Totale vergeving

totale vergevingVergeving is volgens de Cursus het antwoord op alle conflict zoals we dat hier in onze droomwereld ervaren. Als we gewoon eens onbevangen naar dat woord “vergeven” kijken dan roept dat direct de volgende vragen op: wie of wat moeten we vergeven en hoe moeten we dat doen? Herkenbaar? We leren al snel dat het vergeven van de Cursus niet hetzelfde is als het vergeven zoals we dat gewend waren in de droom. Bij het klassieke vergeven vinden we dat iemand de fout is ingegaan en daardoor schuldig is maar we besluiten om dit zo goed en kwaad als het kan door de vingers te zien. Als dat min of meer lukt zijn we stiekem een beetje trots op onszelf en voelen we ons moreel verheven.

Het vergeven in de Cursus komt neer op het niet langer geloof hechten aan afgescheidenheid. Er is geen afgescheiden ander en een droomfiguur kan ons niets aandoen want er is ook geen afgescheiden “ons” en niets dat “gedaan” kan worden. De Cursus zegt het nog op een voor ons begrijpelijke duale wijze: je vergeeft de ander voor wat hij niet gedaan heeft. Dit is een prima manier om ons vastgeroeste klassieke denken alvast een beetje op te schudden.

Om stappen te maken in dat vergevingsproces moeten we wel beginnen waar we ons menen te bevinden. Dat kan een actuele situatie zijn met iemand die ons ogenschijnlijk dwarszit. Schoonmoeder die zich overal mee bemoeit, de partner die zijn rommel laat slingeren, de buurman die jouw mooie heg te ver heeft afgesnoeid en ga zo maar door. We hebben hierbij een duidelijke situatie hetgeen een prima gelegenheid is om de Heilige Geest uit te nodigen er samen met ons anders naar te kijken. Op een gegeven moment merken we dat er een bepaald patroon kan zijn waar we telkens tegen aanlopen. Aan de hand van zoiets als het stappenplan van Diederik Wolsak kunnen we op zoek gaan naar een kernovertuiging die we over onszelf koesteren. Sinds moeder ons vergeten was op te halen van school zijn we gaan geloven dat we niet de moeite waard waren en dat zelfbeeld achtervolgt ons de rest van ons droomleven. Voor menigeen werkt dit krachtig en worden doorbraken bereikt als dit negatieve zelfbeeld gecorrigeerd wordt door zoiets als “we zijn liefde”. Voor mij is dit niet echt de handigste weg. Ik verzand in een krampachtig zoeken naar oud zeer waarbij ik me afvraag of ik wel precies de meest krachtige kwestie te pakken heb en een vervelende bijwerking is dat ik onbedoeld een opvoeder of een ander uit het verleden ga beschuldigen. En áls ik dan het leidende negatieve zelfbeeld te pakken heb dan geeft vergeven hiervan zeker opluchting maar er blijven talloze momenten en situaties over waarbij het verband met de negatieve kernovertuiging niet direct evident is.

Zo werd ik vroeg in de ochtend wakker met een vaag gevoel van onbehagen. Niet dramatisch maar een beetje een vage cocktail van spijt, schuld en me zorgen maken over iets wat ik ook niet helemaal helder had. Wat nu? Een stappenplan? Wanneer voelde ik me ook precies zo toen ik een kind was? Langs deze lijn kan ik op zo’n moment helemaal niks.

Mij helpt het om steeds meer de algemene deler van al onze ingebeelde ellende te ontdekken: het geloof in afgescheidenheid. Het stellige geloof dat er een ikje is dat ergens mee worstelt en het moet overwinnen. Dat kan een actuele ruzie zijn, een opgediept negatief zelfbeeld of de vage negatieve stemming van dit moment. Wat we hierbij makkelijk over het hoofd zien is dat we geloven in een afgescheiden ikje die iets naars overkomt en aan de slag moet. Dáár ligt de kern van de kwestie van waar uit we ons afvragen wat we moeten doen. In alinea 1 van WB 139 wordt dit mooi omschreven:

3En wat is keuze anders dan onzekerheid omtrent wat we zijn? 4Er is geen twijfel die hierin niet geworteld is. 5Er is geen vraag die deze ene niet weerspiegelt. 6Er is geen conflict dat niet de ene, eenvoudige vraag behelst: ‘Wat ben ik?’

 In alinea 9 staat vervolgens:

We hebben een opdracht hier. 2We zijn niet gekomen om de dwaasheid te versterken waarin we ooit hebben geloofd. 3Laten we niet het doel vergeten dat we hebben aanvaard. 4Het is meer dan alleen ons geluk dat we zijn komen verwerven. 5Wat wij aanvaarden dat wij zijn, verkondigt wat iedereen, samen met ons, moet zijn.

De kwestie is dat we onbewust ons geloof in afgescheidenheid in de meest diepe en algemene zin wensen te blijven koesteren. Hiertoe hechten we geloof aan projecties zoals een boze buurman, een negatieve zelfovertuiging en aan de echtheid van vage gevoelens gebaseerd op schuld en angst. We kiezen ervoor om in de hel van de nachtmerrie te blijven. In les 138 werd de mogelijkheid om anders te kiezen krachtig geformuleerd:

5De Hemel is de beslissing die ik moet nemen. 6Ik neem die nu, en zal niet van gedachten veranderen, want het is het enige wat ik verlang.

 Het vergt eerlijkheid om te erkennen dat we heel raar bezig zijn als we volharden in het geloof van negatieve donkere gevoelens. Waartoe blijf ik roeren in een donkere soep als ik gewoon veilig in mijn bed lig? Dat is omdat ik schuldgevoelens onbewust koester om me maar “zondig” , afgescheiden, te kunnen blijven voelen. Dát is de reden dat ik niet uit eigen kracht welgemeend voor eenheid kies: ik wil geen eenheid, ik ben er bang voor en heb dan nog liever een boze droom.

Maar nu ik m’n verborgen agenda zie begrijp ik dat het raam open moet, dat het licht naar binnen mag stromen, dat ik niet bang hoef te zijn voor de liefde die ik ben. Ik laat me onderdompelen in deze liefde met de woorden van WB 139:

4Ik aanvaard de Verzoening voor mijzelf want ik blijf zoals God mij geschapen heeft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s