Onze neiging tot geloof in autoriteiten.

In haar nieuwjaarschanneling adviseert Tina Spalding ons om niet meer naar beelden van oorlogen op tv te kijken. Daarmee voeden we onze eigen negatieve frequenties. Ze stelt dat de kwesties waar de mensen aan de andere kant van de wereld mee worstelen hun thema’s zijn die ze uitleven op elkaar door elkaar te bevechten. Het is echter niet ons probleem en we hoeven onze innerlijke vrede hierdoor niet te laten verstoren.

In eerste instantie vond ik, en met mij meerdere broeders en zusters, deze boodschap aantrekkelijk en geloofwaardig. Het aantrekkelijke bestaat eruit dat ik merk dat veelvuldig kijken naar de rottigheid op tv inderdaad invloed op mij heeft. Op zijn zachtst gezegd word ik er niet vrolijk en vredig van. Daarnaast bespeurde ik bij mezelf blijdschap dat het Jezus zelf was die, via Tina, ons deze duidelijke gedragsregel gaf: “De problemen van die mensen aan de andere kant van de wereld zijn niet de jouwe, kijk maar de andere kant op en focus je op je eigen innerlijke vrede”. Heerlijk, zo’n direct lijntje met Jezus en zo’n ondubbelzinnig advies.

In tweede instantie deed ik een stapje terug en viel me mijn gretigheid op waarmee ik deze boodschap tot mij nam. Het is heerlijk om me toe te vertrouwen aan een bijna Goddelijke autoriteit die precies dat advies aan me geeft waardoor ik me vredig ga voelen en me niet langer druk hoef te maken om de ellende van anderen die daar min of meer zelf om gevraagd hebben en die hun eigen pad te bewandelen hebben.

Ik ben niet uniek in deze neiging om me te wenden tot een spirituele goeroe met vermeende autoriteit. Van oudsher werd de paus gezien als de plaatsvervanger van Jezus op aarde en als hij zei dat het zondig was voorbehoedsmiddelen te gebruiken dan deden we dat niet. Mensen consulteren het medium Erin Michelle Galito om vragen direct voor te kunnen leggen aan Jezus. Voor mensen die niet veel hebben met God en Jezus zijn er goeroes die seculier spiritueel advies kunnen geven zoals Mooji. Ik blijk gevoelig voor het charisma van deze personen. De plotselinge overgang bij Tina die haar bril afzet, haar hoofd in haar nek gooit, aangeeft dat Jezus het overneemt en haar verhaal afsteekt. Erin wiebelt wat heen en weer en lijkt in een soort trance als ze spreekt. En dan die hypnotiserende stem van Mooji; het moet wel heel diep zijn wat hij zegt.

Ik herinnerde me dat in de Bijbel gezegd wordt dat Jezus ons op vele plaatsen waarschuwt voor mensen die beweren namens hem te spreken. Als voorbeeld Lucas 21:8:

“Pas op dat jullie je niet laten verleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het”, of: “De tijd is gekomen”. Volg hen niet”

Maar het grappige hiervan is dat ik vanuit mijn kerkelijke verleden weet dat deze teksten nu precies de reden zijn dat veel christenen niet aan ECIW en andere eigentijdse Jezus-boeken durven te beginnen. Jezus heeft tenslotte in de Bijbel gezegd dat dit fout is, dus doen we het niet.

Wat ik hierboven zei over het al dan niet aannemen van bepaalde personen als autoriteit geldt natuurlijk ook voor onze houding ten opzichte van heilige of gechannelde boeken. Het komt op hetzelfde neer: we neigen ernaar tamelijk klakkeloos geloof te hechten aan deze boeken of aan heiligen, mediums en goeroes.

Als gelovigen kunnen we wat kritiekloos worden en gevoelig voor kritiek van “buitenstaanders” of “ongelovigen”. Dat dit aan de orde is voor religieuze fundamentalisten behoeft geen betoog en dit wordt triest geïllustreerd door de geschiedenis en de huidige conflicten in de wereld. Denk hierbij overigens ook aan geloof in politieke leiders. Het geloof bepaalt onze handelingen en kan ons aanzetten tot verdediging tegen-, uitsluiting van- en zelfs aanvallen richting broeders en zusters. Kritische vragen over de uitspraken van autoriteiten worden niet gewaardeerd. In spirituele kringen kun je dan het verwijt krijgen dat je nog teveel in je hoofd zit en dat je je moet openstellen en overgeven. Waar die overgave toe kan leiden wordt triest duidelijk als je eens bladert in de Facebook groep genaamd: “Mooj exposed-hidden aspects behind the satsangs” (11,7 duizend leden!).

Het is niet mijn bedoeling genoemde en afgebeelde personen af te wijzen of te beschuldigen. Het is wel mijn bedoeling om niet alleen kritisch (hoofd) maar ook gevoelig (hart) te blijven voor wat ze zeggen. Voor alle heilige boeken en mediums geldt wat mij betreft het volgende:

Het zijn weergaven van hoe bepaalde broeders en zusters hun inspiratie beleven en uiten.

Dit kan als heiligschennis klinken voor velen. Is het dan niet Jezus zelf die Een Cursus in Wonderen, Een Cursus van Liefde, The Way of Mastery etc gedicteerd heeft? Is het dan niet Jezus zelf die sprak met Helen Schucman, Mari Perron en die spreekt via Tina en Erin?

Een Cursus van Liefde (ECvL) geeft ons inzicht in het fenomeen channeling. Wat ik hiervan meeneem is dat de expressie die we lezen in boeken of horen uit de mond van broeders en zusters altijd voorkomt uit de relatie die de schrijvers en sprekers hebben met het gedeeld zijn, met het Christusbewustzijn.  Daarom verschillen genoemde boeken ook van toon: één Bron, verschillende kanalen. De psychotherapeute Helen Schucman channelde ECIW en de rationele, gestructureerde en psychoanalytische taal weerspiegelt (ook) haar persoon. De warme klank van ECvL weerspiegelt ook de gevoeligheid van Mari Perron en de humor in The Way of Mastery toont ons de humor van Jayem.

Terug naar Tina en haar oproep om, wat de oorlogen betreft, de andere kant op te kijken. Dit is haar geïnspireerde advies dat waarheid bevat en behulpzaam kan zijn maar dat niet moet verworden tot richtlijn voor gedrag. Zoals ECvL uitlegt ontvangen we haar woorden (en alle woorden uit boeken en van sprekers) en wordt van ons een respons gevraagd vanuit onze heelheid-van-hart. Heelheid van hart is een heelheid van hoofd en hart, van ons hele onverdeelde wezen. Er is niks mis met een kritische houding ten opzichte van heilige boeken, mediums en goeroes zolang ik ook mijn hart open.

Dan kan ik nu alleen responderen vanuit mijn eigen heelheid-van-hart en jou geheel vrij laten om op eigen wijze te responderen. Mijn respons op beelden van oorlog en op de geïnspireerde visie van Tina is als volgt:

Ik deel haar visie dat het niet handig is om partij te willen kiezen maar ik meen dat het goed is om oplettend te zijn wat al die beelden met je doen. Ik deel haar visie dat er een overdosis van negativiteit op ons afkomt en dat een soort spirituele hygiëne nodig is. Voor mij voelt het niet goed om me geheel af te schermen. Voor mij voelt het beter om op te merken wat deze beelden met mij doen, wat ze me vertellen over mijn eigen neiging tot  geloof, fanatisme, aanval en verdediging. Zowel in het wereldtoneel als in mijn persoonlijke leven (macro- en micro-kosmos zoals Tina dit mooi omschrijft) zijn daar beelden, prikkels en bevindingen die niet om mijn angst- en ontwijkreactie vragen maar om een liefdevolle respons. Hoe die respons zal zijn, door mij heen, dat is aan mij en vormt geen gedragsregel voor jou.

