Omgaan met woede

Afgelopen week werd ik knap pissig op iemand die zich, in mijn ogen, erg dwingend opstelde. Direct daarop word ik dan boos op mezelf. Waarom lukt het me niet om sereen alles op afstand te bekijken en laat ik me zo meeslepen door het gebeuren? Kennelijk geloof ik dat noch dwangmatig gedrag noch boosheid er mogen zijn. Ik weet dat ik alleen voor mezelf mag spreken maar toch meen ik dat veel studenten van ECIW vergelijkbare wijze aan het worstelen zijn met hun niet-vredige reacties op allerlei situaties.  Dit voorbeeld laat zien dat we vinden dat sommige ervaringen niet oké zijn en dat we zo snel mogelijk ze dienen om te vormen naar een vredige toestand. Op zich lijkt dit in lijn met ECIW die ons leert dat we een les te leren hebben als we niet gelukkig zijn, in onvrede verkeren en aanvalsgedachten koesteren. Toch kan het bij zo’n ervaring twee kanten op gaan voor wat betreft onze reactie.

  1. We willen de boosheid als het ware overwinnen en als kampioen humeurbeheersing uit de strijd komen (zie mijn reactie). Dit sluipt heel gemakkelijk ons Cursus-werk binnen en we kunnen het herkennen onder de noemer “veilige afstand creëren”. Ongemerkt maken we van ons zelf een achteruit-loper. Iemand die op de achterste stoel gaat zitten, het slagveld van bovenaf gaat beschouwen, het publiek in de bioscoopzaal, degene die herhaalt dat hij niet het lichaam is enzovoorts. Herken je dit? Misschien vraag je je nu af wat hier dan mis mee is. Is dit niet juist de bedoeling van ECIW? Ik meen van niet. Ik vrees dat het een subtiele truc van ons ego kan zijn om de situatie als doenertje te willen beheersen. Het is daarmee uiterst duaal en de enige verandering die optreedt is er hoogstens een van “gefrustreerd zelfje” naar “zelfingenomen zelfje dat zich onaantastbaar waant”, totdat zich een situatie voordoet waarin het weer eens ontploft. Maar wat dat wel?
  2. Het begint met de manier waarop we omgaan met de vervelende ervaring. We worden niet uitgenodigd om achteruit te gaan lopen maar om te omarmen en te komen tot een heilige relatie met alles en iedereen. De ervaring van woede hoeft niet weggepoetst te worden maar mag dienen als een soort zintuig, een boodschapper die me vertelt wat ik nog geloof. Als ik als het ware afdaal in de boosheid en er niet voor wegren dan begint deze mij dingen te vertellen die ik gemist heb door het snel als “ongewenste woede” te labelen. Hoewel ik weet dat het rationeel klinkt en niet gevoelsmatig, kan ik het niet anders formuleren dan door te stellen dat ik de “tweeheid” in de woede kan voelen als een soort innerlijke verscheurdheid en pijn. Denken hierover is van een totaal andere orde dan het innig contact maken ermee. In dat contact herken ik telkens opnieuw de wegloop-neiging. Ik wil weg van het gevoel door mijn beschuldiging van die ander te herhalen of desnoods mezelf nog meer op m’n kop te geven. Alles lijkt me beter dan gewoon stil te staan bij deze innerlijke strijd, verscheurdheid en pijn. Toch is dit mogelijk. Het voelt wat onwennig en vreemd maar op een nieuwe manier ook “juist” om te doen. En vanuit deze pas op de plaats roep ik met een piepklein stemmetje de Liefde om Hulp. Telkens weer opnieuw.

Dit is wat anders dan een successtory of quick-fix. In het beschreven geval diende ik urenlang telkens opnieuw terug te gaan naar die plek vanwaar ik niet wegloop. Maar het kleine beetje vertrouwen op de kracht van Liefde blijkt dan te groeien, niet door mijn verdienste maar omdat kracht de eigenschap van liefde is. Het gave is dat met het langzaam oplossen van de strijd mijn aanvalsgedachten richting die ander ook langzaam maar zeker oplossen. De relatie begint te helen, op weg naar een geheelde, heilige relatie. Er ontstaat geen veilige afstand maar een wonderlijk gevoel van verbondenheid.

Misschien een beetje vreemde wending nu. Volgens mij is deze manier van vergeven, vanuit de omarming en vanuit het hart, precies waar ECIW toe oproept. Het is onze soms wat te verstandelijke en conceptuele benadering van de Cursus die kan leiden tot een nieuwe vorm van dualisme. De non-duale visie dient niet te resulteren in een onbewogen, afstandelijke (!) toeschouwer. Dit gebeurt helaas te vaak als we ECIW beschouwen als legitimatie om de wereld en anderen af te doen als illusie die we moeten ontkennen. Dit is een misplaatst gebruik van ontkenning. Ons geloof in denkbeeldige grenzen tussen onszelf en anderen of de wereld mag naar het licht gebracht worden ter vergeving. Dat deze grenzen denkbeeldig zijn ontdekken we als we kiezen voor liefdevol omarmen en niet door onbewogen achteruit te wandelen. Ik meen dat A Course of Love (en The Way of Mastery) heerlijke boeken zijn om ons te helpen deze valkuil te voorkomen. Dankbaar voor zoveel hulp en liefde.

 

Iemand de les lezen

Wie een beetje meedoet in ECIW- Facebookgroepen zal het wel herkennen. Gesprekjes die ongeveer als volgt verlopen.

A: Ik kwam iemand tegen die heel boos op me werd!

B: Dit betekent dat jij vergevingswerk hebt te doen, want je ziet alleen je eigen projecties. Het gebeurt immers allemaal in die ene denkgeest en er is helemaal geen “boze ander”.

Herkenbaar? Hier is toch geen spel tussen te krijgen? Dit is toch de kern van de non-duale visie? Toch zijn dit soort opmerkingen de dood in de pot. A kan reageren met “Oh ja, dank je wel, dat is ook zo” en B kan tevreden zijn dat hij zoveel helderheid heeft kunnen bieden. Maar is deze manier van elkaar de les lezen nu wel zo behulpzaam?

Ik meen van niet. We kunnen gewoon een boze broeder tegenkomen en hoeven dat niet te ontkennen met een premature niveau-I cursus werkelijkheid. Als iemand ons uitmaakt voor rotte vis dan hebben we dat niet zelf bedacht, laat staan zelf “gedaan”. Wat wél de vraag is, en waar ons werkelijke werkterrein ligt, gaat over onze reactie op deze woesteling. De vraag is niet of er een boze meneer staat te schreeuwen maar hoe we hierop reageren; doen we dit vanuit angst of vanuit liefde? Dus het minste wat B kan doen is om, in plaats van het voorval te ontkennen, aan A te vragen wat het voorval met hem deed. Werd A bang? Ging A zichzelf verdedigen? En kan B in een hierin iets betekenen voor A? En dat hoeft geen belerend metafysisch gesprek te zijn maar het kan ook zoiets simpels zijn als: “Joh, ik zie dat je geschrokken bent (dit is dus ook geen verzinsel dat B moet corrigeren in eigen hoofd!), ga even zitten. Wacht, ik zet even een lekker kopje thee voor je. Enzovoorts.

