Oorlog in Oekraïne

Tanks denderen door de straten van Kiev, bommen en kogels rijten menselijke lichamen uiteen. Wraak, wanhoop, agressie, verdriet en ellende. Het raakt me diep. Hoe kunnen we als Cursus-student naar deze situatie kijken en wat kunnen we doen?

Ik las een tekst van een mede ECIW-student op Facebook. Ze schreef dat Poetin heel behulpzaam was omdat zijn daden zorgen voor een zuivering bij ons. Hij zou haast, met andere woorden, een leraar voor ons zijn en we zouden hem dankbaar moeten zijn. Is deze manier van omgaan met ECIW behulpzaam voor onszelf en anderen? Worden we echt uitgenodigd om te lachen om de beelden die we op de tv zien? Ach lieve broeders en zusters, wat kan ons hoofd toch ontsporen als het niet onder supervisie staat van ons hart.

Is Poetin onze leraar? Het Handboek van de Cursus beschrijft leraren van God als mensen die een proces doorlopen om hiervoor geschikt te worden (H-1.1), die verder in de tijd staan dan hun leerlingen (H-29.1:4). Poetin is geen leraar maar een uitermate verdwaasde, bange broeder die meent dat macht synoniem is aan de liefde die hij werkelijk verlangt. Hem zien als een leraar is één van de vele fabeltjes rondom ECIW die Robert Perry als onjuist ontmaskerd heeft (zie: https://eciwcoach.com/eciw-fabeltjes-2/ ). Het is een fabeltje dat we personen die gewelddadig zijn zouden moeten zien als leraren omdat ze ons ego aan het licht zouden brengen. Dit is niet hoe de Cursus over “leraar” spreekt, noch hoe hij over “verlosser” spreekt (op één uitzondering na). Een leraar in de Cursus is iemand die anderen het denksysteem onderwijst waarin hij gelooft. Een verlosser is iemand die de verlossing die in hem is, naar anderen uitbreidt. Dus mijn leraar, in de positieve zin, is iemand die mij Gods denksysteem leert. In het Handboek is het specifiek iemand die mij begeleidt op het pad van de Cursus. En mijn verlosser is iemand die verlossing naar mij uitbreidt. In het bijzonder is het iemand die ik genezen heb, en wiens dankbaarheid mij doet ontwaken tot de heiligheid in mij.

En moeten we gaan zitten lachen om de tv-beelden die we nu zien? Sommigen beweren dat we ons niet druk hoeven te maken om, bijvoorbeeld, de Holocaust of over de nood in de wereld. Er is immers geen wereld dus dan kan er ook geen sprake zijn van al deze ellende. En, inderdaad, op een ultiem niveau is de wereld zelf nooit gebeurd. Maar op het niveau van deze wereld gebeuren deze dingen wél en zijn ze ook gebeurd, en onze reactie moet zorgzaam zijn, niet gevoelloos. Toen Jezus in het oorspronkelijke gedicteerde werk verwees naar de Holocaust, zei hij niet: “Er was geen Holocaust,” maar: “Ik heb er vele tranen om gelaten.” In plaats van onverschillig te zijn tegenover lijden, is het de bedoeling dat we mensen uit hun lijden verlossen. De Cursus zegt dat we door onze wonderen – onze uitingen van liefde – in feite de uiterlijke schijn van tragedie kunnen wegnemen, en juist door die weg te nemen, bewijzen we dat die schijn onwerkelijk moet zijn geweest (T-30.VIII.2).

Sommige studenten beweren dat we niets kunnen betekenen voor onze broeders en zusters omdat er helemaal geen “anderen” zijn. Alles en iedereen zou slechts onze eigen projectie zijn. Maar er is vermoedelijk geen belangrijker thema in de Cursus dan de ware aard van onze broeder als een volmaakt zuivere Zoon van God, die Gods meesterwerk is, die een onschatbare waarde heeft, die onze gelijke is, en die alle zorg en zorg verdient die wij gewoonlijk aan onze speciaalheid besteden: “Alle liefde en zorg, de krachtige bescherming, de gedachte overdag en ‘s nachts, de diepe bekommernis, en de sterke overtuiging dat jij dit bent, horen hem toe.” (T-24.VII.2:7). Het is waar dat lichamen en persoonlijkheden illusies zijn, maar het is moeilijk een idee te bedenken dat meer tegen de visie van de Cursus ingaat dan deze broeder in een illusie te veranderen, in niets meer dan een spiegel, louter een projectiescherm.

De Werkboekles van vandaag (Herhalingsles 57) lijkt te suggereren dat onze opdracht slechts zou bestaan uit het corrigeren van onze perceptie.

  • Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie.
  • Ik heb de wereld die ik zie bedacht.
  • Er is een andere manier om naar de wereld te kijken.
  • Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.
  • Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.

Maar het aanvaarden van het wonder voor onszelf, waar deze werkboekles over gaat, betreft maar de helft van de boodschap van ECIW. De andere, onlosmakelijk hiermee verbonden helft, gaat over het aanbieden van het wonder aan onze broeders en zusters. Daarover zegt Robert Perry:

“Als je de vijftig wonderprincipes leest, is het duidelijk dat wonderen iets genezends zijn dat overgaat van een wonderdoener naar een wonderontvanger. Wat overgaat is liefde, want wonderen zijn “uitingen van liefde”, en worden in de eerste hoofdstukken van de Cursus vijf keer zo genoemd. Dit is de voornaamste betekenis van “wonder” in de Cursus: een uitdrukking van liefde waardoor we de waarneming van een ander verschuiven. Een wonder als iets dat onze eigen waarneming verschuift, is een belangrijke betekenis van het woord in de Cursus, vooral in het Werkboek, maar het is niet de hoofdbetekenis van de Cursus”.

Ons denken kan worstelen met de beelden die binnen komen en met de teksten van de Cursus, zoals werkboekles 57. In ons eentje, vanuit ons kleine ego-zelf, maken we van de Cursus al snel een karikatuur. Dit kunnen we slechts voorkomen door stil te worden en ons open te stellen voor een zachte Stem, de Stem van de Heilige Geest, de stem van ons hart. We mogen de HG vragen hoe we naar de situatie mogen kijken zodat onze perceptie kan worden gecorrigeerd en genezen. Maar laten we vooral niet vergeten om te vragen wat we mogen zeggen en doen om werkelijk behulpzaam te zijn voor onze broeders en zusters.

In de Bijbel roept Jezus ons op om hongerige mensen te voeden, dorstige mensen te drinken te geven, onze jas af te staan aan hen die deze nodig hebben. Jezus uit ECIW is dezelfde Jezus als de Bijbelse Jezus. Daarom besluit ik deze lange blog met een citaat uit de Bijbel. Ik hoop van harte dat wij als ECIW-studenten niet worden als de priester en hulppriester die misschien hun perceptie keurig corrigeerden maar onbewogen bleven en geen vinger uitstaken.

