Laat ik beginnen met een disclaimer: ik heb farmacie gestudeerd, geneesmiddelenonderzoek gedaan en gewerkt bij de farma-industrie. Deze ontboezeming zal me voor sommigen direct tot verdacht persoon maken; “big-pharma” heeft een behoorlijk negatieve naam. Maar daar gaat het me nu niet om. Wat mij altijd gefascineerd heeft is de mogelijkheid om met medicijnen ons welbevinden te beïnvloeden. Vooral pijnstillers en psychofarmaca vind ik interessant. Ik heb last (gehad) van hoofdpijn en buikpijn en deze pijn verdwijnt na inname van pijnstillers. Ik ken mensen die leden aan depressiviteit of aan angsten en zij kregen zo’n beetje hun leven terug toen ze behandeld werden met antidepressiva of anxiolytica. Die invloed die fysieke middelen hebben op ons psychisch welbevinden boeit me, zoals gezegd.
Direct tijd voor een tweede disclaimer. Dit is geen reclamepraat voor ongebreideld gebruik van deze middelen en zelfs geen aanbeveling om ernaar te grijpen. Waar mogelijk heeft een niet-medicamenteuze aanpak de voorkeur. Preventie, verandering van leefstijl, ontspanning, meditatie, coaching, psychotherapie, etc.; al deze zaken raad ik iedereen aan die te maken heeft met pijn of psychische klachten van welke aard dan ook. Medicijnen hebben gewoonlijk effecten die we opsplitsen in gewenst en ongewenst; de bijwerkingen. Je komt makkelijk terecht in een neerwaartse spiraal waarbij de bijwerking van middel A behandeld gaat worden met middel B. Dit is een reëel gevaar. Het gaat me echter om de situatie waarbij je met je rug tegen de muur staat en waarbij je leven bepaald wordt door pijn, angst, sombere stemming of andere klachten.
Ik heb gemerkt dat vooral in “spirituele kringen”, maar ook daarbuiten, er sprake is van schuldgevoel als iemand zijn of haar toevlucht neemt tot medicijngebruik. De reden is gewoonlijk dat we vinden dat we deze psychische klachten zelf de baas zouden moeten kunnen worden. Mogelijk vinden we dat we de pijn niet moeten bestrijden, maar dat we deze moeten omarmen, erin af moeten dalen en kijken wat deze ons wil vertellen. Ook hier sta ik achter; vooral doen, en als dit voldoende voor je is dan ben ik blij voor je. Maar soms is dit niet voldoende.
Bij angstklachten en stemmingsstoornissen vinden we al helemaal dat we deze met geestkracht zouden moeten kunnen overwinnen. Gaat het niet gewoon om je houding? Kun je dingen niet wat positiever bekijken? Is het niet een kwestie van “doen” of van doorzetten? Van wat flinker zijn? Je niet aanstellen? Van je erover heen zetten? Van niet zo met jezelf bezig zijn? Met dit soort taal kunnen we het onszelf en anderen flink lastig maken. In feite hangt de (zelf-)beschuldiging constant in de lucht: je faalt als je dit niet op eigen kracht kunt overwinnen. Zo; laten we het maar heel helder en hard neerzetten, dan kunnen we de uitspraak eens doorlichten.
Nu kunnen we een flinke stap terugzetten en er eens metafysisch naar kijken. Wat was de onhandige gedachte waarmee de illusie van afgescheidenheid begon? Dat was: “Ik wil het zelf doen en op eigen benen staan”. We komen vanuit de Goddelijke eenheid waarin alles ons deel was en waar sprake is van compleet geluk. Geven en ontvangen zijn daar één. Er is een constante uitwisseling tussen Vader en Zoon, God en mij. Eén gelukzalige stroom van liefde. De Wil van de Vader was onze wil. Totdat we wilden weten hoe het is om afgescheiden te zijn. Daartoe zijn we gaan dromen dat we sterfelijke en kwetsbare wezens zijn in tijd en ruimte. We zijn gaan denken dat we slachtoffer zijn van zaken buiten onszelf (waaronder ziekte en rampspoed) en dat we zaken buiten onszelf nodig hebben om ons in onze kwetsbaarheid te beschermen. Deze zaken duidt de cursus aan met de term “magische middelen”. Dit alles is een illusie: in waarheid zijn we onkwetsbaar en hebben we niks nodig. Maar nu komt het.
