Open je hart

Het valt me op hoe ongelofelijk uitgebalanceerd de tekst is die Jezus ooit als Een Cursus in Wonderen (ECIW) dicteerde aan Helen Schucman, maar ook hoe snel die precaire balans verstoord kan raken als exegeten van de cursus bepaalde accenten gaan leggen. Uitleg of toelichting is dikwijls bedoeld om een eenzijdige lezing van ECIW te corrigeren, maar zo’n correctie kan de balans laten schommelen en onrust geven. Dit klinkt als een vaag verhaal, dus laat me het concreter maken.

Als je de wonderprincipes uit het eerste hoofdstuk van ECIW goed leest, kun je twee aspecten van het wonder onderscheiden. Ik zeg er meteen bij dat deze aspecten eigenlijk één geheel vormen; maar volg me, als je wilt, even in deze gedachtegang.

Het ene wonderaspect betreft als het ware ons verstand. Ons verstand gelooft in onderscheid, in oordelen en zelfs in veroordelen. Het wonder bestaat in dit geval uit de correctie van onze perceptie. Dan stellen we dat het onderscheid tussen onszelf en God, en tussen de kinderen van God onderling, niet echt is. Er bestaan geen echte grenzen; er is eenheid.

Het andere wonderaspect betreft als het ware ons hart. Het wonder bestaat in dit geval uit het openen van ons hart voor God en voor onze medemens. ECIW stelt dat elke uiting van liefde een wonder is.

De werkwijze van de cursus is niet ingewikkeld om uit te leggen: geloof niet in grenzen en laat je liefde stromen. Als je dit doet, merk je langs natuurlijke weg de waarheid op van de werkboekles van vandaag (les 108): “Geven en ontvangen zijn in waarheid één”.

Omdat wij als Zoonschap een heerlijke eenheid vormen, geldt het wonderlijke principe dat in deze les genoemd wordt: “Ik zal ontvangen wat ik nu geef”. Jezus kent ons in ECIW door en door en weet dat we nogal ik-gericht kunnen zijn. Daarom zegt hij even verderop:

“Aan ieder bied ik stilte aan. Aan ieder bied ik innerlijke vrede aan. Aan ieder bied ik zachtmoedigheid aan”.

Hierin zie ik een prachtige waarschuwing tegen bovenmatige ik-gerichtheid. Jezus benadrukt hiermee die hartcomponent van het wonder: het liefdevol openen van je hart voor je naasten.

Gisteren schreef ik daarom over een lezing die, in mijn beleving, soms wat sterk de nadruk legt op het bereiken van eigen innerlijke vrede. In dat kader hoor je wel eens de scherpe formulering: “er zijn geen anderen”, bedoeld om te voorkomen dat we onze medemens als losstaand van onszelf zien. Ook klinkt er soms een waarschuwing tegen het “lief doen” vanuit een soort opgelegd moreel geweten: “hoed u voor de weldoeners”. Vanuit zo’n uitgesproken eenheidsperspectief kun je de aandacht vooral richten op het eigen innerlijk.

Maar mijn reactie op een eenzijdige nadruk op innerlijke vrede kan ook verkeerd opgevat worden, alsof ik iets tegen innerlijke vrede heb. Nee; ik wil—vermoedelijk net als wie dit zo benadrukt—juist eenzijdigheid voorkomen. Het is niet handig om te denken dat anderen los staan van jezelf en dat je jezelf als het ware moet opofferen voor anderen. Maar het is ook niet handig om te denken dat er geen anderen zijn en dat het alleen om jezelf draait.

Niet alleen in de betekenis van het wonder zit dat mooie, dubbele aspect verborgen. Het klinkt ook door in “mijn functie en mijn geluk zijn één”. Het woord functie suggereert een actief principe, een soort uitreiken naar onze broeders en zusters, ofwel dat openen van ons hart. En dan blijkt dat geven en ontvangen één zijn en dat we hier gelukkig van worden. Het zit zo mooi in elkaar.

Het wordt ook prachtig verwoord in Een Cursus van Liefde (ECvL), waar Jezus spreekt over heelheid van hoofd en hart, kortweg “heelheid-van-hart”. Hij stelt dat hij slechts tijdelijk en om didactische redenen onderscheid maakt tussen ‘mind’ en hart. Net zoals in het wonder de correctie van perceptie en het stromen van liefde één geheel, één proces, vormen, zo geldt dat ook voor mind en hart.

Omdat wij wezens zijn die menen te leven in ruimte en tijd, kunnen we onszelf ook verwarren door te denken in termen van “eerst dit en dan dat”. We zeggen dan dat we eerst van onszelf moeten leren houden, omdat we anders niet van anderen kunnen houden. Maar ook het omgekeerde gebeurt: we denken dat we ons moeten wegcijferen voor anderen om ons goed te kunnen voelen. Noch zelfliefde, noch naastenliefde zijn natuurlijk fout; we maken het onszelf slechts lastig als we uitsluitend of het ene of het andere gaan najagen.

Ik wil geen nieuwe slogan lanceren maar voor mezelf gebruik ik de eenvoudige zin die ik eerder gaf: Geloof niet in grenzen en laat je liefde stromen. Misschien kan het nog korter: Open je hart.

Plaats een reactie