Lucas 10:25-37

Er kwam een wetsleraar naar Jezus toe. Hij wilde Jezus iets verkeerds laten zeggen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?’ Jezus zei tegen hem: ‘Wat staat er in de wet? Wat lees je daar?’  De man antwoordde: ‘Houd van de Heer, je God, met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht. En houd evenveel van je medemensen als van jezelf.’  Toen zei Jezus: ‘Dat is het goede antwoord. Als je dat doet, zul je eeuwig leven.’  De wetsleraar wilde laten zien dat hij de wet beter kende dan Jezus. Daarom vroeg hij: ‘Wie is mijn medemens dan?’ Toen vertelde Jezus een verhaal. Hij zei: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Maar onderweg werd hij door rovers overvallen. Ze pakten alles van hem af, ook zijn kleren. Ze sloegen hem halfdood, en lieten hem liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen er even later een hulppriester langskwam, gebeurde hetzelfde. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen kwam er een vreemdeling langs, een Samaritaan. Hij zag de man liggen en kreeg medelijden. Daarom ging hij naar hem toe. Hij verzorgde de wonden van de man met olie en wijn. En hij deed er verband om. Toen zette hij de man op zijn eigen ezel en bracht hem naar een herberg. Daar zorgde hij voor hem.  De volgende dag gaf de Samaritaan geld aan de eigenaar van de herberg en zei: ‘Zorg goed voor de man. Als het je meer geld kost, krijg je dat van me op mijn terugreis.’’ Toen vroeg Jezus: ‘Wat denk je? Wie was de medemens van de man die overvallen werd? De priester, de hulppriester of de Samaritaan?’  De wetsleraar antwoordde: ‘De Samaritaan, want die was goed voor de gewonde man.’ Toen zei Jezus: ‘Doe dan voortaan net zoals de Samaritaan.’

Tegenslag

Tegenslag bestaat in duizenden soorten en maten. Je wilt slapen maar het lukt niet. Je moet ergens op tijd zijn maar je staat hopeloos vast in de file. Je wilt zorgeloos genieten van het leven maar je bent ziek en je verrekt van de pijn. De lijst is eindeloos. Waarom toch? Waarom al die ellende, die pech, die pijn? Kan het niet gewoon een keer meezitten?

Zolang het, in onze ogen, kleine tegenslagen betreft, kunnen we er nog wel mee omgaan. De één kan dit wat beter dan de ander. Dat wordt “frustratietolerantie” genoemd. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: “gewoon even flink zijn”. Ik was niet zo’n flinkerd en ook nu schaam ik me wel eens voor m’n niet al te hoge frustratietolerantie. Als ik ergens pijn heb, start er een oud programma. Dat programma zegt dat ik flink moet zijn en niet mag zeuren. Ik zie kracht op dezelfde manier als mijn vader: de pijn verbijten en kiezen op elkaar. Woorden die naar bovenkomen zijn “stoïcijns, stoer, niet piepen, vechten, gewoon doorgaan, niet klagen”.  

Zou “acceptatie” hier het toverwoord kunnen zijn? Ik merk dat mijn invulling van “acceptatie” niet veel verschilt van mijn oude programma. Er blijft sprake van boosheid, weerstand en onvrede maar ik uit deze niet, ik wil het dapper dragen en vooral niet om hulp vragen. Dat zou dan een zwaktebod zijn, meen ik.  Ik moet nu denken aan een prachtig boek over acceptatie door Jeff Foster (Onvoorwaardelijke Acceptatie). Toen ik het las voelde ik me heel vredig. Maar zelfs deze heerlijke, wijze leraar lijdt nu aan een rot ziekte en gaat door een diep dal. Hij heeft het uitgeschreeuwd van ellende. Het is waarlijk een kruisiging die elk goedkoop zelfhulpadvies verpulvert. Jeff beschrijft het als een soort zuivering. Ik raak ontroert als ik lees hoe hij de lieve mensen bedankt die hem steunen in deze duisternis.

Is dit dan de weg? Moeten we allemaal eerst gekruisigd worden voordat het besef dat we “niet dit lichaam zijn” écht tot ons kan doordringen? Wat zegt ECIW hierover? In de inleiding van hoofdstuk 4 zegt Jezus:

“Bega niet de jammerlijke fout je ‘vast te klampen aan het oude, robuuste, ruwhouten kruis.’ De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt. Tot dat moment staat het jou vrij jezelf te kruisigen zo vaak je maar wilt. Dit is niet het evangelie dat Ik jou bedoelde te geven. Wij hebben een andere reis te ondernemen, en als je deze lessen zorgvuldig leest, zullen ze jou helpen en voorbereiden die te ondernemen.”

Hierin staat een wonderlijke frase; het staat je toe jezelf te kruisigen zo vaak als je maar wilt. ECIW spaart onze gevoelens niet en komt met ogenschijnlijk harde uitspraken: Je bent niet werkelijk bang voor de kruisiging. Je echte doodsangst betreft de verlossing. (Txt 13 III:1:10)” En, iets verderop: “Jij wilt liever een slaaf van de kruisiging zijn dan een verloste Zoon van God. (Txt 13: III: 5:2)”. Jezus beweert ook niet dat kruisiging een weg zou zijn die we allemaal moeten volgen. Nee, hij zegt: “De kruisiging is een extreem voorbeeld, meer niet. Haar waarde ligt, zoals de waarde van elk

leermiddel, uitsluitend in het soort leerproces dat ze vergemakkelijkt. (Txt 6:I 2:1).”

Het laatste citaat dat ik wil geven is het volgende (Txt 2: III:3:4):

“Een geketende wil laat een situatie ontstaan die in het uiterste geval volslagen onverdraaglijk wordt. Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt.”

Waar brengt dit me nu? Het ego kijkt door de bril van beschuldiging en roept: “zie je nu wel, je kruisigt jezelf en het is allemaal dus je eigen schuld”. Het kijkt door dezelfde bril naar Jeff en alle broeders en zusters in nood: “eigen schuld!”  In Een Cursus van Liefde (ECvL) geeft Jezus herhaaldelijk voorbeelden waarbij hij laat zien dat onze ego-wereld een soort persiflage is van de werkelijke wereld, een soort karikatuur. Het fraaie is dat hij via voorbeelden laat zien hoe zelfs de ego-versie van de schepping nog aanknopingspunten biedt om te komen tot een meer waarachtige visie.

