Alles gaat zoals het gaat en wat overwegingen vanuit de visie van de cursus.

En, alles verschijnt in bewustzijn. Dergelijke uitspraken hoor je met regelmaat als het gaat over spirituele verlichting. Het zijn prettige uitspraken die handig zijn om als het ware een beetje uit te kunnen zoomen. Als we namelijk niet opletten dan gaan we helemaal op in de bezigheden van alledag. Daarbij identificeren we ons ongemerkt met ons kleine zelf dat druk bezig is om leuke ervaringen te verzamelen en vervelende gebeurtenissen te vermijden. Daarbij hebben we het idee dat we sommige zaken redelijk onder controle hebben maar dat er ook veel narigheid is die ons overkomt en waarmee we te dealen hebben.

Aan dit perspectief zijn we gewend. Het is gewoon “ons eigen” perspectief. Als we enigszins het benul krijgen dat dit perspectief beperkt is dan kunnen we gaan werken aan bewustzijnsverruiming. Ik denk dat dit een goede zaak is. Het begint allemaal als we opmerken dat ons huidig bewustzijn vernauwd aanvoelt en dat we ons afgescheiden, angstig en kwetsbaar voelen. De verruiming van het bewustzijn kan beginnen als we als het ware wat afstand kunnen nemen van die eindeloze stroom rusteloze gedachten en bijbehorende gevoelens. Als eerste stap is een kleine vorm van dissociatie zo gek nog niet. Een stapje achteruit zodat je ziet dat alles verschijnt in bewustzijn. De metafoor die hiervoor gebruikt wordt is die van het bioscoopscherm. Eerst denk je dat je een acteur op het scherm bent en vervolgens leer je de blik te verruimen en voel je je meer toeschouwer in de zaal. Een volgende stap in de ontkoppeling kan dan gebeuren als iemand je uitlegt dat alles gewoon gaat zoals het gaat. Dit kun je ook formuleren door te stellen dat de vrije wil niet bestaat.

In mijn beleving is bovengenoemd proces plezierig maar ik meen dat we soms wat blijven hangen in die gedissocieerde toestand en dan kan het zelfs averechts werken. Ik voel me dan losgezongen van de wereld en de mensen om me heen en ook nog eens willoos overgeleverd aan dat “alles wat gaat zoals het gaat”. Ik ben bekend met argumenten die aangedragen worden om aan te tonen dat wij geen enkele invloed hebben op onze gedachten, gevoelens en handelen en dat dit dus volledig gedetermineerd zou zijn. Maar voel ik dit ook zo? Voel jij dit zo? Ondanks de overtuigende argumenten riekt het toch ook weer naar een nieuw, contra-intuïtief”, geloof. Hoe kan dit toch? Klopt het wel? En wat zegt de cursus hierover?

Ik vind werkboekles 92 hierover verhelderend (lees hem als je wilt even door). Jezus merkt eerst op dat onze gewone ogen en hersenen samenvallen met die van de acteur, van ons denkbeeldige zelf. Daarmee hebben we een beperkte blik op de wereld die bepaald wordt door ons geloof in het afgescheiden zelf van de acteur. Jezus omschrijft bewustzijnsverruiming vervolgens als gaan zien in het licht, vanuit kracht en vanuit de Denkgeest van God. Maar Jezus kent onze valkuil. Hij beseft dat wij vanuit onze gedissocieerde toestand kunnen menen dat onze blik al wat ruimer is geworden maar dat we eigenlijk nog steeds niet kijken met de visie van Christus, vanuit ons Zelf, maar nog steeds vanuit ons kleine zelf. De uitnodiging is om als het ware gevoel te gaan krijgen voor het grote oog dat, bij wijze van spreken, van achteren door ons heen kijkt. De grote blik die onze beperkte blik draagt.

De Kracht van God is als het ware als een zachte wind die ons van achteren (we zien het niet met onze kleine ogen) steunt en draagt. De uitnodiging is om hier gevoel voor te krijgen, je eraan over te geven en als het ware je kleine, blinde ogen te laten genezen door deze Kracht. Ons kleine zelfje mag zich overgeven aan ons ware Zelf. Hier komt het woord “bereidwilligheid” naar boven en, jawel, ook de vrije Wil. Onze vrijheid zit erin dat we kunnen kiezen hoe we ons verhouden tot de uitnodiging om ons open te stellen voor die Kracht die door ons heen wil werken, dat Licht dat door ons heen wil schijnen. Mij helpt het om me voor te stellen dat het, goddank, niet allemaal om “mij” draait. Die gefixeerdheid op ons eigen, kleine geluk bevestigt juist ons idee van afgescheidenheid. Verruiming van bewustzijn valt samen met de diepe, blije erkenning dat er in feite geen afgescheiden ikje bestaat maar slechts een heerlijk, heilig en bijzonder “wij”. De Zonen van God die in een Heilige Relatie het Zoonschap vormen. Weg met het gevoel van afgescheidenheid, leve de vereniging en leve de liefde. Haar kracht wordt gedeeld (zie hieronder). Ik kan niet meer doen dan je deze gebrekkige woorden bieden. Gelukkig is Jezus veel beter bespraakt en mag ik een paar zinnen uit werkboekles 92 citeren.

Gods kracht in jou is het licht waarin jij ziet, zoals het Zijn Denkgeest is waarmee jij denkt.

Ze (Gods Kracht) brengt het licht waarin jouw Zelf verschijnt. In het duister zie je een zelf dat er niet is.

Haar kracht wordt gedeeld, zodat ze aan allen het wonder kan brengen waarin zij zich zullen verenigen in doel en vergeving en liefde.

Niemand kan vergeefs vragen haar zicht te mogen delen, en niemand die haar verblijf betreedt kan weggaan zonder een wonder voor zijn ogen en zonder dat er kracht en licht woont in zijn hart.

Kracht en licht verenigen zich in jou, en waar zij elkaar ontmoeten, staat jouw Zelf klaar om jou als het Zijne te omhelzen.  Dat is de ontmoetingsplaats die we vandaag proberen te vinden om daar te rusten, want de vrede van God is waar jouw Zelf, Zijn Zoon, nu wacht om Zichzelf opnieuw te ontmoeten en als één te zijn.

De nieuwe wereld als het doel van ECIW en ECVL

Moeten we de wereld afwijzen? Ik merk dat hier soms te snel een bevestigend antwoord op wordt gegeven. Als de wereld die we zien immers slechts een (nare) droom is, een illusie, dan is verwerping van deze wereld toch een goede weg? Degenen die zo redeneren pakken niet zelden direct door en stellen dat slechts eenheid echt is. Er klinken dan uitspraken als “er is niemand” of als “Jezus en de Heilige Geest zijn tijdelijke symbolen”. Ik ontken deze zogenaamde ultieme waarheden niet maar vraag me wel af of we niet te makkelijk, te snel een voorschot willen nemen op zaken die we weliswaar geloven maar, als we eerlijk zijn, nog niet ervaren. Als deze alinea de hele boodschap van Jezus zou vatten dan zou hij ons geen dikke cursus hebben hoeven te geven. Toch? Dit zou ons toch oplettend moeten maken en enig geduld moeten leren. Hierbij een voorzichtige aanzet daartoe.

