Ons reptielenbrein.

Vandaag had ik een leuke videomeeting waarbij we spraken over het vergeven van onze aanvalsgedachten. Iemand bracht naar voren dat het prima is om te proberen om minder kwaad te worden maar dat we uiteindelijk wel moeten vaststellen dat het streven naar zelfbehoud een gegeven is. Dit zou helemaal teruggaan tot ons reptielenbrein waar automatisch een “fright-flight-fight” (bang-vluchten-vechten) reactie optreedt. Daar is dus niks aan te doen want het gaat buiten onze bewuste wil om. We leven, zo stelde de deelnemer, tenslotte in twee werelden en moeten dus ook gewoon goed voor ons lichaam zorgen. Dit klinkt logisch en plausibel, helemaal in overeenstemming met onze ervaring.

Ik wil niet ontkennen dat ik ook tegen deze reacties aanloop in mijn leven. Maar toch denk ik dat we als ECIW-studenten zorgvuldiger moeten kijken naar de aannames die we maken als we geloven dat we uiteindelijk toch bepaald worden door ons reptielenbrein. De metafysica van de Cursus stelt namelijk precies het tegenovergestelde. Het is niet een soort oerimpuls vanuit ons lichaam (ons reptielenbrein) die onze angst veroorzaakt. Dit is een materialistische visie. ECIW levert ons een andere visie die filosofen aanduiden als “idealisme” (niet te verwarren met de betekenis die wij aan dit woord geven in de zin van het hebben van idealen). Dit idealisme stelt dat de werkelijkheid mentaal is. ECIW legt uit dat alleen de denkgeest echt is. Er is helemaal geen op zichzelf staand lichaam / reptielenbrein. Er is slechts een denkgeest waarin het geloof in afscheiding is ontstaan. Om ons gelijk te bewijzen maken wij in de denkgeest een projectie en we noemen deze projectie “ons fysieke lichaam”. In feite is onze hele zogenaamde materiële werkelijkheid een projectie in onze (collectieve) denkgeest, een projectie de we ervaren als de buitenwereld.

We kiezen ervoor om ons afgescheiden te wanen en hiertoe identificeren we ons met ons maaksel, onze projectie, ons lichaam. Het reptielenbrein is een representatie, een projectie, binnen de denkgeest die ten diepste gebaseerd is op ons geloof in afscheiding en de daarbij behorende schuld en angst. Het lijkt alsof angst ons van buitenaf overkomt, of we het slachtoffer zijn van de wereld (waaronder het reptielenbrein) die we menen te zien. Maar het is omgekeerd. We projecteren een ogenschijnlijk fysieke wereld om ons afgescheiden te voelen maar hebben niet meer door dat we dit doen.

Ik geef toe dat het raar klinkt en vragen oproept. Moeten we dat niet meer schrikken, bang zijn, vechten en vluchten en ons gewoon maar laten doden of zo? Dat kan toch zeker niet de bedoeling zijn? Dat is toch destructief gedrag? Dit is geen oproep om een voorschot te nemen op inzichten die we nog niet hebben. Maar het is wel een oproep om oplettend te zijn als angst, vlucht- en vechtneigingen zich voortdoen. We hoeven ons hierover niet schuldig te voelen maar ze laten ons wel zien dat we nog diep vanbinnen geloven in de echtheid en kwetsbaarheid van onze projectie, ons lichaam.

De Bijbelse Jezus laat ons zien waar onze vergevingsoefeningen naar zullen leiden. “Heb uw vijanden lief gelijk uzelf, als men op uw wang slaat keer dan de andere wang toe, als iemand je besteelt geef dan nog wat extra enzovoorts”. En dan natuurlijk zijn ultieme voorbeeld. Hij laat zijn lichaam breken aan het kruis en toont in zijn opstanding aan dat de geest onsterfelijk is.

We hoeven ons geen zorgen te maken dat ons het onmogelijke gevraagd wordt. Door onze alledaagse vergevingsoefeningen krijgen we gevoel voor de verbinding met dat hogere, voor die geestelijke werkelijkheid. Langzaam verschuift ons geloof in een materiële werkelijkheid naar een vertrouwen in de geestelijke werkelijkheid. Ik hoop dat als het puntje bij het paaltje komt en ik op mijn sterfbed lig mijn denkgeest zover genezen is dat ik het lichaam rustig terzijde kan leggen terwijl ik rust in onze ware, liefdevolle identiteit.

Werkboekles 192:

…4. Vergeving beziet mild alles wat onbekend is in de Hemel, ziet het verdwijnen, en laat de wereld achter als een schone, onbeschreven lei waarop het Woord van God de zinloze symbolen die er eerst geschreven stonden, nu vervangen kan. 2Vergeving is het middel waardoor de angst voor de dood overwonnen wordt, omdat die nu geen hevige aantrekkingskracht meer uitoefent en schuld verdwenen is. 3Vergeving laat het lichaam zien als wat het is: een eenvoudig leermiddel dat terzijde wordt gelegd wanneer het leren is voltooid, maar hem die leert allerminst verandert.

5. De denkgeest zonder lichaam kan geen vergissingen maken. 2Hij kan niet denken dat hij sterven zal, of de prooi zal zijn van een genadeloze aanval. 3Woede wordt onmogelijk en waar blijft dan panische angst? 4Welke angsten zouden hen nog kunnen bedreigen die de bron van alle aanval, het wezen van leed en de zetel van angst zijn kwijtgeraakt? 5Alleen vergeving kan de denkgeest ontlasten van de gedachte dat het lichaam zijn thuis is. 6Alleen vergeving kan de vrede herstellen die God voor Zijn heilige Zoon heeft bestemd. 7Alleen vergeving kan de Zoon ertoe bewegen weer zijn oog te richten op zijn heiligheid.

Een gedachte over “Ons reptielenbrein.

  1. Gerard's avatar Gerard

    Helder stukje bedankt, toegankelijk door de eenvoudige woorden. Dat is fijn bij dit onderwerp, het achterliggende idee is moeilijk genoeg. (Het idee dat de wereld een projectie is van de denkgeest.) De open toon maakt de inhoud goed te volgen. De vraag over hoe te kijken naar de rol van het lichaam, vind ik daarnaast herkenbaar. Ik sta daar ook nu en dan bij stil. Leuk als terreinverkenning ik kon de inhoud goed thuisbrengen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Gerard Reactie annuleren