Rupert Spira over “de illusie”: alles is écht.

ECIW wil ons duidelijk maken dat er geen afgescheiden fysieke wereld los van ons bestaat ook al lijkt dit voor ons wel zo te zijn. Daartoe gebruikt Jezus in ECIW stevige taal waar het gaat over de wereld die wij los van onszelf menen te zien. Helaas plaatst dit menig student van de Cursus in een spagaat die feitelijk weer uiterst duaal is. Vanuit het kleine zelf gaat men er namelijk toe over om onze ervaringen binnen de wereld te ontkennen. Er kan dan een nieuwe dualistische houding ontstaan die je zou kunnen samenvatten als: “ik die de droom ontkent”. We denken dat er een keuze gemaakt dient te worden tussen droom en werkelijkheid, tussen tijd en tijdloosheid. ECIW probeert deze verwarring te voorkomen door bijvoorbeeld te stellen dat ideeën niet hun bron verlaten. Of door de constatering dat het lichaam ook gezien worden als neutraal communicatiemiddel. Meer voorbeelden zijn mogelijk.

In dit interview is dit nu precies de kwestie waar een mevrouw (overigens geen ECIW-student) mee worstelt. Rupert daalt op zijn bekende, rustige wijze diep af in deze kwestie. Zonder dat de boeken genoemd worden gaat hij in mijn beleving mooi in op deze kwestie in ECIW waarbij hij een uitleg geeft die geheel overeenkomt met de woorden van Jezus in Een Cursus van Liefde (ECVL). Ik vind ook dat ECVL heilzaam en bevrijdend kan zijn voor ECIW-studenten die in de war zijn geraakt door een te conceptuele versie van de metafysica.

Woorden, boeken en video’s kunnen nooit dat mysterie uitleggen waarbij vanuit de tijdloosheid onze wereld van tijd en ruimte verschijnt. De Rozenkruizers beelden het af als een roos op het snijpunt van het kruis. Bij de vrijmetselaars is het de heilige ruimte tussen passer en winkelhaak. Jezus is het geïncarneerde woord, het licht dat schijnt in de duisternis en dit geldt ook voor ons. Filosofen als Sartre proberen hier woorden voor te vinden. Kijk eens naar de titel van zijn boek: “Het zijn en het niet”, waarbij “het niet” die ongrijpbare tijdloze “kern” van ons bestaan is.

Ik vind dit onderwerp en deze video belangrijk omdat het ons ervoor kan behoeden om afwijzend te staan ten opzichte van de wereld die we overhaast willen afdoen als illusoir. We worden uitgenodigd om ons te openen voor het mysterie dat er sprake lijkt te zijn van twee standpunten: het absolute standpunt en het daarin verschijnende relatieve standpunt. Als we vanuit geloof in afgescheidenheid menen hier een keuze in te kunnen en moeten maken dan maken we paradoxaal genoeg de illusie écht voor onszelf. De video is Engelstalig.

Over “de keuzemaker”

De term “keuzemaker” wordt regelmatig gebruikt bij het onderwijzen van ECIW waarbij men stelt dat we in elke situatie de keuze hebben om hetzij naar de stem van het ego te luisteren hetzij naar de stem van de Heilige Geest (HG). Anders geformuleerd stelt men dat de keuzemaker de keuze maakt tussen de juist gerichte denkgeest (HG) en de onjuist gerichte denkgeest (ego). Maar staat de keuzemaker dan boven de denkgeest? En hoe kan dat dan als wij die tijd- en ruimteloze denkgeest zijn?

De term “keuzemaker” als zodanig komt niet voor in ECIW maar zit wel impliciet “verborgen” in vele paragrafen die handelen over het maken van een keuze. Om het nog wat ingewikkelder te maken moeten we opmerken dat het woord “denkgeest” dat zo vaak voorkomt in ECIW een vertaling is van het Engelse “mind”. In de Engelse versie van ECIW wordt mind gebruikt voor zowel de ruimte en tijd overstijgende essentie van de zoon van God als voor het meer alledaagse verstand. Soms schrijft men “Mind” met een hoofdletter als het om de Goddelijke essentie gaat waar wij als het ware een aspect van zijn met onze kleine “mind”. Het is dan ook geen wonder dat er verwarring ontstaat over de positie van de keuzemaker binnen die “mind”.

Als we ons bezighouden met deze kwestie is het ook handig om een schuin oog te houden op ons als vraagsteller. Wij stellen deze vraag vanuit ons verstand en de stilzwijgende aanname hierbij is dat wij met ons verstand de werkelijkheid kunnen ontleden, benoemen, classificeren en rubriceren. Zo denken we in termen van hoog en laag: hoe hoog zit de keuzemaker nu eigenlijk in ons “wezen”? Zit hij op het 3D-niveau, op tijd-en ruimteloos niveau of nog hoger en kan dat eigenlijk wel? Op vergelijkbare wijze spreken we over ons zelf met een kleine z, ons Zelf met een grote Z, over ons ego, over de HG, over de denkgeest met een kleine d en de Denkgeest met een grote D.  Gaat het ons lukken om het puzzeltje compleet te krijgen en de vraag over de plaats van de keuzemaker te beantwoorden? En, zo ja, is dit dan werkelijk behulpzaam?

We hoeven in mijn beleving onze 3D-mind, ons verstand, niet uit te schakelen maar het helpt om, in termen van Een Cursus van Liefde, dit verstand onder curatele te plaatsen van ons hart. Schrik niet; het is niet mijn bedoeling om de zoveelste speler (het hart) ten tonele te voeren. Het is wel mijn bedoeling om je te doen ervaren (hart, gevoel) dat je elke situatie in je leven aan kunt gaan vanuit angst of vanuit liefde. Ben je gericht op het in standhouden of versterken van je gevoel van afscheiding of op verbinding en vereniging? Merk op dat je dit allang weet en dat dit simpele besef dat je deze keuze kunt maken in alledaagse situaties helemaal geen diepgaand conceptueel inzicht in de metafysica van ECIW behoeft. Ik nodig je uit om dit ervaringsfeit, dit gevoel een keuze te hebben voor versterken van afscheiding of voor vereniging te gebruiken als je eenvoudige uitgangspunt. In feite hebben we het hier over “vergeving”, een sleutelbegrip in ECIW.

Je zult vermoedelijk opmerken dat onze basisinstelling, onze default waarde, dikwijls de keuze voor het versterken van het gevoel van afscheiding is (zonde-schuld-angst, ego en zo). Tevens is al snel duidelijk dat onze wilskracht te kort lijkt te schieten om de keuze voor verbinding te maken. Gaandeweg leren we (uit ECIW) dat we ervoor kunnen kiezen (!) om ons over te geven aan een soort liefdeskracht die ons helpt om wél die keuze voor verbinding te maken. (keuze voor Liefde, de Vader, de HG, Jezus, leven vanuit ons Zelf etc). Zie je dat je steeds die keuzemogelijkheid hebt ook al kun je met je denken niet echt vat krijgen op (de plek van) deze keuzemaker? Je wéét gewoon dat de mogelijkheid er is, ook al kunnen we ons verliezen in heel interessante discussies over het bestaan van de vrije wil, discussies waar je nu weinig mee opschiet.

Hierboven beschreef ik de terugweg die ECIW ons biedt middels vergeving: de keuze voor verbinding (liefde, HG etc). Dan nu even met een reuzestap terug naar waar het “misging”. De afscheiding is nooit echt gebeurd. We zijn Zonen van God die niet gevangen zitten in tijd en ruimte. Maar kennelijk vonden we het leuk om de keuze (!) te maken om te ervaren hoe het is om afgescheidenheid, kwetsbaarheid, sterfelijkheid etc te ervaren. Zo zie je dat het keuze aspect doorheen alle denkbeeldige fases van de afscheiding een rol speelt.