In ECIW maakt Jezus ons duidelijk dat iets metafysisch gezien op niveau-I inderdaad niet waar is maar dat het voorbarig ontkennen hiervan op niveau II niet behulpzaam is. Hij noemt dit het “oneigenlijk gebruik van ontkenning” (Txt 2, VII 5) en “onwaardig” (Txt 2, IV). In dit laatste geval gaat het over het lichaam (en dus over alles wat we menen te zien in de wereld) en zegt Jezus:

Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. ‘De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is. Als iemand dit ongelukkige aspect van de macht van de denkgeest ontkent, ontkent hij ook die macht zelf.

Ik kan me zo voorstellen dat persoon B de telefoon pakt en Jezus opbelt om verhaal te halen. “Zeg Jezus, wat motiveerde jou eigenlijk om ECIW te dicteren aan Helen Schucman”. Jezus: “eh, ik wilde waarlijk behulpzaam zijn. Ik zag zoveel verwarring onder m’n broeders dat ik graag wilde helpen. B, nu triomfantelijk: “Aha! Daarmee maakte je de illusie echt, lieve broeder. Er zijn geen anderen, dat projecteer je maar. Je had gewoon je eigen denkgeest moeten corrigeren en daar je innerlijke vrede hervinden!”.

Binnen onze wereld mogen we “normaal” doen en hieronder valt het zien en benoemen van alle shit om ons heen. De volgende stap is niet het ontkennen ervan, dat is “bijzonder onwaardig”. Ontkennen is maar al te vaak de reactie van een bang, klein zelf. Anderen aansporen hetzelfde te doen is al helemaal niet behulpzaam. De vraag is, zoals gezegd, wat de beelden met ons doen? Als we bang worden mag de angst naar de liefde gebracht worden. Na vergeving hiervan ontstaat de mogelijkheid om met een liefdevolle respons te komen. En wellicht daagt vervolgens een besef van verbondenheid met die boze man. Mogelijk zien we dan niet langer een boze broeder maar een verwarde broeder die om liefde vraagt. En zou het niet heerlijk zijn als we dan komen tot een ervaring van innige, mysterieuze verbondenheid met hem en alle andere broeders en zusters. Een besef dat de ander geen “denkfout” van ons is maar dat we in eenheid verbonden zijn met elkaar. Liefde is zowel middel als doel om te komen tot een ervaring van eenheid. Dat is heel wat anders dan elkaar met een eenheidstheorietje de les te lezen.

Stoort me dit dan zo? Ja zeker, dat hoef ik dus niet te ontkennen. En nu? Nu mag ik een vergevingsles leren. Wat doet het mij als ik meen dat (een echte!) broeder of zuster mij de les leest? Dan voel ik me soms aangevallen. Oké Heilige Geest, ik maak even een belafspraak met U!

De- of een dromende Zoon?

Laten we dicht bij huis beginnen. Als ik om me heen kijk dan zie ik andere mensen, van mij gescheiden wezentjes die samen met mij deze wereld bewonen. Mij vallen vooral de verschillen op tussen mijzelf en die anderen en tussen die anderen onderling. Ik zie andere lichamen, karakters enzovoort. In de Cursus lees ik dat ik kijk naar Kinderen van God, mijn Broeders, en dat de verschillen die ik meen te zien niet echt zijn maar dat ik ze geloof om m’n illusie van afgescheidenheid te versterken. Volgens Jezus zijn al die andere Kinderen in feite met mij verbonden in een wonderlijke eenheid. In de Cursus leert hij me dat ik niet moet focussen op verschillen (dus niet oordelen, geen grieven koesteren, aanvallen, verdedigen enzovoorts) maar dat ik m’n projecties naar de liefde mag brengen. Steeds meer worden deze blokkades dan opgeruimd en stroomt de liefde vrijelijk. Steeds meer is er die wonderlijke herkenning dat degene die ik “de ander” noemde op liefdevolle en mysterieuze wijze met mij verbonden is in eenheid. Ik was een dromende Zoon die dacht dat hij alleen was en nu ik ontwaak verblijd ik me in de liefdevolle schepping van de Vader.

Bovenstaande omschrijving is, meen ik, zoals Jezus ons benadert in de Cursus. Hij kent ons door en door en weet precies welke woorden hij moet kiezen om ons te helpen. Er staan in ECIW geen complexe diagrammen of illustraties van hoe alles in elkaar zou steken. Ondanks het soms lastige taalgebruik is het scheppingsverhaal en de uitleg van ons geloof in grenzen tamelijk recht-toe-recht-aan beschreven.

Maar de mens zou de mens niet zijn als hij niet zou menen het nog wat te moeten verduidelijken. Het instrument wat hij hiertoe meebrengt is zijn verstand. Dit verstand laat er geen misverstand over bestaan: eenheid is eenheid, nul=nul, binnen deze eenheid kan niks gebeuren en als er al iets lijkt te gebeuren dan is dit nep en moeten we het zo snel mogelijk corrigeren door het te ontkennen. Binnen de hyper verstandelijke benadering is er geen plek voor het mysterie van de schepping: er is uitbreiding mogelijk zonder grenzen. Jezus is niet zo bang voor dit mysterie. Hij schrijft over God de Vader, de Heilige Geest, het Zoonschap en over Zonen. Verschillende “aspecten” die toch niet van elkaar gescheiden zijn. Sommige Cursus-leraren menen dat ze het beter kunnen uitleggen dan Jezus en hameren koppig op de eenheid. Je krijgt dan echter rare ontsporingen die vooral opvallen doordat de liefde, het kenmerk van de schepping, op de achtergrond verdwijnt en een bijproduct wordt van het bereiken van die droge eenheid.

