Machteloos?

Misschien herken je het wel. Ik behoor tot de groep “oude mensen” die om 20:00 uur naar het journaal kijkt. Ik word hier niet vrolijk van. Beelden van oorlogen, bosbranden en PFAS in moedermelk. Dan maar naar een leuke opgenomen documentaire kijken. Tja. Hierin legt een man in een roeibootje uit dat over 100 jaar Nederland half onder water zal staan. Alles wijst in dezelfde richting: we helpen de aarde, en daarmee onszelf, de vernieling in.

Ooit las ik dat je een grote kans loopt op een burn-out als je het gevoel hebt geen controle te hebben over je omstandigheden. Een te hoge werkdruk, een nare leidinggevende, een huilbaby en ga zo maar door. Je voelt je machteloos en daardoor moedeloos. Langzaam maar zeker word je somber, gelaten en misschien zelfs cynisch.

Ik merk dat gevoelens van moedeloosheid, boosheid en verdriet bij me naar binnensluipen als ik om me heen kijk in de wereld. Alles wat ik zie, getuigt van een collectieve ik-gerichtheid. Van een wijd verbreid gebrek aan besef van verbondenheid. Of die “ik” nu een enkel individu is of een land of een geloofsgroep; dat maakt niet uit. We zien niet in dat we één geheel vormen met elkaar, met de natuur, met moeder aarde. We zien dit hooguit als een wereldvreemd ideaal, maar we voelen het niet diep van binnen als de realiteit. Een Cursus in Wonderen (ECIW) spreekt over een geloof in afgescheidenheid. We zien God, onze naasten en de hele wereld als losstaand van onszelf. Er is sprake van collectieve onbewustheid.

De klassieke oervraag van mensen is waarom een liefdevolle en rechtvaardige God zoveel onrecht kan toestaan in de wereld. Het is triest. We projecteren zelfs de gevolgen van onze eigen ik-gerichtheid naar buiten, op God. De Indiase wijsgeer Krishnamurti gaf ons een heldere boodschap: “De wereld dat ben jij”. De puinhoop die we om ons heen menen te zien, is een weergave van onze geestesgesteldheid.

De cursus leert ons in Tekstboek Hfst 2: III het volgende:

5 Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt.

Ik had gehoopt dat de Tweede Wereldoorlog een definitief keerpunt zou zijn geweest. Na dat diepe dal van leed, en zeker na het inferno van twee kernbommen, klonk het: “dit nooit weer”. Zou de mensheid het geleerd hebben? Dat oorlog en vijandschap ons niets kunnen brengen? Ik hoef deze vraag niet voor je te beantwoorden.

Het was vanuit een conflictsituatie op haar werkvloer dat Helen Schucman plotseling besefte: “there must be another way”; er moet een andere weg zijn. Dit besef vertaalde zich in de bereidheid om de boodschap van Een Cursus in Wonderen te ontvangen en vorm te geven. Een boodschap vol hoop en liefde, mits deze goed wordt verstaan.

De kern van deze boodschap noemde ik eigenlijk al: de wereld, dat ben jij. Als ik dat uitdruk in ECIW-termen, dan klinkt het slechts iets anders: de wereld die wij zien is een projectie vanuit onze denkgeest. De ellende die we op tv zien weerspiegelt onze innerlijke staat. En gelukkig zien we niet alleen duisternis maar ook licht. We zien mensen die elkaar te hulp schieten en we zien een groeiend bewustzijn van verbondenheid van de mens met zijn omgeving. Helaas wordt deze groei haast afgedwongen doordat we onze eigen pijngrens overschrijden; maar toch.

Vandaag zijn we in het werkboek aangekomen bij Les 199: Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Deze wijsheid verwijst naar de diepste boodschap van Jezus: we zijn vrije (tijdloze) Kinderen van de Vader, van Liefde. Dat wat wij als ons lichaam zien, inclusief al het genoemde lijden dat hiermee gepaard gaat, speelt zich eigenlijk af in onze denkgeest. Het lichaam is, anders gezegd, een correct spiegelbeeld van een foute opvatting. Ons geloof in afgescheidenheid, onze ik-gerichtheid, vertaalt zich in de identificatie met ons lichaam.

Helaas heeft het ego zelfs binnen de ECIW-gemeenschap deze uitspraak gekaapt en geneutraliseerd. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid denken we dat “Ik ben niet een lichaam” ons oproept om ons eigen lichaam (en onze gevoelens) en de wereld vol ellende te mogen ontkennen. Om erom te lachen. Maar het lachen om onze projectie, om ons spiegelbeeld, gebeurt helaas gewoonlijk uit angst en niet omdat onze (denk)geest werkelijk genezen is. Hoewel lichaam en wereld spiegelbeelden zijn en dus niet “echt” in de zin van “de bron” (de denkgeest), wijzen ze wel op ziekte in deze bron, in de denkgeest. We worden niet opgeroepen om het spiegelbeeld te ontkennen, maar om te erkennen dat er correctie nodig is in dat wat weerspiegeld wordt; dat er genezing van de denkgeest nodig is.

Wat we in de media zien, roept ons op tot “bekering”; tot het anders richten van onze denkgeest: van ik-gerichtheid naar liefde. En diep van binnen weten we dit ook. Deze diepe herinnering, de Stem van de Heilige Geest, heeft ons nooit verlaten. Zijn we echter bereid om onszelf aan Liefde over te geven? Om te luisteren? In Een Cursus van Liefde (ECvL) lezen we dat liefde zich dan zal tonen, zelfs in de wereld van vormen. Op deze wijze zullen we vooralsnog communiceren met elkaar, met de wereld. Ik nodig je van harte uit om te luisteren naar hoe Jezus hierover spreekt in de werkboekles van vandaag:

6. De Heilige Geest is het thuis van elke denkgeest die vrijheid zoekt. In Hem hebben ze gevonden wat ze zochten. Het doel van het lichaam is nu ondubbelzinnig. En het wordt volmaakt in het vermogen een onverdeeld doel te dienen. Conflictvrij en eenduidig reagerend op de denkgeest, met slechts het idee van vrijheid als zijn doel, dient het lichaam, en dient het bekwaam zijn doel. Zonder de macht iets te kluisteren is het een waardige dienaar van de vrijheid die de denkgeest, in de Heilige Geest, zoekt.

7. Wees vrij vandaag. En neem vrijheid mee als jouw geschenk aan hen die nog geloven dat ze in een lichaam gekluisterd zijn. Wees jij vrij, opdat de Heilige Geest gebruik kan maken van jouw ontsnapping aan slavernij, om de tallozen te bevrijden die zichzelf als gevangen, hulpeloos en bang zien. Laat liefde door middel van jou hun angsten vervangen. Aanvaard nu de verlossing, en geef je denkgeest aan Hem die jou oproept Hem dit geschenk te geven. Want Hij wil jou volmaakte vrijheid en volmaakte vreugde geven, en de hoop die zijn volledige vervulling vindt in God.

Plaats een reactie