Een brug tussen christenen en cursusstudenten

Er bestaan werelden die op het eerste gezicht ver uit elkaar lijken te liggen: het klassieke christelijke geloof en het gedachtegoed van Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL). Toch vermoed ik dat beide tradities elkaar meer te zeggen hebben dan vaak wordt gedacht. Mijn hoop is dat klassieke christenen de bevrijdende correctie van ECIW en ECvL leren waarderen. Maar evenzeer hoop ik dat cursusstudenten opnieuw oog krijgen voor iets kostbaars in het klassieke geloof: de nederige, open houding van de mens die beseft dat hij zichzelf niet kan redden en zich daarom toevertrouwt aan God.

Voor veel mensen blijft er iets wringen in het klassieke beeld van een God die als rechter buiten ons staat, die gruwelt van ons morele tekort en genoegdoening vraagt. Dat beeld wordt niet werkelijk zachter wanneer vervolgens wordt gezegd dat Jezus in onze plaats moest boeten. Wie de evangeliën onbevangen leest, ontmoet vooral een andere toon: Jezus zoekt juist de mensen op die door anderen worden veroordeeld. Hij raakt aan, geneest, vergeeft en nodigt uit. In de gelijkenis van de verloren zoon zien we geen Vader die wraak wil nemen, maar een Vader die zijn verdwaalde kind tegemoet rent zodra het huiswaarts keert. De bereidheid om terug te keren blijkt genoeg. ECIW zou later spreken over “een klein beetje bereidwilligheid”.

ECIW en ECvL bieden een krachtige correctie op een angstig en dualistisch godsbeeld. God is liefde; in Hem is geen duisternis, geen wraakzucht en geen behoefte aan straf. De Cursus maakt duidelijk dat wij onze eigen schuld en angst op God projecteren en Hem vervolgens gaan vrezen als de bron van oordeel. Maar wanneer die projectie wegvalt, kan de Vader uit de gelijkenis van de verloren zoon opnieuw zichtbaar worden: niet als aanklager, maar als Liefde die nooit heeft opgehouden ons thuis te verwachten.

Opmerkelijk genoeg komen de klassieke christen en de cursusstudent daarna op een vergelijkbaar punt uit. De christen mag geloven dat hij door Christus vergeven en gereinigd is. De cursusstudent mag ontdekken dat werkelijke schuld nooit de waarheid over hem is geweest, maar dat hij zich heeft vergist in wie hij is. In beide gevallen valt de loodzware last van schuld weg. Maar daarmee begint pas de echte vraag: hoe leef je vervolgens? Wat betekent vergeving, bevrijding of zondeloosheid concreet in het dagelijkse bestaan?

Voor de klassieke christen is het antwoord niet dat hij eenvoudig kan doorgaan alsof er niets veranderd is. Vergeving is geen vrijbrief voor onverschilligheid. In de evangeliën klinkt immers ook de oproep: “ga heen en zondig niet meer”. Veel christenen zoeken daarom oprecht naar een leven dat rechtvaardig, barmhartig en liefdevol is. Zij vragen zich af hoe zij Jezus kunnen volgen: door armen te helpen, zieken nabij te zijn, gevangenen niet te vergeten en zich te laten vormen door gebed, Schrift en gemeenschap. Soms is dat zoeken ingewikkeld, zeker waar Bijbelteksten of tradities verschillend worden uitgelegd. Maar in het hart ervan ligt een kostbaar besef: ik kan dit niet alleen. Ik heb leiding, genade en liefde nodig.

Juist dat besef is belangrijk. In veel christelijke kringen wordt, gelukkig, gezocht naar de leiding van God, Jezus of de Heilige Geest. In gebed wordt gevraagd om wijsheid, liefde en kracht om niet vanuit het ego te leven, maar vanuit Gods wil. Natuurlijk kan taal over “Gods wil” ook zwaar of dwingend klinken. Toch hoeft zij dat niet te zijn. Op haar diepste niveau verwijst zij naar de uitnodiging om je te laten leiden door liefde die groter is dan je eigen voorkeuren, angsten en gelijk.

