

In Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) gaat het ook over vertrouwen. Wat droog geformuleerd komt het er in mijn beleving op neer dat we ons mogen overgeven aan de leiding door de Heilige Geest of mogen vertrouwen op de welwillendheid van het Al. Dat valt niet mee. Als ik om me heen kijk zie ik vooral tv-beelden van mensen die niet bepaald welwillend door het Al worden behandeld. Voorbeelden zijn hier overbodig. Vanuit ons huidige perspectief zijn we kwetsbare en sterfelijke wezentjes en zolang we dit geloven en geen ervaring hebben die ons wat anders laat zien, tobben we angstig verder.

Twee maal in mijn leven werd ik gedwongen om in grote angst de “dappere strijd” te staken. Eén voorval beschreef ik in een eerdere blog (zie: https://eciwcoach.com/2024/06/11/stel-je-krijgt-een-erge-ziekte/) . Het andere voorval heeft hiermee te maken. De goedaardige hersentumor waar ik in de eerdere blog over schreef kondigde zich aan met een epileptische aanval. Ik wist niet wat er gebeurde terwijl steeds meer spiergroepen van mijn lichaam verkrampten. Ik dacht dat ik zou sterven en werd doodsbang. Ik viel in de keuken en het laatste wat ik zag was hoe de keukenkastjes zich van me af leken te bewegen. De angst was weg en ik moest inwendig lachen terwijl ik dacht: “ook wat, het laatste wat ik in dit leven zie zijn keukenkastjes”.

In beide situaties staakte ik uiteindelijk de strijd en daarmee verdween direct de angst en daalde een onmiddellijke en diepe vrede op me neer. De voorvallen vormen nu bakens voor me, een soort vergezicht en de hoop dat er meer mogelijk is dan strijdend ten onder gaan. Ik wil voordat dit lichaam definitief terzijde gelegd gaat worden in het reine komen met wat wij zien als die verschrikkelijke dood. Die dood waar we doodsbang voor zijn en waartegen we zo dapper willen strijden. ECIW en ECvL zijn mijn trouwe metgezellen op weg naar het inzicht dat niet dapperheid mijn doel is maar het verkrijgen van inzicht in de illusie van lichamelijk lijden, leven en sterven.

Een voor mij belangrijke les is de vraag waar we om mogen bidden waar het gaat om angst. We neigen ernaar om zoiets te bidden als: “Heer, ik ben zo bang, maak me dapper”. Maar dit gaat niet ver genoeg. In het woord “dapper” zit als het ware het woord “angst” verstopt. Als je vecht tegen angst dan waardeer je deze angst als zijnde “echt” en als iets dat bestreden dient te worden. Maar ECIW en ECvL roepen ons niet op om dappere strijders te worden maar om ons te leren dat er altijd sprake is van vrede maar dat wij ervoor kiezen om er een angstige droom van afgescheidenheid in te projecteren. De Heilige Geest speelt dit spel gelukkig niet met ons mee door ons dapperder te maken. Hij respecteert onze keuze om ons afgescheiden, en daarmee angstig, te willen maken en kan ook niet anders. Onze wil is zo machtig dat we ervoor kunnen kiezen om ons afgescheiden en angstig te voelen en de liefde buiten de deur te houden. De liefdevolle HG overweldigt ons niet. Wat en hoe dan wel?

Onze angst, of deze nu voor een reisje is of voor de dood, is gebaseerd op ons geloof in- en keuze voor afscheiding, ook al is deze afscheiding onmogelijk. We vergissen ons slechts. Angst laat ons dit zien. Ons geloof, onze zieke (denk)geest, mag genezen worden en hierom mogen we bidden. We moeten niet vragen om het effect (de angst) van ons weg te nemen maar de oorzaak ervan in onze denkgeest, onze onschuldige en onmogelijke rebellie tegen de Vader, tegen de Liefde. Het lijkt misschien een woordenspel maar het is essentieel als we hierover duidelijkheid willen krijgen.

Wij zijn liefde en liefde kent geen tegendeel. Er is geen strijd gaande tussen angst en liefde maar we nemen de angstdromen nu nog serieus. Een beter gebed zou ongeveer zo kunnen luiden:

Heer ik voel me bang en kwetsbaar, een speelbal van het noodlot.
Ik geloof nog zo stellig dat ik dit lichaam ben en dat ik moet vechten voor mijn bestaan.
Heer, ik ben vergeten wie ik werkelijk ben.
Ik ben U en Uw Liefde vergeten.
Ik wil stil worden Vader en me overgeven aan Uw Liefde.
Dank dat U trouw bent en altijd op mij wacht.
Dank U voor Wie U bent en dat ik U mijn Vader mag noemen.
Amen.

Ach dat is slechts jouw eigen projectie!

Misschien herken je dit wel. Je vertelt aan een medestudent dat je door iemand vervelend bent behandeld waarop de ander je haarfijn uitlegt dat dit “slechts jouw projectie” betreft. En daar sta je dan, ietwat beschaamd zelfs. Je hebt het weer fout gedaan, je hebt weer eens iets geprojecteerd en nu sta je te kijk als een soort naïeve beginneling. “Projectie” wordt de algemene oplossing voor elk gesprek, de dooddoener die in één harde klap precies duidelijk maakt wat er aan de hand zou zijn.

Maar schieten we hier nu echt veel mee op? Ik betwijfel het. Klopt het dan niet? Jawel; metafysisch gezien is alles wat we hier menen mee te maken projectie. Een Cursus in Wonderen (ECIW) leert dat we tijdloze, onkwetsbare geesten zijn en alles, ja alles, wat maar enigszins iets anders lijkt te zeggen, is projectie. Ons lichaam? Projectie. De wereld? Projectie. Een medestudent verwijten dat hij of zij aan het projecteren is? Ha, ha; ook projectie. Het idee dat je door noodlot getroffen kunt worden? Projectie. En ga zo maar door.

In mijn beleving worden gesprekken over projectie vooral vervelend als we anderen de maat nemen. Er klinken dan harteloze uitspraken als: “kennelijk hebben ze nog vergevingslessen te leren; in feite roepen ze de situatie over zichzelf af”. Ofwel: ze projecteren hun eigen ellende. En wederom geldt dat dit op een “hoog metafysisch niveau” waar mag wezen; de Zoon van God projecteert inderdaad volgens ECIW het tijd- en ruimte gebonden universum met alles erop en eraan inclusief al het leed. Maar is het behulpzaam om hiermee telkens te schermen richting je broeders en zusters? Mij helpt het om vooral zelf  m’n eigen projecties te onderzoeken als ik van streek raak in contact met anderen, ziekte of rampspoed.

Dus de vraag: “hoe zit het nu precies met dat projecteren”, parkeer ik voorlopig. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet aan de gang ga met mij reacties. Want als ik mijn innerlijke vrede verlies in contact met anderen, bij ziekte of bij rampspoed dan geloof ik dat ik een kwetsbaar wezentje ben en is dit een teken dat ik me mijn ware identiteit als onkwetsbaar, geestelijk Kind van de Vader niet herinner. Ik heb dan nog vergevingslessen te leren. Maar daarin hoef ik ook weer niet te overspannen te reageren en te streng te zijn voor mezelf.

