Dit wordt geen fijne blog maar dat is niet erg. Het gaat over zelfoverschatting. Om ervoor te zorgen dat je doorleest zal ik niet in de wij-vorm schrijven maar in de ik-vorm zodat je veilig kunt doorlezen. Ik overschat mijzelf voor wat betreft mijn groei in bewustzijn. Hoe ik dat weet? Ik kijk gewoon naar de aanwijzingen. Hoewel ik niet compleet asociaal ben, hoop ik, gaat mijn aandacht toch vooral uit naar eigen welbevinden. Het voelt niet fijn om dit te zeggen. Eerlijkheid is een bitch. Ik weet het ook omdat ik altijd wel last heb van pijntjes en andere ongemakken. ECIW is wat dit betreft net zo’n bitch. Want ik lees erin dat lichamelijke ellende voortkomt uit mijn eigen geloof in schuld wat leidt tot zelfbestraffing. Als mijn bewustzijn echt wat aan het ontwikkelen zou zijn dan zou ik toch op zijn minst die schuld moeten kunnen voelen en een beetje een indruk hebben waar ik nog mee aan de slag zou moeten. Niet dus. Het is een soort black box maar klaarblijkelijk zit er nog wat shit in deze box want anders zou mijn lichaam een pijnloos communicatiemiddel voor de expressie van liefde zijn. Laatst las ik dat pijn en kwaaltjes de straf zijn die ik mezelf toedien omdat ik ergens nog aan het aanvallen ben, mijn eigen pleziertjes najaag en ijdel ben en dat ik hiermee als het ware onbewuste-schuld-strafpunten verzamel die zorgen voor die evenzo onbewuste zelfbestraffing. Dat ik zo vaak het woord onbewust moet gebruiken laat zien dat ik inderdaad kortzichtig ben.
Hoewel. Misschien toch weer niet helemaal. Want dat stukje over aanvallen (lees oordelen), najagen van eigen plezier/genot en het hechten van belang aan uiterlijkheden dat zie ik wel en zal ik niet ontkennen. Maar nu kom ik in een nare vicieuze cirkel terecht. Als ik minder ik-gericht ga proberen te zijn om van fysieke ellende af te komen; ben ik dan niet indirect toch ik-gericht bezig? Doet me denken aan lief doen voor anderen om later in de hemel te mogen komen. Als ik dit zo opschrijf dan snap ik die monniken wel die besluiten om zichzelf te geselen. Zo’n biecht als dit maakt me niet echt vrolijk en ik merk dat mijn geloof in zoiets als oerzonde erdoor toeneemt. Jezus kan in ECIW wel zeggen dat ik een zondeloos Kind van God ben en dat wil ik graag geloven maar ondertussen zit ik toch wel aardig te modderen hier in de illusie.
Die onbewuste schuld is ook wel een dingetje. Want wat moet ik aanvangen met dat “onbewust”? Je kunt er allerlei verhaaltjes omheen bedenken. Dat onbewuste deel van mij kan een onbewust deel zijn uit mijn kindertijd. Ik hoor ook steeds meer verhalen over de mogelijkheid dat ik in vorige levens allerlei rotstreken zou hebben uitgehaald of dat ik juist nog anderen moet vergeven die mij een loer hebben gedraaid. En als klap op de vuurpijl kan ik ook vastzitten in de bagger van een collectief schuldgevoel wat ik gezellig met jou en alle andere 8 miljard broeders en zusters koester.
Dat brengt me bij die hersenbreker: Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie. Nee, oké, maar als die schuld onbewust en onbereikbaar in een soort reïncarnatie-collectief-kindertijd-persoonlijk onderbewuste zit dan houdt het voor mijn gevoel toch een beetje op voor me. Ik waan me dan slachtoffer van dat ongrijpbare onbewuste.
Ik zie slechts twee lichtpuntjes. Nee, twee lichtpunten, want zo klein zijn ze niet. De eerste is dat ik gelukkig niet de beerput van kindertrauma’s of ellende uit vorige levens hoef open te trekken en op zoek te gaan naar de keer dat papa mij klappen gaf of dat de beul mijn hoofd afsloeg of iets waarbij ik de negatieve hoofdrol mocht vervullen. Een beetje tegenwoordigheid van geest is genoeg om te zien wanneer ik NU, in elk moment, oordeel of op andere wijze ik-gericht ben. Ik mag steeds helderder gaan zien dat de bewustzijnsverruiming waar ik naar smacht, inhoudt dat mijn bewustzijn zich verruimt naar mijn broeders en zusters. Dit is helemaal geen populaire boodschap, maar wel een waarvan ik steeds beter en preciezer ga aanvoelen dat het echt zo werkt. Die felbegeerde innerlijke vrede komt “vanzelf” als ik erken dat ik zelf niet weet wat ik kan en moet doen maar opmerk dat de liefde even niet stroomt. Christenen zeggen het zo mooi. “Als ik mijn zonde beleid is Hij getrouw deze te vergeven”. Ofwel: “Het is pure en onverdiende genade”. En zo is het nog steeds, ook voor mij als Cursus-student. Het tweede lichtpunt is dat ik niet alleen aan het klungelen ben. Ik mag leren de liefde van de Vader te laten stromen naar mijn broeders en zusters en ik mag mezelf waardig achten dezelfde liefde te ontvangen uit hun handen, als ze mij het wonder van vergeving aanbieden. Op momenten dat zij tijdelijk “meer hebben” en het in liefde door willen geven aan mij.
Ooit zei een psycholoog tegen me dat we niet meer kunnen doen dan zo goed mogelijk aanmodderen. Ik zou dat willen herschrijven. We kunnen niet meer doen dan ons gezamenlijk uitstrekken naar Zijn Liefde en naar elkaar. En dat is meer dan genoeg.
Een oudere zuster had van een medium gehoord dat er in 2035 een doorbraak zo plaatsvinden in het bewustzijnsniveau van de wereld. Ze keek wat bedenkelijk maar sprak de verwachting uit dat ze dat nog wel zou halen. Ik herken deze verwachtingsvolle houding natuurlijk wel. Als tiener begon ik met het lezen van boeken over spirituele verlichting en toen ging ik “op weg”. Het hinderlijke van de spirituele weg is dat ik er al snel achter kwam dat juist het streven naar zoiets als verlichting het optreden ervan in de weg staat. Ik vermoed dat je die paradox wel kent. Zolang je gelooft dat er iets te bereiken is dan denk je nog steeds in termen van tijd en causaliteit. Een Cursus van Liefde (ECVL) spreekt over het frustrerende streven naar een “ideaal-zelf”.
Gewoonlijk hebben we wel iemand in gedachten waarvan we vermoeden dat deze persoon min of meer verlicht is. Hij of zij vormt een voorbeeld voor ons. Onbewust hanteren we criteria, een soort maatlat waar we onze goeroe mee beoordelen. Laat ik echter vooral voor mezelf spreken. Dan komen leraren als Rupert Spira, Tony Persons en Adyashanti naar boven. Ik geef het niet graag toe maar iemand als Jeff Foster is voor mij een beetje van zijn voetstuk gevallen toen hij even kopje onderging tijdens zijn ernstige ziekte. Voor iemand die had geschreven over totale acceptatie van wat plaatsvindt, vond ik dat “onder de maat”. Eenzelfde aarzeling ervaar ik bij enkele Nederlandse leraren die een aantal boeken geschreven hebben over verlichting of over Een Cursus in Wonderen (ECIW) en vervolgens uitroepen dat het allemaal een grote vergissing was en dat ze nu, plotseling het echte licht gezien hebben. Ik voel me dan teleurgesteld en gefopt.
Onlangs bedacht ik dat mijn maatlatje niet alleen erg subjectief is maar ook waarschijnlijk veel te kort. Mijn maatlat begint bij ik-gericht-onbewust en loopt dan via sereen-innerlijke-vrede naar liefdevol-bewust. Of zoiets. In feite is dit nog steeds een relatief traject van zelfverbetering en heeft het weinig te maken met verlichting. ECVL gaat in feite precies over dit thema. Jezus legt in dit boek uit dat we ons nog steeds bevinden in de tijd van leren en van intermediairs. Het maakt niet uit hoe lang ik mijn maatlat maak; zolang ik nog denk dat ik nog niet hoog genoeg scoor op deze lat ben ik slechts bezig met zelfverbetering, met het streven naar een ideaalbeeld.