Zodra het ego knarsetandend moet toegeven dat we niet het slachtoffer zijn van de wereld die we menen te zien, gooit het zijn grote troef op tafel: “Het is dus je eigen schuld!” Dit is een liefdeloze persiflage van de vergissing die we als Zoon van God wel degelijk maken in ons streven om ons afgescheiden van de liefde te wanen. Want inderdaad, we hebben een rare vergissing gemaakt waarbij we zijn gaan geloven in de echtheid van onze eigen projecties. Maar nee, beschuldiging vormt nu niet de uitweg. Veroordeling van eigen lijden of van het lijden van anderen versterkt slechts de illusie van afscheiding en vergroot slechts ons schuldgevoel.  De Heilige Geest gebruikt de ego-persiflage en transformeert deze tot uitweg. Het “eigen schuld” wordt omgebogen naar “er is je een sleutel in handen gegeven; laat me je uitleggen hoe deze werkt”. De Stem is zacht en liefdevol en strekt zich uit naar onze broeders en zusters. “Laat me je helpen”. Zelfs mijn lage frustratietolerantie kan nu gebruikt worden door de Heilige Geest en krijgt nu zelfs een positieve wending: het is juist oké dat ik tegenslagen niet vanzelfsprekend vind. Dat zijn ze immers niet!  Ik zal deze blog niet te lang maken en, voor nu, hoopvol eindigen met:

Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt.

Liever een praktisch voorbeeld

Mijn lieve partner leest zelf niet in ECIW. De blogs die ik schrijf leest ze echter meestal wel. Ze vindt vooral de blogs leuk die gaan over concrete situaties en natuurlijk helemaal als ze deze situaties herkent uit ons leven. Ze is niet de enige die de voorkeur geeft aan duidelijke voorbeelden van het toepassen van de Cursus in de praktijk. Ik kan dat terugzien in de statistieken van de website waarop ik de blogs post. Zodra ik iets schrijf over Corona, The Voice of Holland of over een actuele politieke situatie schieten de lezersaantallen omhoog.

Het is prettig om als uitgangspunt voor een ECIW-les een concrete situatie te nemen. In de eerste jaren dat ik ECIW-bijeenkomsten volgde vond ik het knap hoe sommige leraren aan de hand van een concreet voorbeeld konden laten zien hoe de Cursus daadwerkelijk ‘werkt’. De leraar begon de bijeenkomst met het voorlezen van een stukje uit de Cursus en stelde vervolgens de vraag of iemand een kwestie wilde bespreken waar hij of zij mee zat. Ik vond het knap hoe de leraar zo’n concreet voorbeeld kon terugvoeren op een algemeen metafysisch principe en, belangrijker nog, kon laten zien dat toepassing van zo’n principe kan leiden tot een ervaring van vergeving en vrede.

Laat ik zelf een voorbeeld geven. Het vergt niet zo veel om te roepen dat het niet handig is om ‘grieven of aanvalsgedachten te koesteren’ richting broeders of zusters. Vrijwel iedereen die deze uitspraak aanhoort zal instemmend knikken zolang je dit hoort als je met een kopje koffie op de bank zit. Het klinkt logisch en we hopen dat meer mensen dit eens in de oren zouden knopen. Dat hoop ik ook. Maar werkt dit diep door in ons systeem? Heeft het instemmend knikken een transformerende werking? Niet dus.

De laatste weken heb ik veel telefonisch contact met de KPN. Ik hielp mijn partner om een mobiel nummer met nummerbehoud af te sluiten en haar moeder om een Alles-in-één pakket, ook met nummerbehoud, aan te schaffen. Lang verhaal kort: ik ben nu 7 telefoontjes verder, ik werd van kastje naar de muur gestuurd, kreeg bij track-and-trace pogingen de melding dat er een storing was opgetreden, ik zou teruggebeld worden maar dit gebeurde niet enzovoorts. De huidige status is dat nu, goddank, het mobieltje van mijn partner werkt, mijn schoonmoeder wel al moet betalen maar niet langer haar vaste telefoonlijn kan gebruiken maar dat de monteur pas kan komen als een zoekgeraakt modem weer boven water komt. Aaarrrrchhhh!!! Kijk, now we are talking. Nu gaat het ergens over. Want natuurlijk borrelt er ergernis naar boven als telefoniste nr 5 aangeeft dat ze “nu even niks kan doen omdat ik vanmiddag niet werk”.

Toch merk ik in dergelijke situaties dat het fijn is om bekend te zijn met de basisprincipes van de metafysica. Iedereen kan een eigen aanvliegroute hebben maar mij helpt het om, zodra ik onrust in welke vorm dan ook bespeur ‘in mijn hoofd’ te weten dat ik óf oordeel óf bang ben (en ik weet dat deze twee niet los van elkaar staan). Zodra ik dat stapje terugzet zie ik mijn veroordeling en de daaraan gekoppelde boosheid en aanvalsgedachten richting de, in mijn beleving, niet zo snuggere en weinig coöperatieve noch proactieve medewerkster. Ik moet bekennen dat ik tijdens het gesprek nog niet bepaald een bron van stromende liefde was maar de herkenning van de neiging om een sneer te geven (tegenaanval!) kwam op tijd en we konden overeenstemming bereiken over vervolgstappen. Helaas kwamen haar geruststellende woorden niet uit en dit bood me de gelegenheid voor een volgende vergevingsoefening.

Bij gesprek nr 7 besloot ik vooraf een zegening te sturen naar de medewerker die ik aan de lijn zou krijgen. Misschien is het toeval, wie zal het zeggen, maar ik kreeg een vriendelijke proactieve dame aan de lijn, we konden samen wat lachen om alle toestanden en warempel, het lijkt erop dat er een modem voor mijn schoonmoeder onderweg is.

Wat wil ik nu zeggen met dit kijkje in mijn binnenste? In mijn beleving werkt een gecombineerde benadering van de Cursus het beste. Eenzijdige aandacht voor de abstracte metafysica kan leiden tot een nieuw geloof met weinig praktische waarde. Eenzijdige aandacht voor ‘praktijksituaties’ kan leiden tot het eindeloos blussen van ogenschijnlijk van elkaar verschillende brandjes. Natuurlijk vertel ik hiermee niets nieuws. ECIW bestaat uit een Tekstboek én Werkboeklessen; kort door de bocht: theorie en praktijk.

Aan lezers die weinig hebben met de ‘abstracte theorie’ van de Cursus zou ik de tip willen geven om toch echt te lezen in het Tekstboek en om te studeren. Dat is niet per se direct leuk, smeuïg of aansprekend. Toch helpt het om ego-patronen sneller te herkennen, om verbanden te zien en daarmee sneller kwesties te doorzien en op te lossen via vergeving. Aan studenten die menen de principes van ECIW wel zo’n beetje door te hebben is telkens weer de uitnodiging om dat te laten zien in de praktijk van het leven. Dat is de toetssteen, het klaslokaal.

We kunnen met ons hoofd in de wolken beweren dat er geen doener is, dat er niks te bereiken valt en dat alles al goed is zoals het is. Metafysisch ongetwijfeld allemaal juist, waar en prachtig. Maar ondertussen heeft Jezus ons een dik boek gegeven en mogen we studeren en stevig aan de bak. Ik vertrouw erop dat hij weet wat goed voor me is.

The Voice of Holland and our choice for love.