In de cursus spreekt Jezus niet alleen over een ellendige wereld versus heerlijke eenheid. Hij heeft het namelijk ook over een nieuwe, andere en werkelijke wereld. Hoe vaak denk je? Een keer of 5 of 10? Nee, ongeveer 130 keer. Het zou de moeite lonen om hier een uitgebreide studie van te maken en een boek over te schrijven. Misschien weet iemand of dit al gebeurd is. Hoe dan ook, Jezus helpt ons in paragraaf III (het grensgebied!) van Tekstboek 26 behoorlijk op weg. Echt een aanrader om dit eens door te lezen. Voor nu wil ik graag wijzen op het volgende. Jezus legt uit wat het doel van ECIW is. Wat denk je? Zo snel mogelijk van nachtmerrie naar eenheid hoppen? Zo snel mogelijk alles vergeten wat met de 3D “werkelijkheid” te maken heeft? Houd je dan vast:

1: Maar zo’n omvang ligt buiten het bestek van dit leerplan. En ook is het niet nodig dat we stil blijven staan bij iets wat niet onmiddellijk te vatten valt.

3: Verlossing is een grensgebied waar plaats en tijd en keuze nog steeds betekenis hebben, terwijl toch kan worden gezien dat ze tijdelijk zijn, niet op hun plaats, en dat iedere keuze al is gemaakt.

5: Dit verschil <toelichting: het verschil in kiezen voor de hemel of voor de hel> is het leerdoel dat deze cursus zich heeft gesteld. Hij zal niet voorbij dit doelwit gaan. Zijn enige bedoeling is te onderwijzen wat gelijk is en wat verschilt, waardoor er ruimte wordt gelaten om de enige keuze te maken die kan worden gemaakt.

7: Is dit niet zoals je speciale functie, waarin de afscheiding ongedaan wordt gemaakt door een

wijziging van doel in wat eens speciaalheid was en nu vereniging?

3: Dit is het eind van de reis. We hebben die aangeduid als de werkelijke wereld.

Jezus is lekker direct en neemt geen blad voor de mond. Wat zegt hij dus niet? Hij zegt niet dat de nieuwe wereld een onbelangrijk tussenstapje is op weg naar eenheid. Integendeel. Hij zegt dat wij de ultieme waarheid “niet onmiddellijk kunnen vatten” en dat het niet nodig is “hier bij stil te blijven staan”. En, let op, dit alles zegt hij niet aan het begin van ECIW maar in hoofdstuk 26.

Wij overschatten ons voorstellingsvermogen als we praten over eenheid. We kunnen zoiets zeggen als “we willen graag eenheid ervaren”. Maar zelfs als we even de tijd nemen om zo’n uitspraak te doordenken en doorvoelen dan zien we al hoe ondoorgrondelijk zo’n uitspraak is. Als we dit zeggen geloven we bijvoorbeeld nog onbewust dat er nog steeds een “we” (ik) bestaat die iets ervaart (in tijd en ruimte?). Anders gezegd; als ons denken consequent doorredeneert over eenheid dan eindigt het in een tijd- en ruimteloos gebied zonder ervaarder. Wat is dan nog het verschil tussen die eenheid en “niets”? We weten het niet en we hoeven ons hier ook niet druk over te maken van Jezus want we kunnen niet voorbij het doelwit van ECIW gaan, het einde van de reis, de werkelijke wereld.

Hier komt voor mij ook direct Een Cursus van Liefde in beeld. Voor mij gaat dit boek over de ultieme omzetting (vergeving) van speciaalheid in vereniging. In ECIW brengt Jezus ons naar de nieuwe wereld door ons op te roepen denkbeeldige grenzen tussen onszelf en de wereld te vergeven. In de dialoog van ECVL nodigt hij ons uit om deze vergeving toe te passen op onze relatie met hem. Dit brengt ons bij de wonderlijke ervaring dat wij relatie zijn. In feite gaat het ook over onze heilige relatie met de nieuwe wereld. Jezus roept ons in ECVL op om onze rol als scheppers van deze nieuwe wereld op te pakken. Wow!

Ik moet me nu echt inhouden om niet helemaal los te gaan en te wijzen op de verbanden tussen bijvoorbeeld ECVL en de dialectische filosofie van Kierkegaard, Levinas en Bernardo Kastrup. Het past allemaal op verstands-, gevoels- en ervaringsniveau naadloos in elkaar tot een heilige vereniging. Ik wil besluiten met het benadrukken, vetgedrukt, van een woord waar onze cursussen en onze weg in samengevat kunnen worden. Laten we verder wandelen op onze weg van Liefde, our course of Love, richting een nieuwe, andere, werkelijke wereld.  

Over dromen en wakker worden.

In ECIW legt Jezus uit dat de werkelijkheid die wij met onze zintuigen menen te zien een droom is. Hier volgt die beroemde passage uit het Tekstboek hfst 27 (VIII; 6):

Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat.

Dit is krachtige symbooltaal die behulpzaam kan zijn. Tegelijkertijd is het een metafoor die we niet moeten overvragen omdat daarmee de verwarring eerder toe- dan afneemt. Sta me toe hier een paar woorden aan te wijden.

De kracht van de metafoor zit erin dat wij bekend zijn met het fenomeen “dromen”. Als ik droom dan lijk ik in een andere wereld te leven waarin ik van alles meemaak. Ik kom in mijn droom andere mensen tegen, soms zelfs onbekenden of bekende mensen die al overleden zijn, en beleef de meest afwisselende avonturen. Als ik ontwaak uit de droom doorzie ik direct dat ik droomde en dat mijn belevenissen “niet echt” waren. Mocht het een nare droom zijn geweest dan kan ik mijn angst, net als in bovengenoemd citaat, weglachen. Ik ga ervan uit dat je dit herkent.

Vervolgens gaan we met de beste bedoelingen de droommetafoor toepassen op bijvoorbeeld de nare beelden van oorlog en natuurrampen die we op de tv zien. Wij laten ons niet meer foppen en weigeren onze innerlijke vrede te laten verstoren. Wat we zien is immers niet echt en we voelen ons aangespoord door Jezus om er smakelijk om te lachen. We kunnen ons zelfs wat superieur voelen met onze kennis van de metafysica die ons aangereikt wordt in ECIW. In mijn beleving gaan we echter op deze wijze aan de haal met onze geliefde cursus en overvragen we de droommetafoor. Op welk moment gaan we ons op glad ijs begeven?

We gaan de metafoor van de dromende Zoon van God betrekken op ons kleine zelf. Maar de grote droom van de Zoon van God (onze fysieke werkelijkheid) valt niet samen met de kleine droom van Simon. Als Simon een kleine droom heeft en wakker wordt is de kleine droom inderdaad verdwenen. Als Simon dan ECIW leest en denkt dat hij de metafysica van de Cursus begrijpt dan kan hij zich inbeelden dat hij echt is ontwaakt en nu ook de droom van onze werkelijkheid doorziet. Maar is Simon nu echt wakker? Ik vrees van niet. Simon gelooft onbewust nog steeds in zijn afgescheiden staat en als hij dan meent dat hij vanuit deze afgescheiden staat een universum droomt dan valt er weinig te lachen. Binnen de filosofie is deze misvatting allang bekend onder de naam solipsisme. Simon denkt dan de enige op de wereld te zijn en reduceert niet alleen de wereld tot een nepwereld maar ook zijn broeders en zusters tot nep-anderen. Hij meent die nep-anderen op tv te zien nep-lijden en begint ongepast te lachen. Ongepast, want Simon slaapt nog.

