Onvrede om niks

vuilbakken-groenafval-handvat-klein-vuilnisbak-containerAfgelopen woensdag ging ik aan het einde van de dag de afvalbak terughalen van de straat. De bewoners van het huizenblok zetten deze bakken aan het einde van de poort op een stukje stoep. Deze keer kon ik de bak niet terugvinden en ik speurde om me heen. Vijftig meter verder op zag ik een stel bakken aan de doorgaande weg staan en ik liep die kant op. Ik passeerde hierbij een oudere buurvrouw, de bewoonster van het hoekhuis, die zonder bak in zichzelf mopperend op de terugweg was. “Ik kan mijn bak ook niet vinden”, zei ik in het voorbijgaan, maar ze liep me voorbij zonder opkijken. Ik trof mijn bak inderdaad wel aan langs de weg en liep terug naar de poort. Daar vond een gesprek plaats tussen dezelfde buurvrouw en een buurman uit een ander huis. De buurvrouw was duidelijk heel nijdig. “Ik zet alle bakken aan de weg”, sprak ze “waarom zetten de bewoners die bakken toch altijd aan het einde van de poort? Als ze deze gewoon een stukje verder zetten dan hoef ik er niet de hele dag tegen aan te kijken!”. Ik was gestopt en hoorde hoe de buurman meeging in haar irritatie. Ik snapte het niet. Al jaren zet iedereen de bak aan het einde van de poort. De buurvrouw kan de bakken onmogelijk zien omdat ze om haar tuin een heg heeft van 3 meter hoog. Ze moet echt naar een bovengelegen verdieping klimmen om vandaaruit de bakken te kunnen zien. En als het al een probleem voor haar was; waarom dan geen vriendelijk briefje bij iedereen in de bus? Ik weet zeker dat de buurtbewoners zonder morren de bak iets verder zouden zetten, zelfs als ze het probleem net zo min als ik zouden begrijpen. De buurvrouw keek hoopvol naar me, op zoek naar bijval. Even overwoog ik bovenstaande gedachten uit te spreken maar ik wist op voorhand dat dit nergens toe zou leiden. Buurvrouw was boos en voelde zich een slachtoffer van de weinig sociale andere bewoners van de buurt. Elk woord dat ik kon bedenken zou olie op het vuur zijn dus ik wenste haar en de buurman een fijne dag verder en bracht mijn bak terug naar huis.

Vannacht werd ik wakker en ik kon niet direct verder slapen. Ik vroeg me af of ik ergens mee zat. Nee, niet echt. Wat was er dan aan de hand? Ik kwam niet verder dan een ongrijpbaar gevoel van ontevredenheid. Ik kon niks aanwijsbaars vinden maar ik vond de situatie gewoon niet oké. Ik wilde wat anders maar wist ook niet goed wat dat dan moest zijn. Ik besefte dat het best wel gek was; er was onvrede maar geen doelwit om ontevreden over te zijn. De situatie met de verontwaardigde buurvrouw kwam weer in mijn gedachten. Ik besefte dat de vuilnisbakken niet echt haar probleem vormden. Zij voelde zich niet gehoord, niet begrepen en gekwetst door anderen. Zelfs als vanaf volgende keer alle vuilnisbakken op de nieuwe plek zouden staan zou ze vermoedelijk een ander doelwit vinden om haar verontwaardiging op te richten. Wellicht zou iemand steeds de auto op “haar plek” zetten, of zoiets. Bij mezelf merkte ik nu een thema van onvrede dat op zoek was naar een doelwit om ontevreden over te zijn. Afgelopen maanden zijn er aanwijsbare kwesties geweest die me bezig hielden maar die zijn nu niet meer actueel. Nieuwe narigheid heeft zich nog niet aangediend maar een doelloze onvrede kleeft nog aan me.

Ik probeer die onvrede af te schudden. Wat wil ik eigenlijk, vraag ik me af. Hoe is het nu? Ik richt me een beetje op de geluiden om me heen en de sensaties in mijn lichaam. Het voelt allemaal wat lauw, goed noch slecht. Wat zou ik kunnen doen om me beter te kunnen voelen? Dit schiet niet op, want deze vraag illustreert nog steeds de onvrede die ik niet begrijp. Ik heb nu even niets meer te vrezen of te wensen en voel me toch niet gelukkig. Dan daagt het besef dat degene die zich nu ontevreden voelt en die probeert dit “probleem” op te lossen, dit zoekende ikje, nooit de bron kan zijn van nieuw geluk. Dit ikje is geen oorzaak maar een gevolg. Er is in de denkgeest een wens geweest tot afscheiding, waarbij het doel was om juist precies zo’n ontevreden ikje te maken als nu ervaren wordt. Het valt nu alleen wat meer op omdat verschuilen achter geprojecteerde ellende in de wereld even niet mogelijk is. Ik ben de narrige buurvrouw op zoek naar fout geplaatste vuilnisbakken. Ik wil me ergens ontevreden over voelen maar kan even geen geschikt doelwit vinden.

Pas dan snap ik dat het gevolg van het geloof in de illusie van afgescheidenheid, dit ikje, maar één ding kan doen. Een actie die nog steeds duaal is maar de enige optie die het geworstel niet erger zal maken. De enige weg is vergeving, de herinnering van mijn echte Identiteit. Mij helpt het om hiertoe die prachtige laatste werkboeklessen (361-365) zachtjes en met aandacht een paar keer te herhalen:

Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen.
Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

Ik merk dat aan het rusteloze zoeken een einde komt. Uiteindelijk slaap ik weer een tijdje. Zojuist las ik dankbaar de werkboekles van vandaag (42):

God is mijn kracht. Visie is Zijn geschenk.

Een gedachte over “Onvrede om niks

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s