Toen ik een jaar of zestien was, begon ik spirituele verlichting na te streven. Omdat ik veel boeken las, ontdekte ik al snel dat juist dit najagen van verlichting de illusie versterkt dat er zoiets bestaat als een klein zelf dat verlicht zou kunnen worden. De hele grap van verlichting is nu juist het inzicht dat dit kleine zelf een soort fenomeen is van afgescheidenheid binnen het Goddelijke Geheel van waaruit het oprijst. Later kon ik hier de ECIW-termen aan koppelen; we zijn als Zoon van God een onafscheidelijk Aspect van Hem, onze Bron.
Dit intellectueel doorhebben is wat anders dan dit door en door ervaren als realiteit. Hier loop ik tegen de grens aan van ons per definitie duale taalgebruik. Immers, bij het woord “ervaren” gaan we nog steeds uit van dat kleine zelf dat dan een soort ervaring van eenheid zou hebben. We kunnen maar moeilijk met woorden vangen dat we niet van ordinair zelf naar spiritueel zelf op weg zijn, een zelf met spirituele ervaringen, maar dat er een soort diep ontluiken plaatsvindt waarbij ervaring en degene die ervaart als het ware samenkomen, waarbij dit wel geweten wordt. Geweten door wie? Door het Weten Zelf.
Zelfs de titel van deze blog: “de directe weg” wordt dan doorzien als onjuist. Een weg suggereert immers een vordering, bezien vanuit een bepaald perspectief. En ongemerkt is het dan weer dat kleine zelf dat meent nu eindelijk aardig op weg te zijn. Terwijl dat diepere weten juist inhoudt dat de onzinnigheid van zelfverbetering doorzien wordt. Maar ja, vooralsnog kunnen we niet anders dan onze toevlucht nemen tot gebrekkige taal om het onduidbare te proberen te duiden.
Jezus is natuurlijk bekend met de beperking van het voorstellingsvermogen van het kleine zelf. Toch spreekt hij in ECIW van vergeving en van verlossing of van het kiezen voor een ander, meer liefdevol perspectief. Net zoals ik op jonge leeftijd doorzag dat het streven naar verlichting onzin was, zo zijn er ook velen die al snel roepen dat er niets te vergeven valt, dat verlossing dus onzinnig is en dat gaan kiezen voor een meer liefdevolle bril een onvrede suggereert met “dat wat is”. En wie is het die dan ontevreden is en die toch weer op instrumentele wijze de situatie probeert te fixen? Jawel, ons bekende zelf op weg naar zelfverbetering.
Ik ken broeders en zusters die, net als Amoda Maa in deze video, de onzinnigheid van streven naar verlichting, vergeving en verlossing daadwerkelijk (deels) doorzien. Ze hebben recht van spreken en hun woorden zijn, net als die van Amoda in deze prachtige video en hopelijk deze blog, behulpzaam. Toch schieten we er weinig mee op als we angstig worden om ons “duaal uit te drukken”. Als jongeling werd ik bang om ervoor uit te komen dat ik naar verlichting streefde totdat ik, als een soort verslaafde, voor de spiegel ging staan en eerlijk zei: “hallo, ik ben Simon en ik streef naar spirituele verlichting, naar een soort ultiem geestelijk orgasme”.
Deze eerlijkheid is, meen ik, belangrijk. Het is goed om te onderkennen dat je een beeld hebt gevormd van hoe jij je ideale zelf voor je ziet. Misschien meen je dat je altijd aardig moet zijn, alles moet accepteren en de hele tijd moet glimlachen. Grenzeloze vriendelijkheid wellicht. Of wellicht streef je naar zelfloosheid, naar het oplossen als druppeltje in een oceaan van liefde. Vooral Een Cursus van Liefde (ECvL) zegt hier rake dingen over.
In mijn beleving is het onhandig om op basis van verstandelijk begrip, en zonder dit echt gerealiseerd te hebben, ECIW terzijde te schuiven, een enkeling daargelaten. Zolang we hier rondlopen in een fysiek lichaam ervaren we zaken die ons tonen dat we nog (deels) vanuit dat kleine zelf leven en ons hiermee (deels) identificeren. We herkennen dat op momenten dat onze innerlijke vrede verstoord raakt.
Op zo’n moment kunnen we zien dat we ons dom, niet-spiritueel, onaardig, schuldig, verward, etc. voelen. En hoewel ik weet dat er in absolute eenheid niets te kiezen valt, adviseert Jezus om simpelweg hier te beginnen en te kiezen voor “vergeving”. Een mooi subtiel woord uit ECIW is “bereidwilligheid”, ofwel: wees wonderbereid. ECvL gebruikt woorden als tederheid en toegewijde waarneming. En ja, wellicht zit hier aanvankelijk simpelweg de wens in om je onvrede te veranderen in vrede. Wees eerlijk: “ik voel nu onvrede en wil vrede”. Is dit volgens de hoogste inzichten nodig? Nee. Houdt dit de dualiteit voorlopig in stand? Het lijkt zo. Moeten we uiteindelijk niet komen tot zoiets als: “Ik heb vrede met mijn onvrede”? Prachtig, diep en helemaal waar.
Maar tot die tijd mogen we zonder schuldgevoel voor de spiegel gaan staan en zeggen:
“Ik kan mijn gevoelens van gedeprimeerdheid, onrust of tobberij [of mijn gedachten over deze situatie, persoon of gebeurtenis] vervangen door vrede.”
En neem dit vooral niet van mij aan, want ik heb deze cursieve zin uit Werkboekles 34 van ECIW. Het is een aanbeveling van Jezus. En laat hij het hierbij? Zeker niet, want in Les 35 vervolgt hij met:
Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig.
Ik geef hem graag het laatste woord door de derde alinea van deze les weer te geven:
Het idee voor vandaag biedt een heel ander zicht op jezelf. Door jouw Bron vast te stellen, stelt het jouw Identiteit vast, en het beschrijft jou zoals jij in waarheid werkelijk moet zijn. We zullen voor het idee van vandaag een iets andere vorm van toepassing hanteren, omdat vandaag de nadruk ligt op de waarnemer en niet op wat hij waarneemt.https://youtu.be/iQT9UtqNHvY?si=kvZ97JIvoxwp3zKa