Het lijkt wel of er een beerput is opengetrokken. We krijgen een blik achter de schermen van dit populaire programma en wat we daar zien is schokkend. Mannen met een machtspositie hebben deze macht misbruikt en deelnemers, zelfs minderjarige, ongepast en beschadigend behandeld. Laat ik het voor nu maar even zo uitdrukken, je weet waar ik het over heb. Verontwaardiging overheerst in de media. Hoe kon dit gebeuren? Wie waren erbij betrokken en wie waren hiervan op de hoogte? Er zullen koppen gaan rollen en ik vermoed dat enkele bekende gezichten zelfs achter de tralies zullen verdwijnen.

Nadat mijn eigen verontwaardiging een beetje tot rust was gekomen, probeerde ik dieper te kijken. Eerst zag ik dus die boosheid en toen een soort plaatsvervangende schaamte voor de mannelijke vorm die ik voor mijn huidige incarnatie gekozen heb. Wat drijft deze mannen toch? Ze zijn rijk en beroemd, hebben een partner en lijken niks tekort te komen. Die onverzadigbaarheid interesseert me. Ik hoorde ooit van een boek met de titel: “Niets meer te wensen en toch niet gelukkig”. Dat omschrijft het wel zo’n beetje.

ECIW maakt ons bewust van onze eigen verslaving om de dader-slachtoffer indeling te projecteren op wat we buiten onszelf menen te zien. Onze verslaving komt bij deze situatie duidelijk aan het licht. We hebben medelijden met de onschuldige slachtoffers en zijn boos op de schuldige daders. We willen de daders veroordelen en straffen. Op ons alledaagse droom-niveau is dit voorlopig mogelijk ook de beste aanpak om herhaling te voorkomen. Mogelijk is dit dus het meest liefdevol voor alle betrokkenen.

Maar toch heb ik / hebben wij vergevingslessen te leren. Het boek “Een Cursus van Liefde (ECVL)” werpt hier een wijze blik op. De hele situatie bij The Voice of Holland illustreert dat we niet weten wie we werkelijk zijn en hoe we werkelijk gelukkig kunnen worden. Kandidaten kunnen menen dat ze echt afhankelijk zijn van de goedkeuring en steun van bandleiders en coaches. De begeleiders denken dat hun seksuele uitspattingen iets toe zullen voegen aan hun geluk dat kennelijk maar niet compleet wil worden ondanks al hun zogenaamde succes. We zien niet in dat we liefde verwarren met zogenaamde behoeftes. We denken iets nodig te hebben van anderen of we denken dat we anderen kunnen gebruiken om zelf gelukkiger te worden. We verlangen naar iets wat we maar niet te pakken kunnen krijgen.  Over dit verlangen zegt ECVL:

C4.3 Liefde en verlangen zijn zo nauw met elkaar verbonden omdat ze zich hebben verenigd op het moment van de afscheiding, toen zowel de keuze om van liefde weg te gaan en ook de keuze om naar liefde terug te keren gelijktijdig werden geboren. Daarmee was de liefde niet voor altijd verloren maar werd ze overschaduwd door het verlangen dat, geplaatst tussen jou en jouw Bron, zowel haar licht verduisterde als jou herinnerde aan haar eeuwige aanwezigheid. Verlangen vormt het bewijs dat liefde bestaat, want zelfs hier zou je niet kunnen verlangen naar iets waaraan je geen enkele herinnering hebt. 

ECIW legt het ons uit in termen van de speciale relatie. Wij denken een soort ruilhandel te moeten bedrijven om gelukkig te kunnen worden. Ten diepste gaat het steeds over hetzelfde patroon of deze ruilhandel nu vrijwillig gebeurt of meer de vorm krijgt van ‘offer’ of ‘roof’ zoals in de Voice.

De uitnodiging aan mijzelf en aan ons is tweeledig. Eerst mogen we ons bewust worden van onze neiging om te oordelen, om per se de etiketten ‘slachtoffer’ en ‘dader’ te willen opplakken. Kunnen we zien hoe het fundamentele verlangen naar liefde, naar de herinnering van wie we zijn, vervormd is geraakt tot de rare karikatuur die we op de tv zien? Kunnen we voelen hoe ons oordeel zich naar binnen keert en zorgt voor een verharding van onze houding? Tot aanvalsgedachten? Daarna volgt de uitnodiging om de blik naar binnen te slaan en te onderzoeken hoe wij marchanderen in onze speciale ‘liefdes-‘ relaties.  Kunnen we hier de ruilhandel ontdekken? De subtiele vormen van manipulatie en chantage? Kunnen we onder al dit gekonkel het oerverlangen herkennen, dat verlangen om te ontdekken wie we werkelijk zijn? ECIW reikt ons dat machtige instrument van ‘vergeving’ aan. Een instrument dat we niet kunnen misbruiken. We mogen ons oordeel laten wegnemen door de Heilige Geest, hoezeer ons ego ook schreeuwt om rechtvaardigheid en straf. En nogmaals; het kan voor nu het meest liefdevol zijn om, zonder haatgedachten, te zoeken naar manieren om misbruik van deelnemers te voorkomen. Ik heb niet de expertise om uitspraken te doen over de beste vorm van slachtoffer- en daderhulp, om dit onderscheid voor de laatste keer te maken.

Graag sluit ik af met mooie woorden uit ECVL.

4.5 Elke vorm van angst eindigt wanneer het bewijs voor jouw bestaan is geleverd. Alle angst is gebaseerd op je onvermogen om liefde te herkennen en dus te herkennen wie je bent en wie God is. Hoe zou zo’n hevige twijfel geen angst veroorzaken? Hoe zou je niet verblijd kunnen zijn wanneer twijfel heeft plaatsgemaakt voor liefde? Alle schaduwen vervliegen wanneer twijfel verdwijnt. Niets staat meer tussen het Kind van God en zijn eigen Bron. Er zijn geen wolken meer waarachter de zon kan schuilgaan, en de nacht maakt plaats voor de dag.  

4.6 Kind van God, je bent een vreemde hier, maar je hoeft geen vreemde voor jouw Zelf te zijn. In het kennen van jouw Zelf verdwijnt alle angst voor tijd, ruimte en plaats. Je mag dan nog steeds lopen door een wezensvreemd land, maar niet meer in een mist van geheugenverlies die dat wat slechts een kort avontuur zou zijn, heeft veranderd in een nachtmerrie en zo’n totale verwarring dat er geen greintje veiligheid mogelijk is en de dag eindeloos overgaat in de nacht in een lange mars naar de dood. Herken wie je bent en Gods licht zal je voorgaan, ieder pad verlichten en de mist van dromen oplossen zodat je ongestoord ontwaakt.  

