Schuldbeladen geven en ontvangen

De werkboekles van vandaag (187) luidt: “Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf”. De les brengt ons terug naar onze diepste identiteit, waarin we één zijn met onze medemensen. Deze diepste identiteit is liefde, en liefde heeft de wonderlijke eigenschap dat ze toeneemt als ze gaat stromen of, een beetje duaal uitgedrukt, als ze wordt weggegeven of geschonken. Je kunt dit overdenken, aannemelijk vinden en voor waar aannemen, maar het werkt pas transformerend als je het echt vanbinnen gaat ervaren. Goed beschouwd ervaren we dit al dikwijls. Je kunt vrij simpel opmerken dat het fijn is om iets voor iemand te betekenen. Dat kan door iets voor iemand te doen, maar ook door iemand iets te geven waaraan hij of zij behoefte heeft. Het maakt je gewoon blij en je verwacht er niets voor terug.

Maar niet zelden is onze liefde nog niet zo onvoorwaardelijk. Dan bekijken we onze “gift” wat zakelijker. We kennen uitspraken als: “Het moet wel van twee kanten komen” of “Voor wat hoort wat”. In de werkboekles legt Jezus dit uit met het wat zwaar klinkende woord “offer”. Dat houdt in dat we menen dat het ons iets kost als we iemand iets aanbieden; dat we iets opofferen. Dat kan tijd zijn, inspanning, geld of iets anders dat we waardevol vinden en waarvan we denken dat we het kwijtraken als we het aan iemand geven. Misschien is het goed om wat voorbeelden te geven.

In een partnerrelatie kunnen beide partners hun steentje bijdragen in het huishouden. In gedachten kan er een soort balans worden bijgehouden. Als deze balans in de beleving van één van beiden scheef hangt, dan kan diegene zeggen: “Doe jij ook eens wat!”. Dit kan ook subtieler geformuleerd worden. Als degene die meent meer dan genoeg te hebben gedaan neerploft op de bank, kan het vriendelijk geformuleerde: “Wil jij voor mij een lekker kopje thee maken?” eigenlijk een verkapte beschuldiging inhouden met een veel sterkere lading: “Jij zit hier maar op je luie krent, laat mij al het werk doen en ik vind dat jij best eens wat voor mij kunt doen!”. Let wel: dit kan de lading zijn, het hoeft natuurlijk niet.

Ander voorbeeld. Iemand die denkt vanuit afgescheidenheid en schaarste kan ook moeite hebben om iets te ontvangen. Nodig zo iemand uit voor een lekkere lunch en hij of zij komt met een bos bloemen aan van 30 euro. De ogenschijnlijk gulle gever kan, wederom “kan”, zich schuldig voelen om onvoorwaardelijke liefde te accepteren en heeft het idee dat het direct weer “goedgemaakt” dient te worden.

Als je er oog voor krijgt, dan zie je in het dagelijks leven talloze voorbeelden. Natuurlijk zie je dit ook bij jezelf gebeuren en dat kan best pijnlijk zijn. Waar je misschien dacht spiritueel gevorderd te zijn en onvoorwaardelijk lief te hebben, merk je toch ook bij jezelf dit balansdenken op.

Mij helpt het om dit niet te veroordelen, maar om het te zien als een wat geperverteerde of, positiever gelabeld, vervormde afspiegeling van de diepere waarheid dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Als je stil bent en rust in je hart, dan voel je woordeloos en direct de waarheid van de reciprociteit van geven en ontvangen. Je voelt dat in de oordeelloze, vrije stroom van liefde, al dan niet vertaald in een vorm in onze wereld, vreugde opbloeit. Het klinkt misschien banaal, maar hoe fijn is het om iemand dat boek te geven dat je ergens zag liggen en waarvan je weet dat het hem blij maakt? Hoe leuk is het om een vriend een kopje koffie en een gebakje aan te bieden op een terras?

Maar als we gaan geloven in afgescheidenheid, dan sluipen angst (krijg of geef ik wel genoeg?), schuld en boosheid (verdorie, ik geef of ontvang te weinig) naar binnen. Onze “duale” oplossing is te proberen met vormen (tijd, geld, inspanning) de balans te herstellen. De gevoelens zijn een wake-up call, maar onze reactie erop gebeurt op het niveau van vorm en lost daarom niks op. De illusie van afgescheidenheid blijft gewoon bestaan.

Die wake-up call kan echter ook ten goede gebruikt worden als we stil worden en onze denkgeest richten op de Heilige Geest of op liefde. Wat is hier aan de hand? Het kan wat sleets klinken, maar het is toch een diepe waarheid: alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. Onvoorwaardelijke liefde. En dan wordt het voor ons lastig, want we willen graag wat concreter weten wat we moeten doen.

Moeten we gewoon alle eisen van die ander maar inwilligen? Hoe direct of indirect die ook geformuleerd worden? Wees eerlijk richting jezelf. Je kunt innerlijk verzuchten en denken: “Ach, laat ik maar weer de wijste zijn; ik offer me wel weer op!” Maar kijk goed en zie hoe je boosheid opkropt en de ander beschuldigt. Misschien vind je ook jezelf wel een slappe sukkel dat je weer toegeeft. Nee, je hoeft geen voetveeg te worden. De Heilige Geest, Liefde, wil niet alleen voor die ander zorgen, maar ook voor jou. Jullie zijn immers één. Dus kun je “Nee, dat wil ik niet” zeggen zonder boosheid en zonder schuld? Niet om je sterk, machtig en superieur te voelen, maar omdat dit op dat moment de meest liefdevolle respons is voor jou én voor die ander?

Het vergt mildheid en oplettendheid, maar dan kunnen die alledaagse situaties een prachtige leerschool vormen waarmee onze speciale haat- en liefdesrelaties getransformeerd kunnen worden naar heilige relaties. Het vraagt gevoeligheid voor de emoties van die ander en van jezelf, én vertrouwen in de helende kracht van liefde. Een beetje humor helpt ook: “Oops, I did it again” (Britney Spears).

Liefde manifesteren in de ons bekende wereld

In Een Cursus in Wonderen (ECIW) lezen we dat wij de ons bekende wereld als Zoon van God projecteren om de illusie van afgescheidenheid te versterken. Wij misbruiken “vormen”, zoals onze lichamelijkheid, om grenzen te zien en voor waar aan te nemen. Een bekende cursusuitspraak is dat God niets van deze wereld weet. Zo’n uitspraak landt in onze duale denkgeest en we zien dan (onbewust) een in zichzelf gekeerd opperwezen voor ons dat niets weet van onze nood, of we ons deze nu inbeelden of niet.

Maar God, onze Bron, staat niet los van ons; Hij draagt ons in eindeloze Liefde. De wonderlijke paradox is dat, hoewel er in waarheid niets gebeurd is, er toch een liefdevolle respons volgt op onze dwaling. Zodra de Zoon van God zich “voor de grap” afkeert van zijn Bron, volgt er direct een respons vanuit Liefde. Als je dan toch een duale metafoor wilt gebruiken, kun je het zien als een vader (of moeder) die opmerkt dat zijn kindje een nachtmerrie heeft en angstig en bezweet roept, schreeuwt en spartelt. Hij weet dat de droom niet echt is, maar troost en omarmt toch direct zijn oogappeltje.

Lees dit maar in werkboekles 186:


Zijn zachte Stem roept vanuit het bekende naar het onbekende. Hij wil je troosten, hoewel Hij geen verdriet kent. Hij wil herstel brengen, hoewel Hij volmaakt is; een gave aan jou, hoewel Hij weet dat jij alles al hebt. Hij heeft Gedachten die voorzien in elke behoefte die Zijn Zoon meent te hebben, hoewel Hij ze niet ziet. Want Liefde moet geven, en wat in Zijn Naam wordt gegeven, neemt de vorm aan die het meest behulpzaam is in een wereld van vorm.

