De macht om te beslissen is aan mij (Les 152)

Bijna halverwege het jaar gooit Jezus de knuppel in het ego-hoenderhok met werkboekles 152: “De macht om te beslissen is aan mij”. Lees de eerste alinea maar eens door:

Niemand kan verlies lijden tenzij het zijn eigen beslissing is. Niemand lijdt pijn behalve als zijn keuze deze toestand voor hem verkiest. Niemand kan verdrietig of bang zijn, of denken dat hij ziek is, als dit niet het resultaat is dat hij wenst. En niemand sterft zonder zijn eigen instemming. Niets gebeurt er wat niet jouw wensen vertegenwoordigt, en niets wordt achterwege gelaten wat jij kiest. Hier is jouw wereld, compleet tot in elk detail. Hier ligt voor jou haar volledige werkelijkheid. En hier alleen is sprake van verlossing.

We kunnen flink verontwaardigd raken bij het lezen van deze woorden en er zijn ECIW-critici die het tot hun missie hebben gemaakt om keer op keer de wreedheid van deze boodschap te benadrukken. Daar ga ik verder niet op in, en hun kritiek laat zich eenvoudig samenvatten: dit “eigen schuld, dikke bult” klinkt verschrikkelijk. De verontwaardiging en woede kunnen zo groot worden dat de laatste zin van de alinea al niet meer doordringt: “En hier alleen is sprake van verlossing”.

Wat is nu de crux om iets van deze boodschap op waarde te kunnen schatten? Dat is de vraag wie of wat hier nu eigenlijk aangesproken wordt. Eén ding is duidelijk: als we ons vanuit ons kleine zelf aangesproken voelen, vanuit ons ego, dan slaan onze stoppen door.

Dit ego is de identiteit waarmee we ons gewoonlijk onbewust vereenzelvigen. We noemen dit ons “normale” menselijke zijn. Ons wezentje dat meent ooit geboren te zijn, te leven met ups en downs om vervolgens te sterven. Vanuit het perspectief van deze identiteit is de werkboekles inderdaad onzinnig en hard. Ons overkomt precies wat we niet willen en we krijgen niet wat we juist wel willen. Dit staat haaks op deze les!

De paradox is dat je pas enig gevoel voor deze les krijgt als je ego-identificatie wat afneemt. De les is bedoeld om deze identificatie wat te verminderen, maar wordt pas steeds beter begrepen als dit proces van de-identificatie vordert.

Ik vind het leuk om kennis te nemen van hoe verschillende tradities en stromingen aankijken tegen dit fenomeen van de-identificatie met het kleine zelf, het ego, en hoe zij gevoel krijgen voor dat waarin het beeld van het ego verschijnt; noem het bewustzijn, het hogere Zelf of hoe je wilt. In mijn beleving is het gevoel krijgen voor dat wat ons kleine ik overstijgt in eerste instantie een geleidelijk gebeuren. Dat geldt voor beide uitersten van het spectrum. Goeroes die claimen verlicht te zijn en vertellen hoe ze plotseling het licht zagen, blijken in de praktijk (soms) slechts iets meer benul te hebben van de relativiteit van hun ego-identiteit. Aan de andere kant zijn er “niet-spirituele” mensen die wel degelijk onbewust gevoel hebben voor de verbinding met alles en iedereen in de wereld.

Ken Wapnick introduceerde de term “decision maker” voor dat wat een keuze moet maken tussen geloven in afgescheidenheid of uitreiken naar dat hogere, naar de Heilige Geest. Helaas duikt ons denken direct op zo’n term als decision maker, en dan wordt ook deze een prooi voor critici die de onzinnigheid ervan willen aantonen. Een Cursus van Liefde (ECvL) besteedt nuttige en mooie woorden aan de vraag wie er nu precies geadresseerd wordt in ECIW en ECvL. Het is niet het ego, want dat blijft rondjes draaien in zijn eigen wereldje. En het is ook niet de geest, spirit, of de Zoon van God, want uitgaande van deze identiteit is er geen verdeeldheid en ellende, maar slechts heelheid en liefde. In ECvL wordt, in mijn beleving, de decision maker van Wapnick omschreven als “de Christus in ons”.

Maar is het belangrijk om te begrijpen wie of wat kan beslissen in ons wezen? Wellicht wel voor theoretici, filosofen en psychologen, maar voor ons, eenvoudige studenten van de cursus, is het feit dat we allemaal van binnen voelen dat er een keuze mogelijk is het feestje dat gevierd mag worden. Dit gegeven waar we helemaal geen moeite voor hoeven te doen is de sleutel tot onze verlossing. We hoeven slechts helderheid te krijgen over de aard van die keuze en hoe we hier vervolg aan kunnen geven.

De hamvraag, de keuze, is of we bereid zijn te overwegen dat ons geloof in de wereld die we zien, de duale wereld van tijd en ruimte, beperkt en beperkend is. Om ons geloof in afgescheidenheid, en daarmee de echtheid van ons ego, op te schorten. En dan lopen velen tegen de muur van wat de cursus aanduidt als (onschuldige) arrogantie aan. We zijn er zo van overtuigd dat we zelfstandige wezentjes zijn die alles kunnen begrijpen en die weten dat de wereld die we zien precies zo is zoals we geloven, dat we weigeren om de controle en onze slimheid even te parkeren, stil te worden, en te luisteren naar een andere Stem. De Stem vanuit het Geheel, het Goddelijke, de Liefde; de stem van de Heilige Geest.

Deze bereidheid wordt in het Nieuwe Testament bekering genoemd en in elke traditie vind je hiervan beschrijvingen onder wisselende benamingen. Deze bekering is niet het aannemen van een “zo zit het”-beschrijving van de werkelijkheid, maar een open bereidheid tot het ontvangen van liefde, van een inzicht dat niet bepaald wordt door de duale wereld van tijd en ruimte.

De genade van het inzicht is er voor iedereen, maar je zult de knie van het ego moeten buigen om deze deelachtig te worden. Dit inzicht is vervolgens als een mosterdzaadje dat gaat groeien in je binnenste. Er gaat een zekerheid groeien die je blij maakt. Als je hiervan probeert te getuigen, kun je tegen een muur van onbegrip aanlopen. Je merkt dat er broeders en zusters zijn die oren hebben maar niet horen, die ziende blind zijn. Wij worden niet gevraagd hen met woorden te overtuigen, maar om levende voorbeelden te worden van liefde.

Ik geloof ook niet in het harde onderscheid tussen zienden en blinden, tussen spirituele en niet-spirituele, tussen verlichte en onverlichte broeders en zusters. We zijn allemaal onderweg en sommigen zijn iets verder gevorderd en mogen de achterblijvers opwachten, ondersteunen en begeleiden. Zacht en liefdevol. Bewust of onbewust hangen we allemaal aan onze eigen handrem en zijn we bang voor die overgave aan liefde.

Pas als we rustig verder gaan krijgen we er benul van dat dit “hangen aan de handrem” ver gaat. Heel ver. Dat we als Zoonschap kiezen voor het kleine, gekke idee dat de keuze voor remmen, grenzen en ons afgescheiden wanen ons gelukkig zal maken. Dat we ons daarmee verzetten tegen de Wil van de Vader die Liefde is. Pas dan gaan we de blijde boodschap van de werkboekles herkennen:

De macht om te beslissen is aan mij.
Vandaag zal ik mijzelf aanvaarden
zoals mijn Vaders Wil mij geschapen heeft.

Plaats een reactie