Het zal best zo zijn dat ten diepste geldt dat ik uiteindelijk, als God de laatste stap heeft gezet, helemaal geen anderen en geen wereld meer zal zien. Maar dat ligt buiten het bereik van de cursus. Tot die tijd kom ik gewoon broeders en zusters tegen die zich, net als ik, op grillige en dikwijls onplezierige wijze kunnen gedragen, bijvoorbeeld boos, sacherijnig, jaloers, hooghartig enzovoort. ECIW leert me niet om ernstig aan mijzelf te gaan twijfelen als ik deze mensen tegenkom en al helemaal niet om vroegtijdig de dooddoener te lanceren en te roepen: “er zijn geen anderen; het is allemaal slechts projectie!”.  

Zolang ik hier meen rond te wandelen is de uitnodiging niet om alles te ontkennen maar om te onderzoeken wat mij nog triggert. Word ik bang van die boze ander? Raak ik geïrriteerd van dat slechte humeur van haar? Voel ik me beledigd als die ander voor wie ik zo veel heb gedaan mij niet dankbaar is?  Zie je het verschil? Wat raakt mij in dit leven (illusoir of niet)? Wat triggert mij?

Jezus zet me aan het denken door mij er op te wijzen dat het gedrag van mijzelf en dat van anderen eigenlijk in twee categorieën uiteenvalt: uitingen van liefde of een roep om liefde. Door hierop te letten kan ik steeds meer gaan leren wat er aan de hand is. Ik kan leren om mijn interpretatie van het gedrag van anderen ernstig te betwijfelen. Als ik iets anders zie dan een uiting van liefde of een roep om liefde dan heb ik genezing nodig van mijn denkgeest. Ben ik bereid mijn oordeel los te laten en de Heilige Geest te vragen mij een andere blik op de situatie of op die ander aan te reiken? Of wil ik blijven mokken, me verongelijkt voelen of, zoals de cursus het zo treffend omschrijft, mijn grieven blijven koesteren?  

En dan kan er iets bijzonders gebeuren. Als de denkgeest geneest lijkt het wel of je minder vaak, of misschien helemaal niet meer, in steeds weer diezelfde soort nare situaties terecht komt. Het lijkt wel of je minder vaak “dat soort irritante mensen” tegenkomt. Soms merk je dat pas na verloop van tijd of je krijgt het terug van anderen. “Je blijft er zo rustig onder”, hoor je dan bijvoorbeeld.

Je krijgt langzaam maar zeker door dat je het inderdaad jezelf aan doet als je van streek raakt in contact met vervelend gedrag van anderen of in nare situaties. Natuurlijk kun je je nog steeds slachtoffer voelen maar zodra dit gebeurt richt je de blik naar binnen. Je herkent de gekwetstheid als trigger, als diagnosticum: hé, ik geloof dat ik slachtoffer ben van hem, haar of van deze situatie. Heilige Geest, Heer, Vader, Liefde: leer mij anders zien. Door deze bereidheid kan het wonder plaatsvinden. Liefde kan met al haar transformerende kracht jou en jouw relatie met je broeders en zusters genezen. Zelfs als die ander nog wat liefde blijft vragen door te blijven mopperen en “projecteren” raak je minder snel van slag. Je weet het immers zelf: projecteren is lastig af te leren.

De verwarring: ECIW en non-dualiteit

Is het nodig om weer woorden te besteden aan dit onderwerp? Naar mijn mening wel. Veel cursus-studenten zijn min of meer bekend met het directe pad via Advaita, satsang-bijeenkomsten en andere visies. Dit leidt tot spraakverwarring in ECIW Facebook-groepen en dit blijkt niet altijd even behulpzaam. In mijn beleving verschillen ECIW en de directe weg niet zozeer in doelstelling als wel in aanpak. Probeer bezwaren die direct naar boven komen bij mijn duale taalgebruik even te parkeren en onbevooroordeeld verder te lezen.

Laat ik het zo algemeen en kort mogelijk, en daarmee misschien ietwat simplistisch,  proberen te omschrijven. Beide wegen geven aan dat wij ons vergissen als we ons identificeren met ons “kleine zelf”, ons lichaam en het ego. Ze stellen dat wij ten diepste onbegrensd bewustzijn zijn ofwel denkgeest. Anders gezegd: onze werkelijke natuur is veel ruimer en veel meer verbonden met alles en iedereen dan wij normaal gesproken ervaren. Wij denken dat we een klein doenertje zijn die van alles voor elkaar kan boksen in de wereld. Met een vrije wil, met de mogelijkheid plannetjes te maken om een rijker, gezonder, gelukkiger mens te worden. Helaas gaat dit ook gepaard met een gevoel van kwetsbaarheid, van lijden en een geloof in eindigheid en sterfelijkheid. Beide wegen stellen dat we ons dus vergissen.

De directe weg is compromisloos waar het de mogelijkheid betreft voor dit kleine zelf om zichzelf aan zijn haren uit het moeras te trekken. Deze pogingen versterken slechts de illusie dat het doenertje echt is, dat de situatie nu nog niet oké is en dat door de inspanningen van dat onechte doenertje alles wél oké zal worden. Je bent als een hondje dat zijn eigen staart achterna rent. Sleutelwoorden bij de directe weg zijn acceptatie (zelfs accepteren dat je niet accepteert) of, iets preciezer gezegd, zien hoe alle fenomenen verschijnen in bewustzijn. Je kunt in feite niets doen omdat je niet het doenertje bent maar bewustzijn en dat besef kan in ene of geleidelijk doordringen. Dat voelt als bevrijding, als bewustzijnsverruiming als verlichting etc.

Het einddoel van ECIW is hetzelfde. Je wilt ontdekken dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden en dat je nog steeds thuis bent in de Denkgeest van God; gedachten verlaten niet hun Bron. De weg is echter wel degelijk duaal maar wel duaal op een bijzondere manier. Waarom is ECIW een duaal pad? Omdat, zo stelt de cursus, Jezus kiest voor duale taal omdat dit de enige taal is die we vooralsnog snappen. Wat maakt zijn duale taal dan zo bijzonder? Ook zijn kernboodschap is “ik hoef niets te doen” maar omdat hij weet dat wij erg slecht zijn in niets doen, geeft hij ons toch iets te doen. Hij vraagt ons bereidwillig te zijn, ons open te stellen voor de leiding door de Heilige Geest (duidelijk duale taal) of om onszelf en anderen te vergeven (duaal) om zo verlossing deelachtig te worden (ook duale taal: als alles oké is, wie kan er dan verlost worden door wie en waartoe?). Tenslotte zet God de laatste stap (maar in de non-duale visie valt er weinig te stappen).

Maar kijk eens wat een “zachte” doe-vormen Jezus aanreikt. Van “het instrument” vergeven zegt hij: “ga er maar mee aan de slag, je kunt er in ieder geval geen kwaad mee aanrichten”. Hij geeft aan vergeving daartoe wel een nieuwe betekenis: je neemt iemand niet meer kwalijk wat hij niet heeft gedaan. De ander wordt dus ook al middels de visie van Christus beschouwd als voltooid en zondeloos. Ofwel; Jezus’ oefenvormen zijn tamelijk veilig en nauwelijks illusie versterkend.