Om de metafoor beter uit te werken maak ik voorlopig gebruik van een andere metafoor waarbij ik stel dat de Zoon van God bestaat uit het collectief van de mensheid. Wij, als mensheid, dromen de 3D “werkelijkheid”. De grote droom is de droom van ons als collectief, als Zoon van God, als Christus. In deze grote droom kunnen Simon en jij denken dat we wakker zijn geworden. Maar is het je wel eens opgevallen dat je met al je inzicht nog steeds fysieke pijn en ziektes ervaart? Dat mag ons te denken geven. We zijn creatief in het bedenken van smoesjes hiervoor. Zo van: “deze ziekte is mijn verkozen pad en levensles”. Mag ik een ontnuchterende andere optie geven? Ik en jij zijn nog verre van wakker. Wij onderschrijven nog steeds de collectieve droom en zijn gewoon één van de miljarden dromers. Wij zijn slapende lachebekjes geworden, geen verloste leraren.

Dit is geen oproep om de collectieve droom serieus te nemen. Het is echter een serieuze tip om jezelf niet serieus te nemen als ontwaakte Zoon terwijl dit nog niet aan de orde is. In mijn beleving is het handiger om te erkennen dat ik ook nog overtuigd ben van (eigen) kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Daarmee ben ik mededromer van de collectieve nachtmerrie. De hamvraag is hoe ik mededromer kan worden van de gelukkige droom, de opmaat tot ontwaken.

Het “middel” daartoe is in alle Jezus openbaringen hetzelfde: Liefde. Waar vroegtijdig weglachen de dissociatie in de hand werkt, werkt liefde verbindend. Ons verstand mag weten, moet weten, dat we bedrogen worden door onze zintuigen. Maar dit dient te geschieden onder curatele van ons hart. Als vader en moeder lachen wij ons kindje dat een nachtmerrie heeft niet uit. We slaan onze armen om de kleine heen en spreken troostende woorden. Stil maar, ik droog je tranen, je bent veilig lieve schat.

Als we het liefdevolle pad van vergeving bewandelen zien we op de tv de beelden van ons eigen innerlijk. Die zogenaamde ander, dat ben jij. De beerput van ons ego bevat nog zo veel duisternis die naar het licht gebracht mag worden. En op de vergevingsweg leren we hoe we samen aan het dromen zijn en dat we slechts samen echt wakker kunnen worden in een vergeven wereld. Dat “samen” gaat zo veel verder dan we ons nu kunnen voorstellen. Die miljarden blijken een relatie met elkaar te hebben. Niet zomaar een relatie. Nee, een heilige relatie binnen het Zoonschap die ons verstand volledig te boven gaat. Tot die tijd moet “ik” me gebrekkig uitdrukken en wil ik samen met jou de weg van liefde bewandelen om hand in hand te ontwaken als Zoon van God met een goddelijke lach op Zijn gelaat.

Halve shift versus hele shift

Ben of heb ik een lichaam?  Weet God nu wel of niet van deze wereld? Zijn er anderen of ben ik alleen op de wereld en zijn de mensen die ik zie mijn projectie? ECIW-studenten lopen uiteindelijk tegen dit soort vragen aan. En, spoiler alert, een makkelijk te begrijpen “antwoord” is niet te geven maar gelukkig ook niet de bedoeling. Mij helpt het om tenminste enig gevoel te krijgen over deze kwesties. Of misschien beter uitgedrukt: een kleine herinnering, een glimp van een diepere en ongrijpbare waarheid.

Wat studenten van de non-duale visie in eerste instantie nogal eens gaan doen duid ik aan met achteruitlopen, ofwel dissociëren. Hierbij krijg je het gevoel dat je de onbewogen toeschouwer bent van bijvoorbeeld je lichaam, de wereld die je ziet en van andere mensen. Typerend voor deze fase is dat je blij bent ontdekt te hebben dat je een lichaam en gevoelens hebt maar niet bent. Metaforen die je hoort zijn die van toeschouwer zijn in een bioscoop of van boven het slagveld zweven.

Deze fase kan wat onhandig zijn als je erin blijft hangen. Je hebt als het ware de shift maar half gemaakt. Je meent dat je vordert en dat het goed is dat je pijn en ellende niet meer serieus neemt. Je redenering gaat ongeveer als volgt: “de Zoon van God is de fout in gegaan doordat hij vergat te lachen om zijn eigen projecties dus dan zal lachen om ellende wel een goede houding zijn”.

Als je echter heel zorgvuldig kijkt dan kun je opmerken dat het kan gebeuren dat je ongemerkt het geloof in afscheiding alleen maar sterker hebt gemaakt. Je raakt gedissocieerd van je lichaam, van de wereld, van anderen en van God en je denkt dat je hiermee vordert richting verlossing. Maar dat doe je niet. Het is eerder zo dat je radicaliseert en je geloof in afscheiding nog absoluter maakt. Je denkt dat je vanuit je hogere Zelf leeft maar de hoofdletter Z staat eerder voor een klein zelf met een spiritueel waterhoofd dan voor het begin van verlossing. Je hebt een halve shift gemaakt maar het middel (onthechting) is erger dan de kwaal. In de filosofie wordt gesproken van solipsisme. In ECIW-termen zou je kunnen zeggen dat je meent dat de wereld die je ziet de projectie is van je kleine zelf.

Hoe dan verder? Jezus’ weg is niet een weg van achteruitlopen en uitlachen maar van vereniging en liefde. Metafysica en werkboeklessen werken hand in hand om de vereenzelviging met dat kleine zelf los te weken. We hebben te leren dat de metafysische waarheden alleen gelden vanuit het perspectief van de Zoon van God maar niet vanuit ons kleine perspectief. Als Simon, en vul hier je eigen naam maar in, beweert dat hij niet zijn lichaam is, dat God niks van hem afweet of dat er geen anderen zijn (om bijvoorbeeld te helpen) dan maakt hij zijn geloof in afscheiding sterker. Hopelijk doe je dit jaar weer de werkboeklessen. Merk op dat eerst al de opvattingen van Simon, van het kleine zelf, ontmanteld moeten worden voordat de latere werkboeklessen op hun plaats kunnen vallen. Ik ga ze hier niet citeren maar lees eens achter elkaar de titels door van bijvoorbeeld de eerste 50 werkboeklessen. Zeer kort door de bocht zegt Jezus hier tegen mij: “Simon, jij snapt totaal niks van wat je meent te zien. Zwijg maar liever en plug in op mijn visie, kracht en liefde”.

Wat er kan gebeuren als je de Cursus echt doet en niet alleen doorleest is dat de vereenzelviging met het mannetje of vrouwtje dat je meent te zijn vermindert. Vergeving is niet hetzelfde als denken dat jij echt bent en jouw lichaam of de wereld nep. Vergeving is het doorzien dat de Zoon van God er voor kiest om een wereld van tijd en ruimte te bedenken en ervoor kiest om zich erin te verliezen middels een multipele persoonlijkheidsstoornis. Simon is een bewustzijnsvernauwing van de Zoon van God. Alles wat Simon onderneemt, denkt te snappen en denkt te bereiken gebeurt binnen die bewustzijnsvernauwing. Simon kan niet anders dan vanuit afscheiding iets beleven totdat hij zichzelf als het ware laat oplossen door vergeving, door liefde, Jezus, HG, de Vader. Met die kleine bereidwilligheid kan bij Simon het gevoel binnenstromen dat zijn perspectief ernstig vernauwd is. Met dat binnenstromen begint de volledige shift op gang te komen en begint er die universele ervaring te gloren dat ik mezelf als Zoon van God een loer draai. Ik, als Zoon van God, fop mezelf door al mijn zintuigelijke indrukken te interpreteren als bewijs van mijn afscheiding, voor het bewijs van de echtheid van het lichaampje Simon dat leeft in tijd en ruimte en daar probeert zoveel mogelijk te genieten en zo min mogelijk te lijden.

