Een tweede gesprek (vervolg op 17 mei)

Two Men Enjoying Coffee

Het tweede gesprek.
S: En, heb je afgelopen weken nog tijd gehad om een paar Werkboek lessen door te nemen?
V: Niet elke dag maar ik heb afgelopen weekend wat zitten lezen omdat ik je vandaag weer zou zien.
S: Wat vond je er van?
V: Raar.
S: Wat vond je raar?
V: In de eerste lessen herkende ik wel waar jij het vorige keer over had. Dat volgens de Cursus alles wat we zien een illusie zou zijn. Er werd gevraagd om rond te kijken en tegen mezelf te zeggen dat wat ik zag geen betekenis had. Dat ik zelf overal betekenis aan heb toegekend.
S: En wat bracht je dat?
V: Het heeft een beetje een bevreemdend effect op me. In feite is het niets nieuws maar het is iets waar je meestal niet bij stil staat. Ik vraag me alleen af waar het goed voor is om er zo naar te kijken.
S: De Werkboeklessen zijn bedoeld als oefening. Er wordt gezegd dat je er niet te veel over hoeft na te denken. Als je ze alleen maar doorleest en niet toepast dan gebeurt er inderdaad niet veel. Je vormt je er gewoon een mening over en meer niet. Maar als je ze dagelijks een paar keer probeert te doen zoals wordt aangegeven dan kun je merken dat ze effect hebben.
V: Wat voor effect dan?
S: Ik kan wel vertellen wat het mij brengt maar daar heb jij niet veel aan. Het enige wat dan gebeurt, is dat je er een mening over vormt. Lijkt het je niet aardig om het eens uit te proberen?
V: Tja; ik weet het niet zo. Toen ik wat verder bladerde in dat Werkboek liep ik er toch vrij snel in vast.
S: Wat bedoel je dat je vast liep?
V: Heb je de Cursus bij de hand?
S: Wacht even, ik pak hem erbij.
V: Nou, hier bijvoorbeeld. Bij les 23 hebben ze het over het ontsnappen aan de wereld door aanvalsgedachten op te geven. Ik heb geen idee waar ze het over hebben.
S: Ik moest zelf ook wennen aan de terminologie van de Cursus. Als je er echter een tijdje mee bezig bent dan vallen de woorden steeds meer op hun plaats en gaat het meer voor je leven.
V: Maar waarom wordt er dan zo moeilijk gedaan? Het moet toch mogelijk zijn om het op een simpelere manier uit te leggen? Waarom wordt er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van al die Christelijke termen als God en Heilige Geest? Dat is toch niet meer van deze tijd?
S: Ik besef dat niet iedereen door dit taalgebruik wordt aangesproken. Wat ik wel heb gemerkt is dat de Cursus zich heel precies weet uit te drukken door gebruik te maken van wat ongebruikelijke termen. Het vergt zeker in het begin wat inspanning en doorzettingsvermogen om te begrijpen wat de Cursus bedoelt met termen als God, Heilige Geest en zonde. Zelf had ik daar ideeën over gevormd in de periode dat ik naar die Baptisten gemeente ging waar ik je over vertelde. Het duurde even voor ik het taalgebruik van de Cursus een beetje kon plaatsen.
V: Ik herinner me inderdaad van de vorige keer dat er binnen de Cursus anders gedacht wordt over God.
S: Klopt. Ik was gewend aan een beeld van God met nogal menselijke trekjes. In de Cursus wordt God gezien als eenheid en Liefde. Het woord ‘zonde’ speelt een hoofdrol in de Cursus maar met een andere betekenis dan in het klassiek Christelijke geloof.
V: De betekenis van zonde lijkt me duidelijk. Dat is gewoon het doen van foute dingen. Stelen, liegen, geweld; dat soort zaken.
S: In de Cursus heeft de term zonde veel eerder de betekenis van een vergissing.
V: Wat voor vergissing?
S: De vergissing waarbij wij denken dat we los staan van God.
V: Maar we staan toch ook los van God?
S: Dat denken we slechts.
V: Wil je beweren dat jij God bent?
S: Alles is God en ik geloof in de illusie dat ik een afgescheiden wezentje ben die lekker zijn eigen gang gaat.
V: Jezus, wat een grootheidswaan! De Goddelijke Simon. Laat me niet lachen!
S: Het omgekeerde is het geval. Het is grootheidswaan als je meent afgescheiden te kunnen zijn van God. Je denkt dat je een lange neus naar de eenheid kunt maken en als poppetje van vlees en bloed met een eigen wil rond te kunnen lopen. Dat is niet meer dan een droom waar je zelf in bent gaan geloven.
V: En ben ik dan ook God?
