Liefde manifesteren in de wereld en in het lichaam.

In ECIW corrigeert Jezus onze fixatie op de fysieke wereld. Wij zijn gaan geloven in de echtheid van de grenzen die we overal in deze wereld zien. Dit geloof bereikt zijn “hoogtepunt” in de overtuiging dat wij samenvallen met ons fysieke lichaam. Jezus legt uit dat het geloven in de echtheid van grenzen, het geloof in het grote belang van het fysieke en lichamelijke resulteert in onze perceptie waarbij we ons in de hel wanen. Om dit bijgeloof te ontwortelen gebruikt hij stevige taal om deze droomwereld te beschrijven. Ons geloof in afscheiding resulteert niet in zomaar een droom maar in een regelrechte nachtmerrie.

Het is daarom niet verwonderlijk dat wij als ijverige Cursus-leerlingen wat overgevoelig kunnen raken voor alles wat met het fysieke te maken heeft. We zijn de fysieke wereld van tijd en ruimte gaan zien als een vergissing waardoor we ons niet moeten laten misleiden. Ons nieuwe doel wordt om aan deze illusie voorbij te zien, deze te vergeven opdat onze denkgeest mag genezen en we teruggevoerd mogen worden naar de abstracte, grenzeloze en tijdloze eenheid. In onze ijver om bevrijd te worden van de illusie van het lichaam en de wereld die we menen te zien merken we niet dat het ego een geslaagde poging heeft gedaan om via de achterdeur weer onze denkgeest binnen te sluipen en daar een nieuw duaal bijgeloof te vestigen.

Want wat is nu ons nieuwe geloof? Waar zijn we onbewust van overtuigd geraakt? Kijk goed en onbevooroordeeld naar binnen en zie of je de vinger kunt leggen op dit nieuwe bijgeloof. Kun je opmerken dat er een negatieve houding gegroeid is in je denkgeest richting alles wat met het fysieke te maken heeft? Kun je opmerken dat je heel diep van binnen deze wereld van tijd en ruimte zat bent? Je wilt je niet langer laten foppen door de illusie van dualiteit. De droom is maar een droom, ze is niet echt en je wilt er afstand van nemen. Je wilt je verheffen van het slagveld en er onbewogen boven kunnen zweven. En ja, dat vooruitzicht is heerlijk en aanlokkelijk. Als je niet meer gelooft in fysieke vormen, in de echtheid van het lichaam dan raak je onthecht. Eindelijk gloort daar die felbegeerde innerlijke vrede. Jouw maken ze niet langer gek! Er zijn geen anderen, je ziet het nu zo helder. Dus die beelden op tv over oorlog, honger en armoede zijn slechts je eigen inbeelding. Als je toch nog wat lijden bespeurt bij jezelf dan zweef je nog niet hoog genoeg. Dan heb je nog wat vergevingswerk te doen totdat je oplost in het Goddelijke licht. Op naar de eenheid, op naar… Ja, op naar wat eigenlijk? Op naar een eeuwig orgasme? Ach, daar maken we ons maar niet druk over. We gaan door met ontkennen. Ontkennen wordt onze weg. Alles, echt alles wat we menen te zien is nep en verdient onze ontkenning. Hoe zei de Cursus dat ook al weer? Liefde kan niet onderwezen worden maar door alle barrières op te ruimen zal ze als vanzelf verschijnen. Ja, dat is het. Na de ultieme ontkenning zal er liefde zijn, de hemel, het paradijs.

Maar werkt dit? Is de ultieme ontkenning van de fysieke wereld van ruimte en tijd werkelijk de weg? Soms klinkt er binnen ECIW-kringen een wat gematigder geluid. Daarbij wordt gesteld dat het fysieke niet per se negatief is. Oh ja, dat was ook zo. Het fysieke is neutraal, het lichaam is neutraal en wij zijn het die de betekenis eraan toekennen. De eerste werkboeklessen komen weer in gedachte. Voorbeeld: “Ik heb alles wat ik zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft (Les 2)”. Sla de eerste 20, 30 lessen er maar eens op na. Vervolgens klinkt er in de Cursus een ander geluid. “God is in alles wat ik zie (Les 29)”. Mmm, wat raar. Wat ik zie is toch slechts illusie? Oh ja, kijk maar in les 32: “Ik heb de wereld die ik zie bedacht (Les 32)”. Yes, kijk, in deze les staat toch echt letterlijk: “Zolang je haar wilt, zul je haar zien; wanneer je haar niet meer wilt, zal ze niet langer voor je te zien zijn”. Daar heb je het! De rechtvaardiging van mijn neiging om me af te keren van deze wereld. Toch?

Maar dan lees ik bijvoorbeeld de lessen 33, 34, 36 en 37.

33: Er is een andere manier om naar de wereld te kijken
34: Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien
36: Mijn heiligheid omsluit al wat ik zie
37: Mijn heiligheid zegent de wereld.

Ik verlaat even het domein van ECIW en kijk naar non-duale visies die ook het onmogelijke proberen, namelijk om met woorden iets te duiden van wat niet met woorden te duiden is. We horen telkens op andere manieren uitgelegd dat er geen onderscheid is tussen subject en object, tussen waarnemer en het waargenomene, tussen bewustzijn en dat wat in bewustzijn verschijnt of lijkt te verschijnen. Verlichte broeders en zusters uit alle non-duale visies getuigen van een wonderlijke intimiteit. DIT is het, zeggen ze. Het tjilpen van de vogel, het briesje tegen je huid, de stem van die ander. Dit is het. Deze verbinding, deze relatie, dit wonder van vereniging is waar “het om draait”. We zien in andere non-duale tradities geen ontkenning van de fysieke wereld van vorm. Ontkenning veronderstelt een ontkenner en dat wat ontkend wordt; dus dualiteit. En die ontkenner is, als we onzorgvuldig omgaan met ECIW, het genoemde ego wat door de achterdeur naar binnen is geslopen. Het ego dat afstand wil nemen en onthechten.

We zien niet dat we slechts het geloof in de echtheid van grenzen dienen te vergeven en dat ons nergens gevraagd wordt de wereld te verzaken. De neiging afstand te willen nemen van de wereld is mogelijk ook een reden waarom we bij het praten over wonderen het liefst focussen op het bereiken van innerlijke vrede. Dit is echter de helft van de betekenis van wonderen. De andere helft gaat over het aanbieden van wonderen aan onze broeders en zusters. Deze wereld van vormen, tijd en ruimte is daar juist perfect geschikt voor. Jezus’ liefde gaf ons een fysiek blauw boek, de Heilige Geest werkt in deze wereld en wat staat er in de complete editie van ECIW aan het begin van de opsomming van de wonderprincipes?

“You will see miracles through your hands through me”.

Jezus wil liefde laten stromen via onze handen naar onze broeders en zusters. ECIW is een waarlijk non-duale visie waarbij Liefde zowel middel als doel is. Het ontkennen mogen, nee moeten, we beperken tot ons bijgeloof in grenzen. Zodra we echter vorm, ruimte en tijd an sich veroordelen en verwerpen dan zijn we er weer ingestonken. Toch is deze allergie voor het fysieke niet inherent aan ECIW (maar wel aan selectief lezen en mentaal interpreteren). Lees de inleiding van Txt 25 maar eens (3:1-5) en verheug je met mij over de glansrol die het neutrale lichaam ook mag, kan en misschien wel, moet vervullen.