ECVL gaat ten diepste over het mysterie waarbij de mens zich bevindt op het snijpunt van tijd en eeuwigheid. In de tijd proberen we tot zelfverbetering te komen en kijken we van verleden naar de toekomst langs de rechte lijn van ons meetlatje. Maar wij zijn geen gevangenen van de tijd. Wij zijn vergeetachtige lichtwezens die het spel van afgescheidenheid, het tijd-spel, wensen te spelen. De metafoor die Jezus in ECVL gebruikt is die van een brug. Hij legt uit dat ECIW ons geloof in het ego flink verzwakt heeft en dat we ons nu voor een brug bevinden.
Ik neem hierbij de vrijheid om de brug-metafoor te vervangen door de trap-naar-de-hemel metafoor, the stairway to heaven. Straks zal ik uitleggen dat Jezus, natuurlijk, met zijn brug-metafoor een veel betere keuze heeft gemaakt. Maar eerst de stairway-to-heaven. De uitnodiging is om de relativiteit van onze maatlat te onderkennen. Het gaat helemaal niet om zelfverbetering en het bereiken van een ideaal zelf. De door ons fel begeerde innerlijke vrede is een bijproduct en geen doel. God onze Vader heeft ons als eeuwige Kinderen geschapen door Zijn liefde uit te breiden. De enige manier om onze vergeetachtigheid op te heffen is precies het principe dat ten grondslag ligt aan ons bestaan: we mogen Zijn Liefde uitbreiden en ons herinneren wie we zijn. Expressie van liefde is de weg van Jezus.
Terug naar de trap naar de hemel. Wij kunnen die onbaatzuchtige, onvoorwaardelijke liefde niet uit onszelf halen. Wij zijn veel ik-gerichter dan we maar kunnen vermoeden. Mijn genoemde voorbeeld-goeroes zijn een paar centimeter gevorderd langs een kleine meetlat. ECIW-studenten, waaronder ikzelf, beseffen dit en kunnen de neiging vertonen om zo snel mogelijk de trap te willen beklimmen naar de hemel. Weg van hier! Weg uit deze fysieke wereld, uit dit tranendal en hopla de eeuwigheid in. Toch wil dit niet echt lukken. ECIW en ECVL schetsen ons een “toekomst”-visie die ons te denken moet geven en bescheiden moet maken. Als wij de illusie van afgescheidenheid écht doorzien dan zal ons lichaam een neutraal instrument zijn, niet langer gekweld door ziekte, veroudering en sterfelijkheid. En kijk om je heen en kijk naar jezelf. We worden ziek en oud, we zijn ik-gericht, bang en gaan dood. Om het maar eens kernachtig te zeggen. Daarom staan we te popelen om die trap op te klimmen. We zijn zo bang voor deze fysieke “werkelijkheid” dat we willen wegvluchten de hemel in.
Jezus weet dat wij de stairway-to-heaven als vluchtroute willen gebruiken. Wij willen met ons diepgewortelde geloof in afgescheidenheid, in ons afgescheiden zelf, een veilig oord vinden waar we miljarden jaren oud kunnen worden. In ECVL corrigeert Jezus ons door ons een brug voor te houden en geen trap. De brug symboliseert een kwantumstap binnen de fysieke werkelijkheid zoals wij die kennen. Want ja, wij mogen hulp van boven verwachten, van de Vader, Jezus, de Heilige Geest en ten diepste van ons wezen, ons Zelf. Maar die hulp is niet bedoeld als ontsnappingsweg voor ons zelf. Leven vanuit liefde mag op de andere oever, hier in ons fysieke domein, getoond worden door de expressie ervan in ons leven. De uitnodiging is om in tegenwoordigheid van geest midden in het leven te staan. We mogen gaan leven als “het verheven Zelf van vorm”, als een lichaam dat een zuiver communicatiekanaal is van de liefde.
Ik wil deze blog niet nog langer maken. ECVL geeft prachtig aan hoe onze zogenaamde onvolkomenheid in de tijd zich verhoudt tot de tijdloosheid van ons wezen. Het is niet zo dat Jezus in ECVL zijn andere kunstwerk, ECIW, corrigeert. Nee, hij helpt ons. Hij verwart in ECVL niet de verschillende niveaus, de niveaus van eeuwigheid en het schijnbare niveau van ruimte en tijd. Maar hij laat zien dat onze vluchtneiging, ons verlangen om in paniek de stair-way-to-heaven op te rennen, niet alleen onnodig maar vooral niet behulpzaam is. De weg van Jezus, de weg van liefde, is via de uiting van liefde. Hier, in dat wat wij beleven als onze fysieke werkelijkheid.
Graag besluit ik deze, toch nog lang geworden, blog met een citaat uit ECVL:
O.34 Het betekent het opgeven van het idee van een weten dat je kunt verwerven en benutten. Je bent niet langer aan het leren met als doel ergens te komen of iets te worden dat je niet bent. Je bent een proces van openbaring van wat is ingegaan, waardoor je uiteindelijk genoeg krijgt van de wijze waarop je vroeger het leven benaderde. Je zult inzien dat de benadering van hard werken en goed zijn die leidt tot het verkrijgen van status en beloningen altijd onjuist was en dat het niet zozeer het verlangde resultaat maar de benadering was die onjuist was.
O.35 Je zult zien dat wat volmaakt is, alleen volmaakt is in zijn onvolmaaktheid. Je zult beseffen hoe vaak je van streek bent, bezorgd, gefrustreerd, boos of bedroefd, door de aard van de onvolmaaktheid van volmaaktheid. Met andere woorden, je zult beseffen dat jouw vooringenomenheid over hoe de dingen ‘moeten’ zijn de grootste beperking is geweest van jouw begrip van wat is, en je grootste bron van teleurstelling. Je zult ook beseffen hoe vaak je gewoon vrolijk bent, medelevend, vriendelijk en wijs, wanneer je aanwezig bent met dat wat is, in plaats van te verlangen dat dingen anders waren dan ze zijn. Je zult je jouw diepe affectie voor- en zelfs jouw verlangen naar de onvolmaaktheid van volmaaktheid realiseren en dat het juist de onvolmaaktheid van de anderen is waar je van houdt, juist die onvolmaaktheden die hen volmaakt maken! En je zult ontdekken dat voor jou hetzelfde geldt.
O.36 Wanneer je liefde bent, zul je niet langer de behoefte voelen om voortdurend lief te doen. Liefde heeft geen behoefte om iets te ‘doen.’ Doen en zijn zullen één worden. Dus al jouw handelingen zullen liefde zijn die zichzelf is en deze handelingen zullen passend zijn voor de situatie. Je zult vrij zijn om met strengheid te responderen wanneer strengheid nodig is, vrij om geestig of ernstig te zijn, om met je verstand in de ene situatie en met je hart in de andere te responderen, en vertrouwen te hebben in je responses omdat ze voortvloeien uit liefde die is.
O.37 Je zult het eenvoudige vertrouwen winnen in het zijn van jezelf.
Wij zijn geschapen maar staan niet los van onze Schepper ook al geloven we dat dit wel zo is. We wanen ons een afgescheiden zelf. Door dit te geloven ervaren wij niet meer dat we gedragen worden door onze eeuwige Vader en voelen we ons sterfelijk en gevangen in tijd en ruimte. Toch is het mogelijk dat we zelfs vanuit onze droom van afgescheidenheid iets gaan ervaren van onze onlosmakelijke band met onze eeuwige, tijd- en ruimteloze Vader, dat we zijn Kinderen zijn, dat we een Zelf zijn.
Hoe kunnen we deze ervaring deelachtig worden? Hoe kunnen we enig benul krijgen dat wij leven op het kruispunt van tijd en eeuwigheid? Dit is de kernvraag van talloze spirituele wegen. Ook Jezus biedt ons zo’n weg in de Bijbel, Een Cursus in Wonderen (ECIW), Een Cursus van Liefde (ECVL) en andere boeken. Jezus biedt ons een buitengewoon effectieve weg die zich als volgt laat samenvatten. Hij zegt:
Jouw ik-gerichtheid zorgt ervoor dat jij je afgescheiden voelt, een zelf. De oplossing is om Vader-gericht te worden, om Hem weer te herinneren. Omdat je de Vader niet meer herinnert kun je ook naasten-gericht worden, ofwel broeder-gericht. Je gerichtheid op je broeders en zusters, je liefde voor hen, zal je de Liefde van de Vader doen herinneren en je zult weer weten dat je geen zelf maar een Zelf bent, geen afgescheiden ik maar een Kind van God. Jezus’ weg is de naastenliefde-weg.
