Ons rare verlangen naar zonde en ziekte

ziekte en zonde

Zo’n tweeduizend jaar geleden zagen de discipelen van Jezus een zieke man lopen en ze vroegen wat hij verkeerd had gedaan dat hij deze straf van God verdiende. Jezus antwoordde dat de ziekte een ander doel kon hebben, namelijk het tonen van Gods macht tot genezing. Mooi om ook in de Bijbel dat verschil te zien tussen de ego-interpretatie en die van de Heilige Geest. Toch ettert dat ego-geloof zoals uitgesproken door de discipelen nog verder in onze denkgeest. Nog steeds denken we dat we iets fout hebben gedaan als we pijn of ziekte ervaren als een soort straf hiervoor. Die overtuiging zit kennelijk nogal diep.

Nu is er van straffen geen sprake. Dat ego-bedenksel kunnen we heerlijk loslaten. God, onze Vader, is louter liefde en Hij zit Zich niet kwaad te maken, wordt niet boos en deelt geen straf uit. De ziekte en pijn hebben niks met God te maken. Mogen we dan vragen of Hij ons ervan af helpt? Ja hoor, dat mogen we zeker doen. God wil niets liever dan liefde, genezen en vrede. Het punt is echter dat wij zelf niet echt van de ziekte en de pijn af willen. Dat klinkt in eerste instantie gek. We roepen dat we wél echt van dit lijden af willen maar dat het niet lukt. We voelen ons machteloos en roepen om Zijn hulp.

Verwarring alom. Het is handig om te beginnen bij dat woord “zonde”. Het heeft mij enorm geholpen door hiervoor telkens te lezen “mijn geloof in afscheiding”. Het is een lekker nuchtere omschrijving waarin geen schuldvraag doorklinkt. Als ik in afscheiding wil geloven maakt dit me niet fout, schuldig of zondig in de ouderwetse, morele betekenis van het woord. Het toont wel dat ik mezelf wens te foppen en de ervaring verkies om afgescheiden te zijn terwijl de waarheid is dat ik op wonderlijke wijze één ben met mijn Vader en mijn Broeders.

Dat “mezelf foppen”, hoe doe ik dat? Hoe kan ik mezelf het beste wijs maken dat ik afgescheiden ben? Onze joker hierin is het geloof in lichamelijkheid met hieraan gekoppeld geloof in tijd, ruimte en vooral sterfelijkheid. Zet ze maar eens naast elkaar. Aan de ene kant de tijdloze, ruimteloze eenheid, de liefde, de grenzeloosheid. Dit zijn we als Zoon van God. Maar, aan de andere kant, wilden we eens wat anders en bedachten (projecteerden, in Cursus-taal) we een lichaam in een wereld. Onze dagelijkse routine met dit lichaam is dat het dingen lijkt waar te nemen. Dat doen we met zintuigen die we bedacht hebben als instrumenten om onszelf de illusie te geven dat we zogenaamd in een lichaam zitten. Deze intentie van zintuigen missen we gewoonlijk. We denken dat iets echt is als we het waarnemen. Maar in waarheid staat de boel op z’n kop: we denken dat wij echt zijn omdat we zogenaamd waarnemen. Zie je het mechanisme? Waarnemen met als doel je afgescheiden en lichamelijk te voelen.

Nu de stap naar pijn en ziekte. Je kunt ons gewone waarnemen zien als een bescheiden praten van de zintuigen. Op normale gesprekstoon vertellen ze ons dat we een afgescheiden lichaam zijn. Soms willen we dit onszelf nog wat nadrukkelijker wijsmaken en gaan de zintuigen schreeuwen. Ze roepen ons met luide stem toe: “Voel je de pijn en de ellende? Ervaar je de wanhoop? Ben je bang voor de dood? Prima, geloof in onze echtheid, dan heb je je nog nooit zo afgescheiden gevoeld als nu. Je hebt je spel uitstekend gespeeld, heel er goed gedaan!”