S: Er is geen ik en alles is God. De denkbeeldige poppetjes Victor en Simon zijn het echter vergeten. Ze realiseren het zich niet meer en voelen zich afgescheiden van elkaar en van de wereld. Dat idee van afgescheiden te zijn noemt de Cursus zonde. Maar het is geen zonde in de morele zin van het woord. Het is dus niet slecht in de zin van verwerpelijk maar slechts een vergissing.
V: Je zei toch dat de Cursus jou gelukkiger maakt?
S: Ja, hoezo?
V: Word je er gelukkige van als je denkt dat je één bent met God?
S: Nee, van dat geloof op zich word ik niet gelukkig. Daar word ik net zo min gelukkig door als het geloof in een hiernamaals met engeltjes en trompetgeschal.
V: Waar word je dan wel gelukkig van?
S: Door de Werkboeklessen te doen kun je oog krijgen voor de vergissing die je maakt. Voor je geloof in de illusie. Daarmee bedoel ik niet dat je verstandelijk begrijpt of aanneemt dat wat je leest waar is maar dat er een soort woordloos zien plaatsvindt. Dat zou je een klein wondertje kunnen noemen.
V: Ik zie nog niet in hoe die Werkboek lessen daarbij zouden kunnen helpen.
S: Mag ik als voorbeeld de aanvalsgedachten nemen waar we het net over hadden?
V: Ga je gang.
S: Er staat dus in het Werkboek dat je aan de wereld kunt ontsnappen door aanvalsgedachten op te geven.
V: Ik heb helemaal geen aanvalsgedachten. Waarom zou ik iemand aan willen vallen? En waar slaat dat ontsnappen aan de wereld op? Ik kan er echt niets van maken.
S: Met aanvalsgedachten worden niet alleen gedachten bedoeld aan een fysieke aanval zoals je misschien zou denken. Het gaat over iedere irritatie die je jegens een ander mens hebt. Als iemand zich niet gedraagt zoals jij zou willen dan is dit al een aanvalsgedachte. Die andere persoon hoeft niet eens aanwezig te zijn of zelfs niet in leven te zijn.
V: Dat gaat wel heel ver dan.
S: Dat klopt. Als je dit soort gedachten hebt over een andere persoon dan kun je opmerken dat ze gepaard gaan met een gevoel van afgescheidenheid. Je voelt je duidelijk los staan van die ander en meestal zal je je ook superieur voelen. Je voelt je op dat moment niet bepaald verbonden met die ander laat staan dat je beseft dat je in feite één bent.
V: Oh, nu begin je weer over die eenheid.
S: Ja, maar daar hoef je niet eens ideeën over te hebben om toch te kunnen ervaren dat wat ik zei over dat gevoel van afgescheidenheid klopt. Toch?
V: Ja, dat is niet zo ingewikkeld.
S: Kun je er een voorstelling van maken hoe het voelt als die zogenaamde aanvalsgedachte plotseling zou wegvallen. Hoe kijk je dan op dat moment aan tegen die ander?
V: Volgens mij kan dat niet. Als ik kwaad ben heb ik daar meestal een goede reden voor en dan is het niet mogelijk dat die boosheid plotseling als sneeuw voor de zon verdwijnt.
S: We denken dat we precies weten waarom we boos zijn. Die ander heeft iets gezegd wat ons niet bevalt of hij heeft zich anders gedragen dan we zouden willen. Toch is de werkelijke reden anders.
V: Wat dan?
S: We kiezen ervoor boos te zijn op die ander omdat we ons afgescheiden willen voelen van die ander. Ons ego vindt het heerlijk om die afgescheidenheid te ervaren. We willen ons helemaal niet één voelen met die ander.
V: Dat herken ik helemaal niet. Ik word gewoon boos als die ander stom doet of zo.
S: We denken inderdaad dat dit de reden is maar de van de werkelijke reden zijn we ons niet bewust omdat we bang zijn.
V: Bang?
S: Ja, bang. We zijn bang voor de eenheid die we zouden ervaren als we geen aanvalsgedachten zouden koesteren. We hebben dan onbewust het geloof dat we als afgescheiden individu verdwijnen. Dat we als het ware oplossen. Daarom willen we dat andere mensen ons het gevoel geven dat we bestaan, zelfs als dat betekent dat we daarvoor aanvalsgedachten moeten hebben.
V: Dat lijkt me ver gezocht.
S: Laat me er dan nog maar een schepje bovenop doen.
V: Nou, kom maar op!
S: In de Cursus wordt het fenomeen waarbij we onbewust aanvalsgedachten koesteren de speciale haat relatie genoemd. Er kan echter ook sprake zijn van de speciale liefdesrelatie die die er op het oog heel anders uitziet maar die toch precies hetzelfde doel heeft namelijk het ervaren van een gevoel van afgescheidenheid en het voorkomen van een diepe ervaring van eenheid.