De grote grap is dat we door deze veilige oefenvormen (zelfs een heel werkboek) steeds meer gevoel gaan krijgen voor de non-duale waarheid. Anders gezegd; we gaan steeds beter ervaren en doorzien dat het “al volbracht is”, dat we nooit weg zijn geweest van Thuis en dat we reeds de voltooiden zijn. We ontdekken dat de kruisiging in feite ons (schuldeloos) geloof in afscheiding is en dat verlossing neerkomt op het doorzien dat alles al volbracht is, dat het totale genade is, dat er geen inspanning van een doenertje mogelijk is omdat er geen afgescheiden doenertje bestaat. Zie je dezelfde uitkomst als de non-duale weg?

Overigens is menig student van de non-duale weg toch ook opvallend doenerig bezig met het pad waarop zogenaamd niks te doen valt. Hij bezoekt trouw talloze meetings en geeft zich over aan de woorden van de leraar en de vredige sfeer in de meeting. Ook hier ontstaat een gevoel van verbondenheid en de kans dat de bodem uit het geloof van een afgescheiden ikje te zijn valt.

Spraakverwarring vindt plaats als ECIW-studenten hun medestudenten alvast met non-duale oneliners gaan bestoken en daarmee de zachte “methode” van ECIW ter discussie stellen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze zeggen dat er geen Heilige Geest is tot wie we ons kunnen richten of dat we Jezus als symbool moeten zien. De cursus beoogt in mijn beleving ons via de zachte “methoden” van overgave en vertrouwen (en vergeving, wonderen ontvangen en aanbieden) een ervaring van verlossing (Engels: at-one-ment, eenwording) te bieden. Via duale begrippen en deze zachte methode ontdekken we dat we de dromer van de droom zijn. Hiervan zegt men op de directe weg: alles is bewustzijn.

Persoonlijk geniet ik erg van de universaliteit van de (niet-) verschillende visies. Maar ik zie ook dat de methodiek van de Cursus op een bijzondere, niet gevoel-van-afscheiding-bevorderende wijze duaal is. Hier is niks minderwaardigs aan en dit hoeft niet telkens gecorrigeerd te worden want dat werkt in mijn beleving verwarrend voor veel studenten. Daarom is één van de “groepsregels” binnen de Facebook-groep “Een Cursus in Wonderen -met elkaar” dat we zoveel mogelijk uitgaan van de weg van Jezus. Dit is de weg van vertrouwen op Jezus en op de Heilige Geest, het wonder van liefde ontvangen voor onszelf, het aanbieden van liefde in gedachte, woord en daad aan elkaar om zodoende ons geloof in afgescheidenheid te laten helen en de ervaring van stromende liefde (vereniging, verbondenheid, heilige relatie) deelachtig te worden. Het Engelse “Course” van Een Cursus in Wonderen en Een Cursus van Liefde kan ook vertaald worden als “pad” of “weg”; een weg van wonderen of een weg van liefde. Het bijzondere is dat we een weg bewandelen om te gaan leren dat we nooit zijn vertrokken van Thuis. Hoe non-duaal wil je het hebben?

Tenslotte een korte opmerking over de “eindvisie”. Hierover kunnen aanhangers van de directe weg verschillen van mening met ECIW-studenten. Zelfs ECIW-leraren hebben hierop niet zelden verschillende visies. Verdwijnt alles in absolute eenheid? Hier schiet ons voorstellingsvermogen tekort. Dus zullen we dit maar even laten rusten en elkaar niet met metafysica om de oren gaan slaan? Dan stellen we gewoon voor nu: we zien wel waar het op uitloopt. 😉

Kerngedachten van Een Cursus in Wonderen.

1: De vergissing:

Jezus legt ons uit dat we tijdloze, geestelijke Kinderen zijn van de Vader en dat we ons vergissen als we menen dat we afgescheiden, fysieke, tijd- en ruimte gebonden mensen zijn die een tijdje rondwandelen op aarde om na een leven van geluk en ongeluk te sterven. Toch noemen wij onze vergissing: “de werkelijkheid”.

2: De remedie:

Door niet vast te houden aan ons geloof in onze “werkelijkheid” en ons over te geven aan de Heilige Geest kan onze vergissing gecorrigeerd worden (“de gespleten denkgeest kan genezen”). De Heilige Geest kan onze onjuiste waarneming van lichaam en wereld genezen, helende liefde gaat stromen en we gaan onszelf en onze broeders en zusters weer herkennen als geestelijke wezens in heilige relatie met elkaar en met de Vader.

NB: De Heilige Geest kan dus zelfs onze onjuiste perceptie van onszelf en van de wereld gebruiken ter heling (heiliging).

3: De eindsituatie:

Genezing van onze denkgeest zorgt ervoor dat de droom van afscheiding overgaat in een gelukkige droom. Dat onze beperkte visie wordt getransformeerd naar de visie van Christus. Uiteindelijk spreekt ECIW over de Nieuwe of Echte Wereld. Hierna neemt God de laatste stap en zijn we weer Thuis. Dan zien we dat we nooit echt weg zijn geweest.

We zijn mind en projectie bepaalt perceptie:

Binnen de zich vergissende (zieke) mind projecteren we beelden van een fysieke wereld waarin we ons als fysiek lichaam afgescheiden voelen, een klein, kwetsbaar en afgescheiden zelf. Projectie maakt perceptie. Door ons geloof hieruit terug te trekken en door (binnen de droomwereld) liefde te ontvangen en te laten stromen, geneest onze mind, projecteren we heelheid en gaan we een geheelde wereld zien. Sleutelwoorden zijn ontwaken, vergeving en verlossing.

Grootste blinde vlek bij omgaan met de cursus:

Omdat we ons echt afgescheiden voelen, een klein zelf, redeneren we ook vanuit dit kleine zelf. We denken dat IK anderen en de wereld projecteer en voelen ons hierover persoonlijk (!) schuldig. We zien niet dat een zich schuldig en afgescheiden voelend klein zelf de uitkomst is van een vergissing en in feite het vreemde doel van deze vergissing.  

Ontwaken uit de droom:

Pogingen om alles te begrijpen vanuit ons IK, vanuit het kleine zelf, dus pogingen om het gepercipieerde leed zelf op te lossen zijn tot mislukken genoemd. We hebben bereidheid nodig ons over te geven aan- en te vertrouwen op de Heilige Geest. We hebben een verschuiving van perspectief nodig. Daarom vormen vergeving en verlossing sleutelwoorden in de cursus.

Waarom deze samenvatting?

Omdat ik meen dat het nuttig is deze kerngedachten van de Cursus niet uit het oog te verliezen. Dit zie ik namelijk op twee manieren gebeuren:

1: Te snel naar de eindconclusie springen en stellen dat we alles moeten afdoen als illusoir. We gaan dan in feite onze droom ontkennen en stellen dat het kleine zelf, de wereld en het lijden niet bestaan terwijl we het wel degelijk nog als echt ervaren. Dit is niet de weg van de cursus maar een spirituele bypass. Vergeving is meer dan verstandelijke ontkenning.