Ik hoop dat je mijn blog net zo zal opvatten als allerlei boeken en uitspraken van autoriteiten: als iets waartoe jij je met hoofd en hart kan verhouden om vandaar uit jouw unieke pad te volgen.

Spirituele Hulp Bij Ongelukken

“Nederland gaat in zichzelf gekeerd het nieuwe jaar in”, kopte de Trouw vanmorgen. “Nederland trekt zich terug achter de dijken, het gaat over onze eigen bestaanszekerheid en de oorlogen in Oekraïne en Gaza zijn ver weg”. Met een kopje geurende koffie in mijn hand dacht ik hierover na in mijn mooie, veilige huis. Een paar dagen geleden zei ik tegen een vriend dat ik me er soms op betrapte dat ik me maar even focuste op mijn eigen kleine leventje en mijn relaties met dierbaren. De ellende op tv maakt dat ik me machteloos kan voelen en van de Stoïcijnen heb ik geleerd dat het voor je gemoedsrust beter is om je te richten op zaken waar je wél invloed op hebt.

Zojuist moest ik denken aan een belangrijke regel die er bij de EHBO-lessen ingestampt wordt: denk eerst aan je eigen veiligheid. Deze regel is vooral van belang als je een verkeersslachtoffer wilt helpen. Het slachtoffer heeft er weinig aan als de toesnellende hulpverlener zelf ook wordt aangereden. Dus zorg je er eerst voor dat je eigen veiligheid zeker is voordat je je buigt over die ander.

Ik zie een parallel met de spirituele zoektocht, of hoe je het ook maar wilt noemen, waar de lezers uit onze Facebook-groepen mee bezig zijn. Ook in deze groepen wijst men erop dat je niet van anderen kunt houden als je niet eerst leert om jezelf lief te hebben. In Een Cursus in Wonderen (ECIW) legt Jezus hiervoor een stevige basis door ons te wijzen op het feit dat we ons niet schuldig hoeven te voelen omdat de afscheiding van God nooit heeft plaatsgevonden. Voor mensen die niet bekend zijn met de Cursus is dit vergezochte abracadabra (“Ik voel me helemaal niet schuldig”), maar ik ga ervan uit dat jij deze kernachtige uitspraak herkent. Je mag weten dat je, wat je ook gedaan hebt, een geliefd kind van God bent, in eenheid verbonden met de Vader en met elkaar. Als je hiermee nog worstelt dan is zelfvergeving op zijn plaats. Dit betekent niet dat je eerst je vergissingen als echte zonden beschouwt om ze daarna te vergeven maar dat je je grootste vergissing, je geloof in afscheiding, ziet voor wat hij is: slechts een vergissing. In Een Cursus van Liefde (ECVL) helpt Jezus je verder om je “kleine zelf” (dat we soms ten onrechte zijn gaan haten) te omarmen. Dus in ECIW leren we dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden en in ECVL wordt, naast deze metafysische correctie van ons denken, de aandacht weer volop gericht op de noodzaak de bitterheid van ons hart te laten genezen door toegewijde waarneming, acceptatie en omarming.

In de werkelijkheid waarin wij menen te leven speelt tijd een belangrijke rol. We zeggen dan al snel dat we eerst zelfliefde moeten leren om daarna anderen lief te kunnen hebben. Dit kan logisch klinken maar beide cursussen leren ons nu juist om hier anders naar te kijken. Er is slechts “mind”, tijdloze “geest” waarin we ons van alles verbeelden. De wereld die we buiten onszelf menen te zien is slechts de spiegel waarin we onze eigen innerlijke intenties weerspiegeld zien. De Indiase wijsgeer Krishnamurti zei het kernachtig: “De wereld dat ben jij”. Het “eerst ik, dan jij”-denken is spiritueel gezien niet slechts een beetje onhandig maar het vormt een regelrechte blokkade voor spirituele heling, die van onszelf en dus ook die van de wereld.

Als wij de tijdsfactor introduceren in het proces van spirituele heling dan bestaat de kans dat ons geloof in afgescheidenheid ( ons “ego”) via de achterdeur naar binnensluipt. We zien de wereld dan als losstaand van onszelf en denken dat het goed is om te lachen om de beelden van oorlog die we zien. Als we ons echter realiseren dat we als het ware in de spiegel kijken dan lachen we minder hard als we zien dat er sprake is van aanval en geweld. We beseffen dan dat we regelrecht kijken naar de inhoud van onze eigen mind en beseffen dan direct dat er geen lachsalvo nodig is maar de uitroep: “waar zijn we in hemelsnaam mee bezig, dit moet stoppen, er is met grote spoed vergeving, heling en liefde nodig!”.

Het is wel opletten geblazen, want ook hierin moeten we niet doorslaan. ECIW kan heel heilzaam zijn voor de doeners onder ons die de wereld in stormen om daar te gaan helpen. Ook dan is er sprake van een oneigenlijk gebruik van de tijd waarbij je denkt dat je nu eerst die ander moet helpen en dan pas jezelf. Dit is nu juist het gevaar waar de eerste regel van EHBO je op wijst! Het verschil tussen EHBO en SHBO is nu juist het besef dat in werkelijkheid tijd niet bestaat en jij en ik onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Hierin zijn we als ECIW-studenten mogelijk wat doorgeschoten. We zijn van een “eerst de wereld dan ik” doorgeschoten naar een “eerst ik dan de wereld” houding. Soms slaan we helemaal door en zeggen we “eerst ik want er is geen wereld”. We stellen dat God niets weet van deze wereld en zien dit als een oproep om ons af te keren van de wereld of om er lacherig over te doen. God is echter geen entiteit buiten ons, een soort super cursist, die ons voorgaat in onverschilligheid. God, onze Vader, is liefde en de diepe, diepe waarheid dat geven en ontvangen in waarheid één zijn.

ECIW en ECVL zijn onze SHBO-handboeken. Ze leren ons de eenheid van Gods schepping, van de Mind. Ze leren ons om zowel het wonder van liefde te aanvaarden voor ons zelf als om dit wonder aan te bieden aan onze naasten, aan vriend en vijand. We mogen ons geloof in het belang van “de juiste volgorde” vergeven ofwel laten genezen. We worden opgeroepen om in de wereld die we menen te zien wonderwerkers te zijn. De wereld toont ons dat het keihard nodig is dat we massaal onze functie gaan vervullen. Zullen we hier veel tijd voor nodig hebben? ECIW spreekt voor zich. Ik wens je een tijdloos en wonderrijk heden.

Hfst 1: De betekenis van wonderen:

47. Het wonder is een leermiddel dat de noodzaak van tijd doet afnemen. Het brengt een tijdsinterval tot stand buiten het patroon van de tijd, niet onderhevig aan de gebruikelijke tijdswetten. In die zin is het tijdloos.

Spirituele bypass

Vanuit ons gevoel een afgescheiden en lijdend wezen te zijn, lijkt het ons heerlijk om een staat te kunnen bereiken waarin we alleen maar vreugde en extase ervaren. Een staat waarin we niet meer gehinderd worden door allerlei beslommeringen en ellende. Jeff Foster vertelt in bijgevoegd interview hoe hij het verzoek om te helpen met het wassen van de vaat ooit bezag als onnodig, duaal geneuzel. In eenheid is er geen vieze vaat om te wassen en al helemaal geen Jeff om daaraan mee te helpen. Er is toch immers alleen maar perfecte eenheid?