Daar ligt tegelijk een belangrijk leerpunt voor cursusstudenten. Wie door ECIW wordt geraakt, ontdekt vaak met vreugde dat God geen externe rechter is en dat de wereld die wij waarnemen niet de uiteindelijke werkelijkheid is. Dat inzicht kan diep bevrijdend zijn. Maar het kan ook te snel door het verstand worden toegeëigend. Dan ontstaat er een subtiel gevaar: het ego gaat non-duale taal spreken. Het kleine zelf zegt dan: “Ik ben God, er is geen wereld, lijden is slechts illusie.” Wat bedoeld was als bevrijding, kan zo ongemerkt veranderen in afstandelijkheid of zelfs spirituele arrogantie.

ECIW leert echter niet dat het ego goddelijk is. Wij zijn kinderen van God, niet God als afzonderlijk zelf. De Cursus bevrijdt ons van angst voor God, maar niet van eerbied voor God. Integendeel: wanneer zij spreekt over “awe”, gaat het om verwondering, ontzag en diepe ontvankelijkheid. Dat is geen kruiperigheid en geen angstige onderwerping. Het is de innerlijke buiging van iemand die erkent: liefde overstijgt mijn kleine ik, mijn behoefte aan controle en mijn neiging om alles zelf te willen begrijpen.

Daarom kunnen cursusstudenten iets leren van christenen die met open hart zeggen dat zij het niet zelf kunnen. Niet omdat zij terug zouden moeten naar een angstig godsbeeld, maar omdat nederigheid ook in een non-duale weg onmisbaar blijft. De wil van God hoeft niet te worden opgevat als een vreemde macht die van buitenaf iets oplegt. Gods wil is liefde zelf: de beweging van het leven die ons uitnodigt om ons niet langer door angst, trots of afgescheidenheid te laten leiden.

Op dat punt raken het beste van het klassieke christendom en het beste van ECIW elkaar. Beide wijzen voorbij het zelf dat alles wil beheersen. Beide nodigen uit tot bekering, overgave of bereidwilligheid — woorden die verschillend klinken, maar naar dezelfde innerlijke wending verwijzen. De Bijbel laat in het leven van Jezus zien hoe liefde gestalte krijgt in de wereld. ECIW en ECvL helpen om de angstige beelden op te ruimen die deze liefde kunnen blokkeren. Samen kunnen zij ons herinneren aan iets eenvoudigs en radicaals: liefde wil niet alleen begrepen worden, maar door ons heen geleefd worden.

Misschien verwacht de klassieke christen vooral de hemel na de dood, terwijl de cursusstudent de hemel nu wil leren ervaren. Dat verschil hoeft ons niet te verdelen. Waar liefde door ons heen begint te stromen, wordt de hemel hoe dan ook herkenbaar: in vergeving, nabijheid, dienstbaarheid, vreugde en vrede. Dan hoeven christenen niet bang te zijn dat ECIW hun geloof afbreekt, en hoeven cursusstudenten niet neer te kijken op christelijke taal over genade, overgave en Gods wil. Misschien hebben we elkaar juist nodig. De één herinnert ons eraan dat God geen angstwekkende rechter is, maar Liefde. De ander herinnert ons eraan dat liefde vraagt om nederigheid, ontvankelijkheid en concrete belichaming. Zo kunnen we, ieder in onze eigen taal, leren buigen voor dezelfde Liefde — en haar tot zegen laten worden voor de wereld om ons heen.

Machteloos?

Misschien herken je het wel. Ik behoor tot de groep “oude mensen” die om 20:00 uur naar het journaal kijkt. Ik word hier niet vrolijk van. Beelden van oorlogen, bosbranden en PFAS in moedermelk. Dan maar naar een leuke opgenomen documentaire kijken. Tja. Hierin legt een man in een roeibootje uit dat over 100 jaar Nederland half onder water zal staan. Alles wijst in dezelfde richting: we helpen de aarde, en daarmee onszelf, de vernieling in.

Ooit las ik dat je een grote kans loopt op een burn-out als je het gevoel hebt geen controle te hebben over je omstandigheden. Een te hoge werkdruk, een nare leidinggevende, een huilbaby en ga zo maar door. Je voelt je machteloos en daardoor moedeloos. Langzaam maar zeker word je somber, gelaten en misschien zelfs cynisch.