4.7 Uitsluitend liefde heeft de macht om deze doodsdroom te veranderen in een ontwakend gewaarzijn van eeuwig leven. 

Jezus, ons baken van Liefde

We kennen het kerstverhaal toch vooral vanuit de Bijbel. Jezus, de belichaming van licht en liefde, kwam onder ons om de duisternis te verdrijven. Zijn boodschap over een liefdevolle Vader en zijn oproep om elkaar lief te hebben klinkt al tweeduizend jaar. Een boodschap van onvoorwaardelijke liefde bleek voor ons te groot om te bevatten en we vertroebelde Jezus’ blijde boodschap met een duister verhaal over een God die het bloed van zijn zoon nodig zou hebben om weer van ons te kunnen houden. Goddank werd dit verhaal gecorrigeerd in Een Cursus in Wonderen. God, onze Vader, is louter licht en er is in Hem in het geheel geen duisternis. Halleluja! Wij worden uitgenodigd onze denkgeest te laten genezen zodat ook hier alle duistere projecties vervangen mogen worden door licht en liefde.

Kenmerk van licht is dat het zich wil uitbreiden, zich wil manifesteren. Hierover gaat Een Cursus van Liefde (A Course of Love) dat binnen enkele maanden in het Nederlands zal verschijnen. Reeds in de Bijbel zei Jezus dat we het licht niet moesten afdekken onder een korenmaat. In ECIW leert Jezus ons dat we het wonder niet alleen voor onszelf moeten accepteren maar moeten aanbieden aan onze naasten. De boodschap van Jezus is nooit veranderd: we zijn het geliefde Kind van de Vader en mogen als een kerstster stralen in Zijn Schepping.


Over de boodschap van Jezus in Bijbel, ECIW en ECvL schreef ik een wat uitgebreidere blog (pagina op http://www.eciwcoach.com) die je vindt via onderstaande link. Ik wens jullie alle licht en liefde!

Simon

https://eciwcoach.com/nieuwe-testament-een-cursus-in-wonderen-en-een-cursus-van-liefde/

Wat blijft er van me over?

Het blijft een lastig dingetje die “verlichting” of, in ECIW-termen, verlossing. Ook best wel een beetje eng. Het beeld wat te pas en te onpas wordt gebruikt is dat van een druppel water die terugvalt in de oceaan. Dat druppeltje staat hierbij model voor ons geloof in afgescheidenheid waarbij het druppeltje vergeten is dat het uit hetzelfde materiaal bestaat als de oceaan. Kun je bij jezelf ook die dubbele gevoelens bespeuren bij dit beeld? Aan de ene kant lijkt het je fijn om weer te beseffen dat je niet afgescheiden bent van het geheel, van die oceaan. Maar is het, aan de andere kant, nu wel zo geruststellend om als druppeltje te verdwijnen in de onmetelijkheid? Zou de angst je niet om het hart slaan als dat oplossen in het geheel zich dreigt aan te dienen?

Broeders en zusters die het fijn vinden om het non-duale karakter van ECIW te benadrukken kunnen zeer radicale taal hanteren. In de absolute eenheid kan er natuurlijk geen God zijn die iets afweet van een droomwereld, geen God tot wie we kunnen bidden, geen entiteit die we de naam ‘Heilige Geest’ kunnen geven, geen echte broeder Jezus noch andere broeders en zusters: alles is immers één? Ik noem dit wel eens ‘de theorie van de platte pannenkoek’. Zodra zo’n radicale medestudent een uitspraak bespeurt met een zweem van dualiteit dan gaan de wenkbrauwen omhoog. In de eenheid kan geen sprake zijn van differentiatie of van indivuatie.

Ik spreek en correspondeer regelmatig met verstandelijk verlichte broeders en zusters. Wat me opvalt is dat ze vooral zeer oplettend zijn voor zogenaamd duale uitspraken van hun gesprekspartner. Zodra deze bijvoorbeeld het woord ‘anderen’ in de mond neemt wordt dit direct gecorrigeerd. Soms heel subtiel maar toch wat belerend. Soms slechts door hun antwoord: “anderen?” Er zijn immers geen anderen in de eenheid. Dit roept dan wel weer onmiddellijk de vraag op waarom deze verlichte leraar de moeite neemt om corrigerende woorden uit te spreken. Immers, consequent doorredenerend spreekt hij of zij slechts tegen zichzelf. Het einddoel van verstandelijke verlichting is totale naar binnen gerichtheid, totale indifferentie richting de ‘buitenwereld’ (want die is er immers niet) en dezelfde indifferentie voor wat betreft eigen lichamelijke en psychische gesteldheid. In de praktijk eten deze broeders en zusters de eigen soep ook niet zo heet.

Het kan lijken of ik dit veroordeel. Dat is niet zo. Wie wil we nou niet zo’n ultieme innerlijke vrede? Mijn punt is dat de ultieme, non-duale theorie allesbehalve origineel is en ook geen recht doet aan de woorden van Jezus in ECIW. Velen van jullie zijn bekend met Advaita en wellicht dat we daarom ook zo snel accepteren dat de visie van Jezus hiermee helemaal samenvalt. Het is minder bekend dat de illusie “eigenlijk bestaat alleen mijn bewustzijn” allang bekend is binnen de filosofie onder de naam solipsisme. (Wikipedia: Solipsisme (van het Latijnse solus (“alleen”) en ipse (“zelf”)) is de overtuiging of de filosofie dat er maar een enkel bewustzijn bestaat: dat van de waarnemer. Het hele universum en alle andere personen waarmee gecommuniceerd wordt, bestaan slechts in de geest van de waarnemer.)

Ik meen dat Jezus in de Bijbel, in ECIW, ECvL, WoM en andere boeken, meer biedt dan een radicale non-duale theorie. De kern hiervan zit eigenlijk vervat in het woord ‘Schepping’. We nemen dit woord zo makkelijk in de mond terwijl het in feite voor de radicaal non-duale persoon een onaanvaardbaar woord zou moeten zijn. De ultieme conclusie voor hem kan alleen zijn dat er niets bestaat en dat dit hetzelfde is als zeggen dat er slechts sprake is van ‘alles’. Dus alles = niets. Het unieke van Schepping echter, bestaat uit het onbegrijpelijke fenomeen van zich uitbreidende liefde. God, onze vader, dit zijn, deze liefde kan niet anders dan zich uitbreiden om Zichzelf te kennen. Anders gezegd: hij dient ogenschijnlijk onderscheid te creëren om zichzelf te kennen. Dat begint al direct met de heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. De verstandelijk verlichte zou, consequent doorredenerend, moeten toegeven niks met deze wonderlijke Drie-eenheid te kunnen. Hij zou deze moeten afdoen als “louter symbolisch” (iets dat Ken Wapnick dan ook daadwerkelijk doet).

Hier zie je in volle glorie de rijke, mysterieuze en vooral liefdevolle boodschap van Jezus en hoe deze zich verhoudt tegenover de platte-pannenkoek-theorie. En dit biedt ons de hoop dat we meer zijn dan een anoniem druppeltje dat zich even boven de oceaan bevindt om vervolgens terug te vallen in het alles of niets. Ik had vroeger een wiskundeleraar die als gevleugelde uitspraak had: “het is alles of niets en het is allebei niets”. En zo is het.

