Uiting van- of roep om liefde

liefde geven en ontvangen

Alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. Alles, maar laten we ons nu even richten op de relaties tussen mensen want alles draait om relatie. Kijk eens van een afstandje naar de ontmoeting die je met een ander mens hebt. Is deze niet altijd terug te brengen tot die twee aspecten? De ander doet aardig tegen jou, zoekt de verbinding, of de ander doet juist onaardig tegen jou en probeert jou buiten hemzelf te houden, op afstand. Zo overzichtelijk is het.

Als iemand ook maar het kleinste gebaar van toenadering tot jou maakt dan zoekt hij de verbinding. Dit is een uiting van liefde. Zelfs het feit dat een ogenschijnlijke vijand naar jou toekomt om te proberen om over het probleem te praten kun je beschouwen als een poging van de ander om de verbinding met je aan te gaan, zelfs al lijkt het niet te rijmen met wat de ander daarna tegen je zegt. Maar makkelijker te duiden zijn natuurlijk de lieve glimlach, de zachte aanraking, de troostende woorden. In les 315 zit nog een pareltje verborgen: dit geldt ook voor een liefdevolle uiting van een broeder naar een ander. Niet eens direct naar jou. De verbondenheid die onze werkelijkheid is spat hier van af. Als je op tv ziet hoe iemand vriendelijk doet tegen een ander mens dan mag je die uiting van liefde ontvangen en als een geschenk in je eigen hart bewaren. Hoe mild en liefdevol stemt dit ons niet? Wat een tederheid mogen we om ons heen zien en in ons hart bewaren?

“Les 315

Alle geschenken die mijn broeders geven, horen mij toe.

Elke dag komen er met elk ogenblik dat verstrijkt duizend schatten tot mij. Ik word heel de dag gezegend met geschenken die in waarde alles wat ik me kan voorstellen verre overtreffen. Een broeder glimlacht naar een ander en mijn hart wordt verblijd. Iemand spreekt een woord van goedheid of dank en mijn denkgeest ontvangt dit geschenk en maakt het tot het zijne. En ieder die de weg naar God vindt, wordt mijn verlosser, die mij de weg wijst en zijn zekerheid geeft dat wat hij geleerd heeft beslist ook het mijne is.

Ik dank U, Vader, voor de vele geschenken die vandaag en iedere dag van elke Zoon van God tot me komen. Mijn broeders zijn grenzeloos in al hun geschenken aan mij. Nu kan ik hen mijn erkentelijkheid betuigen, opdat mijn dankbaarheid aan hen mij mag leiden tot mijn Schepper en de herinnering van Hem.”

Lessen 315 3n 316 zijn een soort duo-les. We mogen het tot levenskunst verheffen om bovengenoemde pareltjes om ons heen op te merken en in ons hart te sluiten. Maar we maken ons in de droom natuurlijk vooral druk om die keren dat een ander ons niet bepaald liefdevol tegemoet lijkt te komen. De Cursus leert ons dat het dan een roep om liefde betreft. Daar kun je met enig oefenen steeds meer oog voor krijgen. De ander zet bijvoorbeeld een grote mond tegen je op en aanvankelijk betrekken we dit op ons zelf. Wat heb ik nu verkeerd gedaan? Waarom moet ik nu het slachtoffer zijn van deze redeloze agressie. Maar kijk opnieuw en probeer er oog voor te krijgen dat die ander bang is en een veilige muur probeert op te werpen om zich achter te verstoppen.

In deze situaties kan het ons moeilijk vallen om over onze eigen schaduw van afkeer heen te stappen. Wij voelen ons afgewezen door de afwijzing van de ander en dit roep angst bij ons op. Onze conditionering maakt dat we defensief of zelfs aanvallend reageren. Gelukkig kunnen we hulp in roepen als we deze neiging bij onszelf naar boven zien komen. We kunnen onze angst en boosheid opmerken en hulp in roepen van Jezus, God of de Heilige Geest. Dit inroepen van hulp is niets anders dan de erkenning dat we zelf naar angst en afsluiting neigen en daarom de hulp in roepen van het Geheel. We geven ons over aan het grotere Plan, aan de Wijsheid, de Liefde in het volle vertrouwen dat deze ons niet alleen omspoelt maar ook draagt en boven ons kleine zelf uittilt.

Hij raakt onze ogen aan en we zien met nieuwe ogen onze broeder als angstig kind. Bang, net als wij. En Hij zal ons aangeven hoe we in deze droom van afscheiding kunnen reageren. Het zal zeker liefdevol zijn en niet langer gedreven vanuit angst.

“Les 316

Alle geschenken die ik mijn broeders geef, zijn de mijne.

Zoals elk geschenk dat mijn broeders geven van mij is, zo behoort ieder geschenk dat ik geef mij toe. Elk laat een vroegere vergissing verdwijnen, zonder een schaduw achter te laten op de heilige denkgeest die mijn Vader liefheeft. Zijn genade wordt me geschonken in elk geschenk dat een broeder door alle tijden heen en ook voorbij alle tijden ontvangen heeft. Mijn schatkamer is vol, en engelen bewaken haar open deuren, opdat geen enkel geschenk verloren gaar en er alleen meer worden bijgevoegd. Laat me komen naar waar mijn schatten zijn, en daar binnengaan waar ik werkelijk thuis en welkom ben, te midden van de geschenken die God mij gegeven heeft.

Vader, ik wil Uw geschenken vandaag aannemen. Ik herken ze niet. Maar ik vertrouw erop dat U die ze gegeven hebt het middel zult verschaffen waardoor ik ze kan aanschouwen, hun waarde kan zien en alleen Uw geschenken kan koesteren als wat ik verlang.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s