Lang verhaal kort: ik had een grote goedaardige hersentumor, een meningeoom, die gelukkig operabel was. Ik dacht hier te makkelijk over: luikje open, tumor eruit, luikje dicht, even bijkomen en weer aan het werk. Zo ongeveer. Ik had nooit gehoord van NAH, niet-aangeboren hersenaandoening, en wat dit inhield, maar ik zou helaas wel aan den lijve ondervinden wat dit was. Voor deze blog is dat niet relevant; ik licht er één aspect uit: het ontstaan van paniekaanvallen. Ik had voor mijn werk altijd met veel plezier presentaties gegeven voor kleine en grote groepen. Na de hersenoperatie ging alles moeizamer, stroperiger, en op een kwade dag sloeg blinde paniek toe toen ik op een internationale meeting een toespraak hield. Zoiets gun je niemand. Het nare van het fenomeen is dat het zich als een donkere olievlek uitbreidt over steeds meer gebieden van je leven, en op een gegeven moment was bijna elk gesprek me te veel. Verbazing, schaamte, ontkenning, vechten en frustratie volgden.
Ik wist natuurlijk verstandelijk dat al deze angsten irrationeel waren en in geen verhouding stonden tot de gebeurtenis. Ik was reeds ECIW-student en dat maakte het ook niet makkelijker. Je weet dan dat zonde, schuld en angst onzinnige zaken zijn waarmee het ego je probeert aan te klagen; maar helpt die wetenschap op dat moment? Nee dus. Een goedbedoelende coach kan je zeggen dat er niets aan de hand is als je wat moet vertellen aan een groepje mensen. Je weet dat hij helemaal gelijk heeft en dat dit normaal is voor vrijwel alle mensen, maar helaas niet voor jou. De verstandige coach heeft gelijk, maar zijn advies is niet behulpzaam. Je voelt je alleen maar een grotere sukkel, omdat je je eigen angst niet kan overwinnen.
Wat heeft uiteindelijk wel geholpen en ervoor gezorgd dat het nu weer beter gaat? Ik stond mezelf toe kruidenpilletjes te nemen, bezocht een begripvolle hypnotherapeut, maar vooral: ik gunde mijzelf mijn vermeende zwakheid én de rust die ik nodig had. Ik werd zachter, liefdevoller voor mijzelf. Het voelde alsof een open zenuw weer langzaam herstelde.
Deze geschiedenis helpt me nu om begrip te hebben voor ECIW-studenten die worstelen met trauma’s. Het is verhelderend om zelf een situatie te hebben meegemaakt waarin je ontdekt dat “weten hoe het zit” voor jou niet de oplossing biedt. In het geval van een angststoornis in ons dagelijks leven geldt ons “gezonde verstand” als norm. Dit vertelt ons dat een praatje houden voor een groep iets anders is dan achtervolgd worden door een tijger, en dat een paniekreactie dus onnodig is. Hoewel deze wetenschap op zichzelf onvoldoende is om een einde te maken aan de narigheid, zal de betrokkene de logica van deze redenering niet ontkennen. Ik wist dat mijn reactie nergens op sloeg, maar kon in mijn beleving toch niet verhinderen dat deze optrad. Ik had dus vanzelfsprekend niet de behoefte om de algemeen geldende opvatting dat spreken in het openbaar niet levensbedreigend is, te bestrijden of te ontkennen. Ik wist dat dit klopte, maar had, kortgezegd, niks aan deze wetenschap.
Jezus stelt in ECIW dat al ons geloof in zonde, schuld en angst onnodig is. Dat het niet meer is dan onze perceptie, maar dat onze perceptie onjuist is. Ondertussen voelen de meesten van ons zich wel schuldig en angstig over van alles en nog wat, en zien we dit als normaal en als de norm. Wat hij zegt is daarom, vanuit ons perspectief gezien, niet alleen abnormaal, maar ook nog eens onbegrijpelijk voor het in onze ogen gezonde verstand. Wij staan samen sterk in onze overtuiging dat onze angst (en schuld etc.) gerechtvaardigd en logisch zijn en dat een boek als ECIW een rare leer verkondigt, zelfs als dit gedicteerd zou zijn door Jezus.
Maar ik zou er destijds niet mee geholpen zijn als mijn naasten zouden zijn meegegaan in mijn opvattingen en mij bijval zouden hebben verleend door te zeggen dat ik gelijk had en dat het ook doodeng is om in een groep iets te zeggen. Ik had begrip en liefde nodig, geen gelijk.