Jezus zei het al in de Bijbel; aan de vruchten herkent men de boom. De vruchten van de Cursus zijn liefde, een woord dat talloze malen voorkomt in de Cursus. In de droge eenheidstheorie gaat het om correctie en, als de teller weer volkomen op nul staat, innerlijke vrede. Als de eenheidstheorie landt in een brein dat nog gelooft in afscheiding dan zijn de vruchten bitter. Het klinkt, ietwat aangezet voor de duidelijkheid, dan als volgt:

“Alles blijft één dus God en ik zijn één. Ik meen anderen te zien maar dat kan niet want ik ben één. Ik ben de Zoon van God. Dus zijn die anderen mijn projectie, mijn verzinsel. Hetzelfde geldt voor de hele wereld. Het is mijn nare droom dus ik mag er hartelijk om lachen. De Heilige Geest is in feite mijn herinnering aan de eenheid. Als ik de hele zogenaamde wereld heb ontkend, inclusief die andere mensen, dan is het wonder verricht en ervaar ik weer dat ik liefde ben”

Ik wil niet verzanden in verstandelijke welles-nietes discussies over de metafysica. Iedereen mag kiezen wat hij of zij wil geloven. Mijn ervaring is echter dat een verstandelijke eenheidstheorie nauwelijks helpt bij het oplossen van het kleine zelf en de herkenning van het Zelf. Ik vrees zelfs dat het omgekeerde het geval is en dat het ego blij is met een God die niks van ons lijden weet, de Heilige Geest die samenvalt met ons geheugen en illusoire broeders en zusters. Alles draait weer om “die ene”, om mijzelf en mijn innerlijke vrede. We zijn terug bij af.

Ik meen dat het goed is om ons vastgeroeste verstand wat los te wrikken met de wonderlijke non-duale visie van ECIW. Het is echter niet handig om hierin door te slaan. Uiteindelijk gaat het niet om een eenheidstheorie maar om de uitbreiding van liefde. Het zou goed zijn om wat meer ons hart te kiezen als kompas op het moment dat ons verstand duizelt van de mysterieuze metafysica. Het is niet de bedoeling dat we ons verstand versterken en op de troon zetten. Het wordt door de Cursus juist onttroond. Ons conceptuele denken is een blokkade en ECIW is juist bedoeld om die onwrikbare mensenlogica te ontmantelen, niet om een nieuwe theologie te stichten. Een Cursus in Wonderen is ten diepste Een Cursus in Liefde.

 

 

Onze worsteling met de Cursus

Hoe kun je het beste beginnen met ECIW? Gisteren klonk deze vraag in de Zoom-groep. En direct maar de spoiler: ik heb ook geen pasklaar antwoord. Als je spreekt met studenten die al wat jaartjes meedraaien dan blijkt iedereen een eigen aanvliegroute te hebben gehad. Dat geldt zowel voor de manier waarop we in aanraking zijn gekomen als de manier waarop we aan het dikke blauwe boek begonnen zijn. Enkelen kunnen het Tekstboek verteren, de meeste beginnen liever met het Werkboek en sommigen zelfs met de Handleiding voor leraren. Ik hoor ook wel van mensen die het boek simpelweg openslaan en de regel of alinea lezen waar hun ogen op vallen.

Ik denk dat hierin geen goed of fout bestaat. We zijn in aanraking gekomen met de Cursus en daar mogen we blij mee zijn hoewel er ook menig gevecht mee wordt gevoerd. Toch wil ik er wel een pleidooi voor houden om niet te snel te denken dat we het wel weten. Het klopt dat een enkeling aan een paar woorden genoeg heeft om het Licht te herkennen maar voor de meesten van ons geldt dit niet. Wat echter wel geldt voor deze meerderheid is dat we te maken hebben met een zeer listig ego dat erg blij is als we zo min mogelijk doen met de woorden van Jezus. Het bedient zich daarbij van een aantal uitspraken die op zich niet onjuist, gevaarlijk of verkeerd zijn maar er wel voor kunnen zorgen dat we blijven hangen in ons geloof in afscheiding. Paar voorbeelden:

  • Een Cursus in Wonderen het niet voor niets “een” Cursus; ik doe van alles en ook een beetje uit de ECIW.
    Op zich een juiste constatering zolang we beseffen dat ook het ego het heerlijk vindt als we van alles een beetje doen zonder de wortels van ons ego-denken bloot te leggen.
  • Het voornaamste is leiding te vragen aan de Heilige Geest.
    Klopt, dat is waar we op uit komen als we onze vergevingsoefeningen doen. Maar zonder studie van ECIW kan dit leiding vragen aan de HG verward worden met het volgen van je intuïtie…
  • Ik volg m’n intuïtie (innerlijke stem/ gids).
    Echter, intuïtie is geen synoniem met Heilige Geest, Zelf of Christus-natuur. Intuïtie kan gebaseerd zijn op onbewuste angsten en bij het luisteren ernaar kies je dan voor het ego als innerlijke Gids. Hoeveel oorlogen zijn er niet begonnen door mensen die, uit naam van God, meenden te weten wat ze moesten doen?
  • Het belangrijkste is om te leren houden van mezelf.
    Het klopt dat zelfhaat uit de koker van het ego komt en dus vergeven mag worden. Maar einddoel van de Cursus is geen tevreden en mogelijk wat narcistisch klein zelf. We worden uitgenodigd ons te voegen in Gods verlossingsplan en kanalen van liefde te worden; te leven vanuit de liefde die we zijn.

ECIW is zo dik omdat de listen van het ego zo talrijk zijn en omdat wij zo graag naar deze valse leraar luisteren. Verreweg de meesten van ons zullen de 365 werkboeklessen tenminste een keer moeten doen. Er zijn mooie boekjes geschreven om ons daarbij te helpen. Het Tekstboek is geen makkelijke kost, ik weet het maar er zijn Facebook groepen en Zoom-meetings waar uitleg wordt gegeven en waar je terecht kunt met je vragen. En na de Corona-droom zullen ook de gewone bijeenkomsten weer gelegenheid bieden om meer te leren over de barrières die ons ego wil opwerpen om de liefde buiten de deur te houden.

Begrijp me goed; je kunt het hier in de droom niet echt fout doen. Dus als je besluit om ECIW er een beetje bij te doen, vooral te luisteren naar je innerlijke stem of je te richten op zelfliefde; helemaal oké. Jezus biedt ons echter in ECIW een snelweg waarbij hij ons waarschuwt voor obstakels en valkuilen. Het “zelf-willen-doen” is de wortel van ons ervaren van- en geloven in de afscheiding. We hebben echter van Jezus een geniale handleiding van onszelf gekregen. De schoonheid ervan kan steeds dieper binnenkomen als we deze samen met de Heilige Geest en samen met onze Broeders lezen. Zelf ben ik nu ruim 10 jaar bezig met dit heerlijke boek en ik heb mogen leren dat een houding van “ik snap het nu wel zo ongeveer” niets anders is dan een nieuwe vergevingsles. Pas als de liefde overstroomt en zich zonder tussenkomst van dit kleine manipulerende zelfje manifesteert, is het klaar met leren. Pas dan hebben we als Zoon van God onze functie in Zijn Schepping hervonden.

 

Hoe kan ik ervaren dat ik liefde ben?