Ik merk dat gevoelens van moedeloosheid, boosheid en verdriet bij me naar binnensluipen als ik om me heen kijk in de wereld. Alles wat ik zie, getuigt van een collectieve ik-gerichtheid. Van een wijd verbreid gebrek aan besef van verbondenheid. Of die “ik” nu een enkel individu is of een land of een geloofsgroep; dat maakt niet uit. We zien niet in dat we één geheel vormen met elkaar, met de natuur, met moeder aarde. We zien dit hooguit als een wereldvreemd ideaal, maar we voelen het niet diep van binnen als de realiteit. Een Cursus in Wonderen (ECIW) spreekt over een geloof in afgescheidenheid. We zien God, onze naasten en de hele wereld als losstaand van onszelf. Er is sprake van collectieve onbewustheid.

De klassieke oervraag van mensen is waarom een liefdevolle en rechtvaardige God zoveel onrecht kan toestaan in de wereld. Het is triest. We projecteren zelfs de gevolgen van onze eigen ik-gerichtheid naar buiten, op God. De Indiase wijsgeer Krishnamurti gaf ons een heldere boodschap: “De wereld dat ben jij”. De puinhoop die we om ons heen menen te zien, is een weergave van onze geestesgesteldheid.

De cursus leert ons in Tekstboek Hfst 2: III het volgende:

5 Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt.

Ik had gehoopt dat de Tweede Wereldoorlog een definitief keerpunt zou zijn geweest. Na dat diepe dal van leed, en zeker na het inferno van twee kernbommen, klonk het: “dit nooit weer”. Zou de mensheid het geleerd hebben? Dat oorlog en vijandschap ons niets kunnen brengen? Ik hoef deze vraag niet voor je te beantwoorden.

Het was vanuit een conflictsituatie op haar werkvloer dat Helen Schucman plotseling besefte: “there must be another way”; er moet een andere weg zijn. Dit besef vertaalde zich in de bereidheid om de boodschap van Een Cursus in Wonderen te ontvangen en vorm te geven. Een boodschap vol hoop en liefde, mits deze goed wordt verstaan.

De kern van deze boodschap noemde ik eigenlijk al: de wereld, dat ben jij. Als ik dat uitdruk in ECIW-termen, dan klinkt het slechts iets anders: de wereld die wij zien is een projectie vanuit onze denkgeest. De ellende die we op tv zien weerspiegelt onze innerlijke staat. En gelukkig zien we niet alleen duisternis maar ook licht. We zien mensen die elkaar te hulp schieten en we zien een groeiend bewustzijn van verbondenheid van de mens met zijn omgeving. Helaas wordt deze groei haast afgedwongen doordat we onze eigen pijngrens overschrijden; maar toch.

Vandaag zijn we in het werkboek aangekomen bij Les 199: Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Deze wijsheid verwijst naar de diepste boodschap van Jezus: we zijn vrije (tijdloze) Kinderen van de Vader, van Liefde. Dat wat wij als ons lichaam zien, inclusief al het genoemde lijden dat hiermee gepaard gaat, speelt zich eigenlijk af in onze denkgeest. Het lichaam is, anders gezegd, een correct spiegelbeeld van een foute opvatting. Ons geloof in afgescheidenheid, onze ik-gerichtheid, vertaalt zich in de identificatie met ons lichaam.

Helaas heeft het ego zelfs binnen de ECIW-gemeenschap deze uitspraak gekaapt en geneutraliseerd. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid denken we dat “Ik ben niet een lichaam” ons oproept om ons eigen lichaam (en onze gevoelens) en de wereld vol ellende te mogen ontkennen. Om erom te lachen. Maar het lachen om onze projectie, om ons spiegelbeeld, gebeurt helaas gewoonlijk uit angst en niet omdat onze (denk)geest werkelijk genezen is. Hoewel lichaam en wereld spiegelbeelden zijn en dus niet “echt” in de zin van “de bron” (de denkgeest), wijzen ze wel op ziekte in deze bron, in de denkgeest. We worden niet opgeroepen om het spiegelbeeld te ontkennen, maar om te erkennen dat er correctie nodig is in dat wat weerspiegeld wordt; dat er genezing van de denkgeest nodig is.

