De kracht van vertrouwen

Ik spreek regelmatig met slimme, meestal hoog opgeleide, mensen die niets meer te maken willen hebben met de Bijbel en met “het geloof”. Ze zien deze als een gepasseerd station, als iets van vroeger. Velen hebben als kind de nare kanten van een rigide geloof ervaren waarin veroordeling, schijnheiligheid, starheid en andere nare zaken een rol speelden.

Ik ben jarenlang actief lid geweest van een Baptistengemeente, maar verliet deze toen ik in mijn beleving vastliep in dogma’s die ik liefdeloos vond. Daar wil ik nu niet te veel over uitweiden, maar het beeld van een wraaklustige God die offers nodig had om weer goedgemutst te raken, speelde hierin een hoofdrol. Toch zag ik vooral in het Nieuwe Testament ook veel mooie passages die liefdevol verwijzen naar de verbondenheid van God, Jezus, de Heilige Geest en de gehele mensheid. Ik verwoordde mijn inzichten in twee boeken: Een Christen op Satsang en in Geen Beeld van God. Vlak daarna kwam Een Cursus in Wonderen op mijn pad en dit maakte de bevrijding van een negatief Godsbeeld voor mij compleet. God is Liefde en in Hem is totaal geen duisternis. Prachtig.

Gisteren schreef ik in de blog “Heelheid-van-hart: over denkers en voelers” over hoe een bovenmatige en eenzijdige aandacht voor ons hoofd of ons gevoel ons kan blokkeren op weg naar verlossing. Niet dat er iets mis is met nadenken of met aandacht geven aan je gevoelens, maar je kunt stagneren als je blijft hangen in “wat vind ik ervan” of “wat voel ik nu”. Wat deze twee benaderingen gemeen hebben, is een gerichtheid op mijzelf. Het ik blijft op de troon zitten en beschouwt zichzelf als het centrum van het bestaan, waar het allemaal om draait. Ik wil het begrijpen en ik wil me lekker voelen. De dominee van vroeger wees me op de hoogmoed van ons denken en stelde dat je niet per se tot gevoel kwam, maar tot geloof. Hij stelde dat we God de eerste plaats in ons leven moesten geven en dat we het zelfgerichte ego van zijn troon moesten halen.

Maar dat kan een nieuw dogma worden en een oproep zijn tot “lief doen”, een soort opgelegde en verplichte naastenliefde. Bovendien kan hier het ego weer langs de achterdeur naar binnen glippen als we menen dat we door lief te doen uiteindelijk een plekje in de hemel (voor onszelf!) veiligstellen.

ECIW roept niet zozeer op tot geloof. Het boek geeft weliswaar een mooie uitleg van hoe alles in elkaar zou zitten (de metafysica van het Tekstboek), maar de primaire insteek is toch vooral het doen van de Werkboeklessen die ons een universele ervaring beloven. En ook nu kunnen we blijven steken in bovenmatige aandacht voor de vraag: “wat voel ik nu?”.

Het mooie van zowel ECIW, maar zeker ook van Een Cursus van Liefde (ECvL), vind ik dat Jezus rekening houdt met deze preoccupatie met onszelf. Dit is immers een direct gevolg van het geloof in de echtheid van de afscheiding. We hebben onszelf simpelweg op de troon geplaatst en het draait uiteindelijk om de vraag wat wij hebben aan het geloof of aan de cursussen. Deze egocentriciteit is een vergissing, schuldeloos maar onhandig en naast de waarheid. ECIW spreekt van het autoriteitsprobleem. Eigenlijk net als die dominee van vroeger.

ECIW leert ons dat we niets hoeven te doen en dat we terug mogen stappen en Hem de weg mogen laten wijzen. In mijn beleving onderschatten we als cursusstudenten het belang van deze aanwijzing. We willen meer zelf doen, hard werken, meer lezen en leren, onze verlossing als het ware verdienen.

Kerkvaders spraken van onverdiende genade. ECvL wijst erop dat we reeds de voltooide zijn. ECIW stelt dat we de verlossing voor onszelf mogen aanvaarden. Maar deze genade, voltooiing en verlossing treffen we niet aan in ons ego, in ons kleine zelf. De gerichtheid moet, of liever gezegd, mag naar Hem gericht worden. We streven niet naar het vergroten van ons zelfvertrouwen maar mogen vertrouwen op Zijn onvoorwaardelijke Liefde.

Het woord “geloof” heeft iets afstandelijks, iets willekeurigs en als we vervolgens bij “geloven in God” ook nog eens denken aan een autoritair wezen buiten onszelf, dan hebben we hier terecht geen trek meer in. De uitnodiging is om het bijgevoegde filmpje eens te bekijken en daarbij niet aan geloof te denken maar aan vertrouwen. Laat je vooroordelen over het woord God los en probeer, als dit woord valt in de video, te denken aan onze Bron van Liefde die ons omarmt en draagt. Anders gezegd: probeer door het klassiek duale Godsbeeld heen te kijken en richt je op gevoelens van verbondenheid en vereniging, op de Heilige Relatie waar we deel van uit mogen maken.

Ik merk dat ik met nieuwe ogen ben gaan kijken naar “eenvoudige” gelovigen die hun vertrouwen op God stellen. Mogelijk houden ze er wat rare dogma’s op na; maar door in dankbare verwondering en in vertrouwen “hun knie te buigen voor de Heer”, hebben ze een machtige sleutel in handen. Door Hem op de troon te zetten in plaats van onszelf, offeren we niks op maar maken we ruimte om zijn genade te ontvangen. Eigenwijsheid en ik-gerichtheid zijn barrières die we zelf opwerpen tegen de Liefde die ons alles zomaar wil geven. We moeten niets van “God”, maar hij gunt ons alles.

Plaats een reactie