Dit zijn de vormen die nooit kunnen misleiden, hoewel zij voortkomen uit de Vormloosheid Zelf. Vergeving is een aardse vorm van liefde die, zoals zij in de Hemel is, geen vorm heeft. Toch wordt wat hier nodig is hier gegeven, zoals het nodig is. In deze vorm kun jij je functie zelfs hier vervullen, hoewel wat liefde voor jou zal betekenen wanneer de vormloosheid aan jou is hersteld, nog veel groter is. De verlossing van de wereld hangt af van jou die kunt vergeven. Dat is jouw functie hier.

Je ziet hier tevens dat de Heilige Geest in ECIW lang niet zo allergisch reageert op “de wereld van vorm” als sommige studenten en leraren van de Cursus. Liefde kan en moet zich (voorlopig) manifesteren in de ons bekende wereld, ook al is dit niet de ultieme werkelijkheid.

In Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt Jezus ook over de kernbetekenis van het wonder: het uitdrukken van liefde in de wereld zoals wij die kennen. Hij geeft aan dat ons Zelf meer is dan ons lichaam, maar dat onze ware Identiteit, die Liefde is, Zich kan uitdrukken in de wereld. ECvL spreekt over het verheven Zelf van vorm:

3.18 Dit is niet bedoeld om een onderscheid tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm te maken, maar om aan te tonen dat er een verschil in vorm bestaat tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm. Het Zelf was en blijft altijd meer dan het lichaam. Het lichaam, echter, is ook vernieuwd het Zelf. Het lichaam is ook, vernieuwd, één lichaam, één Christus.

3.19 Het is dit onderscheid dat bestaat tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm dat van ons scheppers van het nieuwe maakt, want het verheven Zelf van vorm is nieuw. Het Zelf is eeuwig. Je verheven Zelf van vorm is nieuwgeboren, zoals ik eens nieuwgeboren was, hoewel mijn Zelf eeuwig was. Een van de belangrijkste dingen die we zullen zien naarmate we verder gaan, is het onderscheid tussen vorm en inhoud en de verschillende manieren waarop afgescheiden vormen inhoud uitdrukken. Het zal een uitdaging zijn te gaan beseffen dat verschillende expressies niet verschillend maken. Deze verschillen werden in deze Cursus besproken als unieke uitdrukkingen van dezelfde liefde die in alles bestaat.

In het citaat uit ECIW sprak Jezus over de verlossing van de wereld. We moeten onze functie oppakken. Deze functie is niet (uit angst!) de wereld ontkennen, maar ons de eenheid herinneren, opdat Liefde weer kan stromen. In ECvL klinkt dit als volgt:

10.36 Alle oplossingen voor de problemen waar de wereld en degenen die erin leven mee geconfronteerd waren, zijn tot nu toe los van elkaar en los van God nagestreefd — tot voor kort. Nu wordt naar eenheid gezocht en wordt eenheid gevonden.

10.37 Maar deze problemen, wanneer ze van gevoelens worden ontdaan, blijven nog steeds problemen. Het blijven sociale kwesties, milieukwesties en politieke kwesties. De oorzaak van al deze problemen is angst. De oorzaak en het gevolg van liefde is het enige dat deze oorzaken van angst zal vervangen door de middelen en doelen die deze samen met jou zullen transformeren. Jullie zijn middel en doel. Het ligt in jullie macht om verlossers van de wereld te zijn. Het is van binnenuit dat jullie macht de wereld zal redden.

Ik verheug me in de Liefde van de Vader voor mij. Ik hoef Hem alleen maar toe te staan om door me heen te stromen. Wat een heerlijke uitnodiging en prachtige functie! De titel van werkboekles 186 luidt: De verlossing van de wereld hangt af van mij; van ons! En kijk eens wat hier straks op volgt:

Les 187: Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf.

Les 188: De vrede van God straalt nu in mij.

Les 189: Ik voel de Liefde van God nu in mij.

De scope van ECIW

Er zijn meerdere spirituele scholingswegen die ik interessant vind naast ECIW en ECvL. Denk aan de antroposofie, de rozenkruisers, de Christengemeenschap, die overigens zwaar leunt op de ideeën van Rudolf Steiner, en aan andere levensvisies. Wat me opvalt, is dat er bij veel scholingswegen sprake is van een ontwikkeling in enkele of talloze stadia en in evenzovele (kosmische) sferen. Sterk samengevat gaat het om een vorm van bewustzijnsontwikkeling waarbinnen onze bekende evolutie soms slechts een klein onderdeel vormt.

ECIW heeft een tamelijk uitgesproken visie op deze stapsgewijze progressie naar steeds meer verheven vormen van bewustzijn. De cursus gaat namelijk uit van een onveranderlijke, tijdloze werkelijkheid waarin onze ware identiteit ‘altijd’ al helemaal oké was, is en zal zijn. Strikt genomen zijn dit onjuiste uitspraken van mij, omdat in tijdloosheid termen als ‘altijd’, ‘verleden’, ‘nu’ en ‘toekomst’ onzinnig zijn.

Zo beschouwd besteden al die andere visies vooral aandacht aan wat ECIW omschrijft als ‘het nietig dwaas idee waarom de Zoon van God vergat te lachen’. Er valt immers in waarheid niets te bereiken voor ons. Er zijn geen stadia van bewustzijnsgroei. ECIW stelt dat het fenomeen ‘bewustzijn’ reeds onderdeel uitmaakt van het egodomein, dus van de droom van ruimte en tijd.

Die relativering van ons geploeter in de droom klinkt telkens en op verschillende manieren door in de cursus. We kennen bijvoorbeeld: ‘Je hoeft niets te doen.’ Een ander voorbeeld betreft vergeving: ‘We vergeven de ander voor wat deze nooit echt heeft gedaan.’

Hoewel het goed is om deze ultieme waarheid van ECIW nooit uit het oog te verliezen, is het in mijn beleving ook niet handig om hier vroegtijdig een voorschot op te willen nemen. Het is lastig voor ons om hierin de meest behulpzame houding te vinden. Het is verleidelijk om een simplistische houding aan te nemen en te besluiten alles wat zich aan ons voordoet weg te lachen als onzinnig. Is het dan toch zinnig, en moeten we de ultieme scope van ECIW dan maar vergeten en de droom serieus nemen? Nee, dat ook niet.

Dat doet Jezus ook niet in zijn communicatie met ons. Zowel in de Bijbel als in ECIW geeft hij de kern van zijn weg en visie kort en bondig weer in respectievelijk de volgende citaten:

Bijbel: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.’

In feite zit hierin het hele mysterie van de Schepping vervat: wij zijn niet gescheiden van de Bron en niet van elkaar.

En ECIW: ‘Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.’

Lekker kort en bondig!

Maar vervolgens hebben we toch twee dikke boeken gekregen: de Bijbel en ECIW. Kennelijk vond ook Jezus het niet voldoende om ons te adviseren lekker onderuit te leunen en smakelijk te lachen om stadia, fasen en oefeningen. Sta daar eens bij stil: we kregen 365 werkboeklessen terwijl onze diepste identiteit gevestigd is in tijdloosheid.

Het is een diepe paradox. ECIW leert ons dat we ons vergissen als we denken dat we nog niet oké zijn en dat we nog moeten groeien. Het is al een (onnodig) stapje in de goede richting als we woorden als ‘ontdekken’, ‘ontwikkelen’, ‘ontleren’, ‘herinneren’ en dergelijke gebruiken. Maar deze termen lossen de illusie van een proces niet op. Er valt steeds meer te ontdekken, te ontwikkelen en te herinneren, en steeds verder te ontleren. Zie je het? Het blijft allemaal tijdsgebonden.

Is dat erg? Nee, het is gewoon wat het is, en we kunnen niet veel anders dan doorgaan op de onnodige weg. Dit zegt ECIW zelf over de scope van de cursus:

VvT 3: ‘Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is. Hij houdt zich niet bezig met wat voorbij alle dwaling ligt, omdat hij alleen ontworpen is om de richting daarnaar aan te geven.’