“Het lichaam heeft geen genezing nodig. Maar de denkgeest die denkt dat hij een lichaam is, is absoluut ziek! En juist hier brengt Christus de remedie naar voren. Zijn doel hult het lichaam in Zijn licht, en vervult het met de Heiligheid die van Hem uitstraalt. En er is niets wat het lichaam zegt of doet, of het manifesteert Hem. Voor wie Hem niet kennen draagt het Hem in zachtmoedigheid en liefde mee, om hun denkgeest te genezen. Dat is de opdracht die jouw broeder voor jou heeft. En dat moet ook de opdracht zijn die jij hebt voor hem.”

 

 

Zo moeilijk is het niet!

Wat kun je doen om verlicht te raken? Lezers die bekend zijn met de non-duale visie kunnen nu verschrikt omhoog springen door deze domme vraag. Het stellen van deze vraag laat immers zien dat de vraagsteller de kern van de non-duale visie niet doorheeft. Het is juist het geloof in een afgescheiden “je” en het geloof dat deze “je” iets zou kunnen bereiken dat doorzien moet worden. Toch?

Jawel, dat is zo. Maar hoe lang weet je dit nu al en hoe is het nu met je? Zie je m’n punt? Het “weten” hoe het zit leidt niet vanzelf tot realisatie van het Zelf. Jezus is hier in Een Cursus in Wonderen (ECIW) en Een Cursus van Liefde (ACOL) natuurlijk van op de hoogte. Hij weet dat het zinloos is om aan ons te vragen om het geloof in een afgescheiden zelf eenvoudigweg los te laten. Hij legt geduldig uit wat de reden is van dit onvermogen. Even kort door de bocht: wij denken dat een “oplossen” van het kleine zelf, van die “je”, ons einde zal betekenen, onze dood. Daar heeft die “je” natuurlijk helemaal geen trek in. Hij zal dus met zijn verstand de waarheid van verlichting wel erkennen, met zijn mond deze belijden maar daar zal het blij blijven.

Het goede nieuws is dat Jezus ons in beide boeken een uitweg biedt uit deze patstelling. Een manier waarop we stukje bij beetje kunnen ontdekken dat “we” niet doodgaan als we het Zelf realiseren. Deze manier is een ervaringsweg en geen nieuwe theologie. Jezus wil ons laten proeven van de verbindende kracht van de schepping die “Liefde” heet. We hoeven van hem niks te geloven, niks verstandelijk te begrijpen en geen conclusies te trekken.

Datzelfde “je” is dit niet gewend. Het is in onze droomwereld gewend geraakt dat het iets te weten kan komen via het hoofd en het begrip. Iemand moet ons dan vertellen “hoe het zit” en we denken dat we er zijn als we dit “begrijpen”. Een leraar zal ons kunnen vertellen dat “alles één is”. Wow, dat klinkt logisch. Hij kan verder gaan en ons vertellen dat er dus geen God bestaat los van ons. Helder. En in dezelfde lijn verder redenerend zijn er dan ook geen “anderen”. Nee, dat is logisch dan. Maar dit wist je vermoedelijk al. Mag ik je vragen of dit behulpzaam was? Ervaar je nu blijdschap en vrede? Misschien iets meer helderheid, maar daar blijft het gewoonlijk bij.

Er is niks mis met ons verstand en met het begrijpen van iets. Maar vooral in ACOL legt Jezus uit dat we doorgeschoten zijn in het gebruik van ons hoofd. Ons hoofd krijgt geen grip op een “mysterieuze” kracht die onze redding zal blijken. Deze kracht heet Liefde. Ook ECIW is hier helder over en legt uit dat we met dit verstand barrières kunnen opruimen, maar daar blijft het bij. Hoe leggen we dan contact met die Kracht die ons verder zal helpen? Het antwoord hierop is een heerlijkheid en ik wil het kort “inbedden” in de metafysica van ECIW en ACOL. Wie dat te lastig vindt kan de volgende alinea overslaan.

In absolute eenheid, in Zijn, is nog geen besef van bestaan (van bewust-Zijn). Daarom is uitbreiding het basisprincipe van de Schepping. Er moet eerst “Iets” zijn om te kennen. Bewustzijn is altijd een bewustzijn “van”. Dat Iets staat niet los van de Bron waaruit het voortkomt maar blijft ermee verbonden in een Heilige Relatie. Zie je dat er ogenschijnlijk dualiteit is binnengeslopen in de woorden? Raak niet in de war van je protesterend verstand. Je hoofd kan niet snappen dat er zoiets bestaat als heilige schepping, differentiatie, individuatie en zelfs heilige vormen. Maar Jezus trekt zich niks aan van deze beperking van ons verstand en durft daarom in ECIW gewoon te spreken van Zonen van God. Voor ons verstand is deze meervoudsvorm onmogelijk als we over eenheid praten. Maar we mogen wennen aan het feit dat er in die mysterieuze Schepping zoiets lijkt te bestaan als een Goddelijke differentiatie; schijnbare meervoudigheid maar in werkelijkheid met behoud van eenheid. Twee voorbeelden hiervan: de Heilige Drie-eenheid en de Heilige Relatie; ogenschijnlijk respectievelijk 3 en 2 partijen, maar in werkelijkheid werd de eenheid nooit verbroken. En nu komt ie. Tussen die ogenschijnlijke differentiaties (Bijvoorbeeld: God aan de ene kant en de mens aan de andere kant of, ander voorbeeld, ik hier en jij daar) is er een Goddelijk Elastiek, een Goddelijke Lijm genaamd Liefde. Liefde is als het ware de Hartskracht die streeft naar relatie, her-eniging, vereniging, verbinding, versmelting en overgave. Hoe kan deze metafysica ons helpen?

De sleutel van Zelfrealisatie zit in het “inpluggen” in deze verbindende kracht genaamd Liefde. Hoe gaat dit inpluggen in zijn werk? Eerst wordt ons verstand gedeprogrammeerd door de Werkboeklessen van ECIW. Kortgezegd leren we om ons oordelende verstand, dat harde grenzen meent te zien tussen God en onszelf of tussen jou en mij, tot zwijgen te brengen. Vervolgens worden we gevraagd om ons in liefde uit te strekken naar die schijnbare ander; God of onze broeders en zusters. Merk op dat ons verstand hierbij een slechte raadgever kan zijn. Het “klopt” natuurlijk verstandelijk als je zegt dat er geen Sinterklaas-God bestaat die ons kleine zelf eens flink zal verwennen. Maar helpt het echt als je dit beeld vervangt door een beeld van God waarbij jij je een God voorstelt die niets afweet van onze wereld? Helpt het als jij je broeders en zusters verstandelijk beschouwt als projecties van je kleine zelf? Voel je dat je met het geloven van dergelijke nieuwe concepten, hoe juist deze ook mogen klinken, het risico loopt om de afstandelijkheid te bevorderen waarbij het juist erom gaat je te verbinden met God en anderen om die verbindende liefdeskracht te ervaren?

De sleutel tot Zelfrealisatie, tot het realiseren dat je grenzeloze Liefde bent, zit hem in de overgave aan deze zelfde Liefde, in het aangaan van de hartsverbinding met God en je Broeders. Liefde is zowel middel als doel. Pas wanneer jij je verstand onder leiding stelt van je hart en vervolgens inplugt in de Liefde die je bent, ervaar je dat dit klopt en dat je inderdaad Liefde bent.

Met je verbonden in deze Liefde,

Simon

 

Laten we samen eens “naar binnen” kijken.