Wat we in de media zien, roept ons op tot “bekering”; tot het anders richten van onze denkgeest: van ik-gerichtheid naar liefde. En diep van binnen weten we dit ook. Deze diepe herinnering, de Stem van de Heilige Geest, heeft ons nooit verlaten. Zijn we echter bereid om onszelf aan Liefde over te geven? Om te luisteren? In Een Cursus van Liefde (ECvL) lezen we dat liefde zich dan zal tonen, zelfs in de wereld van vormen. Op deze wijze zullen we vooralsnog communiceren met elkaar, met de wereld. Ik nodig je van harte uit om te luisteren naar hoe Jezus hierover spreekt in de werkboekles van vandaag:

6. De Heilige Geest is het thuis van elke denkgeest die vrijheid zoekt. In Hem hebben ze gevonden wat ze zochten. Het doel van het lichaam is nu ondubbelzinnig. En het wordt volmaakt in het vermogen een onverdeeld doel te dienen. Conflictvrij en eenduidig reagerend op de denkgeest, met slechts het idee van vrijheid als zijn doel, dient het lichaam, en dient het bekwaam zijn doel. Zonder de macht iets te kluisteren is het een waardige dienaar van de vrijheid die de denkgeest, in de Heilige Geest, zoekt.

7. Wees vrij vandaag. En neem vrijheid mee als jouw geschenk aan hen die nog geloven dat ze in een lichaam gekluisterd zijn. Wees jij vrij, opdat de Heilige Geest gebruik kan maken van jouw ontsnapping aan slavernij, om de tallozen te bevrijden die zichzelf als gevangen, hulpeloos en bang zien. Laat liefde door middel van jou hun angsten vervangen. Aanvaard nu de verlossing, en geef je denkgeest aan Hem die jou oproept Hem dit geschenk te geven. Want Hij wil jou volmaakte vrijheid en volmaakte vreugde geven, en de hoop die zijn volledige vervulling vindt in God.

Schuldbeladen geven en ontvangen

De werkboekles van vandaag (187) luidt: “Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf”. De les brengt ons terug naar onze diepste identiteit, waarin we één zijn met onze medemensen. Deze diepste identiteit is liefde, en liefde heeft de wonderlijke eigenschap dat ze toeneemt als ze gaat stromen of, een beetje duaal uitgedrukt, als ze wordt weggegeven of geschonken. Je kunt dit overdenken, aannemelijk vinden en voor waar aannemen, maar het werkt pas transformerend als je het echt vanbinnen gaat ervaren. Goed beschouwd ervaren we dit al dikwijls. Je kunt vrij simpel opmerken dat het fijn is om iets voor iemand te betekenen. Dat kan door iets voor iemand te doen, maar ook door iemand iets te geven waaraan hij of zij behoefte heeft. Het maakt je gewoon blij en je verwacht er niets voor terug.

Maar niet zelden is onze liefde nog niet zo onvoorwaardelijk. Dan bekijken we onze “gift” wat zakelijker. We kennen uitspraken als: “Het moet wel van twee kanten komen” of “Voor wat hoort wat”. In de werkboekles legt Jezus dit uit met het wat zwaar klinkende woord “offer”. Dat houdt in dat we menen dat het ons iets kost als we iemand iets aanbieden; dat we iets opofferen. Dat kan tijd zijn, inspanning, geld of iets anders dat we waardevol vinden en waarvan we denken dat we het kwijtraken als we het aan iemand geven. Misschien is het goed om wat voorbeelden te geven.

In een partnerrelatie kunnen beide partners hun steentje bijdragen in het huishouden. In gedachten kan er een soort balans worden bijgehouden. Als deze balans in de beleving van één van beiden scheef hangt, dan kan diegene zeggen: “Doe jij ook eens wat!”. Dit kan ook subtieler geformuleerd worden. Als degene die meent meer dan genoeg te hebben gedaan neerploft op de bank, kan het vriendelijk geformuleerde: “Wil jij voor mij een lekker kopje thee maken?” eigenlijk een verkapte beschuldiging inhouden met een veel sterkere lading: “Jij zit hier maar op je luie krent, laat mij al het werk doen en ik vind dat jij best eens wat voor mij kunt doen!”. Let wel: dit kan de lading zijn, het hoeft natuurlijk niet.

