God en ik

DearGodCranberryWe bereiken de laatste werkboeklessen. De les van vandaag (360) herinnert ons aan onze ware Identiteit: “Ik ben Uw Zoon, voor eeuwig precies zoals U mij geschapen hebt, want de Grote Stralen verblijven eeuwig stil en onverstoord in mij. Ik wil in stilte en in zekerheid naar ze reiken, want nergens anders kan zekerheid worden gevonden” Iets in me resoneert als ik deze woorden lees. Het ontroert en vervult me met een soort heimwee. De laatste zin van dit citaat laat zien welke houding ik het best kan aannemen; in stille zekerheid reiken naar de Grote Stralen, naar de Liefde. Dit wordt in de werkboeklessen hierna uitgewerkt in de vorm van een soort gebed dat we gedurende vijf dagen onveranderd mogen absorberen (361-365):

 Dit heilig ogenblik wil ik U geven.
Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen,
in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.

Deze zinnen zijn afgelopen jaar met me meegereisd. Dagelijks kwamen ze naar boven in mijn denkgeest en hielpen ze me om in vertrouwen te zwijgen en te reiken naar Hem. Ze hebben me bewust gemaakt van de liefde en de wijsheid die doorklinkt in de Cursus. Laat me dit proberen toe te lichten.

De Cursus biedt ons een non-duale visie waarbij niet langer sprake is van een God die gescheiden is van zijn schepsel, wij dus, en die ons een beetje tegemoet zal komen als we maar proberen ons beste beentje voor te zetten. Hoewel wij als Zoon van God Zijn schepping zijn, zijn wij toch één met Hem. Er zijn dan ook geen anderen buiten mij die mij kunnen knuffelen of aanvallen. Werkboek les 360 zegt dit helder: Vrede zij mijn broeder, die één is met mij. Toch gebruikt de Cursus woorden als God, Vader en broeder en van het volgen van God en leiding door God. Zet dit ons niet op het verkeerde been als er alleen maar eenheid is zonder afscheiding?

Hier lopen wij telkens tegen de beperking aan die we ongemerkt met ons meedragen en die we kritiekloos menen te kunnen gebruiken bij het lezen en beoordelen van deze kwesties; onze hersenen. Onze hersenen zijn onderdeel van de duale illusie en in feite geprojecteerd om onze illusie van een duale werkelijkheid te versterken. Hoe kunnen we zo’n nepinstrument dan ooit gebruiken om het mysterie te ervaren dat niet begrepen maar alleen geleefd kan worden?

De Cursus weet dat wij, als wezentjes die menen op eigen beentjes rond te lopen, de liefde niet tot ons directe doel kunnen maken. Een ikje met een doel bevestigt slechts de illusie van afgescheidenheid. God, de Liefde die we Zijn, zou volkomen terecht tegen ons kunnen zeggen: joh, geef het maar op want dat gespartel slaat nergens op en werkt het wakker worden uit de droom in feite tegen. Dit is dan ook de boodschap van enkele prachtige Advaita-leraren die ons vanuit een aantrekkelijke rust en stilte toespreken. Het samenkomen met hen kan als thuiskomen ervaren worden en dit zal ook ongeveer de magnetische aantrekkingskracht zijn geweest die de mensen rondom Jezus ervaren hebben toen ze de droom met hem deelden. Het kan heerlijk zijn je te laven aan dergelijke bronnen waar het licht in meer of mindere mate vrijelijk doorheen stroomt.

De meesten van ons kunnen hier wel even van genieten maar vervolgens blijven we ons vastklampen aan onze beelden, overtuigingen en verwachtingen. De Cursus leert ons dat onze werkelijke reden hiervoor is dat we ons niet direct durven over te geven aan de liefde die we zijn en die we gereflecteerd zien in de helderheid van sommige leraren. Het liefdevolle van de Cursus is dat ze ons tegemoet komt binnen de droom met een taalgebruik waar we iets mee kunnen. Dit terwijl er in werkelijkheid dus niets is wat we “kunnen” doen maar wij “kunnen” dit “doen” nog niet laten.

De sleutel duidt de Cursus aan met “vergeven”. Heel rustig en op talloze manieren toont de Cursus ons eerst dat er geen wereld buiten ons is en ook geen vijandige en schuldige anderen. Heel langzaam kan er vervolgens een gevoel komen voor dit fenomeen “projectie” waarbij we gaan merken dat ons oordelen een manier is om onszelf te bevestigen in onze droomstaat van afgescheidenheid en verhardheid. Het is een soort experiment wat we duizenden malen mogen herhalen en oefenen en waarbij we zien dat een oordeel onszelf verhardt en dat, omgekeerd, een daad of boodschap van verbinding ons liefde en vrede doet ervaren; de gelukkige droom.

Dat vergeven is iets waar we Hulp bij nodig hebben. Ons vergeven uit de droom van afgescheidenheid heeft altijd een verborgen ego-component. We kunnen de non-duale boodschap met graagte omarmen omdat het buigen van onze knie voor een God buiten ons een belediging en bedreiging zou zijn voor ons ego. Voor het ego is het dan pure winst als het stoer kan roepen dat zo’n God niet bestaat. Het is een ultieme ego-verharding die overigens schuldeloos is en slechts voortkomt uit de angst voor wie we zijn.

Wij hebben genezing nodig. Niet in de zin dat er iets aan ons mankeert maar om ons te helpen om ons niet langer angstig vast te klampen aan onze illusie van een kleine en lichamelijke afgescheidenheid. Ook bij het thema genezing, voor nu even opgevat in engere lichamelijke zin, zie je dat we onszelf niet aan onze haren uit de illusie kunnen trekken. We zijn bereid om allerlei mooie non-duale denkbeelden te ventileren om…? Om vooral maar minder last te krijgen van de nare ziekten. We willen wel de lusten van onze droom (genot en gezondheid) maar niet de lasten (ziekte en dood). Het afgescheiden ikje gaat via non-duaal klinkende (eigen-)wijsheden z’n best doen om zich gezond-afgescheiden te voelen. Het inzicht dat er helemaal geen lichaam is, noch gezond noch ongezond, is te overweldigend.

De Hulp die we nodig hebben is van ons Zelf en niet van ons zelf, maar ons zelf kan dit niet uit elkaar houden omdat het dit eigenlijk niet wil. Het wil “zelf” blijven en lekker verder dromen. Ons Zelf (God, de Liefde, Intuïtie) blijft ons echter terug roepen naar huis (Stem van de Heilige Geest). Dan het genadevolle: deze Heilige Geest (onze Eigen diepe wijsheid dus), biedt ons de Cursus waarin we leren dat ons kleine zelf mag zwijgen zodat we weer mogen ervaren hoe ons eeuwige onveranderlijke Zelf zich uitbreidt. Zodra we in dat heilige ogenblik Hem (onsZelf) volgen dan groeit de vrede en daarmee de zekerheid dat dit de weg is naar de plek waar we al zijn. Zo wordt het gehoorzaam luisteren naar God en Hem de leiding geven geen duaal sprookje maar een wonderlijke en liefdevolle handreiking van ons Goddelijke Zelf naar onszelf in de droom zodat we mogen ervaren dat we eeuwige liefde zijn.

Een gedachte over “God en ik

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s