Zo moe..

moe

Soms komt zo’n klein zinnetje heel direct bij me binnen (WB 224): “Help me nu herinneren, Vader, want ik ben de wereld die ik zie moe”. Toen ik begon op het padloze pad en de boeken van Krishnamurti las, ervaarde ik na enkele jaren driftig lezen en overdenken ook deze moeheid. Misschien is moedeloosheid een beter woord. Het klonk zo mooi waar hij het over had maar tegelijkertijd zo onbereikbaar. Het beeld dat bij me naar boven kwam was dat van een ballonvaarder die vanuit zijn ballon me uitnodigde om samen met hem van het uitzicht te genieten. Maar hoe kon ik ook in dat bakje onder de ballon komen? “Gooi dan toch een ladder naar beneden!”, smeekte ik mijn goeroe.

Afgelopen week herlas ik het boek van Tony Parsons: “Niemand hier..”. Net als Krishnamurti geeft Tony aan dat er geen weg, geen methode is naar verlichting. Het is fijn om zijn woorden te lezen. Er is grote herkenning vanuit de Cursus. De waarheid resoneert, ongrijpbaar doch krachtig.

Tony geeft aan dat we niks kunnen doen om verlichting te bereiken. Dit herkennen we natuurlijk vanuit de Cursus; een doener die zich vol goede moed in beweging zet op weg naar een fijne orgastisch geestelijke ervaring getuigt slechts van geloof in dualiteit. Vanaf de eerste stap kijkt de wandelaar echter fier en hoopvol om zich heen. Zo, daar gaan we dan, op weg naar mooie horizonten, omhoog naar het bakje onder de ballon. En wellicht moeten we ook allemaal zo beginnen aan onze denkbeeldige reis. Op weg naar een fijner en probleemloos leven voor ons ikje. Maar na korte of langere tijd word je hiervan moe. Zeker, er komen vreugdevolle perioden waarbij je blij meent dat het eindelijk zo ver is. Je hebt het zogenaamd door en bent helemaal happy! Maar dan komt geheid de terugslag. Een duistere periode, uitzichtloos. Het batterijtje van ons ego heeft helaas twee polen; de plus pool en de min pool. Na regen komt zonneschijn en omgekeerd. Ik ben mijn Naam vergeten en weet niet waarheen ik ga, wie ik ben of wat ik doe.

En dan WB les 224. Soms lees je zo gemakkelijk heen over die “algemene lessen met grote woorden”. Maar juist in zo’n duistere periode is les 224 een baken van weldadig licht. “God is mijn vader, en Hij houdt van Zijn Zoon”. Ik sta mezelf toe om hier ook op dualistische wijze van te genieten samen met mijn vriend Jezus. Er staat gelukkig niet: “God kijkt naar mijn gepieker en besluit zich niks van dat illusoir gedoe aan te trekken”. Nee, God ziet in mij Zijn beminde Zoon. Maar hoe kan ik dat ervaren, die liefde van God?

Nu mogen we dankbaar zijn voor de Cursus. Hierin wordt de onmogelijke brug geslagen tussen de non-duale werkelijkheid en onze duale droomwereld. Ik kijk vast naar les 225. Wat staat daar over de liefde van God? “Ik moet haar wel teruggeven, want ik wil dat zij in volle bewustzijn de mijne is”. Dat is de sleutel. Wie liefde geeft zal haar ervaren. Vergeven, noemt de Cursus dit. Maar hoe zouden wij zo’n abstracte non-duale God kunnen liefhebben? Dat wordt ons niet gevraagd. Vergeving is betekenisloos in de hemel. Maar binnen onze illusie mogen wij onze kinderen, onze projecties van situaties en anderen, vergeven. Ook dit vergeven is niet afstandelijk, zo van: “ach, het is allemaal onecht en het raakt me niet”. Nee, we mogen die ander zien als onszelf en innig beminnen. In onze eigen schepping ontmoeten we de beminde, de Zoon van God. Als we ons oordeel, onze aanval, loslaten en die ander onvoorwaardelijk liefhebben dan stroomt daarmee de liefde ook weer door onszelf. Dit is het wonder. Die ander en ik zijn één en liefde wordt slechts ten volle ervaren als we liefhebben.

Krishnamurti en Tony zeggen dat we niks kunnen doen. Dat klopt. Als klein ikje kunnen we niks bijdragen. God zet de laatste stap; genade. Die God zijn we echter uiteindelijk Zelf. Niet zelf, met een kleine z. In de liefdevolle omarming van die ander, van de wereld, van ons ikje worden we ons weer bewust van de liefde die we zijn. Wat een wonder; om onszelf te kennen als liefde moeten we leren deze onvoorwaardelijk te late stromen. Dat kunnen we niet zelf. Maar lees, weer 225:

“Je hebt je hand naar mij uitgestrekt, en ik zal jou nooit verlaten. Wij zijn één, en het is louter deze eenheid die we zoeken, nu we deze paar stappen volbrengen, waarmee de reis eindigt die nooit begonnen is”

3 gedachtes over “Zo moe..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s