Binnen in ons zit een commentator, een stemmetje dat flink aan het babbelen is, dat een mening heeft over van alles en nog wat en nu klaar zit bij jou om vast te stellen wat het vindt van de woorden die het nu leest. Dit stemmetje is zo vertrouwd voor ons dat we bijna nooit twijfelen aan de geldigheid van zijn gebabbel. We noemen dit stemmetjes gewoonlijk ons kleine zelf en we hebben het met regelmaat over dit zelf als we over de Cursus praten. Daarbij gebeurt er al snel iets dat we makkelijk over het hoofd zien. Want als we over dit zelf nadenken, dan beseffen we nauwelijks dat we dit ook weer doen vanuit een klein zelf. Het innerlijke stemmetje, de commentator, meent zich te kunnen verheffen boven zichzelf en vervolgens iets zinnigs te kunnen zeggen of concluderen over… zichzelf.

Het kleine zelf is dol op conclusies. Het leest wat, studeert een beetje en meent dan te weten “hoe het zit”. De conclusies die het bereikt lijken houvast te bieden. “Aha, nu snap ik het; God weet niets van deze wereld, er zijn geen anderen, de wereld is een nare droom enzovoorts”. Of juist precies het schijnbaar tegenovergestelde: “Oh wacht, God weet wél iets van de wereld, er zijn wél anderen die ik kan helpen en de fysieke wereld is wel degelijk écht enzovoorts”. Het zelf kan vervolgens zijn eigen gelijk onderbouwen met verwijzingen naar paragrafen uit het één of andere boek waaraan het autoriteit verleent.

Kun je nu naar binnen kijken en die babbelaar bezig zien? Kun je zien hoe het grabbelt, op zoek naar een houvast, naar een conclusie? Het zelf wil graag weten wat goed is en wat fout. Het wil weten wat het moet doen en bovenal wil het weten of het al verlicht is. Het zelf is tevreden als het een innerlijk bouwwerk van overtuigingen heeft opgebouwd waar het op terug kan vallen en waarmee alles valt te verklaren en waarmee anderen te corrigeren zijn.

De radicale ontdekking waar non-duale visies van getuigen is echter dat deze commentator, deze babbelaar die ons zo innig vertrouwd is, een nepfiguur is zolang hij gelooft in de validiteit van het eigen gebabbel. Zijn hele bouwwerk van overtuigingen is slechts beperkt houdbaar. Het kan eindeloos doorgaan met het vergaren van nieuwe overtuigingen en genieten van de mentale helderheid van zijn intellectuele bouwwerk maar er blijft dan sprake van een Zoon van God die gelooft in afscheiding.

De babbelaar die in zichzelf gelooft als autoriteit is de blinde vlek van de Zoon van God. Deze babbelaar is tevens de nep-doener, degene met een kleine wil, de droomfiguur, degene die verwikkeld is in speciale relaties, degene die oordeelt, degene die overwinningen boekt, die leert, die groeit, die vordert in de tijd, die er nu bijna is, die verder meent te zijn dan anderen, die bang is voor verbinding, bang om op te lossen, bang om te sterven. De babbelaar is de nep-identiteit waar de Zoon van God geloof aan hecht. En dat mag. Geloven dat je een klein begrensd en sterfelijk wezen bent is oké. Kennelijk wil je deze leerervaring nu, als Zoon van God. Maar je wordt nu uitgenodigd door Jezus in ECIW, in Een Cursus van Liefde (ECvL) en langs andere kanalen. De uitnodiging is heel eenvoudig hoewel de dikte van genoemde boeken anders doet vermoeden. Je wordt uitgenodigd om weer besef te krijgen van je ware Identiteit als Zoon van God. Om je bewust te worden van je blinde vlek, je geloof in afscheiding, en om je door de Liefde te laten genezen van je blindheid.

In ECIW helpt Jezus jou om je geloof in afscheiding wat minder serieus te nemen. Om lucht en licht binnen te laten die je leerstellingen en overtuigingen doen oplossen. Je wordt uitgenodigd te experimenteren met het loslaten van je oordeel. De commentator wordt gevraagd ontslag te nemen als eigen leraar. Je wordt uitgenodigd om oordeelloos naar dit kleine zelf en naar je broeders en zusters te kijken. Dit “kijken” zal steeds woordlozer worden, steeds oordeellozer. Het krijgt het karakter van toegewijde-waarneming, zoals zo prachtig omschreven in ECvL. Wat er dan gebeurt is dat je geloof in grenzen, tussen jou en God en die tussen jou en anderen, oplost. De babbelaar denkt dat dit betekent dat hij zal verdwijnen, zal sterven. Hij probeert zich vast te klampen aan ouderwets studeren en leren. Dat is slechts tijdelijk en oké. Gaandeweg wordt duidelijk dat het oplossen van grenzen en het oplossen van het doenertje, van de plannenmaker en van de kleine wil, allerminst betekent dat er een saaie stilstand ontstaat.

Ach nee. Openbaringen gaan plaatsvinden “vanbinnen”, in de grenzeloze kathedraal van het Zelf. De stromende Liefde, die het kleine zelf en het geloof in grenzen oplost, wordt op mysterieuze en onuitsprekelijke wijze herkend als het Zelf. De woorden en uitspraken van ECIW en ECvL klikken als het ware in elkaar, onthullen diepe betekenis en er treedt gejuich op vanuit je hart. Er is sprake van herkenning, verwondering en de heling van je relaties. Van diepe dankbaarheid.

Vaccineren of niet; wat zegt de Cursus?

Deze blog zou heel kort kunnen zijn want ECIW geeft geen gedragsregels en vertelt ons dus niet wat we zouden moeten doen bij bepaalde schijnbare problemen in deze droomwereld. Nergens staat in de Cursus dat we gezond moeten eten, uitkijken bij het oversteken en dat we onze tanden moeten poetsen. Toch doen we dat allemaal, neem ik nu maar even aan, en dit vinden we ‘normaal gedrag’. Als we over dit soort kwesties en beslissingen praten dan zeggen we gemakshalve dat we het hebben over niveau-II kwesties. Natuurlijk kan er in een non-duale visie niet echt sprake zijn van niveaus, maar iedereen snapt wat ik bedoel: de niveau-II wereld is onze geprojecteerde wereld waarin de wetten van oorzaak en gevolg lijken te regeren. Als je ongezond eet word je sneller ziek, als je niet uitkijkt bij het oversteken dan heeft dat nare consequenties. Dit kunnen we allemaal begrijpen met onze droomhersentjes, het is algemeen bekend. Voor wat betreft vaccinaties ligt het wat lastiger omdat de meesten van ons niet uit eigen ervaring weten wat die vaccinaties precies doen op niveau-II en ook niet de opleiding hebben gehad om wat ‘experts’ hierover zeggen te beoordelen.

Van heel veel gebieden op niveau-II heb ik nauwelijks verstand en kun je me van alles wijsmaken. Voorbeeld: mijn motorfiets start soms plotseling niet en ik weet niks van motoren en startproblemen. Dus als Pietje zegt dat ik er gewoon eens nieuwe olie in moet doen omdat er ‘droesem op de bodem van het blok ligt’  dan doe ik dat als ik vermoed dat hij er meer verstand van heeft dan ik. Mogelijk dat een monteur moet lachen om zoveel domheid. Voor wat betreft medicijnen ligt dat wat anders. Ik heb farmacie gestudeerd, heb promotieonderzoek gedaan waarbij DNA, mutaties, eiwitstructuren enzovoorts mijn belangstelling hadden. Vervolgens heb ik 20 jaar bij farmaceutische bedrijven klinisch geneesmiddelenonderzoek opgezet en begeleid in waarbij honderden patiënten betrokken waren in tientallen ziekenhuizen. En net als de monteur op zijn vakgebied kaf van het koren kan scheiden, zie ik zonder veel moeite dat er in veel YouTube filmpjes over vaccinatie en over de werkwijze van farma rare dingen worden verteld. Natuurlijk weet ik ook niet alles en kan ik me vergissen maar toch voel ik me geroepen om familie en vrienden soms van wat informatie te voorzien en ze te corrigeren als ze evidente onzin verkopen. Vervolgens mag iedereen weten wat hij of zij met deze info doet. Het zal duidelijk zijn: voor mijzelf vormt een wetenschappelijke risico-inschatting de basis voor mijn besluit op dit gebied.