Als langs de weg van vergeving mijn blik verruimt dan daalt het besef in dat ik slechts mijzelf kan kruisigen. Nu wordt duidelijk dat God zichzelf niet alleen 2000 jaar geleden schijnbaar kruisigde in Jezus maar dat dit NU aan de orde is in Simon, in jou. We moeten dit Bijbelverhaal absorberen, naar binnen slurpen en “toepassen” op onze eigen beleving van onze droom in deze wereld. Je kunt steeds dieper en in elke vezel van je wezen gaan voelen dat je een verkozen droom droomt.

Als dit wonder gebeurt dan valt de bodem uit de vermeende echtheid van je afgescheidenheid. De pijn en je perceptie van een wereld waarin je slachtoffer meent te zijn verdwijnen als de contouren van je lichaam als het ware een stippellijn worden. Je krijgt er gevoel voor dat er los van jou als Zoon geen God bestaat die al dan iets van de wereld zou weten maar dat God door de ogen van zijn Zoon weet dat vergeving de droom van de kruisiging doet verdwijnen als sneeuw voor de Zon. Je spreekt nu niet meer over God als over een losstaande entiteit. Zo over God denken is denken vanuit de afscheiding. Hetzelfde geldt voor het denken over je Broeders vanuit afscheiding. Als door liefde en vergeving jouw grenzen vervagen dan vloei je als het ware over in de andere zogenaamde persoonlijkheden van de Zoons multipele persoonlijkheidsstoornis. Dit is vooralsnog onvoorstelbaar omdat wij ons slechts vanuit het perspectief van ons huidige geloof in afscheiding iets voor kunnen stellen.

Maar dit weet ik wel. We zullen de wonderlijke eenheid met onze Vader en onze Broeders niet ervaren middels een halve shift, een soort ultieme dissociatie. Als we onze projecties ontkennen dan ontkennen we de macht van de Zoon van God. De projecties en ons lichaam hoeven niet ontkend te worden want ontkenning suggereert “echt-maken”. Het is echt balanceren. Ware vergeving (de hele shift) kan leiden tot het doorzien van de hoax van de kruisiging en tot een waarachtig lachen. Maar lachen vanuit een halve shift kan de dissociatie en het gevoel van afscheiding juist versterken. Nadat je denkbeeldige contouren verzacht zijn kan het geloof in een bedreigende wereld verdwijnen en kan je opgelucht uitroepen dat God slechts een geheelde wereld ziet zonder leed. Maar in een vroegtijdig uitroepen dat God niks van jouw lijden weet koppel je de vergevende macht van liefde los van jouw ingebeelde leed en dat helpt je niet.

Ik besef dat bovenstaande woorden tekortschieten, dat ze verkeerd opgevat kunnen worden of zelfs tot defensieve reacties kunnen leiden. Vergeef me mijn onbeholpen wijze van uitdrukken, deze blog komt vanuit mijn hart en op dit moment kan ik mijn beleving niet nauwkeurig schetsen dan ik hierboven deed.

Op wonderlijke wijze met jou verbonden in het Zoonschap,

Simon

Metafysica in twee alinea’s!

De werkboekles van 19 januari zit bomvol duizelingwekkende metafysica. Lees als je wilt met me mee. Ik geef mijn ingevingen schuingedrukt weer.

Ik ben niet de enige die de gevolgen ervaart van mijn gedachten.

We springen direct het diepe in. De titel van deze werkboekles maakt korte metten met een mening die soms wat te gemakkelijk wordt geroepen. De mening: “er zijn geen anderen”. Laat de eerste vijf woorden van de titel eens goed doordringen: “Ik ben niet de enige”. De enige conclusie lijkt nu te zijn: “aha, er zijn dus toch anderen!” Maar dat gaat me ook te ver. Het punt is dat wij met ons verstand altijd denken in of-of termen. Of ik ben alleen of er zijn van mij onderscheiden anderen. Er zijn ook filosofen die denken dat ze alleen zijn en dat zelfs de mensen die ik meen te zien niet echt zijn maar figuren in mijn droom. Deze opvatting wordt in de filosofie “solipsisme” genoemd. Je gelooft dan in feite dat de broeders en zusters die je ziet jouw bedenksels, (filosofische-) zombies, zijn. Dat is het ene uiterste. Het andere uiterste van ons of-of denken is dat er wél anderen zijn die echt van ons gescheiden zijn. Maar dat is dus ook te zwart-wit, te duaal, gedacht. Volgens ECIW is het geloof in (echte) afscheiding niet correct. Dus confronteer je denken maar eens met de volgende uitspraak: “Er zijn echte broeders en zusters en ze zijn niet van mij gescheiden”.

1. Het idee van vandaag is natuurlijk de reden waarom jouw manier van zien niet alleen op jou invloed heeft.

Deze opmerking kan nu iets beter binnenkomen. Als ik in de (denk)geest verbonden ben met allen en alles dan hebben mijn gedachten meer effect dan ik voor mogelijk hield.

Je zult opmerken dat de ideeën die verband houden met denken soms voorafgaan aan die met betrekking tot waarnemen, terwijl op andere momenten de volgorde omgekeerd is. De reden daarvoor is dat de volgorde niet uitmaakt. Denken en de resultaten daarvan zijn in feite gelijktijdig, want oorzaak en gevolg zijn nooit gescheiden.

Houd je vast. Want wat staat hier nu toch? Wij snappen wel dat je gaat nadenken over wat je waarneemt. Als ik de buitenwereld zie dan heb ik daar zo mijn gedachten over. Dus dan is wat ik in de wereld zie de oorzaak van mijn gedachten erover. Wij staan zelden stil bij ons ingebakken geloof over hoe de werkelijkheid in elkaar zou steken. Samengevat: er is een echte buitenwereld los van ons die we kunnen waarnemen en waarover we kunnen nadenken. De Cursus en een stroming binnen de filosofie genaamd “fenomenologie” wijzen ons op een onontkoombare waarheid die we ons maar zelden realiseren: in feite hebben we alleen zekerheid over onze waarnemingen (percepties, ervaringen). Dat zijn fenomenen waar we ons bewust van zijn. Dus het enige waar we zeker van zijn bestaat uit innerlijke ervaringen in bewustzijn. De rest, de opvatting dat er een echte “buitenwereld” is die onze ervaringen veroorzaakt, is goed beschouwd slechts geloof. “Maar dat bewustzijn zit toch in onze hersenen?” Zie je dat deze uitspraak berust op het geloof dat die waargenomen fysieke hersenen echt zijn? Het enige dat je zeker weet is dat je een grijze massa ziet, die glibberig voelt maar die kleur en dat gevoel (en alle andere waarnemingen die je kunt doen aan de hersenen) zijn niet meer dan percepties in bewustzijn.

De Cursus gaat nog een stap verder in deze werkboekles. Het is één ding om te beseffen dat we gedachten kunnen hebben over dat wat we waarnemen, zelfs als aan die waarneming niet een echte, bewijsbare fysieke wereld ten grondslag ligt maar “slechts” onze percepties (fenomenen in ons bewustzijn). Hij gaat echter nog verder door te beweren dat het ook mogelijk is dat er eerst sprake is van “denken” en dat “de resultaten hiervan”, dus dat wat we waarnemen hieruit voortvloeien. We denken over wat we waarnemen en we nemen waar wat we denken, tegelijkertijd! We kunnen nu vol ongeloof de schouders ophalen maar in feite is dit gebeuren ons niet vreemd. Want wat gebeurt er in een droom? We vormen zelf de droomwereld die we ons verbeelden, die we bedenken.  En laat dat nu exact de boodschap zijn van ECIW: de zogenaamd echte wereld die we menen te zien is ook niet meer en niet minder dan een denkbeeld van ons dat we menen waar te nemen.