Als niet echt behulpzame tegenreactie volgt dan dikwijls het volgende:

2: De droom omschrijven als “werkelijk” en door God bedoeld. We halen dan twee begrippen door elkaar: werkelijkheid en behulpzaamheid. Nergens stelt de Cursus dat de droom werkelijk is en door God bedoeld. Maar de Cursus geeft wel aan dat de Heilige Geest de droom kan gebruiken om ons terug te voeren naar de Werkelijkheid.

Het kan heel wijs klinken om te stellen dat het onderscheid maken tussen geest en lichaam een duale misvatting is en dat daarom ego, lichaam en rampspoed in de wereld door God bedoeld moeten zijn en onderdeel vormen van Zijn Schepping. Je tornt dan echter aan de kern van de Cursus door wat de cursus aanduidt als een vergissing onderdeel van Gods Schepping te maken. De droom zou zo bedoeld zijn en ontwaken is dan ook volgens deze redenering niet nodig. Wie deze visie aanhangt reageert dan ook allergisch op woorden als vergeving en verlossing. Want wat zou er te vergeven zijn als er niks gebeurd is? Waar zouden we van verlost kunnen worden als alles al oké is en door God zo bedoeld?

In feite neemt men ECIW hiermee niet serieus. Er wordt in de cursus bijna 500 maal gesproken over vergeving, ruim 200 keer over verzoening en 350 keer over de droom.

Samenvattend: We hoeven wat wij onze “normale” wereld noemen niet te ontkennen en we mogen in deze wereld leren om het wonder van liefde te aanvaarden voor onszelf en het wonder aan te bieden aan anderen. Maar ons doel is niet om er hier maar het beste van te maken. Het doel is om wakker te worden en onze ware Identiteit steeds meer te gaan herinneren. Laten we de kerngedachten van ECIW niet vergeten. Jezus wil ons vertellen dat we meer zijn dan een klein sterfelijk wezentje dat mag dromen over een betere wereld. Hij stelt dat we tijdloze Kinderen van de Vader zijn die dromen een klein kwetsbaar zelf te zijn. Wat een perspectief! Amen.

Door Hem gedragen.

Lezers die mijn blogs volgen weten dat ik al jarenlang tegengas geef als ik meen dat cursus-waarheden op een weinig liefdevolle wijze worden gebruikt. Ik zal hier volstaan met één voorbeeld: het is niet behulpzaam om tegen iemand die een dierbare verloren heeft te zeggen dat deze dierbare een les moest leren, zelf zijn ongeluk of ziekte projecteerde en dat er in feite niks aan de hand is omdat hij toch nooit het lichaam was maar een onsterfelijk kind van God. We mogen het onszelf aanrekenen als we op grond van dit soort uitspraken door buitenstaanders worden gezien als een maffe club en als een dogmatische sekte.

Langzaam maar zeker begon ik onderscheid te maken tussen de (cursus-)waarheid an sich en de vraag hoe behulpzaam deze waarheid is voor degene die haar te horen krijgt of er mee aan de slag gaat. Ik ontdekte dat de cursus-gemeenschap in Nederland jarenlang vooral bekend was met de door Ken Wapnick uitgegeven versie van de Cursus (de FIP-editie) en met Ken’s, zoals ik het omschreef, hyper abstracte interpretatie van Een Cursus in Wonderen. Vind ik zijn visie onjuist? Nee, dat gaat mij te ver. Maar ik merk wel dat we onszelf voorbij lopen en het contact met het “normale” leven dreigen te verliezen als we de problemen waar we mee te maken hebben vanuit ons huidige perspectief te snel weg redeneren vanuit het abstracte eindperspectief van de cursus.

Het was voor mij een verademing toen ik ontdekte dat er andere, completere, edities van Een Cursus in Wonderen bestaan en dat er leraren waren die in hun uitleg meer aansloten bij de woorden van Jezus uit de cursus. Ik denk vooral aan Robert Perry van The Circle of Atonement en zijn Complete & Annotated editie van de cursus. Robert ziet en benadrukt ook veel meer de continuïteit van de boodschap van Jezus in het Nieuwe Testament en de cursus en deze continuïteit ervaar ik zelf ook heel sterk. Zijn visie op de cursus klinkt warmer, zachter en menselijker en toch heel cursus-getrouw.

Vervolgens gebeurde er iets opvallends. Ik raakte betrokken bij de vertaling van A Course of Love (Een Cursus van Liefde, ECvL) en samen met vele ECIW-studenten verheugde ik me over de diepgang en warmte van dit boek. Vanuit de ECIW-gemeenschap werd verdeeld gereageerd op ECvL. Sommigen vonden het boek “te duaal” en anderen, waaronder ikzelf, hoorden hoe Jezus in dit boek de draad van ECIW oppakte en ons weer aan de hand nam. Het opvallende bestaat hieruit dat door ECvL de boodschap van ECIW weer dieper bij me binnenkomt. ECvL spreekt over heelheid-van-hoofd-en-hart en het voelt daadwerkelijk dat de boodschap van ECIW (en van het Nieuwe Testament) steeds meer gaat resoneren met mijn hele wezen.

Het maffe is dat hierdoor een herwaardering voor de onversneden kern van de boodschap van ECIW bij me plaatsvindt. Ik las en herlees de boeken van Nouk Sanchez (The End of Death en A Manual for Holy relationship) met daarin de radicale kernboodschap van ECIW. Haarscherp zet zij neer dat we een keuze hebben te maken tussen twee denksystemen; dat van het ego en dat van de Heilige Geest. Ze laat aan de hand van talloze citaten uit ECIW zien dat er geen compromis mogelijk is tussen deze twee. Ze laat zien dat wij van het lichaam het idool gemaakt hebben van het ego denksysteem en hoe ons geloof hierin onze verlossing blokkeert.

In de Facebook-groep Een Cursus in Wonderen – met elkaar delen we onze ervaringen met de door Jezus geïnspireerde boeken en teksten. Het is mooi om persoonlijke getuigenissen te horen, ervaringen met de cursus maar ook de worstelingen met de cursus.

In deze worstelingen herken ik mijn eigen worstelingen. Ik zie bij broeders en zusters hoe hard en onvoorstelbaar de boodschap van de cursus overkomt als het gaat om de visie op leed en noodlot. Ik zie bij hen dezelfde vragen opkomen die ik had en de neiging om te zoeken naar een andere, zachtere interpretatie van de Cursus. Zijn we als mens geen combi van lichaam en geest? Wij zijn toch niet verantwoordelijk voor wat ons overkomt? Er is toch zoiets als noodlot? En ik zie bij hen de boosheid als ze antwoorden krijgen die weliswaar in lijn zijn met de cursus maar die te makkelijk worden gegeven en mogelijk nog niet doorleefd zijn door degene die ze in de mond neemt, maar mogelijk ook wel.

In gesprek met deze medecursisten merk ik dat de weerstand tegen de onversneden cursus-waarheid niet makkelijk wordt weggenomen. Ik herken hierin mijn eigen jarenlange verontwaardiging en strijd tegen de dooddoeners. Ik onderken ook de onmogelijkheid om via rationele uitleg en citaten de ander te laten zien dat de cursus toch echt wel klopt. Ik herken nu mijn eigen jarenlange worsteling als een ego-strijd, als schuldeloze arrogantie, maar daar had je me een paar jaar geleden niet op hoeven te wijzen.