VvT 1: ‘Je hebt geen hulp nodig om de Hemel binnen te gaan, want je hebt die nooit verlaten. Maar er is wel hulp nodig van buiten jezelf, ingeperkt als jij bent door valse overtuigingen over je Identiteit, die God alleen in de werkelijkheid heeft gegrondvest.’

Txt 19: III, 5: ‘In de tijd ziet de Heilige Geest duidelijk dat de Zoon van God fouten kan maken. Hierop deel je Zijn visie. Maar je deelt niet Zijn inzicht in het verschil tussen tijd en eeuwigheid. En wanneer de correctie is voltooid, is tijd eeuwigheid. De Heilige Geest kan jou leren hoe je de tijd ánders kunt bekijken en hoe je eraan voorbij kunt zien, maar niet zolang jij in zonde gelooft.’

En als laatste een heerlijk en hoopgevend citaat:

Txt 27: III, 6-7: ‘En zo wordt God de vrijheid gelaten Zelf de laatste stap te zetten. Hiervoor heb je geen beelden en leermiddelen nodig. En wat uiteindelijk de plaats van elk leermiddel zal innemen, zal louter zijn. Vergeving verdwijnt en symbolen vervagen, en niets wat de ogen ooit zagen of de oren hebben gehoord blijft nog waarneembaar. Er is een kracht gekomen, volkomen onbegrensd, niet om te verwoesten maar om het zijne te ontvangen. Nergens valt er een functie te kiezen. De keuze die jij vreest te verliezen heb jij nooit gehad. Toch lijkt dit slechts de onbeperkte kracht en enkelvoudige gedachten te hinderen die volledig en gelukkig zijn en zonder tegendeel. Jij kent de vrede niet die uitgaat van een kracht die zich tegen niets verzet. Maar een andere soort kan er helemaal niet bestaan. Verwelkom de kracht die vergeving overstijgt, en voorbij de wereld van symbolen en beperkingen ligt. Hij wil louter zijn, en daarom is Hij louter.’

Tegelijk mogen ook andere spirituele wegen worden gewaardeerd als oprechte en behulpzame vormen waarin mensen zoeken, oefenen, liefhebben en zich laten raken door waarheid. Misschien is dat ook de mildheid die ECIW zelf steeds weer aanreikt: niet om andere wegen weg te zetten, maar om te leren kijken zonder angst, schuld en oordeel.

Gezonde onzekerheid

Facebook staat vol met spreuken, citaten en pakkende oneliners. Ook in de ECIW-groepen is er geen gebrek aan korte en pakkende “wijsheden”. Zo zag ik een portret van de ECIW-leraar Ken Wapnick en daarnaast de uitspraak: “Oneness and individuality cannot coexist” (Eén-zijn en individualiteit kunnen niet samengaan). De lezers reageren enthousiast; duimpjes omhoog en hartjes. Fijn, maar ook wel bijzonder dat mensen hier zo blij van worden. Weg met de individualiteit? Allemaal fijn oplossen in een ongedifferentieerde eenheid?

Hoe broeder Wapnick dit voor zich zag, weet ik natuurlijk niet precies. Ik vermoed dat hij zo duidelijk mogelijk wilde stellen dat onze manier van onderscheid maken en oordelen niet zo zinnig is. Het ego wil immers speciaal zijn; anders en liefst beter dan anderen. Daarom spreekt ECIW ook negatief over de relaties zoals wij die beleven en noemt deze “speciale relaties”. Wij vinden “speciaal” een fijne kwalificatie. Als iemand mij “heel speciaal” noemt, dan maakt me dit trots, hoewel ik dat natuurlijk niet mag laten zien omdat ik juist heel bescheiden wil overkomen. Dit soort zaken doorzag, meen ik, Ken Wapnick haarfijn en dat verklaart wellicht zijn queeste tegen speciaalheid.

Daar komt bij dat wij de logica van genoemde uitspraak goed kunnen begrijpen. Wij hebben immers de eenheid heilig verklaard en binnen eenheid is onderscheid natuurlijk niet mogelijk. Hier valt geen speld tussen te krijgen. De kans is dan ook groot dat kritische en slimme lezers argwanend worden als ze de rest van deze blog lezen. Waarom zou de schrijver tornen aan zo’n absolute waarheid die ook nog eens verkondigd wordt door de meest gerenommeerde leraar van de Cursus? Er is maar één verklaring mogelijk: het ego van de schrijver kan het niet accepteren dat zijn bestaan in twijfel wordt getrokken! Hij wil een duale knieval maken en “de hemel naar de aarde” brengen. Maar “God weet niets van deze wereld!”. Toch?

Ken Wapnick merkte natuurlijk zelf ook wel op dat ECIW niet helemaal, of zelfs helemaal niet, in lijn is met een theologie die uitgaat van ongedifferentieerde eenheid. Zijn verklaring hiervoor is dat Jezus nu precies dat gedaan had: hij zou voor ons een duale knieval gemaakt hebben en duale taal gebruikt hebben omdat we hem anders helemaal niet meer zouden kunnen volgen. De “ergste” duale passages uit de Urtext van ECIW haalden niet de door Ken Wapnick uitgegeven versie van de Cursus: de Foundation for Inner Peace-versie (FIP-versie). Maar oké; zelfs in deze FIP-versie wemelt het nog van de meervoudsvormen, zoals Zonen van God, en binnen absolute eenheid is hiervoor natuurlijk eigenlijk geen plaats. Een andere bekende leraar van ECIW, Robert Perry, heeft uitgebreid commentaar geleverd op de nogal eenzijdige focus van Ken Wapnick op absolute eenheid en een veel volledigere versie van de Cursus uitgegeven (de Complete Edition), maar dit, voor nu, even terzijde.

Ik meen dat “gezonde onzekerheid” op zijn plek is als we de Cursus lezen. Deze onzekerheid baseer ik op de beperking van ons menselijk denkvermogen. Zodra wij een uitspraak horen als: “binnen eenheid kan geen sprake zijn van individualiteit”, beoordelen wij deze direct met ons verstand waarbij we onbewust aannemen dat onze conclusie geldig is. Ik heb mezelf aangeleerd om dergelijke cursus-oneliners aan te vullen met de volgende relativerende toevoeging: “…, althans, niet zoals wij dit begrijpen”. Dit werkt uitermate verfrissend. Kijk maar eens mee:

  • In een-zijn kan geen sprake zijn van individualiteit; althans, niet zoals wij dit begrijpen.
  • God weet niets van de wereld; althans, niet zoals wij deze begrijpen.
  • Ik ben niet dit lichaam; althans, niet zoals ik dit begrijp.
  • Etc.

Het toevoegen van deze zin is geen verdedigingsmechanisme van het ego. Integendeel. Het is een vorm van gezonde onzekerheid waarmee we het ego juist van zijn troon stoten en ruimte creëren voor een onbevooroordeelde manier van luisteren en lezen. We worden uitgenodigd om stil te worden en de zinnen dieper te laten landen. We verhogen de kans dat de woorden van Jezus ons hart bereiken. Sommigen stellen dit hart gelijk aan vage gevoelsmatigheid, maar zo is het niet. Als het overactieve denken op zijn plaats is gezet middels gezonde onzekerheid, dan ontstaat er een openheid, een ruimte, waarin inzichten op een directere wijze kunnen binnenkomen. In Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt men van “De Kunst van Denken”. Hierbij komt er ruimte voor zogenaamde tegenstrijdigheden, voor verwondering en voor blijdschap.