Anderen nemen hun besluit op basis van andere criteria. Een vriend geloofde een arts die een, in mijn ogen, evident onzinnig verhaal verkondigde over vaccins. Hij vond haar heel integer en betrouwbaar overkomen. Zo’n argument maakt op mij totaal geen indruk. Je hebt erg integer ogende oplichters maar het is ook mogelijk dat deze mevrouw zelf totaal overtuigd is van haar rare verhaal en dat mijn vriend deze oprechtheid heel goed aanvoelde. Nochtans is het opvolgen van haar welgemeende advies wetenschappelijk gezien volgens mij zeer onverstandig. Ook een lieve ECIW-zuster vertrouwde bij de vraag ‘vaccineren of niet’ op haar intuïtie die haar vertelde, na het zien van een uiterst dubieus YouTube-filmpje, dat niets en niemand te vertrouwen is in deze vaccinatie-kwestie. Maar kunnen we intuïtie wel onderscheiden van onbewuste angst? Wat moet je nu doen op dit niveau-II? Wie moet je geloven? Ondergetekende die jaren bij farma heeft gewerkt? Is hij wel onbevooroordeeld? De erudiet ogende vrouwelijke arts bij wie je zo’n goed gevoel krijgt? Je ‘onfeilbare’ intuïtie? Wat een verwarring! Help ECIW!

Ons ego is de lachende derde bij al deze zogenaamde toestanden en brandende vragen. Hij vindt het heerlijk dat we ons zorgen maken over het wel en wee van ons lichaam en dat we ons afgescheiden en kwetsbaar wanen. Hij smult van partijvorming, conflicten, felle debatten, aanval en verdediging. We zijn massaal de fabeltjesfuik van de afscheiding ingezwommen. Gelukkig help Jezus ons echt in de Cursus. Hij nodigt ons uit tot diep zelfonderzoek om daar ons geloof in afscheiding, zonde, schuld en angst te ontdekken. En, even belangrijk, hij biedt ons handvatten om vanuit de angst-fuik terug te zwemmen naar de open oceaan van liefde. Eerst worden we uitgenodigd om voorbij de vormen te kijken. Het gaat er niet om waarvoor we bang zijn (het Corona-virus, de vaccinatie, de eventuele gevolgen van het weigeren van het vaccin etc) maar dat we ervoor kiezen om ons hierdoor bedreigd te voelen. Waartoe doen we dat? We krijgen dankzij ECIW zicht op onze paradoxale verslaving aan angst en conflict en Jezus herleidt dit tot onze angst voor God, ons Zelf, onze ware Identiteit. En dan komen we op het gebied waar de echte keuzes gemaakt dienen te worden. Kiezen we ervoor om naar de agressieve angstkreten van het ego te luisteren of naar de liefdevolle, zachte Stem van Jezus? Hier in de stilte van onze denkgeest kunnen we onze vreemde weerstand tegen de zachtaardigheid van liefde ontdekken en ons zonder schuldgevoel openen voor de zachte genezing die ze ons biedt.

En dan? Dan kunnen we ons geroepen voelen om zelfs op niveau-II liefdevol te communiceren met onze broeders en zusters. We mogen liefdevol praten over onze wetenschappelijke opvattingen, gevoelens en intuïtie. En we mogen het loslaten. We mogen weten dat op dit niveau-II alle zogenaamd goede en foute keuzes relatief zijn. Pas als we bang worden dat we verkeerd kiezen of boos als anderen het niet zo zien als wij, hebben we vergevingswerk te doen. We mogen angst en boosheid ontmaskeren als vrienden van het ego en vervolgens kiezen om naar een ander geluid te luisteren. Een nieuwe Stem, zo oud als de eeuwigheid.

Ik wens ons een warme Cursus!

Een jaar of 12 geleden had ik nog niet van ECIW gehoord. Als spiritueel zoeker was ik via vele leraren en levensbeschouwelijke stromingen, waaronder een Baptisten-gemeente, terecht gekomen bij twee Nederlandse Advaita leraren. Hier viel eindelijk het kwartje en ervoer ik een diep besef van de beperktheid van ons conceptuele denken. Dit inzicht drukte ik uit in twee boekjes: “Een Christen op Satsang” en “Geen beeld van God”. Dit ging gepaard met een ervaring van grote helderheid die ik nu aanduid als mentale verlichting. Dit “mentale” is niet negatief bedoeld en ik wil ook niets afdoen aan de reinigende werking van deze mentale verlichting. Kenmerk ervan is dat van hieruit  diep beseft wordt dat geloof in welk concept van waarheid of van liefde dan ook, beperkt houdbaar is en grondstof vormt voor vruchteloze discussies. Eerlijk gezegd meende ik in deze periode van inzicht dat verdere verdieping en openheid niet mogelijk zou zijn. Dit was het dus, deze helderheid was wonderschoon, diep en volledig.

Kort hierna kwam ik in aanraking met ECIW in de vorm van het blauwe boek. Wat een feest! Zonder dat ik van het bestaan van ECIW had geweten had ik met “Een Christen op Satsang” een cursusje in wonderen in engere zin geschreven. Ik verslond alle boeken van Ken Wapnick, inclusief al zijn toelichtingen op ECIW, en dit bevestigde mijn ervaring van helderheid. Dit is het dus, einde van de reis of, beter gezegd; het doorzien van het denkbeeldige karakter van deze reis. Wat een helderheid, wat een zuiverheid en wat bijzonder dat ik zo duidelijk iedere duale visie en uitspraak kon doorzien en ontmaskeren als zijnde “conceptueel”. Ik was ervan overtuigd dat ECIW voor mij het laatste en ultieme boek was.

En toch. Toch bleek ook deze fase van helderheid niet meer dan dat: een fase. Niet een fase waar ik nu op neerkijk of die ik nu als een vergissing zie. Nee, een fase die nodig was als reiniging, zuivering, schoonmaak. Maar ook niet meer dan dat, een tussenfase die ik nu steeds duidelijker kan onderkennen bij zowel mijzelf als bij medestudenten van ECIW. Het is een fase waarin ons ego nog sluwer te werk kan gaan. Langzaam sluipt er dan een gevoel van superioriteit en zelfingenomenheid naar binnen. Met grote helderheid meen je te zien waar anderen de fout in gaan met hun meningen, visie en uitspraken. Je kunt dat ook formuleren op een wijze die volkomen logisch is en niet te weerspreken. Je hele denken wordt verlicht door die ‘waarheid’. Die stralende, non-duale visie. Alles is één en elk onderscheid, elke grens elk idee van tijd, ruimte, ontwikkeling is onzin. Alles is immers één.

Hoe zit het dan met liefde? Als mentaal-verlichte ben je blij met de uitspraak van ECIW dat liefde niet onderwezen kan worden. Ook dit klinkt logisch. We hoeven slechts ons geloof in grenzen en afscheiding op te geven en dan is daar automatisch de liefde; toch? Het  antwoord hierop is: Ja, dat klopt. Als we elk oordeel laten genezen door de liefde dan blijken middel (genezende liefde) en doel (de liefde zelf, ons Zelf) samen te vallen. Toch kunnen we in de fase van mentale verlichting blijven hangen. Ongemerkt is er dan een nieuw geloof ontstaan. Ongemerkt is het oordelende ego door de achterdeur naar binnen geslopen en opnieuw op de troon gaan zitten.