Ik heb geleerd dat ik tijd nodig had. Geen tijd om het zelf uit te zoeken maar om de Heilige Geest Zijn werk te laten doen in mijn geest. Onlangs werd ik uitgebreid geïnterviewd door MIC-magazine en als ik dit teruglees dan zie ik dat de Heilige Geest een onvoorstelbaar repertoire aan mogelijkheden heeft om mij als dwalend schaapje weer enigszins terug naar de kudde te voeren. Het stemt me nederig, dankbaar en het geeft me vertrouwen. Niet in mijn eigen wijsheid maar in die van Hem.

Hardnekkige pijn en ziekte.

Het is voor ons een lastige vraag: waarom word ik niet beter terwijl ik toch mijn toevlucht zoek tot Jezus / de Vader / de Heilige Geest / Liefde? De Cursus bevat, naar onze menselijke maatstaven, keiharde teksten over “lichamelijke” ziekteverschijnselen: deze wijzen op een nog niet (helemaal) geheelde denkgeest. Wij zijn experts in de “als-dit-dan -dat” logica. Dus als ik nog ziekte zie of ervaar dan is er nog iets mis in de denkgeest. Tot hier valt de schade nog mee, maar dan gaat het ego naadloos door: dus dan doe ik iets fout en daardoor voel ik me schuldig en minderwaardig. Geplaagd door zelfverwijt, schuldgevoelens en minderwaardigheidsgevoelens hobbelen we verder op weg naar onze kist. Mochten we zelf het geluk hebben weinig fysiek ongemak te voelen dan menen we dat we het redelijk goed doen met de cursus en kijken we wat meewarig naar mensen die meer klachten hebben dan wij.

Ach, ach, egootje toch. Wat ben je slim, gemeen maar vooral bang. Het ego vindt het heerlijk om zo over ziekte en gezondheid te praten. Hij vindt het lekker overzichtelijk: als je gezond bent dan doe je het goed en als je ziek wordt dan doe je dus iets fout. Gezondheid is je eigen verdienste en ziekte is je eigen schuld. Waar gaan we toch de mist in met deze denkwijze?

Wat opvalt als je bovenstaande eens terugleest is dat er een onbewuste aanname in schuilgaat. Een onuitgesproken geloof. Dat geloof is: “Ik ben een lichaam” met daaraan gekoppeld: “Een sterk en gezond lichaam is goed en mijn ultieme doel en een ziek of pijnlijk lichaam is fout en een teken van schuld”. Wij zijn dan ook al met al redelijk tevreden als we gezond 90 jaar worden en vredig overlijden in onze slaap. “Hij of zij had een mooi leven”, stellen we dan. En “rust in vrede”. Maar zolang de vredig ingeslapen persoon nog dacht dat hij een lichaam was is zijn denkgeest niet genezen en zal hij via nieuwe lichamelijkheid teruggestuurd worden naar de school van onze wereld van lief en leed om (verder) te genezen.

Het is zo dubbel. Want ja, de cursus stelt dat genezing van onze mind gevolgen heeft voor hoe wij de wereld en ons lichaam percipiëren. Ieder van ons heeft als huiswerkopdracht en de bevoorrechte kans om zich uit te strekken naar de Heilige Geest, het wonder te aanvaarden en bemoedigd te worden door de reflectie hiervan in wat wij aanduiden als het fysieke domein. Maar wij moeten niet denken dat de kous af is zolang wij denken dat een gezond lichaam dat 90 wordt het ultieme doel is. Het ultieme doel is ontdekken dat wij geen sterfelijke lichamen zijn maar onkwetsbare Kinderen van de Vader. Wij vragen niet te veel van de cursus maar te weinig.

In het Nieuwe Testament schrijft Paulus in bedekte termen over een “doorn in zijn vlees”, kennelijk een stevig fysiek ongemak:

2 Korinthiërs 12:7.

“En opdat ik mij door het alles overtreffende karakter van de openbaringen niet zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen.”

Zie je wat hier staat? Paulus ziet deze doorn in zijn vlees als een soort bescherming tegen zelfgenoegzaamheid. Als hij nergens last van zou hebben dan zou hij zichzelf verheffen; dan zou zijn spiritueel ego erg zelfingenomen zijn.

Zijn wij sterker dan Paulus? Ik niet, in elk geval. Ik heb wat fysieke klachten, ben een gedreven cursus-student en als ik plotseling pijnvrij zou zijn dan zou de zelfingenomenheid onvermijdelijk toeslaan. “Kijk mij het eens goed doen”, zou ik dan denken. Maar nu word ik constant bij de les gehouden. Natuurlijk denk ik ook: “ik ben schuldig want ik doe het kennelijk nog fout omdat ik fysieke klachten ervaar”. Maar ik heb er ook een soort genoegen in om te antwoorden:

“MAAR TOCH!; toch geloof ik Jezus als hij zegt dat ik een schuldeloos Kind van de Vader ben. En toch geloof ik dat de mensen die ik ziek zie worden en zie sterven mijn Heilige Broeders zijn die zich, net als ik, nog tijdelijk vergissen omdat we bang zijn”.

En nu wil ik wat speculeren. In de Bijbel lezen we dat Jezus tijdens zijn leven gewoon moe werd en dorst kreeg. Dat hij vlak voor zijn dood bang was en ook aan het kruis “mij dorst” zei. Wij, en vooral Een Cursus in Wonderen-studenten, willen van Jezus een superman maken die lachend aan het kruis hing omdat hij wist dat alles illusie was. Maar Jezus had net als wij een menselijk lichaam en lessen te leren. En ja; hij was een zeer gevorderde student die de eindstreep, het eindexamen, als eerste haalde en een opstandingslichaam kreeg. In Een Cursus van Liefde (ECvL) lezen we dat toen het Woord daadwerkelijk vlees werd (Verhandelingen 2):

8.5 Zoals ik niet langer lijd onder de afscheiding, zo hoef jij ook niet langer te lijden onder de afscheiding. Hoewel de wederopstanding het leven niet liet terugkomen in de vorm die ik eens aannam, bracht ze mij terug bij jou in de vorm van de herrezen Christus die in allen van jullie aanwezig is, waardoor wederopstanding zelfs tot in jullie vorm is gebracht. Ik werd het vleesgeworden Woord bij mijn wederopstanding, meer dan bij mijn geboorte. Dit kan verwarrend lijken, gegeven jouw definitie van het Woord dat vleesgeworden is. Je hebt dit opgevat als zou het vlees de betekenis van het Woord of de almachtige hebben aangenomen toen ik door mijn geboorte vlees en botten werd. Maar noch mijn geboorte, noch mijn dood waren in overeenstemming met het Woord, omdat het Woord is: “Ik Ben;” het Woord is Eeuwig Leven. Mijn wederopstanding bracht tot stand dat het Woord in eenieder van jullie vlees geworden is. Jullie, die na mij gekomen zijn, zijn niet zoals ik was, maar zoals Ik Ben. Is dit niet logisch, zelfs in jullie menselijke termen van evolutie? Jij bent de weder opgestane en het Leven.

Schiet nu niet direct als ECIW-student in de stress. Want ja; ook ECVL kijkt verder dan de wereld van vorm. En nee, ECIW gaat niet over de ultieme geestelijke, tijdloze waarheid: openbaring wacht op ons maar deze laatste stap is aan de Vader.