Jezus gebruikt in ECvL voorbeelden om aan te geven dat de manier waarop wij de wereld nu beleven, toch nog verwijst naar een diepere waarheid. Deze voorbeelden inspireren mij om ook anders te gaan denken over zoiets als de schepping. Wij zien een wereld van tijd en ruimte met daarin een prachtige, mooie maar ook wrede natuur en noemen dit “de schepping”. Er is sprake van schoonheid, maar ook van aanval en verdediging, van leven ten koste van ander leven. De schepping zoals wij die zien door ogen vol zonde, schuld en angst, toont al die prachtige gedifferentieerde vormen in strijd met elkaar. Toch zien wij een ongelooflijke schoonheid in de natuur, zowel in het allerkleinste als in het allergrootste. Hoe zou het zijn als wij verlost worden en met ons de schepping? In de Bijbel lezen we dat dan het lam naast de leeuw zal liggen, althans, niet zoals wij dit begrijpen.

Wij zien meervoudigheid en differentiatie als bewijs voor de echtheid van de afscheiding. Maar zelfs de aanhangers van de absolute eenheidstheorie kunnen slecht overweg met Gods Schepping in ECIW; hoe kan God zich uitbreiden in eenheid? Zelfs één Zoon is er dan één te veel. Laat staan een Zoonschap bestaande uit Zonen. Toch staat het in ECIW en Jezus zegt precies wat hij wil zeggen en hoe hij vindt dat de boodschap het best gezegd kan worden. Wij kunnen op twee manieren reageren. We kunnen stellen dat Jezus iets zegt wat hij eigenlijk niet zo bedoelt. Of we reageren bescheiden, met gezonde onzekerheid. Als Jezus zegt dat er Zonen zijn, dan is dat zo; alleen niet zoals wij dit begrijpen. Er is zoiets als differentiatie, maar niet zoals wij dit begrijpen. Het is heerlijk en bevrijdend als we het ego van zijn troon stoten. Ik sluit af met een citaat uit ECvL:

P.44 Deze keer kiezen wij voor een directe benadering, een benadering die in eerste instantie lijkt het abstracte leren achter zich te laten, evenals de ingewikkelde mechanismen van het denken dat jou zo bedrogen heeft. Wij doen een stap opzij, weg van het intellect, de trots van het ego, en benaderen deze laatste lessen vanuit het domein van het hart. Daarom en om alle verwarring te beëindigen, noemen wij deze cursus: Een Cursus van Liefde.

Medicijnen gebruiken zonder schuldgevoel

Laat ik beginnen met een disclaimer: ik heb farmacie gestudeerd, geneesmiddelenonderzoek gedaan en gewerkt bij de farma-industrie. Deze ontboezeming zal me voor sommigen direct tot verdacht persoon maken; “big-pharma” heeft een behoorlijk negatieve naam. Maar daar gaat het me nu niet om. Wat mij altijd gefascineerd heeft is de mogelijkheid om met medicijnen ons welbevinden te beïnvloeden. Vooral pijnstillers en psychofarmaca vind ik interessant. Ik heb last (gehad) van hoofdpijn en buikpijn en deze pijn verdwijnt na inname van pijnstillers. Ik ken mensen die leden aan depressiviteit of aan angsten en zij kregen zo’n beetje hun leven terug toen ze behandeld werden met antidepressiva of anxiolytica. Die invloed die fysieke middelen hebben op ons psychisch welbevinden boeit me, zoals gezegd.

Direct tijd voor een tweede disclaimer. Dit is geen reclamepraat voor ongebreideld gebruik van deze middelen en zelfs geen aanbeveling om ernaar te grijpen. Waar mogelijk heeft een niet-medicamenteuze aanpak de voorkeur. Preventie, verandering van leefstijl, ontspanning, meditatie, coaching, psychotherapie, etc.; al deze zaken raad ik iedereen aan die te maken heeft met pijn of psychische klachten van welke aard dan ook. Medicijnen hebben gewoonlijk effecten die we opsplitsen in gewenst en ongewenst; de bijwerkingen. Je komt makkelijk terecht in een neerwaartse spiraal waarbij de bijwerking van middel A behandeld gaat worden met middel B. Dit is een reëel gevaar. Het gaat me echter om de situatie waarbij je met je rug tegen de muur staat en waarbij je leven bepaald wordt door pijn, angst, sombere stemming of andere klachten.

Ik heb gemerkt dat vooral in “spirituele kringen”, maar ook daarbuiten, er sprake is van schuldgevoel als iemand zijn of haar toevlucht neemt tot medicijngebruik. De reden is gewoonlijk dat we vinden dat we deze psychische klachten zelf de baas zouden moeten kunnen worden. Mogelijk vinden we dat we de pijn niet moeten bestrijden, maar dat we deze moeten omarmen, erin af moeten dalen en kijken wat deze ons wil vertellen. Ook hier sta ik achter; vooral doen, en als dit voldoende voor je is dan ben ik blij voor je. Maar soms is dit niet voldoende.

Bij angstklachten en stemmingsstoornissen vinden we al helemaal dat we deze met geestkracht zouden moeten kunnen overwinnen. Gaat het niet gewoon om je houding? Kun je dingen niet wat positiever bekijken? Is het niet een kwestie van “doen” of van doorzetten? Van wat flinker zijn? Je niet aanstellen? Van je erover heen zetten? Van niet zo met jezelf bezig zijn? Met dit soort taal kunnen we het onszelf en anderen flink lastig maken. In feite hangt de (zelf-)beschuldiging constant in de lucht: je faalt als je dit niet op eigen kracht kunt overwinnen. Zo; laten we het maar heel helder en hard neerzetten, dan kunnen we de uitspraak eens doorlichten.

Nu kunnen we een flinke stap terugzetten en er eens metafysisch naar kijken. Wat was de onhandige gedachte waarmee de illusie van afgescheidenheid begon? Dat was: “Ik wil het zelf doen en op eigen benen staan”. We komen vanuit de Goddelijke eenheid waarin alles ons deel was en waar sprake is van compleet geluk. Geven en ontvangen zijn daar één. Er is een constante uitwisseling tussen Vader en Zoon, God en mij. Eén gelukzalige stroom van liefde. De Wil van de Vader was onze wil. Totdat we wilden weten hoe het is om afgescheiden te zijn. Daartoe zijn we gaan dromen dat we sterfelijke en kwetsbare wezens zijn in tijd en ruimte. We zijn gaan denken dat we slachtoffer zijn van zaken buiten onszelf (waaronder ziekte en rampspoed) en dat we zaken buiten onszelf nodig hebben om ons in onze kwetsbaarheid te beschermen. Deze zaken duidt de cursus aan met de term “magische middelen”. Dit alles is een illusie: in waarheid zijn we onkwetsbaar en hebben we niks nodig. Maar nu komt het.

Wij hebben ook niet de speciale liefde nodig van andere mensen. Wij kunnen geen slachtoffer zijn van “speciale haat”; niemand kan ons iets aandoen. Wij hebben geen geld nodig, zelfs geen dak boven ons hoofd, geen voedsel en geen drinken. Wij zijn immers geestelijke wezens; één met de Vader en één met elkaar?

Wij zijn onderscheid gaan maken in vormen van afhankelijkheid. We zullen onszelf en anderen niet beschuldigen als we streven naar een fijn en veilig huis, naar een goed gevulde tafel en naar een partner en relaties die we bevredigend vinden. En als er eens iets gebeurt en we een been breken, dan zal niemand ons veroordelen als we de breuk laten zetten in het ziekenhuis. Toch spelen al deze fenomenen zich af als illusie in de denkgeest. We zijn geest en hebben geen geld, bescherming, hulp van anderen, voedsel, water of frisse lucht nodig. Allemaal bijgeloof.

Moeten we ons hierover schuldig voelen? Natuurlijk niet; we zijn allemaal onderweg om de illusie te doorzien. Maar dan menen we een pijnstiller of ander medicijn nodig te hebben en springen we massaal op het orgel van de (zelf-)beschuldiging. Dit zouden we wél met geestelijke kracht moeten kunnen overwinnen en anders zijn we zwak. Zie je het belachelijke onderscheid dat we maken?

