Jij ergert je toch ook?

ergernis

Ik kan me ergeren aan bepaalde uitingen op Facebook. Twee voorbeelden: Profielfoto’s die niet bestaan uit een afbeelding van de eigenaar van het account en eindeloze series van gelukkige selfies.

Natuurlijk ben ik niet trots op deze ergernis en vind ik dit een ECIW-coach onwaardig. Dus ga ik mijn best doen om mijn broeders en zusters te verontschuldigen. Mensen die kinderfoto’s plaatsen zitten dan in een fase waarin de verbondenheid en liefde voor hun kinderen centraal staat. Niks mis mee. Hetzelfde geldt voor de echtparen-foto’s: onhandig (wie is er nu jarig?) maar mogelijk zijn ze op weg van een speciale liefdesrelatie naar een heilige relatie. De mensen die kiezen voor huisdieren? Verbondenheid met dieren, misschien wat angst voor afwijzing van eigen uiterlijk. Alle begrip. De sterretjes, voorwerpen, natuurfoto’s? Wellicht goede stappen op weg naar “ik ben niet dit lichaam”. Tenslotte de tientallen foto’s met gelukzalige glimlach op eigen tijdlijn? Wellicht eerst last van zelfveroordeling en nu een beetje doorgeschoten in het genezingsproces. Helpt deze ogenschijnlijk milde benadering mij een beetje? Eerlijk gezegd niet. Ik leg slechts een dun laagje Cursus-vernis over wat ik diep van binnen nog steeds veroordeel.

Het is vanuit geloof in afgescheidenheid heel fijn als je bijval krijgt van anderen die zich aan dezelfde kwesties ergeren. Zie je wel, je had dus toch een punt, het is gewoon irritant. Laatst sprak ik iemand die zich ergerde aan een gemeenschappelijke kennis. “Jij ergert je toch ook aan haar?”, vroeg ze. Maar hoewel ik zag dat het gedrag van deze kennis niet erg handig was ervoer ik geen boosheid richting haar dus gaf ik ontkennend antwoord. De ergernis van mijn gesprekspartner leek zich nu direct op mij te richten. “Je doet nu net of ik gek ben, maar haar gedrag is toch niet normaal?” Ik gaf aan dat ik gewoonweg niet wilde kiezen voor op de persoon gerichte boosheid. Ook vanuit liefde kun je gedrag van iemand uiterst onhandig vinden maar er hoeven geen aanvalsgedachten gekoesterd te worden, zelfs niet in afgezwakte vorm zoals bij ergernis.

Maar wat vind ik als iemand mij zegt dat hij zich helemaal niet druk maakt over die Facebook-uitingen waar ik me dan aan erger? In eerste instantie wil ik ook mijn gesprekspartner overtuigen; het is toch gewoon niet oké? Maar als die ander volhardt in die irritante milde visie dan wordt mij één ding pijnlijk duidelijk: de situatie zelf is niet de aanleiding voor mijn ergernis maar ik kies ervoor om me meer afgescheiden te voelen door aanvalsgedachten te koesteren. Ai, ai; dit is confronterend en helemaal niet fijn voor mijn ego. Typisch gevalletje van blinde vlek, splinter in het oog en verborgen agenda. Zelfs mijn oordeel over de ergernis van een ander is het heimelijk koesteren van mijn eigen vermeende speciaalheid en superioriteit.

Het is verfrissend om zo even figuurlijk in je blote kont te komen staan. Voilá, ik kies voor het veroordelen van uitingen van broeders en zusters op Facebook om mijn “feestje” van afscheiding wat extra cachet te geven. Werkboekles 21 dan nog maar even: ik ben vastbesloten de dingen anders te zien. Direct begint het ego tegen te stribbelen. Maar het is toch ook raar? Maar nu herken ik dit als een laatste stuiptrekking en glimlach ik als ik de liefde binnenlaat. Kom maar liefde, ik kies voor verbinding in plaats van voor aanval. Ik kies voor vrede in plaats van voor gelijk hebben.

Ik zou liegen als ik zou beweren dat de ergernis in één keer totaal verdwenen is. Maar de ijsberg van haat groeit niet langer aan maar begint te smelten. Misschien wel het enige positieve effect van de opwarming van mijn wereld door liefde. Het gaat weer stromen.

Homohaat

god hate fags

Gisteravond bekeek ik nogmaals een documentaire door Louis Theroux over de Westboro Baptist Church. Het betreft een kleine groep fanatieke Amerikaanse gelovigen die met de Bijbel in hun hand wachten op de wederkomst van Christus en ondertussen proberen anderen te overtuigen dat hun zondige levensstijl hen zal doen belanden in de hel. Een favoriete doelgroep voor hun waarschuwingen vormen “fags”, flikkers. Deze wat oudere documentaire blijft actueel, zeker nu Nederland wordt opgeschrikt door die Nashville verklaring. Ook dit is een statement waarin in feite gesteld wordt dat God niet gediend is van een gender- of seksuele geaardheid die afwijkt van wat we als norm beschouwen. Natuurlijk is de Nederlandse vorm niet zo grof als de uitingen door de Amerikaanse Phelps-familie. Maar toch.