Dit voorbeeld kan lachwekkend overkomen maar deze neiging tot spirituele-bypassing, want dat is het, treedt ook op binnen de ECIW-community. Het neemt talloze vormen aan maar het komt er telkens op neer dat de ECIW-student een voorschot wil nemen op een ultieme eenheidservaring en alvast besluit om wat neerbuigend en afwijzend te kijken naar de zogenaamde droomwereld waarin hij leeft. Bij pijn en ziekte roept de student zo hard hij kan dat hij geen lichaam is. Bij tv-beelden van oorlog en geweld besluit hij deze af te doen als illusies om zo de innerlijke vrede te handhaven. Saillant verschijnsel is dat er gesproken wordt over “een God die niets af weet van deze wereld”, waarmee het dualisme via de achterdeur weer naar binnen sluipt. Ook Jezus, die immers zijn Goddelijke natuur herinnerde zou, vanbinnen lachend, zich vrolijk hebben laten geselen en in een soort life of Brian achtige scene ontspannen aan het kruis gehangen hebben. Zo van: “ik zal ze eens laten zien dat een verlicht meester geen centje pijn kan voelen!”. Deze houding waarin de werkelijkheid, waarin wij menen te leven en de ellende die we ervaren, ontkend worden, lijkt direct te volgen uit de metafysica van ECIW.

Jeff Foster geeft ruiterlijk toe dat hij dit beeld van de onaanraakbare, verlichte meester jarenlang heeft geprobeerd op te houden. Totdat deze jonge man geveld werd door een vreselijke ziekte en door een diep dal ging. Nu ziet hij hoe uitputtend het al die tijd geweest is om dat beeld van altijd sereen lachende, verlichte leraar overeind te moeten houden. In het interview geeft hij aan dat hij niets wil afdoen aan de onaanraakbaarheid van bewustzijn, van de oceaan. Dus ja, de metafysica van ECIW klopt: alles is “mind”, de hele oceaan bestaat uit water, inclusief de golf waarmee wij ons identificeren. En door deze identificatie voelen we ons afgescheiden en kwetsbaar en lijden we. Maar, en nu komt het, kunnen we dit aanvaarden of menen we dat we dit moeten ontkennen?

Helaas zijn er ECIW-studenten en zelfs leraren die zo snel mogelijk elke rimpeling in het oppervlakte van de oceaan willen ontkennen. In absolute eenheid kan er geen plaats zijn voor golven, zelfs niet voor een kleine rimpeling. Alles van vorm, iedere ogenschijnlijke differentiatie of individuatie moet volgens hen krachtig van de hand gewezen worden. Dit heeft veel  consequenties. Zo moesten de woorden van Helen Schucman geredigeerd worden en woorden van Jezus die te alledaags waren verwijderd. Gelukkig is er nu de complete editie en verschijnt er vermoedelijk in 2024 ook een iets completere editie in het Nederlands. Zo moest, vond men, afstand genomen worden van de Jezus die we kennen uit het Nieuwe Testament die veel te menselijk was in de beleving van sommigen. En zo moest ook Een Cursus van Liefde (ECVL), een schitterend vervolg op ECIW, afgedaan worden als duale knieval voor studenten voor wie die absolute eenheid iets te zware kost zou zijn.

In het interview met Jeff Foster vallen zaken prachtig en zonder poespas op hun plaats. Hij wijst ons op de onherroepelijkheid van de heftigheid van dit leven. Als golf maken we gewoonweg heftige dingen mee en worden we, net als Jezus, gekruisigd door het leven. Schitterend citeert Jeff de woorden van Jezus aan het kruis. Jezus is, met ons, helemaal “mens” die kan uitroepen: “Mijn God, mijn God; waarom hebt u mij verlaten?” Net als wij kan Jezus zich even identificeren met het golf-zijn. En direct daarop is daar het hervinden van zijn oceaan-zijn met de woorden: “In Uw handen beveel ik mijn geest”. Jezus is onze oudere broeder; de God-mens of mens-God. Hij is het symbool van wie wij allemaal zijn en zijn lijden aan het kruis is de uitdrukking van ons aller leven.

Jeff wijst erop wat lijden met ons kan doen, dat het ons van moment tot moment uitnodigt om in de heftigheid van het golf-zijn ons te herinneren aan het oceaan-zijn. Ons menselijke hart, onze ziel, bevindt zich precies op dat kruispunt van Goddelijkheid (de verticale lijn) en menselijkheid (de horizontale lijn). De uitnodiging is om ons niet te identificeren met de golf maar om deze ook niet te ontkennen. We zijn en-en, golf en oceaan, en we hoeven ons niet tot oceaan uit te roepen terwijl we nog heerlijk aan het golven zijn.

Ik moest tijdens het hele interview van Jeff denken aan Een Cursus van Liefde. Ik ken geen boek dat zo zuiver de heilige relatie beschrijft en invoelbaar maakt als ECVL. Net als Jeff geeft Jezus in ECVL uitgebreid aandacht aan ons gevoelsleven, aan al onze gevoelens. Jeff geeft aan dat we, net als Jezus aan het kruis, in elk moment opnieuw uitgenodigd worden ons te verhouden tot wat we ervaren. Jezus zegt in ECVL dat er steeds twee mogelijkheden zijn om te responderen: uit angst (en oordeel) of vanuit liefde. Vanuit ons golf-zijn mag elke menselijke ervaring er gewoon zijn om ons terug te brengen naar ons thuis. ECIW is een schitterende en briljante oproep om ons niet volledig te identificeren met de golf. ECVL is een schitterende uitnodiging om te beseffen dat de golf ook gemaakt is van water, net als de oceaan.

Bekijk als je wilt het interview met Jeff (je kunt het laten ondertitelen en deze ondertiteling ook laten vertalen binnen YouTube). En graag sluit ik af met een stukje tekst uit ECVL (Dialoog Onthuld).

O.33 Het binnengaan in, is het mysterie binnengaan, het onbekende in plaats van het bekende binnengaan, waarbij door het binnengaan het weten ontstaat.
O.34 Het betekent het opgeven van het idee van een weten dat je kunt verwerven en benutten. Je bent niet langer aan het leren met als doel ergens te komen of iets te worden dat je niet bent. Je bent een proces van openbaring van wat is ingegaan, waardoor je uiteindelijk genoeg krijgt van de wijze waarop je vroeger het leven benaderde. Je zult inzien dat de benadering van hard werken en goed zijn die leidt tot het verkrijgen van status en beloningen altijd onjuist was en dat het niet zozeer het verlangde resultaat maar de benadering was die onjuist was.O.35 Je zult zien dat wat volmaakt is, alleen volmaakt is in zijn onvolmaaktheid. Je zult beseffen hoe vaak je van streek bent, bezorgd, gefrustreerd, boos of bedroefd, door de aard van de  onvolmaaktheid van volmaaktheid. Met andere woorden, je zult beseffen dat jouw vooringenomenheid over hoe de dingen ‘moeten’ zijn de grootste beperking is geweest van jouw begrip van wat is, en je grootste bron van teleurstelling. Je zult ook beseffen hoe vaak je gewoon vrolijk bent, medelevend, vriendelijk en wijs, wanneer je aanwezig bent met dat wat is, in plaats van te verlangen dat dingen anders waren dan ze zijn. Je zult je jouw diepe affectie voor- en zelfs jouw verlangen naar de onvolmaaktheid van volmaaktheid realiseren en dat het juist de onvolmaaktheid van de anderen is waar je van houdt, juist die onvolmaaktheden die hen volmaakt maken! En je zult ontdekken dat voor jou hetzelfde geldt.O.36 Wanneer je liefde bent, zul je niet langer de behoefte voelen om voortdurend lief te doen. Liefde heeft geen behoefte om iets te ‘doen.’ Doen en zijn zullen één worden. Dus al jouw handelingen zullen liefde zijn die zichzelf is en deze handelingen zullen passend zijn voor de situatie. Je zult vrij zijn om met strengheid te responderen wanneer strengheid nodig is, vrij om geestig of ernstig te zijn, om met je verstand in de ene situatie en met je hart in de andere te responderen, en vertrouwen te hebben in je responses omdat ze voortvloeien uit liefde die is.
O.37 Je zult het eenvoudige vertrouwen winnen in het zijn van jezelf.