Dus zegt Jezus in de Bijbel dat we onze naasten, zelfs onze vijanden, moeten liefhebben. In ECIW zegt hij dat we hen wonderen moeten aanbieden, expressies van liefde. In ECVL wijst Jezus ons op het mysterie van onze ware natuur: we zijn relatie. Deze uitspraak is zo krachtig. In feite gaat ECVL er al van uit dat we de illusie van afgescheidenheid doorzien hebben en ons herinneren dat we Schepsels zijn, relatie, wezens verenigd met hun Bron.
Dé sleutel van de weg van Jezus is gerichtheid op de ander om via deze gerichtheid te ervaren dat we met deze ander verenigd zijn. Via de herinnering van eenheid met onze naasten, onze broeders en zusters, herinneren we onze Relatie met de Vader, ons Zelf. Deze boodschap is eenvoudig. De waarheid is dat we niet afgescheiden zijn en de weg om dit te herinneren is het liefhebben van onze naasten. Toch nemen we niet zelden een vreemde zijstraat. Ik noem er enkele:
We weigeren het pad van liefde, de weg van het hart, te volgen en menen dat begrip van de metafysica de juiste aanpak is. We menen te begrijpen dat in absolute eenheid in feite niets kan bestaan en ontkennen God, wereld en naasten. In feite is dit een ontkenning van de schepping of juist een geloof in de ultieme afscheiding want we geloven dat alleen ons (kleine) zelf bestaat terwijl we menen dat we het over het Zelf hebben.
We blijven het kleine zelf centraal stellen en denken dat de weg van Jezus neerkomt op het aanvaarden van het wonder voor dit zelf of op het vergeven van dit kleine zelf. En natuurlijk is er niks mis met innerlijke vrede en een niet veroordelende houding ten opzichte van het zelf. Een onevenredige aandacht voor het kleine zelf is echter niet de weg die Jezus adviseert. De weg van Jezus is gerichtheid op onze naasten juist omdat Jezus weet dat we neigen naar overmatige gerichtheid op ons kleine zelf.
We praten onze zelf-gerichtheid vervolgens recht door beide hierboven genoemde punten handig samen te voegen. Immers, als alles één is dan kan ik toch net zo goed (of eerst) moeite doen om het wonder voor mijn zelf te aanvaarden, zelfliefde te oefenen, mezelf te vergeven enzovoorts?
De cirkelredenering is nu compleet. Het vergt grote eerlijkheid om die diepe ik-gerichtheid te erkennen. Soms denk ik wel eens dat een duaal Godsbeeld ons voor te veel ik-gerichtheid zou kunnen behoeden. Ons klein maken voor God, ons neerbuigen voor God, Hem lof toezingen enzovoorts kan ons behoeden voor ik-gerichtheid. Ook in ECIW probeert Jezus ons te behoeden voor de hoogmoed van ons zelf door ons uit te nodigen hem of de Heilige Geest te vragen welk wonder we mogen aanbieden aan onze naasten. Dit is een manier om niet onze kleine wil te volgen maar om Zijn Wil de ruimte te geven. Onze wil is ik-gericht, Zijn Wil is gericht op de expressie van liefde naar anderen wat dus ook het beste is voor ons-zelf.
We blijven de zondenval herhalen door ons afgescheiden te wanen aan God of, het andere uiterste, aan Hem gelijk. Maar wij staan niet los van God en we zijn niet gelijk aan God. Wij zijn Zijn schepselen en de door Jezus aanbevolen weg om ons dit te herinneren is weten dat we met Hem en anderen verenigd zijn (de waarheid) en dit gaan ervaren door onze bereidheid om Zijn wezen kenbaar te maken aan onze broeders en zusters (Liefde).
Om misverstanden te voorkomen plaats ik tenslotte twee kanttekeningen:
Er zijn wegen die directer lijken en gericht zijn op een directe mystieke ervaring voor onszelf. ECIW zou dit zien als een streven naar het heilige ogenblik. Deze houding is doorgedrongen in de ECIW-gemeenschap (wellicht vanuit de Advaita-visie) en vormt ook een mooi en helder pad. Maar Jezus geeft ons een “snelweg” door ons te wijzen op de expressie van liefde naar onze naasten; het belang van de heilige relatie.
Ons zogenaamde kleine zelf hoeft niet afgewezen te worden. Het is slechts ons geloof in de afgescheidenheid ervan dat ons in de weg zit. Vanuit dit gezichtspunt is zelfliefde of aanvaarding van ons zelf, inclusief zelfvergeving, niet verkeerd. Maar de uitnodiging is om de blik te verruimen. ECVL zegt dat we geen bekkens moeten worden met stilstaand water maar met elkaar verbonden bekkens met stromend water, stromende liefde. Als we gaan leven vanuit vereniging, vanuit Christusbewustzijn, dan spreekt ECVL van het verheven Zelf van vorm. Een van liefde vervuld leven waarbij we ons verbonden weten met onze Bron, de Vader, en met elkaar.
Jezus’ boodschap is er één van grote consistentie. Heb lief en ontdek dat je verenigd bent met de Vader en met elkaar. Dat je Heilige Relatie bent, een Schepsel, een Zelf, Liefde, een Kind van God.
Wat verstaat Jezus in ECIW onder een wonder? Dat lijkt me een belangrijke vraag voor ons, ECIW-studenten. Grote kans dat je deze vraag beantwoordt met zoiets als: “Een wonder is een verandering in perceptie”. Deze verandering in onze perceptie, in het Engels aangeduid met “a shift in perception”, is zeker belangrijk. De werkboeklessen van ECIW spelen een belangrijke rol in het bewerkstelligen van de verandering van onze perceptie. Als we echter uitgaan van deze definitie van een wonder dan maken we van ECIW vooral een boek dat draait om deze intra-persoonlijke verandering, de verandering binnenin onszelf. We gaan dan vooral het belang benadrukken van het bereiken van innerlijke vrede.
Het verbaast mij al jaren dat deze focus op het bereiken van innerlijke vrede zo afwijkt van de boodschap van Jezus die klinkt in het Nieuwe Testament. Als Jezus en zijn discipelen in de Bijbel geconfronteerd worden met hongerige en zieke mensen dan beperkt Jezus zijn boodschap niet tot het advies aan zijn discipelen om hun perceptie te veranderen. Hij roept hen op om daadwerkelijk hulp te bieden en om aan iedereen de liefde te tonen van de Vader. De wonderen in het Nieuwe Testament zijn vooral spectaculaire gebeurtenissen. In ECIW geeft Jezus aan dat wonderen niet bedoeld zijn om via spektakel de omstanders ergens van te overtuigen. Maar hoe ziet Jezus het wonder dan wel in ECIW?
Als hij ECIW dicteert aan Helen dan begint hij met het hoofdstuk “De principes van wonderen”, een dictaat van ongeveer 45 bladzijden. In de FIP-editie wordt hier een hoogst abstracte samenvatting van gegeven van 4 bladzijden. In deze samenvatting is veel uitleg niet weergegeven en dat is jammer. Gelukkig is het oorspronkelijk dictaat wel opgetekend in de Complete editie van ECIW. Hierin vraagt de openingszin al direct de aandacht:
“You will see miracles through your hands through me”. (Je zult wonderen zien via jouw handen door mij).
In wonderprincipe #3 lezen we “de definitie” van het wonder volgens Jezus:
Wonderen gebeuren van nature als uitingen van liefde. Het echte wonder is de liefde die ze inspireert. In die zin is alles wat uit liefde voortkomt een wonder.
In de complete editie spreekt Jezus zevenmaal over wonderen als expressies van liefde. Deze expressies hebben vooral een interpersoonlijk karakter, dat wil zeggen dat dat het een expressie is van liefde van de ene mens richting de andere.