Wij hebben onze lessen hier te leren. Ons einddoel is niet dat we blijven geloven dat de wereld van tijd en ruimte met zieke (of gezonde) lichamen die uiteindelijk sterven de ultieme werkelijkheid is. Ons voorlopige einddoel is de Nieuwe Wereld, de Echte Wereld of (ECvL): het verheven Zelf van vorm of, (Nieuwe Testament; NT): het opstandingslichaam. Hierover worden in ECIW, ECvL en NT wonderbaarlijke dingen gezegd waar het bijvoorbeeld onze perceptie van tijd, ruimte en sterfelijkheid betreft. We hebben een oudere broer die ons is voorgegaan: Jezus. En we hebben dappere, bange, broeders en zusters die met ons optrekken, ook hier in de Facebook-groep Een Cursus in Wonderen- met elkaar.

Mentale rekoefeningen

Velen hebben niet zoveel met de metafysica van Een Cursus in Wonderen (ECIW). Het klinkt allemaal zo ingewikkeld, vergezocht en niet in overeenstemming met ons gevoel van logica en met onze ervaringen in de wereld. Waarom is het niet voldoende om ons gewoon direct open te stellen voor de leiding van de Heilige Geest, Jezus, Liefde of de Vader?

In mijn beleving is dit openstellen voor de taal van je Hart inderdaad het belangrijkste van de weg van Jezus. Het zal niet voor niets zijn dat hij ons na ECIW ook nog Een Cursus van Liefde heeft geschonken (ECvL). Misschien draafden we wat te ver door in ons noeste metafysische denkwerk en dienen we ons meer te richten op liefde.

Cursus-studenten zijn niet de enigen die zich in hun leven willen laten leiden door de liefdevolle Stem van de Heilige Geest. Dit geldt, als het goed is, ook voor Christenen. Toch vond Jezus het nodig om het niet te laten bij het (prachtige) Nieuwe Testament. Hij meende kennelijk dat we verkeerde opvattingen hadden over zijn Vader en over de Schepping en dat deze opvattingen ons op één of andere manier blokkeerden. ECIW wordt een denktraining genoemd, een manier om (onbewuste) mentale blokkades tegen de liefde op te ruimen. Jezus gunt ons vrijheid, geluk en vrede en ziet dat wij onszelf tekort doen en door het leven gaan als angstige wezens. Misschien is het wel het zien van deze angst bij Christenen, angst voor het oordeel van God, dat hem motiveerde ons ECIW te geven.

Om meer geestelijke vrijheid te ervaren geeft Jezus ons oefeningen die ik vergelijk met de rekoefeningen die we kunnen doen als we lichamelijk wat stijf zijn. Mensen die yoga beoefenen zullen dit heel goed herkennen. Je wordt voor je gevoel in een wat ongemakkelijke positie gebracht en je voelt bijvoorbeeld een haast pijnlijke spanning in je liezen. De leraar of lerares moedigt je aan om te rusten in dit ongemak, te ontspannen, het te accepteren. Oefening baart uiteindelijk kunst en gaandeweg merk je dat de houdingen natuurlijker gaan aanvoelen. Het gaat langzaam en haast ongemerkt. Een goede leraar zal je aanmoedigen niet over je grenzen te gaan, niks te forceren. Toch horen een beetje pijn en ongemak erbij.

Hetzelfde geldt voor het doen van de Cursus. De teksten uit het Tekstboek en de oefeningen uit het Werkboek kunnen ongemakkelijk zijn voor ons, onnatuurlijk haast. Denk aan lessen als “Ik ben niet dit lichaam” en “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Onze leraar Jezus geeft hiermee instructies die we aanvankelijk vervelend vinden. We kunnen de neiging krijgen om voorlopig de oefeningen maar wat af te zwakken. We zeggen dan bijvoorbeeld: “Ik ben geest maar ook lichaam” en “Sommige dingen heb ik wel in de hand maar soms ben ik wel degelijk slachtoffer”. Ik denk niet dat Jezus zich heel druk maakt over het feit dat we niet helemaal de “houding” aannemen die hoort bij de oefening. Gelukkig mocht ik destijds op yoga in de kleermakerszit plaatsnemen op een wat hoger meditatiekussen want in de lotushouding zou ik uitscheuren.

Jezus ziet dat wij ons ongemakkelijk voelen bij de onversneden waarheid van de Cursus. Maar hij ziet ook waar dit ongemak vandaan komt. Wat wij bij onszelf opmerken als ongeloof over- en weerstand tegen genoemde uitspraken doorziet hij als ons verlangen om ons af te willen scheiden van de Vader en uitingen van het hierdoor ontstane schuldgevoel. Wij kunnen voorlopig niet anders dan alles bezien vanuit ons beperkte perspectief. De wereld van tijd en ruimte voelt zo echt voor ons. Als in een ECIW-groep gesproken wordt over de onechtheid van wat wij “dood” noemen en over de onechtheid van noodlot, dan vragen we ons af in welk gekkenhuis we terecht zijn gekomen en spreken we van een vreemde, dogmatische en collectieve waan. Wat voelt dit toch allemaal ongemakkelijk voor ons en wat spartelen we tegen.

Jezus glimlacht slechts en gunt iedereen zijn of haar tempo. Hij kan en wil ook niet anders. Hij respecteert onze rare keuze om ons afgescheiden te willen voelen, zelfs als dit resulteert in de angst van een nare nachtmerrie. Liefde gaat niet in tegen onze eigen en eigenwijze wil. Onze Vader wacht rustig totdat we genoeg ellende hebben meegemaakt en besluiten huiswaarts te keren.

Jezus kan weinig anders dan telkens onze “normale” opvattingen, waarden en normen uit te dagen. Hij vraagt slecht een kleine bereidwilligheid om zijn uiteenzettingen te overwegen en om de werkboeklessen te proberen, ook al ervaren we weerstand. Hij voorziet zelfs onze protesten (Inleiding Werkboek):

Sommige ideeën die het werkboek presenteert zul je moeilijk kunnen geloven, en andere kunnen nogal onthutsend lijken. Dit doet er niet toe. Jou wordt slechts gevraagd de ideeën toe te passen zoals je opgedragen wordt. Er wordt je helemaal niet gevraagd ze te beoordelen. Er wordt je alleen gevraagd ze te gebruiken. Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.

Onthoud alleen dit: je hoeft de ideeën niet te geloven, je hoeft ze niet te aanvaarden, laat staan toe te juichen. Tegen een aantal ervan zul je je misschien heftig verzetten. Dit alles is niet van belang en zal hun uitwerking niet verminderen. Maar sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. Meer wordt er niet gevraagd.

Dus laten we de rek en strekoefeningen gewoon doen. We mogen piepen, protesteren en misschien zelfs een tijdje het blauwe boek in de boekenkast terugzetten. Onze leraar wacht rustig tot we klaar zijn voor de volgende stapjes.

(Schijnbaar) harde noten van de cursus.

Bij het doen van de cursus zijn er twee harde noten voor ons om te kraken.

1: We denken dat we (gedeeltelijk) lichamen zijn die leven in een echte fysieke wereld.