Klik op deze link voor het interview met Jeff Foster:
https://youtu.be/3RdwqGNRV_U?si=-EMgsSkkOEIl6rc_

ECIW in 60 minuten.



The Circle of Atonement biedt ons een prachtige video: “The teachings of A Course of Miracles in 60 minuten” (Het onderricht van ECIW in 60 minuten).

De video is in het Engels maar als dit een probleem is kun je het transcript downloaden en via Google Translate, of een andere vertaaltool, vertalen.

Ik zie de video als een uitgebreide introductie voor nieuwkomers of als een prettig overzicht voor mensen die al bekend zijn met ECIW. Natuurlijk is het niet de bedoeling om de uitleg klakkeloos aan te nemen want dan wordt het gewoon (weer) een nieuw geloof. In de video wijst men daarom op het belang van de werkboeklessen die het mogelijk maken om zelf te gaan ervaren waar de uitleg op doelt. Ik was enigszins verbaasd dat men niet direct begon met het uitleggen hoe we “het wonder” van een ECIW moeten opvatten maar gelukkig wordt dit later in de video toch goed gedaan.

Van harte aanbevolen!
Simon Schoonderwoerd


https://youtu.be/odZpToxOo8A?si=eOxOlPDKMngLmJNs

Doe een roep om liefde niet te snel af als eigen projectie!

In groepsgesprekken met ECIW-studenten komt er regelmatig dat moment dat een student verslag doet van een ontmoeting met een geëmotioneerde persoon en dan van een groepsgenoot te horen krijgt dat hij slechts zijn eigen angst/boosheid/verdriet etc geprojecteerd heeft op degene die hij ontmoette. Er volgen dan uitspraken als “alles is één”, “je hebt slechts je eigen denkgeest te genezen” of “er zijn geen anderen”. Degene die zijn ontmoeting ter sprake bracht lijkt met deze argumentatie uitgepraat. Want tja, het klopt natuurlijk wel dat als alles één is je in feite alleen uitspraken kunt doen over jezelf. Dus dan moet het zich wel allemaal in je eigen denkgeest afspelen en heeft je waarneming niets met die ander te maken. Kennelijk heb je zelf nog vergevingswerk te doen. Wat valt er nog in te brengen tegen deze waterdichte metafysica? Zeggen de eerste werkboeklessen het niet super duidelijk? “Ik heb alles wat ik in deze kamer zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft”(WB 2). Of “Mijn gedachten betekenen niets”(WB 10).

Ik zal de laatste zijn die de grote betekenis van het fenomeen “projectie” zal ontkennen. Want ja, we projecteren er vrolijk op los. In het dagelijks leven doen we er goed aan het acroniem NIVEA in gedachten te houden: Niet Invullen Voor Een Ander. Maar sommige ECIW-studenten gaan nog een stapje verder en stellen dat dit advies niet eens ver genoeg gaat omdat er in absolute eenheid helemaal geen ander is! Alles is toch één? Er is alleen die ene denkgeest waarin onze eigen projecties verschijnen? We hoeven toch alleen deze projecties te vergeven om innerlijke vrede te ervaren? De logica lijkt waterdicht. Als je de discussie lang genoeg doorvoert, als je de ontmoeting helemaal tot op de bodem analyseert, dan beland je tenslotte in de absolute eenheid.

Toch is dit te plat en te simplistisch. Zo maakt ECIW melding van schepping. Laat daar je denken eens op los: schepping in absolute eenheid? Je kunt je toevlucht nemen tot een spel met woorden en besluiten te spreken over “uitbreiding”. Maar daarvoor geldt hetzelfde: uitbreiding in absolute eenheid? Een ander sleutelbegrip uit ECIW is de heilige relatie. Maar “heilig”, heelheid, suggereert eenheid maar hoe kan er in absolute eenheid sprake zijn van relatie?

Terug naar de ontmoeting waarbij we een ander in nood  op ons pad tegenkomen. Hoe kunnen we ons verhouden tot die “ander”? Het besef van eenheid dient ons te helpen om te beseffen dat, ondanks het gebruik van het woord “ander”, deze persoon ten diepste niet van ons afgescheiden is. Op het moment dat wij geloven dat we wel naar een afgescheiden naaste kijken en een oordeel naar boven zien komen in onze denkgeest dan mogen we alle genoemde werkboeklessen toepassen en ons tot de Heilige Geest wenden om onze waarneming te laten corrigeren. Vanuit deze liefdevolle houding lossen onze projecties op. Maar wat gebeurt er dan? Lost hiermee ook die andere persoon op? Was het hele voorval slechts een oprisping in “onze eigen” denkgeest?

Met de blik van Christus zien we iets anders. Er zijn slechts twee mogelijkheden: we zien een uiting van liefde of, zoals in genoemde ontmoeting, een roep om liefde. Een roep om liefde die geuit wordt door een broeder of zuster. We zijn helaas soms zo ik-gericht met ECIW bezig dat we slechts oog hebben voor het accepteren van het wonder voor onszelf waarbij we streven naar innerlijke vrede voor onszelf. “Anderen” lijken dan stoorzenders, de hele wereld kan dan een stoorzender lijken. Onze opdracht is echter niet om anderen te zien als onze projecties maar om onze innige verbondenheid met hen te beseffen, de roep om liefde te horen (welke vorm deze ook aanneemt) en te antwoorden met liefde.

Jezus maakt onze functie direct duidelijk in het begin van het Handboek voor Leraren. Zie Hoofdstuk I: Wie zijn God leraren?

Een leraar van God is ieder die ervoor kiest er een te zijn. Zijn geschiktheid bestaat louter hierin: ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders. Als hij dat eenmaal heeft gedaan, is zijn weg gebaand en zijn richting zeker. Een licht is de duisternis binnengegaan. Het kan één enkel licht zijn, maar dat volstaat. Hij heeft een overeenkomst met God gesloten, zelfs als hij nog niet in Hem gelooft. Hij is een brenger van verlossing geworden. Hij is een leraar van God geworden.

Zie je dat Jezus ons in ECIW erop uit stuurt om ons te richten op onze broeders en zusters? Dit zou compleet zinloos zijn als het zo zou zijn dat bij iedere ontmoeting waarbij we merken dat iemand bang, boos, verdrietig etc is wij slechts zouden concluderen dat er nog iets mis is met onszelf. Dat zou van onze broeders en zusters een soort figuranten maken in een droom die uitsluitend bedoeld is om zelf tot innerlijke vrede te komen. (In de filosofie staat deze dwaalleer bekend als solipsisme. Zoek het maar eens op voor de aardigheid.)