Vanuit de innige verbondenheid kiezen we (keuzemaker) in de denkgeest (mind) om te dromen dat we afgescheiden tijd-en-ruimte wezentjes zijn met een kleine mind (verstand). Ergens hebben we nog steeds de herinnering aan onze eigenlijke toestand (verbondenheid met de Vader en met elkaar) en kunnen we kiezen (keuzemaker) om naar die stem van onze herinnering (HG) te luisteren. Of we kiezen ervoor te luisteren naar onze eigen gekke ingeving en neiging om ons afgescheiden te voelen (keuze om naar de stem van het ego te luisteren).

Alles gebeurt in die ene denkgeest, in die ene mind. Gedachten verlaten niet hun bron. Binnen die denkgeest vindt schijnbaar een spel plaats waarin we ons afgescheiden kunnen voelen en waarbinnen schijnbaar iets te kiezen valt. Een echte keuze is dit niet want, Goddank, we kunnen ons niet los-kiezen van de Vader. Maar nu, vanuit de droomstaat, kunnen we via onze keuze ons afstemmen op onze ware aard, liefde. Liefde is middel en doel, de keuze voor liefde (verbinding) leert ons dat er eigenlijk niets te kiezen valt. Wij nemen deze afscheiding heel serieus en daarmee de rol van de keuzemaker. Maar, om het populair te zeggen, dit gaat eigenlijk helemaal nergens over. Of, om af te sluiten in ECIW-termen” (Hfst 27; VIII, 6):

Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat.

Wegzweven van het slagveld?

In ECIW-kringen spreekt men van twee niveaus:

  1. Niveau I: Dat van Gods Schepping; de wonderlijke uitbreiding van liefde tot in het zoonschap met als bemiddelaar de heilige geest. Over dit niveau wordt gezegd dat het zich onttrekt aan tijd en ruimte.
  2. Niveau II: Dat van onze werkelijkheid van tijd en ruimte.

In de gangbare interpretatie van ECIW komt niveau II er niet best vanaf. Het zou een door ons geprojecteerde illusie zijn met als doel om ons het ultieme gevoel van afgescheidenheid te doen ervaren. Het doel van ECIW is om ons terug te loodsen naar niveau I, een niveau dat overigens altijd en onopgemerkt aanwezig is. Mijn blogs van de laatste tijd gaan nogal eens over visies op niveau I waarbij men meent het scheppings-aspect te moeten ontkennen. In absolute eenheid is voor ons denken namelijk in feite geen plaats voor uitbreiding, liefde, relatie, schepping et cetera.  

Er zou een onoverbrugbare kloof zijn tussen niveau I en niveau II. Vergelijk dit met de metafoor waarbij niveau II onze bewegingen in een plat vlak van twee dimensies voorstelt en niveau I de mogelijkheid om te vliegen, dus de hoogte in. Alles wat je aanrommelt op niveau II is dan per definitie geen vliegen. Nu ongenuanceerd en kort door de bocht: ECIW geeft ons een methode om bijna los te komen van de vloer, namelijk vergeving. Als we ons geloof in afscheiding laten genezen door de Heilige Geest dan stroomt de warme lucht van liefde onze luchtballon in en kunnen we, als God het wil, uiteindelijk omhoog zweven.

Aan de ene kant ervaar ik de aantrekkelijkheid van deze niveaus-metafoor. Je kunt hiermee alle wereldse ellende relativeren of zelfs wegredeneren. Het is dan immers allemaal illusoir? Toch voelt dit niet oké. De luchtige lacherigheid van sommige leraren valt me in negatieve zin op.

We zijn nu beland op dat wonderlijke kruispunt van niveau I en niveau II, van het tijdloze mysterie met onze wereld van tijd en ruimte. Analoog aan de twee niveaus kunnen we nu de volgende visies formuleren:

Visie 1: Laten we zo snel mogelijk proberen te ontsnappen aan deze illusoire hel door elke niveau-II activiteit als zinloos te bestempelen. De materiële, fysieke wereld is uiteindelijk niet de moeite waard, God weet er niks van, het is een dwaling van de Zoon van God. Doel is om uit het ruimte-tijd-universum te ontsnappen naar een tijdloze werkelijkheid (waar we ons natuurlijk niks bij voor kunnen stellen).

Visie 2: Hoewel visie 1 juist is helpt afwijzing van de ons bekende wereld ons niet verder. De weg die Jezus ons aanreikt is die van vergeving en liefde waarbij we ons richten op het bereiken van een gelukkige droom. Hopelijk maken we van hieruit dan de laatste kwantumsprong de tijdloze werkelijkheid in (“God neemt de laatste stap”).

Visie 3: De mysterieuze incarnatie waarbij vanuit het tijdloze, vanuit een ogenschijnlijk “niets” toch een ruimte-tijd-werkelijkheid ontstaat is geen mispeer waar we zo snel mogelijk vanaf moeten maar de moeite en het genieten waard.

Ik onderken dat ECIW neigt naar een negatief beeld van onze 3D-schepping hoewel in de complete, niet gecensureerde, bron-tekst ook beschrijvingen staan die duiden op Gods hand in deze schepping (zie:https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd/ ). Mogelijk was de harde toon van veel ECIW-fragmenten nodig om onze preoccupatie met de materiële wereld te corrigeren. In Een Cursus van Liefde (ECVL) klinkt een mildere toon door over onze fysieke wereld, zonder overigens een conflict op te leveren met de metafysica van ECIW.

Ik vrees dat het maken van onderscheid tussen niveau I en niveau II tot een nieuwe vorm van dualisme kan leiden. Alle inspanningen worden dan gericht op het doen opstijgen van onze luchtballon, weg van het slagveld. Mensen die hier druk mee zijn denken niet altijd even goed na over dit opstijgen. Want in de radicale eenheidsgedachte stijgt de ballon niet op maar lost hij op, inclusief de passagiers. Wat vinden we van die gedachte?

Op dit moment merk ik dat ik aangetrokken word door visies die uitgaan van het mysterie van de incarnatie en die liefde en aandacht tonen voor al de aspecten van ons menselijk bestaan. Het Woord is vlees geworden, en dat was geen ongelukje. Mijn vragen cirkelen vooral rond het thema van het menselijk leed en onze houding daartoe en naar ethische vragen waarbij ik geïnspireerd word door de visie van Levinas. Ik merk dat ik de warmte van de klassiek Christelijk-humanistische houding koester en dat ik geniet van de liefdevolle en betrokken boodschap zoals bijvoorbeeld die van Richard Rohr, een Franciscaans geestelijk leraar.

Samenvattend: Ooit liet ik de klassiek Christelijke visie op een wraaklustige God los. Deze verlossing wens ik iedereen toe. Momenteel zie ik echter in ECIW-kringen een nieuw geloof ontstaan waarbij het geloof in een wraaklustige God plaats maakt voor geloof in een lacherige Jezus. Dit houdt me bezig.

Ik heb nu niet veel gezegd over non-duale leraren uit niet ECIW-hoek. Daar wil ik me ook geen houding over aanmatigen. Wel merk ik zelf in hun leer in feite dezelfde thematiek. Aan de ene kant zie ik de aantrekkelijkheid van “vertoeven in eenheid” met een rustige en serene blik, vervuld van innerlijke vrede. Aan de andere kant vrees ik dat dit in feite dezelfde visie is als die van de ECIW-luchtballon, een escape richting absolute relativering met verlies van commitment voor onze wereld en onze naasten. Moge Gods liefde ons verder leiden.