Hierop reageren we gewoonlijk vanuit onze denkbeeldige positie van afgescheidenheid. We voelen de pijn, de ellende en de wanhoop en willen hiervan af. Op zich is dit een valide verzoek. Gelukkig kunnen we maar een beperkte hoeveelheid pijn verdragen en dan worden we ons spel zat. Maar zolang we onze verborgen agenda niet door hebben (we willen ons afgescheiden voelen) vragen we om het verkeerde. We vragen om een gezond en pijnvrij lichaam. We vragen dus gewoon om een leukere scene uit dezelfde film, de film van afscheiding.

Wij zien genezing als lichamelijke genezing maar het lichaam is een illusie, of we het nu zien als ziek of als gezond. Werkelijke genezing bestaat uit het opgeven van ons verlangen om ons afgescheiden te wanen. Hiertoe mogen we ons wenden tot onze Vader. Hij wil niets liever voor ons maar zolang wij onbewust toch het spel van afgescheidenheid willen spelen (en dus vragen om pijn) is hij zo grenzeloos lief dat hij ons die ruimte geeft. Hij zal ons nooit dwingen, nooit ingaan tegen onze wil, zelfs niet als we iets onzinnigs willen.

Als wij vragen: “papa, help ons van onze pijn af want we willen in een gezond lichaam verder spelen”. Dan zal Hij ons antwoorden: “lief kind, je mag spelen zoveel als je wilt maar zie je dan niet dat je jezelf daarin pijn doet? Stop toch lieve schat met je dwaze spel!” Zegt God dit echt? Jawel, Hij heeft een uitgebreide brief aan ons geschreven waarin Hij het heel precies uitlegt. Die brief heet “Een Cursus in Wonderen”. Lees nu uit deze brief de werkboekles van vandaag met me mee (356):

Les 356

 Ziekte is slechts een andere naam voor zonde.
Genezing is slechts een andere naam voor God.
Zo is het wonder een beroep op Hem.

Vader, U hebt beloofd dat U nooit zou verzuimen een beroep te beantwoorden dat Uw Zoon op U zou doen. Het doet er niet toe waar hij is, wat zijn probleem lijkt te zijn, noch wat hij gelooft dat hij geworden is. Hij is Uw Zoon en U zult hem antwoorden. Het wonder weerspiegelt Uw Liefde en zodoende antwoordt het hem. Uw Naam vervangt elke gedachte aan zonde, en wie zonder zonde is kan geen pijn lijden. Uw Naam geeft Uw Zoon antwoord, want Uw Naam aanroepen is niets anders dan de zijne aanroepen.

Naschrift: Binnen Cursus-kringen wordt ook geschreven over genezing van het lichaam, dus binnen onze droomwereld. Is dit nu wel of niet mogelijk? Natuurlijk is dit mogelijk. We hebben het hele universum bedacht en kunnen die gedachte weer loslaten. Dat geldt dus ook voor de illusie van ziekte en pijn. Maar teveel aandacht hiervoor is koren op de molen van het ego. Het wil dan de Cursus gaan gebruiken, niet om de illusie van afgescheidenheid op te geven maar toch stiekem om dat gezonde en pijnvrije lichaam te bemachtigen. Dit doel is echter geen handig doel maar een heimelijk voortzetten van het spel. Zelfs in het Nieuwe Testament ziet Jezus liever dat we blij zijn wanneer we accepteren dat “onze zonden vergeven zijn” (dus wanneer we het geloof in afscheiding loslaten door ons naar de Liefde, de Vader te keren) dan wanneer we ons slechts verheugen om weer ziektevrij verder kunnen wandelen in de droom. Hij gebruikte de droom-wonderen van lichamelijke “genezing” om te wijzen op waar het werkelijk om gaat: het binnen laten van de liefde die we zijn. Lichamelijke genezing is een plezierige en bemoedigende bijwerking maar we kunnen er beter geen (ego-) doel op zich van maken. We doen onszelf dan erg tekort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s