Ander voorbeeld. Iemand die denkt vanuit afgescheidenheid en schaarste kan ook moeite hebben om iets te ontvangen. Nodig zo iemand uit voor een lekkere lunch en hij of zij komt met een bos bloemen aan van 30 euro. De ogenschijnlijk gulle gever kan, wederom “kan”, zich schuldig voelen om onvoorwaardelijke liefde te accepteren en heeft het idee dat het direct weer “goedgemaakt” dient te worden.

Als je er oog voor krijgt, dan zie je in het dagelijks leven talloze voorbeelden. Natuurlijk zie je dit ook bij jezelf gebeuren en dat kan best pijnlijk zijn. Waar je misschien dacht spiritueel gevorderd te zijn en onvoorwaardelijk lief te hebben, merk je toch ook bij jezelf dit balansdenken op.

Mij helpt het om dit niet te veroordelen, maar om het te zien als een wat geperverteerde of, positiever gelabeld, vervormde afspiegeling van de diepere waarheid dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Als je stil bent en rust in je hart, dan voel je woordeloos en direct de waarheid van de reciprociteit van geven en ontvangen. Je voelt dat in de oordeelloze, vrije stroom van liefde, al dan niet vertaald in een vorm in onze wereld, vreugde opbloeit. Het klinkt misschien banaal, maar hoe fijn is het om iemand dat boek te geven dat je ergens zag liggen en waarvan je weet dat het hem blij maakt? Hoe leuk is het om een vriend een kopje koffie en een gebakje aan te bieden op een terras?

Maar als we gaan geloven in afgescheidenheid, dan sluipen angst (krijg of geef ik wel genoeg?), schuld en boosheid (verdorie, ik geef of ontvang te weinig) naar binnen. Onze “duale” oplossing is te proberen met vormen (tijd, geld, inspanning) de balans te herstellen. De gevoelens zijn een wake-up call, maar onze reactie erop gebeurt op het niveau van vorm en lost daarom niks op. De illusie van afgescheidenheid blijft gewoon bestaan.

Die wake-up call kan echter ook ten goede gebruikt worden als we stil worden en onze denkgeest richten op de Heilige Geest of op liefde. Wat is hier aan de hand? Het kan wat sleets klinken, maar het is toch een diepe waarheid: alles is een uiting van liefde of een roep om liefde. Onvoorwaardelijke liefde. En dan wordt het voor ons lastig, want we willen graag wat concreter weten wat we moeten doen.

Moeten we gewoon alle eisen van die ander maar inwilligen? Hoe direct of indirect die ook geformuleerd worden? Wees eerlijk richting jezelf. Je kunt innerlijk verzuchten en denken: “Ach, laat ik maar weer de wijste zijn; ik offer me wel weer op!” Maar kijk goed en zie hoe je boosheid opkropt en de ander beschuldigt. Misschien vind je ook jezelf wel een slappe sukkel dat je weer toegeeft. Nee, je hoeft geen voetveeg te worden. De Heilige Geest, Liefde, wil niet alleen voor die ander zorgen, maar ook voor jou. Jullie zijn immers één. Dus kun je “Nee, dat wil ik niet” zeggen zonder boosheid en zonder schuld? Niet om je sterk, machtig en superieur te voelen, maar omdat dit op dat moment de meest liefdevolle respons is voor jou én voor die ander?

Het vergt mildheid en oplettendheid, maar dan kunnen die alledaagse situaties een prachtige leerschool vormen waarmee onze speciale haat- en liefdesrelaties getransformeerd kunnen worden naar heilige relaties. Het vraagt gevoeligheid voor de emoties van die ander en van jezelf, én vertrouwen in de helende kracht van liefde. Een beetje humor helpt ook: “Oops, I did it again” (Britney Spears).