Ik wil het belang van projectie in onze ontmoetingen met anderen niet ontkennen. We moeten opmerkzaam zijn wat het met ons doet als we een ander een etiket opplakken en hem of haar “bang, boos, verdrietig” of hoe dan ook noemen. Maar we moeten hierbij niet de ander uit het oog verliezen. Er kan een roep om liefde klinken. Onze roeping is het om wonderwerkers te zijn en om ons licht te laten schijnen voor anderen. Jezus gebruikt hiervoor geen kleine woorden: we mogen “brengers van verlossing” worden.

Inzichten uit ECIW steeds meer bevestigd door filosofie en wetenschap

“We zien de buitenwereld.” Dit vinden we zo vanzelfsprekend dat we het als uitgangspunt nemen. We gaan uit van de scheiding tussen het subject, de waarnemer, en het object, dat wat waargenomen wordt. Filosofen als Bernardo Kastrup roepen ons tot de orde. Wat weten we nu zeker? Het enige dat we echt zeker weten, is dat we gewaarwordingen hebben, percepties. Anders gezegd: we weten zeker dat “we zien”. Maar weten we dat tweede deel van de uitspraak ook zeker? Weten we zeker dat er een buitenwereld is? Kastrup en andere filosofen wijzen ons er op dat het idee van een van ons losstaande, objectieve buitenwereld (het materiële universum) een aanname is, een geloof, zoals u wilt.

Alle informatie komt tot ons via gewaarwordingen, via perceptie van het een of ander. Misschien komt nu de vraag bij je op hoe het dan zit met meetinstrumenten als een microscoop, telescoop of microfoon. Maar wat weten we zeker van deze instrumenten? Slechts dat ze onze preciezere gewaarwordingen of percepties geven; meer niet. Anders gezegd komen vooraanstaande filosofen tot de conclusie dat we niet zomaar kunnen aannemen dat er een stoffelijk universum bestaat waarin wij leven. We weten slechts dat er in ons bewustzijn beelden verschijnen, gewaarwordingen optreden, van iets dat wij duiden als het universum.

Via een wetenschappelijke invalshoek komt Professor Donald Hoffman ertoe om te zeggen dat tijd en ruimte niet fundamenteel zijn. Na Newton dachten we te weten hoe het universum in elkaar stak. Einstein zette dit beeld op zijn kop en nu vallen zelfs tijd en ruimte door de mand. Hoffman zegt het zo: “Time and space are doomed.” Ze vormen slechts een perspectief op een werkelijkheid die zich onttrekt aan ruimte en tijd. Hoffman eindigt, net als Kastrup, bij zoiets als “ervaring” als basis-ingrediënt van de werkelijkheid.

Dus filosofen en wetenschappers komen tot een opvallende conclusie: onze werkelijkheid is “mentaal”, bewustzijn. Een lastig aspect bij dit taalgebruik is dat wij “bewustzijn” en “zelfbewustzijn” als synoniem zien, maar dat is niet correct. Het gaat de scope van deze blog te boven om dit hier verder toe te lichten, en geïnteresseerden verwijs ik naar genoemde namen. Waar het mij hier om gaat is de overeenkomst met ECIW en onze houding als studenten van de Cursus ten opzichte van de fysieke wereld. De metafysica van ECIW is volgens mij geheel in lijn met de hierboven aangehaalde inzichten. De werkelijkheid is “mind”, zo stelt ECIW, in het Nederlands wat ongelukkig vertaald met “denkgeest”. Ons alledaagse denken betreft nu juist die 3D-wereld met zijn causaliteit en ruimte- en tijdgebonden concepten. Anders gezegd: ons alledaagse denken biedt niet meer dan een bescheiden perspectief op de werkelijkheid. Spreek ik hiermee het belang van de, conceptuele, uitspraken van Kastrup en Hoffman niet tegen? Niet helemaal. Denken is prima in staat om tegen zijn eigen grenzen aan te lopen. Contempleer maar eens op kwesties als: “wat was er voor de oerknal?” of “wat is er aan de buitenrand van het heelal”. Dit soort bespiegelingen stemt bescheiden.

Het denken kan ook via de wiskunde doordringen in domeinen die ons voorstellingsvermogen overstijgen. Men komt hiermee niet slechts tot de ons bekende 3 of 4 dimensies maar, als ik het goed heb, zelfs tot 10 dimensies. In mijn woorden vertaald: we kunnen dingen berekenen waar we ons niet echt meer iets bij voor kunnen stellen.

In mijn beleving is de kernboodschap van ECIW dat we ons niet moeten identificeren met de wereld die we met onze zintuigen menen te zien. De Cursus stelt dat er geen van ons losstaande fysieke wereld bestaat waarin wij als afgescheiden individuen rondwandelen. We kijken slechts naar projecties in de “mind”, projecties die wij aanduiden als “de fysieke wereld”.

Waartoe dit hele betoog? Ik denk dat het goed is als wij als ECIW-studenten aansluiting houden met de filosofie en de wetenschap. Niet als doel op zich, maar om vooral niet wereldvreemd te worden. Dat gebeurt namelijk wel als overijverige studenten wat doorschieten. Dat doorschieten neemt de vorm aan van een ontkenning van de fysieke wereld. Hiermee moeten we oppassen. Want ja, er is geen van ons losstaande fysieke werkelijkheid. En nee, wij zijn geen losstaande individuen die in deze wereld rondlopen. Maar wij hebben als mentale “mind” wezens klaarblijkelijk wel de mogelijkheid om de gewaarwording van vormen, van de  fysieke 3D-wereld, te hebben. ECIW zegt dit zonneklaar (Tekst hoofdstuk 2: IV,3):

Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. ‘De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

In mijn beleving wijst de metafysica van ECIW vooral op de volgende zaken:

– De werkelijkheid is “mind”

– Wij zijn geen afgescheiden individuen in een externe wereld (wij zijn zelf “mind”)

– Het 3D-universum is niet de ultieme werkelijkheid.

– We mogen onze identificatie met ons lichaam dus loslaten. Onze ware identiteit overstijgt, anders gezegd, het 3D-perspectief.

ECIW is dus prachtig in overeenstemming met genoemde filosofische en wetenschappelijke inzichten. Hetzelfde geldt voor Een Cursus van Liefde (ECVL), een boek dat door sommige ECIW-leraren niet goed wordt begrepen omdat ze juist deze metafysica volgens mij niet in genoemd perspectief kunnen plaatsen. Ik hoop en voorspel dat levensbeschouwing (ECIW/ECVL), filosofie en wetenschap elkaar steeds meer zullen ontmoeten en bevruchten. We mogen onze blik verruimen en genieten van deze duizelingwekkende inzichten die wijzen op de mentale aard van de werkelijkheid, op de centrale plaats van bewustzijn.

De Bijbel, ECIW en andere Jezus-boeken.

Sommige ECIW studenten hebben niks (meer) met de Bijbel. Ook ECIW-leraren verschillen in hun mening over dit boek. Ken Wapnick benoemt vooral de verschillen tussen Bijbel en Cursus en Robert Perry wijst op de overeenkomsten. Robert ziet dat de Bijbel de getuigenissen bevat van min of meer geïnspireerde mensen die leefden in een bepaalde tijd en bepaalde cultuur. Mijn houding tegenover de Bijbel komt overeen met die van Robert en het boek blijft mij fascineren. Ik vind het interessant om te onderzoeken wat de kerken gemaakt hebben van de boodschap van de Bijbel. Hiertoe bladerde ik onlangs in “De formulieren der Enigheid”. Dit zijn drie reformatorische geschriften die door de Synode van Dordrecht in 1618-1619 werden aanvaard als de belijdenis van de toenmalige Gereformeerde Kerk. Deze drie belijdenisgeschriften zijn: De Heidelbergse Catechismus (1563), De Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561), De Dordtse Leerregels (1618-1619).

