Het einde van de zoeker

De boeken van Krishnamurti vormden voor mij de eerste introductie tot wat ik gemakshalve aanduid als de non-duale visie. Dat ging niet zonder slag of stoot, en zijn boeken brachten me eerder meer gespannenheid dan de felbegeerde verlichting. Pas vele jaren later ontstond er een soort gevoel voor de staat van bewustzijn van waaruit en waarover Krishnamurti sprak. Hoe ontstaat zo’n gevoel eigenlijk, en kun je iets van dat gevoel—of misschien beter: “inzicht”—overdragen op medezoekers?

Bij het nadenken hierover loop ik direct tegen een paradox aan. Die laat zich ongeveer als volgt omschrijven: door veel te lezen, na te denken en te zoeken heb ik ontdekt dat veel lezen, nadenken en zoeken “mij” niet verder helpen. Sterker nog: zodra deze activiteiten zich voordoen, wordt een denkbeeldige zoeker geboren, voor wie het motto geldt dat Jezus in Een Cursus in Wonderen (ECIW) aan het ego toeschrijft: “zoek en vind niet”.

Ik noemde dit hierboven een gevoel en een inzicht, met het gevaar dat ik vastgepind word op die woorden. Want meteen kan de vraag opkomen wie dan degene is die dit voelt, of wie dit inzicht ontvangt. Het blijft dus behelpen met woorden—vooral als we, jawel, erover gaan nadenken.

In de ontmoeting met broeders en zusters is het fijn als je merkt dat zij herkennen waar je op doelt, ondanks je gestamel en je niet-waterdichte redeneringen. Zij “voelen” ook die diepe grond van waaruit de zoeker en zijn zoektocht opduiken. Het is één ding om verstandelijk te begrijpen dat de actie van het zoeken de oorzaak is van onrust; het is iets anders om dit proces gevoelsmatig door te krijgen. Dan ontstaat er ook benul van het begrip “tijd”. De geboorte van de zoeker en de zoektocht is immers synoniem aan de geboorte van een tijdsgevoel.

Aanvankelijk kan dit inzicht gepaard gaan met een gevoel van speciaalheid en superioriteit. Zo van: “ik zie dit, maar de ander nog niet”, ofwel: “ik ben ontwaakt”. Maar als je opnieuw goed oplet—“als een havik”, zou Krishnamurti zeggen—dan zie je dat met het opkomen van die gedachte een spiritueel ego geboren wordt. Opnieuw is er sprake van een paradox.

Want dit gevoel, of dit inzicht, is geen verdienste en ook niet iets dat je door hard werk gevonden hebt. Tegelijk vergt het wel het soort gepassioneerdheid waar Krishnamurti over spreekt. Maar die diepe belangstelling, die ene hoofdvraag van je leven, ervaar je eenvoudigweg—en dat heeft niets met verdienste te maken.

Omdat dit samenhangt met een gevoel van innerlijke vrede en dankbaarheid, wil je het delen met je broeders en zusters. Dat delen komt voort uit liefde, maar kan ook weer gekaapt worden door het ego: zodra je denkt dat jij iets hebt bereikt wat anderen nog niet hebben bereikt.

De remedie hiertegen is de doorgaande herkenning van de neiging om verschillen te zien. Daarvoor is dezelfde fijngevoeligheid nodig als bij het zien van het ontstaan van de rusteloze zoeker-dynamiek in de geest. Als ik me inbeeld dat ik iets gevonden heb en de ander niet, ontstaat dezelfde rusteloosheid: mijn poging wordt dan om iets te bereiken, namelijk het implanteren van inzicht in mijn broeder of zuster. Er is echter geen statisch inzicht dat ik te vergeven heb.

Sommigen verkiezen te zwijgen. In Een Cursus van Liefde spreekt Jezus over de weg van Maria. Dit zwijgen is geen passiviteit: het verankert openheid en liefde in de wereld. Anderen gaan een meer rusteloze weg, de weg van Jezus. Zij proberen te spreken, worden verkeerd verstaan en beschuldigd van hoogmoed. Maar ook die scheiding is kunstmatig: niet iets dat door iemand gekozen of verkozen wordt. Het gebeurt vanzelf.

Waar ik stamelend naar woorden zoek, spreekt onze broeder Jezus helderder taal, bijvoorbeeld in de werkboekles van vandaag (les 110). Het zijn woorden die zich laten drinken als een goed glas wijn:

“11. We zullen de hele dag door aan Hem denken met een dankbaar hart en liefdevolle gedachten voor allen die we vandaag ontmoeten. Want dat is de manier waarop we ons Hem herinneren. En we zeggen, opdat we herinnerd zullen worden aan Zijn Zoon, ons heilige Zelf, de Christus in ieder van ons:

Ik ben zoals God mij geschapen heeft.

Laten we deze waarheid verkondigen zo vaak we kunnen. Dit is het Woord van God dat jou vrijmaakt. Dit is de sleutel die de poort van de Hemel opent en jou binnenlaat in de vrede van God en Zijn eeuwigheid.”

Plaats een reactie