Love is in the air!

Merken jullie het ook? Niet vaak worden we zo voor de keuze gesteld: angst of liefde? Waar kiezen we voor? En met deze eenvoudige vraag raken we direct het hart van onze mooie Cursus. Hierin klinkt immers steeds de vraag: kiezen we voor de stem van het ego of voor de Stem van de Heilige Geest. Het ego schreeuwt altijd als eerste en dat is in de huidige Corona-crisis niet anders. “Je wordt bedreigd, je kan dood gaan, het voedsel en het WC-papier raken op, je hebt last van tekorten, je aandelen zijn niks meer waard etc”. Angst en paniek alom.

Het is heerlijk om te zien dat er juist in deze periode veel initiatieven starten waarbij spiritueel georiënteerde broeders en zusters elkaar vinden in de virtuele ruimte van internet en samen een periode van geestelijke bezinning starten. Ik word daar zo blij van! We zoeken elkaar op, de verbinding om onze angsten uit te spreken zodat we elkaar kunnen bemoedigen door gezamenlijk de angst naar de liefde te brengen. Wat een prachtige tijd van verbinding!

Aanvankelijk kan onze intentie hierin nogal zelf-gericht zijn. Wij zijn bang, vinden dit niet prettig en willen innerlijke vrede ervaren. Het fascinerende is dat we vanuit die angst elkaar opzoeken, en dat is prima. Het biedt ons een fantastische mogelijkheid om te ontdekken van het betekent om waarlijk behulpzaam te zijn. Natuurlijk hebben we ieder voor zich onze vergevingslessen te leren. Maar juist nu merken we dat het bij wonderen altijd gaat om twee aspecten: ontvangen en geven. Twee aspecten die in waarheid één zijn.

Ik word altijd zo enthousiast en dankbaar als die waarheid tot me doordringt. Er zijn non-duale leerwegen die vooral gericht zijn op “je niet identificeren met wat in bewustzijn verschijnt”. Ook in ECIW-kringen klinken dit soort geluiden als er te snel geroepen wordt dat er geen anderen zijn. Jezus veroordeelt dit niet maar is heel praktisch en stelt dat zijn leerweg van naastenliefde simpelweg effectiever en sneller werkt. We hebben alleen opnieuw te leren wie onze naasten zijn en wat het betekent om waarlijk behulpzaam te zijn.  Hij leert ons dat onze naasten geen hulpbehoevende lichamelijke stumpers zijn die iets ontberen maar slapende, bange broeders:

Wonderprincipe 29: Wonderen loven God via jou. Ze loven Hem door Zijn scheppingen te eren en hun volmaaktheid te beamen. Ze genezen doordat ze de vereenzelviging met het lichaam ontkennen en de vereenzelviging met de geest bevestigen.

Als we zo samenkomen in Zoom- of Skype meetings dan zien we de hoofdjes van allerlei broeders en zusters. Onze ogen zien verschillen: man, vrouw, jong, oud enzovoorts. Maar als we goed luisteren naar elkaar dan horen we broeders die dezelfde angstdroom hebben als wij. En voor ons allemaal geldt dat we het soms een beetje kwijt lijken te zijn. We kunnen bedroefd zijn omdat onze kinderen voorlopig niet meer op bezoek komen. Of we voelen ons kwetsbaar en bedreigd omdat we geloven dat we een lichaam zijn. Wat is het dan heerlijk als er op dat moment een broeder of zuster is die zich bewust is van jouw ware identiteit en die zich laat leiden door de Heilige Geest om precies die woorden te spreken die jij nodig hebt om je weer af te stemmen op de liefde die je bent.

Wonderprincipe 8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

 En vlak na dit achtste wonderprincipe komt nummer negen die zonder omhaal van woorden ons direct plaatst in het mysterie van Gods schepping:

  1. Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.

Halleluja! Het kan wat abstract klinken maar zodra je deze woorden van je hoofd laat binnendringen in je hart dan word je blij. Wij zijn gegeven aan elkaar. Jezus geeft zich aan ons en wij mogen onszelf geven aan elkaar. Dit is de snelweg van liefde. Dit is het heerlijke en eerlijke van verlichting: ja, het draait om ons maar niet om mij alleen. Die gedachte “mij alleen” is de illusie die het besef blokkeert van de heerlijkheid die je werkelijk bent. En de manier om dit te ontdekken? Dat is niet door je meer te focussen op isolatie, hamsteren en de anderen te zien als concurrent maar door de verbinding te zoeken, door te delen, door de ander lief te hebben gelijk jezelf. Doel en middel zijn één op deze Goddelijke leerweg; Liefde is zowel middel als doel. Door je te openen voor die ander, door niet te letten op verschillen maar door in die ander het licht te zien leer je ook jezelf kennen als Liefde.

Wonderprincipe 40. Het wonder erkent iedereen als jouw broeder en de mijne. Het is een manier om het universele merkteken van God waar te nemen.

Ieder voor zich

Zojuist las ik werkboekles 78: “Laat wonderen alle grieven vervangen”. In deze les nodigt Jezus ons uit om iemand in gedachten te nemen aan wie we ons irriteren of op wie we regelrecht kwaad zijn. Hij kent ons zo goed dat hij weet dat er direct iemand of een situatie in onze gedachten zal verschijnen. Laten we, om de gedachten te bepalen,  toch even een actueel tafereeltje schetsen. Stel, je WC papier is nu echt op en je bent van de AH, via de Jumbo naar de Vomar gelopen. Ah, gelukkig, daar staan nog 2 pakken. Je reikt al naar het voorste pak wanneer je ruw opzij wordt geduwd door een grote vent. “Aan de kant juffie, ik zag ze eerst en die zijn voor mij”. En met beide pakken in z’n winkelwagen rijdt hij verder.  Als je dit voorbeeld nog wat lacherig kan wegwuiven dan mag je het je ook dramatischer voorstellen. Je staat dan bijvoorbeeld in de rij voor brood met drie hongerige kinderen thuis als dezelfde man zijn rol als “leraar” voor je vervult. En dan lezen we in de werkboekles van vandaag:

“Laat me in deze persoon mijn verlosser zien, die U als degene aangewezen hebt aan wie ik vragen zal mij naar het heilige licht te leiden waarin hij staat, zodat ik mij aansluiten kan bij hem”.

Ik ben niet uit op goedkoop effectbejag maar probeer direct naar de kern van de Cursus te gaan. We kunnen misschien nog met moeite onze spirituele glimlach handhaven als er in onze beleving niet zo veel op het spel staat maar wat nu als het echt een kwestie wordt van “hij of ik”, van leven of dood? M’n blogs worden er niet gezelliger op, merk ik, maar uiteindelijk zullen we met rücksichtsloze eerlijkheid onze denkgeest moeten onderzoeken. Want via deze voorbeelden komen we terecht bij ons geloof in de echtheid van ons afgescheiden bestaan als sterfelijk wezentje. Hoewel we onze vergevingslessen in principe net zo goed kunnen leren in kleine kwesties, er bestaat immers geen wezenlijke rangorde in problemen, komen we er middels dit soort situaties achter hoe diep of ondiep ons geloof in onze projecties nu eigenlijk reikt.   David Hoffmeister en andere leraren kijken om deze reden samen met mensen naar speelfilms waarmee we ons kunnen verplaatsen naar heftige situaties om zicht te krijgen op onze vastgeroeste overtuigingen en angsten om deze vervolgens naar het licht te kunnen brengen.  Zolang we ons nog bedreigd voelen, zolang we de brute man als concurrent en aanvaller zien, hebben we vergevingswerk te doen. Het gevoel van aangevallen te worden is een indicator van ons geloof een afgescheiden en kwetsbaar zelf te zijn.