Liefde manifesteren in de ons bekende wereld

In Een Cursus in Wonderen (ECIW) lezen we dat wij de ons bekende wereld als Zoon van God projecteren om de illusie van afgescheidenheid te versterken. Wij misbruiken “vormen”, zoals onze lichamelijkheid, om grenzen te zien en voor waar aan te nemen. Een bekende cursusuitspraak is dat God niets van deze wereld weet. Zo’n uitspraak landt in onze duale denkgeest en we zien dan (onbewust) een in zichzelf gekeerd opperwezen voor ons dat niets weet van onze nood, of we ons deze nu inbeelden of niet.

Maar God, onze Bron, staat niet los van ons; Hij draagt ons in eindeloze Liefde. De wonderlijke paradox is dat, hoewel er in waarheid niets gebeurd is, er toch een liefdevolle respons volgt op onze dwaling. Zodra de Zoon van God zich “voor de grap” afkeert van zijn Bron, volgt er direct een respons vanuit Liefde. Als je dan toch een duale metafoor wilt gebruiken, kun je het zien als een vader (of moeder) die opmerkt dat zijn kindje een nachtmerrie heeft en angstig en bezweet roept, schreeuwt en spartelt. Hij weet dat de droom niet echt is, maar troost en omarmt toch direct zijn oogappeltje.

Lees dit maar in werkboekles 186:


Zijn zachte Stem roept vanuit het bekende naar het onbekende. Hij wil je troosten, hoewel Hij geen verdriet kent. Hij wil herstel brengen, hoewel Hij volmaakt is; een gave aan jou, hoewel Hij weet dat jij alles al hebt. Hij heeft Gedachten die voorzien in elke behoefte die Zijn Zoon meent te hebben, hoewel Hij ze niet ziet. Want Liefde moet geven, en wat in Zijn Naam wordt gegeven, neemt de vorm aan die het meest behulpzaam is in een wereld van vorm.

Dit zijn de vormen die nooit kunnen misleiden, hoewel zij voortkomen uit de Vormloosheid Zelf. Vergeving is een aardse vorm van liefde die, zoals zij in de Hemel is, geen vorm heeft. Toch wordt wat hier nodig is hier gegeven, zoals het nodig is. In deze vorm kun jij je functie zelfs hier vervullen, hoewel wat liefde voor jou zal betekenen wanneer de vormloosheid aan jou is hersteld, nog veel groter is. De verlossing van de wereld hangt af van jou die kunt vergeven. Dat is jouw functie hier.

Je ziet hier tevens dat de Heilige Geest in ECIW lang niet zo allergisch reageert op “de wereld van vorm” als sommige studenten en leraren van de Cursus. Liefde kan en moet zich (voorlopig) manifesteren in de ons bekende wereld, ook al is dit niet de ultieme werkelijkheid.

In Een Cursus van Liefde (ECvL) spreekt Jezus ook over de kernbetekenis van het wonder: het uitdrukken van liefde in de wereld zoals wij die kennen. Hij geeft aan dat ons Zelf meer is dan ons lichaam, maar dat onze ware Identiteit, die Liefde is, Zich kan uitdrukken in de wereld. ECvL spreekt over het verheven Zelf van vorm:

3.18 Dit is niet bedoeld om een onderscheid tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm te maken, maar om aan te tonen dat er een verschil in vorm bestaat tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm. Het Zelf was en blijft altijd meer dan het lichaam. Het lichaam, echter, is ook vernieuwd het Zelf. Het lichaam is ook, vernieuwd, één lichaam, één Christus.

3.19 Het is dit onderscheid dat bestaat tussen het Zelf en het verheven Zelf van vorm dat van ons scheppers van het nieuwe maakt, want het verheven Zelf van vorm is nieuw. Het Zelf is eeuwig. Je verheven Zelf van vorm is nieuwgeboren, zoals ik eens nieuwgeboren was, hoewel mijn Zelf eeuwig was. Een van de belangrijkste dingen die we zullen zien naarmate we verder gaan, is het onderscheid tussen vorm en inhoud en de verschillende manieren waarop afgescheiden vormen inhoud uitdrukken. Het zal een uitdaging zijn te gaan beseffen dat verschillende expressies niet verschillend maken. Deze verschillen werden in deze Cursus besproken als unieke uitdrukkingen van dezelfde liefde die in alles bestaat.