Jezus leert ons dat we niet kunnen leren wat liefde is. We kunnen slechts leren hoe we liefde blokkeren en ons richten op het opruimen van de blokkades.  Zo’n blokkade is bijvoorbeeld een te rationele focus op uitspraken als  “God weet niets van deze wereld “ en, hieraan gelijk, “Er is geen ander”. Vanuit ons verstandelijk begrijpen van de non-duale visie kan dit correct klinken maar toch kan geloof in deze uitspraken vanuit ons kleine zelf opnieuw een blokkade worden als we onze liefdesband met onze Vader en onze Broeders te veel uit het oog verliezen.

Om dit helder te krijgen begin ik met de essentiële vraag die ik stelde in de titel van dit hoofdstuk: “Hoe kan ik ervaren dat ik liefde ben?”. Jezus leert ons al meer dan 2000 jaar het hetzelfde antwoord dat ik maar eens simpel samenvat als: “voeg je in de stroom van liefde die je bent”. Het laat zich ook mooi samenvatten met “liefde is zowel middel als doel”. Dus als de liefde vrijelijk door je heen kan stromen dan groeit het besef dat je liefde bent. Omgekeerd blokkeren we de liefde als we bang zijn wanneer we geloven in de afscheiding. Liefde is niet compleet, kent zichzelf niet als liefde, als ze haar stromende en gevende functie niet kan vervullen. ECIW spreekt zo mooi over deze functie als “kanalen van liefde”. Wij zijn Zijn kanalen van liefde.

Jezus is in de Cursus heel helder en ondubbelzinnig als hij spreekt over het belang van het stromen van liefde door de scheppingskanalen. God wil zijn liefde vrijelijk laten stromen naar ons en het is onze functie om de liefde te laten stromen naar onze broeders. Jezus bedient zich van liefdevolle woorden om ons het belang van deze universele waarheid duidelijk te maken. Zo lazen we gisteren in een Cursus-studiegroep (Txt 2:III-5):

God en Zijn scheppingen zijn volkomen van Elkaar afhankelijk. Hij is van hen afhankelijk omdat Hij hen volmaakt geschapen heeft. Hij gaf hun Zijn vrede, zodat zij niet aan het wankelen konden worden gebracht noch konden worden misleid. Iedere keer dat je bang bent, ben je misleid en kan jouw denkgeest de Heilige Geest niet dienen. Dit laat jou verhongeren door jou je dagelijks brood te ontzeggen. God is eenzaam zonder Zijn Zonen en zij zijn eenzaam zonder Hem. Zij moeten leren de wereld te zien als een middel om de afscheiding te genezen. De Verzoening is de garantie dat ze uiteindelijk zullen slagen.

Als wij ons te snel rijk rekenen en denken dat we de non-duale visie van ECIW kunnen begrijpen met ons beperkte verstand, dan glimlachen we om deze “lieve beeldspraak” van Jezus. Want wij weten immers zo goed dat God natuurlijk niet eenzaam kan zijn. Hij mag van ons namelijk niets afweten van ons lijden want daarmee zou Hij de afscheiding echt maken. Langs dezelfde droge manier van redeneren roepen wij dat we zelf ook niet moeten trappen in de illusie van lijdende broeders en zusters. Net als God zouden we ons moeten richten op de innerlijke vrede door vooral niet te geloven in de echtheid van “die ander”. We moeten slechts onze denkgeest corrigeren. We lazen  gisteravond verder en kwamen bij de volgende zin (Txt 2: IV-1):

In essentie komt elke genezing neer op bevrijding van angst. Om dit op je te kunnen nemen, dien je zelf niet angstig te zijn. Door je eigen angst begrijp je niet wat genezing is.

 In de studiegroep rees de vraag: “Als angst ons blokkeert, hoe kunnen we dan onze eigen genezing ter hand nemen?” We zijn er aan gewend geraakt om bij dit soort citaten over genezing direct en uitsluitend aan onszelf te denken. Een soort  “Laat Gods liefde maar tot mij komen!” Hierbij vergeten we weer de kernboodschap van Jezus over Gods schepping: liefde moet stromen en wel door ons heen naar onze Broeders. Voel eens dat subtiele verschil tussen die soms wat eenzijdige correctie van onze perceptie (“er zijn geen anderen”) en de bereidheid om je te voegen in de stroom van Vaderlijke- en Broederlijke liefde. En nu iets heel frappants. Ik vond het laatste Cursus- citaat ook wat onduidelijk  en zocht het op in de versie van ECIW die gebaseerd is op de originele aantekeningen van Helen Schucman (dus de “Complete & Annotated Edition). Helaas is deze niet in het Nederlands verschenen, maar ik doe een vertaalpoging:

“But to undertake this you cannot be fearful yourself. You do not understand healing because of your own fear. I have been hinting throuhout that you must heal others. The reason is that their healing merely witnesses to yours”.  Dus: “…Ik heb je er herhaaldelijk op gewezen dat je anderen moet genezen. De reden hiervoor is dat hun genezing slechts getuigt van die van jezelf”

 Robert Perry zegt hierbij in een voetnoot: “Die verwijzingen van Jezus beginnen al bij de uitleg van de wonderprincipes. Veel hiervan omschrijven wonderen als iets wat we moeten aanbieden aan anderen om hen te genezen”.  Ik noem daarom eens een paar van de wonderprincipes met als doel om ons te behoeden voor eenzijdige ik-gerichtheid en vroegtijdig roepen dat er geen anderen zijn:

8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

9. Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.

18. Een wonder is een dienst. Het is de maximale dienst die jij een ander kunt bewijzen. Het is een manier om je naaste lief te hebben als jezelf. Je herkent op hetzelfde moment je eigen waarde en die van je naaste. etc

 De boodschap van Jezus is de afgelopen 2000 jaar niet veranderd. Toen hem werd gevraagd wat het grootste gebod is antwoordde hij:

“Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.  Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.”

Er staat dus niet dat Jezus antwoordde: “Het grootste gebod is te geloven dat God en anderen slechts duale verzinsels zijn”.  Aan het einde van onze vergevingslessen zullen we inderdaad in blijdschap uitroepen:  Er zijn geen “anderen”, ik ben in wonderlijke eenheid verbonden met mijn Broeders! Dit is echter geen verstandelijk uitgangspunt maar de ervaring van wonderlijke verbondenheid en liefde die optreedt als we de rol van liefdeskanaal vervullen en de  liefde laten stromen.  Dus als we onze complete functie als wonderwerkers, ontvangen en doorgeven van onvoorwaardelijke liefde, vervullen.

 

Ze verpesten het voor ons allemaal!

Dat dacht ik toen ik op tv de grote groepen mensen zag die op minder dan 1,5 meter afstand van elkaar de milieustraten, boulevards, winkels enzovoorts bezochten. Door deze groep onnozele egoïsten krijgt heel Nederlands straks huisarrest. Door hun halsstarrigheid zit ik straks binnen met dit mooie weer. Hoe stom en zelfzuchtig kun je zijn!