Het is niet de bedoeling dat we ons na de pijnlijke diagnose van “zelfgerichtheid” schuldig gaan voelen en onszelf juist gaan wegcijferen of opofferen. Het idee van het brengen van een offer is nog steeds gebaseerd op geloof in de afscheiding. Met het brengen van een offer zeg je: “ik draag jouw lijden door zelf te gaan lijden”. Daarmee bevestig je slechts je geloof dat lijden mogelijk is voor een Zoon van God, en dat is niet zo. Uiteindelijk mogen we leren dat we geen wezens zijn van vlees en bloed en dat niemand ons iets kan aandoen. Mijn uitspraak “jij doet mij iets aan” illustreert mijn eigen geloof in lichamelijkheid. Juist in extreme situaties, daadwerkelijk beleefd of ingebeeld via een film, krijgen we zicht op de diepe lagen van onze ego-programmering.

Het heerlijke nieuws is dat schuld en schaamte totaal niet nodig zijn. Geloof in schuld heeft juist geleid tot het geloof dat we gestraft dienen te worden door God, een boze buitenwereld waarin een virus rondwaart en door een man die ons ruw opzij duwt. Vanuit ons-zelf zijn we per definitie niet bereid om liefde te laten stromen naar een vermeende bruut. Daarmee menen we dit zelf immers te verloochenen en te doden, en dit kleine zelf is waar het volgens om allemaal om draait. Maar dat kleine zelf is niet echt en slechts ons geloof erin valt weg als we het spel van aanval en verdediging niet meer verder spelen. Er lost slechts een illusie op. We worden uitgenodigd om de Stem van de Vader ons te laten wakker maken. Dit gebeurt als we onze verdediging of tegenaanval even uitstellen en de werkboekles van vandaag doen. Als we bereid zijn om te kiezen voor verbinding in plaats van voor verharding, hoe onmogelijk vanuit het perspectief van ons kleine zelf ook is, zal het wonder plaats hebben en onze grieven vervangen.  Als we werkelijk slechts met liefde reageren op de angst van de man die ons wegduwt.

“God dankt jou voor deze stille momenten vandaag waarin jij je denkbeelden terzijde legde en keek naar het wonder van de liefde dat de Heilige Geest jou in plaats daarvan liet zien. De wereld en de Hemel danken je samen, want er is geen enkele Gedachte van God die zich niet verheugt nu jij verlost bent, en heel de wereld met jou.”

Laat wonderen alle grieven vervangen.

Over veiligheid en schijnheiligheid

Die run op WC-rollen was haast grappig om te zien. Waar je al niet aan denkt als “het mis dreigt te gaan”. Maar natuurlijk diende niet alleen de hygiënische stoelgang zeker gesteld te worden maar vooral de andere kant van het traject: voedsel. Wij zelf hadden afgelopen vrijdag een lege koelkast omdat we voor een weekje naar Spanje zouden gaan. Toen dat niet doorging krabde ik wel even achter de oren. Koelkast leeg, schappen leeg?

De spiritueel gewenste reactie is nu om te zeggen dat ik het allemaal mild glimlachend doorzag en me totaal niet druk maakte om dergelijke illusoire trivialiteiten. Ik merkte eerst dat ik de paniek-hamster reactie van anderen in feite veroordeelde door er lacherig over te doen. Dat is op zo’n moment een wat hinderlijke (bij-)werking van de Cursus; je hebt je eigen schijnheiligheid wat sneller door. Want onder de veroordeling van de angst van anderen zat natuurlijk mijn eigen angst. Ik vroeg aan m’n partner hoeveel WC-papier wij eigenlijk in huis hadden en lachte, eerlijk gezegd, pas toen dat er ruim voldoende bleken. Zaterdagochtend bleek ik duidelijk opgelucht dat de schappen in de supermarkt toch nog redelijk gevuld waren.

Werkboekles 77 blijkt weer eens frappant van toepassing op de huidige situatie. Jezus wijst erop dat wij onze zekerheid en veiligheid op de verkeerde plaats zoeken; bij geld, eten en medicijnen. Ik ben het vooral met hem eens als er geen vuiltje aan de lucht is. Maar nu ook m’n bescheiden aandelenpakketje aan het verdampen is, voelt dit toch ook bedreigend. We kunnen de lessen die we nog te leren hebben kennelijk niet ontlopen. Jezus ziet het zo scherp in genoemde werkboekles. Ik kan er maar het beste eerlijk over zijn en erkennen dat mijn gevoel van zekerheid samenhangt met een dak boven mijn hoofd, voldoende eten en drinken, een goede gezondheid en wat geld op de bank. De fraaie geestelijke wijsheden als “ik ben niet dit lichaam” en “niets werkelijks kan bedreigd worden” zijn vooral leuke oefeningetjes bij kleine probleempjes maar niet bij levensbedreigende kwesties. Zo schijnt het althans. Jezus adresseert dit bijgeloof van ons al bij het eerste wonderprincipe:

“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal”

Hij ziet het, zoals altijd, weer scherp. Alles is in feite terug te leiden tot onze angst voor lijden en de dood van dit lichaam. En dan zijn we bij de wortel van onze illusie aangekomen; het geloof in zonde, dus ons geloof dat we ons hebben afgescheiden van de eeuwige liefde die we zijn. Door de huidige crisis komt ons bijgeloof aan het licht. Onze hamsterneiging blijkt een poging om als zelfje controle te willen houden. Het is een vorm van verdedigen. Natuurlijk is er niets mis met zorgen voor het lichaam en boodschappen doen. Maar als we echt menen dat we afhankelijk zijn van het welzijn van dit lichaam dan geldt de oproep om te ontwaken.

De volgende, wat dramatisch klinkende, vraag kwam bij me naar boven: “Zou ik liever 90 worden en sterven als bange oude man, of als 60 jarige mijn droomlichaam rustig terzijde schuiven?”. Dit is de werkelijke kwestie. Ik geef maar even niet snel een te gemakkelijk antwoord. Kan ik weten hoe ik zal reageren als er geen bed op de I.C. voor mij beschikbaar is wanneer ik ziek en benauwd aanklop bij een ziekenhuis? “Sorry meneer Schoonderwoerd, alle bedden zijn bezet, we kunnen u niet helpen en u zult vermoedelijk verdrinken in het vocht in uw longen. Sterkte hoor!”

Ik kijk nu milder naar de hamsteraars. Mijn veroordeling van hen is slechts de veroordeling van mijn eigen angst. Ik kan ze beter als een spiegel gebruiken. Ja, broeders, ik herken jullie zorg en angst en de neiging om controle te zoeken in magische zaken. Ik weet echter dat de stervensles onafwendbaar op me afkomt, is het niet nu dan wel over een paar jaar. Wat een mooie oefening krijg ik aangeboden. Schijnheiligheid mag doorzien worden en mijn angst mag letterlijk naar het Licht gebracht worden. Heer, hier ben ik met mijn geloof in kwetsbaarheid. Ik ben bang en bezorgd en meen dat ik kan sterven. Dank u dat ik mag weten dat ik onder geen andere wetten dan die van U sta; de wet van het Leven. Ik dank U dat ik zeker mag weten dat U de angst uit mijn denkgeest zult wegschijnen als ik hierom vraag.