Over kleine irritaties en schuldprojecties: plastic in de soep.

Ik las een blog van een zuster die schreef over chronische pijn. Ze verwoordde een kwestie waar we allemaal tegenaan lopen als cursusstudenten. Waarom verdwijnt de pijn niet? Wat moet ik nog vergeven om van deze pijn te worden verlost? Onder deze vragen klinkt een andere vraag door. Wat doe ik nu toch nog verkeerd?  Vandaag las ik de bekende werkboekles 199: Ik ben niet dit lichaam. Ik ben vrij. In de eerste alinea las ik:

De denkgeest kan worden bevrijd wanneer die zichzelf niet langer als in een lichaam ziet, hecht daaraan gebonden en door de aanwezigheid ervan beschut.

Dat is een prachtige belofte maar deze zet me wel aan het denken. Want wanneer “ben je zo ver” dat je jezelf niet langer als een lichaam ziet? Jezus laat me niet hiernaar raden maar geeft direct in de tweede alinea het antwoord:

De denkgeest die de Heilige Geest dient is in alle opzichten voor eeuwig onbegrensd, verheven boven de wetten van tijd en ruimte, niet gebonden aan enig vooroordeel, en vol van de kracht en de macht alles te doen wat hem wordt gevraagd. Aanvalsgedachten kunnen in zo ‘n denkgeest geen toegang vinden, omdat hij aan de Bron van liefde is gegeven, en angst kan nooit doordringen in een denkgeest die zichzelf aan liefde verbonden heeft. Hij rust in God. En wie kan bang zijn, als hij in onschuld leeft en louter liefheeft?

Mijn gedachten gaan terug naar afgelopen donderdagavond. Mijn vrouw en ik trakteerden onszelf op een etentje op de laatste dag van een korte vakantie in eigen land. We vonden een gezellig restaurant met een mooi plaatsje op het terras waarbij we nog konden genieten van het voorjaarszonnetje. De bediening verliep wat knullig en leek weinig gestructureerd. Zo duurde het een tijdje voordat we de lepels mochten ontvangen die we toch echt nodig hadden voor onze mosterdsoep. Maar afijn, we maakten ons niet druk. Ook niet toen ik in mijn soepkom een stuk geel plastic aantrof. Natuurlijk wel even melden in het belang van eventuele andere soep-eters, maar we bleven goedgemutst en bestelden bij het hoofdgerecht een lekker glaasje wijn en een glas water. De wijnfles werd getoond maar het werd zoeken naar de kurkentrekker. Maakt niet uit. “Het water komt eraan meneer!”. Dus niet. Dus halverwege de maaltijd nog maar eens gevraagd. “Natuurlijk meneer, komt eraan”. Dus niet. En het was geeneens echt druk. Als we de maaltijd op hebben komt eindelijk iemand aanwandelen met een literfles water. Ik merk dat ik nu geïrriteerd ben en het kost me moeite om vriendelijk te blijven maar bedank nu wel voor de fles water. Mosterd na de maaltijd, hoe toepasselijk. We vragen de rekening en een ander meisje vraagt of alles naar wens was. Tja; plastic in de soep en een slecht georganiseerde bediening. Zo vriendelijk mogelijk geef ik aan dat er nog wel ruimte voor verbetering is.

Na zo’n gebeurtenis merk ik dat ik reageer volgens een soort tweetrapsraket. Eerst moet ik erkennen dat ik simpelweg boos ben ondanks mijn goedbedoelde pogingen om vriendelijk en opbouwend te blijven en de sfeer niet te verpesten. Ik moet dan denken aan de volgende alinea uit het handboek van leraren (Hfst 17):

Het is wellicht nuttig te onthouden dat niemand kwaad kan worden op een feit. Het is altijd een interpretatie die aanleiding geeft tot negatieve emoties, ongeacht hun ogenschijnlijke rechtvaardiging door wat feiten lijken te zijn. En eveneens ongeacht de intensiteit van de woede die werd opgewekt. Het kan gewoon een lichte irritatie zijn, wellicht te zwak om ook maar duidelijk te worden onderkend. Of het kan de vorm aannemen van intense razernij, vergezeld van gedachten over geweld, gefantaseerd of ogenschijnlijk uitgeleefd. Dat doet er niet toe. Al deze reacties zijn hetzelfde. Ze verdoezelen de waarheid en dat kan nooit een kwestie van gradatie zijn. Ofwel is de waarheid duidelijk zichtbaar, of ze is dat niet. Ze kan niet gedeeltelijk worden gezien. Wie zich niet bewust is van de waarheid, moet wel illusies aanschouwen.

In de fase daarna ben ik teleurgesteld over mijzelf. Waarom maak ik me nog steeds druk over zoiets onbenulligs als een matige bediening? Voel ik me niet serieus genomen en is dat nog steeds zo belangrijk voor mij? Dat is weer overduidelijk een staaltje van ego-dynamiek. Zucht. Leer ik het dan nooit? Zijn die oude karakterpatronen dan zo taai?

Terug naar het begin van deze blog waarin het eindpunt van onze weg werd geschetst. Is mijn denkgeest boven de wetten van tijd en ruimte verheven? Rust ik in God en heb ik louter lief? Is er geen ruimte meer in mijn denkgeest voor aanvalsgedachten? Helaas. Laat ik voor mezelf spreken maar ik ben vooral erg liefdevol als alles meezit. Het is (nog) niet anders. Mogelijk geldt dit ook voor jou, lezer van deze blog. Ik merk dat de vergevingslessen me weliswaar iets milder maken maar dat er nog vergevingswerk te doen is. Het feit dat we ons niet bewust zijn van actuele aanvalsgedachten wil niet zeggen dat we er 100% van bevrijd zijn. Het doet me denken aan de metafoor van de ijsberg. We zien slechts 10% van wat zich afspeelt in onze denkgeest maar de overige (nog ongenezen?) 90% bevindt zich onder water, onder de grens van ons bewustzijn.

Het is dus niet zo gek dat er nog steeds sprake is van ziekte, pijn en lijden. De identificatie met het lichaam is simpelweg nog te sterk. Er is nog sprake van (zelf-) beschuldiging  en een geloof in de werkelijkheid van de gebeurtenissen in de droom. Ik voel de bemoedigende hand van Jezus op mijn schouder als hij in de werkboekles spreekt over “oefenen”. Gewoon zo liefdevol en geduldig mogelijk voortgaan op deze weg. En goddank komt het niet op mijn eigen minuscule “kracht” aan. Slechts mijn bereidwilligheid is nodig. De bereidwilligheid om naar een zachte Stem te luisteren (WB 199, laatste alinea).

Jij bent Gods Zoon. Voor eeuwig leef jij in onsterfelijkheid. Wil jij je denkgeest hier niet naar terug doen keren? Oefen dan goed de gedachte die de Heilige Geest jou voor vandaag geeft. Jouw broeders zijn daarin samen met jou verlost, de wereld wordt samen met jou gezegend, Gods Zoon zal niet meer in tranen zijn, en de Hemel zegt dank voor de toename aan vreugde die jouw oefenen daar zelfs brengt. En God Zelf breidt Zijn Liefde en geluk uit, iedere keer dat jij zegt: Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Ik hoor de Stem die God gegeven heeft aan mij, en alleen hieraan zal mijn denkgeest gehoorzamen.

Besef je écht dat je denkgeest bent?

Als je langere tijd ECIW student bent dan kan het gebeuren dat je de visie van de cursus weliswaar bent gaan geloven maar dat je wellicht niet meer zo stilstaat bij de radicaliteit ervan. Zo kun je instemmen met de uitspraak dat onze ware natuur van geestelijke aard is (we zijn denkgeest) en dat de wereld die we met onze zintuigen waarnemen een illusie is. Maar in hoeverre ben je hier nu echt van doordrongen? Is het eigenlijk niet een soort overtuiging geworden, een geloof haast?