Maar hoe zit het dan met die innerlijke verandering van perceptie? Is die niet belangrijk en zelfs de voorwaarde die vooraf dient te gaan aan de expressie van liefde naar anderen? Jawel; deze verandering is zeker belangrijk en gebed is het middel om ons open te stellen voor de liefde en om zo wonderbereid te worden. Maar die wonderbereidheid is vooral een openheid naar anderen om onder leiding van Jezus zijn liefde naar hen te kunnen laten stromen. Even plat gezegd: het primaire doel is niet dat wij ons richten op onze innerlijke vrede. In de complete editie geeft Jezus een voorbeeld waarbij Helen een beetje mokkend een goede daad verricht die een positief effect heeft voor hulpbehoevende kinderen en hij spreekt hier van een wonder. Het wonder betreft primair de liefdevolle daad en niet het bereiken van innerlijke vrede voor Helen. Het oorspronkelijk dictaat bevat meer voorbeelden waarbij het aanbieden van het wonder primair de betekenis heeft van het tot expressie brengen van liefde via het praktisch doen van iets liefdevols voor die ander; “via jouw handen door mij”. Ik zie hierin duidelijk de continuïteit van de boodschap van Jezus van Nieuwe Testament naar ECIW.
Ik wilde deze blog eerst niet schrijven want ik weet dat het benadrukken van het tot expressie brengen van liefde weerstand oproept bij veel ECIW-studenten. Maar “toevallig” kreeg ik een recente podcast onder ogen van Emily en Robert van The Circle of Atonement die exact handelt over dit thema. Dit zie ik als een aansporing om toch aandacht te vragen voor deze kwestie van de primaire betekenis van het wonder. Wat opvalt is dat ze heel eerlijk hun eigen verandering in visie rond dit thema beschrijven. Beiden zijn door de Cursus zelf geleid om hun visie op de betekenis van het wonder bij te stellen. (Zie link onderaan deze blog. De video is Engelstalig maar via de instellingen van YouTube kun je, redelijk accurate, Nederlandse ondertiteling erbij laten zetten).
In de video gebruiken ze de grappige zinssnede dat wij als ECIW-studenten als het ware “gemarineerd” zijn geraakt door het idee dat een wonder gelijkstaat aan een verandering in perceptie. Vervolgens lezen we de hele Cursus door deze bril. Momenteel herlees ik de wonderprincipes met die andere visie in gedachten. Dus: een wonder is primair een expressie van liefde, een interpersoonlijk gebeuren. Dit levert een verfrissende blik op die ik mijn medestudenten van harte aanbeveel.
Ik zie deze kwestie niet als een strijdpunt. Uit eigen ervaring weet ik dat mijn veroordelende perceptie op wonderlijke wijze kan veranderen en dat dit nodig is. Maar ik denk dat het goed is om gericht te blijven op het tot expressie brengen van deze liefde en niet primair gericht te blijven op het bereiken van een prettige innerlijke staat. Jezus roept ons zowel in de Bijbel als in ECIW (als in Een Cursus van Liefde) op bereid te zijn om uiting te geven aan de liefde die onze Bron is. Hij leidt ons hierin. In de complete editie staat dit prachtige citaat (vertaald met DeepL):
Het doel van de verzoening is om je alles terug te geven, dat wil zeggen, om je bewustzijn van alles te herstellen. Je had alles toen je geschapen werd, net als iedereen. Nu je in deze oorspronkelijke staat bent hersteld, word je op natuurlijke wijze zelf deel van de verzoening. Jullie delen nu mijn onvermogen om gebrek aan liefde in jezelf en in alle anderen te tolereren en moeten je aansluiten bij de Grote Kruistocht om dit te corrigeren. De slogan voor deze kruistocht is “Luister, leer en doe”. Dit betekent: Luister naar mijn stem, leer om de fout ongedaan te maken en doe iets om het te corrigeren. De eerste twee zijn niet genoeg.De echte leden van mijn gezelschap zijn actieve werkers. (T-1.26.6) https://youtu.be/9mb6Yp6wxTM
Via via kwam het boek “De Meesters van het verre oosten” door Baird Spalding weer op mijn pad. Ik heb dit boek zo’n 40 jaar geleden gelezen en het maakte toen indruk op me. “Zou dit allemaal echt gebeurd zijn?”, vroeg ik me toen en nu nog steeds af. Hierover ontstond een leuke gedachtewisseling in de Facebook-groep van Een Cursus van Liefde (ECVL) waarbij iemand verwees naar een podcast over deze vraag. Het antwoord op de vraag is vermoedelijk erg ontnuchterend: “nee, vriend Spalding is hoogstens na het schrijven van het boek pas voor de eerste keer van zijn leven naar dat verre oosten afgereisd. Het boek is fictie. Er zijn manieren te bedenken waarop dit recht te praten is en dat is wat vaker gebeurt bij boeken met spirituele inhoud. Zou Spalding geïnspireerd zijn geweest door verheven Tibetaanse meesters?
Dit voorval deed me denken aan de boeken door Gary Renard. Hij beweert dat hij zijn informatie heeft verkregen door direct contact met twee geascendeerde meesters, namelijk Arten en Pursah. Volgens Renard hebben deze entiteiten hem begeleid en hem inzichten gegeven die de basis vormen van zijn boek “De Verdwijning van het Universum”. Hij beweert dat de inhoud van zijn boek grotendeels gebaseerd is op dialogen en leringen die hij ontving tijdens deze ontmoetingen.
Een belangrijke kritiek op Renards werk is dat hij beschuldigd is van plagiaat. Critici beweren dat veel van de ideeën, concepten en passages in zijn boek rechtstreeks zijn overgenomen uit werken van andere auteurs. Men stelt dat Renard onvoldoende bronvermelding heeft gegeven en dat hij de ideeën van anderen heeft gepresenteerd als zijn eigen originele inzichten en als de visie van Arten en Pursah. Deze kritiek werpt twijfel op de oorsprong en authenticiteit van Renards informatie en heeft geleid tot scepsis over de geloofwaardigheid van zijn werk.
Saillant detail is dat Gary zelf kritiek heeft geuit op ECVL waarbij hij, wederom, uitgaat van de inzichten van anderen, namelijk van Bob Rosenthal, hoewel Gary deze keer gelukkig zijn bron vermeldt. Zijn kritiek betreft de mogelijkheid dat de waarheid gerepresenteerd zou kunnen worden in fysieke vorm. Dat komt wat vreemd over uit de mond van iemand die zegt dat zijn vrienden Arten en Pursah fysiek (!) bij hem verschenen maar dat hij foto’s maken van hen niet nodig vond en dat hij de tape met geluidsopnames is kwijtgeraakt. Tsja.
Maar hoe ga ik nu om met deze onzekerheden? Want de kwestie gaat natuurlijk dieper dan de schrijfsels van Spalding en Renard. We worden momenteel bedolven onder boeken en channelings die gebaseerd zouden zijn op Jezus als bron met voorop het door ons zo geliefde boek Een Cursus in Wonderen gevolgd door Een Cursus van Liefde, The Way of Mastery en talloze andere werken. Zijn al deze boeken echt geïnspireerd door Jezus? Sommige Christenen wijzen op de duivel als bron, anderen noemen Helen Schucman een knappe fantast, Mari Perron een profiteur en ga zo maar door. Wie en wat zouden wij nu moeten geloven?
En dat is natuurlijk de kern van de kwestie. Is geloven de sleutel op ons spirituele pad? In mijn beleving is het blind hechten van geloof aan boeken of uitspraken door anderen op zich niet handig als je hiermee je kritische denken en je gevoel als het ware op slot zet. Zodra je zegt: “zo zit het”, stopt het leren en ontstaat de onverdraagzaamheid naar broeders en zusters die dit (nog) niet zo zien als jij. Maar in feite is een doorgeslagen kritische houding ook niet handig als dit resulteert in bot ongeloof en ontkenning. Wij denken dat “eerst zien dan geloven” een nuttige aanpak is maar soms moet je eerst “geloven” om te kunnen zien. Maar dit “geloven” tussen aanhalingstekens is niet hetzelfde als het letterlijk aannemen van fantasieverhalen. Het betreft eerder een vorm van openheid, van bereidheid om iets wat je niet voor mogelijk hield toch te overwegen.