Voor de hedendaagse kerk hebben de Formulieren der Enigheid verschillende functies. Ze fungeren voor orthodox gereformeerde kerken en organisaties als formulering voor datgene wat men als de fundamentele en onopgeefbare kern van het geloof beschouwt. Ze worden ook erkend door kerken zoals de Nederlandse Hervormde Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Laatst dook ik eens in dit document toen ik me afvroeg hoe men nu toch gekomen is tot dat nare beeld van een wraaklustige God die als een strenge rechter zondige mensen wil straffen en genoegdoening (betaling) eist. Al in het begin van de Catechismus wordt middels vragen en antwoorden dit beeld opgebouwd waarbij telkens gerefereerd wordt aan Bijbelteksten. Nieuwsgierig geworden heb ik deze teksten opgezocht en tot mijn verbazing pasten die niet of heel slecht bij het narratief van de rechter-God dat men probeerde op te bouwen. Ik kreeg sterk de indruk dat men met plak en knipwerk doelbewust een eigen verhaal wilde vertellen. Een merkwaardige ervaring.

Het blijft dus zaak om, net als bij het boek ECIW, kritisch te blijven op auteurs die over deze boeken schrijven en er een eigen verhaal van breien. Zeker bij de Bijbel moeten we voorzichtig zijn met onze interpretaties. Ik noemde al tijd- en cultuurgebonden aspecten maar daarbij komt nog de vertroebeling die optreedt bij vertaalslagen die gemaakt worden van Aramees en Hebreeuws via het Grieks naar het Latijn en naar het Nederlands. Dat maakt voor mij de uitleg van een goed opgeleide dominee zoals Ds Ed Meenderink extra interessant. Vandaag bekeek ik de vierdelige lezingencyclus die hij heeft gegeven met als titel: “Het mysterie van het lijden”. Het leuke van Meenderink is dat hij vanuit een niet-christelijke achtergrond, maar wel goed geschoold, de Bijbel onbevangen tegemoet durft te treden. Hij voegt zich dus niet naar zo’n document als “De formulieren der Enigheid” maar gaat zelf terug tot de Bijbel.

Ik zal je niet vragen de hele serie te bekijken, hoewel deze zeker de moeite waard is, maar wijs vooral op deel 3. Ds Meenderink spreekt hierin onder andere over enkele interessante kwesties. De eerste betreft de aard van het paradijs. Hij legt aan de hand van Bijbelteksten uit dat dit niet een fijn vakantieoord is dat hier op aarde zou bestaan maar dat het een hogere dimensie betreft. Vervolgens geeft hij aan dat de wereld zoals wij die kennen helemaal niet paradijselijk is en dat deze niet geschapen is door God maar door een Zoon van God, de overste van de wereld of, in gnostieke taal, de Demiurg. Tenslotte wijst hij erop dat de oerzonde niet veroorzaakt is door een van ons gescheiden verre voorouder genaamd Adam, maar dat Adam, in mijn woorden, zinnebeeldig is voor onze eigen keuze tot afscheiding.

Voor ons als ECIW-studenten is dit bekende kost. Het paradijs is de Denkgeest waarin wij als eeuwige Kinderen van de Vader verblijven. Niet de Vader schept de ons bekende heftige wereld maar de Zoon maakt deze wereld als hij zich even afwendt van de liefde van de Vader. Vanuit de eeuwige, tijdloze Denkgeest kiest de Adam in ons ervoor om besef van het Koninkrijk der Hemelen kwijt te raken. Ik zou nog meer voorbeelden kunnen noemen maar je begrijpt mijn punt.

Ik vind het gaaf om te zien hoe een onbevangen lezing van de Bijbel de lezer leidt naar de boodschap van ECIW en die van andere eigentijdse Jezus-boeken. Als ik mannen als Meenderink (en Richard Rohr en Johan Demeijer) hoor spreken over de Bijbel en over gnosis dan komt telkens dezelfde gedachten naar boven: “ach, kenden ze maar de schoonheid van ECIW!”

Voor mij is het helder dat boeken als ECIW en ECVL een behoorlijk pure vorm bieden van de visie van Jezus. Helaas zijn er verschillende edities van ECIW in omloop. Gelukkig was er maar één vertaalslag nodig, van het Engels naar het Nederlands, maar zelfs hierin treden vervormingen op. Pas las ik bijvoorbeeld op Facebook dat iemand moeite had met de keuze die gemaakt is om het Engelse “mind” te vertalen naar “denkgeest”.

Ondanks mogelijke onzuiverheden in de ontvangen teksten ben ik blij met de Bijbel en alle versies van de latere Jezus-boeken. Het licht van de boodschap is zo sterk dat een laagje stof het niet tegenhoudt en dat het het geopende hart van iedere onbevooroordeelde lezer zal  raken en beroeren. De Heilige Geest kan alles in Zijn (en dus ons) voordeel gebruiken en doet dat Goddank ook.
https://youtu.be/q7TNkk5fxjM?si=uaovV3E-KswPgsp7

Weet God van deze wereld?

Deze vraag leidt binnen de ECIW-gemeenschap soms tot stevige discussies. Studenten die veel belang hechten aan absolute eenheid stellen dat God niets van de wereld kan weten omdat hij anders de illusie echt zou maken. Studenten met een Christelijke achtergrond hebben niet zelden moeite met zo’n strenge metafysica. Ze kunnen de logica niet met woorden ontkrachten maar ze “voelen” dat het ergens wringt. Ze ervaren liefde en kunnen zich niet voorstellen dat deze liefde onverschillig zou staan tegenover het leed dat ze ervaren.

Wat men snel over het hoofd ziet is dat de vraag “Weet God van deze wereld?” meer een stelling is dan een vraag. Als we vanuit afscheiding nadenken over God dan introduceren we ongemerkt een duaal Godsbeeld: God hier en de wereld daar. Als de aanhangers van de eenheidsvisie de vraag met “nee” beantwoorden, dan beantwoorden ze een oneigenlijke vraag en vergroten ze daarmee de verwarring. Want door “nee” te zeggen, bevestig je onbewust het beeld van een (onwetende) God hier en de wereld daar. Kortom, ons duale denken is nauwelijks bij machte om iets zinnigs te zeggen over een niet zo’n zinnige, suggestieve vraag.

Als we vorderen met ECIW en Een Cursus van Liefde (ECVL) dan kan ons denken steeds meer tot rust komen en kan er iets van de wijsheid doorheen gaan schijnen die we niet zelf bedacht hebben. We gaan steeds meer ervaren dat de cursussen behulpzaam zijn om als het ware wat gevoel te ontwikkelen omtrent deze kwestie. Want als we zo stil worden en de gedachtestroom kalmeert dan worden we “iets” gewaar dat ons draagt. Dat iets kunnen we een naam geven: ons hogere Zelf of het Christusbewustzijn. Hierbij ligt dan direct het gevaar op de loer dat we vanuit ons kleine duale zelf in duale termen over dit Zelf of over het Christusbewustzijn gaan denken. Als ik zeg dat we vanuit hieruit gedragen worden dan is er eigenlijk geen “we” en een drager van dit “we” maar wel een groeiend besef dat ons ikje, inclusief ons lichaam, slechts een deelaspect vormt van een groter geheel. We voelen dat we meer zijn dan een afgescheiden zelfje.

Als dit besef sterker wordt dan kunnen we steeds meer gaan glimlachen om de vraag of God bestaat. Het besef van gedragen te worden of onderdeel te zijn van dat hogere brengt met zich mee dat de Godservaring groeit en de vraag of God bestaat wordt daarmee een onzinnige vraag. Hoe zou ik dat waarvan ik ervaar dat ik er onderdeel van ben kunnen ontkennen?