Tja; eerst maar even een stukje eerlijkheid op niveau II, met m’n “normale” denken. Kennissen kwamen langs de deur om even iets te brengen. Toch maar even gezellig een kopje thee gedronken aan de eettafel. Geen handen schudden, dat niet, maar anderhalve meter? En gisteren er zelf ook lekker op uit geweest op het fietsje en even over het rustige strand gewandeld in Egmond aan Zee. Wel steeds gelet op het houden van voldoende afstand, maar zou ik de wandeling hebben overgeslagen als ik wat meer mensen had gezien? Ik zie, kort gezegd, wel de splinter in het oog van de ander maar niet de balk in eigen oog.

Dan waar het echt over gaat; niveau I. Waarom die boosheid in mij jegens domme anderen? Vanwaar die felheid in mijn beschuldigingen? Uit de Cursus leer ik dat dit me niet hoeft te verbazen. Er staat dat er een misvatting ontstaat in de ene denkgeest die we eigenlijk zijn. Ik wil me namelijk speciaal voelen, een zelfje afgescheiden van het Geheel met eigen privileges. Tegelijk met dit geloof in afscheiding, de zonde maar dan zonder morele lading, ontstaat een gevoel van schuld. Hoewel de onafhankelijkheidswens belachelijk is, voel ik me hier direct schuldig over. Ik meen dat ik de eenheid iets ontfutseld heb, dat ik als het ware autonomie gestolen heb van God.

Deze les uit de Cursus was lange tijd niet invoelbaar voor me. Natuurlijk had ik het talloze malen gelezen, maar intellectueel begrip is vluchtig en op zich weinig behulpzaam. Dat niet kunnen aanvoelen van het schuldgevoel duidt ook op iets anders. Het gevoel is zo onaangenaam dat ik het niet in de denkgeest onder ogen wens te zien. Ik wil er zo snel mogelijk vanaf en projecteer het “naar buiten”, terwijl er helemaal geen buiten me is. Dit mechanisme waarbij ik de schuld zo snel mogelijk naar buiten wil duwen is die beruchte projectie, die ik nu zo duidelijk zie gebeuren met die “egoïstische en domme landgenoten”. Het is de metafysische basis voor dat gezegde over balk en splinter.  ECIW spreekt, ook in de herhalingslessen van deze week, over het koesteren van grieven. Dit is zo’n kernachtige uitdrukking die precies mijn neiging beschrijft. Ik koester mijn boosheid over anderen, ik zwelg er haast in en wil in mijn boosheid medestanders zoeken, maar wens de zelfgerichtheid in eigen denkgeest niet onder ogen te zien.

Toen ik hier vanmorgen bij stil stond kwamen direct andere, mildere gedachten naar boven. Want noch die anderen, noch ik zijn welbewust bezig om anderen te willen schaden. We willen vooral genieten van het lekkere buiten zijn, van bewegen, liefst gezellig met elkaar. Mogelijk zien sommige Cursus-studenten het zelfs als een positieve uiting van liefde waarbij geen gehoor wordt gegeven aan angstgedachten. Is het niet mooi om ook in het fysieke te streven naar verbinding met elkaar? Om elkaar op te zoeken zonder angst? Heerlijk met elkaar in het fijne licht van de lentezon, zonder een wolkje aan de hemel? We zijn immers geen lichamen die ziek kunnen worden maar onkwetsbare denkgeesten?

Natuurlijk is het heerlijk als we ons niet bang laten maken en eventuele angst figuurlijk naar het licht brengen om deze te laten genezen. We moeten echter waken voor niveauverwarring. Iedereen vindt het volkomen normaal als we, zelfs als we zonder angst achter het stuur zitten, de verkeersregels in acht nemen. Als we een rood stoplicht naderen is het niet zo dat we onze ogen sluiten, vingers in de oren stoppen, het stuur loslaten en met de kreet “ik ben niet dit lichaam” vol gas geven. Angstloosheid is geen vrijbrief voor dom en zelfgericht gedrag. Het getuigt bijvoorbeeld niet van verheven liefdevol gedrag om bij veel wisselende seksuele contacten geen condoom te gebruiken omdat jij zo goed beseft dat je toch geen lichaam bent.

Liefde is rekening houden met elkaar. Ze is inderdaad niet angstig maar ook niet zelfgericht. Ze is bereid zich over te geven aan het Goddelijk plan om dienstbaar te zijn aan de broeders met wie ze in eenheid verbonden is. Op droomniveau zien we hier nu een weerspiegeling van. Kunnen we de liefde zien in de regels die we nu even mogen volgen? Kunnen we zien dat lichamelijk  afstand houden niet perse op angst gebaseerd hoeft te zijn? Het valt me op hoeveel meer mensen nu vriendelijk groeten als ik ze tegenkom. Er is een groeiend gevoel van solidariteit. “We are in this together”. Het blijkt dus mogelijk dat we fysiek wat verder van elkaar af moeten gaan staan maar dat we elkaar in de denkgeest nu met tederheid aanraken.

Ik denk nu aan de mildheid van Jezus die ons een dikke Cursus heeft gegeven met 365 werkboeklessen. Hij weet dat we graag vast houden aan de vermeende vrijheid van ons kleine zelf. Dat we tijd nodig hebben in onze droom om minder zelf-gericht te worden en tijd nodig hebben om te leren dat overgave aan de Vader en aan elkaar ons pas echt gelukkig maakt. Met dit geduld wil ik leren kijken naar mezelf en anderen in deze periode. We hebben tijd nodig om ons te leren voegen in de eenheid, tijd om te leren dat er iets veel mooiers is dan mijn individuele privileges. Liefdevol omzien naar elkaar, begrip voor elkaars angsten en ons elk moment openen voor vergeving. Dat is onze Cursus, dat is mijn Weg. Help ons Heilige Geest om Uw Liefde te laten stromen opdat we Haar mogen kennen.

Love is in the air!

Merken jullie het ook? Niet vaak worden we zo voor de keuze gesteld: angst of liefde? Waar kiezen we voor? En met deze eenvoudige vraag raken we direct het hart van onze mooie Cursus. Hierin klinkt immers steeds de vraag: kiezen we voor de stem van het ego of voor de Stem van de Heilige Geest. Het ego schreeuwt altijd als eerste en dat is in de huidige Corona-crisis niet anders. “Je wordt bedreigd, je kan dood gaan, het voedsel en het WC-papier raken op, je hebt last van tekorten, je aandelen zijn niks meer waard etc”. Angst en paniek alom.