Dit is precies de houding die Jezus van ons vraagt in ECIW. Hij vraagt ons om zonder vooroordeel het tekstboek te lezen en de oefeningen van het werkboek uit te voeren. Het gevolg hiervan is geen nieuw geloof maar een ervaring (inleiding ECIW);
De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ʹEen universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk (VvT. In.2:5) Hoewel christelijk in formulering, behandelt de Cursus universele spirituele themaʹs. Hij beklemtoont dathij slechts één versie van de universele leerweg is. Er zijn vele andere, en deze verschilt daarvan alleen in vorm. Zij leiden uiteindelijk allemaal tot God.
Dit inzicht is behulpzaam. Ik durf te stellen dat mij onbevangen lezen van “De Meesters van het verre oosten” mij destijds gestimuleerd heeft om vervolgstappen te zetten op mijn spirituele pad. De boeken van broeder Gary hebben tienduizenden mensen geïnspireerd om met Een Cursus in Wonderen te beginnen. Dit is iets om dankbaar voor te zijn en het illustreert dat de Heilige Geest alles ten goede weet te gebruiken.
Die laatste twee vetgedrukte zinnen van het citaat mogen ons inspireren om te genieten van de rijkdom aan channelings die, ongeacht hun vorm, nu tot ons komen vanuit het Christusbewustzijn. Toch is een verdere bezinning nodig, een bezinning op de rol die wij toekennen aan intermediairs, mediums en scribenten. Een bezinning op onze neiging om te geloven en belang te hechten aan conceptuele “waarheden”. Op de rol van onderwijs en lering. Is het mogelijk om te leven vanuit directe kennis? Zowel ECIW maar vooral ECVL zijn hier duidelijk over. We zijn nu weliswaar gelukkige leerlingen maar het leerlingschap is niet ons einddoel. Daarom besluit ik met een citaat uit Een Cursus van Liefde (A4):
Dit is de enige reden voor deze voortzetting van het onderricht dat in Een Cursus in Wonderen wordt gegeven. Zolang je moeite blijft steken in het leren wat niet geleerd kan worden, zolang jij jezelf als student blijft zien die probeert te verwerven wat hij nu nog niet heeft, kun je de eenheid waarin je bestaat niet herkennen en niet voor altijd van leren bevrijd worden.
Eeuwenlang dachten we dat vooral de mens zondig was en we beriepen ons op de Bijbel. De mens zou er namelijk voor gekozen hebben zich van God af te scheiden. Goddank is dit gecorrigeerd door Jezus in ECIW. Maar het ego zoekt opnieuw naar zonde. Deze keer is het de hele wereld de klos, het fysieke domein en men beroept zich nu op ECIW. Maar er is geen fysiek domein dat losstaat van de denkgeest. Niets staat los van God, wij niet en de wereld niet. Slechts het geloof in afscheiding dient gecorrigeerd te worden. Er is geen losstaande persoon en geen losstaande wereld. Maar er zijn wel twee mogelijke visies mogelijk in de denkgeest; een ego-visie of een genezen-visie. We zien dan respectievelijk een nachtmerrie of de echte wereld. Jezus geeft ons Een Cursus van Liefde om het ons nogmaals uit te leggen en zelfs te laten ervaren. Niet omdat het onjuist staat in ECIW. Nee, maar omdat wij zonde (afscheiding) zoeken die niet bestaat, uit angst voor de Heilige Relatie die we zijn.
“Gelukkig is de oorlog een illusie”, hoorde ik onlangs iemand zeggen. Soms grijpt men dan terug naar de bekende bioscoop-metafoor. Volgens deze metafoor kijken we slechts naar een akelige film maar zijn we niet de figuranten in deze film. Wij zouden volgens deze metafoor het altijd onbewogen filmdoek zijn. Deze onbewogenheid streven wij vervolgens na. Een ECIW-leraar zette bij zichzelf een clownsneus op als ze naar het journaal keek zodat ze niet zou vergeten te lachen. Soms haalt men de ECIW-metafoor van zweven boven het slagveld uit zijn verband en stelt dat deze vorm van dissociatie de bedoeling is. Mensen die wel willen responderen op wat de beelden hen tonen worden soms weggezet als naïevelingen die de illusie echt willen maken. Of men gaat over tot bombastische taal en stelt dat God niets van deze wereld weet en dat Hij daarmee ons voorbeeld is. Ook wij zouden op weg moeten naar de ultieme dissociatie en ontkenning van de film, van de fysieke wereld van vorm.
Maar ach, lieve broeders en zusters. De bioscoop metafoor is prachtig zolang we maar beseffen dat wij naast het filmdoek ook de projector zijn. Wat wij op het doek zien is de projectie van wat zich in onze denkgeest afspeelt. Mij helpt het om daarom liever de spiegelmetafoor te gebruiken. Deze metafoor kan helpen om ons wat directer een beeld te geven van wat er gebeurt. Iemand die voordat zijn denkgeest genezen is stelt dat de oorlog die hij nog steeds ziet een illusie is, dient zich achter het oor te krabben als hij beseft dat hij kijkt naar oorlog in zijn denkgeest. Denk aan het bekend ECIW-citaat: <Txt 2: IV:3)
Alleen de denkgeest kan scheppen, aangezien de geest reeds geschapen is, en het lichaam een leermiddel voor de denkgeest vormt. Leermiddelen zijn op zichzelf geen lessen. Hun doel is louter het leren te vergemakkelijken. Het ergste wat een foutief gebruik van een leermiddel kan aanrichten is dat het nalaat het leren te vergemakkelijken. Op zich bezit het niet het vermogen om daadwerkelijke leerfouten in te voeren. Het lichaam, mits juist begrepen, is evenals de Verzoening niet bevattelijk voor een tweesnijdende toepassing. Dit komt niet doordat het lichaam een wonder is, maar doordat het naar zijn aard niet openstaat voor een verkeerde interpretatie. Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.
Als je oorlog ziet in de spiegel dan zie je de oorlog in je denkgeest en de ontkenning hiervan is “onwaardig” omdat je de macht van je denkgeest ontkent om te projecteren. In feite weten we het allemaal: de fysieke wereld die we zien is geen wereld buiten ons maar een projectie van wat wij zijn gaan geloven in onze denkgeest. Als we ellende zien dan mogen we dit serieus opvatten als een uitnodiging om verder te gaan met ons vergevingswerk.
Het is in dit verband goed om een misverstand uit de weg te ruimen. Sommige ECIW-studenten verwijten Jezus dat hij in het boek Een Cursus van Liefde (ECVL) de illusie echt zou maken door te spreken van het verheven Zelf van vorm. Dit lijkt hen vloeken in de Cursus-kerk. Maar Jezus spreekt zichzelf niet tegen. Hij zegt simpelweg dat bij genezing van onze denkgeest we iets heel anders gaan zien in de spiegel. Hij stelt, net als in ECIW, dat we dan de echte wereld zullen zien, een nieuwe wereld. Natuurlijk bestaat er geen spiegelbeeld los van ons. Maar áls we in de spiegel kijken dan zien we natuurlijk wel ons spiegelbeeld, ons lichaam en de ons bekende wereld van tijd en ruimte.
En nu het heerlijke. Het is me zo overduidelijk dat de afkeer van de fysieke wereld die helaas bij sommige ECIW-studenten gemeengoed is geworden niet alleen onnodig is maar ook onhandig. Want ja, wij zijn gaan geloven in de echtheid van ons spiegelbeeld en dat is niet de bedoeling. Maar waar wij de spiegel kunnen misbruiken om onze narcistische neiging bot te vieren, heeft God (de Heilige Geest) een prachtig doel met de spiegel. Staande voor de spiegel zien we precies wat er aan de hand is in onze denkgeest. We zien hoe onze op afscheiding gerichte denkgeest weerspiegeld wordt als ellendige wereld. En natuurlijk is het niet ons einddoel om een spiegelbeeld te maken dat op zichzelf zou staan. Maar het in de spiegel kijken op zichzelf, wat wij zo overhaast en foutief zijn gaan labelen als de droom echt maken, is uiterst nuttig omdat het ons helpt een juiste diagnose te stellen. Nemen wij het spiegelbeeld van een kwetsbaar en afgescheiden persoontje in de wereld van tijd en ruimte serieus of kunnen we ontdekken dat het een spiegelbeeld is van de gedachte aan afgescheidenheid die zich voortdoet in de tijd- en ruimteloze denkgeest?