In het citaat uit ECIW sprak Jezus over de verlossing van de wereld. We moeten onze functie oppakken. Deze functie is niet (uit angst!) de wereld ontkennen, maar ons de eenheid herinneren, opdat Liefde weer kan stromen. In ECvL klinkt dit als volgt:

10.36 Alle oplossingen voor de problemen waar de wereld en degenen die erin leven mee geconfronteerd waren, zijn tot nu toe los van elkaar en los van God nagestreefd — tot voor kort. Nu wordt naar eenheid gezocht en wordt eenheid gevonden.

10.37 Maar deze problemen, wanneer ze van gevoelens worden ontdaan, blijven nog steeds problemen. Het blijven sociale kwesties, milieukwesties en politieke kwesties. De oorzaak van al deze problemen is angst. De oorzaak en het gevolg van liefde is het enige dat deze oorzaken van angst zal vervangen door de middelen en doelen die deze samen met jou zullen transformeren. Jullie zijn middel en doel. Het ligt in jullie macht om verlossers van de wereld te zijn. Het is van binnenuit dat jullie macht de wereld zal redden.

Ik verheug me in de Liefde van de Vader voor mij. Ik hoef Hem alleen maar toe te staan om door me heen te stromen. Wat een heerlijke uitnodiging en prachtige functie! De titel van werkboekles 186 luidt: De verlossing van de wereld hangt af van mij; van ons! En kijk eens wat hier straks op volgt:

Les 187: Ik zegen de wereld, want ik zegen mijzelf.

Les 188: De vrede van God straalt nu in mij.

Les 189: Ik voel de Liefde van God nu in mij.

De scope van ECIW

Er zijn meerdere spirituele scholingswegen die ik interessant vind naast ECIW en ECvL. Denk aan de antroposofie, de rozenkruisers, de Christengemeenschap, die overigens zwaar leunt op de ideeën van Rudolf Steiner, en aan andere levensvisies. Wat me opvalt, is dat er bij veel scholingswegen sprake is van een ontwikkeling in enkele of talloze stadia en in evenzovele (kosmische) sferen. Sterk samengevat gaat het om een vorm van bewustzijnsontwikkeling waarbinnen onze bekende evolutie soms slechts een klein onderdeel vormt.

ECIW heeft een tamelijk uitgesproken visie op deze stapsgewijze progressie naar steeds meer verheven vormen van bewustzijn. De cursus gaat namelijk uit van een onveranderlijke, tijdloze werkelijkheid waarin onze ware identiteit ‘altijd’ al helemaal oké was, is en zal zijn. Strikt genomen zijn dit onjuiste uitspraken van mij, omdat in tijdloosheid termen als ‘altijd’, ‘verleden’, ‘nu’ en ‘toekomst’ onzinnig zijn.

Zo beschouwd besteden al die andere visies vooral aandacht aan wat ECIW omschrijft als ‘het nietig dwaas idee waarom de Zoon van God vergat te lachen’. Er valt immers in waarheid niets te bereiken voor ons. Er zijn geen stadia van bewustzijnsgroei. ECIW stelt dat het fenomeen ‘bewustzijn’ reeds onderdeel uitmaakt van het egodomein, dus van de droom van ruimte en tijd.

Die relativering van ons geploeter in de droom klinkt telkens en op verschillende manieren door in de cursus. We kennen bijvoorbeeld: ‘Je hoeft niets te doen.’ Een ander voorbeeld betreft vergeving: ‘We vergeven de ander voor wat deze nooit echt heeft gedaan.’

Hoewel het goed is om deze ultieme waarheid van ECIW nooit uit het oog te verliezen, is het in mijn beleving ook niet handig om hier vroegtijdig een voorschot op te willen nemen. Het is lastig voor ons om hierin de meest behulpzame houding te vinden. Het is verleidelijk om een simplistische houding aan te nemen en te besluiten alles wat zich aan ons voordoet weg te lachen als onzinnig. Is het dan toch zinnig, en moeten we de ultieme scope van ECIW dan maar vergeten en de droom serieus nemen? Nee, dat ook niet.

