Als de rook om je hoofd is verdwenen

als de rook om je hoofd is verdwenenIk word wakker en hoor de wind gieren om het huis. Het is nog donker in huis. Duistere gedachten dringen de denkgeest binnen. Het onafwendbare verlies van een leuke, goedbetaalde baan door gezondheidsproblemen. De komende donkere maanden waarin ik de afleiding van de problemen niet meer buiten in het zonnetje kan zoeken. Dit alles wordt vanmorgen nog eens opgefleurd met een zeurende koppijn.

En zo zwelg ik nog even verder. Want dat is het. In eerste instantie komt de verstandelijke kennis van de Cursus me te hulp. Ongevraagd. “Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie”. Bah Cursus, moet dat nou? Dit is niet het medelijden waarop ik gehoopt had. En wat kan ik nu doen aan deze rot situatie? Ik heb er toch ook niet omgevraagd? Het overkomt me gewoon! Het is heel normaal dat ik me zo voel en de mensen die ik spreek zijn met me begaan en tonen alle begrip voor mijn gevoelens die hier bij horen.

En toch. In deze minuscule opening in de duistere zak die om mijn brein lijkt te zitten ontstaat een scheurtje waardoor meer licht naar binnenkomt. Er komt eerst wat overzicht. Ik zie, verstandelijk nog, dat er totaal geen oorzakelijk verband is tussen wat NU aan de orde is en de boze droom in mijn hoofd. Er is geen wet die zegt dat nare situaties die zich zogenaamd buiten me bevinden perse moeten leiden tot een grauwsluier in mijn hoofd. Het lijkt logisch dat dit zo gaat, maar het hoeft niet. Schoorvoetend zie ik dat ik ervoor kies om te focussen op het dode verleden en een verbeelde toekomst. Waartoe doe ik dit? En dan wordt het haast gênant. Want ik begin te zien dat ik me nu een afgescheiden, zielig, slachtoffer ikje voel.

Vanaf enige hoogte, iets boven het slagveld zou de Cursus zeggen, kijk ik op de donkere wolk die ik in mijn hand houd. Hoe zou het zijn om niet te geloven in dat afgescheiden ikje dat zo’n dappere strijd voert in de grote boze buitenwereld. Hoe zou het zijn om de wolk omhoog te tillen, richting de Zon? Het voelt haast ongepast. Het hoort niet om me in deze situatie gewoon goed en vredig te voelen. Dat zegt mijn ego althans. Nu glimlach ik. Ik merk dat er een keuze is om de vrede van God buiten de deur te houden maar zie nu ook mogelijkheid om mijn weerstand over te geven.

Dus kijk ik slechts naar Hem in blije en hoopvolle afwachting. “Dag Broer, hier ben ik. Ik hoor vele stemmetjes die me van alles willen wijsmaken en ik zie dat ik geneigd ben hierin mee te gaan. Ik wil echter met Jouw mee. Mag dat? Dank je, neem me maar met je mee. Naar God, naar het Licht”.

WB 256: God is vandaag mijn enig doel.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s