imageDe herhalingsles van vandaag wijst op de eenheid. Lees bijvoorbeeld maar eens de tekst achter “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten”

Het viel me op hoe het ego telkens de uitspraken uit de Cursus naar zich toe trekt. Van de zojuist geciteerde zin maakt het ego: “als ik kwaad ben zorg ik er voor dat andere mensen ook kwaad worden maar als ik lief ben roep ik liefde op in andere mensen”. Dat klinkt best wel holistisch en spiritueel en binnen de droom klopt het ook wel een beetje. Toch begeven we ons via deze denklijnen makkelijk op glad ijs want heel snel besluiten we dat we dat ik en jij echt zijn en dat we verantwoordelijk zijn voor de gevoelens van andere mensen. Zodra we ons afgescheiden en verantwoordelijk voelen ligt het schuldgevoel op de loer. “Hé, ik doe het niet goed en zuig andere mensen mee in mijn negativiteit”. We maken van onszelf het afgescheiden centrum van het universum dat verantwoordelijk is voor alles en iedereen om ons heen.
Maar vindt de Cursus dit dan ook niet? Ik ben het toch die de projecties maak en daarmee word ik toch automatisch verantwoordelijk? De adder onder het gras is dat we er hierbij steeds van uit gaan dat er een “ik” bestaat die ook nog eens kan besluiten wat hij gaat projecteren. Ik zou kunnen kiezen voor het maken van positieve of juist van negatieve gedachten. Dit is haast een vorm van grootheidswaanzin.
Toch staat in het Cursus-citaat “mijn gedachten”. Hoe zit dat dan? Deze “mijn gedachten” zijn gedachten waarmee ik me identificeer. Als er een gedachte van boosheid voorbij drijft in bewustzijn dan is er helemaal niks aan de hand. Zoals alles in de denkbeeldige buitenwereld zijn gedachten op zich neutraal. Wij geven zelf betekenis aan wat we menen waar te nemen. Pas als ik een gedachte serieus neem en hem mij toe-eigen heb ik er geloof aan gehecht en besluit ik dat ik boos ben. En eerlijk gezegd doet het ego dit dolgraag. Het vindt het heerlijk om zich te identificeren met gedachten omdat het hiermee zijn denkbeeldige “ik-zijn” bevestigt. Tolt het al een beetje? Dan terug naar het Cursus-vervolg na het genoemde citaat:
“Ik ben in niets alleen. Alles wat ik denk, zeg of doe onderricht heel het universum. Een zoon van God kan niet vruchteloos spreken of handelen. Hij kan in niets alleen zijn. Het ligt daarom in mijn macht om ieders denken tezamen met het mijne te veranderen, want aan mij is de macht van God.”
Weer raakt het ego in de war. Hier staat toch wel degelijk dat ik denk (zeg of doe)? Zie je wel, ik kan toch denken. En het ego zwelt nog verder op want “mij is de macht van God”. Dan maar even terug naar Werkboekles 4: “Deze gedachten betekenen niets”. En de zin die hierna staat illustreert wat ik eerder schreef: “De gedachten waar ik me van bewust ben, betekenen niets omdat ik probeer te denken zonder God. Wat ik “mijn” gedachten noem, zijn niet mijn werkelijke gedachten”.
En dit brengt ons op het spoor van “werkelijke gedachten”. Wat zijn dat voor gedachten? Hoe moet ik die denken? Wat wij onze gedachten noemen zijn een soort geestelijke schijnbeelden met een bepaald vorm. Ze hebben de denkbeeldige dimensies ruimte en tijd nodig om te kunnen bestaan. Het zijn wolkerige flarden waaraan we vastgeplakt lijken te zitten. Dat is die identificatie waar ik het over had. Nogmaals; wat zijn dan gedachten die ik denk met God? Zijn dat vriendelijke gedachten? Gedachten over vrede en liefde? Bijna. Deze kwaliteiten zijn de afspiegelingen van Gods gedachten in onze gelukkige droom. Maar Gods gedachten gaan ons voorstellingsvermogen te boven. Ze zijn eeuwig, vormloos en worden opgemerkt als wij ervoor kiezen om de flarden van gedachten in onze geest niet langer te geloven. We hoeven deze flarden niet weg te drukken maar we gaan er niet meer in mee. En daarin zit hem de crux. We hebben niet echt de macht om de gedachten te denken die we willen denken maar wel om de gedachten die we voorbij zien komen al dan niet te geloven, serieus te nemen. En als we het geloven van deze  beelden achterwege laten en ons rustig openstellen voor een ander geluid, dan verschijnt er vanzelf de kwaliteit van vrede. Dan valt die vraag over het beïnvloeden van “anderen” met “onze gedachten” weg. Want in die stilte worden gedachten niet serieus genomen en vallen het ik-gevoel en denkbeeldige grenzen tussen jou en die ander weg. Dan groeit het besef hoe de openingszin bedoeld is: “Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten”. Want je ziet dat de hemel open gaat, nee, al open was, en dat het licht schijnt op alle denkbeeldige vormen. Dan laat de zin zich als volgt begrijpen: het geloof in mijn gedachten bevestigde slechts de illusie van ik versus jij. Nu ik dit geloof loslaat en me open stel voor liefde wordt er gezien dat er geen grens bestaat tussen ik en jij. Dat we waarlijk één zijn en verbonden in Liefde. En de aard van Liefde is dat zij zich uitbreidt. En daar kunnen we vanuit ons duale denken niet meer bij. Schepping.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s