Het unieke van de boodschap van Jezus is dat de Heilige Relatie bestaat. Nu schieten woorden echt te kort. Er is sprake van ‘een soort’ differentiatie, individuatie, onderscheid, meervoudigheid enzovoort zonder dat er sprake is van afscheiding. Voor ons verstand kan dit niet. Ons verstand zegt dat relatie alleen kan bestaan als er sprake is van tenminste twee ‘entiteiten’. Het mysterie van de schepping is dat er relatie is zonder afscheiding, zonder verschil. En dat is de hoop van dat druppeltje. Dat druppeltje is geen druppeltje bewustzijn dat zal verdwijnen in het anonieme zijn. Nee, dat druppeltje is een eeuwige Zoon van God, geschapen voor de eeuwigheid en veilig in de omarming van zijn Vader. Kunnen we ons dit voorstellen? Nee, daar kan ons verstand niet bij. Kunnen we er alvast van proeven? Ja, dat kan! Als we ons in deze droomwereld middels ware vergeving verbinden met onze broeders, als we de liefde laten stromen, dan krijgen we steeds meer glimpen te zien van onze ware aard, van de liefde die we zijn. We krijgen openbaringen die we niet in keurige, kloppende woorden kunnen uitdrukken maar die wel enorm bemoedigend zijn. We zijn de geliefde Kinderen van de Vader. Wat een heerlijke boodschap van Jezus!

In den beginne schiepen Vader en Zoon de aarde?

In de complete editie van ECIW heeft Robert Perry een mooie studie gemaakt over de vraag wie de schepper is van het universum dat we menen te zien (Cameo Essays 13). Is dit dan niet duidelijk? Stelt ECIW niet overduidelijk dat wij, als Zoon van God, deze wereld dromen om de illusie van afgescheidenheid zo echt mogelijk te laten lijken? Opvallend genoeg staat in de beginhoofdstukken van de complete editie, gebaseerd op de aantekeningen van Helen Schucman, dat God de wereld van tijd en ruimte gemaakt heeft als een leerinstrument, om verzoening weer mogelijk te maken in onze denkgeest. In de latere hoofdstukken wordt deze rol toebedeeld aan de Heilige Geest. De schrijvers van de ons bekende versie van ECIW (de FIP-versie, het blauwe boek) hebben de God die een doel heeft met de wereld vervangen door de Heilige Geest om consistentie in de tekst te brengen.

Ik betrapte mezelf erop dat ik in termen van tijd blijf denken als ik denk aan het nieuwe doel dat God/HG met de wereld hebben. Dus ik stel me dan voor dat eerst de mens in de fout gaat (gaat geloven in afscheiding) en daarna God/HG ingrijpt en een soort truc bedenkt om onze miskleun toch ten goede aan te kunnen wenden. Zo van: “laten we er dan maar het beste van maken”.

We moeten echter heel voorzichtig zijn met dat logische denken van ons. Want dat “eerst” en “daarna” gaat al uit van het bestaan van tijd. Het is veel zuiverder om te overwegen dat “tijd” dus op hetzelfde moment door de mens werd gemaakt als dwaling, en tegelijk door God/HG werd geschapen als oplossing. Wellicht dat we nu weer protesteren tegen dat woord “geschapen” omdat we zo goed geleerd hebben dat het tijdelijke niet geschapen werd maar gemaakt. Maar ook hier geldt dat de oorspronkelijke Cursus, zeker in de eerste hoofdstukken, helemaal niet zo streng onderscheid maakte tussen maken en scheppen. (Hetzelfde geldt overigens voor het woord “projecteren” dat wij slechts zien als het projecteren van dromen terwijl de Cursus ook spreekt over projecteren (van liefde=scheppen) door God).

Waarom zouden we aandacht geven aan dit soort kwesties? Maakt het de boel niet onnodig verwarrend? Ik meen dat we deze nuance hard nodig hebben en dat deze behulpzaam is. Als wij immers de wereld slechts zien als een “door ons geprojecteerde hel” dan willen we deze zo snel mogelijk ontvluchten. We willen er ons van distantiëren en dit kan leiden tot een averechts effect waarbij we ons nog meer afgescheiden voelen dan we al deden. Als we daarentegen de wereld van tijd en ruimte ook kunnen zien als “Goddelijke creatieve oplossing” dan openen we de mogelijkheid om de weg van liefde en verbinding in deze wereld te kunnen bewandelen. Niet om de droom echt te maken maar om de verzoening in onze denkgeest te bewerkstelligen.

Ik heb genoemde Cameo Assay 13 voor eigen gebruik vertaald en plaats deze om mijn website voor geïnteresseerden (link: https://eciwcoach.com/schiep-god-ruimte-en-tijd  ). Het is een wat vrije vertaling en de referenties betreffen de Complete and Annotated Edition, maar ik meen dat de boodschap duidelijk overkomt.

Hartegroet,

Simon

Van correctie naar feest!

Goedemorgen broeders en zusters. Vandaag wil ik graag een ervaring delen die jullie zullen herkennen maar die toch ook weer lastig te delen valt. Het heeft te maken met een soort feestelijke overgang in ons wezen. Deze overgang is grondig voorbereid door ECIW en ECIW heeft ook alles in zich om deze overgang in gang te zetten. Wij mogen ECIW eerst gebruiken voor een grote opruimactie. Wat moet er dan zo nodig opgeruimd worden? Ons verstandelijk geloof in “zo-zit-het” concepten. Het diepst gewortelde en onjuiste concept is “ik ben afgescheiden van God en van anderen”. Geloof in het concept van afgescheidenheid brengt alle ellende met zich mee waar we helaas zo vertrouwd mee zijn geworden: eenzaamheid, angst, boosheid en eindeloos zoeken naar vrede.

En wat een heerlijk geschenk is ECIW dan! Ik ben zo dankbaar voor dit boek. De sleutel die ons hierin wordt aangereikt is die van vergeving. Vergeving is zoiets als ons geloof in afgescheidenheid laten oplossen door liefde. En dat voelt vreemd genoeg een beetje eng in het begin. Het voelt alsof je een wapenuitrusting moet neerleggen terwijl je bij iemand bent die je nog niet vertrouwt. Ik heb hier tijd voor nodig en steun. Het is een heerlijke ontdekking wanneer je hoort dat die steun er daadwerkelijk is in de vorm van onze wijze broer Jezus en de Heilige Geest. Als we ons vanuit onze vermeende afgescheiden staat tot hen richten en vragen om hulp bij het leren vertrouwen van onze naasten dan is deze hulp direct voor ons beschikbaar.

Sommigen wijzen erop dat we Jezus en de HG eigenlijk moeten zien als symbolen. Voor mij werkt dit niet. Als ik vanuit mijn kleine zelfje mijn vertrouwen moet richten op iets wat ik zou moeten opvatten als zelfbedacht symbool dan lukt dat natuurlijk niet. En de kracht komt ook niet uit mijn kleine zelf. Als ik Jezus en HG opvat als tijdelijke, eigen bedenksels dan moet ik nog steeds mijzelf aan mijn eigen haren uit het moeras trekken. Het is een feest om je over te geven aan de kracht van de liefde die van buiten dit kleine zelf lijkt te komen. Je Vader en je Broeders trekken je uit het moeras; wat een wonder!