Tenslotte onze verlossing. Als onze denkgeest geneest dan zien we in de spiegel van tijd- en ruimte heilige relaties ontstaan, het verheven Zelf van vorm, de echte ofwel nieuwe wereld. In ECIW leren we dat het lichaam, ons spiegelbeeld, terzijde kan worden gelegd als de denkgeest genezen is. Ook in ECVL horen we dat we in de spiegel mogen kijken als we dat willen maar dat dit niet hoeft. Als de denkgeest genezen is dan is kijken in de spiegel niet meer dan een keuze en geen doel meer ter genezing. Voor ons is het nauwelijks voorstelbaar hoe dat zal zijn. Maar ik kan me vinden in de kritische houding van Jezus in ECIW over deze spiegel. De spiegel zelf is niet verkeerd, ons lichaam en de wereld zelf zijn niet verkeerd, maar uiteindelijk zijn we er niet voor geschapen om eindeloos in de spiegel te kijken. De doorgeslagen zelfliefde van Narcissus is natuurlijk symbolisch hiervoor. De belofte is dat we zonder spiegel naar elkaar en naar onze vader kunnen kijken. Een paradijs van liefde.
Er is alleen maar bewustzijn, alleen maar ‘mind’. Binnen dit bewustzijn verschijnt ons universum van tijd en ruimte. Op dit moment zijn wij hybride wezens, met één been in de eeuwigheid en het andere op aarde. Het is een mysterie. Soms denken we dat de fysieke wereld van tijd en ruimte, de wereld van vorm, losstaat van ‘mind’, van bewustzijn. Maar dat is niet het geval. Alles is gemaakt van hetzelfde materiaal; de wereld is volledig mentaal. Wat wij de fysieke wereld van vorm noemen, is slechts een kwestie van perspectief. Het is niet onjuist om een wereld van vorm waar te nemen, maar we zijn gaan geloven dat we hiermee samenvallen. We zijn gaan denken dat we lichamen zijn die rondwandelen op aarde. We geloven dat we van elkaar en van de wereld gescheiden zijn, en dat “mind” een product is van onze hersenen. Door deze overtuiging ervaren we niet langer de verbondenheid van onszelf met de ‘mind’ en zien we ook niet langer dat anderen en de wereld ook gemaakt zijn van ‘mind’. Gelukkig was daar Jezus, die ons heeft geleerd hoe we deze herinnering weer kunnen terughalen. We moeten stoppen met oordelen en ons openstellen voor de ‘mind’. Dit wordt vergeven genoemd. Als we hiertoe bereid zijn, gaan we ons weer verbonden voelen met het geheel, met de ‘mind’, met elkaar en met de wereld. Dan kunnen we ervaren dat we geen afgescheiden wezens zijn die gevangen zitten in tijd en ruimte. Dat voelt als een bevrijding, als verlichting.
Hoewel dit concept niet zo ingewikkeld is, blijken mensen het toch moeilijker te maken dan het is. Als we er goed naar kijken, zijn er eigenlijk twee mogelijke vergissingen. De eerste vergissing wordt veel gemaakt en ik heb er al even naar verwezen. De meeste mensen zijn eenvoudigweg vergeten dat ‘mind’ geen product is van onze hersenen, maar het materiaal waaruit we bestaan. Alles van ons, ons lichaam, onze gedachten, gevoelens en alles daartussenin, bestaat uit ‘mind’, omdat er niets anders is. De andere vergissing is het andere uiterste. Sommige mensen denken dat de wereld van tijd en ruimte volledig verkeerd is, en dat lichaam en wereld illusoir zijn, oftewel nep. Ze willen hier niets mee te maken hebben en proberen het te ontkennen, maar ze zien niet in dat ze dan het ene aspect van ‘mind’ veroordelen ten gunste van het andere aspect. Ze ontkennen hun lichaam, de wereld en anderen, en kijken hoopvol omhoog naar een soort ‘mind-hemel’ waarin geen plaats is voor hybride wezens.
Van deze tweede vergissing bestaat er een nog radicalere variant. Dit zijn mensen die vinden dat de overgang van een hybride wezen naar een geestelijk wezen niet ver genoeg gaat. Ze beweren dat er helemaal niets kan bestaan in de ‘mind’, omdat deze absoluut één is, en dat er in de ‘ mind geen schepping (differentiatie, individuatie) mogelijk kan zijn. Kunnen ze dat echt weten? Nee, dat kunnen ze niet, maar ze geloven er stellig in. Ze noemen ‘mind’ soms nog wel God en eigenlijk kan er naast God niets bestaan. Geen hybride Jezus, geen geestelijk Zelf, geen Heilige Geest, en als we het goed bekijken, is er zelfs geen ruimte voor één Zoon. Want hoe zouden God en de Zoon naast elkaar kunnen bestaan? Is dat niet dualistisch?
In feite geloven deze mensen in niets. Ze beseffen zelf misschien niet eens dat dit een geloof betreft want ze zijn er zelfs zeker van, omdat het zo goed aansluit bij hun idee van non-dualiteit. Maar ervaren ze het ook zo? Nee, dat kan natuurlijk niet. Zodra ze iets ervaren, is er een waarnemer en datgene wat waargenomen wordt. Zolang er bewustzijn is, is er het besef dat er iets is. En iets is niet niets. Niets kan alleen maar geloofd worden, maar nooit ervaren of zeker geweten worden. Maar dat kan hun niets schelen. Echt helemaal niets.
Waarom besteed ik aandacht aan wat iemand gelooft? Omdat het nogal wat consequenties kan hebben voor hoe we op basis van onze overtuiging omgaan met elkaar en met de wereld. Want heeft het zin om liefdevol met anderen en de wereld om te gaan als ze eigenlijk niet bestaan? Gelukkig geldt dat zelfs mensen die streven naar dat onbegrijpelijke “niets” in de praktijk niet leven volgens hun geloof. Toch tref ik met regelmaat medestudenten die lachen om tv-beelden van oorlog en andere rampspoed omdat het volgens hen toch allemaal slechts een illusie betreft. Zodra we beseffen dat deze beelden een reflectie vormen van aanvalsgedachten in die ene denkgeest die we delen, beseffen we dat lacherige onverschilligheid het antwoord niet is. Pas als we erkennen dat de beelden tonen dat we ziek zijn kunnen we ons uitstrekken naar genezing, naar liefde. Pas dan kunnen we werkelijk behulpzaam zijn en daarmee onze functie op aarde vervullen.
Enthousiast maakte ik melding van de herdruk van Een Cursus van Liefde (ECVL). In de Prelude van ECVL geeft Jezus aan dat dit boek een vervolg is op Een Cursus in Wonderen (ECIW). Duizenden ECIW-studenten en ikzelf ervaren het ook als zodanig. Natuurlijk is niet iedere ECIW-student het hiermee eens. Dit geldt ook voor wijlen Bob Rosenthal van de FIP. Ik ga ervan uit dat hij ECVL gelezen heeft en ik respecteer zijn mening maar onderschrijf deze niet. Als ik zijn bezwaren lees dan merk ik dat ze gaan over vermeende metafysische verschillen. Natuurlijk is ECVL geen kopie van ECIW en dus verschillen de boeken. Maar het is zonneklaar voor mij dat beide boeken zowel ons verstand als ons hart aanspreken maar dat ECVL de nadruk legt op ons hart omdat Jezus gemerkt heeft dat we ECIW te mentaal zijn gaan benaderen. Het lastige in de communicatie met mede ECIW-studenten is dat de continuïteit tussen ECIW en ECVL alleen ervaren kan worden als je de woorden van Jezus in ECVL laat binnenkomen in je hart. Ik vind het jammer dat Bob Rosenthal dit kennelijk niet zo ervaren heeft in tegenstelling tot talloze anderen en blijft hameren op vermeende verschillen.
Laat ik nu even heel helder zijn. Ik wil geen enkele ECIW-student overhalen om ECVL te gaan lezen als hij of zij gelukkig is met die prachtige Cursus in Wonderen. Tegelijkertijd bereiken mij tientallen berichten van Nederlandse lezers van ECVL die vertellen hoe de woorden van Jezus, ook die uit ECIW, nu veel dieper bij hen binnenkomen. Dit maakt me dankbaar en blij.