2: We denken dat we in deze wereld slachtoffer zijn van ellende, ziekte, dood en noodlot.

Een Cursus in Wonderen (ECIW) stelt daar twee andere uitgangspunten tegenover:

1: Wij zijn Gedachten in de Denkgeest van God; Schepselen, pure tijdloze wezens.

2: We dromen een droom van afgescheidenheid en daarbij projecteren we in de geest beelden die we als fysiek (een fysiek lichaam en de fysieke wereld) percipiëren.

Deze boodschap staat zo ver af van onze dagelijkse ervaringen dat we er van alles aan doen om deze af te zwakken. We maken er een verwaterde boodschap van en zeggen dan bijvoorbeeld:

1: Oké, ontologisch gezien zal dit wel kloppen maar daar hebben we nu weinig aan in ons dagelijkse, wrede leven.

2: Nee, wij zijn niet verantwoordelijk voor de ellende. Alles is geschapen door God, dat kan niet anders, dus ook ons lichaam.

In feite brengt dit ons terug bij het klassieke christelijke geloof en de daarbij knellende vraagstukken zoals: “Hoe kan een goede en almachtige God een wereld scheppen vol ellende?”. Als God almachtig is maar niets doet aan onze ellende dan vinden we Hem niet liefdevol.

Als we eerlijk zijn ervaren we de visie van de Cursus nog niet. Het is dan ook begrijpelijk als we genoegen nemen met de “afgezwakte”, verwaterde variant. In Txt 16:IV zegt Jezus:

4Om de sluier op te lichten die zo duister lijkt en zwaar, is het alleen noodzakelijk de waarheid waarde te verlenen boven alle fantasie, en in het geheel niet bereid te zijn met illusie in plaats van met de waarheid genoegen te nemen.

In mijn blog van gisteren gaf ik aan dat Jezus ons vasthouden aan het geloof in afgescheidenheid met het harde woord “arrogantie” omschrijft. Over harde noten gesproken!  In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus geen wonderen kan verrichten als hij terecht komt in een omgeving vol ongeloof, vooral in zijn geboortestad Nazaret. ECIW biedt ons een training voor onze denkgeest opdat we anders kunnen gaan denken en daardoor ook anders gaan zien. Als we zijn visie niet aannemen zullen Jezus, de Vader noch de Heilige Geest ons daartoe dwingen. We worden echter uitgenodigd om niet gelijk in de weerstand te schieten maar ons te openen voor de visie die hij aanreikt en niet te vertrouwen op onze zogenaamde onweerlegbare ervaringen en logica.

Hij is een liefdevolle en geduldige leermeester die echter geen water bij de wijn doet maar het water (ons oude denken) wonderlijk verandert in wijn. Het zal geen toeval zijn dat juist nu deze kwesties spelen in deze Faceboek-groep we toe zijn aan werkboekles 166.

2. Dit is de paradox die ten grondslag ligt aan het maken van de wereld. Deze wereld is niet de Wil van God en dus is ze niet werkelijk. Toch moeten zij die denken dat ze werkelijk is, nog altijd geloven dat er een andere wil is, een die leidt tot gevolgen tegengesteld aan die Hij wil. Onmogelijk inderdaad, maar elke denkgeest die de wereld beziet en haar zeker, solide, betrouwbaar en waar acht, gelooft in twee scheppers, of in één: alleen zichzelf. Maar nooit in één God.

3. De gaven van God zijn onaanvaardbaar voor iemand die er zulke vreemde overtuigingen op na houdt. Hij moet wel geloven dat het aannemen van Gods gaven, hoe zichtbaar die misschien ook worden, hoe dringend hij misschien ook wordt opgeroepen ze als de zijne op te eisen, gelijkstaat aan te worden gedwongen tot verraad aan zichzelf. Hij moet de aanwezigheid ervan ontkennen, de waarheid tegenspreken en lijden om de wereld die hij heeft gemaakt in stand te houden.

4. Dit is het enige thuis dat hij meent te kennen. Dit is de enige veiligheid die hij gelooft te kunnen vinden. Zonder de wereld die hij gemaakt heeft, is hij een uitgestotene, dakloos en bang. Hij beseft niet dat hij juist hier echt bang is en dakloos eveneens, een uitgestotene, zo ver van huis en zo lang al rondzwervend, dat hij niet beseft dat hij vergeten is waarvandaan hij kwam, waarheen hij gaat en zelfs wie hij werkelijk is.

Willen we ons geloof in de wreedheid van de wereld en in de wreedheid van God de schepper koesteren? Of kunnen we ons openstellen voor de woorden van Jezus en niet in de weerstand schieten? Dan blijken de harde noten te veranderen in kostbare gaven.

15. Verraad haar niet. Word het levende bewijs van wat de aanraking van Christus iedereen kan geven. God heeft jou al Zijn gaven toevertrouwd. Getuig er in je blijdschap van hoezeer de denkgeest transformeert die ervoor kiest Zijn gaven te aanvaarden en de aanraking van Christus te voelen. Dat is jouw missie nu. Want God vertrouwt het geven van Zijn gaven toe aan allen die ze hebben ontvangen. Hij heeft Zijn vreugde met jou gedeeld. En nu ga jij die met de wereld delen.

Onbewust arrogant.

Wij kunnen menen dat God alles wat wij menen te kennen geschapen heeft. En met alles bedoel ik dan echt alles; alles wat wij waarnemen, inclusief onze kwetsbare en sterfelijke lichamen. Dit lijkt een normaal standpunt, mogelijk zelfs een nederig standpunt. De Cursus is het echter niet met ons eens, kijk maar eens naar Werkboekles 152:

7. Denken dat God chaos heeft gemaakt, Zijn Wil weerlegt, tegendelen voor de waarheid heeft bedacht, en duldt dat de dood over het leven triomfeert: dit alles is arrogantie. Nederigheid zou onmiddellijk zien dat deze dingen niet van Hem afkomstig zijn. En kun jij zien wat God niet geschapen heeft? Denken dat je dat kunt, is niets anders dan geloven dat jij kunt waarnemen wat God niet heeft gewild. En zou er iets arroganter kunnen zijn dan dit?

Hé, hoe kan dit nu? Alle ellende die we zien is toch echt en evident? Juist het ontkennen hiervan lijkt ons onwaar. De Cursus kan weliswaar vertellen dat wij tijdloze en onschuldige kinderen van God zijn maar dat gaat er bij ons niet in. We zien ons als kwetsbare wezentjes, slachtoffers van een gemene wereld. De Cursus stelt dat wij hiermee geloven “dat zonde waarheid is”:

Txt 19:II 4: 4. Een belangrijk geloofspunt in de waanreligie van het ego is dat zonde geen vergissing maar waarheid is, en dat juist onschuld misleidt. Zuiverheid wordt als arrogantie gezien, terwijl het als zondig aanvaarden van het zelf als heiligheid wordt beschouwd. En het is deze doctrine die de werkelijkheid van Gods Zoon, zoals zijn Vader hem heeft geschapen en gewild heeft dat hij voor eeuwig was, vervangt. Is dit nederigheid? Of is het eerder een poging om de schepping los te rukken van de waarheid, en haar gescheiden te houden?