“Ik heb recht op wonderen” (WB 77). “Op zich zijn wonderen niet van belang. Het enige wat telt is hun Bron, die elke waardebepaling verre overstijgt” (Principe 2).

Dank broeder Jezus, dat je me beter kent dan ik mezelf ken en dat je naast me staat, nu en altijd.

Kan ik bange mensen helpen?

Deze vraag is momenteel wel erg actueel. We spraken er gisteren over in een Cursus-groep. Het is interessant om te zien hoe onze visie op de metafysica van de Cursus kan doorwerken in de houding die we aannemen in de wereld. Indien we een, in mijn ogen, te grote nadruk leggen op het eenheidsaspect van ECIW dan verloopt de redenering als volgt:

“Er is slechts één denkgeest en als ik dus bange mensen wil helpen dan zie ik in feite slechts de angst in mijn denkgeest. Er zijn immers geen anderen buiten mij. Mijn vrede is verstoord en ik heb een vergevingsles te doen. Als ik mijn geloof in de mogelijkheid van bedreiging laat genezen zal ik weer in vrede zijn en een genezen denkgeest ziet geen angst meer”

Het “toeval” wil dat we gisteravond hoofdstuk 2 uit het Tekstboek lazen. Dit begint met een prachtige beschrijving van de schepping. Vanmorgen herlas ik dit in drie versies van de Cursus:

  1. Engelse versie van The Foundation of Inner Peace: “To extend is a fundamental aspect of God which He gave to His Son. In the creation, God extended Himself to His creations and imbued them with the same loving Will to create”
  2. Nederlandese vertaling hiervan (Ons blauwe boek): “Uitbreiding is een fundamenteel aspect van God dat Hij Zijn Zoon geschonken heeft. Bij de schepping breidde God Zich in Zijn scheppingen uit en vervulde ze met dezelfde liefdevolle Wil tot scheppen”.
  3. ACIM (Complete and annotated edition): “Projection, as defined above (this refers tot he verb), is a fundamental attribute of God, which He also gave to His Son. In the creation, God projected his creative ability out of Himself towards the Sons whom he created, and also imbued them with the same loving wil lto create”

Ik spel het hier een keertje uit om te laten zien dat Jezus er in ECIW helemaal niet moeilijk over doet om uit te leggen dat God ons als Zonen heeft geschapen. In het blauwe boek wordt dit wat onpersoonlijk vertaald als “creations”(scheppingen) maar kennelijk staat in de aantekeningen van Helen Schucmann gewoon “Zonen”. Deze meervoudsvorm komt talloze keren voor in de Cursus in relatie tot Gods schepping.  Omdat wij met ons droom verstand bij “Zonen” slechts kunnen denken aan “van elkaar onderscheiden mensen” gaan we er soms heel moeilijk over doen. De redenering is dan: “Zonen, meervoud, kan niet juist zijn, er is maar één Zoon en vanuit mijn perspectief kan het niet anders dan dat ik dus die ene Zoon ben”. Het gevolg van deze “verstandelijke” benadering heb ik aan het begin van deze blog geschetst. Je focust je exclusief op het genezen van jouw denkgeest omdat er immers geen anderen bestaan.

Als we gewoon dicht bij de tekst van de Cursus blijven hoeven we ons helemaal niet in moeilijke bochten te wringen. We hebben dan te maken met echte broeders (Zonen van God) die menen dat ze door de Corona-gekte gevaar lopen. Er zijn nu twee mogelijkheden.

  1. Wij geloven dat ook nog en gaan “helpen” vanuit angst. Dan hebben we eerst de verzoening te aanvaarden voor onszelf. Onze denkgeest heeft genezing nodig.
  2. Ons bijgeloof in de echtheid van de afscheiding is genezen (we zijn niet bang meer). We zien echter Broeders die nog wel bang zijn maar herkennen deze angst als een roep om Liefde. Onze functie is om werkelijk behulpzaam te zijn. We hebben “dezelfde liefdevolle wil om te scheppen”. We zijn beschikbaar voor de Liefde (HG, Jezus) om ons duidelijk te maken wat we in deze situatie kunnen doen of juist moeten laten.

Zo simpel. We kunnen zonder probleem een roep om liefde (in de vorm van angst) herkennen en daar met liefde op reageren. God is liefde en breidt zich op wonderlijke wijze uit, wij als Zonen zijn ook Liefde en willen deze liefde ook uitbreiden. We hoeven totaal niet bang te zijn dat we de vergissing echt maken als we een roep om liefde herkennen. We geloven niet in de echtheid van de dreiging (dit is een illusie) maar zijn bewogen om de angst van onze echte Broeders en mogen als wonderwerker onze functie vervullen.

Langs dezelfde verstandelijke lijnen redenerend menen we soms ook dat God, omdat Hij immers Één is, niets mag afweten van onze angst. Natuurlijk moeten we ervoor waken om God te zien als een superman op een wolk die bezorgd kijkt naar de illusie. Maar als we niet oppassen zien we de Liefdevolle intenties van Hem ook over het hoofd als we zo “plat” denken over het mysterieuze van de schepping.

Zijn er echte problemen en lopen wij en anderen echt gevaar? Nee, dit is een illusie.  Kunnen wij of onze Vader liefdevol reageren op de illusoire angst? Goddank wel. Zijn ons dierbare blauwe boek en het dikke paarse boek niet heerlijke antwoorden die ons om deze reden geschonken zijn? Niets werkelijks kan bedreigd worden en niets onwerkelijks bestaat. En toch mochten we Zijn troostrijke woorden ontvangen. Dank U liefdevolle Vader!

Logica en liefde

ECIW is een non-duale visie, een visie die stelt dat er binnen de eenheid geen echte grenzen zijn. Als je dit eenheidsaspect toepast op alles wat je leest in ECIW dan lijkt alles glashelder te worden. Elk onderscheid wordt dan afgedaan als “denkbeeldig”. Eenheid=God=Zoon=Heilige Geest. In deze eenheid kan op geen enkele wijze dan sprake zijn van meervoudigheid. Het opvallende is echter dat Jezus in ECIW de drie-eenheid noemt (Vader, Zoon, Heilige Geest) en dat de Cursus vol staat met meervoudsvormen (Zonen, wezens, gedachten van God, kanalen) enzovoorts. Als je de eenheidsfilosofie als leidend blijft zien dan moet je al deze verwijzingen zien als “metafoor”, als beeldspraak die Jezus gebruikt om ons als het ware tegemoet te komen in onze droomwereld waarin wij nog geloven in dualiteit.

De consequenties van de eenheidsfilosofie voor wat wij gaan geloven over God, Zoon en Heilige Geest zijn groot. Alles is één en als we iets anders horen of lezen dat ons doet geloven in meervoudigheid dan moet dit snel naar het licht gebracht worden om gecorrigeerd te worden. In deze zienswijze valt vervolgens het wonder geheel samen met het corrigeren van onze foute perceptie van meervoudigheid. Onze hele aandacht dient dan gericht te zijn op het corrigeren van onze foute, duale zienswijze. Er is niemand buiten ons dus hulp vragen aan de HG is synoniem met het ons herinneren van de eenheid en er zijn eigenlijk geen broeders voor wie we waarlijk behulpzaam kunnen zijn. Wat wij menen te zien als leed buiten ons is slechts een gelegenheid om ons bijgeloof in dualiteit weg te laten schijnen door de waarheid zodat onze innerlijke vrede hersteld wordt.