Nu kun je menen dat ECIW hiermee een vreemd, haast sektarisch, geloof propageert. Maar ook hier staat ECIW niet op zichzelf. Tweehonderd jaar geleden beweerde de filosoof Schopenhauer precies hetzelfde. Kijk eens naar de titel van zijn belangrijkste werk: “De wereld als wil en voorstelling”. Oké, zul je wellicht zeggen. Dan is deze opvatting wellicht een langer bestaand bijgeloof. Maar ook de meest moderne kwantumfysica komt tot dezelfde duizelingwekkende inzichten: de waarnemer heeft invloed op (bepaalt!) dat wat waargenomen wordt. Omgekeerde wereld, letterlijk, dus.


2. We beklemtonen vandaag opnieuw het feit dat denkgeesten verbonden zijn. In het begin is dit idee zelden helemaal welkom, want het lijkt een enorm gevoel van verantwoordelijkheid met zich mee te brengen, en kan zelfs beschouwd worden als een ‘inbreuk op je privacy’. Toch is het een feit dat er geen privé-gedachten bestaan. Ondanks je aanvankelijke weerstand tegen dit idee zul je uiteindelijk begrijpen dat dit wel waar moet zijn, wil verlossing überhaupt mogelijk zijn. En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God.

Om deze blog niet te lang te maken rond ik het nu af. We hebben gezien dat het enige dat we zeker weten over de fysieke wereld die we menen te zien met bomen, beestje, huisje en andere mensen bestaat uit onze waarnemingen (ervaringen, percepties) in ons bewustzijn. Ik schrijf hier bewust “ons” bewustzijn omdat ik niet de enige ben maar kennelijk een wezen dat onlosmakelijk verbonden is met anderen die dus in feite niet echt anders zijn dan ikzelf ben. Raar maar waar. “Denkgeesten zijn verbonden”.
Vervolgens eindigt alinea twee positiever dan het wereldbeeld waarmee Schopenhauer eindigt. Hij ziet vooral een donkere wereld waarin slechts een vreemde oerkracht (een Wil) heerst die wij uit ECIW herkennen als het streven van het ego naar afscheiding. Hij ziet slechts twee mogelijke wegen tot verlossing: ascese en je overgeven aan (muziek)kunst.

Wat hij niet zo duidelijk ziet als ECIW is dat er een andere keus mogelijk is naast die keuze voor afscheiding: de keuze tot verbinding. De nadruk die Jezus legt op liefde in Bijbel, ECIW en ECVL (en andere boeken) overstijgt in mijn beleving de huidige stand van zaken in filosofie en wetenschap. Als de ogenschijnlijke wereld gevormd wordt door de intentie van onze waarneming dan is onze enige weg tot verlossing de verandering van onze waarneming. Van liefdeloos en oordelend naar liefdevol en vergevend.

En verlossing moet mogelijk zijn, want het is de Wil van God.

Wonderlijk!



In mijn laatste blog schreef ik over Bernardo Kastrup. Deze self-made filosoof heeft een ongelofelijk overzicht van de filosofie en de bevindingen van de recente (kwantum-)natuurwetenschappen. Hieronder geef ik een vertaling van een citaat uit één van zijn boeken. Ik heb het snel vertaald met DeepL dus hang me niet op aan precieze bewoordingen maar verbaas je, als je wilt, met mij over de treffende overeenkomst met de metafysica van ECIW. Mindblowing!


|”Ondanks zijn ongrijpbaarheid moet het hele bestaan passen binnen het huidige moment, want het heden is alles wat er is. Zelfs het verleden en de toekomst, als mythen ervaren in het heden, bestaan daarin. Uit het quasi-niets van het nu komt dus op de een of andere manier alles voort. Het huidige moment is het kosmische ei dat in veel religieuze mythen wordt beschreven. Het is een singulariteit die al het bestaan vorm geeft. Het bezaait onze geest met vluchtige consensusbeelden die we vervolgens opblazen tot de omvangrijke bulk van geprojecteerd verleden en toekomst. Deze projecties zijn als een cognitieve ‘oerknal’ die zich in onze geest ontvouwt. Ze rekken de ongrijpbaarheid van de singulariteit uit tot de substantie van gebeurtenissen in de tijd. Maar in tegenstelling tot de theoretische oerknal van de huidige fysica is de cognitieve oerknal geen geïsoleerde gebeurtenis in een ver verleden. Het gebeurt nu, nu, nu. Het gebeurt alleen nu. Het bestaan lijkt alleen substantieel door onze intellectuele inferenties, aannames, confabulaties en verwachtingen. Wat zich nu werkelijk voor onze ogen afspeelt is ongelooflijk ongrijpbaar. Het geheel van onze ervaringen – het grootste deel van het leven zelf – wordt gegenereerd door onze eigen interne mythevorming. We creëren substantie en continuïteit uit pure ongrijpbaarheid. We veranderen schijnbare leegte in de vastheid van het bestaan door een truc van cognitief bedrog waarbij we zowel tovenaar als publiek spelen. In werkelijkheid gebeurt er nooit echt iets, want de reikwijdte van het heden is niet breed genoeg om elke gebeurtenis objectief te laten verlopen. Dat we het leven zien als een reeks substantiële gebeurtenissen die aan een historische tijdlijn hangen, is een fantastische cognitieve hallucinatie. De laatste woorden van Roger Ebert, verlicht door de helderheid die alleen de snel naderende dood kan brengen, lijken het meest passend te beschrijven:” Dit is een enorme hoax. “En wie denk je dat de bedrieger is? (Kastrup 2016a: 102-104)”

Gevoel krijgen voor “dat hogere”

Momenteel lees ik het boek “Science Ideated” van Bernardo Kastrup. Fascinerende kost. Hij houdt een pleidooi tegen het gangbare materialistische wereldbeeld waarbij mensen menen dat  ze rondlopen in een wereld die bestaat uit materie en waarin hen van alles overkomt. Volgens deze opvatting zijn het onze hersenen die ons bewustzijn produceren. Bernardo is op de hoogte van de meest recente bevindingen van de kwantumfysica en stelt op grond hiervan dat, in mijn eigen vertaling, wij als het ware mentale entiteiten zijn die leven in een transpersoonlijk, mentaal universum. Materie is hierbij niet meer, maar ook niet minder, dan onze perceptie. Klinkt bekend voor ons als ECIW-studenten, vind je niet? Wij zijn de gedachten van God en onze ware natuur is onze denkgeest. We projecteren ons schijnbaar afgescheiden materiële fysieke lichaam binnen de Denkgeest.