Ons verstand, onze ego-mind, ziet het allemaal zo helder. Als alles één is dan is God (mijn!) projectie, dan ben jij (mijn!) projectie, dan is de Heilige Geest (mijn!) herinnering, dan is de wereld (mijn!) nare droom en moet ik (!) me daardoor niet laten foppen, mij (!) er verre van houden en mag ik (!) onbewogen en veilig alles van een veilige afstand (!) gadeslaan. Zoiets wordt het dan.

We hebben, anders gezegd, te maken met een blinde vlek, met een spiritueel-ego en met angsten die zich nog meer aan het zicht onttrokken hebben. In het Nieuwe Testament hebben we het voorrecht om Jezus aan het werk te zien binnen onze droomwereld. Hij prikt vriendelijk maar beslist door onze ballon van zelfingenomen verlichting heen. “Meen je werkelijk dat je met je mooipraterij liefdevol bezig bent? Zie je echt jezelf en de ander als één? Waarom omarm je dan niet iedereen, waarom vormt knuffelen dan geen dagtaak voor je, waarom voel jij je dan nog bedreigd door anderen, waarom stroom je dan niet over van gevende liefde?” Ik noem dit hier niet om ons aan te sporen nieuwe geboden te volgen. Het kan echter wel verhelderend zijn om onze reacties op dergelijke woorden te onderzoeken. Ervaren we weerzin? Angst? Waar komt dit vandaan? Waar wijst dit op?

ECIW heeft ons geholpen om een grote opruimactie te beginnen die zich nog steeds aan het voltrekken is. Deze mentale opruimactie is bedoeld om ons af te leveren bij de poort van Liefde. Daar mag, nee moet, ons verstand het stokje overdragen aan ons hart. Niet ons verstand moet ons vertellen hoe we ons volgens ECIW moeten verhouden tot anderen en de wereld. De verstandelijke conclusie dat deze niet meer dan “onze projectie” zijn mag verstandelijk gezien kloppen maar laat de poort gesloten. Al deze onwrikbare non-duale ‘waarheden’ mogen verdampen als de poort van liefde opengaat en we duizelen van het mysterie van de Schepping. Nu is de tijd van ons hart om te spreken en ons te leiden. Om onze angst voor verbinding en vereniging onder ogen te zien en te laten genezen. Het is tijd voor de omarming. We hebben een warme cursus nodig. Een Cursus van Liefde.

De zout-kok en de onzin-arts

Binnen Gods schepping is er geen sprake van onduidelijkheid, van meningsverschillen van juiste en onjuiste visies dus ook niet van discussies. In de door ons gepercipieerde wereld, onze droomwereld, bestaat die helderheid niet. Dit zien we in de talloze discussies rond het Corona-gebeuren.

Binnen deze droomwereld van tijd en ruimte hebben we ogenschijnlijk te maken met wetten van oorzaak en gevolg. Veel van deze wetten kennen we allemaal. Als we van een te grote hoogte springen dan vallen we dood, als we alleen maar oliebollen eten en bier drinken dan worden we dik en als je droog wilt blijven in de regen dan moet je zorgen dat je iets van een dak boven je hoofd hebt. Hier hoeft niemand ons van te overtuigen want we kunnen het zelf proefondervindelijk vaststellen.

Helaas zijn niet alle oorzaak-gevolg relaties in onze droomwereld zo duidelijk ervaarbaar. Onze ogen kunnen tekortschieten als we bijvoorbeeld willen weten wat er binnen de cellen van ons lichaam gebeurt. We blijken in deze droom eindeloos complexe lichamen te hebben en te leven in een evenzo eindeloos gecompliceerde wereld. We kunnen de wetenschap zien als een uitbreiding van ons gezonde boerenverstand waarmee we tot in detail de oorzaak-gevolg relaties in ons heelal bestuderen. Het lastige is dat deze wetenschap zich ontwikkelt en dat inzichten kunnen wisselen. Toch geldt dat men komt tot conclusies die gebaseerd zijn op eindeloze bevestigingen van oorzaak-gevolg relaties middels experimenten.

Iets concreter. We weten allemaal wel iets van koken en kunnen onszelf amateur koks noemen. Als een collega amateur kok van ons een recept doorgeeft dan kijken we of dit ons lekker lijkt en onbewust kijken we ook of het een beetje “klopt”. Zodra iemand een recept op Facebook zet voor een cake en aangeeft dat er 500 gram zout in moet dan krabben we ons achter de oren. We lachen een beetje en vragen ons af of het een typefout is. Dan blijkt onze collega-kok bloedserieus en bezweert dat dit de juiste manier is om een heerlijke cake te maken. Ook nog eens heel gezond goed tegen hoge bloeddruk. Wat doen we? Waarschijnlijk halen we onze schouders op, we vermoeden dat onze collega wat in de war is. Wellicht reageren we en waarschuwen we andere lezers om deze kok toch vooral niet serieus te nemen.

Lastiger wordt het wanneer een arts hele rare dingen zegt over virussen en vaccins. Waar we bij de ontspoorde kok allemaal wel weten dat hij in de war is, ook al noemt hij zichzelf meesterkok, kan 90% van de mensen die de ontspoorde arts beluisteren op YouTube haar onzinverhaal niet ontkrachten. Zeker als ze sereen overkomt en een beetje gearticuleerd spreekt. Hoe moet je reageren op zoiets als: “in het vaccin zitten nanobots die zich associëren met ons zenuwstelsel en middels elektromagnetische golven gebruikt worden door de elite om ons gedrag te manipuleren”. Zou dit waar zijn? Ze is tenslotte arts dus zal het wel weten. Toch? Zelfs als 99,9999% van de andere artsen en wetenschappers (net zoals 99,9999% van de koks) de uitspraken van arts (en kok) doorzien als volkomen onmogelijk en onzinnig dan blijven er nog altijd wetenschappers en koks over die meegaan in de onzin. En wat moet je dan als leek?

Tenslotte het bruggetje naar de Cursus. Zowel de zout-kok als de onzin-arts zijn geliefde kinderen van God, onze broeders of zusters. Maar op droomniveau mogen we het hardgrondig met hen oneens zijn en dit ook duidelijk laten weten. Want zelfs deze heilige broeders en zusters kunnen danig in de war zijn in deze droom en we mogen hun argumenten vreemd en zelfs totaal onzinnig noemen.

Vallen we hen dan aan? Willen we dan ons gelijk halen? Is het dan ons ego dat spreekt? Dat kan zo zijn maar niet per se. Dit is een klassiek voorbeeld van niveauverwarring. We kunnen wel degelijk vanuit liefde onze broeders en zusters aanraden om niet van een flat te springen, gezond te eten, te schuilen in de regen en om de zout-kok en de onzin-arts niet te geloven. Discussiëren over de relatieve waarheid van droom-onderwerpen is op zich volkomen neutraal. Het vergt wel oefening en oplettendheid om in dergelijke discussies afgestemd te blijven op de liefde, op de Heilige Geest. Hierin kunnen zout-kok en onzin-arts dan wél weer een grote leraar voor ons blijken 😉

Corona, angst en de Cursus

Er is iets raars aan de hand met angst. Niemand wil bang zijn en toch regeert de angst volop in deze Corona-tijd. We zijn bang voor de ziekte, bang voor elkaar en bang voor het vaccin. Niet iedereen onderkent dat hij of zij bang is. Men is dan eerder verontwaardigd en boos.  Aan doelwitten voor boosheid geen gebrek: China, feestgangers, ongehoorzame- of juist gehoorzame medeburgers, de elite, pharma, de overheid, het RIVM, de anti-vaxxers enzovoorts. In gesprek met bange of boze mensen merk ik dat argumenten geen rol meer spelen. Geef een complotdenker 100 argumenten die zijn complottheorie onderuit schoffelen en hij komt terug met het ene filmpje dat ik nog niet gezien heb en dat alles in een heel ander daglicht plaatst.