Hoe wordt er binnen de eenheidsfilosofie dan aangekeken tegen Liefde? Liefde is dat wat automatisch gebeurt als we ons geloof in dualiteit opgeven. Als wij geen grenzen meer zien zouden we automatisch overstromen van liefde. De aanpak is dus, heel verstandig: eerst je perceptie corrigeren en dan verdwijn je als het ware als een golfje in de zee. Je bestaat niet meer als uniek wezen en bent teruggevloeid in de eenheid. De logica van de eenheidsfilosofie is erg aantrekkelijk voor ons juist omdat het voor ons droomverstand allemaal zo onweerlegbaar logisch is.

Als we in staat zouden zijn om deze verstandelijke eenheidsfilosofie even te parkeren en met open hart naar ECIW te kijken dan lezen we zaken die niet kloppen met onze theorie van de eenheid. We lezen van een Schepper en van een schepping. Hierin wordt van alles geschapen, gecreëerd dat, hoewel in eenheid verbonden met de Bron, toch uniek is op een wijze die wij ons niet voor kunnen stellen. Voor ons valt uniekheid samen met speciaalheid, en is dit nu niet juist dat waar ECIW ons voor waarschuwt. Dat scheppen door onze Vader is inherent aan een eigenschap die binnen de eenheidsfilosofie wat op de achtergrond is geraakt: liefde. Van deze Liefde begrijpen we weinig. Ze breidt zichzelf uit en kent zichzelf in en door deze uitbreiding als zich Zelf. De Vader heeft Zonen en ook deze Zonen scheppen op jun beurt. Wij denken bij scheppen aan veelvormigheid en bij veelvormigheid aan grenzen in tijd en ruimte die niet echt kunnen zijn. Maar het mysterieuze aspect van de Schepping is juist dat er sprake is van een soort meervoudigheid zonder grenzen; onvoorstelbaar maar waar. Iets van dit mysterie klinkt door in de begrippen Drie-eenheid maar ook in een begrip als Heilige Relatie. Bij een Heilige Relatie is er sprake van een ontmoeting van twee broeders zonder dat er sprake is van geloof in afscheiding. Boem, daar knallen de stoppen uit ons brein.

Als je ECIW wilt lezen met een eenheidsbrilletje op dan moet je honderden keren de woorden van Jezus corrigeren. En natuurlijk bedient Jezus zich van metaforen in de Cursus, bijvoorbeeld als hij stelt dat God huilt omdat Zijn Kinderen Hem kwijt zijn of dat God hierom zucht. Deze dienen inderdaad niet letterlijk genomen te worden, God heeft geen zakdoek nodig, maar Jezus wil ons iets duidelijk maken over het Vaderhart en over Liefde. En dat is wat anders dan te menen dat God geen krimp geeft om onze pijnlijke droomtoestand omdat Hij Zich er totaal niet van bewust is. We hoeven de mysterieuze heerlijke liefde niet op te offeren om onze eenheidstheologie overeind te houden.

Waarom telkens aandacht voor deze kwestie die door velen zal worden afgedaan als schijnkwestie? Voor mij heeft dat te maken met m’n liefde voor de Cursus en de verarming die ik merk als ik de Cursus herinterpreteer met een verstandelijk eenheidsbrilletje op mijn neus. Ik zie hoe mensen ingewikkelde theorieën bedenken om het wonder van die mysterieuze veelvormigheid van de Schepping maar te kunnen ontkennen. Ik zie dat er een zelf-gerichtheid kan ontstaan, een naar binnen gerichtheid die in mijn beleving tegenovergesteld is aan de uitbreidende richting van Liefde. Ik zie vooral buiten de grenzen van Nederland een vreugdevolle terugkeer naar de tekst van de Cursus zelf. Als reactie krijg ik nogal eens te horen dat men alles gewoon naar de HG brengt opdat de innerlijke vrede weer zo snel mogelijk hersteld wordt. Wie heeft de Cursus dan eigenlijk nog nodig?

Het is m’n vurige wens dat we weer zicht krijgen op de manier waarop we ECIW verschralen door onze eenzijdige non-duale blik op dit mysterieuze boek. Ik besef dat deze blog veel vragen en opmerkingen kan oproepen en daarom besluit ik met het volgende. Als je meent dat Simon problemen ziet die er niet zijn dan mag je me in m’n waan laten. Als je het totaal anders ervaart en bruist van liefde door de eenheidsfilosofie dan ben ik oprecht blij voor je. Als je echter een vreemde blijdschap voelt opborrelen dan hoef je niet bang te zijn dat dit een terugval van kinderlijk ego-denken betreft. Mogelijk weet je diep van binnen dat Jezus direct tot je spreekt in ECIW en precies zegt wat hij bedoelt. Hij heeft geen tolk nodig die aangeeft dat hij eigenlijk iets anders bedoelt dan hij zegt. Lees de Cursus onbevangen.

Veel meer over deze kwestie staat in het boekje “One Course, Two Visions”, helaas alleen in het Engels verkrijgbaar. Wie dit boekje toch leest en erover wil praten of schrijven met me is daartoe van harte uitgenodigd. Ik wens jullie de liefde die we zijn.

Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?

Vanmorgen kreeg ik een reactie op één van m’n blogs van een dierbare Christelijke broeder. Hij herkende zich niet in woorden die ik had gebruikt in verband met het klassiek Christelijk geloof; woorden als angst, twijfel en schuldgevoel. Hij gaf aan dat hij de striemen van Jezus interpreteert als belangrijk voor onze genezing en onderdeel van de overwinning op het rijk van de duivel.

Het eerste wat bij me opkwam was de vraag of hij ECIW kent. Maar dat doet er hier niet zo veel toe. Deze man ervaart zijn geloof als verrijkend en meent dat ik er een verkeerd beeld van schets. Vervolgens neemt hij de moeite om me erop te wijzen dat hij het kruisigingsverhaal van Jezus als goed nieuws ervaart. Kennelijk worden we er allebei blij van terwijl we de kruisdood toch geheel verschillend interpreteren. Voor hem is onze schuld nu vereffend en de duivel verslagen. Voor mij is het geloof in zonde, schuld, angst, door en de duivel nu ontmaskerd als bijgeloof.

Voor mij roepen woorden als striemen en duivel en de hele christologie van het dragen van straf door Jezus nare beelden op. Voor hem niet. Ik bracht zijn mail naar de Heilige Geest en heb de schrijver kort bedankt voor zijn reactie en aangegeven dat mijn visie wat anders is. Het viel me op dat ik niet de behoefte kreeg ECIW uit te gaan leggen. Als iemand niet lijdt aan zijn geloof en het juist als bevrijdend ervaart; wie ben ik dan om hierin te gaan zitten roeren?