Ik vind het leuk om naar sprekers zoals Bernardo Kastrup te luisteren die me helpen om wat meer gevoel te krijgen voor de visie dat de werkelijkheid van geestelijke ofwel van “mentale” aard is. Ik heb niet de illusie dat ik kan samenvatten waar hij vele boeken over heeft geschreven maar laten we samen eens één gedachtegang volgen.

Wat weet je eigenlijk zeker? Vermoedelijk weet je helemaal niet zeker dat je denkgeest bent. Dus nogmaals; wat weet je eigenlijk zeker? Het enige dat je zeker weet is dat jij je gewaar bent van beelden, geluiden, andere zintuigelijke indrukken, gedachten en gevoelens. Toch? Samenvattend weet je alleen zeker dat je gewaarwordingen hebt, dat je bewust bent van iets. Bernardo gaat verder door uit te leggen welke foute conclusie we vervolgens trekken. Laten we focussen op zintuigelijke indrukken. Ben je het met me eens dat we het volgende geloven:

  1. Er is een fysieke, materiële buitenwereld
  2. Via onze zintuigen komen er prikkels in onze hersenen.
  3. Vervolgens worden wij ons bewust ergens van.
  4. We geloven dat we nu bewustzijn van een materiële buitenwereld.

Het gaat me nu niet om de nuance, maar om de hoofdlijn. Kun je hierin meegaan?

Maar kijk nu eens heel precies. Wat hadden we net vastgesteld? Het enige wat we echt zeker weten is punt 3; we zijn ons ergens bewust van. Wij geloven slechts dat punt 1 (en punt 2) de basis is voor punt 3 omdat iedereen dit lijkt te geloven. Maar de aanwezigheid van een fysieke buitenwereld die de basis zou vormen voor onze gewaarwordingen, voor onze mentale percepties, is een aanname. Wij hebben allerlei percepties die ons de indruk geven dat er een buitenwereld bestaat, los van ons bewustzijn, die we kunnen waarnemen. Maar het hebben van mentale percepties is onze enige echte zekerheid.

Dus een alternatieve volgorde is:

  1. Wij zijn geestelijke wezens die gewaarwordingen hebben.
  2. Aan de hand van die gewaarwordingen concluderen wij (geloven wij!) dat er zoiets bestaat als een fysieke wereld.

Vergelijk het maar eens met een droom. We kunnen de droom als een mentaal gebeuren beschouwen. Toch verschijnen er in ons (droom-)gewaarzijn allerlei indrukken op grond waarvan wij, zolang we dromen, denken dat ze gerelateerd zijn aan echte mensen, voorwerpen en gebeurtenissen. Op dezelfde wijze denken we tijdens de waaktoestand dat onze indrukken overeenstemmen met “echte mensen, voorwerpen en gebeurtenissen”. Maar ook van onze waakervaringen weten we alleen zeker dat we ze bewust zijn. Een “echte materiële wereld” denken we er vanuit ons ingebakken geloof voor het gemak bij.

Natuurlijk komen er allerlei bezwaren naar boven bij ons als we dit overdenken. Want wordt er nu beweerd dat de hele wereld niet meer is dan een soort droom van mij? Zijn de mensen die ik overdag zie figuranten in mijn droom? Helaas zijn sommige ECIW-studenten dat gaan geloven maar dat is volgens mij niet de boodschap van de Cursus en ook Bernardo ziet dit niet zo. Je komt dan op zaken als “de collectieve droom” of “de droom van de Zoon van God / het Zoonschap”. Het is niet mijn bedoeling om hier uitputtend allerlei overwegingen, redeneringen en (tegen-)argumentaties te presenteren, al dan niet in relatie met de metafysica van ECIW.

Laten we nog wat verder duizelen. Denk eens aan de leeftijd en de uitgestrektheid van het heelal en hoe nietig wij in dit verband zijn. Maar wat weten we eigenlijk zeker van dit heelal? Het oneindige-ruimte- tijd universum is een piepkleine gedachte in bewustzijn. Wij geloven slechts dat er een oneindig heelal is, maar bewustzijn heeft helemaal geen ruimte en tijd nodig. Het kan ruimte en tijd gewoon bedenken of, in cursus-termen, projecteren.

Nu borrelen allerlei ideeën naar boven, talloze vragen, onzekerheden en open eindjes. Zelf dacht ik aan het volgende. ECIW leert ons dat we de wereld die we zien mogen vergeven. Heel makkelijk denk ik dan: “alles goed en wel, maar wat schiet die wereld ermee op als ik alles vergeef? Alle shit gaat toch gewoon door?” Maar wat als die gewelddadige wereld onze collectieve droom is? Hoe moeilijk is het, hoeveel werk om collectief een zachtere droom te dromen? Wij zijn gaan geloven dat “fysieke feiten en omstandigheden” slechts met pijn, moeite en veel tijd te veranderen zijn. Maar het veranderen van onze intentie en gedachten is nauwelijks aan tijd gebonden. En als wij geen lichamen zijn maar geestelijke wezens dan kan ik me ook beter voorstellen dat mijn gedachten, mijn “vibraties” direct effect kunnen hebben op die van anderen. Zou dit kunnen leiden tot een liefdespandemie? En daarmee tot een heel andere droom? Is dit een rare gedachte? Ik sluit graag af met een stukje van werkboekles 19.

LES 19

Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten.

Het idee van vandaag is natuurlijk de reden waarom jouw manier van zien niet alleen op jou invloed heeft. Je zult opmerken dat de ideeën die verband houden met denken soms voorafgaan aan die met betrekking tot waarnemen, terwijl op andere momenten de volgorde omgekeerd is. De reden daarvoor is dat de volgorde niet uitmaakt. Denken en de resultaten daarvan zijn in feite gelijktijdig, want oorzaak en gevolg zijn nooit gescheiden. We beklemtonen vandaag opnieuw het feit dat denkgeesten verbonden zijn. In het begin is dit idee zelden helemaal welkom, want het lijkt een enorm gevoel van verantwoordelijkheid met zich mee te brengen, en kan zelfs beschouwd worden als een ‘inbreuk op je privacy’. Toch is het een feit dat er geen privé-gedachten bestaan. Ondanks je aanvankelijke weerstand tegen dit idee zul je uiteindelijk begrijpen dat dit wel waar moet zijn, wil verlossing überhaupt mogelijk zijn. En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God.

Laten we Jezus niet opnieuw kruisigen.

We kunnen niet om Jezus heen. Dat geldt voor gewone spirituele zoekers en voor talloze spirituele leraren. Ik moet bekennen dat ik ook veel boeken gelezen heb waarin leraren die ik waardeer hun visie geven op Jezus. Vroeger las ik Rudolf Steiner, daarna Osho en nog niet zo lang geleden een mooi boek door Adyashanti. Ik moest hieraan denken toen ik zag dat ECIW-studenten stukjes voorlazen aan Rupert Spira en hem om zijn commentaar vroegen. Rupert vind ik een heerlijke vent. Mooie stem, altijd rustig, vriendelijk, bedachtzaam en geïnspireerd. Gisteren postte ik een blog waarin ik Bill Free noemde die een non-duale visie op ECIW presenteerde. Bill had ook een interview gedaan met Robert en dit had hem gesterkt in zijn opvatting dat alles te herleiden was tot (zijn) bewustzijn. Samenvattend kun je vaststellen dat er zoiets bestaat als een non-duale kijk op ECIW. Zelfs tussen ECIW-leraren onderling bestaan er verschillen in de visie op ECIW waarbij Ken Wapnick, niet de eerste de beste, ook neigt naar de non-duale visie. Robert Perry blijft dichter bij de oorspronkelijke, niet per se non-duale, versie van de tekst van de cursus.