Tegelijkertijd zie ik bij sommige ECIW-studenten een afwijzende houding. Als ik ze vraag of ze ECVL (helemaal) gelezen hebben dan krijg ik geen of een ontkennend antwoord. Ze posten vervolgend links naar de visie van Bob, een visie die tamelijk klakkeloos is overgenomen door Gary Renard en de FIP. Hiermee worstel ik. Als ex-wetenschapper weet ik dat één van de grote gevaren in de wetenschap het zogenaamde “authority based” napraten is van de mening van een ander. Omdat één of andere bekende professor een keer iets heeft beweerd hobbelen andere wetenschappers als gelovigen achter hem aan. Hierdoor stagneert de wetenschap. Ook binnen de religie kennen we dit fenomeen. Gelukkig heeft Copernicus de “theology based authority” niet klakkeloos aangenomen anders zouden we nu nog denken dat de zon om de aarde draait.
Het blijkt lastig, zo niet onmogelijk, te praten met mensen die hun mening al gebaseerd hebben op basis van de mening van een ander. Waar zou je moeten beginnen en, belangrijker, moet ik hier überhaupt wel aan willen beginnen? Iemand die ervoor gekozen heeft om geloof te hechten aan de uitspraak van een autoriteit is moeilijk meer te bereiken. Ik bekeek de lijst van argumenten die de FIP op de website heeft geplaatst en bij elk argument ervoer ik het onbegrip dat erachter schuilging. Even overwoog ik om de punten stapsgewijs te gaan behandelen met daarbij citaten uit zowel ECIW als ECVL om de overeenkomst in plaats van de verschillen te laten zien. Maar dit leek me om twee redenen niet zinvol. De eerste reden omschreef ik al expliciet: discussiëren met gelovigen is niet zinvol, zoals de Britse filosoof Brian McGee treffend omschreef. De tweede reden is fundamenteler. Wat ik met ECVL ervaar is erg lastig te delen met iemand die het boek zelf niet gelezen heeft en die kijkt vanuit een argwanende en bevooroordeelde blik. In ECVL gaat het niet om een sluitende theologie en natuurlijk zegt Jezus in ECIW precies hetzelfde.
Toch voelde het niet goed voor me om helemaal niet op de inhoud van de argumenten van Bob/ de FIP in te gaan. Ik besloot om een blog te schrijven over het eerste en wellicht belangrijkste punt van de kritiek die de visie op het lichaam betreft. Afgezien van een one-liner was er nauwelijks respons. Ik besloot het hierbij te laten maar prompt kwam via een omweg nog een nabrander op mijn pad die ik ervoer als een bevestiging en bemoediging door Jezus. Het betreft een citaat uit ECIW, juist over het lichaam (Txt 27, I: 10).
Het lichaam kan een teken van leven worden, een belofte van verlossing, en een vleugje onsterfelijkheid voor degenen die het beu zijn de kwalijke geur des doods op te snuiven. Laat genezing dan zijn doel zijn. Dan zal het de boodschap uitzenden die het ontvangen heeft, en door zijn gezondheid en lieflijkheid de waarheid en de waarde verkondigen die het vertegenwoordigt. Laat het de kracht ontvangen een oneindig leven te vertegenwoordigen, voor eeuwig van alle aanval vrij.
Dit ECIW-citaat zou rechtstreeks uit ECVL kunnen komen en zo zijn er ook omgekeerd talloze voorbeelden, voor wie het wil zien. Ook op deze blog volgde nauwelijks reactie.
“Klaar nu, houd ermee op, laat het rusten”, bedacht ik. Ik hoef niemand te overtuigen, het heeft ook geen zin om verder te communiceren.
Vrolijk stapte ik vanmorgen op mijn crosstrainer om 30 minuten te bewegen waarbij ik ondertussen een filmpje keek van Robert en Emily, twee ECIW-leraren, over het ontvangen van leiding door de Heilige Geest (zie: https://youtu.be/4S4OssrPYX4 ). “Grappig, dat is het volgende bezwaar van Bob/FIP op ECVL”, bedacht ik. In ECVL geeft Jezus aan dat de tijd van bemiddeling door de Heilige Geest ten einde zal komen en dat we als het ware nog directer de leiding van liefde zullen gaan ervaren. Voor Bob/FIP is dit vloeken in de kerk. Op zich is dit ook al markant omdat juist de grondlegger van de FIP, Ken Wapnick, in zijn latere leven steeds meer de symbolische betekenis van de Heilige Geest ging benadrukken. Maar goed; dit wordt inderdaad vermeld door Robert en Emily en ze geven aan dat bij het vorderen van de ECIW-student ervaren zal worden dat het nadrukkelijk leiding vragen aan een intermediair (de Heilige Geest) uiteindelijk vervangen zal worden door zoiets als directe inspiratie! Ik rolde bijna van mijn crosstrainer af van verbazing. Word ik nu gevraagd om wél die lijst met vermeende verschillen te gaan becommentariëren?
Ik weet het niet maar voel me wel geroepen om het voor nu af te ronden met de volgende samenvattende punten:
Geniet van het boek dat jou inspireert; je hoeft niks anders te lezen als jij je hiertoe niet geroepen voelt.
Laat je niet weerhouden om ECVL te gaan lezen door negatieve, cognitieve oordelen van zogenaamde autoriteiten die niet zelden niet eens de moeite hebben genomen om zelf ECVL te ervaren.
Wees welkom om vragen en kwesties die je bezighouden over deze boeken met me te delen en te bespreken. Ik ben geen autoriteit maar een broeder die samen met jou op weg is. Het samen delen van onze ervaringen is typisch voor ECVL en hierin ervaar ik telkens dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Daar ben ik dankbaar voor.
PS: De beheerder van de grote FB Een Cursus in Wonderen-groep geeft aan dat ze de berichten wil beperken tot ECIW. Dat is natuurlijk prima. Er zijn twee FB-groepen waar je terecht kunt om je ervaringen met ECVL te delen: Een Cursus van Liefde (te vinden door te zoeken op ECVL) en ECIW-coach (waarin gesproken kan worden over alle door Jezus geïnspireerde boeken). Ik verwelkom je graag in deze groepen!
Steeds meer studenten van ECIW ontdekken Een Cursus van Liefde (ECVL) en worden hierdoor in hun hart geraakt. Andere studenten kiezen ervoor om zich vooralsnog te blijven richten op ECIW en dat is natuurlijk helemaal oké. Ieder zijn weg, ieder zijn boek. Zelf heb ik veel gelezen in de Bijbel, ECIW, ECVL en andere boeken zoals The Way of Mastery. Ik ervaar in deze boeken een grote mate van continuïteit in de liefdevolle boodschap van Jezus. Daar is niet iedereen het met mij over eens.
Vanuit de wat minder vrijzinnig Christelijke hoek reageert men met angst op ECIW, dikwijls zonder ECIW (goed) gelezen te hebben. Men plakt een paar grove etiketten op ECIW (“het plaatst de mens op Gods troon, het verdraait de boodschap van Jezus, het komt uit de koker van de duivel etc”) en legt ECIW terzijde. Een dergelijke reactie zie ik nu wrang genoeg ook soms waar het ECIW studenten of leraren betreft die zich snel een mening over ECVL aanmeten. Ook hier kiest men ervoor om op zoek te gaan naar verschillen. Men wijst er dan op dat ECVL niet negatief praat over het lichaam.
Jezus heeft ons ECIW gegeven om ons te helpen onze identificatie met het lichaam op te geven. Wij waren gaan geloven dat wij een kwetsbaar, tijdsgebonden mensje waren en Jezus wilde ons leren dat wij tijdloze kinderen van de Vader zijn. Hij legt uit dat we onder leiding van de Heilige Geest een nieuwe betekenis aan het lichaam mogen gaan geven. Waar het eerst een symbool van de afscheiding was mag het een communicatiemiddel worden van de Heilige Geest die door ons heen werkt in de wereld. Er kan zo een nieuwe wereld ontstaan, een begrip dat Jezus zo’n 130 keer noemt in ECIW.