Het voorval deed me denken aan mijn schrijven over het gebruik van meervoudsvormen in ECIW (bijvoorbeeld Zonen van God). Ook hierover verschillen sommige lezers met me van mening. Hiervoor geldt wat mij betreft hetzelfde: als woorden die voor mij vervelend klinken voor anderen juist bevrijdend zijn dan is er niks aan de hand. Mijn blogs over dit thema zijn bedoeld voor broeders en zusters die juist niet blij worden van de manier waarop soms in Cursus-kringen gesproken wordt over onze relatie met Vader, Heilige Geest en met onze Broeders.

In deze kwestie komt er nog een extra leermoment voor mij bij. In het voorbeeld van mijn Christelijke broeder gaat het om iemand die, voor zover ik het kan inschatten, de Cursus niet of nauwelijks kent. Bij de “Zonen-gedachtewisseling” reageren echter vrienden die wel bekend zijn met ECIW. Ik merkte dat ik niet zoveel moeite had met opmerkingen met de strekking van “dat zie ik anders”. Lastiger vond ik het om niet te blijven haken aan teksten met de strekking “dat zie je verkeerd” of “dat staat niet in de Cursus”. Omdat ik me hierdoor aangevallen voelde (ik ervoer: “je leest niet goed en je snapt het niet, sukkel!”). Nu had ik eerst m’n vergevingsoefening te doen. Gelukkig krijg ik de neiging om me te verdedigen nu sneller in de smiezen dan vroeger en kan ik dit naar de liefde brengen.

De vraag dient zich aan of ik gelijk wil krijgen of vrede ervaren. Dat lijkt gemakkelijker dan het voor me is. Mijn eerste reactie is net zoals die op de klassiek Christelijke visie.  Vroeger was ik daar feller in en wilde ik het, in mijn ogen, negatieve Godsbeeld eens en voor altijd corrigeren en vervangen door dat van een liefdevolle Vader. Nu ben ik blij als mensen die het klassieke Godsbeeld als knellend ervaren iets hebben aan de visie van ECIW; m’n wat megalomane bekeringsneiging voor de hele Christelijke gemeenschap is afgelopen. Indien echter iemand aangeeft dat ECIW onzin is of werk van de duivel dan neig ik er toch naar om in de pen te klimmen. Misschien niet alleen voor de schrijver zelf maar ook voor de meelezers. Ik wil dan ook voor hen behulpzaam zijn zodat ze niet vasthouden aan de angst omdat ze bang zijn deze los te laten.

Zoiets ervoer ik ook in de Zonen-gedachtewisseling. Deze is bedoeld voor broeders en zusters die last hebben van uitspraken als “er is geen ander”. M’n blogs hierover zijn niet bedoeld voor mensen die door deze woorden overstromen van liefde en geluk. Helemaal goed, niks maar aan doen, zou ik willen zeggen. Als er geen lijdensdruk is dan is er ook geen motivatie om een andere visie te overwegen. Maar ook hier valt het me lastiger om het los te laten als ik meen dat de meelezers de kans ontnomen wordt op een, in mijn optiek, blijere visie.  Ik wil schrijven voor mensen die last hebben van een knellende visie; of dit nu de klassiek Christelijke versie is of een bepaalde visie op ECIW.

Voor mij is dan de vraag: waar eindigt het “waarlijk behulpzaam willen zijn’ en gaat het over in “gelijk willen hebben”? Net zo min als ECIW gedragsregels geeft, is ook hier geen pasklaar antwoord te geven maar zal het in elk ogenblik naar de liefde gebracht moeten worden voor leiding. Het is een heerlijke oefening voor me met veel aspecten. Soms mag ik snel een kwestie laten rusten, de Heilige Geest is godzijdank niet afhankelijk van mijn pen maar heeft talloze opties. Maar soms is “laten rusten” juist een vlucht omdat ik bang ben om als drammer gezien te worden. Gelukkig was het niet Jezus’ doel in ECIW om iedereen te vriend te willen houden. Hij zocht niet de goedkeuring van anderen maar volgde de Wil van zijn Vader.  Het is zo mooi dat ik zojuist nadacht over het einde van deze blog. M’n hand slaat de bladzijde van ECIW om en ik lees (WB71):

Wat wilt U dat ik doe?
Waarheen wilt U dat ik ga?
Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?

Het ontroert me. Dank U lieve Vader.

Woorden om liefde te laten stromen.

Waar gebruiken we woorden voor? Om te beschrijven hoe het zit? Wat de waarheid is? De Cursus is hier helder over: we kunnen niet leren wat liefde is maar we kunnen wel de obstakels voor de liefde opruimen. Het belangrijkste obstakel is ons geloof in afgescheidenheid. Voorbeelden hiervan zijn het klassieke Godsbeeld waarin God wezens zou hebben geschapen die rondlopen in beperkt houdbare vleselijke lichamen. Het geloof dat deze wezens los van Hem zouden kunnen bestaan en los van elkaar. De correctie van dit beeld is een belangrijk doel van ECIW. De metafysica van de Cursus heeft dus geen ander doel dat dit: blokkades voor liefde opruimen. Ze heeft niet tot doel de waarheid vast te willen leggen in een nieuwe theologie, in een nieuw model van hoe alles in elkaar zou zitten. Anders geformuleerd: ons verstand dient slechts dienstbaar te zijn aan ons hart, aan de liefde en niet de hoofdrol op te eisen.

Een heerlijke manier om de waarde van ons menselijk denken te relativeren is om de grenzen ervan op te zoeken. Een belangrijk fundament van ons verstandelijk denken noem ik wel eens het of-of denken. Wij willen kiezen; of dit is waar of dat is waar. Het zit dus zus of het zit toch zo. Jezus legt in ECIW een liefdesbom onder deze vorm van denken. Dat gebeurt ook in de metafysica die hij ons geeft. Jezus wijst op de Eenheid. Voor ons of-of denken is hiermee de kous af: als er alleen eenheid is dan bestaat er niks anders. En nu komt het. Want is dit nu zo? Ja en nee. Ja, er is niks wat inherent van God verschilt. En nee, want Liefde kan zich uitbreiden in de Schepping en een Zoon maken en een Heilige Geest. Zijn deze anders dan God, die niet voor niks ook Vader wordt genoemd? Nee, ze zijn niet anders in de betekenis van ons denken. Maar zijn Zoon en Heilige Geest dan slechts tijdelijke symbolen die we weer mogen vergeten. Nee, dat ook niet, het zijn werkelijke Goddelijke Entiteiten, totaal één met de Vader maar niet “in een reciproke relatie” met Hem; dus God is de Bron en dit geldt niet voor Heilige Geest noch voor de Zoon.

Waarom is dit belangrijk voor ons om te horen van Jezus? Houd het doel van de Cursus in gedachten: we mogen weer ontdekken dat we Liefde zijn. De werkboekles (67) van vandaag luidt niet voor niks: Liefde schiep mij als zichzelf. Zoals zo vaak bevat dit ene kleine zinnetje zoveel diepgang. Ben ik liefde? Jawel, maar Liefde heeft mij ook geschapen, het is mijn Bron. Verschil ik dan van de deze Liefde? Nee, want ze schiep me als zichzelf, maar ja, want zij is de Bron waaruit ik voorkom en is daarom het Enige waarvan de Cursus zegt dat we erop mogen reageren met eerbied.

