Scheiden, schuldgevoel en de liefde voor je kinderen

Scheiden van je partner doe je niet zomaar, zeker niet als er kinderen bij betrokken zijn. In elke relatie zijn er periodes van nabijheid en van verwijdering. Soms groeit die verwijdering langzaam uit tot een situatie waarin samenleven voor beide partners steeds moeilijker wordt. Dan kan het, hoe verdrietig ook, liefdevol zijn om te erkennen dat het beter is niet langer onder hetzelfde dak te wonen. Als het enigszins kan, probeer je zo’n besluit met zorg te nemen, met aandacht voor elkaar en vooral voor de kinderen, voor wie de gevolgen vaak het diepst doorwerken.

Moeilijker wordt het wanneer de ene partner verder wil en de andere de relatie wil beëindigen. Bijna twintig jaar geleden was ik degene die die stap zette. Daarmee werd ik in de ogen van veel betrokkenen degene die het gezin uiteentrok. Ik herinner me nog goed de woorden van mijn moeder: “Ach jongen, waarom doe je dit toch; je vader draait zich om in zijn graf.” In die reactie klonk niet alleen verdriet door, maar ook onbegrip. Dat onbegrip ben ik op veel plekken tegengekomen.

Ik worstelde met schuldgevoelens en verdriet, maar wilde niet terechtkomen in discussies over wie er schuld had, en ook niet in pogingen om mijn keuze goed te praten ten koste van mijn ex-partner. Dat ik verderging met een nieuwe partner maakte het voor anderen gemakkelijk om hun conclusies te trekken. Toch was die nieuwe relatie voor mij niet de oorzaak van het einde van mijn huwelijk, maar eerder iets wat zichtbaar maakte hoe lang ik me in die relatie al eenzaam en verwijderd had gevoeld. Dat onderscheid werd door weinig mensen gezien.

De reacties van familie en vrienden waren pijnlijk, maar in elk geval zichtbaar. Ik kon hun boosheid of teleurstelling zien en me daar op de een of andere manier toe verhouden. Wat ik veel minder goed zag, waren de gevoelens van mijn kinderen. Hun wereld veranderde van de ene op de andere dag. Zij moesten voortaan leven tussen twee huizen, twee ritmes en twee vormen van nabijheid. Pas veel later ben ik echt gaan begrijpen hoeveel verwarring, verlies en aanpassing daarin voor hen besloten lag.

Wat het voor hen misschien extra moeilijk maakte, is dat zij geen getuige waren geweest van openlijke ruzies of heftige botsingen. De verwijdering tussen hun moeder en mij speelde zich vooral af in stilte: in het verdwijnen van de communicatie, in minder contact, in een sfeer die voor ons voelbaar was maar voor hen misschien niet zichtbaar. Tegelijk bleven wij onze kinderen met liefde omringen. Het ontroerde me toen een van mijn dochters later zei dat zij nooit iets had gemerkt van een nare sfeer in huis. Dat was in zekere zin een compliment, maar het liet me ook zien hoe onverwacht mijn vertrek voor hen geweest moet zijn.

Jaren later, in gesprekken met mijn dochters, begon ik beter te begrijpen hoe zij die periode hebben beleefd. De vraag “Waarom ging papa weg en liet hij mama alleen achter?” moet lang in hen hebben geleefd. Ik wilde destijds voorkomen dat ik negatief over hun moeder zou spreken, en daar sta ik nog steeds achter. Maar ik zie nu ook dat een uitleg vanuit alleen mijn eigen beleving — dat ik me al jaren eenzaam voelde in de relatie — voor kinderen maar beperkt houvast biedt. Ik probeerde het praktisch zo goed mogelijk te regelen: hun moeder kon in de vertrouwde woning blijven, ik kocht een huis op fietsafstand en zorgde ervoor dat iedere dochter daar een eigen kamer had. Ik dacht dat ik daarmee rust en continuïteit bood. Pas later hoorde ik dat juist het steeds weer weggaan uit het ouderlijk huis voor een van mijn dochters heel pijnlijk was geweest.