Wat mij trof bij het lezen van genoemd boek is de onmacht die Bernardo lijkt te ervaren als hij hardcore materialisten probeert duidelijk te maken dat het klassieke, materialistische wereldbeeld gewoonweg niet kan kloppen. Waar hij tegenaan loopt is dat zelfs buitengewoon geleerde wetenschappers simpelweg geen gevoel lijken te hebben voor de mentale aard van de door ons gepercipieerde werkelijkheid. Critici proberen deze visie van Bernardo te weerleggen met behulp van argumenten waaruit blijkt dat ze als het ware op een andere frequentie zitten dan hijzelf. Het lukt hem nauwelijks om duidelijk te maken dat wij als mens altijd slechts onze perceptie beleven en dat we op basis hiervan overhaast de conclusie trekken dat er een onveranderlijke, materiële werkelijkheid ten grondslag moet liggen aan deze percepties. Zelfs als talrijke resultaten van onderzoek binnen de kwantumfysica de onhoudbaarheid van hun klassieke wereldbeeld omverwerpen.

Ik herken zijn frustratie en haast wanhoop. Mijn eerste herinnering hieraan gaat terug tot in mijn pubertijd waarin ik me verbaasde dat er überhaupt iets bestaat. De gedachte: “voor hetzelfde geld bestond er helemaal niets!” deed me duizelen en zwijgen van een soort ontzag. Deze verwondering is nooit minder geworden. Dit geldt echter ook voor de glazige blikken die ik om me heen zie als ik deze verwondering probeer te delen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat deze existentiële verwondering nauwelijks lijkt te spelen voor de meeste van de mensen die ik ken. Ik besef dat deze uitspraak snel arrogant kan klinken en wellicht zul je me terecht willen tegenwerpen dat ik helemaal niet kan weten wat mijn medemensen ervaren. Laat ik het dan maar voorzichtig uitdrukken, velen lijken een leven te leiden dat ik aanduid als een 3D-leven: helemaal gericht op het alledaagse; wonen, werken, vakantie, gezelligheid, kindjes opvoeden enzovoort. Levensvragen komen niet zelden pas naar boven als het rustige leven verstoord wordt door lijden, ziekte en de dreigende dood van de betrokkene of zijn of haar dierbaren.

Eerlijk gezegd was ik vroeger wel eens jaloers op mensen die zorgeloos een hedonistische levensstijl vierden. Begrijp me alsjeblieft goed; ik kijk niet neer op het alledaagse leven en op het genieten hiervan. Ook voor mij is dit fijn en de moeite waard. Maar toch is daar altijd die “achtergrondverwondering” en dat gevoel van een 3D overschrijdende dimensie. Dat gevoel werd door ECIW en andere Jezus-boeken alleen maar versterkt. Gelukkig ben ik vanaf mijn studietijd in contact gekomen met talloze “lotgenoten”, broeders en zusters die ook die herinnering hebben aan dat wat onze 3D-werkelijkheid omvat. Ik trof hen aan onder christenen, Satsang-bezoekers, Soefi’s, filosofen, ECIW-studenten, vrijmetselaars en andere vrijdenkers waar geen enkel etiketje op past.

Het is heerlijk om mijn passie te kunnen delen met broeders en zusters van wie de antenne ook gericht is op “dat hogere” ofwel “dat omvattende”. Ieder drukt zijn verwondering uit in de woorden die hij (of zij) kent vanuit haar traditie of belangstelling maar ook zonder woorden herken je in de ogen van die ander je eigen vreugde. Het is een vreugde die zorgt voor verbinding, voor tederheid, voor kippenvel soms.

Ik ben ervan overtuigd dat iedereen geroepen is om besef te krijgen van dat veld van liefde wat ons omspant. Ik ben er ook van overtuigd dat dit meer nodig is dan ooit in de wereld waarin we leven. We moeten de schijnbare afgescheidenheid van ons zelfje doorzien en gaan beseffen dat egocentrisme ons alleen maar verder de narigheid in zal werken. Ooit initieerde ik een huiskamergroep voor ECIW-studenten met als doel om meer gevoel, meer benul te krijgen van dat “hogere”. Ik ondervond, net als Bernardo, dat ik dit niet kon uitleggen. Er was wel sprake van herkenning en de vreugde van het delen met enkelen van de groep.

Jezus krijgt, natuurlijk, wel voor elkaar wat Bernardo en mij niet lukken. In ECIW presenteerde hij niet alleen meer dan 50 jaar geleden in het Tekstboek een metafysica waar wetenschappers nu pas de bewijzen voor vinden maar, belangrijker haast nog, hij biedt een methode die ons kan helpen om ons 3D-denken te openen voor dat hogere. Die methode is het Werkboek van ECIW. Dit is voor ons een magische sleutel. Het alleen maar begrijpen van de metafysica van ECIW brengt ons niet veel verder. Misschien wordt het tijd om het woord “hersenspoeling” eens wat positiever te beoordelen en aan de slag te gaan met het werkboek. De achterhaalde, materialistische 3D-programmering is zo gemeengoed geworden dat er een sterk medicijn nodig is. Ik geef daarom graag het laatste woord van deze blog aan Jezus met de werkboekles van deze dag.

LES 11

Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien.

Dit is het eerste idee dat we presenteren dat verband houdt met een van de belangrijkste fasen van het correctieproces: de omkering van het denken van de wereld. Het lijkt alsof de wereld bepaalt wat jij waarneemt. Het idee van vandaag introduceert het denkbeeld dat het jouw gedachten zijn die de wereld die jij ziet, bepalen. Wees eens te meer blij dat je dit idee in zijn basisvorm kunt toepassen, want in dit idee is jouw bevrijding verzekerd. De sleutel tot vergeving ligt erin vervat.
De oefenperioden voor het idee van vandaag moeten iets anders worden aangepakt dan de voorgaande. Begin met gesloten ogen en herhaal het idee langzaam voor jezelf. Doe dan je ogen weer open en kijk rond, dichtbij en ver weg, omhoog en omlaag, overal om je heen. Herhaal het idee gewoon voor jezelf in de minuut ongeveer die je aan de toepassing ervan besteedt, maar zorg ervoor dat je dat zonder haast doet en zonder een gevoel van inspanning of drang.
Om zoveel mogelijk profijt te hebben van deze oefeningen moeten je ogen vrij snel van het ene naar het andere voorwerp bewegen, omdat ze niet op iets in het bijzonder moeten blijven rusten.  De woorden moeten echter op een kalme, zelfs ontspannen manier worden gebruikt. Dit idee moet je vooral heel ongedwongen inleiden. Het vormt de basis voor de vrede, de ontspanning en de onbezorgdheid die we proberen te bereiken. Sluit aan het eind van de oefeningen je ogen en herhaal het idee nog een keer langzaam voor jezelf. Drie oefenperioden zullen waarschijnlijk voldoende zijn vandaag. Maar als jij je er niet of nauwelijks ongemakkelijk bij voelt en de aandrang hebt meer te doen, mag je tot vijf keer oefenen. Vaker wordt niet aangeraden.

De leraar en ik

Wie is de beste ECIW-leraar? Als ik deze vraag zo direct stel dan klinkt het haast onaangenaam hard. Is het niet ongepast voor ons als student om ECIW-leraren de maat te nemen? En welke criteria zouden we kunnen hanteren om deze vraag te beantwoorden? Over ECIW-leraren zijn haast net zo veel meningen als dat er studenten zijn. De ene student wil van de leraar een kloppend metafysisch verhaal horen, de andere student let vooral op de uitstraling van de leraar en sommigen willen mogelijk vooral persoonlijke aandacht.