Ik merk dat het ongemerkt toepassen van of-of denken een nieuwe blokkade voor de liefde kan opwerpen. Omdat dit denken niet om kan gaan met de mysterieuze waarheid van de Schepping als uitbreidende Liefde slaat ze deze als het ware plat tot een theologische pannenkoek. Voor dit denken is het klip en klaar: als we één zijn (de Zoon van God) dan zijn we dus niet met meerdere Zonen van God. Of, als er sprake is van eenheid dan zijn wij dus aan God gelijk. Of, als er alleen maar eenheid is dan is er niemand buiten ons om te helpen en is de Heilige Geest slechts onze herinnering aan God. We raken zo snel het wonder van het mysterie kwijt:

  • Ik ben als Kind van de Vader Goddelijk maar ik ben niet God
  • De Zonen van God zijn één Zoon, niet te onderscheiden maar toch ook meervoud
  • De Heilige Geest is in mij, in eenheid verbonden, maar valt niet samen met mij.

Voor mij is de metafysica belangrijk om op terug te vallen als ons of-of denken de stroom van liefde gaat verstoren. Voor mij gebeurt dit als ik uitspraken hoor die in mijn optiek te eenzijdig focussen op de Eenheid waarbij de Liefde uit beeld dreigt te raken. Want ja, wij zijn één maar ons doel is om de blokkades voor de liefde op te ruimen door te vergeven. Vergeven is het naar het licht brengen van deze blokkades, van ons geloof in afgescheidenheid, opdat de liefde weer gaat stromen.

In Gods Schepping stroomt de Liefde binnen de eenheid zelf, van Vader naar Zoon, van de ene Zoon naar de Ander. Zo kent Liefde zichzelf als Liefde.

Het kan zijn dat je merkt dat de focus op eenheid jouw geloof in eenzaamheid en zelfgerichtheid hebben versterkt. Wat moet ik doen in een wereld en anderen die niet echt zijn? Negeren? Boven het slagveld zweven? Afstandelijk lachen en me richten op innerlijke vrede en onverstoorbaarheid? Voor alle broeders en zusters die last hebben van een onnodig knellende of-of eenheids-metafysica wijs ik er vaak en graag op waar het steeds om draait: om Liefde. Hoe het geformuleerd wordt zal me worst wezen. De vraag is slechts wat de woorden met ieder van ons doen, of ze voor ons werken. Als “er zijn geen anderen buiten mij” en “hoed u voor de weldoeners” voor jou werkt omdat je hierdoor realiseert dat je innig met alles en iedereen verbonden bent: prachtig! Als “God weet niets van deze wereld” voor jou de heerlijke kanalen van liefde opent: wees dankbaar. Als “de Heilige Geest is slechts een symbool” jou helpt om werkelijk behulpzaam te zijn: fantastisch.

Maar als dat niet zo is weet dan dat Jezus zich in de Cursus zonder schroom en terughoudendheid bedient van woorden en begrippen waar ons of-of denken problemen mee kan hebben. Ik geloof dat Jezus ons in ECIW precies die woorden biedt die voor de uitbreiding van liefde nodig zijn. Zorgvuldig gekozen woorden van eenheid en woorden van liefde. Hij heeft niemand nodig die voor hem gaat uitleggen wat hij nu eigenlijk bedoelt. Hij is één en al helderheid en één en al liefde. Ik ben hem dankbaar hiervoor.

Liefde schiep mij als zichzelf.

Heiligheid schiep mij heilig.
Vriendelijkheid schiep mij vriendelijk.
Behulpzaamheid schiep mij behulpzaam.
Volmaaktheid schiep mij volmaakt

Over de Zonen en het Zoonschap

Afgelopen week ging het inde FB-gesprekken een paar keer over “Zonen”, meervoud dus. Ik gaf aan dat ik het bevrijdend vind om als Jezus in ECIW spreekt over Zonen dan ook hierover te denken in termen van meervoud. Natuurlijk besef ik dan dat er tussen deze Zonen geen grenzen bestaan, dat is juist het bijgeloof van deze Zonen wat vergeven mag worden. Door vergeving kunnen we merken dat het een mysterie is; we zijn niet hetzelfde als de andere Zonen van God maar toch in eenheid met hen verbonden. Ik schreef dat Robert Perry ook deze woorden van Jezus neemt zoals ze er staan terwijl Ken Wapnick een, in mijn ogen, ingewikkelde verklaring heeft over één Zoon die zich verstopt in verschillende lichamen. Dus bij hem zijn “zonen” in het meervoud een illusie.

Dit lijkt haarkloverij maar ik schrijf erover omdat ik merk dat we toch meer beïnvloed worden door zo’n ogenschijnlijk detail dan we denken. Dit illustreerde ik aan een veel gehoorde uitspraak: “Het gaat er slechts om je eigen denkgeest te corrigeren, er zijn immers geen anderen buiten jou”. Aan de ene kant klopt dit als we ermee bedoelen dat we niet gescheiden zijn van anderen (dat noem ik het mysterie van de Schepping: we zijn de Zonen van de Vader en toch één). Maar aan de andere kant merk ik dat we ook kunnen vervallen in een soort nihilistische versie van ECIW waarbij het uitsluitend draait om het corrigeren van onze eigen perceptie. Dit corrigeren is belangrijk maar het risico ligt op de loer dat we zelfgericht worden. Waarom zouden we ons uitstrekken naar anderen als die er eigenlijk niet zijn? Als het bedenksels zijn? Het maakt voor mij, en ik vermoed ook voor anderen, toch uit of ik anderen beschouw als echte Broeders met wie ik in heilige relatie verkeer of als projecties. Daarom reageer ik ook als mensen lacherig doen over leed wat ze op tv zien. Dat doe je sneller als je de ander ziet als projectie dan wanneer je beseft dat je met een heuse Broeder te maken hebt.

Ik zou hier veel meer over kunnen zeggen maar heb dat reeds gedaan in “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”(zie svp mijn website www.eciwcoach.com) . Voor diegenen die twijfelen of er in de Cursus nu echt wel over Zonen wordt gesproken heb ik hieronder een stukje geschreven gebaseerd op “On Course, Two Visions). Eerst een belangrijke tip voor iedereen die meent dat ik anderen wil overtuigen van “mijn gelijk”:

Het is totaal schuldeloos wat je gelooft of denkt. Maar als je merkt dat voor jou de liefde niet echt gaat stromen door uitspraken als “er zijn geen anderen” of “God weet niets van deze wereld” dan mag je weten dat Jezus in de Cursus veel minder bang is om te spreken over een betrokken Vader en over Broeders dan sommige Cursus-leraren.

Uit “One Course, Two Visions”:

De Cursus spreekt talloze malen (bijna 100 keer) over door God geschapen Zonen in de hemel, in meervoud dus. Wanneer het gaat over de hemelse staat kun je bijvoorbeeld het volgende lezen (Txt-4 VII. 5:1):

God, die alle zijn omvat, heeft wezens geschapen die elk voor zich alles hebben, maar die dat willen delen om hun vreugde te vergroten.

Deze zonen staan niet apart. Paradoxaal genoeg is er sprake van meervoudigheid en toch van eenheid. We zien die paradox ook terug in de volgende passage, die de eenheid van één Zoon benadrukt maar vervolgens over deze Zoon spreekt als een geheel dat bestaat uit meervoudige scheppingen, Zonen, of delen: (Txt-2 VII.6:1-3):

Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.