Wij hebben ook niet de speciale liefde nodig van andere mensen. Wij kunnen geen slachtoffer zijn van “speciale haat”; niemand kan ons iets aandoen. Wij hebben geen geld nodig, zelfs geen dak boven ons hoofd, geen voedsel en geen drinken. Wij zijn immers geestelijke wezens; één met de Vader en één met elkaar?
Wij zijn onderscheid gaan maken in vormen van afhankelijkheid. We zullen onszelf en anderen niet beschuldigen als we streven naar een fijn en veilig huis, naar een goed gevulde tafel en naar een partner en relaties die we bevredigend vinden. En als er eens iets gebeurt en we een been breken, dan zal niemand ons veroordelen als we de breuk laten zetten in het ziekenhuis. Toch spelen al deze fenomenen zich af als illusie in de denkgeest. We zijn geest en hebben geen geld, bescherming, hulp van anderen, voedsel, water of frisse lucht nodig. Allemaal bijgeloof.
Moeten we ons hierover schuldig voelen? Natuurlijk niet; we zijn allemaal onderweg om de illusie te doorzien. Maar dan menen we een pijnstiller of ander medicijn nodig te hebben en springen we massaal op het orgel van de (zelf-)beschuldiging. Dit zouden we wél met geestelijke kracht moeten kunnen overwinnen en anders zijn we zwak. Zie je het belachelijke onderscheid dat we maken?
Zolang we dromen menen we dat we afhankelijk zijn van anderen en van “middelen”. Ik zie deze afhankelijkheid niet als een vloek waar we vanaf moeten komen, maar als een vage afspiegeling van een onderliggende realiteit. De realiteit is dat we diep en diep relationele wezens zijn. Onze gevoelde afhankelijkheid in de droom van ons leven is een hunkering naar de eenheid met Alles en Iedereen die onze vergeten realiteit vormt. Onze speciale liefdesrelaties in tijd en ruimte zijn vingerwijzingen naar de ene echte ware relatie; de heilige relatie die we zijn. Al onze behoeftes en verlangens, ons streven naar veiligheid, sensaties en macht zijn zwakke en vervormde echo’s van een Stem die ons wijst op onze ware aard. Er is geen rangorde in illusies en geen rangorde in wonderen. Binnen de illusie kun je beter denken vers fruit nodig te hebben dan een vitaminepil; maar ten diepste heb je niks nodig en ben je niet schuldig als je dat nog niet ziet. Je bent niet zwak of schuldig als je denkt te moeten eten, noch als je denkt een medicijn nodig te hebben.
Moeten we genoegen nemen met ons geloof in kwetsbaarheid inclusief ons geloof in de noodzaak pillen te slikken? Nee, we mogen ontwaken door steeds milder en liefdevoller te zijn voor onszelf en anderen. Door liefde te laten stromen, zelfs in deze droom, komt de herinnering aan de liefde die we zijn weer naar boven. Door naastenliefde en zelfliefde. Niet door zelfbeschuldiging. Zelfs onze vermeende afhankelijkheid van anderen en van magische middelen kan ons wijzen op de heerlijk echte “afhankelijkheid”. De afhankelijkheid van de Vader, van de Bron, van Liefde. Het ego wil ons aanklagen met zijn schrille stem: “je moet het zelf kunnen, minkukel!” Liefde beschuldigt niet maar troost, steunt en ondersteunt; zelfs voorlopig, via magische middelen in de droom.