Ik stond zelf niet boven de neiging om een voorkeur te hebben voor bepaalde leraren maar merk dat ik er toch wat genuanceerder naar begin te kijken. De vraag “wie is de beste leraar?” is in feite nog niet af. Een juistere vraag is: “wie is de beste leraar nu voor mij?”. Nu hoeven we niet meer te gaan kibbelen waarom de ene leraar beter of prettiger zou zijn dan de andere. Het wordt nu, anders gezegd, een subjectieve kwestie. Toch is hiermee de kous niet af want automatisch borrelt nu de volgende vraag omhoog: “kan ik zelf wel bepalen wie nu voor mij de beste leraar is?”. Dit is een lastige. In feite is de hele cursus erop gericht om zicht te krijgen op een blinde vlek. Hoe kunnen wij dan ooit weten welke leraar het beste is voor ons op dit moment als we, per definitie, geen zicht hebben op waar we precies mee bezig zijn? Mogelijk vind ik dat het verhaal van de leraar overtuigend klinkt of ben ik gecharmeerd van haar mooie stem en liefdevolle ogen. Maar is dat het beste voor mij?

Ik zal het wat concreter maken met een voorbeeld dat ik vaker heb gegeven. In ECIW-land is er een beetje een controverse over de visies van Ken Wapnick aan de ene kant en Robert Perry aan de andere kant. Even heel kort door de bocht benadrukt Ken Wapnick de radicale non-duale aard van de cursus en durft Robert Perry iets meer te spreken over de schijnbare differentiatie in de schepping. Let nu eens op wat deze woorden bij je doen. Merk je dat er haast vanzelf een voorkeur bij je naar boven komt? In Nederland heeft Ken Wapnick overigens de meeste fans. Maar nu terug naar mijn punt. In mijn beleving is de betere vraag wie de beste leraar is voor jou, op dit moment van je ontwikkeling. Hoe kun je dat nu ooit te weten komen als ik zojuist gezegd heb dat we lijden aan een blinde vlek?

Wat mij helpt is om te kiezen voor een uitgangspunt waar ik mijn voorkeur aan toets. Een uitgangspunt dat, in mijn beleving, het meest basale uitgangspunt is in alle “Jezus-boeken” die me bekend zijn. Dit uitgangspunt is liefde. We zijn vanuit liefde geschapen, we zijn liefde en onze functie is deze liefde te laten stromen. Liefde is middel en doel: door liefde te laten stromen door ons heen ontdekken we dat we zelf liefde zijn. Maar is dit niet weer de zoveelste stelling? Een nieuw dogma? Dat kan ik natuurlijk nooit helemaal uitsluiten maar er zijn op dit moment twee bevindingen die me sterken in mijn visie en mijn beleving dat de keuze voor liefde als “absoluut” uitgangspunt (voor mij) helemaal oké is. De belangrijkste bevinding is wellicht de ervaring dat het gewoonweg werkt. Dat alles hier voor mij samenkomt. Als ik mijzelf, God en mijn naasten niet veroordeel maar liefdevol omarm dan verdwijnen angst en het gevoel van afgescheidenheid en ervaar ik “de vrede die alle verstand te boven gaat”, om het maar eens in Bijbelse termen te stellen. De tweede bevestiging van het belang van liefdevolle relaties komt voort uit de filosofie van Emmanuel Levinas. Hij baseert zich niet op een openbaring door Jezus maar komt door uiterst zorgvuldig doorvoelen en doordenken van zijn belevingen tot dezelfde kern: in feite leven wij slechts door de relatie die we hebben met de Ander. Vanuit de tijdloosheid is een schepping ontstaan waarin de Ander een appél op mij doet. Vertaal dit eens naar cursus-taal: iedere uiting (van een ander) is een uiting of een roep (appél) om liefde.

In mijn beleving is het mogelijk om, beetje gek gezegd wellicht, een antenne te ontwikkelen voor het stromen van liefde in je binnenste. Daarmee vermoed ik dat het hoogst haalbare dat ik kan bereiken met mijn blogs is dat de lezer hopelijk de blik naar binnenslaat en doorvoelt wat een tekst met hem of haar doet.

Ik zal het tenslotte proberen concreet te maken met een voorbeeld. Ken Wapnick deed de uitspraak “er zijn geen anderen” en Robert Perry zegt dat er wel degelijk Zonen (meervoud) van God zijn. Wie heeft er gelijk? Laat deze uitspraken eens landen in je hart en kijk wat er gebeurt. Als “er zijn geen anderen” leidt tot een verharding die klinkt als “alleen IK bestaat”, dan kun je misschien opmerken dat je gevoel van afgescheidenheid toeneemt en dat er nauwelijks sprake is van het stromen van liefde. Maar mogelijk landt de boodschap heel anders bij jou en besef je “ja, de ander en ik zijn innig met elkaar verbonden in een wonderlijke eenheid!’. Misschien verzacht hierdoor je blik en strek je jouw armen uit om die zo wonderlijk met jouw verbonden broeder of zuster te omarmen. Zie je het? Zie je hoe dezelfde boodschap heel anders kan worden verstaan door verschillende studenten?

Tenslotte een mooi citaat uit het voorwoord van ECIW:

De leerstof die de Cursus aanbiedt is zorgvuldig samengesteld en wordt stap voor stap uitgelegd, zowel op theoretisch als op praktisch niveau. Hij legt de nadruk op toepassing in plaats van theorie en op ervaring in plaats van theologie. Hij stelt uitdrukkelijk: ʹEen universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk (VvT. In.2:5)

Dit zal de wereld redden.

Gisteravond keken we de kerstfilm gebaseerd op de serie Oogappels. Het is de makers van de film gelukt om een feel-good movie te maken zonder dat het allemaal te zoetsappig wordt. In de film komt een fragment voor waarin de pubers vragen wat er afgelopen jaar in hun leven “top” was en wat “flop”. Na afloop stelden m’n partner en ik elkaar dezelfde vraag. Er kwamen bij mij verschillende top-ervaringen naar boven en vooral één grote flop-ervaring: de oorlog in de Oekraïne met alle nare gevolgen voor dat land en in feite voor de hele wereld. Na de Covid-pandemie haalde de wereld opgelucht adem maar die opluchting was van korte duur. Rusland startte een oorlog en de ellende die dit teweeg breng zien we dagelijks op het journaal.

Natuurlijk schieten mij allerlei citaten uit Een Cursus in Wonderen te binnen die ik kan gebruiken om mezelf moed in te spreken. Ik kan de metafysische benadering volgen en alle narigheid afdoen als een illusoire droom. ECIW leert tenslotte dat de 3D wereld die we zien de projectie is van de Zoon van God om zichzelf afgescheiden te voelen. Dit brengt sommige ECIW-leraren en studenten ertoe om hartelijk te lachen om al die onware beelden van oorlog en geweld. Maar is het weglachen van wat ons verontrust werkelijk de oplossing die Jezus ons biedt? Is dit het wonder uit Een Cursus in Wonderen? Is dit de liefde waar in zowel het Nieuwe Testament, ECIW als in Een Cursus van Liefde zo vaak naar verwezen wordt?

In mijn beleving is dit niet waartoe we opgeroepen worden. Het voelt als een kille benadering vanuit het hoofd. Begrijp me alsjeblieft goed. Ik verwerp niet de wijsheid van ECIW maar meen dat deze wijsheid van het hoofd samen dient te gaan met de liefde van het hart. De harmonie tussen hoofd en hart wordt in Een Cursus van Liefde aangeduid met “heelheid-van-hart”. In mijn beleving worden we uitgenodigd om vanuit deze heelheid-van-hart een respons te geven op wat er in onze naaste omgeving en in de wereld gebeurt. Misschien kan de wijsheid van ons hoofd ons behoeden om weg te zakken in depressies en angst, niet door afstandelijk de ellende weg te lachen, maar door te bedenken dat we ons hart mogen laten spreken vanuit liefde. Liefde voor onze broeders en zusters, voor de wereld en voor onszelf.

