Jij doet het fout!

Gisteren schreef ik over m’n echtscheiding en de bijbehorende schuldgevoelens. Vandaag trek ik het breder, zodat het misschien herkenbaar wordt voor meer lezers. Want wie kent niet de situatie waarin iemand anders iets anders wil dan jij en dat uitspreekt door te zeggen dat jij het fout doet of fout gedaan hebt? Soms ziet die ander zichzelf daarbij als slachtoffer, maar hij hoeft niet eens direct bij de situatie betrokken te zijn. Punt is dat hij (of zij) jou beschuldigt: “Je doet het fout.” Het effect wordt nog sterker als er ook nog gesuggereerd wordt dat iemand anders lijdt doordat jij iets verkeerd aanpakt. Dan heb je pas echt reden om je schuldig te voelen. Herken je dit in je eigen leven?

De herhalingsles van vandaag verwijst naar Les 135 met als titel: “Als ik me verdedig word ik aangevallen” en naar de uitnodiging om te onderzoeken wat verdedigingsloosheid je te bieden heeft. Dat is, in mijn beleving, makkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt in elk geval nader onderzoek.

Wat gebeurt er met mij als ik me door een ander beschuldigd voel? Dan start ik vanbinnen een soort rechtszaak, waarin ik zowel rechter als beklaagde ben. De hamvraag luidt: “Heeft die ander gelijk?” Er hoeft nog niet eens veel emotie op de lijn te zitten. De mogelijke antwoorden zijn “ja”, “nee” of “dat ligt eraan”. Vervolgens kun je besluiten je uitspraken of gedrag al dan niet te wijzigen. Deze nuchtere aanpak kun je omschrijven als: je maakt het niet persoonlijk. Je voelt je niet aangevallen en het gebeuren wordt als het ware op verstandelijk niveau afgewikkeld.

Zelfonderzoek heeft me geleerd dat ik vroeger vooral persoonlijk getriggerd werd als iemand beweerde dat ik iets doms, onaardigs of oneerlijks had gedaan. Dat eerste, iets doms doen, heeft flink aan lading verloren. Vaak kunnen dingen handiger of slimmer en als iemand me daarop wijst, is dat niet zo’n punt meer. Er zijn altijd mensen die bekwamer of slimmer zijn dan ik; geen probleem, en vaak zelfs handig. Onaardig gevonden worden is lastiger om een plek te geven. En als iemand beweert dat ik keihard sta te liegen, dan is de neiging om me te verdedigen het sterkst. Vermoedelijk gaat dit terug op mijn wat strenge vader, die altijd hamerde op eerlijkheid.

Terug naar de werkboekles. Want wat moeten we hier nu mee? Sommigen zien deze als een oproep om je alles maar te laten welgevallen. Om alles goed te vinden en met een glimlach te accepteren. Is dat niet onze opdracht? Om alles te aanvaarden wat er gebeurt en wat anderen ons aandoen? Moeten we niet de andere wang toe keren als we geslagen worden? Onze spullen afgeven aan het dievengilde? Ons zonder verzet laten kruisigen door wie dat maar wil?

Ik meen dat de werkboekles geen oproep is om een soort ultieme deurmat te worden. ECIW geeft nooit richtlijnen voor gedrag, ook niet in deze werkboekles. De cursus nodigt echter wel uit tot zelfonderzoek en eerlijkheid. Want wat zie je van binnen als je je gekwetst voelt? Dat is hier de eerste uitnodiging. En in dat onderzoek wordt eerlijkheid gevraagd, geen cursus-sausje. Die eerlijkheid kan betekenen dat je oog in oog komt te staan met angst en boosheid. Misschien ook met verdriet, teleurstelling of andere emoties. Deze emoties vragen niet om ontkenning, om als het ware overgeslagen te worden op weg naar zogenaamd “ideaal gedrag”. Er wordt geen plastic glimlach van je gevraagd, of meegaandheid terwijl alles in jou “NEE” roept. Je wordt ook niet gevraagd degene met wie je een aanvaring hebt te knuffelen of op de koffie te vragen terwijl je nog aanvalsgedachten koestert.

Er zijn cursus-studenten die overhaast willen roepen dat er helemaal geen anderen zijn en dat “aanval” dus helemaal niet mogelijk is. En ach, metafysisch gezien zullen ze ergens wel een punt hebben, maar het is niet behulpzaam om dit als een soort nieuw geloof aan te nemen, terwijl je het in wezen nog niet echt hebt ingezien en doorleefd. Maar het andere uiterste werkt op de lange duur ook niet. Die ander als echte dader afschilderen en de verantwoordelijkheid (schuld!) geven voor jouw innerlijke onrust, kan even opluchting geven. Want ja, er zijn verdwaasde broeders en zusters die zich in hun roep om liefde zo waanzinnig gedragen dat je ze liever ontloopt. Je hoeft geen acteur te worden in hun bizarre drama’s. Dat zou ook niet behulpzaam zijn. Maar zelf gaan beschuldigen werkt evenmin. Als jij dat doet raak je verstrikt in de dynamiek van beschuldiging en zelfrechtvaardiging. Dan blijft de interne rechtszaak, en daarmee de worsteling, doorgaan. Ook dat brengt je niet dichter bij helderheid of vrede. De uitnodiging is juist om eerlijk te kijken naar wat er in jou geraakt wordt, zonder de ander tot absolute dader te maken en zonder jezelf tot slachtoffer te verklaren.

Het thema “slachtoffer-dader” is zo groot dat het nauwelijks mogelijk is om het in één blog recht te doen. Ook hierin is er geen rangorde in conflicten. Er lopen zo’n 8 miljard mensen rond, allemaal met hun eigen willetje, en dat botst bijna continu. In plaats van alles te proberen te ontrafelen en analyseren, hanteer ik voor mezelf drie handvatten. Misschien heb je er wat aan:

  1. Mijn gevoelens niet ontkennen maar deze liefdevol aanvaarden.
  2. Aan de slag gaan met Les 135 waarbij de eerste zin van alinea 4 het startschot vormt: “Laten we eerst eens kijken wát je verdedigt”.
  3. Een gebed:

    “Heer, ik voel me bang, boos, verdrietig, tekortgedaan, enzovoort. Daardoor voel ik me vijandig ten opzichte van die ander. Als ik eerlijk ben, koester ik die vijandigheid en die grieven. Vanuit mijn eigen kleine wil ben ik nauwelijks bereid mijn grieven los te laten. Het kost me moeite en het is bijna met tegenzin dat ik U toch wil vragen mij tegemoet te komen. Geef mij kracht om de deur naar liefde en vrede op een kier te zetten. Heer, U vraagt mij: ‘Wil je gelijk hebben of vrede ervaren?’ Ik merk dat ik voor 99% gelijk wil hebben; wilt U dat ene procent te hulp komen? Dank U wel!”

Plaats een reactie