Zijn we de afscheiding begonnen als één Zoon of als vele Zonen? ECIW beschrijft dikwijls over Zonen in meervoud reeds voor de afscheiding. We zien dit bijvoorbeeld in twee passages die gaan over Gods gewaarzijn van de afscheiding. Twee citaten:

Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.(Txt-4. VII. 6:7)

Wat God wel weet is dat Zijn communicatiekanalen niet voor Hem openstaan, zodat Hij Zijn vreugde niet kan meedelen en weten dat Zijn kinderen een en al vreugde zijn. Het schenken van Zijn vreugde is een doorgaand proces, niet in de tijd maar in de eeuwigheid. Wanneer het Zoonschap niet als één met Hem communiceert, wordt Gods uitbreiding naar buiten, maar niet Zijn compleetheid, belemmerd. En dus dacht Hij: ‘Mijn kinderen slapen en moeten worden gewekt.’ (Txt-6. V.1:5)

 Zie je de meervoudsvorm in al deze passages? Wat scheidde zich af van God? “Zijn kanalen”, “denkgeesten”, “communicatiekanalen”, “Zijn kinderen”, “het Zoonschap”, “Mijn kinderen”. Er staat niet: “Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer zijn kanaal gesloten is, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeest die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceert”.

De meervoudige Zonen toont zich later als meervoudige mensen. Als de Cursus ons toespreekt zoals wij op aarde rondlopen noemt ze ons Gods Zonen, soms zelfs “gescheiden Zonen”. Voorbeeld: (Txt 2-II 7:2):

De Verzoening vergt je totale inzet. Misschien denk je nog steeds dat dit gepaard gaat met verlies, een fout die alle afgescheiden Zonen van God op een of andere manier maken.

Het zal duidelijk zijn dat de “je” in dit citaat één van de afgescheiden Zonen van God voorstelt. Je lichaam en je persoonlijkheid mogen dan illusies zijn, maar de “jij” die zich hiermee identificeert is een echte Zoon van God. <einde citaat>

 

Een eind aan conflict

Het is meer dan verbazingwekkend om “de liefde aan het werk te zien”. Eerst gisteren in een fijne Zoom-meeting. Een lieve zuster brengt een vraag naar voren maar beantwoordt deze als het ware, hardop en geïnspireerd, zelf. Het gaat niet om de vorm die haar vraag had aangenomen maar om de inhoud. En op dat inhoudsniveau worden de andere aanwezigen van de groep ook aangesproken en mogen zij ook de genezing beleven van een het bijgeloof in afscheiding. Op zo’n moment is het een voorrecht om getuige te mogen zijn van genezing vanuit eenheid.

We spraken ook over een blog die ik had geschreven waarbij ik stelde dat ik het fijn vind dat Robert Perry een wat andere insteek heeft bij het uitleggen van ECIW dan Ken Wapnick. Robert Perry geeft in zijn uitleg ruimte aan dat mysterie dat stelt dat de eenheid niet verloren gaat door de schepping. Liefde breidt zich uit door te scheppen en maakt bijvoorbeeld Zonen van God, meervoud dus. Ken Wapnick, schreef vooral in een periode waarbij hij een te duaal Gods- en scheppingsbeeld wilde corrigeren. Hij hamert op de eenheid die nog altijd bestaat ondanks de schepping. Ik blijf soms aan zijn formuleringen hangen en reageer hier dan weer op. Ook dit zal een functie hebben.

Op de FB pagina kreeg ik hierover ook een fijne reactie van een lieve zuster. Samenvattend schreef ze: “Ik begrijp wat je zegt en zie ook het gevaar van eenzijdigheid maar toch voel ik dat er mogelijk geen wezenlijk verschil is tussen de visie van Ken en die van Perry”. Wat mooi. Wat kan het heilzaam zijn om zonder oordeel, verschillende visies binnen te laten komen. Het hart juicht hierdoor.

Het wonder van genezing zette zich vanmorgen vroeg verder door toen ik de werkboekles van vandaag las (WB64): Laat me mijn functie niet vergeten. Momenteel houdt de kwestie van de slechtheid van de wereld me nogal bezig. Hoe zit dat nou? Aan de ene kant lees ik dat we als Zoon van God de wereld projecteren om ons afgescheiden te wanen. Direct trekt m’n verstand de conclusie dat de wereld dus onecht is en een nare plek om te zijn. Aan de andere kant is de wereld (en ons lichaam) neutraal en geven we het zelf alle betekenis die het voor ons heeft: als bewijs van de afscheiding of als communicatiemiddel voor de liefde.

Deze kwestie intrigeert me ook in het kader van A Course of Love (ACOL). Deze spreekt over “The elevated form of Self”. Critici uit ECIW-hoek grijpen deze term soms aan om te waarschuwen tegen het duale karakter van ACOL. Ik zie dit niet zo en meen dat dit boek niet wezenlijk anders over de wereld en over lichamen praat dan ECIW. Ook nu is er sprake van accentverschillen die, naast elkaar gelegd in plaats van tegenover elkaar, helend en genezend werken.

Bij ECIW ligt het accent in de eerste plaats op de manier waarop wij de geprojecteerde wereld en daarmee ons lichaam gebruiken om ons geloof in afscheiding te bekrachtigen. Logisch dat we nu gaan denken over de wereld als “een slechte en nare plek, bedoeld om God aan te vallen”. Bij ACOL wordt gesteld dat we ons als Zelf, vanuit de Christus die we zijn, liefdevol kunnen en willen uitdrukken, ook in de droomwereld van tijd en ruimte. Hierbij ontstaat het beeld van een creatieve Zoon die als het ware kan spelen met vorm, zonder deze als bewijs voor afscheiding te zien.

Mijn verstand wil dan weten “hoe het nu zit”. Heeft ECIW gelijk of ACOL? Is de wereld nu een vergissing die gecorrigeerd moet worden of een heerlijke paradijselijke speelplaats? En dan weer die wonderlijke samenloop van omstandigheden, me door de Heilige Geest aangeboden in de werkboekles waarin ik lees:

“Niets wat de ogen van het lichaam schijnen te zien, kan iets anders zijn dan een vorm van verzoeking, aangezien dit nu juist het doel van het lichaam was..”

“Zie je nu wel!”, roept m’n verstand: ECIW heeft gelijk en die buitenwereld is kwalijk en verleidelijk, een oord bedoeld voor narigheid. Maar dan gaat Jezus verder in dezelfde alinea:

“Toch hebben we geleerd dat de Heilige Geest voor alle illusies die jij gemaakt hebt een andere toepassing heeft en daarom ziet Hij er een ander doel in. Voor de Heilige Geest is de wereld een plaats waar jij leert jezelf te vergeven wat jij als je zonden beschouwt. Zo bezien wordt de fysieke verschijningsvorm van verzoeking de geestelijke erkenning van verlossing.”

 Jezus legt er direct een andere visie naast, de visie van de Heilige Geest. “Zo bezien wordt de fysieke verschijningsvorm van verzoeking de geestelijke erkenning van verlossing”. Laat dit nu precies zijn wat ACOL benadrukt. De HG kan wonderen door ons aanbieden aan de wereld en daarbij de fysieke verschijningsvorm gebruiken. ACOL zegt dat we de liefde vorm mogen geven in de wereld door onszelf te herinneren dat we de Christus zijn, liefde. We mogen daarbij als fysieke verschijningsvorm (elevated form of Self) ons fysieke lichaam gebruiken om waarlijk behulpzaam te zijn. Laat me mijn functie niet vergeten. Het doel is niet om fysieke lichamen als echt te gaan zien of om de ellende die we menen te zien “echt te gaan maken” maar om liefde te laten stromen dwars door de droomwereld heen.

