Uitgepreekt

Afgelopen weken keek ik met interesse naar het programma “Uitgepreekt”. Hierin werden predikanten geïnterviewd die niet langer mochten voorgaan in hun kerkelijke gemeente. Er was bijvoorbeeld een man die een kortstondige affaire had gehad. Dat betekende dus het einde van zijn carrière. Zo’n voorval zet me aan het denken. De voorganger in kwestie ervoer dat hij geloofwaardigheid had verloren. Hoe zou hij zijn gemeenteleden ooit nog kunnen aansporen om een net leven te leiden nu hij zelf zo’n ‘slecht’ voorbeeld had gegeven.  Het deed me een beetje denken aan die situatie met Grapperhaus die op zijn huwelijk zijn schoonmoeder een hug had gegeven terwijl hij enkele dagen daarvoor met een meetlint door een park liep om jongeren te wijzen op hun ‘onverantwoordelijke’ gedrag waarbij ze wat te dicht bij elkaar zaten.

Beide voorvallen hebben het geloof in ‘correct gedrag’ met elkaar gemeen. Op het wereldse droomniveau waarop Grapperhaus moet functioneren begrijp ik dat wel. Hoewel ik die meetlint actie van hem tamelijk overdreven vond, hebben we in het dagelijks leven nu eenmaal te maken met gedragsregels. Daarbij moet Grapperhaus zelf ook de regels die hij verkondigt opvolgen en heeft hij zelfs daarbij een voorbeeldfunctie.

Bij de dominee lopen het wereldse droomniveau en het levensbeschouwelijke aspect van de christelijke visie wat meer door elkaar. Door de eeuwen heen is er, waarschijnlijk gebaseerd op de tien geboden, een beeld ontstaan van hoe christelijk gedrag eruit hoort te zien. Één van die geboden is “U zult niet echtbreken”. Ik ben zelf jarenlang lid geweest van een kerkelijke gemeente en pas dan merk je dat die oudtestamentische geboden nog redelijk fier overeind staan. De verwarring in de situatie van de overspelige dominee ontstaat doordat Jezus in het Nieuwe Testament ons juist oproept om keer op keer elkaars zonden te vergeven. Wellicht kan de gemeente deze vergeving voor een gewoon overspelig gemeentelid nog opbrengen, maar heeft de dominee, net als Grapperhaus, niet ook een voorbeeldfunctie? Kan hij ooit nog preken zonder dat zijn toehoorders een pakje boter op zijn hoofd kunnen visualiseren?

Ook in non-duale kringen hebben we zo onze verwachtingen van onze ‘voorgangers’. Een vriend van mij adoreerde Hans Laurentius. Op een kwade dag hoorde hij echter dat Hans een woedeaanval richting zijn partner had. Daarmee viel Hans van het voetstuk waarop mijn vriend hem had geplaatst. En laat ik mezelf niet boven de gemeenteleden of boven mijn vriend plaatsen. Ook ik verwacht onbewust dat een ECIW-leraar kalm blijft als hij een meningsverschil heeft over de vraag of het raam in de bijeenkomstruimte open- of dicht moet. Een woedeaanval zou me zeer verbazen en de leraar zou me tegenvallen.

Dit alles laat zien dat we nog steeds menen dat er sprake is van correcte gedragingen en van foute gedragingen, zowel in de kerk als in ECIW-kringen. Dikwijls klinkt in ECIW-groepen de vraag wat je in een situatie het beste zou kunnen doen volgens de Cursus. Het bekende antwoord hierop luidt steevast: ‘de cursus geeft geen gedragslijnen’. We worden slecht opgeroepen om ons oordeel te laten genezen en ons in ons denken en handelen te laten leiden door de Heilige Geest of door Liefde. Wat dat oplevert in een bepaalde situatie laat zich niet voorspellen. Als een zuster in een ECIW-groep last heeft van het geopende raam kan het bijvoorbeeld liefdevol zijn om het raam dicht te doen, haar te adviseren een andere plek in de ruimte te zoeken of, als er een afleidende discussie ontstaat, haar te vragen de zaal te verlaten.

Maar wat als het duidelijk is dat de toon minder liefdevol is? Of dat het gedrag van een dominee niet echt liefdevol overkomt? Wat als ECIW-leraren en dominees van hun voetstuk vallen? Dan hebben wij zelf onderzoek te doen waarom wij überhaupt mensen op voetstukken willen plaatsen. In mijn beleving koesteren we daarbij een ideaalbeeld van onszelf en projecteren we dat op de geestelijk leraar. Wij maken als het ware een afgodsbeeld waarvoor wij knielen. We streven zelf naar een continue staat van sereniteit waarbij we met een milde en vriendelijke glimlach altijd onze kalmte bewaren. We vinden dat we onszelf weg moeten cijferen en dat we nobele en verheven verlangens en gevoelens moeten hebben. Seksuele begeertes en woede-uitbarstingen horen daar niet bij. Dat accepteren we niet bij onszelf en al helemaal niet bij ons ideaalbeeld op de kansel of op het podium.

Eigenlijk zouden we blij moeten zijn als we teleurgesteld raken in onze dominee of goeroe. Het biedt ons een prachtige gelegenheid tot werkelijke vergeving. Die vergeving betreft niet de ander maar ons eigen oordeel over die ander. Zou het niet heerlijk zijn als we onszelf én onze rolmodellen zien als liefdevolle kinderen van de Vader die allemaal een beetje in de war zijn en dit droomleven mogen gebruiken om hun vergevingslessen te leren? Mag de dominee leren, net als wijzelf, dat van een speciale seksuele relatie, op zichzelf totaal schuldeloos, geen blijvend geluk te verwachten is? Mag de schuldeloos boze ECIW-leraar voelen dat hij nog vergevingswerk te doen heeft en mogen wij ons oordeel over hem of haar ook laten genezen? ECIW zelf doet niet zo krampachtig over de rol van leraar. In feite is de oproep van Jezus aan ons om allemaal leraar te worden als hij in het Handboek voor leraren (1:3) zegt:

“Hij <de leraar> heeft iemand anders als zichzelf gezien. Daardoor heeft hij zijn eigen verlossing en de verlossing van de wereld gevonden. In zijn wedergeboorte wordt de wereld herboren”.  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s