Het is heerlijk om te zien dat er juist in deze periode veel initiatieven starten waarbij spiritueel georiënteerde broeders en zusters elkaar vinden in de virtuele ruimte van internet en samen een periode van geestelijke bezinning starten. Ik word daar zo blij van! We zoeken elkaar op, de verbinding om onze angsten uit te spreken zodat we elkaar kunnen bemoedigen door gezamenlijk de angst naar de liefde te brengen. Wat een prachtige tijd van verbinding!

Aanvankelijk kan onze intentie hierin nogal zelf-gericht zijn. Wij zijn bang, vinden dit niet prettig en willen innerlijke vrede ervaren. Het fascinerende is dat we vanuit die angst elkaar opzoeken, en dat is prima. Het biedt ons een fantastische mogelijkheid om te ontdekken van het betekent om waarlijk behulpzaam te zijn. Natuurlijk hebben we ieder voor zich onze vergevingslessen te leren. Maar juist nu merken we dat het bij wonderen altijd gaat om twee aspecten: ontvangen en geven. Twee aspecten die in waarheid één zijn.

Ik word altijd zo enthousiast en dankbaar als die waarheid tot me doordringt. Er zijn non-duale leerwegen die vooral gericht zijn op “je niet identificeren met wat in bewustzijn verschijnt”. Ook in ECIW-kringen klinken dit soort geluiden als er te snel geroepen wordt dat er geen anderen zijn. Jezus veroordeelt dit niet maar is heel praktisch en stelt dat zijn leerweg van naastenliefde simpelweg effectiever en sneller werkt. We hebben alleen opnieuw te leren wie onze naasten zijn en wat het betekent om waarlijk behulpzaam te zijn.  Hij leert ons dat onze naasten geen hulpbehoevende lichamelijke stumpers zijn die iets ontberen maar slapende, bange broeders:

Wonderprincipe 29: Wonderen loven God via jou. Ze loven Hem door Zijn scheppingen te eren en hun volmaaktheid te beamen. Ze genezen doordat ze de vereenzelviging met het lichaam ontkennen en de vereenzelviging met de geest bevestigen.

Als we zo samenkomen in Zoom- of Skype meetings dan zien we de hoofdjes van allerlei broeders en zusters. Onze ogen zien verschillen: man, vrouw, jong, oud enzovoorts. Maar als we goed luisteren naar elkaar dan horen we broeders die dezelfde angstdroom hebben als wij. En voor ons allemaal geldt dat we het soms een beetje kwijt lijken te zijn. We kunnen bedroefd zijn omdat onze kinderen voorlopig niet meer op bezoek komen. Of we voelen ons kwetsbaar en bedreigd omdat we geloven dat we een lichaam zijn. Wat is het dan heerlijk als er op dat moment een broeder of zuster is die zich bewust is van jouw ware identiteit en die zich laat leiden door de Heilige Geest om precies die woorden te spreken die jij nodig hebt om je weer af te stemmen op de liefde die je bent.

Wonderprincipe 8. Wonderen genezen doordat ze een gemis aanvullen; ze worden door hen die tijdelijk meer hebben, verricht voor hen die tijdelijk minder hebben.

 En vlak na dit achtste wonderprincipe komt nummer negen die zonder omhaal van woorden ons direct plaatst in het mysterie van Gods schepping:

  1. Wonderen zijn een soort uitwisseling. Zoals alle uitingen van liefde, die in de ware zin altijd wonderbaarlijk zijn, draait deze uitwisseling de natuurkundige wetten om. Ze brengen gever en ontvanger beiden meer liefde.

Halleluja! Het kan wat abstract klinken maar zodra je deze woorden van je hoofd laat binnendringen in je hart dan word je blij. Wij zijn gegeven aan elkaar. Jezus geeft zich aan ons en wij mogen onszelf geven aan elkaar. Dit is de snelweg van liefde. Dit is het heerlijke en eerlijke van verlichting: ja, het draait om ons maar niet om mij alleen. Die gedachte “mij alleen” is de illusie die het besef blokkeert van de heerlijkheid die je werkelijk bent. En de manier om dit te ontdekken? Dat is niet door je meer te focussen op isolatie, hamsteren en de anderen te zien als concurrent maar door de verbinding te zoeken, door te delen, door de ander lief te hebben gelijk jezelf. Doel en middel zijn één op deze Goddelijke leerweg; Liefde is zowel middel als doel. Door je te openen voor die ander, door niet te letten op verschillen maar door in die ander het licht te zien leer je ook jezelf kennen als Liefde.

Wonderprincipe 40. Het wonder erkent iedereen als jouw broeder en de mijne. Het is een manier om het universele merkteken van God waar te nemen.

Ieder voor zich

Zojuist las ik werkboekles 78: “Laat wonderen alle grieven vervangen”. In deze les nodigt Jezus ons uit om iemand in gedachten te nemen aan wie we ons irriteren of op wie we regelrecht kwaad zijn. Hij kent ons zo goed dat hij weet dat er direct iemand of een situatie in onze gedachten zal verschijnen. Laten we, om de gedachten te bepalen,  toch even een actueel tafereeltje schetsen. Stel, je WC papier is nu echt op en je bent van de AH, via de Jumbo naar de Vomar gelopen. Ah, gelukkig, daar staan nog 2 pakken. Je reikt al naar het voorste pak wanneer je ruw opzij wordt geduwd door een grote vent. “Aan de kant juffie, ik zag ze eerst en die zijn voor mij”. En met beide pakken in z’n winkelwagen rijdt hij verder.  Als je dit voorbeeld nog wat lacherig kan wegwuiven dan mag je het je ook dramatischer voorstellen. Je staat dan bijvoorbeeld in de rij voor brood met drie hongerige kinderen thuis als dezelfde man zijn rol als “leraar” voor je vervult. En dan lezen we in de werkboekles van vandaag:

“Laat me in deze persoon mijn verlosser zien, die U als degene aangewezen hebt aan wie ik vragen zal mij naar het heilige licht te leiden waarin hij staat, zodat ik mij aansluiten kan bij hem”.

Ik ben niet uit op goedkoop effectbejag maar probeer direct naar de kern van de Cursus te gaan. We kunnen misschien nog met moeite onze spirituele glimlach handhaven als er in onze beleving niet zo veel op het spel staat maar wat nu als het echt een kwestie wordt van “hij of ik”, van leven of dood? M’n blogs worden er niet gezelliger op, merk ik, maar uiteindelijk zullen we met rücksichtsloze eerlijkheid onze denkgeest moeten onderzoeken. Want via deze voorbeelden komen we terecht bij ons geloof in de echtheid van ons afgescheiden bestaan als sterfelijk wezentje. Hoewel we onze vergevingslessen in principe net zo goed kunnen leren in kleine kwesties, er bestaat immers geen wezenlijke rangorde in problemen, komen we er middels dit soort situaties achter hoe diep of ondiep ons geloof in onze projecties nu eigenlijk reikt.   David Hoffmeister en andere leraren kijken om deze reden samen met mensen naar speelfilms waarmee we ons kunnen verplaatsen naar heftige situaties om zicht te krijgen op onze vastgeroeste overtuigingen en angsten om deze vervolgens naar het licht te kunnen brengen.  Zolang we ons nog bedreigd voelen, zolang we de brute man als concurrent en aanvaller zien, hebben we vergevingswerk te doen. Het gevoel van aangevallen te worden is een indicator van ons geloof een afgescheiden en kwetsbaar zelf te zijn.