Deze ontdekking brengt ons terug bij het ervaren van de scheppingskracht van liefde. Niet mijn eigen, naar binnen gerichte, kleine denken zal mij bevrijden. Nee, pas als ik mijn vertrouwen schenk aan die grote Wil, die liefdevolle scheppingswil van onze Vader, pas dan stroom ik in de flow van de schepping.

Wie mijn blogs een beetje volgt weet dat ik gepassioneerd reageer als ECIW-leraren ons oproepen om de blik voor 100% naar binnen te richten. Ik houd van hen omdat ik hun passie voel om innerlijke blokkades op te ruimen. Maar als de focus compleet komt te liggen op ontkenning van een ‘buiten’ dan ontken je het mysterie van de schepping en werp je het kleine zelf in feite terug op zichzelf. Dat vindt het ego helemaal niet erg. Het viert een macaber ‘feest’ als het roept dat het op zichzelf staat, dat er geen Jezus of HG of Vader ‘buiten’ hemzelf is om op te vertrouwen en te hulp te roepen. Als gevolg hiervan wordt ook het bestaan van andere Broeders en Zusters ontkend. Het ego wil koning zijn in zijn eigen rijk en wil alles zelf bedacht hebben en zijn redding zelf ter hand nemen.

Ik vermoed, of hoop vooral, dat deze knieval voor het ego slechts een tijdelijk gebeuren is op weg naar verlossing. Als je de valkuil zelf ervaren hebt dan herken je het ook duidelijk in de boodschap van anderen. De verstandelijke ‘verlichte’ zal mij met verbloemde strengheid direct willen corrigeren als ik het woord ‘anderen’ hanteer. Het is te merken dat vreugde, verwondering en sprankeling ontbreken. De gevorderde ECIW-student is vooral blij verwonderd als hij ontdekt dat de ‘andere’ broeders en zusters niet anders zijn maar in wonderlijke eenheid met hem verenigd. Voel je het verschil?

ECIW heeft een heerlijke omschrijving voor dat diepe mysterie van één te zijn zonder alleen te zijn. Het spreekt van een Heilige Relatie. Ons kleine verstand kijkt hier met opgetrokken wenkbrauwen naar. Het mompelt dat dit ook maar een tijdelijk iets is op weg naar echte eenheid. Maar met ‘Heilige Relatie’ plaatst Jezus ons in het hart van het mysterie van Gods door liefde gedreven schepping. Woorden schieten hier tekort maar het is werkelijk feest als je via de weg van vergeving en het ontvangen en aanbieden van wonderen ontdekt dat de anderen niet anders zijn maar wel echte Broeders en Zusters van Jou. Deze ontdekking luidt het einde van de angst in, zelfs de angst voor de dood. Wat een feest!

Jezus en onze vaccinatie-ruzie

Ik merk dat de discussie over wel- of niet vaccineren enorm beladen is geraakt. Ook in de ECIW-community. Sommige gevaccineerden houden de vaccinatie-weigeraars verantwoordelijk voor de overbezetting in de ziekenhuizen, de hieraan gekoppelde maatregelen in de maatschappij en daardoor een verlies van vrijheid. Sommige vaccinatie-weigeraars voelen zich onder druk gezet om iets te doen met hun lichaam wat ze niet willen en ook zij vinden dat ze in hun vrijheid beperkt worden omdat ze niet meer gaan en staan kunnen waar ze willen. Beschuldigingen vliegen over en weer. Vaccinatie-weigeraars worden, even scherp geformuleerd, uitgemaakt voor asocialen en gevaccineerden voor dictators.

Binnen ECIW-groepen vindt er een lastige spraakverwarring plaats die we kunnen herkennen als niveauverwarring. Gevaccineerden wijzen er dan op dat het heel liefdevol is om je te laten vaccineren, niet alleen voor jezelf maar ook voor de hele samenleving. Vaccinatie-weigeraars zeggen dat liefde je nooit de wet voorschrijft maar juist vrijheid biedt en zeker geen dwang. In de onderlinge discussie lijken niveau-I woorden als “liefde” en vrijheid” te botsen met niveau-II woorden als “ziekte, bijwerkingen, consequenties en schaarste”. Valt dit nog te ontrafelen? Mogelijk helpt het als we ons bezinnen op de vraag: “wat zou Jezus doen?”  

Jezus had ook te maken met een situatie waarbij anderen hem hun wil oplegden en hem lichamelijk leed aandeden in de vorm van geseling en kruisiging.  Hij keek liefdevol naar de soldaten die hem doodden. “Hoewel jij mij lijkt aan te vallen en te doden weet ik dat ik meer ben dan dit lichaam en houd ik van jou, onschuldige broeder”.

Ik wil dit niet vertalen naar de vraag hoe wij ons zouden moeten gedragen in de huidige vaccinatie-kwestie. Maar wellicht kunnen zowel gevaccineerden als vaccinatie-weigeraars iets leren van zijn houding en visie op leed dat anderen ons lijken aan te doen. Dus zie wat nu volgt als illustratie om binnen te laten komen, om de toon te zetten. Hoe zouden wij kunnen reageren vanuit Christus-bewustzijn?

  • Jezus tegen de gevaccineerde: “Waarom vrees je jouw ongevaccineerde broeders en zusters? Vreesde ik de melaatsen, de verstotenen en uitgeworpenen? Nee, ik zocht ze op, at met hen en omarmde hen. Je bent zo bezorgd over eigen gezondheid dat zelfs het vooruitzicht niet behandeld te kunnen worden bij een eventuele toekomstige ziekte je bang maakt, en je wijst beschuldigend richting de mensen die tussen jou en jouw verzorging in kunnen staan. Laat me jouw angst genezen. Zie de angst bij de vaccinatie-weigeraars en laat hun jouw angstloosheid zien door van hen te houden. Bied hun het wonder aan van jouw angstloosheid opdat hun denkgeest tegelijk met de jouwe mag genezen.
  • Jezus tegen de vaccinatie-weigeraar: “Waarom ben je zo boos op je bange gevaccineerde broeders? Je verdedigt jouw keuzes en jouw bewegingsvrijheid als een recht. Niemand mag jou dwingen iets tegen je zin in te ondergaan en als ze dat toch doen dan verdienen ze jouw oordeel. Ik zweeg toen ik aangeklaagd werd, liet me kruisigen door de angstigen en bood hun daarmee het wonder aan. Hoe ziet jouw kruisiging eruit? Een prikje in je arm? Een paar maanden thuiszitten? Kun je dat ondergaan zonder de stroom van liefde te doorbreken?”