Dat doet Jezus ook niet in zijn communicatie met ons. Zowel in de Bijbel als in ECIW geeft hij de kern van zijn weg en visie kort en bondig weer in respectievelijk de volgende citaten:

Bijbel: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.’

In feite zit hierin het hele mysterie van de Schepping vervat: wij zijn niet gescheiden van de Bron en niet van elkaar.

En ECIW: ‘Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.’

Lekker kort en bondig!

Maar vervolgens hebben we toch twee dikke boeken gekregen: de Bijbel en ECIW. Kennelijk vond ook Jezus het niet voldoende om ons te adviseren lekker onderuit te leunen en smakelijk te lachen om stadia, fasen en oefeningen. Sta daar eens bij stil: we kregen 365 werkboeklessen terwijl onze diepste identiteit gevestigd is in tijdloosheid.

Het is een diepe paradox. ECIW leert ons dat we ons vergissen als we denken dat we nog niet oké zijn en dat we nog moeten groeien. Het is al een (onnodig) stapje in de goede richting als we woorden als ‘ontdekken’, ‘ontwikkelen’, ‘ontleren’, ‘herinneren’ en dergelijke gebruiken. Maar deze termen lossen de illusie van een proces niet op. Er valt steeds meer te ontdekken, te ontwikkelen en te herinneren, en steeds verder te ontleren. Zie je het? Het blijft allemaal tijdsgebonden.

Is dat erg? Nee, het is gewoon wat het is, en we kunnen niet veel anders dan doorgaan op de onnodige weg. Dit zegt ECIW zelf over de scope van de cursus:

VvT 3: ‘Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is. Hij houdt zich niet bezig met wat voorbij alle dwaling ligt, omdat hij alleen ontworpen is om de richting daarnaar aan te geven.’

VvT 1: ‘Je hebt geen hulp nodig om de Hemel binnen te gaan, want je hebt die nooit verlaten. Maar er is wel hulp nodig van buiten jezelf, ingeperkt als jij bent door valse overtuigingen over je Identiteit, die God alleen in de werkelijkheid heeft gegrondvest.’

Txt 19: III, 5: ‘In de tijd ziet de Heilige Geest duidelijk dat de Zoon van God fouten kan maken. Hierop deel je Zijn visie. Maar je deelt niet Zijn inzicht in het verschil tussen tijd en eeuwigheid. En wanneer de correctie is voltooid, is tijd eeuwigheid. De Heilige Geest kan jou leren hoe je de tijd ánders kunt bekijken en hoe je eraan voorbij kunt zien, maar niet zolang jij in zonde gelooft.’

En als laatste een heerlijk en hoopgevend citaat:

Txt 27: III, 6-7: ‘En zo wordt God de vrijheid gelaten Zelf de laatste stap te zetten. Hiervoor heb je geen beelden en leermiddelen nodig. En wat uiteindelijk de plaats van elk leermiddel zal innemen, zal louter zijn. Vergeving verdwijnt en symbolen vervagen, en niets wat de ogen ooit zagen of de oren hebben gehoord blijft nog waarneembaar. Er is een kracht gekomen, volkomen onbegrensd, niet om te verwoesten maar om het zijne te ontvangen. Nergens valt er een functie te kiezen. De keuze die jij vreest te verliezen heb jij nooit gehad. Toch lijkt dit slechts de onbeperkte kracht en enkelvoudige gedachten te hinderen die volledig en gelukkig zijn en zonder tegendeel. Jij kent de vrede niet die uitgaat van een kracht die zich tegen niets verzet. Maar een andere soort kan er helemaal niet bestaan. Verwelkom de kracht die vergeving overstijgt, en voorbij de wereld van symbolen en beperkingen ligt. Hij wil louter zijn, en daarom is Hij louter.’

Tegelijk mogen ook andere spirituele wegen worden gewaardeerd als oprechte en behulpzame vormen waarin mensen zoeken, oefenen, liefhebben en zich laten raken door waarheid. Misschien is dat ook de mildheid die ECIW zelf steeds weer aanreikt: niet om andere wegen weg te zetten, maar om te leren kijken zonder angst, schuld en oordeel.