Er bestaan werelden die op het eerste gezicht ver uit elkaar lijken te liggen: het klassieke christelijke geloof en het gedachtegoed van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL). Toch vermoed ik dat beide tradities elkaar meer te zeggen hebben dan vaak wordt gedacht. Mijn hoop is dat klassieke christenen de bevrijdende correctie van ECIW en ECvL leren waarderen. Maar evenzeer hoop ik dat cursusstudenten opnieuw oog krijgen voor iets kostbaars in het klassieke geloof: de nederige, open houding van de mens die beseft dat hij zichzelf niet kan redden en zich daarom toevertrouwt aan God.
Voor veel mensen blijft er iets wringen in het klassieke beeld van een God die als rechter buiten ons staat, die gruwelt van ons morele tekort en genoegdoening vraagt. Dat beeld wordt niet werkelijk zachter wanneer vervolgens wordt gezegd dat Jezus in onze plaats moest boeten. Wie de evangeliën onbevangen leest, ontmoet vooral een andere toon: Jezus zoekt juist de mensen op die door anderen worden veroordeeld. Hij raakt aan, geneest, vergeeft en nodigt uit. In de gelijkenis van de verloren zoon zien we geen Vader die wraak wil nemen, maar een Vader die zijn verdwaalde kind tegemoet rent zodra het huiswaarts keert. De bereidheid om terug te keren blijkt genoeg. ECIW zou later spreken over “een klein beetje bereidwilligheid”.
ECIW en ECvL bieden een krachtige correctie op een angstig en dualistisch godsbeeld. God is liefde; in Hem is geen duisternis, geen wraakzucht en geen behoefte aan straf. De Cursus maakt duidelijk dat wij onze eigen schuld en angst op God projecteren en Hem vervolgens gaan vrezen als de bron van oordeel. Maar wanneer die projectie wegvalt, kan de Vader uit de gelijkenis van de verloren zoon opnieuw zichtbaar worden: niet als aanklager, maar als Liefde die nooit heeft opgehouden ons thuis te verwachten.
Opmerkelijk genoeg komen de klassieke christen en de cursusstudent daarna op een vergelijkbaar punt uit. De christen mag geloven dat hij door Christus vergeven en gereinigd is. De cursusstudent mag ontdekken dat werkelijke schuld nooit de waarheid over hem is geweest, maar dat hij zich heeft vergist in wie hij is. In beide gevallen valt de loodzware last van schuld weg. Maar daarmee begint pas de echte vraag: hoe leef je vervolgens? Wat betekent vergeving, bevrijding of zondeloosheid concreet in het dagelijkse bestaan?
Voor de klassieke christen is het antwoord niet dat hij eenvoudig kan doorgaan alsof er niets veranderd is. Vergeving is geen vrijbrief voor onverschilligheid. In de evangeliën klinkt immers ook de oproep: “ga heen en zondig niet meer”. Veel christenen zoeken daarom oprecht naar een leven dat rechtvaardig, barmhartig en liefdevol is. Zij vragen zich af hoe zij Jezus kunnen volgen: door armen te helpen, zieken nabij te zijn, gevangenen niet te vergeten en zich te laten vormen door gebed, Schrift en gemeenschap. Soms is dat zoeken ingewikkeld, zeker waar Bijbelteksten of tradities verschillend worden uitgelegd. Maar in het hart ervan ligt een kostbaar besef: ik kan dit niet alleen. Ik heb leiding, genade en liefde nodig.
Juist dat besef is belangrijk. In veel christelijke kringen wordt, gelukkig, gezocht naar de leiding van God, Jezus of de Heilige Geest. In gebed wordt gevraagd om wijsheid, liefde en kracht om niet vanuit het ego te leven, maar vanuit Gods wil. Natuurlijk kan taal over “Gods wil” ook zwaar of dwingend klinken. Toch hoeft zij dat niet te zijn. Op haar diepste niveau verwijst zij naar de uitnodiging om je te laten leiden door liefde die groter is dan je eigen voorkeuren, angsten en gelijk.
Daar ligt tegelijk een belangrijk leerpunt voor cursusstudenten. Wie door ECIW wordt geraakt, ontdekt vaak met vreugde dat God geen externe rechter is en dat de wereld die wij waarnemen niet de uiteindelijke werkelijkheid is. Dat inzicht kan diep bevrijdend zijn. Maar het kan ook te snel door het verstand worden toegeëigend. Dan ontstaat er een subtiel gevaar: het ego gaat non-duale taal spreken. Het kleine zelf zegt dan: “Ik ben God, er is geen wereld, lijden is slechts illusie.” Wat bedoeld was als bevrijding, kan zo ongemerkt veranderen in afstandelijkheid of zelfs spirituele arrogantie.
ECIW leert echter niet dat het ego goddelijk is. Wij zijn kinderen van God, niet God als afzonderlijk zelf. De Cursus bevrijdt ons van angst voor God, maar niet van eerbied voor God. Integendeel: wanneer zij spreekt over “awe”, gaat het om verwondering, ontzag en diepe ontvankelijkheid. Dat is geen kruiperigheid en geen angstige onderwerping. Het is de innerlijke buiging van iemand die erkent: liefde overstijgt mijn kleine ik, mijn behoefte aan controle en mijn neiging om alles zelf te willen begrijpen.
Daarom kunnen cursusstudenten iets leren van christenen die met open hart zeggen dat zij het niet zelf kunnen. Niet omdat zij terug zouden moeten naar een angstig godsbeeld, maar omdat nederigheid ook in een non-duale weg onmisbaar blijft. De wil van God hoeft niet te worden opgevat als een vreemde macht die van buitenaf iets oplegt. Gods wil is liefde zelf: de beweging van het leven die ons uitnodigt om ons niet langer door angst, trots of afgescheidenheid te laten leiden.
Op dat punt raken het beste van het klassieke christendom en het beste van ECIW elkaar. Beide wijzen voorbij het zelf dat alles wil beheersen. Beide nodigen uit tot bekering, overgave of bereidwilligheid — woorden die verschillend klinken, maar naar dezelfde innerlijke wending verwijzen. De Bijbel laat in het leven van Jezus zien hoe liefde gestalte krijgt in de wereld. ECIW en ECvL helpen om de angstige beelden op te ruimen die deze liefde kunnen blokkeren. Samen kunnen zij ons herinneren aan iets eenvoudigs en radicaals: liefde wil niet alleen begrepen worden, maar door ons heen geleefd worden.
Misschien verwacht de klassieke christen vooral de hemel na de dood, terwijl de cursusstudent de hemel nu wil leren ervaren. Dat verschil hoeft ons niet te verdelen. Waar liefde door ons heen begint te stromen, wordt de hemel hoe dan ook herkenbaar: in vergeving, nabijheid, dienstbaarheid, vreugde en vrede. Dan hoeven christenen niet bang te zijn dat ECIW hun geloof afbreekt, en hoeven cursusstudenten niet neer te kijken op christelijke taal over genade, overgave en Gods wil. Misschien hebben we elkaar juist nodig. De één herinnert ons eraan dat God geen angstwekkende rechter is, maar Liefde. De ander herinnert ons eraan dat liefde vraagt om nederigheid, ontvankelijkheid en concrete belichaming. Zo kunnen we, ieder in onze eigen taal, leren buigen voor dezelfde Liefde — en haar tot zegen laten worden voor de wereld om ons heen.