Jezus zou, zowel met als zonder vaccin in zijn lichaam, het volgende zeggen tegen zowel vaccinatie-weigeraar als gevaccineerde: “als jij ziek bent en er geen bed voor jou is dan geef ik je het bed waar ik in lig, zelfs als dit betekent dat mijn lichaam sterft.” En daarmee laat hij ons zien dat zijn denkgeest genezen is en biedt hij ons door zijn gedrag het wonder van liefde aan.

Voordat iedereen over me heen buitelt dus nogmaals: dit zijn geen adviezen voor gedrag maar een poging om het radicale karakter van de boodschap van Jezus binnen te laten komen.

Ik heb geen boter op mijn hoofd broeders en zusters. Binnen de droom heb ik gekozen voor geloof in vaccinatie en heb ik te dealen met mijn oordeel over vaccinatie-weigeraars. Ik merk dat ik het oneens ben met hun argumenten maar doe telkens weer een beroep op de Heilige Geest om mijn angst en oordeel te genezen. En dat geeft me hoop. Het voorbeeld van het verven van een doek textiel spreekt me hierbij aan. Na één onderdompeling van het doek in het verfbad is de kleur nog bleek. Pas na vastbesloten en herhaald onderdompelen krijgt de doek zijn beoogde kleur. Ik heb veel en herhaalde vergevingsoefeningen nodig maar ik wil de kleur van liefde krijgen. Niet 50 of 90% maar 100%. Laat jij je met mij onderdompelen in Liefde?

Wat adviseert mijn leraar of medium?

Gisteren sprak ik een mede ECIW-student over rare opvattingen die soms de ronde doen. Eén van die ontsporingen is dat het niet handig zou zijn om iemand in deze wereld te helpen omdat je daar de illusie echt mee zou maken. Dit is een typisch geval van niveauverwarringen. De Cursus geeft geen richtlijnen over wat we wel of niet moeten doen maar spoort ons aan om vanuit liefde te handelen. Zo simpel is het. Ons hart weet direct dat we een drenkeling de helpende hand moeten reiken. Het is slechts ons denken dat de stroom van liefde blokkeert. Natuurlijk heeft ons denken een functie in de wereld maar als we ons verstand gaan gebruiken om te bepalen wat we wel of niet vanuit liefde zouden moeten doen volgens de één of andere theorie of theologie, dan slaan we de plank mis.

Ons verstand gaat op zoek naar boeken of leraren waar het gezag aan verleent om te horen wat het moet doen. Het gesprek met mijn broeder had een opvallend vervolg. Thuisgekomen had hij de kwestie van het helpen van anderen met zijn vrouw besproken. Hij mailde me dat zijn vrouw een medium kende dat direct contact had met Jezus en dat dit medium gezegd had dat het helpen van anderen volgens Jezus oké was. “Nou, prachtig toch?”, zou je nu wellicht zeggen, hiermee is de vraag beantwoord.

Ik ben echter helemaal niet gerustgesteld door deze gang van zaken. Natuurlijk is het antwoord totaal niet verrassend. Maar het is de afhankelijkheid van mijn broeder van een “autoriteit” die me zorgen baart. Want wat zouden mijn broeder en zijn vrouw zijn gaan geloven als het medium had gezegd dat je beslist niet moet proberen om in deze wereld anderen te helpen? Zouden ze dit dan tot leidraad van hun leven en handelen gemaakt hebben?

Dat zoeken naar de mening van zogenaamd gezaghebbende anderen is wijdverbreid. Kennelijk voelen we ons zo onzeker dat we ons tot autoriteiten wenden die ons moeten zeggen wat wáár en wat onwaar is, wat we wel en wat we niet moeten doen. We zien dit gevaarlijke patroon makkelijker bij anderen dan bij onszelf. Van de zelfmoordterrorist die zich in naam van God opblaast vinden we dat hij of zij gevaarlijk geradicaliseerd is. Vanuit blind geloof in een foute uitleg van (bijvoorbeeld) de Koran doet hij akelige dingen. Maar is die afstand tot onze eigen neiging om vanuit vreemde opvattingen te handelen werkelijk zo groot? Wat als een ECIW- leraar ons aanspoort om de ellende die we op tv zien weg te lachen? Wat als hij of zij ons zegt om het kind dat in de vijver valt maar te laten verdrinken omdat je slechts naar een droom kijkt? Volgen wij dan deze adviezen?

We zijn ons nauwelijks bewust hoe afhankelijk we zijn van de mening van mensen die we als autoriteit beschouwen. Ik ken studenten die de negatieve mening van ECIW-leraren over Een Cursus van Liefde klakkeloos overnemen terwijl deze leraren het boek zelf niet gelezen hebben. Maar vooral als channelers claimen een direct lijntje met Jezus te hebben neigt men tot blinde gehoorzaamheid aan hen. Besluiten om op hun advies een boek niet te lezen is één ding, maar je medemens niet meer helpen is allesbehalve behulpzaam. Momenteel is het kennelijk “hot” dat mediums apocalyptische uitspraken doen over het einde der tijden. Dat de tijd een illusie is hoeft ons als ECIW-studenten niet te verbazen maar uit angst op advies van een medium een moestuin beginnen, WC-rollen kopen, je niet (of wel) laten vaccineren etc is koren op de molen van het bange ego.

In Een Cursus van Liefde gaat het over onze relatie met leraren en channelers en vooral over onze relatie met Jezus. En laat ik helder zijn over mijn eigen relatie met hen: ik kan leren, genieten en geïnspireerd raken door woorden van anderen. Maar dat is wat anders dan hen zien als gezaghebbende orakels. ECvL gaat over het (her)vinden van de juiste balans tussen hoof en hart. Om te leren handelen vanuit ons Christus-bewustzijn. Als er via onze oren woorden binnen komen in ons verstand, dan is het goed om deze woorden onder curatele van ons hart te plaatsen. Wat merken we daar? Herkennen we de woorden als een expressie van liefde of klinkt er angst, minachting en aanval in door? Jezus roept ons ook in ECIW op om niks zo maar aan te nemen. Onze functie is om werkelijk behulpzaam te zijn, de genezing voor onze denkgeest door liefde te aanvaarden en het wonder van naastenliefde aan onze broeders en zusters aan te bieden.

Ik denk dat er onnoemelijk veel ellende plaatsvindt in de wereld omdat we klakkeloos anderen volgen waarvan we vinden dat ze een goed verhaal hebben. Die anderen kunnen bekenden zijn, stamhoofden, staatshoofden, religieuze leiders, ECIW-leraren van aanzien, channelers etc. De uitnodiging is om oplettend te blijven en het luisteren, nadenken en handelen onder leiding van de liefde, Jezus, de Heilige Geest te plaatsen. Vooral voor mezelf voeg ik er nog de volgende uitnodiging aan toe: liefdevol reageren wanneer te volgzame en verwarde broeders, zusters (en ikzelf) tijd nodig hebben om door liefde genezen en geleid te worden.