Laat liefde door jou heen doen

Rare titel hé? Deze is bedoeld voor broeders en zusters die vinden dat ze maar geen vorderingen met de Cursus maken. “Ik merk er niks van en voel me er niet gelukkiger van worden”. We kunnen het idee hebben dat ons probleem maar niet beter wordt. Het kan gaan om lichamelijk ongemak. Waarom wordt dit maar niet minder terwijl ik toch trouw de werkboeklessen doe? Maar ook gevoelsmatige en emotionele problemen lijken aan ons te kleven. Waarom voel ik me zo gefrustreerd, eenzaam of verdrietig? Waar is die fijne toestand die me wordt voorgespiegeld?

Het punt blijkt steeds dat we geen oog hebben voor de non-duale waarheid. We blijven onbewust geloven dat we een afgescheiden zelf zijn en wel een ongelukkig afgescheiden zelf. We hopen dat de Cursus ons gaat helpen. Maar we willen met behulp van de Cursus veranderen van een ongelukkig afgescheiden zelf in een gelukkig afgescheiden zelf. We hebben geluk gedefinieerd als pijnloosheid en de afwezigheid van nare sensaties en gevoelens. Maar deze lichamelijke genoegens, in de ruimste zin van het woord, vormen niet het doel van de Cursus. Het doel is om ons te herinneren wie we zijn, om onze ware identiteit te herinneren, om te ontdekken dat we onbegrensde, liefdevolle onsterfelijke kinderen zijn van een heilige en liefdevolle Vader en innig verbonden met onze broeders. Deze ontdekking blijkt een plezierige bijwerking te kennen: het biedt ware vreugde, geluk en vrede die alle verstand te boven gaat. En hoe zit het dan met al die lichamelijke ellende, op welk gebied dan ook? Laat dat maar even los als doel. Zodra ik zou zeggen dat genezing van de denkgeest, het genezen van ons geloof in afgescheidenheid, kan doorwerken tot het niveau van onze droomlichamen dan spring ons ego erop. Het gaat dan toch weer deze lichamelijke genezing als hoofddoel kiezen terwijl het een gelukkige bijkomstigheid is die we niet tot ultiem duaal doel moeten willen verheffen. Als we dat toch weer eens doen, en voor wie geldt dit niet, dan zijn we niet stom of schuldig maar het kan ons in de weg staan.

Maar wat kunnen we dan doen? Dit blijkt bij nadere beschouwing geen goede vraag maar een uiting van geloof in dualiteit. Met het stellen van deze vraag gaan we ervan uit dat we een afgescheiden zelf zijn dat zou weten wat goed en wat fout is en wat bepaalde dingen kan doen in de lichamelijke wereld die echt effect zullen sorteren. Maar zo is het niet. Die kleine wil van ons, die kleine plannetjes en die zakelijke houding (wat moet ik doen om iets fijns te krijgen) kunnen ons in de weg staan om ons te herinneren wie we zijn. Toch spreekt Jezus ons in de Cursus aan op precies dat niveau; het niveau waarop we denken in termen van iets geven (inspanning, moeite) om iets te ontvangen. Lees vandaag maar eens werkboekles 108: Geven en ontvangen zijn in waarheid één. Is een ruilhandel nu toch mogelijk? Ja en nee. Het gaat hierbij niet om ons droom-geven waarbij we iets opofferen (bijvoorbeeld energie waarmee we ons inspannen) om iets los te peuteren van anderen of van de wereld. Nee, het is veel gaver en grootser dan dit. De werkboekles wijst direct op de eenheid die we zijn en biedt ons een wonderlijke manier aan om dit direct te ervaren. Laat me het illustreren met een voorbeeld.

Ik heb de neiging om me de mening van anderen over mij aan te trekken. Vinden ze me wel aardig, slim, eerlijk, handig, dapper enzovoort. Dat levert een tamelijk angstige manier van leven op. Of, meer in Cursus termen uitgedrukt, als ik iets niet goed doe dan voel ik me schuldig of dan schaam ik me. Het helpt als ik de werkboeklessen (niets wat ik zie betekent iets, mijn gedachten betekenen niets, ik heb alles de betekenis gegeven die het voor me heeft) gericht toepas. In eerste instantie kan dat zó klinken: wat jij van me vindt betekent niets. Zo, dat geeft lucht. Als ik dit echt doorvoel dan ervaar ik een beetje ruimte en vrijheid. Maar waar ligt de grens tussen een tamelijk mild “wat jij van me vindt betekent niets” en een opgestoken middelvinger en een, neem me niet kwalijk, fuck you?

Die opgestoken middelvinger gaat gepaard met boosheid en aanvalsgedachten. Door met die intentie naar je broeder te kijken verhardt je zelf vanbinnen. Maar nu komt de werkboekles van vandaag naar voren want wat gebeurt er als ik jou hetzelfde cadeautje geef als wat ik aan mezelf gaf; “wat ik van jou vind betekent niets”. Er gebeurt dan eerst iets raars; ik merk weerstand om mijn boosheid jegens jou op te geven. In Cursus-taal; ik wil mijn grieven koesteren. Als ik toch mijn boze mening over jou los laat, deze betekent immers niets, ervaar ik dat de ruimte in mezelf ook toeneemt. Er komt tegelijkertijd lucht in mijn angst om iets niet goed te doen én in mijn boosheid jegens een ander. Wonderlijk. En nu verder met dit heerlijke en mysterieuze experiment. Ik vergeef jou en mezelf voor alle betekenisloze handelingen en uitspraken. De lucht is geklaard en er ontstaat ruimte voor licht en liefde. Deze stroomt als vanzelf naar die ander als ik mijn grieven niet langer koester. Ik geef liefde, maar niet ik als klein en afgescheiden zelf, maar als Zelf, als Zoon van God. Mijn ware aard van liefde wordt kenbaar en ervaarbaar voor me als ik toesta dat deze de ander omsluit en insluit. Liefde doet zich door mij heen kennen aan allen, mijzelf incluis. Op zo’n moment wordt doorzien dat je geen klein zelf bent die iets presteert. Er gebeurt iets door je heen waarvan je weet dat dit Het is. Niet door jou kleine zelf maar vanuit je echte Zelf door die denkbeeldige grens tussen jou en mij niet langer te geloven:

WB 108: Geven en ontvangen zijn in waarheid één.

Advertenties

Een gedachte over “Laat liefde door jou heen doen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s