Zolang we dromen menen we dat we afhankelijk zijn van anderen en van “middelen”. Ik zie deze afhankelijkheid niet als een vloek waar we vanaf moeten komen, maar als een vage afspiegeling van een onderliggende realiteit. De realiteit is dat we diep en diep relationele wezens zijn. Onze gevoelde afhankelijkheid in de droom van ons leven is een hunkering naar de eenheid met Alles en Iedereen die onze vergeten realiteit vormt. Onze speciale liefdesrelaties in tijd en ruimte zijn vingerwijzingen naar de ene echte ware relatie; de heilige relatie die we zijn. Al onze behoeftes en verlangens, ons streven naar veiligheid, sensaties en macht zijn zwakke en vervormde echo’s van een Stem die ons wijst op onze ware aard. Er is geen rangorde in illusies en geen rangorde in wonderen. Binnen de illusie kun je beter denken vers fruit nodig te hebben dan een vitaminepil; maar ten diepste heb je niks nodig en ben je niet schuldig als je dat nog niet ziet. Je bent niet zwak of schuldig als je denkt te moeten eten, noch als je denkt een medicijn nodig te hebben.

Moeten we genoegen nemen met ons geloof in kwetsbaarheid inclusief ons geloof in de noodzaak pillen te slikken? Nee, we mogen ontwaken door steeds milder en liefdevoller te zijn voor onszelf en anderen. Door liefde te laten stromen, zelfs in deze droom, komt de herinnering aan de liefde die we zijn weer naar boven. Door naastenliefde en zelfliefde. Niet door zelfbeschuldiging. Zelfs onze vermeende afhankelijkheid van anderen en van magische middelen kan ons wijzen op de heerlijk echte “afhankelijkheid”. De afhankelijkheid van de Vader, van de Bron, van Liefde. Het ego wil ons aanklagen met zijn schrille stem: “je moet het zelf kunnen, minkukel!” Liefde beschuldigt niet maar troost, steunt en ondersteunt; zelfs voorlopig, via magische middelen in de droom.

Neti neti; niet dit, niet dat?

Ik was vroeger erg gecharmeerd van de “neti neti”-visie: je bent noch dit, noch dat. Andere omschrijvingen hiervan zijn: je bent het bewustzijn waarin alles verschijnt, je bent de blauwe lucht en niet de voorbijdrijvende wolken, je bent de oceaan en niet de druppel, het oog kan zichzelf niet zien, etc. etc. Ik meende in de bekende ECIW-uitspraak “Ik ben niet dit lichaam” dezelfde boodschap te horen. Als je probeert te gaan leven volgens dit inzicht, merk je dat er ruimte ontstaat en dat de identificatie met allerlei negatieve gevoelens afneemt. Je zegt dan niet langer “ik ben bang”, maar “ik heb angst”. Vervolgens leer je om onbewogen en glimlachend toe te kijken hoe zo’n donkere angstwolk verschijnt, groter wordt, maar ook weer vanzelf oplost en verdwijnt.

Ik zie dat deze neti neti-visie in lijn is met de boodschap van ECIW en kan helpen om je niet langer te identificeren met de wereld van vormen, tijd en ruimte. Deze identificatie, waarbij je gelooft het materiële lichaam te zijn, is zo sterk verankerd in ons mens-zijn dat een krachtige, dubbele ontkenning behulpzaam kan zijn om ten minste enige ruimte te gaan ervaren.

De bedoeling van de ontkenning is dat degene die dit toepast als het ware steeds meer gevoel gaat krijgen voor zijn ware, geestelijke natuur. ECIW leert ons dat de hele werkelijkheid geestelijk van aard is, een visie die ook wordt uitgedragen door filosofen uit de stroming van het idealisme, waarvan Bernardo Kastrup een uitstekende hedendaagse representant is.

Wat er echter al snel naar binnen sluipt, is een uiterst duale ontsporing van de aanpak, waarbij we niet meer gevoel krijgen voor dat grote Zelf, maar waarbij het kleine ego een klein stapje achteruitzet en zich distantieert van wat het waarneemt. Het denkt dat het door onderscheid te maken tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, de dualiteit overstijgt. Maar zelfs door deze zin rustig tot je door te laten dringen, zie je de interne spanning die deze oproept. En deze spanning wordt direct voelbaar als we onze gevoelens en emoties gaan ontkennen en deze als het ware proberen buiten onszelf te plaatsen om erop toe te zien. We zijn misschien goed begonnen met onze ontkenning, hebben enige ademruimte gekregen, maar vergeten de rest van de cursus goed te lezen.

Al in het scheppingsverhaal van ECIW lezen we dat God Zichzelf uitbreidt in Zijn Schepping om zo Zichzelf te kunnen kennen. God kent Zichzelf door Zijn Zonen, en de Zonen kennen de Vader zonder van Hem gescheiden te zijn. Dit noemt de cursus “uitbreiding”. Wij worden gezien als de Gedachten van God en we lezen dat deze Gedachten hun Bron niet kunnen verlaten. Wij als Zonen van de Vader hebben ook het vermogen om zo vanuit- en in eenheid te scheppen. We hebben hier echter een gemankeerde variant van gemaakt. Jezus legt uit dat wij niet “scheppen” maar “maken”. Het verschil bestaat uit de intentie waarmee deze projecties plaatsvinden. Het projecteren vanuit liefde kun je zien als uitbreiding en het projecteren vanuit geloof in afscheiding (en in zonde, schuld en angst) als maken.

Bij dit “maken” raken wij het gevoel van verbondenheid met wat we projecteren kwijt. We denken dat wat we geprojecteerd en gemaakt hebben — de wereld van vormen, tijd en ruimte — losstaat van onszelf en dat wij er als afgescheiden lichamelijke (en sterfelijke) poppetjes in rondwandelen. Maar ook dit gebeurt allemaal in het geestelijke domein, in de denkgeest van de Zoon van God. Deze Zoon is net zomin van de projecties (lichaam, wereld, gevoelens, etc.) gescheiden als wij gescheiden zijn van onze nachtelijke dromen. We produceren alle beelden zelf! Daarom stelt ECIW: “je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet”. Nee, nogal wiedes: je hebt haar zelf vanuit angst geprojecteerd. Zoals je kleine zelf de nachtelijke droom projecteert en daarin zelf een (schijn)rolletje speelt, zo projecteer jij als Zoon van God, als Zelf, de wereld waarin je kleine zelf een rolletje lijkt te spelen.

Ooit had ik als kind last van nachtmerries waarin ik telkens werd aangevallen door een gorilla. Pas toen ik een keer in de droom besloot niet weg te rennen en rustig af te wachten wat er zou gebeuren, kwam aan deze nachtmerrie een einde. Ik had de zelfbedachte gorilla de macht ontnomen om als een gevaar buiten mijzelf gezien te worden. ECIW zegt dat het “onwaardig” is om ons lichaam (en daarmee onze gevoelens) te ontkennen, omdat we daarmee de macht van onze eigen denkgeest ontkennen. Pas als we beseffen dat we iets zelf gemaakt hebben, kunnen we de kalmte bewaren als deze beelden bedreigend lijken.

Deze basisgedachte van ECIW — gedachten verlaten hun bron niet — wordt verder uitgewerkt in Een Cursus van Liefde. Nadat via de neti neti-aanpak de muren van het ego wat afgebrokkeld zijn, wordt het tijd voor “actieve aanvaarding”, ofwel voor omarming van alles wat zich maar aan gevoelens en dergelijke aan je voordoet. En dit staat natuurlijk ook al in ECIW. Wat is vergeving anders dan niet meer vanuit je geloof in afgescheidenheid naar dingen kijken, maar je blik laten verzachten door de herinterpretatie door de liefde van de Heilige Geest? Geen angstig achteruitdeinzen en ontkenning, maar verder kijken en de schijnbare afstand overbruggen.

