Een Cursus in Wonderen (ECIW) vergt van zijn lezers de nodige intellectuele arbeid. Daarom stellen sommige critici dat de cursus je “naar je hoofd trekt”. En dat kan ook zeker gebeuren. Toch vind ik de cursus ervaringsgericht. Je kunt proberen te begrijpen waarom het vellen van een oordeel over anderen jouzelf geen goed doet, maar als je een beetje oplet, kun je ook direct voelen wat het vanbinnen met je doet. Hetzelfde geldt voor vergeving zoals de cursus deze onderwijst. Je kunt simpelweg opmerken dat je je blijer voelt als je in de ander geen dader ziet, maar een mogelijk verward en toch liefdevol Kind van God herkent. ECIW vraagt dus niet om een keuze tussen een benadering via het hoofd of via het hart; beide zijn betrokken bij het doen van de cursus.
In Een Cursus van Liefde (ECvL) wordt het prachtig verwoord: het hoofd dient onder curatele van het hart geplaatst te worden. Als dat gebeurt, is er sprake van eenheid van hoofd en hart; kortweg aangeduid als heelheid-van-hart. Om te voorkomen dat je hoofd nu protesteert, voeg ik graag toe dat hoofd (mind) en hart (heart) geen gescheiden zaken zijn. Juist omdat wij in deze termen denken, gebruikt Jezus ze om ons het een en ander uit te leggen.
Ik moest aan deze hoofd-en-hartkwestie denken toen ik nadacht over onze relatie met de Heilige Geest. Ik heb daar meerdere blogs over geschreven en aanvankelijk gebeurde dit volgens een patroon dat ik onbewust vaker volg. Als iemand stellig beweert: “het is A!”, dan heb ik de neiging om te roepen: “nee hoor, B kan ook!”; en omgekeerd.
Dus toen een bekende cursusleraar stelde dat de Heilige Geest geen aparte “entiteit” binnen de Drie-eenheid is, maar onze herinnering aan eenheid, voelde ik me (in lijn met de visie van Robert Perry) geroepen om te protesteren. Die omschrijving voelde voor mij te klein en ik zag het risico dat we, vanuit ons geloof in afgescheidenheid, minder geneigd zouden zijn om ons over te geven aan de leiding van zoiets als onze herinnering. Deze omschrijving maakte de Heilige Geest voor mij te klein, te beperkt, te menselijk.
Maar ook het omgekeerde voelt voor mij niet goed. Als leraren beweren dat de Heilige Geest apart door God geschapen is en ons als aparte entiteit te hulp kan komen, dan is zijn grootsheid wel gered, maar sluipt er een afstandelijkheid naar binnen die wringt. Weliswaar groeit mijn bereidheid om me over te geven aan de Heilige Geest wanneer deze wordt voorgesteld als een soort afgezant van God, maar er treedt ook vervreemding op en daarmee een soort niet-pluisgevoel.
In ECvL wordt voor de Heilige Geest de term “intermediair” gebruikt en er wordt gesteld dat de tijd van de intermediair voorbij is. Nu is het moment om direct vanuit het Christusbewustzijn te gaan leven. En dat gebeurt ook meer en meer, maar nu wordt het lastig om de juiste woorden te vinden.
Het is namelijk gemakkelijk om van een uitspraak te zeggen dat deze niet klopt en dat er ook iets waars zit in het schijnbare tegendeel ervan. Maar zodra je woorden probeert te geven aan hoe het voelt om geleid te worden door de Heilige Geest, of om te leven vanuit het Christusbewustzijn, wordt het lastiger. Toch doe ik een poging.
Want wat er vanuit onze Bron, die Liefde is, door mij heen stroomt, is altijd hetzelfde geweest. Het is het perspectief van waaruit ik deze stroom ervaar dat een schijnbaar onderscheid maakt. Als ik mezelf vooral vanuit een (onbewust) gevoel van afgescheidenheid wil overgeven, helpt het me om me toe te vertrouwen aan iets dat groter is dan mijn kleine zelf. Dan helpt het mij, en dit is persoonlijk, om Hem als anders en groter dan mijn kleine zelf te zien. Ik neem dan als het ware genoegen met een wat duaal beeld van de Heilige Geest, omdat dit simpelweg voor mij werkt.
Wanneer ik mijn hart op die manier durf te openen voor Liefde, ontdek ik dat deze Liefde mijn Basis is, mijn Bron, en dat zij dus niet los van mij staat maar mij draagt. Deze Liefde is intiemer met mij dan wat dan ook; zij draagt mij en omarmt mij.
Nu ik toch zo aan het stamelen ben, stamel ik nog even verder. Aanvankelijk leek het een soort stappenplan. Ik liep ergens tegenaan, merkte onrust op en zag tegelijk dat ik daar zelf weinig aan kon doen. Ik riep de hulp in van de Heilige Geest, vertrouwde op Hem en na enige tijd verzachtte ik wat.
Maar gaandeweg treedt er een soort onmiddellijkheid op. Liefde draagt mij een situatie binnen, ontmoet deze en gaat er direct een intieme relatie mee aan. Gebeurt dit altijd zo makkelijk, snel en harmonieus? Nee hoor; zeker niet. Oude ego-patronen zijn mij niet vreemd en op zulke momenten val ik ontspannen terug op mijn stappenplan. Ik erken dan dat ik er zelf natuurlijk weer eens niet veel van bak, dat ik mezelf beschuldig en veroordeel, en meer van dit soort ongein.
Gelukkig breekt de glimlach sneller door, samen met het besef dat het hele duale rattenplan liefdevol gedragen wordt door Liefde. Het gevoel zelf iets voor elkaar te moeten boksen, slinkt als sneeuw voor de Zon. Tegelijkertijd groeit de dankbaarheid hiervoor. “Neem ontslag als je eigen leraar” voelt als genade, als verlossing. Ik mag minder worden, Hij zal groeien. En dat blijkt mijn grootste geluk. Paradoxaal, maar waar.