Het heeft weinig zin als ik aan die lange lijst van visies op ECIW nog eens mijn persoonlijke mening op een stellige manier ga poneren. Dat heeft slechts tot gevolg dat sommigen het met me eens zullen zijn en anderen niet. Ik zal me beperken door het noemen van wat kwesties waar ik graag wat over nadenk.

  • Grappig, er zijn net zoveel visies op Jezus als dat er goeroes zijn.
  • Op grond waarvan geloof ik de woorden van leraren die soms ECIW niet eens gelezen hebben?
  • Wat opvallend dat non-duale leraren het vrijwel nooit over de schepping hebben, een woord dat meer dan 200 keer voorkomt in de Cursus.
  • Hoe zouden ze toch aankijken tegen relaties (het woord relatie komt zo’n 400 keer voor in de cursus)?
  • Ik hoor ze ook niet zoveel over liefde (1300x).
  • Soms heb ik de indruk dat het geschenk van Bijbel/ECIW/ECVL/WOM (etc) tussen wal en het schip valt. Het is in mijn beleving goed en fijn als mensen vanuit de non-duale visie een bijdrage leveren aan het doorzien van de illusoire grenzen die wij overal zien. Maar ze weten van geen ophouden en spoelen de hele wonderlijke en voor ons verstand onbegrijpelijke schepping met het badwater weg.
  • Het zou beter zijn als we, na het uitgummen van denkbeeldige grenzen, niet doorslaan en ophouden met ontkennen als we aanlopen tegen het JA van God.
  • Het goede nieuws uit de Bijbel wordt herhaald en krachtig bevestigd in onze huidige “Jezus-boeken”; wij zijn de geliefde kinderen van de vader, veilig in zijn omarming.
  • Wat verschilt dit nieuws toch van de naargeestige extrapolatie van de visie van mensen die een soort scheppingsfobie hebben opgelopen.
  • Wat bijzonder dat in de Bijbel wordt verteld dat Jezus na de kruisiging op herkenbare wijze verschenen is aan zijn discipelen en dat Helen Schucman en Mari Perron Jezus herkend hebben. Hij is niet verdwenen in een soort soep van generiek bewustzijn.
  • Het lijkt wel of er een nieuw geloof is ontstaan: absoluut nihilisme.
  • Het nieuwe geloof heeft strenge dogma’s: ik ben God, ik ben alles, er zijn geen anderen, er is geen schepping wat dat kan niet, Jezus is een symbool.
  • De nieuwe absoluut nihilisten zien wat minzaam neer op de simpele zielen die “de symbolische taal” van ECIW nog niet doorzien en die nog niet hun nihilistische afgod “NUL” aanbidden.
  • Als laatste goed nieuws, heel goed nieuws. Er is hoop! Want zelfs de meest geradicaliseerde nihilisten, de grootste NUL-aanbidders, leven op een wijze die niet correspondeert met hun geloof.  Met de mond belijden ze dat er (onder andere) geen “anderen” zijn, maar ze doen nog steeds hun best om anderen hiervan te overtuigen.
  • Ik houd van deze nihilisten. Ik houd van hun gedrevenheid, hun passie en voor hun strijd tegen denkbeeldige grenzen. Ik houd zo veel van ze dat ik hen toewens dat ze stoppen met ontkennen zodra ze bij de kribbe van Jezus aankomen. Ik wens hen toe dat ze dan huilen van blijdschap en ontroering. Ontroering voor de liefde die zich heeft uitgebreid in de schepping. Laten wij dit kindje niet opnieuw kruisigen.

Absolute eenheid = niets?

Vanmiddag verveelde ik me een beetje en ik zocht wat spiritueel vermaak op YouTube. Eerst zag ik een gesprek tussen Robert Perry en zijn partner Emily Bennington over de vraag of ECIW wel een echte non-duale visie vertegenwoordigt. Zoals bekend zit Robert gewoonlijk met zijn visie dicht tegen de oorspronkelijke tekst van de cursus aan en hij constateerde dat het overgrote deel van de inhoud van de cursus niet correspondeert met een non-duale visie. Er zijn wel enkele fragmenten te vinden die lijken te wijzen op een non-duale boodschap, zo stelt Robert, maar gewoonlijk worden die dan uit hun meer duale context gelicht. Robert wijst op woorden als schepping, creaties, zoonschap et cetera.

Vervolgens kwam ik terecht bij een tweede filmpje waarbij een druk pratende Bill Free met verve en enthousiasme uitlegde dat ECIW ons wijst op het non-duale karakter van de werkelijkheid. Centraal in zijn betoog staat zijn groeiende gewaaarzijn van de verbondenheid van alles met alles. Jezus is een symbool want in eenheid kan er natuurlijk geen onderscheid bestaan tussen Jezus en Bill. Bill verklaart overtuigd dat bomen en ook rotsblokken bewustzijn hebben en dat er niks verloren gaat als Bill er niet zou zijn omdat bewustzijn nooit verloren kan gaan. Bill meent te zien dat de ECIW-gemeenschap langzaam maar zeker de non-duale kant opschuift.

Tja; en daar zit je dan als toeschouwer. Eerst hoor je een verhaal van de ultieme schriftgeleerde, Robert Perry. Ik weet genoeg van ECIW om te erkennen dat hij een goed punt heeft. Zeker de niet gekuiste versie van ECIW, the complete and annotated edition, bevat voornamelijk uitleg in duale taal. Daarna hoor je Bill praten die volkomen overtuigd lijkt van de visie op de Cursus die lijkt op de visie van Ken Wapnick en die aanschurkt tegen de visie van de talloze hedendaagse verlichte leraren die vrijwel uitsluitend hameren op dat bewustzijn waarin alles verschijnt. Dat bewustzijn, dat zijn wij. Bill aarzelt dan ook niet en hij stelt: ik ben God. Logisch toch? Omdat er binnen eenheid geen onderscheid kan bestaan kan er nooit sprake zijn van onderscheid tussen Bill, Jezus, God, de Heilige Geest, een boom, een rotsblok enzovoorts. Alles is één.

Na het lezen van Een Cursus van Liefde heb ik wat sneller in de gaten wanneer ik mezelf dreig te verliezen in een vermoeiende, conceptuele discussie. Ik herken de neiging van mijn verstand om zich ermee te gaan bemoeien. Het heeft overigens best wel goede argumenten. Ik kan het niet laten het belangrijkste argument te noemen; absolute eenheid = niets. In absolute eenheid kan per definitie geen sprake zijn van schepping, relatie en individuatie. Als we trouw zijn aan ons verstand dan kan er zelfs geen sprake zijn van bewustzijn noch van liefde. Er is immers altijd bewustzijn van iets en liefde van- en voor iets. Het is verbazingwekkend dat we zo verslaafd zijn aan de zogenaamde logica van ons verstand dat we als een konijn dat gevangen zit in de koplampen van een auto blijven hangen aan de lippen van mensen die drukdoende zijn om ons te overtuigen dat alles één is, dus dat er niks is. Willen we zo graag oplossen in die absolute leegte?