Als ik me probeer te verplaatsen in hoe een kind zoiets beleeft, dan ontstaat een eenvoudig en invoelbaar beeld: we hadden een gezin, papa ging weg, mama bleef in het vertrouwde huis, en wij moesten wennen aan een nieuwe werkelijkheid. Hoe legitiem mijn eigen gevoelens als volwassene ook waren, voor kinderen telt allereerst wat zij verliezen, wat verandert, en wat niet meer vanzelfsprekend veilig voelt. Dat besef raakt me nog altijd.

Soms denk ik dat mijn poging om alles rustig en waardig te laten verlopen ook een keerzijde had. Juist omdat er geen openlijke strijd was, kan mijn vertrek voor de kinderen des te onbegrijpelijker en verwarrender zijn geweest. Ik weet niet of het anders had gevoeld als er meer zichtbaar was geweest van de moeilijkheden tussen hun moeder en mij. Hetzelfde geldt wellicht voor familie en vrienden. Het is gemakkelijker een echtscheiding een plek te geven als je, al is het op afstand, getuige bent geweest van ruzies en conflicten.

Wat gebeurd is, kan ik niet ongedaan maken. Ik kan alleen proberen me er eerlijk toe te verhouden. Een Cursus in Wonderen (ECIW) helpt me daarbij. Natuurlijk raakt het me dat mijn dochters het woord “thuis” vooral met hun moeder verbinden en met de plek waar zij zijn gebleven. Soms voel ik daar verdriet om, en ook gemis. Maar ik besef dat hun beleving niet verkeerd is; zij is gevormd door wat zij hebben meegemaakt. Ik wil hun liefde niet opeisen en geen nabijheid afdwingen. Wat ik hoop, is dat er ruimte mag zijn voor een band waarin zij zich vrij voelen, en waarin ik aanwezig kan zijn met liefde, geduld en zonder verwachtingen. In ECIW-termen vraagt dat van mij loslaten, vergeven en het oefenen van liefdevolle welwillendheid.

Ik merk dat er in de loop van de jaren, bij hen en bij mij, verschillende verhalen zijn ontstaan over wat er is gebeurd. In al die verhalen zit pijn, en ook het verlangen om begrepen te worden. Dat maakt me niet bitter, maar eerder nederig. Ik heb niet op alles de juiste woorden, en misschien zijn woorden alleen ook niet genoeg. Wat ik wel wil zeggen, is dat ik verdriet heb over wat mijn keuzes voor mijn kinderen hebben betekend, zonder daarmee te ontkennen dat ik destijds handelde vanuit mijn eigen onvermogen en mijn verlangen naar een andere weg. Ik hoop dat er met de tijd meer mildheid mag groeien — voor hen, voor mij, en voor alles wat tussen ons is gebeurd.

Misschien is dat ook wat zulke ervaringen uiteindelijk van ons vragen: dat we leren om met zachtheid te kijken naar schuld, verdriet en liefde. Voor mij komt het steeds opnieuw neer op vergeving — niet als ontkenning van wat er is gebeurd, maar als een manier om het verleden niet alle macht over het heden te geven. De herhalingsles van vandaag luidt: “Laat me vergeving zien zoals ze is”. Als ik die woorden lees, voelen ze als balsem. Misschien herken je iets in mijn verhaal. Dan hoop ik dat de volgende woorden uit Les 134 je net als mij iets van rust en ruimte schenken:

6. Het is de onwerkelijkheid van de zonde die vergeving natuurlijk en volkomen zinnig maakt, een intense opluchting voor degenen die haar geven en een stille zegening waar ze ontvangen wordt. Ze gedoogt geen illusies maar verzamelt die lichthartig, met een lachje, en legt ze zachtjes aan de voeten van de waarheid. En daar verdwijnen ze totaal.

7. Vergeving is het enige wat staat voor de waarheid binnen de illusies van de wereld. Ze ziet dat die niets zijn en kijkt dwars door de duizend vormen heen waarin ze kunnen verschijnen. Ze neemt leugens waar, maar wordt niet misleid. Ze slaat geen acht op de zelfbeschuldigende kreten van zondaars, buiten zichzelf van schuldgevoelens. Ze kijkt naar hen met kalme blik en zegt eenvoudig tot hen: ‘Mijn broeder, wat je denkt is niet de waarheid.’

Plaats een reactie