Het heeft meerdere aspecten. Aan de ene kant blijkt dat bange en boze mensen, hiertussen bestaat ten diepste geen verschil, nauwelijks te kalmeren zijn. De Cursus leert ons dat dit niet zo gek is. We hebben ervoor gekozen om ons afgescheiden te wanen en daarmee kwetsbaar en angstig. Boosheid is slechts een reactie op deze angst; de aanval lijkt de beste verdediging. Geloof in de echtheid van angst (en boosheid) is nodig om ons droombeeld van een echt zelfje in tijd en ruimte overeind te houden. We zijn, met andere woorden, verslaafd aan angst en zullen onze verslaving niet opgeven, zelfs al geeft iemand ons 100 argumenten. Dit is immers een kenmerk van verslaving; je kunt er niet mee stoppen als je het eigenlijk niet zelf wilt. Het tweede aspect betreft mijzelf. Wat drijft mij om mensen te willen kalmeren? Waarom wil ik ze overtuigen? Dit kan voorkomen vanuit liefde maar ook ik moet dieper kijken. Zodra ik ‘gelijk wil krijgen’ in gesprek met wie dan ook dan heb ik zelf vergevingswerk te doen. Zoek ik medestanders voor mijn standpunt en, zo ja, waarom is het hebben van medestanders dan belangrijk? Voel ik me kwetsbaar als niemand het met me eens is? En zo blijk ook ik verslaafd aan geloof in kwetsbaarheid. Kan ik naar een ‘onredelijke, bange of boze’ broeder kijken en me niet laten foppen door wat ik meen te zien? Daar staat een perfecte broeder of zuster, een Kind van God, op zijn of haar leerweg. Natuurlijk mag ik vanuit liefde woorden spreken zoals de Heilige Geest me ingeeft maar daarna mag ik het loslaten.

Er treden ook mengvormen op waarbij men ten diepste nog bang is maar er toch te pas en vooral te onpas wat metafysische gemeenplaatsen tegenaan gooit. Men kan dan bijvoorbeeld lacherig doen over Corona door te stellen dat men “geest” is, “niet dit lichaam” of dat “niets wat je ziet iets betekent” en vervolgens angstig zijn voor een vaccin of boos op het riedeltje instanties dat ik eerder noemde. Geslepen Cursus-studenten zullen op dit punt stellen dat ik hiermee van alles aan het projecteren ben. En het klopt dat acties in de buitenwereld, zoals ergens tegen protesteren, ook vanuit liefde kunnen plaatsvinden. Maar om iedere duiding van angst en boosheid af te doen als ‘eigen projectie’ is een doorgeschoten mentale abstrahering van de Cursus die helaas gemeengoed aan het worden is. Maar laat ik niet afdwalen.

Net zomin als met angst-verslaafden een zinnige communicatie lastig is geldt dit ook voor studenten die ervoor kiezen het fysieke niet als neutraal te zien maar als iets minderwaardigs, een nachtmerrie die genegeerd dient te worden. Hiermee wordt een nieuw soort dualisme geboren met aan de ene kant de inerte geestelijke wereld en aan de andere kant de inferieure fysieke wereld. Deze visie is gestoeld op een doorgeschoten en eenzijdige interpretatie van ECIW. Het levert tenenkrommende tafereeltjes op waarbij studenten tijdens bijvoorbeeld een discussie over de beste anti-Corona maatregelen in het publieke domein roepen dat het “allemaal niets betekent” of “je kunt niet sterven”. Ten diepste klopt dit maar de vraag is of het werkelijk behulpzaam is om dit te onpas te roeptoeteren richting mensen die nog nooit van ECIW gehoord hebben. Ik heb zelden, nooit eigenlijk, meegemaakt dat niet-studenten geïnspireerd werden door dergelijke oneliners.

Het roepen van niet doorleefde Cursus slogans lijkt me zelden handig. Het is voor mij een les om hier geen oordeel over te vellen maar ik voel me wel geroepen om iedereen uit te nodigen om eerst de afstemming te zoeken met Liefde alvorens iets te roepen. De neiging kan zijn om vanuit angst te zoeken naar ankers in de zin van Cursus-waarheden en dat is natuurlijk prima. Maar pas als we onze eigen angst hebben laten genezen kunnen we liefdevol en werkelijk behulpzaam communiceren. Dat hoeft helemaal niet groots of meeslepend te zijn. Dat kan zelfs betekenen dat we even zwijgen bij een bange of boze broeder. Maar behulpzame communicatie vindt zeker plaats vanuit liefde, relatie en verbondenheid en niet vanuit boosheid en niet-doorleefde mentale cursusconcepten.

WB 349: Vandaag laat ik de visie van Christus voor mij naar alles kijken en ik beoordeel het niet maar schenk in plaats daarvan alles een wonder van liefde.

Voor mezelf begonnen en de weg kwijt.

De Schepping is een mysterieus gebeuren waarbij Gods Scheppingen, zoals wij Zelf, in liefdevolle eenheid verbonden zijn met alles en iedereen. Je zou kunnen zeggen dat in Gods Schepping iedereen, zelfs God, naar “buiten” gericht is, naar die “ander”. In die continue, tijdloze omarming van elkaar vindt iets wonderlijks plaats, wonderlijk maar ook heel natuurlijk. In die omarming van “die ander” herkennen we ons Zelf, onze ware aard. In onze gerichtheid op die ander ervaren wij onszelf als Liefde, in de omarming van ons door God herkent Hij Zichzelf als Liefde. Wat een onbeschrijfelijke schoonheid! Vanuit deze innige verbondenheid wilden we eens wat proberen. Als Kind van God wilden we namelijk ervaren hoe het is om voor onszelf te beginnen. Dit is een eenvoudige uitspraak met consequenties voor ons besef van wie we ten diepste zijn. Onze wens om voor onszelf te beginnen resulteerde in de droom van tijd, ruimte en afscheiding. We zijn de weg kwijt.

Enig begrip en aanvoelen van deze metafysica is behulpzaam als we ons nu afvragen hoe we onze ware Identiteit weer kunnen gaan ervaren. Hierbij geldt dat de terug-weg in feite niets meer is dan de herkenning van onze oorspronkelijke aard als Kind van God. Deze kan namelijk niet veranderen en is niet veranderd. Dus, even samenvattend, we zijn een Schepsel dat Zichzelf kan en wil kennen door andere schepselen te omarmen. In deze omarming onthult zich het mysterie dat degene die lijkt te omarmen samenvalt met dat wat hij omarmt. Omarmen is onze aard, ons wezen en de weg terug naar waar we nooit vandaan zijn vertrokken.