Als ik stil word en naar buiten kijk dan zie ik de bomen aan de andere kant van het weiland. Het is zo mooi om te zien hoe na de winter de grijze takken weer blad gaan dragen. Tedere tinten groen zijn zichtbaar. Een verdwaalde meeuw wiekt haast slaperig voorbij. Het is nog wat koud voor de tijd van het jaar en ik heb de kachel toch nog even aangezet. Ik hoor het water stromen door de CV-buizen en het getik van het toetsenbord. Ik leef. Wat is het heerlijk om te leven, om te zijn. Wat is het heerlijk om de oneindige diversiteit van de wereld te ervaren. Vanuit deze stilte kan ik nu met andere ogen kijken naar Robert en Bill. Nu zie ik twee mannen die dezelfde passie delen. Ze willen de luisteraar helpen om gelukkiger te worden. Voor beiden is overgave de sleutel. Overgave aan de Heilige Geest of overgave aan het bewustzijn dat je zelf bent. Maar steeds: overgave. Eigenlijk zouden we het woord: no-do-ality moeten introduceren. We hoeven zelfs niks voor elkaar te boksen, niks te doen. We mogen stil worden en ons in relatie laten leiden, door de Heilige Geest, de Vader, Jezus, het hogere bewustzijn of ons Zelf. Kies maar uit en ontspan. We zijn verbonden en in die zin inderdaad één. Ik herinner me de uitspraak: “zo boven, zo beneden”. In Een Cursus van Liefde wijst Jezus er herhaaldelijk op dat zelfs onze 3D-wereld, de wereld die onze verwarde denkgeest reflecteert, nog steeds vingerwijzingen bevat naar die voor ons onbegrijpelijke tijdloze werkelijkheid. Nu voel ik dat er geen harde grenzen kunnen bestaan en dat die er hier wel lijken te zijn. Maar mogelijk is er ook relatie mogelijk zonder de grenzen die we opgelegd lijken te krijgen door tijd en ruimte. Misschien bestaan we eigenlijk wel in een wonderlijke, onbegrijpelijke, heilige relatie met onze vader en met elkaar. Heerlijk lijkt me dat!

Ik verlang de vrede van God; een plotseling einde aan de ellende.

Ik kom aanrijden in de auto en zie dat ik in de berm van de sloot moet parkeren. “Voorzichtig”, denk ik nog, “niet te ver naar voren rijden”. Toch gaat het mis en voor ik het weet sta ik verslagen, vies en nat op de kant en kijk ik beteuterd hoe de neus van mijn auto onder water is verdwenen en hoe het water het passagierscompartiment half heeft gevuld. De achterkant van de auto staat nog half op het droge. Mijn vader schiet me te hulp, gaat op zijn knieën zitten en begint wild te rukken aan de trekhaak. Hiermee maakt hij de situatie alleen maar erger. De auto draait om zijn as, er komt nog meer blubber naar binnen en het voertuig zakt steeds dieper de sloot in.

Dan schrik ik wakker. Oef, het was maar een droom, maar zo levensecht. Mijn hart gaat nog even te keer maar komt dan snel tot rust. Vervolgens overspoelt een gevoel van opluchting mij. Alles was maar een droom, alles! In de droom probeerde ik er het beste van te maken, de schade te beperken. Waarschijnlijk is mijn vader hierin de representatie van mijn ego, mijn kleine zelf. Ik zie glashelder dat mijn inspanningen op droomniveau niets zullen uithalen. Niets! Maar ik zie ook hoe de bodem totaal uit het probleem valt bij het ontwaken.

Ik had deze droom enkele weken geleden maar stond vanmorgen versteld toen ik Werkboekles 185 uit ECIW las (Ik verlang de vrede van God). Ik lees: Toch kan een droom alleen maar een compromis brengen (alinea 4). Klopt. In het beste geval verander ik de nachtmerrie van een kapotte auto, of van een ziek lichaam, in die van een mooi glimmend voertuig, een gezond lichaam. En dan gaat de tekst verder (alinea 5):

Ménen dat je de vrede van God verlangt wil zeggen alle dromen laten varen. Want niemand meent deze woorden die illusies wil en die daarom de middelen zoekt die tot illusies leiden. Hij heeft ze bekeken en te licht bevonden. Nu probeert hij eraan voorbij te gaan, omdat hij inziet dat een nieuwe droom niets meer zou bieden dan alle andere. Dromen zijn voor hem een en hetzelfde. En hij heeft begrepen dat hun enige verschil er een is van vorm, want de ene droom zal dezelfde wanhoop en ellende brengen als alle andere.


Dat diepe besef van de relativiteit van verbeteringen op droomniveau heeft me niet meer losgelaten nadat ik die nacht wakker was geworden uit de nachtmerrie. Alle denkbeeldige ellende verdween in één keer toen ik wakker werd. Het ging niet om de verandering van de situatie, om het redden van de auto. Er is geen auto, dus ook geen auto om te redden! Ik had zowel de auto bedacht als de probleemsituatie en aan beide kwam een eind door simpelweg wakker te worden. In alinea 7 gaat de werkboekles krachtig verder:

Laten we vandaag onze oefening wijden aan het inzicht dat we de woorden die we zeggen werkelijk menen. We verlangen de vrede van God. Dit is geen ijdele wens. Deze woorden vragen niet om nog een droom. Ze vragen niet om een compromis en proberen evenmin een nieuw handeltje te sluiten in de hoop dat er misschien toch één is dat slagen kan waar heel de rest heeft gefaald. Deze woorden menen bevestigt dat illusies vergeefs zijn, en vraagt om het eeuwige in plaats van wisselende dromen die telkens iets anders lijken te bieden, maar één zijn in hun inhoud: niets.

Ik kan haast de hele tekst van de werkboekles wel gaan citeren. Nog een zinnetje: Let alleen op wat jij gelooft dat jou troost zal verschaffen en geluk zal brengen. Ik geloof in een gelukkige afloop van de droom, in een gerepareerde auto die weer goed rijdt. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. “Is dit wat ik hebben wil, in plaats van de Hemel en de vrede van God?’

De passie waarmee Jezus ons wijst op het droomkarakter van onze dagelijkse worstelingen is ontroerend. Hij probeert het met zoveel vuur duidelijk te maken aan ons:

Dit is de keuze die jij maakt. Maak jezelf niet wijs dat het anders is. Hierin is geen compromis mogelijk. Je kiest voor Gods vrede, of je hebt om dromen gevraagd. En dromen zullen komen zoals je erom gevraagd hebt. Maar Gods vrede zal net zo zeker komen, om voor eeuwig bij jou te blijven. Ze zal niet verdwenen zijn bij elke kronkel en bocht van de weg, om onherkend weer te verschijnen, in vormen die wisselen en wijzigen met elke stap die jij zet.

Eerlijk gezegd ben ik nooit zo’n fan van films waarbij je je inleeft in de hoofdpersoon en waarin je enorm schrikt van een gebeurtenis die dan gedroomd blijkt te zijn. Daarom had ik eigenlijk besloten deze letterlijke ontwaak-ervaring van mij niet te delen. Maar vanmorgen las ik: Hulp is jou gegeven. En zou jij er geen gebruik van willen maken door die met anderen te delen? Die Hulp is natuurlijk de Heilige Geest die weet van onze droom en weet dat ontwaken mogelijk is. Stel je eens voor hoe het zal zijn als blijkt dat wat we nu waarnemen, terwijl we zogenaamd wakker zijn, toch nog steeds een droom is. De Heilige Geest zit als een vader naast het bed van zijn kindje en ziet dat het een nare droom heeft, spartelt en nat is van het zweet. Hij weet dat we droombeelden zien en nodigt ons uit om wakker te worden. Want hoe zou het dan voor ons zijn?  De Hemel zou weer geheel tot het volle bewustzijn zijn gebracht, de Godsherinnering totaal hervonden, en de opstanding van heel de schepping volledig zijn beseft.