Het is niet de bedoeling dat we ons na de pijnlijke diagnose van “zelfgerichtheid” schuldig gaan voelen en onszelf juist gaan wegcijferen of opofferen. Het idee van het brengen van een offer is nog steeds gebaseerd op geloof in de afscheiding. Met het brengen van een offer zeg je: “ik draag jouw lijden door zelf te gaan lijden”. Daarmee bevestig je slechts je geloof dat lijden mogelijk is voor een Zoon van God, en dat is niet zo. Uiteindelijk mogen we leren dat we geen wezens zijn van vlees en bloed en dat niemand ons iets kan aandoen. Mijn uitspraak “jij doet mij iets aan” illustreert mijn eigen geloof in lichamelijkheid. Juist in extreme situaties, daadwerkelijk beleefd of ingebeeld via een film, krijgen we zicht op de diepe lagen van onze ego-programmering.

Het heerlijke nieuws is dat schuld en schaamte totaal niet nodig zijn. Geloof in schuld heeft juist geleid tot het geloof dat we gestraft dienen te worden door God, een boze buitenwereld waarin een virus rondwaart en door een man die ons ruw opzij duwt. Vanuit ons-zelf zijn we per definitie niet bereid om liefde te laten stromen naar een vermeende bruut. Daarmee menen we dit zelf immers te verloochenen en te doden, en dit kleine zelf is waar het volgens om allemaal om draait. Maar dat kleine zelf is niet echt en slechts ons geloof erin valt weg als we het spel van aanval en verdediging niet meer verder spelen. Er lost slechts een illusie op. We worden uitgenodigd om de Stem van de Vader ons te laten wakker maken. Dit gebeurt als we onze verdediging of tegenaanval even uitstellen en de werkboekles van vandaag doen. Als we bereid zijn om te kiezen voor verbinding in plaats van voor verharding, hoe onmogelijk vanuit het perspectief van ons kleine zelf ook is, zal het wonder plaats hebben en onze grieven vervangen.  Als we werkelijk slechts met liefde reageren op de angst van de man die ons wegduwt.

“God dankt jou voor deze stille momenten vandaag waarin jij je denkbeelden terzijde legde en keek naar het wonder van de liefde dat de Heilige Geest jou in plaats daarvan liet zien. De wereld en de Hemel danken je samen, want er is geen enkele Gedachte van God die zich niet verheugt nu jij verlost bent, en heel de wereld met jou.”

Laat wonderen alle grieven vervangen.

Over veiligheid en schijnheiligheid

Die run op WC-rollen was haast grappig om te zien. Waar je al niet aan denkt als “het mis dreigt te gaan”. Maar natuurlijk diende niet alleen de hygiënische stoelgang zeker gesteld te worden maar vooral de andere kant van het traject: voedsel. Wij zelf hadden afgelopen vrijdag een lege koelkast omdat we voor een weekje naar Spanje zouden gaan. Toen dat niet doorging krabde ik wel even achter de oren. Koelkast leeg, schappen leeg?

De spiritueel gewenste reactie is nu om te zeggen dat ik het allemaal mild glimlachend doorzag en me totaal niet druk maakte om dergelijke illusoire trivialiteiten. Ik merkte eerst dat ik de paniek-hamster reactie van anderen in feite veroordeelde door er lacherig over te doen. Dat is op zo’n moment een wat hinderlijke (bij-)werking van de Cursus; je hebt je eigen schijnheiligheid wat sneller door. Want onder de veroordeling van de angst van anderen zat natuurlijk mijn eigen angst. Ik vroeg aan m’n partner hoeveel WC-papier wij eigenlijk in huis hadden en lachte, eerlijk gezegd, pas toen dat er ruim voldoende bleken. Zaterdagochtend bleek ik duidelijk opgelucht dat de schappen in de supermarkt toch nog redelijk gevuld waren.

Werkboekles 77 blijkt weer eens frappant van toepassing op de huidige situatie. Jezus wijst erop dat wij onze zekerheid en veiligheid op de verkeerde plaats zoeken; bij geld, eten en medicijnen. Ik ben het vooral met hem eens als er geen vuiltje aan de lucht is. Maar nu ook m’n bescheiden aandelenpakketje aan het verdampen is, voelt dit toch ook bedreigend. We kunnen de lessen die we nog te leren hebben kennelijk niet ontlopen. Jezus ziet het zo scherp in genoemde werkboekles. Ik kan er maar het beste eerlijk over zijn en erkennen dat mijn gevoel van zekerheid samenhangt met een dak boven mijn hoofd, voldoende eten en drinken, een goede gezondheid en wat geld op de bank. De fraaie geestelijke wijsheden als “ik ben niet dit lichaam” en “niets werkelijks kan bedreigd worden” zijn vooral leuke oefeningetjes bij kleine probleempjes maar niet bij levensbedreigende kwesties. Zo schijnt het althans. Jezus adresseert dit bijgeloof van ons al bij het eerste wonderprincipe:

“Wonderen kennen geen rangorde naar moeilijkheid. Het ene is niet ‘moeilijker’ of ‘groter’ dan het andere. Ze zijn allemaal gelijk. Alle uitingen van liefde zijn maximaal”

Hij ziet het, zoals altijd, weer scherp. Alles is in feite terug te leiden tot onze angst voor lijden en de dood van dit lichaam. En dan zijn we bij de wortel van onze illusie aangekomen; het geloof in zonde, dus ons geloof dat we ons hebben afgescheiden van de eeuwige liefde die we zijn. Door de huidige crisis komt ons bijgeloof aan het licht. Onze hamsterneiging blijkt een poging om als zelfje controle te willen houden. Het is een vorm van verdedigen. Natuurlijk is er niets mis met zorgen voor het lichaam en boodschappen doen. Maar als we echt menen dat we afhankelijk zijn van het welzijn van dit lichaam dan geldt de oproep om te ontwaken.

De volgende, wat dramatisch klinkende, vraag kwam bij me naar boven: “Zou ik liever 90 worden en sterven als bange oude man, of als 60 jarige mijn droomlichaam rustig terzijde schuiven?”. Dit is de werkelijke kwestie. Ik geef maar even niet snel een te gemakkelijk antwoord. Kan ik weten hoe ik zal reageren als er geen bed op de I.C. voor mij beschikbaar is wanneer ik ziek en benauwd aanklop bij een ziekenhuis? “Sorry meneer Schoonderwoerd, alle bedden zijn bezet, we kunnen u niet helpen en u zult vermoedelijk verdrinken in het vocht in uw longen. Sterkte hoor!”

