Hoe besef ik dat ik geen lichaam ben?

Jezus hanteert in de Cursus stevige taal om ons te leren dat we geen afgescheiden op onszelf staande wezentjes zijn. Kennelijk zijn we zo vastgeroest in onze overtuiging dat we als mens rondlopen in- en als een lichaam dat we een duidelijke correctie nodig hebben zoals vandaag in WB 199: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij”. Jezus stelt helder dat we als Zoon van God een denkgeest zijn, eeuwig en onbegrensd.

We kunnen niet veel anders doen dan wat de werkboekles ons aanraadt: deze les vaak herhalen om ons starre bijgeloof aan het wankelen te brengen. Langzaam en zeker kan de waarheid ervan dan binnenkomen. Gewoonlijk staan we er niet zo bij stil wat dit “binnenkomen” eigenlijk betekent. Is het een kwestie van geloof? Moeten we het maar aannemen? Het komt me voor dat er verschillende stadia van besef zijn. Zo heb ik het althans zelf ervaren en ik meen deze stadia ook bij andere broeders en zusters te zien.

In het beginstadium geloven we verstandelijk dat wat Jezus over ons lichaam zegt correct is. Dit lukt vooral goed als we nergens last van hebben. Als we echter last hebben van pijn en lichamelijke ongemakken dan is het wat moeilijker. De neiging kan bestaan om deze klachten te willen bezweren middels het reciteren van de werkboekles. Dit is begrijpelijk, niet stom of fout, en ik denk dat we deze neiging allemaal wel herkennen. We willen weg van die pijn en vinden het idee van een vlucht naar de vredige denkgeest heel aantrekkelijk. We willen graag boven dat nare slagveld zweven, erop toekijken. We zeggen dan bijvoorbeeld: “ik heb een lichaam maar ik ben het niet”. Bij dit stadium hoort ook een verstandelijk begrip van het feit dat de wereld illusoir is, dat God daarom geen weet heeft van de wereld en dat de Heilige Geest niks in deze droomwereld doet omdat deze wereld immers nep is.

Als we als student vanuit deze fase spreken hebben we gewoonlijk nog weinig besef van de mysterieuze non-duale aard van de Cursus. Omdat we het allemaal zo goed “weten” kunnen we zelfs menen dat we eigenlijk wel een leraar zijn en anderen kunnen uitleggen dat hun ziekte niet echt is. Ook menen we een scherp oog te hebben voor valkuilen waarin het lichaam weer echt schijnt te worden gemaakt. Omdat we hier zelf zo bang voor zijn menen we dit dikwijls te zien gebeuren. Sommige cursusstudenten, soms zelfs bekenden uit de ECIW-wereld, beweren dan ook dat het boek “Een Cursus in Liefde” onzuiver is omdat hierin het lichaam weer echt zou worden gemaakt. Zo ervaar ik dit zeker niet.

Hoe krijgen we een dieper besef van wat het betekent dat we geen lichaam zijn? Hier verstandelijk “ja” tegen zeggen levert niet veel meer op dan een andere theologie en in mijn ogen niet echt een prettige variant zolang het besef niet verder indaalt. Dat indalen gebeurt door niet weg te vluchten van het lichaam maar door het als instrument te zien. Elke waarneming, en zeker de pijnlijke, getuigt valselijk dat we een lichaam zijn. Ze biedt ons de gelegenheid om dit geloof te zien en ons van hieruit open te stellen voor de genezing door de Heilige Geest. Dit heeft veel meer het karakter van omarmen en een intieme kwaliteit dan dat van een snelle vlucht de vredige denkgeest in. We doorleven het moment volledig en in grote intimiteit met de warme liefde van de Heilige Geest. Dan gebeurt er iets wonderlijks. We merken dat die vlucht helemaal niet nodig is. Dat er geen afgescheiden zelf is dat boven een echt slagveld zweeft. We merken via het wonder dat een besef van de onechtheid van het lichaam niks met vluchten te maken heeft.

Graag laat ik in dit verband de volgende alinea uit de werkboekles van vandaag zien (199):

Hier (Simon: in het illusoire huis van ons lichaam) verbergt het (Simon: ons ego) zich en hier kan het worden gezien als wat het is. Proclameer jouw onschuld en je bent vrij. Het lichaam verdwijnt, omdat jij het niet meer nodig hebt, afgezien van de noodzaak die de Heilige Geest erin ziet. Daarvoor verschijnt het lichaam als bruikbare vorm voor wat de denkgeest te doen staat. Zo wordt het een voertuig dat helpt om vergeving uit te breiden tot het allesomvattende doel dat ze dient te bereiken overeenkomstig Gods plan.

 In dat intieme moment van vergeving groeit het besef dat je pijnlijke lichaam jou iets wil laten geloven wat niet waar is. Het wil jou vertellen dat je afgescheiden bent (zondig, schuldig), maar dat ben je niet. Door deze valse getuige niet langer te geloven en door wel te luisteren naar de Stem van de Heilige Geest kun je dit ervaren. Deze levende ervaring is veel meer dan een verstandelijk besef. Want jawel, je ziet dat het lichaam niet echt is maar nee: je meent niet dat je een afgescheiden zelf bent dat een lichaam heeft, kan vluchten of kan wegzweven. Er valt simpelweg niks te ontvluchten en er is niks om boven te zweven. Geloof in zo’n afstandelijk zelfje laat zien dat genezing nog nodig is.

Het tweede deel van de alinea vind ik helemaal prachtig en het zou toch iedereen de ogen moeten openen die zo allergisch reageert op het zogenaamde “echt” maken van lichamen of van de wereld. Als je jezelf laat genezen door de Heilige Geest dan ervaar je vrede en verzandt je niet in theologische discussies. Je beseft dat de afscheiding niet heeft plaatsgevonden, je ervaart liefde en dus breid je liefde uit. Je kunt niet anders, het is je aard. Het is je functie om, net als onze Vader, liefde te schenken en je lichaam wordt “een voertuig dat helpt om vergeving uit te breiden tot het allesomvattende doel dat ze dient te bereiken overeenkomstig Gods plan”. In Een Cursus in Liefde”-termen: “the elevated form of Self”. Welkom in de wonderstaat.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s