Het lijkt nederigheid om jezelf als “echt menselijk” en kwetsbaar te beschouwen. Maar de Cursus stelt dat we hiermee onze wil ontkennen:

Txt 22: VI:10 10. Van wat jij leert hangt het welzijn van de wereld af. En het is slechts arrogantie die de macht van jouw wil zou ontkennen. Of denk je dat de Wil van God machteloos is? Is dit nederigheid? Je ziet niet wat deze overtuiging heeft aangericht. Jij ziet jezelf als kwetsbaar, broos en makkelijk vernietigbaar, en overgeleverd aan de genade van talloze belagers die machtiger zijn dan jij. Laten we onomwonden kijken hoe deze dwaling is ontstaan, want hier ligt het zware anker begraven dat de angst voor God – onbeweeglijk en vast als een rots – op zijn plaats lijkt te houden. Zolang die blijft bestaan, zal het zo lijken.

En dat laatste komt binnen. Zolang we onze eigen opvattingen (“deze dwaling”)  blijven huldigen dan zal alles blijven bestaan zoals het lijkt: een leven en wereld vol doffe ellende.

De cursus gebruikt voor ons geloof een zwaar woord: “arrogantie”. Jezus zal niet voor niets zo’n beladen woord gebruiken. Het maakt ons niet schuldig, maar het is wel degelijk een dwaling die ons gevangen houdt in onze droom.

Stel je krijgt een erge ziekte.

Ik zag op Netflix een reportage over een vrouw die te horen had gekregen dat ze terminaal ziek was; kanker. Ze was bang, letterlijk doodsbang. En wie zou dat niet zijn? Het is niet moeilijk om te schermen met metafysische dooddoeners als je niks mankeert en meent dat je nog wel een paar jaar te gaan hebt. Het kost dan weinig moeite om te roepen dat je geen lichaam bent, een onsterfelijk kind van God of dat noodlot niet bestaat maar je een wijze les biedt speciaal voor jou bedoeld. Maar wat als datzelfde noodlot plotseling grijnzend voor de deur staat en zegt: “kom nu maar mee, je tijd is om”?

De mevrouw kreeg een experimentele behandeling aangeboden met psilocybine, een stof die voorkomt in bepaalde paddenstoelen. Ze werd bij de behandeling zorgvuldig en liefdevol begeleid. Tijdens deze behandeling was het alsof haar bewustzijn zich verruimde en ze een geestelijke dimensie binnentrad. De ervaring veranderde haar visie op leven en dood. Haar ervaring stond niet op zichzelf. Andere deelnemers aan de studie meldden dat ze de ervaring hadden dat hun lichamen als het ware oplosten in bewustzijn. Ze ervaarden een innige verbondenheid met alles en iedereen. Na het einde van de trip was van veel deelnemers de houding ten opzichte van ziekte en dood totaal veranderd. Een man sprak na zijn ervaring van twee levens: zijn leven van vóór de behandeling en zijn leven ná de behandeling.

Je hoort daarna opvallende getuigenissen. De angst voor de dood is verdwenen. Mensen kunnen rustig sterven omdat ze weten dat ze onderdeel zijn van een groter en liefdevol geheel. Ze ervaren de nare aandoening niet langer als noodlottig en verwoestend. Heel bijzonder. Deze mensen hadden een ander, nieuw perspectief gekregen op leven en dood. Een perspectief waardoor hun geloof in ziekte, dood en noodlot veranderd was.

Ik meen dat de Cursus bedoeld is om ons een soortgelijke wisseling van perspectief te bieden. Om ons de bewustzijnsverruiming te bieden krijgen we andere “tools” aangereikt. Denk aan stoppen met oordelen, vergeven, overgave aan Jezus, de Heilige Geest en aan de Vader. Deze tools worden ons gegeven door Jezus, een broeder die de ultieme bewustzijnsverruimende ervaring heeft meegemaakt en hier verslag van uitbrengt in de Cursus. Zijn boodschap lijkt sterk op die van de mensen uit de documentaire of die van mensen met een bijna doodervaring.

Zo ook in les 163 van vandaag: “Er is geen dood. De Zoon van God is vrij.”

Het past ons om uiterst eerlijk en terughoudend met dergelijke woorden om te gaan, naar onszelf toe en al helemaal naar broeders en zusters die vanuit ons huidige perspectief zwaar in de ellende zitten. De meesten van ons hebben de waarheid van les 163 nog niet doorleefd. In feite gaan we dan met zo’n uitspraak om vanuit geloof. De uitspraak biedt dan dezelfde schrale troost als de meer klassiek klinkende woorden: “Ach, vrees niet; je komt straks in de hemel”.

Jezus’ visie gaat ver. Hij stopt niet bij de uitspraak: “jullie zijn geestelijke wezens die geloven in de perceptie van lichamelijkheid”. Deze uitspraak is overigens al heel wat en heeft consequenties voor hoe we aankijken tegen leven en dood. Maar Jezus gaat in de cursus nog verder. Hij legt uit dat wij als geestelijke wezens de ervaring wilden hebben van kwetsbaarheid en sterfelijkheid. “Hé, is het onze eigen keuze?”. Hoe harteloos klinkt dit! Het punt is dat we een dergelijke uitspraak nu nog beoordelen vanuit ons beperkte perspectief. Vanuit dit perspectief zijn we slachtoffer van zaken waar we niet voor gekozen hebben, zoals die terminale kanker. Heb ik dan zelf gekozen voor die kanker?! Jezus zoomt uit en stelt dat de onkwetsbare geestelijke zoon van God alle indrukken van de zintuigen misbruikt om zich afgescheiden te voelen; een sterfelijk ik in de wereld. Het is niet deze ik die kiest voor ziekte maar de onkwetsbare zoon die voor ziekte kiest om zich “ik”, kwetsbaar en sterfelijk, te voelen.

Nadat jaren geleden een goedaardige doch flinke tumor verwijderd was uit mijn hersenen bleek mijn mentale en fysieke draagkracht afgenomen en kwam ik van de ene burn-out in de andere terecht. Ik werkte nog maar ging als een oververmoeide zombie door het leven gekweld door slapeloosheid. De nacht voor een lange congresreis kon ik niet slapen en ik voerde een strijd in diepe wanhoop, angst en duisternis. Plotseling daagde het besef: “ik doe dit mezelf aan, ik geef dit alle betekenis die het voor me heeft”, gevolgd door een totaal loslaten van mijn oordeel en strijd. In één keer viel de bodem uit de hele situatie. Alle angst en strijd waren weg en ik leek over te vloeien in de kamer en de hele omgeving. Er was grote verwondering, diepe kalmte en rust. Totdat de gedachte oprees “waar gaat dit nu naartoe?”. Ik liep naar de wastafel om mijn spiegelbeeld te zien en gooide water in mijn gezicht om mijn lichaam weer te voelen.

Medici zullen hier vaktermen voor hebben en een verklaring. Het zij zo. Mij heeft het een klein en bescheiden inzichtje gegeven in: “je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet”. Dit betekent niet dat ik nu kan schermen met deze uitspraak naar mensen die volgens onze maatstaven zwaar in de ellende zitten. Dat zou ongepast zijn. Maar ergens geldt ook voor mij dat er een leven van vóór deze ervaring is en erna. Daar ben ik dankbaar voor.