Eén van mijn top-ervaringen van 2022 was het gereedkomen van de Nederlandse vertaling van A Course of Love: Een Cursus van Liefde. Vandaag herlas ik uit deel III, de Dialogen, de tekst van Dag 10. Hierin roept Jezus ons op om onze gevoelens serieus te nemen en erop te responderen met liefde in plaats van met angst. Ik wil afsluiten met het citeren van de laatste paragrafen van Dag 10. En ook zonder metafysische onderbouwing geloof ik oprecht en intens dat het in deze donkere dagen onze taak, opdracht en hoop mag zijn om ons uit te strekken naar de macht en kracht van liefde. “Dit zal de wereld redden”.

10.36 Alle oplossingen voor de problemen waar de wereld en degenen die erin leven mee geconfronteerd waren, zijn tot nu toe los van elkaar en los van God nagestreefd – tot voor kort. Nu wordt naar eenheid gezocht en wordt eenheid gevonden.

10.37 Maar deze problemen, wanneer ze van gevoelens worden ontdaan, blijven nog steeds problemen. Het blijven sociale kwesties, milieukwesties en politieke kwesties. De oorzaak van al deze problemen is angst. De oorzaak en het gevolg van liefde is het enige dat deze oorzaken van angst zal vervangen door de middelen en doelen die deze samen met jou zullen transformeren. Jullie zijn middel en doel. Het ligt in jullie macht om verlossers van de wereld te zijn. Het is van binnenuit dat jullie macht de wereld zal redden.

10.38 Zoals je kunt zien, is het moeilijk voor mij, zelfs nu, zelfs in dit laatste betoog waarin ik me als de mens Jezus tot je richt om over gevoelens te spreken zonder het over het grote geheel te hebben. Ik wil je troosten en geruststellen in deze laatste boodschap. Ik wil je zeggen je te laten omarmen door liefde en alle gevoelens van liefde die je doorstromen nu hun uitdrukking te laten vinden. Ik verlang, meer dan wat ook, jouw geluk, jouw vrede en jouw aanvaarding van de macht die ertoe zal leiden dat deze dingen tot stand zullen komen. Toch ken ik je en weet wat je wilt horen. Ik weet dat je lang hebt gewacht tot je gevoelens op een meer persoonlijke manier behandeld zouden worden. Maar vergeet alsjeblieft niet dat geen van de benaderingen die gebruikt zijn om je gevoelens ‘te behandelen’ op een manier die jij zou wensen, gewerkt heeft. Dit zal werken.

10.39 Dit is het geheim van opvolging, je beloofde nalatenschap. Dit is het geschenk van liefde dat ik kwam geven en nu opnieuw aan je geef. Gezegende broeder en zuster, we voelen dezelfde liefde, dezelfde compassie, dezelfde tederheid voor elkaar en voor de wereld. Dit is eenheid. Dit zal ons redden. Dit zal de wereld redden.

Die ene ster

De Cursus vertelt ons dat we zijn gaan geloven dat we in een staat van afgescheidenheid verkeren. Dat klinkt niet plezierig. In deze staat ervaren we strijd, pijn en conflict en voelen we ons eenzaam. In Hoofdstuk 27 VIII:6 lezen we de bekende passage:

In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat.

Het nadeel van het citeren van overbekende passages is dat we menen deze te doorgronden zonder goed te beseffen wat er nu eigenlijk staat en wat dit voor ons betekent. Dit citaat komt uit een stukje dat de wereld beschrijft als een nare droom. Het is niet vreemd dat wij graag willen ontwaken uit deze nachtmerrie. De volgende aanpak ligt dan ook voor de hand:

Laten we proberen te ontwaken door de nare gedachte van afscheiding weg te lachen, te beseffen dat tijd niet bestaat en dat alleen de eeuwigheid, waar alles één is, echt bestaat.

Klinkt dit plausibel en aantrekkelijk voor je? Heerlijk terug naar de eenheid als een kindje dat zich veilig waant in zijn warme bedje? Mij trekt het wel aan hoor. Geen pijn en strijd meer ervaren, geen angst voor oorlog, pijn, ziekte en dood. Dit zijn allemaal nare zaken die plaatsvinden in onze illusoire en duale 3D-wereld van tijd en ruimte. Nee, ik geef dan toch de voorkeur aan de tijdloze wereld van de eeuwigheid, waar alles één is en waarin tijd niet bestaat.

Maar sta nu eens een moment stil bij wat dit betekent voor jou. Keer je eens een moment naar binnen en merk op dat je het heel gewoon vindt dat je een zelfje bent dat van alles ervaart. Het zelfje ervaart nu strijd en conflict. Dit ervaren gebeurt binnen de tijd. Het zelfje heeft nu wat pijn, nu wat meer, nu wat minder. Als wij denken aan het einde van dit lijden dan denken we automatisch aan hetzelfde zelfje dat zich nu lekker comfortabel voelt en even later nog steeds. Net als dat kindje dat in zijn bedje ligt. Anders gezegd: onze hele ervaring van het leven is gebaseerd op dat gevoel een zelfje te zijn dat leeft en zich beweegt binnen de tijd. Wij zien verlossing als het wegvallen van de narigheid die het zelfje meemaakt. Wat komt daarvoor in de plaats? Ach, dat zullen wel comfortabele en fijne gevoelens van liefde zijn. Toch?

Maar kunnen wij een zelfje zijn met prettige gevoelens als er geen tijd meer bestaat? Kunnen wij nog een ervarend zelfje zijn in eenheid? Het woord “zelfje” duidt op “iets anders”, het niet-zelf ofwel de wereld. Maar wat blijft er dan over als de tijd verdwijnt en de droomwereld als het ware implodeert? Dat vertrouwde zelfje, de voelbare kern van ons wezen, zal tegelijk met deze wereld imploderen, verdwijnen. Wij vragen ons af wat wij dan ervaren na de verlossing. Maar blijft er een “wij (of ik)” over en blijft er “ervaren” over als de tijd verdwijnt?

Hier lopen we tegen de grens van ons denken en voorstellingsvermogen aan. De uitnodiging is om hier eens bij stil te staan en je zo vanzelfsprekende verlangen naar eenheid eens met een verse blik te beschouwen. Wil “jij” nog steeds dat de tijd wegvalt als jij je geen ervarend “jij” zonder tijd kunt voorstellen? Wat is eigenlijk het verschil tussen “tijdloos leven in de eeuwigheid” en “niets”? Is het woord “leven” nog wel van toepassing in de eeuwigheid? “Leven” impliceert “dood” en deze twee termen kunnen ons benauwen maar zijn ons wel zeer vertrouwd en de basis van ons “zijn” in de wereld. Misschien ben je geneigd om te zeggen dat er in de eeuwigheid alleen sprake is van “zijn”, maar daarmee verplaats je slechts de kwestie. Want wat is “zijn” zonder tijd en ruimte? Wie ben jij zonder tijd en ruimte om in te bestaan?

En hiermee eindigt deze blog. Met een open einde. Ik kan je geen houvast bieden, geen geruststellende woorden of concepten waarmee het zelfje weer even lekker onder de wol kan. De vragen echoën na, ze weerklinken in de stilte en verdwijnen in het niets, in het duister. We naderen de kortste dag van het jaar. Het is grijs en donker buiten. Ik staar in de duisternis en zoek die ene ster.