Kunnen we, met een dergelijke Hulp naast ons, vandaag falen wanneer we vragen dat de vrede van God ons gegeven wordt?

Hoe ingewikkeld is ontwaken eigenlijk?

Dit weekend is er een internationale Zoom-meeting: Many Paths, One Self. Het is fijn om enkele praatjes hiervan te beluisteren. Sommige sprekers vertellen iets over hun spirituele zoektocht. Ik herken veel van de strubbelingen en worstelingen die ze hierbij meemaakten. Gelukkig herken ik ook het ontwaken waarover ze praten en wat ze proberen te delen. Twee vragen kwamen bij me naar boven.

  1. Hoe ingewikkeld is dat ontwaken nu eigenlijk?
  2. Hoe weet je dat er sprake is van ontwaken?

Voor wat betreft dat eerste punt, de moeilijkheidsfactor, geldt dat het vooral moeilijk voor ons is zolang we ploeteren vanuit een geloof in de afgescheidenheid van ons zelf. Zolang dit het geval is menen we dat ontwaken op een of andere manier te maken heeft met prestatie, met het bereiken of verkrijgen van iets. Ons doel is om hierbij te veranderen van een ongelukkig zelf naar een gelukkig zelf. We stellen ons voor dat ontwaken ons een toestand van continue innerlijke vrede zal opleveren, zonder angst en zonder boosheid. We zullen, zo geloven we, herkenbaar zijn aan onze vriendelijke glimlach en aan de serene blik in onze ogen. We kunnen menen dat dit ontwaken plotseling, op één moment, zal plaatsvinden. In één keer zou het kwartje moeten vallen en zouden we de transformatie van onverlicht naar verlicht moeten meemaken. In één keer zouden we het licht moeten zien. Een enkele keer schijnt het inderdaad zo te gebeuren. Soms zelfs bij mensen die zichzelf helemaal niet zagen als zoekers. Deze spectaculaire verlichtingsverhalen trekken de aandacht maar vormen niet de norm. Typerend vond ik de manier waarop Helen Hamilton vandaag sprak over haar ontwaken. Ze werd er zich pas van bewust toen iemand haar erop wees. Er was iets veranderd in haar manier van kijken, haar perspectief, maar dit was er als het ware langzaam ingeslopen.

Deze perspectiefverandering is op zichzelf totaal niet ingewikkeld maar heel gewoon, ontspannen en plezierig. Het is echter wel lastig om het uit te leggen of te delen met iemand die geen idee heeft waar je het over hebt. Het is nog moeilijker om uit te leggen hoe je zelf tot de shift in perceptie bent gekomen en hoe je gesprekspartner het begin van zo’n shift zou kunnen ervaren. Zolang iemand geen benul heeft waar je het over hebt, wordt elke hint die je geeft aangegrepen door het kleine zelf van de ander om er eens stevig mee aan de slag te gaan. Zo wordt de perceptie-shift dan weer opgevat als een leer- of oefenproces dat nodig is om een bepaalde staat van zijn te bereiken. Maar ontwaken gaat niet over zelfontwikkeling maar over het doorzien van de relativiteit hiervan.

Dan punt twee. Ik ben lange tijd terughoudend geweest om te spreken over ‘mijn ontwaken’. De voornaamste reden hiervoor is dat ik helaas maar al te goed weet wat deze woorden doen met zoekers die nog niet de eerste glimpen van dit ontwaken beleefd hebben. Juist omdat ontwaken als een (leer-)prestatie wordt gezien zullen zij mensen die er gewag van maken óf op een voetstuk plaatsen of zien als opscheppers. Zo heb ik zelf ook lange tijd gekeken naar broeders en zusters die claimden ontwaakt te zijn. De grote, paradoxale grap is juist dat het ontwakingsproces begint op het moment dat het besef indaalt dat het niet ‘mijn’ verdienste is. Bij ‘mijn ontwaken’ is sprake van een groeiend besef van het feit dat het zelf, dat geassocieerd wordt met dat woordje ‘mijn’, juist niet de hoofdrol speelt.

Het is daarom ook zo herkenbaar dat ontwaken juist niet of nauwelijks direct wordt opgemerkt door dit zelf en al helemaal niet als een soort extatisch moment. Pas achteraf, terugkijkend of als iemand het tegen je zegt merk je dat dit zelf een minder prominente rol is gaan spelen. Niet gepland of geforceerd maar spontaan en meestal geleidelijk.

Ik meen dat het belangrijk is om niet te streven naar spektakel en vuurwerk en dit totaal niet te verwachten. Het is dan mogelijk om veel rustiger en meer ontspannen boeken te lezen of naar leraren te luisteren en iets van dat andere perspectief te ervaren.  Als de mind niet langer grabbelt en probeert iets te forceren kun je iets gaan opmerken dat ergens diep van binnen bij je resoneert. Het is als een klein zaadje dat even trilt en voorzichtig kan ontspruiten. In Een Cursus van Liefde wordt dit proces zo liefdevol beschreven. Je hoeft je tuintje alleen maar geduldig, aandachtig en liefdevol te verzorgen. Je kunt niet gaan trekken aan dat stekkie. Je herkent het ontwakingsproces aan de ontspannenheid waarmee je nu je spirituele boeken lees en luistert naar al die leraren. Je merkt dat je minder gaat grabbelen en dat de glimlach van herkenning steeds meer doorbreekt. Je herkent hun worsteling om de ervaring die je zelf meemaakt onder woorden te brengen.

In mijn beleving vormt Een Cursus van Liefde een wonderlijke spiegel waarin we kunnen onderzoeken wat er bij ons van binnen gebeurt en hoe we dit enigszins, stamelend kunnen duiden. Jezus legt uit hoe oude patronen nog zorgen voor echo’s in ons bewustzijn. Hij legt uit hoe er in eerste instantie nog sprake lijkt te zijn van zoiets als ‘een punt van toegang’ om als het ware dat verruimde perspectief binnen te kunnen treden. Hij legt uit dat het eerst wat kunstmatig kan voelen als we nog in een soort stadium van ‘onderhouden’ zijn, op weg naar het stadium van bestendiging. Je krijgt compassie voor de beperkte mate waarin het ontwakingsproces nog maar heeft plaatsgevonden bij jezelf. Dit leidt niet tot ongeduld maar tot vertrouwen. Je voelt als het ware hoe je kleine zelf openbloeit voor het grote Zelf. Hoe de perspectiefwisseling zich voltrekt. Onze bereidheid, ons verlangen om ons open te stellen is genoeg. Ik ben dankbaar voor deze genade, voor dit wonder.

Jezus’ liefdes-troef

Als je ziet hoe dik Bijbel, ECIW, ECVL en andere gechannelde Jezus-boeken zijn, kun je de indruk krijgen dat verlossing kennelijk knap ingewikkeld is en veel studie vergt. Zou verlossing dan alleen voorbehouden zijn aan slimme mensen die na veel studie en met veel moeite kunnen ontdekken hoe de vork in de steel zit? Zijn de cursus in wonderen en de cursus van liefde voorbehouden aan een wat elitaire happy few?

Ik meen van niet. Misschien is het wel eerder omgekeerd: mensen die zichzelf slim vinden hebben dikke boeken nodig om te ontdekken dat eigenwijsheid hen in de weg zit. De non-duale boodschap is letterlijk erg eenvoudig: je denkt dat je een afgescheiden mensje bent dat gedoemd is te sterven, maar dit is niet waar. Punt. Zo simpel. De hamvraag is hoe we ons dit weer kunnen gaan herinneren. Hier zijn ondertussen talloze boeken over geschreven waarvan onze Jezus-collectie een klein onderdeel vormt. Ik vind het prettig om voor mezelf wat grote lijnen te trekken waar het gaat over die hoe-vraag. Hier volgen ze, misschien heb je er ook iets aan. Even als disclaimer: ik verbeeld me niet dat ik hiermee volledig ben hoor, verre van dat. Ik probeer slechts een beetje behulpzaam te zijn.