Wow! Wat zijn we toch geneigd tot strijd en oordeel, tot het aangaan van godsdienstoorlogen. Wie heeft er gelijk? Wat is de waarheid? Nu blijkt dat middelen en woorden (de vormen zelf) er niet toe doen maar dat het slechts draait om de uitkomst die tevens onze functie is. Het gaat om de vraag of we meehelpen aan de uitbreiding van liefde, Gods scheppingsplan.

“Liefde, hier zijn we. Stroom door ons heen, gebruik ons en laat ons onze functie vervullen.”

Het Corona-virus

Er is aardig wat rumoer rondom het Corona-virus. Gisteren spraken we er over met een groepje cursus-studenten. Hoe kunnen we vanuit de Cursus kijken naar de heisa rondom dit virus? Ook nu kan het weer behulpzaam zijn om hierin twee niveaus te onderscheiden. Eerst maar eens niveau-II, het niveau dat wij zien als ons gewone leven hier in de droomwereld. Op dit niveau zit de angst er goed in zoals blijkt uit de overdaad aan berichtgeving. Vrijwel iedereen voelt zich bedreigd en ziet op het journaal hoe het virus opduikt in steeds meer landen, nu ook in onze buurlanden. Op dit niveau is een rationele, stoïcijnse, aanpak wellicht het handigst. Hierbij kijk je zo nuchter mogelijk wat er aan de hand is. Je stelt dan vast dat, ondanks alle media-aandacht, het nu gaat om een nare griep waarbij ouderen en fysiek zwakkeren zelfs kunnen overlijden. Je kijkt ook wat je nu kunt doen en dat is niet zo veel. Als je op reis moet dan volg je het reisadvies van de overheid en als het virus ook Nederland aandoet dan is regelmatig handen wassen en afstand houden zo’n beetje het enige wat zinvol is. De Stoïcijnen, een filosofische stroming van meer dan 2000 jaar oud, gaven al het rationele advies om je geen zorgen te maken over zaken die je toch niet kunt beïnvloeden. Zelfs op dit niveau-II kunnen we zien dat de angst die nu menigeen naar de strot vliegt niet echt rationeel is. In Europa komen jaarlijks per miljoen inwoners ongeveer 50 mensen om het leven als gevolg van een verkeersongeval, en dan heb ik het nog niet over het aantal gewonden. Boezemt dit ons grote angst in als we ’s ochtends in de auto of op onze fiets stappen?

Waarom nu dan toch die bovenmatige angst voor dit virus? Dat heeft te maken met ons gevoel dat we geen controle menen te hebben over de situatie. Ik ken dat effect natuurlijk zelf ook. Elke keer als ik een vliegtuig in stap heb ik het gevoel dat ik mijn lot in handen leg van mensen en gebeurtenissen waar ik geen invloed op heb. De kans op overlijden door een vliegtuigongeluk is echter vele malen kleiner dan de kans dat ik sneuvel in het Nederlandse verkeer.  Hierbij loop ik dus tegen de grens aan van de kalmerende werking van rationeel denken. Ik weet dat vliegen één van de veiligste manieren van transport is en toch blijf ik hiervoor wat angstig. Nu over naar niveau I.

Want wat lijkt er gebeurd te zijn toen we gingen geloven in de afscheiding? We menen dat we erin geslaagd zijn ons los te denken van de eenheid en liefde die we zijn. We menen nu dat we een afgescheiden zelf zijn, kwetsbaar en sterfelijk. Als gevolg van dit geloof voelen we ons bedreigd door “de buitenwereld”. Dit kunnen we ruim zien; door God, door pijn, ziekte, nare mensen, oorlog, geldgebrek en nu dus ook het Corona-virus. Op het moment dat we gingen geloven dat we een afgescheiden zelfje waren begonnen we ook geloof te hechten aan het idee van aanval en verdediging: de ellende buiten ons wil ons aanvallen en wij moeten ons zo goed mogelijk verdedigen om veilig te blijven. Kortom: we geloven dat we doenertjes zijn en dat we iets moeten- en kunnen doen om onze veiligheid te waarborgen.

En nu komen de lijntjes bij elkaar want zodra we dus het gevoel krijgen dat we niets of weinig kunnen doen om onszelf te beschermen (vliegreizen, Corona-virus) laait de angst op. In feite worden we nu heel duidelijk geconfronteerd met ons diep ingebakken bijgeloof: ik ben een sterfelijk en kwetsbaar lichaam en ik moet me verdedigen om te overleven. Nu ik niets meer kan doen ben ik in mijn beleving dus echt totaal het slachtoffer van de bedreigende wereld die ik zie. Oftewel; we ervaren haast doodsangst.

Wat kunnen we dan doen? Deze vraag is ten diepste juist het probleem. Het antwoord is namelijk dat we moeten gaan leren dat we geen doenertjes zijn en dat we niet bedreigd kunnen worden. Het helpt hierbij als we ons niveau-II denken laten corrigeren door de Cursus. Hiertoe is vrijwel elke Werkboekles bruikbaar. Drie voorbeelden:

  • Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wie ik ben, zo schiep God mij.
  • Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie.
  • In mijn verdedigingsloosheid ligt mijn veiligheid.

Heerlijke lessen en, zoals gezegd, er zijn vele andere behulpzame teksten. In eerste instantie kunnen we deze lessen gebruiken om ons niveau-II denken te corrigeren. Maar ook nu geldt dat deze correctie niet veel zal doen om ons te kalmeren als ze beperkt blijft tot, zeg maar, ons oppervlakkige verstand: “ik weet dat vliegen veilig is, maar toch blijf ik bang” en “ik weet dat ik niet dit lichaam ben, maar toch blijf ik bang”. Vergeven gaat dieper dan een verstandelijke correctie en het wonder van genezing van de denkgeest is meer dan een (angstig!) herhalen van affirmaties.

De uitnodiging is om stil te worden en niet direct weg te willen rennen van de angst. Je vlucht immers alleen wanneer je de dreiging als écht ziet. Vanuit niveau-I bezien, het enige niveau dat bestaat en ertoe doet, is er echter geen dreiging. Dus word stil en ga eerst naar die angst toe. Maak er contact mee en wees niet bang voor de angst. Deze angst is er immers al en kan je helpen om je duidelijk te maken dat je nog gelooft in de afscheiding, in lichamelijkheid en kwetsbaarheid. Dit kan oncomfortabel en “onnatuurlijk” voelen. Het ego schreeuwt: “wegwezen, rationeel zijn, gooi er affirmaties tegen aan om zo snel mogelijk vrede te ervaren”. Maar eerst moeten we stil worden en doorvoelen. Vervolgens nodigen we Jezus (de Liefde, de Heilige Geest) uit en we bidden:

“Heer ik geloof dat ik bedreigd wordt en ik ervaar grote angst en ongerustheid. Ik geloof in afgescheidenheid, kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Ik nodig u uit om mijn denkgeest te genezen. Ik wil deze situatie anders zien, door uw ogen van liefde. Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.”