Dat brengt me terug naar de beginvraag. Want met de beginnende ervaring van leven vanuit Christusbewustzijn ontstaat een besef van iets raars. Bij het nadere van de Bron groeit het besef dat de dualiteit (waaronder het zelf, het lichaam en de wereld) als het ware voortvloeien uit “iets” dat zelf niet duaal is. Deze Bron geven we, bij gebrek aan beter, de naam “God”. Dus nu groeit het besef dat deze Bron (God) zelf niet duaal is (“niets weet van de wereld”) maar dat dit niet wil zeggen dat de wereld los zou kunnen bestaan van deze Bron. Begin je het ook een beetje te voelen?

Dit besef dat zich dus niet in woorden laat vangen klinkt ook door in de ECIW-wijsheid waarin wordt gesteld dat liefde geen tegendeel kent. De liefde die “alles” voortbrengt en “alles” draagt is onlosmakelijk verbonden met dit “alles” maar is er toch geen onderdeel van.

ECIW-studenten waarbij dit besef groeit raken niet meer verstrikt in de valkuil om te geloven in een God die niks weet van de wereld en de hieraan gekoppelde neiging om dan zelf ook maar de wereld (inclusief het lichaam) te gaan ontkennen. Ze gaan “voelen” dat dit een conceptuele en duale manier van denken is die onnodig is. Voor hen gaat ook het begrip Heilige Relatie leven waarbij je voorbij kijkt aan (duale) karaktertrekjes van “de ander”, zonder deze te ontkennen, naar het ware gelaat van de ander, het gelaat van Christus. Het kruissymbool vormt een krachtige reminder. De horizontale balk van onze causale 3D-wereld van ruimte en tijd wordt voortgebracht en doorkruist door de verticale lijn, door het Goddelijke. Hoe groot is het snijpunt van beide lijnen? Het is oneindig klein maar toch, letterlijk, cruciaal.

Ik wil afsluiten met een citaat uit ECVL dat mij inspireert. Er zijn, helaas, ECIW-prominenten die in ECVL duale aspecten menen te zien. Ik wil ECIW-studenten die, net als ik, volop genieten van ECIW beslist niet overhalen om ECVL te gaan lezen als zij zich niet hiertoe geroepen voelen. Maar ik zou het jammer vinden als ECIW-studenten die wel aan ECVL willen beginnen zich hierin geremd voelen door ECIW-“leraren” die zelf nog worstelen met de vraag waar deze blog over gaat. A Course of Love is Een Cursus (afkomstig) van Liefde en niet Een Cursus in Liefde want wat liefde is kan inderdaad niet onderwezen worden. Desalniettemin is het deze liefde die ons, Goddank, draagt.

Dag 23.4 De wolken van illusie, zelfs die welke onze tijd samen op de bergtop zacht hebben omhuld, moeten nu overgegeven worden, net zoals een vrouw haar lichaam overgeeft aan de groei van een kind dat zij in zich draagt. Dit is een gewilde, maar geen actieve overgave. Het is een overgave aan de krachten die in jou bewegen. Het is een ‘kennende’ overgave aan het ongekende. Het is een bereidwilligheid het ongekende naar het gekende te dragen en het gekende naar het ongekende.

23.5 Je overgeven aan krachten die in je bewegen is je overgeven aan je eigen wil. Het vereist de volledige erkenning dat je in jezelf een wil draagt tot kennen en tot gekend maken. Deze wil is een goddelijke wil, jouw wil, Christus-bewustzijn. Hij is levend in jou. Het enige wat nodig is, is dat je hem draagt met gewaarzijn, respect en bereidwilligheid. Vanuit deze wil zal het nieuwe geboren worden.

Spiritueel versus rationeel,

Ik zag een fragment van het programma “Wie denk je wel dat je bent” waarin de reacties van twee groepen mensen met elkaar werden vergeleken: spirituele mensen versus rationele mensen. Nu doet elke vorm van etiketteren mensen tekort maar het onderwerp sprak wel tot mijn verbeelding. En wat zou je als definitie van spiritueel en rationeel moeten gebruiken? Rationele mensen worden wel “nuchter” genoemd en “niet goedgelovig”. Met “spiritueel” bedoelt men nogal eens mensen die “geloven dat er meer is dan wat we kunnen zien”. Langs deze lijn denkend neigen rationele mensen naar een materialistische visie en spirituele mensen naar een visie waarbij men aanneemt dat er meer is dan onze vijf zintuigen kunnen waarnemen. Ik speel even verder met wat vooroordelen, dus neem mij nu niet te serieus. Zouden zogenaamd rationeel mensen iets meer geloof hechten aan de afscheiding en daarmee wat minder gevoel hebben voor wat ons begrensde lichaam overstijgt? En zouden spirituele mensen iets te goedgelovig zijn en van-horen-zeggen aannemen dat er meer is dan het zintuiglijk waarneembare zonder daar zelf gewaar van te zijn?

Ik vind het jammer dat soms, zoals in genoemd programma, een beetje de suggestie wordt gewekt dat spirituele mensen niet zo rationeel zijn en omgekeerd. Net of deze kwalificaties elkaar uit zouden sluiten. Ik loop daar zelf ook wel eens tegen aan in mijn contact met “spirituele” broeders en zusters. Persoonlijk zie ik helemaal geen tegenstelling tussen rationaliteit en spiritualiteit. Wat ik vooral belangrijk vind is dat we, hoe we onszelf ook zien, starheid in ons denken en in ons geloof moeten zien te vermijden. Jaren geleden had ik een gesprek met de toenmalige voorzitter van de bond tegen kwakzalverij. Hij stelde dat homeopathie niet kan werken omdat hij geen wetenschappelijke verklaring kon bedenken voor het mechanisme. Dat vind ik getuigen van rigiditeit. Als homeopathie werkt dan moet je dit kunnen meten, simpelweg omdat je effecten kunt meten. Als je echt rationeel bent dan moet je ook toegeven dat je van sommige zaken het werkingsmechanisme (nog) niet kent. Omgekeerd sprak ik met aanhangers van homeopathie die stelden dat de vraag of homeopathie werkt niet wetenschappelijk te bewijzen zou zijn. Ook met hen ben ik het oneens: als iets werkt dan kun je het meten en dus bewijzen, ook al is het lastig en moet je wellicht bestaande onderzoeksprotocollen aanpassen.

Ik besef dat zaken die het materiële en lichamelijke overstijgen niet meetbaar zijn omdat we meer het domein van het gevoelsleven en de intuïtie betreden. Denk aan die klassieke vraag: bestaat God? Als een rigide rationalist deze vraag zondermeer met een overtuigd “nee” beantwoordt dan blokkeert hij in mijn beleving de mogelijkheid om iets van dat hogere te kunnen gaan aanvoelen. Hij denkt in termen van “eerst zien en dan geloven”, maar het is de vraag of het niet eerder omgekeerd is. Er is, zoals ECIW zegt, enige bereidwilligheid nodig (openheid? geloof?) om ervaringen te kunnen krijgen die wijzen op “dat grotere”, dat wat ons kleine zelf overstijgt.