Ik kijk nu milder naar de hamsteraars. Mijn veroordeling van hen is slechts de veroordeling van mijn eigen angst. Ik kan ze beter als een spiegel gebruiken. Ja, broeders, ik herken jullie zorg en angst en de neiging om controle te zoeken in magische zaken. Ik weet echter dat de stervensles onafwendbaar op me afkomt, is het niet nu dan wel over een paar jaar. Wat een mooie oefening krijg ik aangeboden. Schijnheiligheid mag doorzien worden en mijn angst mag letterlijk naar het Licht gebracht worden. Heer, hier ben ik met mijn geloof in kwetsbaarheid. Ik ben bang en bezorgd en meen dat ik kan sterven. Dank u dat ik mag weten dat ik onder geen andere wetten dan die van U sta; de wet van het Leven. Ik dank U dat ik zeker mag weten dat U de angst uit mijn denkgeest zult wegschijnen als ik hierom vraag.

“Ik heb recht op wonderen” (WB 77). “Op zich zijn wonderen niet van belang. Het enige wat telt is hun Bron, die elke waardebepaling verre overstijgt” (Principe 2).

Dank broeder Jezus, dat je me beter kent dan ik mezelf ken en dat je naast me staat, nu en altijd.

Kan ik bange mensen helpen?

Deze vraag is momenteel wel erg actueel. We spraken er gisteren over in een Cursus-groep. Het is interessant om te zien hoe onze visie op de metafysica van de Cursus kan doorwerken in de houding die we aannemen in de wereld. Indien we een, in mijn ogen, te grote nadruk leggen op het eenheidsaspect van ECIW dan verloopt de redenering als volgt:

“Er is slechts één denkgeest en als ik dus bange mensen wil helpen dan zie ik in feite slechts de angst in mijn denkgeest. Er zijn immers geen anderen buiten mij. Mijn vrede is verstoord en ik heb een vergevingsles te doen. Als ik mijn geloof in de mogelijkheid van bedreiging laat genezen zal ik weer in vrede zijn en een genezen denkgeest ziet geen angst meer”

Het “toeval” wil dat we gisteravond hoofdstuk 2 uit het Tekstboek lazen. Dit begint met een prachtige beschrijving van de schepping. Vanmorgen herlas ik dit in drie versies van de Cursus:

  1. Engelse versie van The Foundation of Inner Peace: “To extend is a fundamental aspect of God which He gave to His Son. In the creation, God extended Himself to His creations and imbued them with the same loving Will to create”
  2. Nederlandese vertaling hiervan (Ons blauwe boek): “Uitbreiding is een fundamenteel aspect van God dat Hij Zijn Zoon geschonken heeft. Bij de schepping breidde God Zich in Zijn scheppingen uit en vervulde ze met dezelfde liefdevolle Wil tot scheppen”.
  3. ACIM (Complete and annotated edition): “Projection, as defined above (this refers tot he verb), is a fundamental attribute of God, which He also gave to His Son. In the creation, God projected his creative ability out of Himself towards the Sons whom he created, and also imbued them with the same loving wil lto create”

Ik spel het hier een keertje uit om te laten zien dat Jezus er in ECIW helemaal niet moeilijk over doet om uit te leggen dat God ons als Zonen heeft geschapen. In het blauwe boek wordt dit wat onpersoonlijk vertaald als “creations”(scheppingen) maar kennelijk staat in de aantekeningen van Helen Schucmann gewoon “Zonen”. Deze meervoudsvorm komt talloze keren voor in de Cursus in relatie tot Gods schepping.  Omdat wij met ons droom verstand bij “Zonen” slechts kunnen denken aan “van elkaar onderscheiden mensen” gaan we er soms heel moeilijk over doen. De redenering is dan: “Zonen, meervoud, kan niet juist zijn, er is maar één Zoon en vanuit mijn perspectief kan het niet anders dan dat ik dus die ene Zoon ben”. Het gevolg van deze “verstandelijke” benadering heb ik aan het begin van deze blog geschetst. Je focust je exclusief op het genezen van jouw denkgeest omdat er immers geen anderen bestaan.

Als we gewoon dicht bij de tekst van de Cursus blijven hoeven we ons helemaal niet in moeilijke bochten te wringen. We hebben dan te maken met echte broeders (Zonen van God) die menen dat ze door de Corona-gekte gevaar lopen. Er zijn nu twee mogelijkheden.

  1. Wij geloven dat ook nog en gaan “helpen” vanuit angst. Dan hebben we eerst de verzoening te aanvaarden voor onszelf. Onze denkgeest heeft genezing nodig.
  2. Ons bijgeloof in de echtheid van de afscheiding is genezen (we zijn niet bang meer). We zien echter Broeders die nog wel bang zijn maar herkennen deze angst als een roep om Liefde. Onze functie is om werkelijk behulpzaam te zijn. We hebben “dezelfde liefdevolle wil om te scheppen”. We zijn beschikbaar voor de Liefde (HG, Jezus) om ons duidelijk te maken wat we in deze situatie kunnen doen of juist moeten laten.

Zo simpel. We kunnen zonder probleem een roep om liefde (in de vorm van angst) herkennen en daar met liefde op reageren. God is liefde en breidt zich op wonderlijke wijze uit, wij als Zonen zijn ook Liefde en willen deze liefde ook uitbreiden. We hoeven totaal niet bang te zijn dat we de vergissing echt maken als we een roep om liefde herkennen. We geloven niet in de echtheid van de dreiging (dit is een illusie) maar zijn bewogen om de angst van onze echte Broeders en mogen als wonderwerker onze functie vervullen.

Langs dezelfde verstandelijke lijnen redenerend menen we soms ook dat God, omdat Hij immers Één is, niets mag afweten van onze angst. Natuurlijk moeten we ervoor waken om God te zien als een superman op een wolk die bezorgd kijkt naar de illusie. Maar als we niet oppassen zien we de Liefdevolle intenties van Hem ook over het hoofd als we zo “plat” denken over het mysterieuze van de schepping.

Zijn er echte problemen en lopen wij en anderen echt gevaar? Nee, dit is een illusie.  Kunnen wij of onze Vader liefdevol reageren op de illusoire angst? Goddank wel. Zijn ons dierbare blauwe boek en het dikke paarse boek niet heerlijke antwoorden die ons om deze reden geschonken zijn? Niets werkelijks kan bedreigd worden en niets onwerkelijks bestaat. En toch mochten we Zijn troostrijke woorden ontvangen. Dank U liefdevolle Vader!