ECvL legt uit dat we er langzaam maar zeker naartoe groeien te ontdekken dat degene die ervaart en dat wat ervaren wordt, helemaal niet verschillend zijn. We hebben twee keuzes: scheppen vanuit liefde of maken vanuit angst, maar uiteindelijk mogen we ontdekken dat we het Zelf “doen”. Hierin ligt de bron van onze verlossing.

Met kleine stapjes naar ultiem geluk?

Met belangstelling kijk ik naar het programma “Ik vertrek”. Je ziet mensen die het in Nederland goed voor elkaar hebben: een mooi huis, betaald werk en het gezelschap van familie en vrienden. Vervolgens ontstaat het plan om naar het buitenland te gaan en daar een gastenverblijf of zoiets te gaan beginnen. Er volgen jaren vol frustratie en tegenslag, maar uiteindelijk lukt het velen om “hun droom te realiseren”. Ik heb bewondering voor de ondernemerszin en het doorzettingsvermogen van deze mensen. Op het laatst zien we ze dikwijls glunderend elkaar feliciteren met het behaalde resultaat.

Dit is een vorm van manifesteren. Eerst zie je het doel in gedachten, je schakelt je wilskracht in en uiteindelijk krijgt wat in je geest is begonnen als een plan, vorm in de fysieke wereld. Onlangs ontstond naar aanleiding van een blog een gesprek over het manifesteren van bijvoorbeeld een Ferrari. Je kunt daar natuurlijk direct een afkeurende mening over vormen, maar je kunt het ook zien als onderdeel van ons leerproces. Leer je langs deze wegen niet de macht van de denkgeest kennen? En zegt de cursus niet dat het onze functie is om gelukkig te zijn? Wat is er dan mis met deze benadering en met de bereikte resultaten?

Ik denk dat er niks mis mee is en dat deze twee voorbeelden slechts zichtbaar maken wat zich bij ieder van ons van binnen afspeelt. We streven allemaal naar geluk, maken plannen, leren van mislukkingen, stellen de plannen bij en hopen ons doel zo te bereiken. We zijn met kleine stappen op weg naar ons geluk. Net als iedereen.

Daarmee is het gewone menselijke verlangen niet verkeerd, maar wel te klein om ons te geven waar we ten diepste naar op zoek zijn. Mijn punt is dus niet dat we onze verlangens moeten veroordelen, maar dat we mogen gaan zien dat ze verwijzen naar een veel dieper verlangen naar God, Liefde en eenheid.

Jezus zal ons niet veroordelen voor onze menselijke neiging om zo te werk te gaan. Zelfs in het voorbeeld van de Ferrari zal hij niet zeggen dat we wel heel veel vragen van het universum. Nee, hij stelt dat we veel te weinig vragen. We vragen altijd te weinig als we denken dat iets in de wereld van vormen, tijd en ruimte ons blijvend gelukkig zal maken. Een bosbrand, hoosbui, aardbeving, ziekte of misdaad maakt een eind aan de vreugde van het Ik Vertrek-stel. En ook in een Ferrari kun je je ongelukkig voelen.

ECIW is radicaal in zijn boodschap. Jezus ziet dat onze intentie om gelukkig te worden in het alledaagse leven als het ware de engere afspiegeling is van een diep verstopte herinnering aan echt geluk. Op onze terugweg spelen behoeften en verlangens een rol. In het supplement bij de cursus, Lied van Gebed, stelt Jezus dat we in eerste instantie niet veel meer kunnen doen dan te weinig te vragen. Zolang we leven in de schijnbare duale werkelijkheid, menen we dat we via 50 tinten grijs van zwart naar wit moeten zien te komen. We zien nog niet dat de waarheid niet-duaal van aard is, dat Liefde geen tegendeel kent.

In mijn beleving is iedereen bezig met zijn of haar terugreis naar de Vader, naar de Bron, de Liefde die we eigenlijk nooit verlaten hebben, maar die we vergeten zijn. We zoeken het in fijne ervaringen, vakanties, geld, macht, lekker eten, genot et cetera. En uiteindelijk zal iedereen langs deze weg en via schijnbare nieuwe incarnaties wel het punt bereiken dat de beperktheid van dit zogenaamde geluk ingezien gaat worden. Het lijkt me echter vanuit ons huidige perspectief een lang traject, erg lang.

Vandaar dat Jezus uitlegt dat wonderen ons tijd kunnen besparen. Iedereen wordt uitgenodigd om zijn blik eens bewust de andere kant op te richten. In de Bijbel staat: “Zoek eerst het Koninkrijk en de rest zal u gegeven worden”. In ECIW-termen kun je zeggen dat we uitgenodigd worden om ons in vertrouwen af te stemmen op eenheid en liefde. Onze huidige droom begon toen we meenden te weten wat we wilden, namelijk op eigen beentjes staan en dingen “hebben”. Tony Parsons zei het zo mooi: “we are looking at the world through the eyes of a businessman” (vrij vertaald: we zien de wereld als een zakelijke transactie). “What’s in it for me?” Hoewel zelfs onder deze drang een oprecht en authentiek verlangen schuilt (de bekende roep om liefde), kost het ons onnodig veel tijd als we ons uitsluitend richten op het vervullen van deze kleine verlangens.

Het gave van Een Cursus van Liefde (ECvL) is dat we worden uitgenodigd om de wereld van vormen, tijd en ruimte niet te veroordelen of te ontkennen. Want ja, vanuit onze wens tot afgescheidenheid misbruiken wij onbewust dit fysieke domein om onszelf in slaap te houden. Als je goed kijkt, zie je dus zelfs in dit misbruik de roep om liefde en mogen we weten dat het ooit goed zal komen. We worden echter uitgenodigd om kwantumsprongen te gaan zetten door wonderwerkers te worden.

Zelfs in onze droomwereld mogen we weten dat liefde ons draagt en in onze behoeften zal voorzien. In de Bijbel wijst Jezus erop dat God niet alleen voor vogeltjes zorgt, maar ook weet wat wij hier voorlopig nodig hebben. Het “geef ons heden ons dagelijks brood” mogen we figuurlijk, maar ook letterlijk zo opvatten. Liefde deinst niet terug voor het domein van vormen, tijd en ruimte, hoewel ze er nooit door beperkt kan worden. De kwantumsprong treedt op als we ons afstemmen op de Bron, als we ontdekken dat wat we ten diepste willen veel verder gaat dan een gelukkig leven van een jaar of negentig in een mooi land met een mooie auto voor de deur.

Wie dat begint te zien, hoeft de wereld niet af te wijzen, maar leert haar wel anders te gebruiken: niet langer als bron van blijvend geluk, maar als klaslokaal dat ons terugwijst naar de Bron zelf.

Misschien is dat uiteindelijk waar het op aankomt. Niet dat onze gewone menselijke verlangens verkeerd zijn, maar dat ze ons niet helemaal (of helemaal niet?) kunnen brengen waar we ten diepste naar verlangen. We hoeven de wereld dus niet af te wijzen, maar we hoeven er ook niet van te verwachten dat zij ons blijvend gelukkig maakt. En misschien begint daar inderdaad iets van de kwantumsprong waarover de cursus spreekt: in het besef dat we vaak om te weinig vragen, omdat ons hart eigenlijk op iets groters gericht is.

Er is geen dood. De Zoon van God is vrij (Les163)

Dit klinkt als de ultieme spirituele bypass. In de afgelopen maanden heeft het onderwerp “omgaan met gevoelens en trauma’s” aandacht gekregen in verschillende ECIW-FB-groepen. Er was sprake van een gezonde reactie van cursisten die protesteerden tegen bekende cursus-oneliners zoals: “ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Deze uitspraak voelt harteloos voor slachtoffers van geweld, en al helemaal als het bijvoorbeeld kinderen in oorlogsgebieden betreft.

