Heelheid-van-hart: over denkers en voelers

Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ECvL) vertegenwoordigen in mijn beleving één en dezelfde visie, maar met verschillende accenten. Van ECIW zegt men wel eens dat deze cursus je erg naar je hoofd trekt. Ik begrijp waarom men dat zegt, maar het is niet inherent aan de cursus. Veel gevoelsmensen voelen zich aangetrokken tot ECvL. Maar ook dit boek is zeker geen page-turner en vergt wel degelijk grote mentale helderheid. Het is eerder onze eigen voorkeursaanpak dan de inhoud van de boeken die bepaalt wat we ervan maken. Die voorkeur is geen alles-of-nietskwestie. Toch splits ik de lezers ter illustratie even op in denkers en voelers, om hun sterktes en valkuilen te kunnen duiden.

Denkers: Deze lezers proberen orde te scheppen in wat we als mensen meemaken door erover na te denken. Ze hebben bijvoorbeeld de metafysica van de cursussen met hun verstand redelijk goed doorgrond. Daardoor kunnen ze vaak helder uitleggen wat scheppen inhoudt en wat projectie en perceptie zijn. Een goed mentaal begrip van de cursussen geeft plezierige helderheid en orde in je hoofd. De valkuil is echter dat de daadwerkelijke beleving van de conceptueel verwoorde werkelijkheid wat achter kan blijven. Het is bijvoorbeeld niet zo moeilijk om te zeggen dat alles bewustzijn is en dat je zelf het onbegrensde bewustzijn bent. Maar als je zulke grote uitspraken vooral verstandelijk onderschrijft, is er eigenlijk sprake van een nieuw geloof. De denker kan dan menen dat hij of zij het goed begrijpt en dat de ander zich vergist.

Voelers: Deze lezers vinden de theorieën van de denkers vaak wat hard en afstandelijk. Ze voelen letterlijk dat we onszelf als denkers als het ware buiten de werkelijkheid plaatsen en er van een afstand naar kijken. Ze voelen aan dat de cursussen juist ageren tegen die afstandelijkheid. We moeten niet over het leven nadenken, maar het beleven en doorvoelen. ECvL spreekt meer over de menselijke emoties dan ECIW. Vermoedelijk is dat de reden waarom voelers blij zijn met dit boek. De voeler kan echter ook stagneren in het aandacht geven aan wat er van binnen opborrelt. Het “nu voel ik dit, nu dat, nu zus, nu zo” is op zichzelf prima. Maar het kan ook ontaarden in een eindeloos zwelgen dat, goed beschouwd, eveneens duaal van aard is. Ik hoor voelers nog wel eens iets zeggen als: “Je bent niet je gevoel, je hebt een gevoel.” Of: “Je bent de onbewogen waarnemer van wat er in je bewustzijn verschijnt.” Die “je” die dit opmerkt, is echter niet “je kleine zelf”. Dat punt wordt door voelers niet zelden onvoldoende beseft. Het kunnen juist de denkers zijn die hen daarin corrigeren.

Het punt is dat zowel denkers als voelers ongemerkt uitgaan van de validiteit van hun eigen uitgangspositie. Die uitgangspositie is het kleine zelf, gebaseerd op het geloof in afgescheidenheid. Dat is onvermijdelijk en geen drama; Jezus houdt daar in de cursussen rekening mee. Hij adviseert denkers om stil te worden en hun vooroordelen los te laten: “Bevrijd de wereld van alles wat je haar hebt toegedacht.” Wat dit stil worden betreft, hebben voelers al een voorsprong. Iedereen die mindfulness beoefent, weet dat aandacht geven aan wat zich in het moment voortdoet in lichaam, voelen en denken een stille vorm van aandacht vergt. Het is in elk geval niet de bedoeling om na te gaan denken over wat je voelt. Maar hoe kunnen voelers voorkomen dat dit aandacht geven aan wat zich voortdoet niet vervalt in een nieuwe, eindeloze doctrine? Ook voelers moeten en mogen uitgedaagd worden. Daarom krijgen ook zij van Jezus te horen dat ze niet het slachtoffer zijn van de wereld die ze zien.