Nu tekent zich de “weg” van de Bijbel, van ECIW en van ECvL duidelijk af. De Bijbel zegt het in haar grootse gebod (Matt. 22: 37)

En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.  Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

In ECIW legt Jezus het nog eens uit en vraagt ons om wonderen aan te bieden aan zogenaamde anderen. Wat gebeurt er bij dit aanbieden van een wonder? Je heft hierbij je geloof in een muurtje tussen jou en de ander op en je stelt je open voor de mogelijkheid dat jullie in mysterieuze eenheid met elkaar verbonden zijn. Je nodigt de liefde uit om door jou heen naar die ander te stromen en hiermee vervul jij je functie waarbij je waarlijk behulpzaam bent. Omdat we een beetje zijn vastgeroest in ons geloof in grenzen moeten we deze “vergevingsoefeningen” herhalen en trainen. Daartoe hebben we de Werkboeklessen gekregen.

In ECvL (Een Cursus van Liefde) focust Jezus op die wonderlijke relatie tussen Schepper en Schepping, tussen ons en onze creaties. Hij laat zien dat zelfs in onze droomrelaties, onze wereldse relaties, die unieke verbondenheid bestaat tussen ik en de ander. Want noch ik noch die ander bestaan los van elkaar maar er is één bestaan als “relatie”. Jezus laat zien dat we dit vanuit ons denken niet kunnen aanvoelen, niet kunnen ervaren. Bovenstaande beschrijving van de metafysica is slechts een mentale richtingsaanwijzer die ons uitnodigt om ons hart te openen voor de liefde die we zijn. ECvL spreekt over de verbinding van ons hoofd en ons hart. Pas vanuit deze “wholeheartedness” (heelheid-van-hart) is er weer de levende ervaring van onze wonderbaarlijke natuur.

Als we de grote lijn van de “weg” die voor ons ligt herinneren, kunnen we ook meer feeling krijgen voor minder behulpzame wegen. Ons huidige gevoel van alleen te staan kwam voort uit een bovenmatige belangstelling voor ons afgescheiden zelf. Dit gaf de illusie van afgescheidenheid en dit voelt niet fijn. Ons denken meent vervolgens de metafysica te begrijpen en zegt dat we ons moeten focussen op het Zelf met een hoofdletter Z. En hier gaan we de mist in en blijven we makkelijk hangen. Dit komt omdat we ons Zelf niet kunnen kennen met ons kleine denken, dat juist een instrument van het kleine zelf is. Het is alsof we onszelf aan onze eigen haren uit het denkbeeldige moeras willen trekken.

Zo kan een goedbedoelde maar bovenmatige aandacht voor Zelf-liefde en innerlijke vrede ontsporen in ego-welgevallig narcisme. Onderzoek eens hoe groot de fixatie van je kleine zelf op eigen geluk is. Het goede nieuws is dat dit niet zondig is maar slechts een tijdelijke hick-up, een experimentje. Zolang je de blik angstvallig en krampachtig op dit eigen, kleine geluk fixeert blijf je gevangen in de droom van “voor mezelf beginnen”. Het heerlijke van Bijbel, ECIW en ECvL is dat je niks met je hyperactieve denken hoeft te begrijpen of te geloven, dat je niks vanuit het kleine zelf moet- of kan doen. Je wordt uitgenodigd gewoon te ervaren wat naastenliefde, vergeven en omarmen met je doen. Eenheid is geen mantra of affirmatie die herhaald moet worden maar een ervaring van liefde en verbondenheid die je elk moment ten deel valt als je liefhebt en omarmt. De diepte van “geven en ontvangen zijn in waarheid één” wordt dan ervaarbaar. De gouden tip is om onze aandacht, die van nature uitgaat naar “eerst krijgen en dan misschien geven” te openen voor de mogelijkheid dat alles al aan ons gegeven is en dat we dit zullen merken in onze vergevende en liefdevolle gerichtheid op onze naasten. Omarm en weet je daardoor omarmd.

Droom-maatregelen tegen Corona

Met regelmaat schrijf ik op Facebook stukjes over de maatregelen die de overheid ons adviseert om de kans op besmetting met Corona zo klein mogelijk te maken. Op deze maatregelen valt wel wat af te dingen. Waar ik zelf graag op wijs is het gebrek aan aandacht vanuit de overheid voor de rol van goede ventilatie om besmetting via de aerosolen-route tegen te gaan. Ik behandel geen andere onderbelichte aspecten zoals gezonde voeding, een gezonde leefwijze en het belang van onze innerlijke houding op de dreiging die we buiten ons menen waar te nemen.

Wat gezonde voeding en leefwijze betreft houd ik me om een simpele reden op de vlakte: ik zie het belang er wel van in maar meen dat anderen hier veel zinnigere dingen over kunnen adviseren dan ikzelf. Ik zend hier dus niet over, maar ontvang graag aanwijzingen van anderen. Wat het effect van onze innerlijke houding op onze fysieke gezondheid betreft verbaas ik me als er soms wel heel gemakkelijk zoiets gezegd wordt als: “je bent volledig beschermd indien jij je afstemt op hogere frequenties”. Zonder verdere toelichting kunnen de meeste mensen hier heel weinig mee.  De boodschap kan vele vormen aannemen, maar je herkent de strekking wel.

Dergelijke uitspraken zijn de moeite waard om te doorleven vanuit ECIW-perspectief. Op niveau-I, het ‘niveau’ van de absolute waarheid, klopt het natuurlijk helemaal als we zeggen dat we niet dit lichaam zijn, dat we onkwetsbare, onsterfelijke en onbegrensde kinderen van God zijn. Een lieve medestudente van ECIW reageerde op mijn ‘seculiere’ blog dan ook met een heel eenvoudig: “je bent veilig”. Mooi! Maar de meeste mensen kunnen hier weinig mee.  En als dit, voor ons als ECIW-studenten, niet gevolgd wordt door het volledig ontwaken van de droom, het einde van het universum, dan gaat het droomleven ogenschijnlijk nog eventjes door. En in die droom hebben we ons te verhouden met het een en ander. Zolang we dromen lijkt het alsof er wel degelijk een rangorde bestaat in gevaren en bedreigingen. Als we niveau-I werkelijkheden gaan verkondigen terwijl we onbewust nog geloven in de niveau-II realiteit dan slaat de verwarring toe. Dit wordt vrij simpel duidelijk als we de denkbeeldige dreiging eens wat groter maken.

Daarbij ga ik er even vanuit dat je geen complotdenker bent en op droomniveau accepteert dat er een echt ‘beestje’ is (Covid-19) dat je op je pad kan tegenkomen. Bij een ‘botsing’ met dit beestje zal je weerstand (bepaald door leefwijze, mentale instelling etc) een rol spelen en net het verschil kunnen uitmaken tussen ziek worden of gezond blijven. Nu kun je menen dat jouw verlichte status je volledig tegen onheil beschermt, maar dat wil niet zeggen dat je nu niet meer hoeft te letten op de normale maatregelen die je kunt treffen om besmetting te voorkomen. Op gedragsniveau kun je ‘normaal’ blijven doen (bijvoorbeeld wat meer ventileren). Juist hier kunnen we ons als ECIW-studenten soms in rare bochten gaan wringen en inconsequent worden. Zo is het raar als je wel je tanden blijft poetsen tegen tandbederf, wel blijft eten om niet uit te hongeren, wel opzij stapt voor een naderende auto maar meent dat je onkwetsbaar bent voor een botsing met het virus.

In de Bijbel wordt Jezus door het ego verzocht in de woestijn. Bij één van die verzoekingen staat hij op het dak van de tempel en fluistert het ego hem in dat hij gerust naar beneden kan springen omdat God zeker zijn engelen zal sturen om hem op te vangen. Jezus antwoord met: “Je zult de Heer je God niet verzoeken”. In ECIW komt dit terug in wonderprincipe 10: “Het gebruik van wonderen als een spektakel om geloof op te wekken is een misvatting van hun bedoeling”. Toen Jezus rondliep op aarde at hij brood, dronk hij en stapte hij vermoedelijk aan de kant van de weg om niet op te bosten tegen een passerende kameel.