De werkboekles van vandaag spant dan behoorlijk de kroon met “Er is geen dood”. Deze uitspraak ligt in dezelfde lijn als: “Ik ben geen lichaam”, nu weergegeven als “De Zoon van God is vrij”. Alles in ons gewone, dagelijkse leven geeft ons een totaal andere boodschap. We voelen ons onvrij en de dood hangt, samen met zijn vriendje ziekte, altijd als het zwaard van Damocles boven ons hoofd. Dit ontkennen lijkt complete waanzin en daarmee dus een ultieme spirituele bypass. Wat moeten we hier dan mee? Hoe hebben we ons te verhouden tot dergelijke radicale uitspraken?

De eerste stap is beseffen dat ECIW en ECvL (Een Cursus van Liefde) onze “gewone” gevoelens helemaal niet willen ontkennen. Jezus noemt dit in ECIW zelfs “onwaardig”, in de zin van erg onhandig en niet behulpzaam. In ECvL geeft hij overigens veel uitgebreider aandacht aan het omgaan met onze gevoelens. De sleutel tot het omgaan met radicale cursusuitspraken ligt in een bezinning op de ontvanger van de woorden. Op onszelf.

De boodschap is aan ons gericht om iets bij ons te bewerkstelligen. Om ons te doen stilstaan bij onze “gewone” ervaringen en onze “gewone” opvattingen, respectievelijk ons “gewone” gevoel en ons “gewone, gezonde” verstand. De hele cursus is erop gericht om te laten zien dat wat voor ons allemaal zo gewoon is, helemaal niet normaal is, maar onwaar.

Als je nu naar ECIW-uitspraken luistert, dan ontmoeten deze als eerste ons verstand. Dit kan op een paar manieren reageren. Het kan fel protesteren, het kan neutraal en open blijven, of het kan de boodschap geloven. Fel protest is prima, maar het blokkeert de werking van de cursus. Sommigen kunnen hier jaren in blijven hangen en het tot hun missie maken om die rare cursus te bestrijden. Klakkeloos geloof is ook niet erg behulpzaam. Alles in je roept dat je het er niet mee eens bent, maar ja, Jezus zegt het, dus het zal wel zo zijn. Deze houding wordt uitgesproken pijnlijk als iemand zijn niet-doorleefde geloof probeert te verkopen of zelfs op te dringen aan anderen. En dat geldt al helemaal als die ander in nood verkeert.

Nee, de handigste houding is die van openheid. Je hoort die uitspraak, keert naar binnen en gaat op onderzoek uit. Bij dat onderzoek doe je dan bevindingen die ongeveer als volgt klinken: “Hé, ik voel dit heel anders. Ik voel me kwetsbaar en heb pijn. Ik voel me bang en schuldig. En ik ben bang voor ziekte, voor lijden en voor de dood. Ik voel me een lichamelijk, kwetsbaar wezen en voor mij is zo’n verhaal over de vrije, onsterfelijke Zoon van God totaal niet ervaarbaar.”

Het begint met radicale eerlijkheid, met een ontmoeting met je gevoelens, de erkenning ervan en de omarming ervan. In klassiek-christelijke termen klonk het wat zwaar en moreel beladen toen men stelde: je moet eerst je zonden belijden. “Zonden” is het geloof in afgescheidenheid, het geloof een kwetsbaar, sterfelijk wezen te zijn. Maar dit geloof is niet zondig, schuldgevoel is niet op zijn plaats. Wel is het essentieel om jezelf niets wijs te maken over hoe je jezelf echt “vanbinnen” beleeft. De term spirituele bypass duidt op de ontkenning van je diepe menselijke gevoel. Het is als de vroegere schijnheilige die zichzelf heilig verklaart omdat de buitenkant er wel goed uitziet. De moderne variant hiervan is de ECIW-leraar die schermt met cursus-oneliners, maar zelf nog een “ongenezen genezer” is.

Pas hierna is de klassieke “bekering” mogelijk. Het is een diep besef dat je je vastgespijkerd voelt aan de wereld van geboren worden, lachen, lijden en sterven. Dat je je hiervan niet op eigen kracht kunt losmaken of losdenken. Je laat je gedachten en je wanhoop naar boven komen en brengt alles naar het Licht, naar de Liefde. Terwijl je, net als Jezus aan het kruis, geen kant meer op lijkt te kunnen, zeg je vanuit de grond van je hart: “Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest”.

Dit klinkt door in het gebed aan het einde van de werkboekles:

9. Onze Vader, zegen onze ogen vandaag. Wij zijn Uw boodschappers en we willen naar de schitterende weerspiegeling van Uw Liefde kijken die in alles straalt. Wij leven en bewegen in U alleen. Wij zijn niet gescheiden van Uw eeuwige leven. Er is geen dood, want dood is niet Uw Wil. En wij vertoeven waar U ons hebt geplaatst, in het leven dat wij delen met U en met al wat leeft, om voor eeuwig zoals U en deel van U te zijn. Wij aanvaarden Uw Gedachten als de onze, en onze wil is eeuwig één met die van U. Amen.

AI en ECIW; vrienden of vijanden?

De vraag: “hoe zit de waarheid in elkaar?” is niet met woorden te beantwoorden. We kunnen een theorie, theologie, filosofisch systeem of metafysica bedenken, maar telkens blijkt dat de bedachte constructies niet de ultieme werkelijkheid kunnen uitdrukken. Concepten blijken beperkt houdbaar en worden telkens vervangen door andere verklaringen.

Over deze eerste alinea kun je gaan nadenken, maar dat is nauwelijks nodig. Als je glimpen van het onuitspreekbare hebt opgevangen en hebt geprobeerd die met woorden over te brengen op anderen, dan is de onmogelijkheid van deze poging je bekend. Je bedoelt het zo goed, want je wilt die ander deelgenoot maken van dat waar je zicht op hebt gekregen. Je wilt dat hij of zij deelt in je vreugde, je vrede en je dankbaarheid. Je komt echter niet veel verder dan gestamel, dan zo goed en zo kwaad als het lukt woorden geven aan dat wat alle beschrijving te boven gaat.

Deze woorden die je zoekt zijn als de spreekwoordelijke vinger waarmee je probeert de maan aan te wijzen. Je hoopt dat die ander geen vragen gaat stellen over jouw vinger maar dat hij zijn hoofd opheft en de goede kant op gaat kijken. ECIW spreekt over de verkeerd gerichte en over de juist gerichte denkgeest. Hoe toepasselijk.

Maakt dit woorden dan onbelangrijk of zelfs helemaal overbodig? Uiteindelijk wel, maar voorlopig nog niet. Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt over het einde van leren en onderwijzen. Dit valt samen met het einde van het ego-tijdperk en het begin van leven vanuit liefde. Maar ECIW en ECvL hebben toch woorden nodig om ons naar dit punt te leiden. Hoewel Jezus de beperkingen van woorden, leren en onderwijzen kent, blijkt hij de ultieme meester in het maken van een zo nauwkeurig mogelijke richtingaanwijzer, de vinger. Hij gebruikt woorden met uiterste precisie, in ECIW (in de Engelse vertaling) zelfs in een bepaald metrum, als in een groot gedicht. Wij lezen deze boeken en proberen hierin een antwoord te vinden op onze vragen, om zo goed mogelijk koers te houden. Waar staan bepaalde passages? Wat is de context?

Sinds de opkomst van AI staat ons een nieuw instrument ter beschikking dat ik gemakshalve aanduid als ChatGPT. Hiermee kunnen we een vraag stellen aan “het hele internet”, waarna talloze bronnen worden doorzocht, betrouwbare en minder betrouwbare. Dus als je ChatGPT gebruikt om op internet een vraag te stellen over ECIW of ECvL, dan doorzoekt het vooral wat anderen hierover hebben gezegd, en dat kan zinnig of onzinnig zijn. Gelukkig is er een programma genaamd NotebookLM, waarmee je (na uploaden van de boeken in pdf-vorm)  ChatGPT als het ware kunt dwingen om uitsluitend in de cursussen zelf te kijken, dus in de meest zuivere bronnen. Je kunt zelfs de Urtext van ECIW uploaden, een enorm dik manuscript waarin zelf iets opzoeken haast onbegonnen werk is.