Gevoelens nodigen ons uit tot verder onderzoek. Niet zozeer door erover na te denken, maar door te zien wat ze ons willen vertellen en dat te doorzien, te vergeven. Met elke gewaarwording — waarnemingen, gedachten en gevoelens — kunnen wij aan de haal gaan. We kunnen ze misbruiken om ons geloof in dualiteit, en dus in afgescheidenheid, te versterken. IK neem iets waar. IK denk iets. IK voel iets. Het is juist deze misvatting die Jezus wil corrigeren en die, grappig genoeg, ook door hedendaagse wetenschappers en filosofen wordt gecorrigeerd.

Als het ware van buitenaf beschouwd, stellen filosofen als Kastrup en Faggin dat we een mentaal, tijdloos veld zijn (“God”), waarin wij “rimpelingen” (Zonen) zijn. Het wonderlijke is dat dit veld subjectief van aard is. Die subjectiviteit kan alleen van binnenuit worden ervaren, juist door de rimpelingen die het voortbrengt. ECIW en ECvL stellen dat God en wij slechts in relatie kunnen beseffen dat we bestaan, dat we bewustzijn zijn. Dat is, in Bijbelse terminologie, precies dezelfde boodschap.

Ten diepste kunnen wij als Zonen ook tijdloos rimpelingen veroorzaken, dus scheppen, en zo weten wie we zijn. Wat wij echter, kort door de bocht, hebben gedaan, is vergeten dat we golven in God. In plaats daarvan denken we dat we een losstaand golfje zijn: het kleine zelf. Tegelijkertijd zien we niet meer dat wij het zelf zijn die ook rimpelingen veroorzaken. We ervaren ons gescheiden van onze maaksels: IK neem iets waar, enzovoort. Zo zijn we gaan geloven in de illusie van ruimte en tijd, waarin alle grenzen heel echt lijken.

Zo kan dit zomaar een nieuw verhaal worden dat we verstandelijk analyseren en proberen te begrijpen. Maar de Koninklijke Kunst is juist om dit ogenschijnlijk verstandelijke bouwwerk (“hoofd”) daadwerkelijk te gaan ervaren en voelen (“hart”). En daarin lopen onze geliefde cursussen voor op filosofie en wetenschap, omdat ze een gouden sleutel bieden. Die sleutel heet Liefde.

Wetenschappers en filosofen komen niet verder dan neutrale rimpelingen in een mentaal veld. Jezus leert ons echter dat deze rimpelingen bestaan uit Liefde die zich uitbreidt: het mysterie van de Schepping. Wanneer we nu “van binnen”, in de mind ofwel denkgeest, neutraal kijken naar wat zich voortdoet, kan dat onze duale perceptie corrigeren. Dit is het ene aspect van het wonder van ECIW. Daarmee verzwakt het ego, het geloof in afgescheidenheid. Maar je belandt dan ook in een soort vaag, duaal niemandsland. Er is nog steeds niet het volle besef dat je de schepper bent van wat je meent mee te maken.

ECvL wijst ons op de mogelijkheid van actieve aanvaarding van wat zich aandient in de mind. Daardoor wordt de schijnbare afstand tussen degene die ervaart en dat wat ervaren wordt kleiner. Dat vormt een opmaat naar de ultieme stap: Liefde. Er is maar één ware vorm van Schepping en één ware Identiteit, en dat is Liefde. Als wij alles wat we buiten ons menen waar te nemen gaan bezien met de visie van Christus, dus met een liefdevolle blik (het tweede aspect van een wonder), dan naderen we onze ware Identiteit. Dan gaan we ook glimpen ontvangen van de waarheid achter de boodschap van ECIW: “Je bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet.” We krijgen dan gevoel voor wat we verstandelijk al deels begrepen hebben. Hoofd en hart versmelten tot één Bron die Liefde heet: heelheid-van-hart. Vanaf dat moment gaan ECIW en ECvL spreken over “medescheppers worden van de nieuwe wereld”. Niet langer is dan ons angstige en schuldbeladen bijgeloof vormgevend, maar verbindende liefde. De herinnering zal en kan gloren, zelfs in de wereld van vormen, tijd en ruimte, dat we nooit afgescheiden zijn geweest van onze Vader en van elkaar. We zijn één Zoonschap, heel-van-hart.

Plaats een reactie