Ik was vroeger erg gecharmeerd van de “neti neti”-visie: je bent noch dit, noch dat. Andere omschrijvingen hiervan zijn: je bent het bewustzijn waarin alles verschijnt, je bent de blauwe lucht en niet de voorbijdrijvende wolken, je bent de oceaan en niet de druppel, het oog kan zichzelf niet zien, etc. etc. Ik meende in de bekende ECIW-uitspraak “Ik ben niet dit lichaam” dezelfde boodschap te horen. Als je probeert te gaan leven volgens dit inzicht, merk je dat er ruimte ontstaat en dat de identificatie met allerlei negatieve gevoelens afneemt. Je zegt dan niet langer “ik ben bang”, maar “ik heb angst”. Vervolgens leer je om onbewogen en glimlachend toe te kijken hoe zo’n donkere angstwolk verschijnt, groter wordt, maar ook weer vanzelf oplost en verdwijnt.
Ik zie dat deze neti neti-visie in lijn is met de boodschap van ECIW en kan helpen om je niet langer te identificeren met de wereld van vormen, tijd en ruimte. Deze identificatie, waarbij je gelooft het materiële lichaam te zijn, is zo sterk verankerd in ons mens-zijn dat een krachtige, dubbele ontkenning behulpzaam kan zijn om ten minste enige ruimte te gaan ervaren.
De bedoeling van de ontkenning is dat degene die dit toepast als het ware steeds meer gevoel gaat krijgen voor zijn ware, geestelijke natuur. ECIW leert ons dat de hele werkelijkheid geestelijk van aard is, een visie die ook wordt uitgedragen door filosofen uit de stroming van het idealisme, waarvan Bernardo Kastrup een uitstekende hedendaagse representant is.
Wat er echter al snel naar binnen sluipt, is een uiterst duale ontsporing van de aanpak, waarbij we niet meer gevoel krijgen voor dat grote Zelf, maar waarbij het kleine ego een klein stapje achteruitzet en zich distantieert van wat het waarneemt. Het denkt dat het door onderscheid te maken tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, de dualiteit overstijgt. Maar zelfs door deze zin rustig tot je door te laten dringen, zie je de interne spanning die deze oproept. En deze spanning wordt direct voelbaar als we onze gevoelens en emoties gaan ontkennen en deze als het ware proberen buiten onszelf te plaatsen om erop toe te zien. We zijn misschien goed begonnen met onze ontkenning, hebben enige ademruimte gekregen, maar vergeten de rest van de cursus goed te lezen.
Al in het scheppingsverhaal van ECIW lezen we dat God Zichzelf uitbreidt in Zijn Schepping om zo Zichzelf te kunnen kennen. God kent Zichzelf door Zijn Zonen, en de Zonen kennen de Vader zonder van Hem gescheiden te zijn. Dit noemt de cursus “uitbreiding”. Wij worden gezien als de Gedachten van God en we lezen dat deze Gedachten hun Bron niet kunnen verlaten. Wij als Zonen van de Vader hebben ook het vermogen om zo vanuit- en in eenheid te scheppen. We hebben hier echter een gemankeerde variant van gemaakt. Jezus legt uit dat wij niet “scheppen” maar “maken”. Het verschil bestaat uit de intentie waarmee deze projecties plaatsvinden. Het projecteren vanuit liefde kun je zien als uitbreiding en het projecteren vanuit geloof in afscheiding (en in zonde, schuld en angst) als maken.
Bij dit “maken” raken wij het gevoel van verbondenheid met wat we projecteren kwijt. We denken dat wat we geprojecteerd en gemaakt hebben — de wereld van vormen, tijd en ruimte — losstaat van onszelf en dat wij er als afgescheiden lichamelijke (en sterfelijke) poppetjes in rondwandelen. Maar ook dit gebeurt allemaal in het geestelijke domein, in de denkgeest van de Zoon van God. Deze Zoon is net zomin van de projecties (lichaam, wereld, gevoelens, etc.) gescheiden als wij gescheiden zijn van onze nachtelijke dromen. We produceren alle beelden zelf! Daarom stelt ECIW: “je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet”. Nee, nogal wiedes: je hebt haar zelf vanuit angst geprojecteerd. Zoals je kleine zelf de nachtelijke droom projecteert en daarin zelf een (schijn)rolletje speelt, zo projecteer jij als Zoon van God, als Zelf, de wereld waarin je kleine zelf een rolletje lijkt te spelen.
Ooit had ik als kind last van nachtmerries waarin ik telkens werd aangevallen door een gorilla. Pas toen ik een keer in de droom besloot niet weg te rennen en rustig af te wachten wat er zou gebeuren, kwam aan deze nachtmerrie een einde. Ik had de zelfbedachte gorilla de macht ontnomen om als een gevaar buiten mijzelf gezien te worden. ECIW zegt dat het “onwaardig” is om ons lichaam (en daarmee onze gevoelens) te ontkennen, omdat we daarmee de macht van onze eigen denkgeest ontkennen. Pas als we beseffen dat we iets zelf gemaakt hebben, kunnen we de kalmte bewaren als deze beelden bedreigend lijken.
Deze basisgedachte van ECIW — gedachten verlaten hun bron niet — wordt verder uitgewerkt in Een Cursus van Liefde. Nadat via de neti neti-aanpak de muren van het ego wat afgebrokkeld zijn, wordt het tijd voor “actieve aanvaarding”, ofwel voor omarming van alles wat zich maar aan gevoelens en dergelijke aan je voordoet. En dit staat natuurlijk ook al in ECIW. Wat is vergeving anders dan niet meer vanuit je geloof in afgescheidenheid naar dingen kijken, maar je blik laten verzachten door de herinterpretatie door de liefde van de Heilige Geest? Geen angstig achteruitdeinzen en ontkenning, maar verder kijken en de schijnbare afstand overbruggen.
ECvL legt uit dat we er langzaam maar zeker naartoe groeien te ontdekken dat degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, helemaal niet verschillend zijn. We hebben twee keuzes: scheppen vanuit liefde of maken vanuit angst, maar uiteindelijk mogen we ontdekken dat we het Zelf “doen”. Hierin ligt de bron van onze verlossing.