Als je ChatGPT zo via NotebookLM aanstuurt, dan krijg je analyses die veel zuiverder zijn dan wanneer je het hele internet doorzoekt. Bovendien krijg je bij elke uitspraak een verwijzing naar het tekstfragment, zodat je kunt nagaan of het programma betrouwbaar werkt. Deze mogelijkheid biedt ons een kwantumsprong in het leerproces: een mogelijkheid om heel precieze richtingaanwijzers te krijgen bij de vragen die je stelt.

Ik merk dat in spirituele kringen, en dus ook in ECIW- en ECvL-groepen, weerstand bestaat tegen AI en ChatGPT. Ik begrijp deze weerstand. In “gesprek” met AI communiceer je niet met een zielsverwant, maar met een taalprogramma, ook al voelt dat soms anders. Als je iemand bent die geen woorden van anderen meer nodig heeft, geen lezingen, geen boeken, maar al leeft vanuit heelheid van hart, dan begrijp ik volkomen dat AI niets voor je toevoegt. Als dit niet het geval is, dan kan het helpen om goed in te schatten wat AI wel en niet voor je kan betekenen. We weten dat verlossing totaal verschilt van het opstapelen van boekenwijsheid, of die nu direct uit het boek komt of wordt aangedragen door ChatGPT. Maar als je boeken, leraren, ChatGPT en alle andere zogenaamde autoriteiten hun juiste plek toekent, dan kun je deze tijdelijk gebruiken als richtingaanwijzer.

Daarnaast is er nog een andere “toepassing” van AI en ChatGPT: het vieren van het feest van herkenning. De snelheid waarmee bronnen doorzocht kunnen worden is in onze tijd enorm. Via internet in het algemeen en ChatGPT in het bijzonder kunnen we zien hoe door alle tijden heen op de meest verschillende manieren is verwezen naar die ene ultieme, onbeschrijfelijke bron en waarheid: God, ofwel Liefde. Heb je dit nog echt nodig? Nee, dat niet. Maar het is fijn om dit feestje te vieren. Hoewel: het is nog fijner om dit met broeders en zusters van vlees en bloed te doen. Dat dan weer wel!

De kracht van vertrouwen

Ik spreek regelmatig met slimme, meestal hoog opgeleide, mensen die niets meer te maken willen hebben met de Bijbel en met “het geloof”. Ze zien deze als een gepasseerd station, als iets van vroeger. Velen hebben als kind de nare kanten van een rigide geloof ervaren waarin veroordeling, schijnheiligheid, starheid en andere nare zaken een rol speelden.

Ik ben jarenlang actief lid geweest van een Baptistengemeente, maar verliet deze toen ik in mijn beleving vastliep in dogma’s die ik liefdeloos vond. Daar wil ik nu niet te veel over uitweiden, maar het beeld van een wraaklustige God die offers nodig had om weer goedgemutst te raken, speelde hierin een hoofdrol. Toch zag ik vooral in het Nieuwe Testament ook veel mooie passages die liefdevol verwijzen naar de verbondenheid van God, Jezus, de Heilige Geest en de gehele mensheid. Ik verwoordde mijn inzichten in twee boeken: Een Christen op Satsang en in Geen Beeld van God. Vlak daarna kwam Een Cursus in Wonderen op mijn pad en dit maakte de bevrijding van een negatief Godsbeeld voor mij compleet. God is Liefde en in Hem is totaal geen duisternis. Prachtig.

Gisteren schreef ik in de blog “Heelheid-van-hart: over denkers en voelers” over hoe een bovenmatige en eenzijdige aandacht voor ons hoofd of ons gevoel ons kan blokkeren op weg naar verlossing. Niet dat er iets mis is met nadenken of met aandacht geven aan je gevoelens, maar je kunt stagneren als je blijft hangen in “wat vind ik ervan” of “wat voel ik nu”. Wat deze twee benaderingen gemeen hebben, is een gerichtheid op mijzelf. Het ik blijft op de troon zitten en beschouwt zichzelf als het centrum van het bestaan, waar het allemaal om draait. Ik wil het begrijpen en ik wil me lekker voelen. De dominee van vroeger wees me op de hoogmoed van ons denken en stelde dat je niet per se tot gevoel kwam, maar tot geloof. Hij stelde dat we God de eerste plaats in ons leven moesten geven en dat we het zelfgerichte ego van zijn troon moesten halen.

Maar dat kan een nieuw dogma worden en een oproep zijn tot “lief doen”, een soort opgelegde en verplichte naastenliefde. Bovendien kan hier het ego weer langs de achterdeur naar binnen glippen als we menen dat we door lief te doen uiteindelijk een plekje in de hemel (voor onszelf!) veiligstellen.

ECIW roept niet zozeer op tot geloof. Het boek geeft weliswaar een mooie uitleg van hoe alles in elkaar zou zitten (de metafysica van het Tekstboek), maar de primaire insteek is toch vooral het doen van de Werkboeklessen die ons een universele ervaring beloven. En ook nu kunnen we blijven steken in bovenmatige aandacht voor de vraag: “wat voel ik nu?”.

Het mooie van zowel ECIW, maar zeker ook van Een Cursus van Liefde (ECvL), vind ik dat Jezus rekening houdt met deze preoccupatie met onszelf. Dit is immers een direct gevolg van het geloof in de echtheid van de afscheiding. We hebben onszelf simpelweg op de troon geplaatst en het draait uiteindelijk om de vraag wat wij hebben aan het geloof of aan de cursussen. Deze egocentriciteit is een vergissing, schuldeloos maar onhandig en naast de waarheid. ECIW spreekt van het autoriteitsprobleem. Eigenlijk net als die dominee van vroeger.

ECIW leert ons dat we niets hoeven te doen en dat we terug mogen stappen en Hem de weg mogen laten wijzen. In mijn beleving onderschatten we als cursusstudenten het belang van deze aanwijzing. We willen meer zelf doen, hard werken, meer lezen en leren, onze verlossing als het ware verdienen.

Kerkvaders spraken van onverdiende genade. ECvL wijst erop dat we reeds de voltooide zijn. ECIW stelt dat we de verlossing voor onszelf mogen aanvaarden. Maar deze genade, voltooiing en verlossing treffen we niet aan in ons ego, in ons kleine zelf. De gerichtheid moet, of liever gezegd, mag naar Hem gericht worden. We streven niet naar het vergroten van ons zelfvertrouwen maar mogen vertrouwen op Zijn onvoorwaardelijke Liefde.

Het woord “geloof” heeft iets afstandelijks, iets willekeurigs en als we vervolgens bij “geloven in God” ook nog eens denken aan een autoritair wezen buiten onszelf, dan hebben we hier terecht geen trek meer in. De uitnodiging is om het bijgevoegde filmpje eens te bekijken en daarbij niet aan geloof te denken maar aan vertrouwen. Laat je vooroordelen over het woord God los en probeer, als dit woord valt in de video, te denken aan onze Bron van Liefde die ons omarmt en draagt. Anders gezegd: probeer door het klassiek duale Godsbeeld heen te kijken en richt je op gevoelens van verbondenheid en vereniging, op de Heilige Relatie waar we deel van uit mogen maken.

Ik merk dat ik met nieuwe ogen ben gaan kijken naar “eenvoudige” gelovigen die hun vertrouwen op God stellen. Mogelijk houden ze er wat rare dogma’s op na; maar door in dankbare verwondering en in vertrouwen “hun knie te buigen voor de Heer”, hebben ze een machtige sleutel in handen. Door Hem op de troon te zetten in plaats van onszelf, offeren we niks op maar maken we ruimte om zijn genade te ontvangen. Eigenwijsheid en ik-gerichtheid zijn barrières die we zelf opwerpen tegen de Liefde die ons alles zomaar wil geven. We moeten niets van “God”, maar hij gunt ons alles.