Het vermijden van rigiditeit en het kunnen opbrengen van een open mind voor zaken die je (nog) niet kunt verklaren zijn dus belangrijk. Wat nog meer? Volgens mij is ook het zoeken naar verbinding een zeer effectieve wijze om meer gevoel te krijgen voor dat hogere. Als iemand zich op basis van zijn of haar wetenschappelijke visie niet wil richten op verbinding met hogere machten dan kan deze persoon zich altijd nog richten op de verbinding met de medemens. Die verbinding kan alleen plaatsvinden door je vooroordelen opzij te zetten en vanuit stilte je gehele aandacht te geven aan je gesprekspartner. Het mooie hiervan is dat dan als vanzelf liefde om de hoek komt kijken. Het aardige van liefde is dat ze de neiging heeft om zichzelf uit te breiden.

In genoemd programma gingen de spirituelen en de rationelen op bezoek bij een actrice die zogenaamd nog drie minuten te leven had. Hoe stelden ze zich op? In welke mate voelde de actrice zich gesteund door de bezoekers aan haar bed? De rationelen wilden vooral geen valse hoop bieden. “Hoeveel kans heb ik dat er iets is na de dood?”, vroeg de actrice. “Volgens mij is er niks”, was ongeveer het antwoord van de rationelen. De spirituelen kwamen met verhalen over incarnatie en over een soort hemels licht waarin het goed toeven zou zijn. Dat gaf de actrice iets meer steun. Maar wat haar het meest steunde was een welgemeende omarming en gemeend medeleven. Liefdevol en menselijk contact. Hier hadden de mensen die zich rationeel noemden wel wat te leren van de spirituelen. Dit wekt bij mij het vermoeden dat, althans in deze geselecteerde groepen, de spirituelen daadwerkelijk meer aandacht schonken aan liefde en verbinding, nog los van de vraag of hun verhalen over leven na de dood gebaseerd waren op (bij-)geloof of dat ze hier intuïtief al een soort voorproefje van hadden gekregen.

Graag laat ik de etiketjes nu voor wat ze zijn. Ik merk dat mijn verstand me niet in de weg zit zolang ik mijn geloof erin weet te relativeren en open-minded blijf. Een Cursus van Liefde raadt aan het verstand onder curatele van het hart te plaatsen. Dit blijkt weldadig en biedt een weg naar een intuïtief weten en een vrede die het verstand overstijgen. Maar dit kan ik niet bewijzen. 😉

Het ego loslaten?

Laatst hoorde ik het weer iemand zeggen: “ik moet mijn ego loslaten”. Natuurlijk kan ik niet doorvoelen hoe de spreker hiermee omgaat. Wat ik wel weet is dat dergelijke uitspraken bij mijzelf een soort kramptoestand veroorzaken. Ik herinner mij deze kramp uit de periode toen ik, geïnspireerd door new-advaita leraren, probeerde te stoppen om verlicht te raken. Zij zeiden het glashelder: “er is geen zelf dat verlicht kan raken, juist de illusie dat dit zo is houdt het krampachtige streven in stand”. Hetzelfde geldt voor dat ikje dat druk doende is zijn ego los te laten. Onze blinde vlek is dat we niet in de gaten hebben dat dit ikje en het ego één pot nat zijn. Toch voelen we ergens van binnen ook dat het inderdaad dit ego (of het ikje) is dat, druk doende, zichzelf in de weg zit. Het is dus terecht dat “we” dit willen maar onze wilskracht maakt de spanning en worsteling alleen maar groter. Is deze patstelling te doorbreken?

Zowel ECIW als Een Cursus van Liefde (ECVL)  helpen ons op weg. Zo stelt ECVL in Dag 23:

23.5 Je overgeven aan krachten die in je bewegen is je overgeven aan je eigen wil. Het vereist de volledige erkenning dat je in jezelf een wil draagt tot kennen en tot gekend maken. Deze wil is een goddelijke wil, jouw wil, Christus-bewustzijn. Hij is levend in jou. Het enige wat nodig is, is dat je hem draagt met gewaarzijn, respect en bereidwilligheid. Vanuit deze wil zal het nieuwe geboren worden.

Aha; er is een grotere “wil” in mij waarvan ik mij nog niet helemaal bewust ben. Dit is de goddelijke Wil die dikwijls met een hoofdletter W wordt geschreven. Meer in ECIW-termen gesproken is dit je echte wil, de wil die de Zoon deelt met God.

Nu neigen we ernaar om snel door de bocht te willen gaan en stellen dat deze grote Wil af wil van het ego (van de kleine wil). En nu wordt de kwestie subtiel want wij, als Zonen van God, zijn in de war en willen ten diepste rebelleren tegen die grote Wil. Wij willen ons afgescheiden wanen van die grote Wil omdat wij denken dat we ons daarmee succesvol afscheiden van de Vader. En nu komt het: er is niemand die ons hiervan weerhoudt. God de Vader beknot ons niet, de grote Wil is één en al licht en liefde en als wij, als onlosmakelijk deel van deze Wil, er met onze wil voor kiezen om ons een afgescheiden ego te voelen dan gebeurt dit. Ons gevoel een afgescheiden ego te zijn correspondeert dus helemaal met wat wij als verdwaasde Zonen van God zelf willen.

In ECIW komt dit duidelijk naar voren in de werkboekles die stelt dat wij niet het slachtoffer zijn van de wereld die we zien. Wij als Zonen van God willen deze wereld (en dit lichaam, en ziekte en sterfelijkheid) om ons afgescheiden te kunnen voelen. En zo geschiede! In onze neiging om van het ego af te willen (of om lichaam en wereld te ontkennen) ontkennen we de macht van de Zoon van God om ongein te maken. In ECIW noemt Jezus dit ontkennen van de macht van de denkgeest onwaardig in de zin van uiterst onhandig.

Ik wil, natuurlijk, niet het zoveelste stappenplan presenteren om uit deze cirkelredenering te ontsnappen. Dat zou juist koren op de molen zijn van de verwarde Zoon die meent dat Hij ergens van zou moeten ontsnappen, iets dat hem tegen Zijn Wil gevangen zou houden. Hij wordt juist niet tegen Zijn Wil gevangen gehouden; Hij kiest Zelf voor gevangenschap! Het weinige wat we kunnen doen, maar dit blijkt toch voldoende en enorm krachtig, is ons mond houden, stil worden en ons overgeven aan “krachten die in je bewegen”. ECVL is zo heerlijk behulpzaam in deze kwestie. We hoeven geen gevecht aan te gaan tegen dat kleine (zelfverkozen!) zelf maar we mogen het laten omarmen door de liefde, die grote Wil, die gewoon binnenin ons is en ons omarmt zoals de Vader de verloren Zoon omarmt.

Het is zo subtiel. Er is geen Vader los van ons aan wie we kunnen vragen ons uit de cirkelredenering te halen. Toch kan het in eerste instantie behulpzaam zijn om, zoals ECIW ons adviseert, de hulp in te roepen van de Heilige Geest, ook al wanen we deze buiten onszelf. Dit helpt ons om te ontspannen zodat onze neiging om onszelf te verkrampen tot ego’s wat minder wordt. Hele godsdiensten zijn op deze overgave gebaseerd. Tegelijkertijd moeten we in het oog houden dat we ten diepste, als Zoon van God, Zelf ontspannen en contact maken met onze eigenlijke Wil, de Wil van Liefde.

Vanuit ons geloof in afgescheidenheid zijn we wars van overgave. Dit voelt immers duaal! Maar juist deze weerstand illustreert de neiging om het zelf te willen doen. En zelf kunnen we het niet doen als we het Zelf niet willen. En het Zelf willen komt pas in beeld als we “het Christusbewustzijn dragen met gewaarzijn, respect en bereidwilligheid”. Vanuit deze wil zal het nieuwe geboren worden. Hierin ligt ware liefdesmacht, de macht van de Zonen van God waarop de schepping wacht.