Het ego zal nu de aanval kiezen en beweren dat ik dat niveau-II, het droomniveau nu toch echt lijk te maken. Maar dat is het niet. Vanuit onze afstemming op de liefde zullen wonderen gebeuren door ons heen. We zijn op weg naar de nieuwe wereld, naar de gelukkige droom en daarin zal geen ziekte zijn, dus ook geen Corona. Wij mogen de verzoening voor onszelf accepteren zodat we de liefde kunnen laten stromen naar anderen. En ja, dan kunnen we ‘melaatsen’ troosten zonder dat ons lichaam de melaatsheid overneemt. Ja, dan gelden de ‘wetten’ van niveau-I niet meer, de wetten van oorzaak en gevolg, van besmetting en ziek worden.

ECIW communiceert met ons, bange mensen die geloven in de echtheid van onze geprojecteerde wereld met zijn zogenaamde bedreigingen. Het is prima om het besef dat we veilig zijn, en niet ons lichaam, steeds dieper te laten binnendringen in onze denkgeest opdat deze genezen kan worden. Vanuit deze liefde mogen we dus steeds meer echt genezen worden, de angst laten oplossen en zullen magische maatregelen (zoals de anti-Corona maatregelen) als vanzelf een minder grote rol gaan spelen in ons denken en in ons nieuwe leven. Laat iedereen hierin zichzelf onderzoeken maar laten we niet te snel met niveau-I waarheden grossieren zolang we deze zelf alleen nog maar mentaal verwerkt hebben. Alleen vanuit liefde weten we welke woorden werkelijk behulpzaam zijn en voor welke broeders en zusters.

Er valt zoveel over te zeggen, maar ter afsluiting. In de tijd van de Bijbel dacht men dat je onrein kon worden door bepaald voedsel. Dit was niveau-II bijgeloof. Toch werd de discipelen geadviseerd om in gezelschap van mensen die dit nog geloofden af te zien van het eten van bepaalde dingen, om te voorkomen dat mensen, die het bijgeloof nog niet hadden doorzien, bang werden. Het kan dus uiterst liefdevol zijn als we afstand houden van bange mensen en een mondkapje dragen. We hoeven niet trots te laten zien dat wij nergens bang voor zijn omdat we het allemaal zo goed begrijpen. Liefde doet normaal, liefdevol en hoeft niks te bewijzen. “Wonderen zijn natuurlijk”.

Vrijheid van meningsuiting

Het is weer eens zover. De gemoederen lopen hoog op rond cartoons over de profeet Mohammed en over Erdogan. De vreselijke represailles eisen weer eens hun tol in Frankrijk. Macron en Rutte spreken grote woorden om onze vrijheid van meningsuiting te verdedigen. Laat ik helder zijn; ik vind deze vrijheid een belangrijk niveau-II recht.  Tegen degenen die zich beledigd voelen door een cartoon of door een andere vorm van belediging zou ik willen zeggen dat je jezelf van je verontwaardiging en boosheid kunt bevrijden. Het zal raar voor je klinken maar je bent ten diepste niet te beledigen door iemand anders. Je kunt je slechts beledigd voelen.  Als dit gebeurt dan is het een teken dat je gelooft in kwetsbaarheid. Hetzij je eigen (psychologische) kwetsbaarheid, hetzij die van een profeet of wereldleider. Dit geloof is je achilleshiel en het is dit geloof dat je mag onderzoeken en uiteindelijk loslaten. Pas dan zul je vrijheid ervaren.

Een voorbeeld. Als iemand mij een “stom varken” noemt of een cartoon van me maakt dan hoeft dit me niets te doen. Pas als ik ervan overtuigd ben dat ik een hele slimme vent ben, pas dan doet de aanduiding me iets. Oftewel: de mate waarin ik me beledigd voel hangt af van mijn overtuiging, van mijn geloof. En als ik hier heel erg (heilig) van overtuigd ben dan word ik ook heel erg boos als iemand iets roept over mij, ik dit geloof, er waarde aan hecht en me daardoor aangevallen en beledigd voel. Anders gezegd: iemand kan alleen het beeld “aanvallen” van mezelf waarmee ik me identificeer. Maar dat beeld ben ik natuurlijk niet. Vermoedelijk is dit de reden dat Mohammed zei dat hij niet gelijkgesteld kon worden aan een beeld. Hij is, net als wij, een grenzeloos eeuwig Kind van God en dat laat zich niet vangen in een beeld. Wie dat probeert is slechts onwetend maar niet schuldig en zeker niet strafbaar. Iets dergelijks staat natuurlijk ook in de Bijbel waarin God aangeeft dat het niet handig is om Hem gelijk te stellen aan een (“gesneden”) beeld. Maar goed, terug naar de vrijheid van meningsuiting.

De oplossing is niet om de ander te dwingen zijn mond te houden. De enige oplossing is om zelf te leren dat het koesteren van (en daardoor belang hechten aan-) beelden een keuze is. Het is een geloof dat teruggaat op het geloof in eigen zelfbeeld en kwetsbaarheid. Het is daardoor zeer subjectief.  Mijn reactie op dat “stomme varken” is vermoedelijk goed invoelbaar maar als ik nog gevoeliger afgesteld zou staan dan zou ik me ook hevig beledigd kunnen voelen als iemand me “niet zo slim” zou noemen. En waar leg je dan de grens?

Maar toch. Moet je alles willen zeggen als je alles mag zeggen? Dat is de vraag. Natuurlijk kan het zo zijn dat mijn kritiek door iemand als een belediging wordt gezien. Zie m’n uitleg hierboven. Ik kan dus niet de verantwoordelijkheid dragen voor iemands overgevoeligheid. Maar hoe liefdevol is het, van mij uit gezien, als ik weet dat iemand op een bepaald gebied een verhoogde gevoeligheid heeft en ik dan willens en wetens zout in de wond strooi met geen ander doel dan om die ander te kwetsen of om hem te laten zien dat dit “gewoon moet kunnen”? Als we in het dagelijks leven weten dat een kindje gevoelig is voor zijn grote oortjes dan maken we daar uit liefde geen flauwe grappen over. Met geduld en liefde proberen we het kindje te leren dat het niet samenvalt met zijn lichaam en dat het een prachtig Kind van God is.

Sommige kindjes in onze wereld zien er agressief uit als mannen met snorren of baarden en ze zitten soms op hoge posities. Maar kennelijk zijn het broeders die nog moeten leren wie ze werkelijk zijn. Zelfs als wij weten dat we hen ten diepste niet aan kunnen vallen is het misschien niet zo liefdevol als we bepaalde woorden tot hen spreken of bepaalde cartoons tekenen. De opmerking dat dit moet kunnen in een vrij land resulteert niet altijd in een liefdevolle uiting. Onze vraag hoort te zijn hoe we wonderen kunnen aanbieden, uitingen van liefde. Hiervoor zijn “in de vorm” geen gedragsregels te geven. Het maken van cartoons is niet inherent verkeerd. Maar bewust op lange tenen gaan staan of iets zeggen over flapoortjes omdat het nu eenmaal moet kunnen is niet zo liefdevol.

Dus vrijheid van meningsuiting? Jazeker. Moet er aan alles wat getekend en gezegd kan worden dan ook uitvoering gegeven worden? Tja. Laten wij, als kanalen van liefde, onder leiding van deze liefde kijken of onze uitingen waarlijk behulpzaam zijn. Dat is onze functie.