Helaas slaan sommige ECIW-leraren door en nemen een ronduit negatieve houding aan voor wat betreft het lichaam. De stap waarbij we ons geloof in afscheiding laten corrigeren en het lichaam anders leren zien wordt snel overgeslagen en men wil het liefst zo snel mogelijk oplossen in de tijd- en ruimteloze werkelijkheid van ons wezen. Anders gezegd: er is een negatieve en ontkennende houding tegenover het lichaam ontstaan. Deze doorgeschoten houding is niet inherent aan ECIW en wordt door Jezus in ECVL liefdevol en glashelder gecorrigeerd. Ik zie echter dat net zoals sommige Bijbel-lezers liever niets horen over de heerlijke boodschap van ECIW nu soms hetzelfde gebeurt bij ECIW-lezers die liefst zo snel mogelijk ECVL willen classificeren als een soort afzwakking van de boodschap van ECIW. De Foundation of Inner Peace besteedt zelfs een hele webpagina aan het opsommen van wat zij zien als verschillen tussen ECIW en ECVL.
Eerst wilde ik al hun opmerkingen stapsgewijs behandelen en proberen te laten zien dat er tegenstellingen worden gezien waar deze er niet zijn. Maar ik vrees dat dit weinig zin heeft. Het is lastig om iemand die zoekt naar tegenstellingen een andere visie aan te reiken. Daarom beperk ik me tot het eerste en wellicht belangrijkste punt van kritiek van de FIP. Zij geven eerst een citaat uit ECVL (Dialogen D6.26):
6.26 Het lichaam is nu de belichaming van het ware Zelf, de belichaming van liefde, de belichaming van goddelijkheid.
Vervolgens geven ze drie citaten uit ECIW “ter correctie:
“Het lichaam werd niet door liefde gemaakt..” (T-18.VI.4:7)
“Want het lichaam is een beperking van liefde ” (T-18.VIII.1:1)
“God kan niet in een lichaam komen, noch kun jij je daar met Hem verbinden..” (T-18.VIII.2:3)
Door zo in staccatovorm korte fragmenten uit boeken, uit hoofdstukken uit paragrafen te lichten wordt een ongenuanceerd zwart-beeld geschetst dat onnodig leidt tot polarisatie. Het is onmogelijk om met woorden en concepten uit te leggen wat een lezer van ECVL in dialoog met Jezus ervaart omtrent het binnenstromen van liefde in zijn lichaam. Dus zelfs als ik de hele paragrafen hieronder zal citeren blijft de deur naar discussie en misverstand open staan. Ik hoop echter dat je als je jouw hart opent als het ware kunt voelen dat de toon zacht, liefdevol en verbindend is.
ECVL
D6.26 Het lichaam is nu de belichaming van het ware Zelf, de belichaming van liefde, de belichaming van goddelijkheid. Het bestaan ervan is gegeven zoals het altijd was gegeven. Maar nu is de diepste aard van het bestaan ervan veranderd. Ik zeg hier veranderd omdat jij je misschien herinnert dat verandering in de tijd plaatsvindt. Buiten tijd en vorm heeft jouw Zelf altijd bestaan in de perfecte harmonie waarin het werd geschapen. Nu jouw Zelf zich heeft verbonden met het verheven Zelf van vorm, bestaan jullie samen, zowel in de tijd als buiten de tijd. Bedenk dat het Verheven Zelf van vorm nooit alles zal zijn wat je bent. Dit betekent echter niet dat er delen van jouw Zelf ontbreken in deze nieuwe ervaring in vorm die je nu binnengaat, maar dat het Verheven Zelf van vorm nu in staat is om zich bij het Zelf aan te sluiten in de eenheid van gedeeld bewustzijn. Je bent weer heel en je vorm zal slechts één aspect van je heelheid in de dimensie van de tijd representeren.
ECIW
4. Hierover verkeert de denkgeest onmiskenbaar in de waan. Hij kan niet aanvallen, maar houdt vol dat wel te kunnen, en gebruikt wat hij doet, om het lichaam te kwetsen, als bewijs dat hij het wel kan.
De denkgeest kan niet aanvallen, maar kan wel zichzelf misleiden. En dat is het enige wat hij doet wanneer hij meent dat hij het lichaam aangevallen heeft. Hij kan zijn schuld projecteren, maar raakt die door projectie niet kwijt. En alhoewel hij de functie van het lichaam duidelijk verkeerd kan waarnemen, kan hij zijn functie, zoals die door de Heilige Geest is vastgesteld, niet veranderen. Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen.
1. Alleen het lichaamsbewustzijn is in staat liefde beperkt te doen lijken. Want het lichaam is een beperking van liefde. Het geloof in beperkte liefde lag aan de oorsprong ervan, en het werd gemaakt om het onbeperkte te beperken. Denk niet dat dit louter zinnebeeldig is, want het werd gemaakt om jou te beperken. Kun jij die jezelf in een lichaam ziet jezelf kennen als een idee? Alles wat jij ziet vereenzelvig je met uiterlijkheden, met iets buiten zichzelf. Je kunt niet eens denken aan God zonder een lichaam, of in een of andere vorm die je denkt te herkennen.
2. Het lichaam kan niet kennen. En zolang je jouw bewustzijn tot zijn nietige zintuigen beperkt, zul je de grootheid die jou omringt niet zien. God kan niet in een lichaam komen, noch kun jij je daar met
Hem verbinden. Het zal altijd lijken alsof een beperking van liefde Hem buitensluit, en jou van Hem gescheiden houdt. Het lichaam is een nietig hekje rond een klein deel van een glorierijk en compleet idee. Het trekt een cirkel, oneindig klein, rond een minuscuul segment van de Hemel dat zich van het geheel heeft afgesplitst, en het verkondigt dat jouw koninkrijk daarbinnen ligt, waar God geen toegang vindt.
Om te laten zien dat het ook mogelijk en zelfs heel inspirerend is om op zoek te gaan naar overeenkomsten in plaats van naar verschillen geef ik hier nog twee paragrafen uit ECVL (Hoofdstuk 7 van de Dialogen) die aansluiten bij het laatstgenoemde citaat uit ECIW.
ECVL:
7.26 Om je te helpen dit te begrijpen, vraag ik je nu om je jouw lichaam voor te stellen als een stip in het midden van een cirkel en je de cirkel voor te stellen als een representatie van alles wat je bent. De stip van je lichaam is het enige dat aan tijd gebonden is. Wat transformatie buiten de tijd van je vraagt, is om dit lichaam te zien als slechts dit ene kleine aspect van wat je bent. Door jezelf en anderen te observeren heb je geleerd je lichaam te zien in het veld van de tijd. Dit kan nu van pas komen wanneer jij je het ‘meer’ dat je bent begint voor te stellen; het ‘meer’ dat buiten de lichaamsgrens bestaat en buiten de grens van tijd en specificiteit.
7.27 Deze cirkel waarin jij je lichaam geplaatst hebt, is geen cirkel van tijd en ruimte. Het is geen cirkel die om jou heen kan worden getrokken om daarmee wellicht een bepaalde ruimte van een kilometer te bepalen en te zeggen dat dit de hele jij is. Nee, de cirkel die om je heen bestaat is de cirkel van gedeeld bewustzijn, de cirkel van eenheid. In werkelijkheid is deze cirkel alles, het Al van Al, het universum, God. Maar net zoals de Aarde gezien kan worden als je thuis, hoewel jij je zelden bewust gewaar bent dat je in dit ‘grotere’ thuis bestaat, zul jij je niet altijd gewaar zijn van deze cirkel van het Zelf als het Al van Alles en zal het behulpzaam zijn als we beginnen het ons op een kleinere schaal voor te stellen
Als je met open mind en hart leest dan zul je zien dat slechts de invalshoek van ECIW en ECVL verschilt in deze citaten. Zoals ik aangaf zie je dat ECIW onze identificatie met het lichaam als symbool van afscheiding corrigeert. En in de ECVL-citaten zie je de nieuwe functie die het lichaam kan vervullen zonder de beperktheid van het lichamelijke aspect uit het oog te verliezen.
Tenslotte wil ik vanuit mijn liefde voor de Bijbel afsluiten met een verrassend Bijbel-fragment (Joh 14:8). Bedenk dat Jezus ons in ECVL uitnodigt hem na te volgen. Als hij nog in fysieke vorm bij zijn discipelen is dan zegt hij:
Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen.
Van Jezus, onze broeder, wordt in de Bijbel gezegd: Het Woord is vleesgeworden.
Mogen we Jezus als broeder en voorbeeldleven zien?