Dat maakt de kwestie van hoe om te gaan met onze getraumatiseerde medemensen vanuit het perspectief van de cursus dubbel, en Jezus weet dat. Hij weet dat onze perceptie onjuist is en legt uit dat één aspect van het wonder juist het corrigeren van de foute perceptie betreft. Maar hij weet ook dat het liefdeloos is om iemand met een paniekaanval uit te lachen en voor gek te verklaren. Welke ouder lacht zijn of haar kind uit als het een nachtmerrie heeft en bezweet en huilend roept om hulp? Wat is je eerste reactie? Je neemt het kleintje in je armen, biedt liefde, warmte en bescherming, ook al is het bescherming tegen niets. Eerst moet er die veilige bedding zijn, en dan fluister je zachtjes: “Het was maar een droom, lieverd. Stil maar. Kom maar even bij ons liggen.” Misschien werkt het bij ons niet anders: ook wij hebben eerst die ervaring van veiligheid en liefde nodig, voordat er ruimte ontstaat om anders te gaan kijken naar onze angst.
We zien als ECIW-studenten, en zeker als we elkaar de maat nemen, het belangrijkste aspect van het wonder dikwijls over het hoofd: “een wonder is een uiting van liefde”. Onze eerste opdracht is om de stroom van liefde te herstellen en te zeggen: ik hoor je, ik ben er voor je en ik luister naar je. En vooral: wat heb jij nu nodig? Jezus is, wat deze vraag betreft, heel realistisch en mild en stelt dat het niet behulpzaam is om in situaties waarin de angst te groot is te hameren op genezing van de denkgeest, doorzien van de illusie, correctie van de perceptie en verlossing. Hij stelt dat we ons hier niet hoeven te schamen voor de zogenaamde “magische” middelen. Hiermee bedoelt hij dan alles wat wij normaal vinden, inclusief bijvoorbeeld medicijnen, maar wat nog niet een beroep doet op de ultieme waarheid dat “niets werkelijks bedreigd kan worden”.
Ik laat Jezus aan het woord uit Tekst 2: IV: Genezing als bevrijding van angst:
4. Elk stoffelijk middel dat je als remedie tegen lichamelijke kwalen aanvaardt is een herbevestiging van magische beginselen. Dit is de eerste stap van het geloof dat het lichaam zijn eigen ziekte maakt. Een tweede misstap is: het met niet-scheppende middelen pogen te genezen. Hieruit volgt echter niet dat het gebruik van dergelijke middelen ten behoeve van herstel slecht is. Soms heeft de ziekte zoʹn sterke greep op iemands denkgeest, dat het hem tijdelijk ontoegankelijk maakt voor de Verzoening. In dat geval kan het verstandig zijn om ten opzichte van lichaam en denkgeest een tussenweg te bewandelen, waarbij aan iets van buitenaf tijdelijk genezende werking wordt toegeschreven. Want het laatste wat iemand met een onjuiste gerichtheid-van-denken, anders gezegd een zieke, helpen kan, is een verhoging van zijn angst. Hij verkeert al in een door angst verzwakte toestand. Als hij te vroeg aan een wonder wordt blootgesteld, kan hij in paniek raken. Er is een gerede kans dat dit gebeurt wanneer op-zʹn-kop-waarneming de overtuiging heeft gewekt dat wonderen beangstigend zijn.
Lieve broeders en zusters, het is een lang verhaal geworden en ik wil er nog iets aan toevoegen.
We zijn op een onschuldige manier hypocriet als we medestudenten die worstelen met angst en schuldgevoelens, en met andere trauma’s, de maat nemen. Onbewust zien we hen als ongenezen en onszelf als redelijk normaal, als de norm. Maar iemand die meent een pilletje nodig te hebben om gezond te worden, verschilt volgens ECIW niet van iemand die, bijvoorbeeld, meent water en voedsel nodig te hebben om gezond te blijven. De Engelsen zeggen het zo mooi: “we are in this together”, zoiets als: “we zitten allemaal in hetzelfde schuitje”.
Als ECIW-studenten is het ons goed recht om te luisteren naar Jezus in ECIW en zijn woorden serieus te nemen als hij ons zegt dat onze perceptie van de werkelijkheid onjuist is. Critici van ECIW mogen dit afdoen als een onzinnige leer en zich vasthouden aan de waarde die zij zelf toekennen aan zonde, schuld en angst. Dat is inderdaad de gangbare norm, het geloof van de meerderheid der mensen. Ze hebben ook gelijk dat het harteloos kan overkomen als we de visie van Jezus ongevraagd loslaten op mensen die de cursus niet volgen, of als we medestudenten de maat nemen.
Maar zeker voor onszelf mogen we de correctie van perceptie op liefdevolle wijze overwegen en toelaten in die situaties waarin we dat aandurven zonder te bang te worden. Op een zachte, wijze en begripsvolle manier. Deze keuze mag je maken; het hoeft niet.