  • Je hebt talloze boeken die proberen uit te leggen hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Omdat het hier handelt over zaken die onze bekende fysieke wereld overstijgen, spreekt men over “metafysica”. Jezus spreekt hierover, filosofen denken erover na en pas kreeg ik een boekje in handen genaamd “Kybalian” waar de hele boel kernachtig wordt samengevat. Ik ben van nature een beetje een studiebol en haal mijn hart op aan dit soort boeken. De vraag is echter of dit per se nodig is om verlossing te gaan ervaren. Ik denk het niet. Je kan er zelfs in verloren raken of een soort discussiekampioen worden die iedereen met non-duale waarheden om de oren slaat. Kennis van metafysica kan behulpzaam zijn om je te wijzen op de verbondenheid van alles en iedereen en om je erop te wijzen dat je denkvermogen overduidelijk begrensd is. Over thema’s als tijdloosheid en oneindigheid kunnen we ons niks voorstellen.
  • Gelukkig zijn er ook zat boeken die in eenvoudige taal spreken over non-dualisme. Als je kijkt op de website van Samsara-boeken dan zie je hiervan veel voorbeelden waaronder mijn boekje “Een Christen op Satsang”. In dit soort boekjes tref je een soort metafysica in engere zin aan, een soort non-dualiteit in eenvoudige taal. Hier volgen een paar kreten die je wel bekend voorkomen: “De vrije wil bestaat niet”, “Alles verschijnt in bewustzijn”, “Er is geen doener”, “Juist door te zoeken naar verlichting houd je de onrust in stand” et cetera. Je kunt redelijk verslaafd raken aan dit soort boekjes en dat is ook niet zo gek. Als je erin leest dan gaat er iets vanbinnen resoneren. Je voelt als het ware dat het klopt, er is iets van herkenning en je wordt er blij van. Toch kun je er ook moedeloos van worden en je gaan voelen als een hondje dat zijn eigen staart achterna rent. Je raakt gevangen in paradoxen zoals : “hoe doe je dat, stoppen met iets proberen te doen en te bereiken?”. Theoretisch klopt het allemaal prachtig, deze weg van niet-doen. Waar veel volgelingen van deze weg zich wellicht niet zo van bewust zijn, is dat ze toch volop dingen doen en proberen. Al was het maar het jaar in jaar uit lezen van deze boeken en bijwonen van bijeenkomsten om de fel begeerde innerlijke rust te vinden.
  • Als laatste de Jezus-boeken. Hierin zie je alle ingrediënten terugkomen die ik hierboven beschreef. Zo is het Tekstboek van ECIW één bonk grandioze metafysica. En wat dacht je van: je bent al de perfecte Zoon maar je droomt slechts een droom van ellende. Je hoeft dus niks te bereiken, je bent al de voltooide. Toch meen ik dat Jezus ons een sleutel geeft waar we dikwijls over praten maar die we misschien toch niet zo vaak gebruiken. Hoe zit dit volgens mij?

De crux van de metafysica is dat we geen kleine afgescheiden 3D-wezentjes zijn met een eigen wil. De ellende is dat we helaas vanuit onze eigen kleine (vermeende) kracht niet dat hogere standpunt, dat bredere perspectief, kunnen bereiken waarmee we deze waarheid kunnen herkennen. Door ons in te spannen bevestigen we juist ons geloof in eigen kleine kracht. We kunnen die ogenschijnlijke machteloze wilskracht van ons maar op één manier effectief inzetten. Dit is een manier waar we als drukke egootjes helemaal niet van houden. Ik noemde al het probleem van “niet-doen”. Aan de hand van de gebruikelijke non-duale boekjes kunnen we hier een beetje mee oefenen. Denk aan metaforen als die van de toeschouwer in de bioscoop waarin je probeert alleen maar te kijken naar wat er in je leven gebeurt, zonder ingrijpen en met zoveel mogelijk acceptatie als je maar kunt opbrengen. Hier is niks mis mee, ik doe het zelf ook en het geeft wat ruimte.

Jezus geeft ons echter een paar unieke tips op weg naar dat wat hogere perspectief. Een erg praktische tip is die van vergeving á la ECIW. Dit is een soort weigering om te geloven in afscheiding en om te oordelen. Maar hier blijft het niet bij. Jezus weet dat wij dit niet op eigen kracht kunnen en dat we eindeloos kunnen blijven lezen in bioscoop-metafoor-boekjes. Wat zie je zelden terug in deze boekjes en wat is het hoofdthema van de Jezus-boeken? Liefde! Liefde is de Goddelijke troef. Liefde is onze redding. Van ons wordt slechts een kleine bereidwilligheid gevraagd om de zachte stem van liefde, de stem van de Heilige Geest, ons te laten leiden in ons contact met anderen en in alle situaties. Hierbij is overgave een sleutelwoord. Overgave aan liefde, God, Heilige Geest, Jezus, je Zelf of hoe je het maar wilt noemen. En daar baalt ons ego zo gigantisch van.

Ik spreek liever van verlossing dan van verlichting. Ik weet dat dit slechts mijn interpretatie is, maar bij verlichting denk ik aan een slim persoon die het door heeft. Bij verlossing daarentegen denk ik aan iemand die op zijn knieën is gegaan en zich heeft opengesteld voor de genezende kracht van liefde. Bij verlossing “beleid je jouw zonde”, hetgeen volgens de visie van ECIW betekent dat je erkent dat je gelooft in afscheiding. Vervolgens aanvaard je de blijde boodschap van Jezus dat je nog steeds het geliefde kind van de vader bent, en dat dit ook geldt voor iedereen die je tegenkomt. Je gaat ervaren dat de liefde in je binnenste gaat stromen als je anderen niet langer veroordeelt maar liefhebt gelijk jezelf. Het is een heerlijke waarheid dat geven en ontvangen één zijn. Je kunt zo lang je wilt ik-gericht streven naar eigen verlichting en dit maakt je niet een slecht mens. Maar pas wanneer je ontdekt dat liefde zowel doel als middel is, dan pas zie je dat je de hemel niet kunt betreden zonder je broeders en zusters. Je moet ze zien als jezelf om te ontdekken dat je zelf schuldeloos bent en een geliefd kind van je Vader.

Bij mij begint dit steeds dieper binnen te komen. Op deze weg van liefde kom ik mezelf flink tegen. Steeds meer zie ik dat elke nare ego-eigenschap die ik in anderen veroordeel ook in mij zit. Steeds meer ervaar ik dat het zwaard van oordeel twee kanten heeft: zoals ik een ander veroordeel zo veroordeel ik mezelf. Soms is het schrikken. Oei, wat valt er nog een duisternis te verdrijven. Maar er is ook sprake van onverwoestbare hoop. Als je eenmaal merkt hoe je, dikwijls onbewust, geholpen wordt door de kracht van liefde dan kun je eindelijk ontspannen en glimlachen omdat je weet dat het goed komt. Ooit werd ik als volwassene gedoopt en werd me de vraag gesteld of ik Jezus Christus had leren kennen als mijn persoonlijke verlosser en heer. Ik antwoordde met slechts één woordje: “ja”. Nu kan ik daar dankbaar aan toevoegen: “Ja, Goddank, steeds meer”. Ik herinner me dat de dominee in zijn preek zei dat God afmaakt wat Zijn hand begint. Hier mogen we allemaal op vertrouwen. Amen.