V: Ik kan me nog enigszins voorstellen dat bij een haatrelatie, zoals jij dat noemt, een gevoel van afgescheidenheid ontstaat maar bij een liefdesrelatie draait alles juist om verbondenheid! Het gaat dan om liefde waarbij je bij de ander wilt zijn. Als ik denk aan mijn vrouw dan wil ik zelfs fysiek met haar één worden en seks met haar hebben.
S: En als ze seks met een ander wil hebben?
V: Hoe bedoel je?
S: Hoe voel je je dan?
V: Ja, dan word ik natuurlijk kwaad. Dat is toch normaal? Zoiets flik je niet binnen een relatie.
S: Mag ik zeggen dat je wilt dat ze van je houdt en dat uit door aardig tegen je te doen en met je te vrijen?
V: Is dat zo gek dan?
S: Nee, het is heel herkenbaar. Maar er is wel sprake van een ikje dat bevestigd wil worden door die ander. Het is een vorm van voorwaardelijke liefde die heel snel kan omslaan in het tegendeel als de ander niet doet wat je wilt. Dan verandert de speciale liefdesrelatie in een speciale haatrelatie. Zie je dat?
V: Je stelt het wel allemaal heel zwart-wit voor. Het is haat of liefde en het is kennelijk allebei weer niet goed. We hebben het hier toch over de normale manier waarop mensen met elkaar omgaan?
S: Wij zijn dit inderdaad heel normaal gaan vinden. We weten niet beter en gaan met deze manier van leven onder de wol. Dit is de wereld die we kennen. En les 23 zegt dat we aan deze wereld kunnen ontsnappen door aanvalsgedachten op te geven.
V: Ik wil best proberen mensen aan wie ik een hekel heb te vermijden maar ik ga toch niet mijn vriendschappen verbreken om aan de wereld te ontsnappen?
S: Dat is ook absoluut niet de bedoeling. We hoeven helemaal niks te veranderen in de wereld die we menen te zien. Maar er wordt beweerd dat er een andere manier van kijken mogelijk is waarbij we een eenheid en vrede kunnen ervaren die we nauwelijks kennen. We kunnen dit gewoon ervaren binnen de relaties die we nu hebben.
V: Hoe dan?
S: Door goed op te letten kunnen we als het ware een heel precies besef ontwikkelen voor het gevoel van afgescheidenheid dat we zelf creëren in onze relaties. Iedere verstoring van ons geluk of innerlijke vrede kan worden opgemerkt en ook onze afhankelijkheid van de ander om bijvoorbeeld zijn goedkeuring te krijgen.
V: En dat is dus fout.
S: Nee, dat is wat gebeurt. Als je het “fout” noemt en je gaat jezelf stom vinden dat je dit doet dan maak je er weer meer van hetzelfde van. Namelijk een truc om je zelf te ervaren als stommerd die afgescheiden is van de eenheid. Iedere vorm van oordeel veroorzaakt een denkbeeldige afscheiding. Of dat oordeel nu een ander of jezelf betreft dat doet er niet toe.
V: Maar dat oordelen gaat vanzelf. Dat kun je niet tegenhouden.
S: Op dit moment komt God, of preciezer gezegd, de Heilige Geest in beeld.
V: Leg uit.
S: Op het moment dat je zo eerlijk mogelijk constateert dat je iemand anders of jezelf veroordeelt dan mag je deze Heilige Geest vragen om jou een andere wereld te laten zien. De werkelijke wereld. Er wordt gezegd dat een klein beetje bereidwilligheid voldoende is. Je hoeft jezelf dus niet in allerlei bochten te wringen om bijvoorbeeld je denken te veranderen. Sterker nog, het lukt je niet en het werkt averechts. Vertrouwen en overgave aan de Heilige Geest om met Zijn ogen te mogen kijken is al wat er nodig is.
V: Dus dan wordt het toch weer een kwestie van geloof, want ik geloof niet in de Heilige Geest.
S: Dan noem je het voorlopig Bewustzijn of Liefde.
V: En wat moet ik me dan voorstellen bij het kijken door de ogen van de Heilige Geest.
S: Je hoeft je van mij niks voor te stellen. Het is veel interessanter door het te proberen. Neem als het ware een stap terug en wees stil in vertrouwen dat het goed is. Kijk maar wat er gebeurt. Vind je het een idee om dat de komende weken is te proberen?
V: Ik ben nog niet overtuigd.
S: Heel goed, dat was ook niet de bedoeling. Maar ben je geïnteresseerd?
V: Jawel.
S: Je hebt een wetenschappelijke opleiding gehad dus dan moet een empirische aanpak je toch aanspreken. Gewoon een paar keer proberen en kijken wat het je brengt. Doen?
V: Oké.

Een gedachte over “Een tweede gesprek (vervolg op 17 mei)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s