De reacties van de omstanders op de uitingen van, laat ik het maar even kort aanduiden als, homohaat zijn ook niet misselijk. In de documentaire zag ik dat Amerikanen tegendemonstraties hielden waarbij verbaal geweld en opgestoken middelvingers als tegenwapen werden gebruikt. In de Nashville-discussie in Nederland wordt ook gesproken over een achterlijk standpunt en de belijders hiervan worden weggezet als onverdraagzame geloofsfanatici.

Eén ding moet ik de Amerikaanse en Nederlandse groeperingen nageven; ze zijn bloedserieus en vol overtuiging bezig met het zoeken naar de wil van God. Ik stelde me vanmorgen de vraag wat we hier nu tegen zouden moeten doen? Aanvankelijk zocht ik naar minder heftige pogingen om extreme standpunten ter discussie te stellen en te corrigeren. Kunnen we het gesprek niet aangaan? Moeten we er wel aandacht aan besteden door er zo fanatiek op te reageren? Bied je dan niet juist een podium aan mensen die dit soort nare standpunten koesteren?

Ik merkte dat ik gedragsregels zocht. “Hoe om te gaan met rare standpunten?”. Ik bedacht dat de Cursus nooit gedragsregels geeft. Ze gaat dieper dan het aanreiken van de “juiste” oplossing voor ons handelen. Juist de neiging om te zoeken naar het juiste gedrag in een bron buiten mijn liefdevolle hart veroorzaakt de verwarring. De Phelps proberen het verschil tussen goed en kwaad te vinden in de Bijbel. En voilà, net als de Nederlandse Christenen (en ook de Moslims overigens) vinden ze tekstfragmenten die beschrijven hoe groot de hekel van God voor homo’s is. Het is een gruwel in zijn ogen en ze mogen blij zijn dat we ze tegenwoordig gewoon rustig discrimineren en niet doodgooien met stenen zoals in het oude Israël en nog steeds in sommige landen waar fundamentele vormen van de Islam worden aangehangen.

De bron van de oeroude haat komt in beeld. Oude zogenaamd Heilige boeken vormen slechts een alibi voor ons hongerige ego. We willen argumenten vinden om te doen wat we nodig menen te hebben om ons maximaal afgescheiden te voelen: oordelen. Want oh ja, dat is ons grootste liefhebberij, een belangrijke methode om ons het ultieme ik-gevoel te geven: oordelen, yesss! Maar wat verdient ons oordeel? Het grappige, maar niet heus, is dat dit er in feite niet toe doet. Haat tegen homo’s werkt prima maar haat tegen homo-haters evenzo. Sociale onrechtvaardigheid is ook een fijne maar als we ons gele hesje aan hebben en de boel lekker kort en klein slaan dan kunnen anderen ons weer haten en hun gevoel van afscheiding een extra boost geven. God is met ons wordt een “God-van-de -haat is met beide partijen die tegenover elkaar staan”.

De kernvraag is wat er nodig is wanneer we geconfronteerd worden met haat en oordeel. Tegen-haat en tegen-oordeel houden het ego-spel in stand. Toen Jezus gearresteerd dreigde te worden trok een discipel zijn zwaard en hakte een oor af bij een soldaat. Maar “wie met het zwaard doodt zal door het zwaard sterven”. Haat is altijd tegen ons zelf gericht en zal ons bevestigen in onze angst en onze boosheid. Want wat we zien gebeuren is slechts een uiting van angst en een roep om liefde. De Phelps-familie en onze Christelijke broeders en zusters zijn bang om het verkeerd te doen en daardoor de liefde van God te missen en te worden gestraft. Ik zie zoveel angst.

En kunnen wij naar een boos lid van de Phelps-familie of naar een afbeelding van Van der Staaij kijken en hun angst zien in plaats van hun vijandigheid respectievelijk zijn stelligheid. Kunnen we een bang mens zien die vreest het verkeerd te doen? En kunnen we dan ons hart openen en hen/hem de liefde van onze Vader toewensen. Kunnen we bloemen leggen voor de voeten van de mensen met spandoeken?

Maar wat moeten we dan doen? Alles maar goed vinden? Nogmaals, hier zijn geen standaardoplossingen voor te bedenken vanuit de Cursus maar wel een standaard wijze om advies hierover te krijgen: wend je tot de liefde van je hart (of Heilige Geest, Jezus) en niet tot wat ergens geschreven staat of wat een autoritaire figuur je probeert wijs te maken. En die openheid naar de liefde laat deze liefde stromen en met het genezen van je eigen angst bied je de ander de grootste kans om hierin te delen. Wellicht kiest hij of zij er nog even voor om het spel van angst en oordeel te spelen. Maar het is geen fijn spel, dat ontdekken we vroeg of laat allemaal.

Moet ik de Cursus begrijpen?

ik begrijp je

Als we aan de slag gaan met de Cursus dan doen we dit zoals we gewend zijn met elke cursus. We lezen de studiestof door, proberen het te begrijpen en kijken of we er iets aan hebben, of het ons verder brengt. Of we iets een goede cursus vinden of niet hangt af van het studiemateriaal (is het helder geschreven en goed ingedeeld), van de bekwaamheid van de docent en of we er snel en kundig mee aan de slag kunnen. Onze verworven vaardigheid wordt getoetst met vragen en oefenopgaven die we goed moeten proberen te beantwoorden.

Als ik met deze ogen naar ECIW kijk dan is het, op z’n zachts gezegd, allemaal niet direct zo duidelijk. Dat Tekstboek lijkt soms niet om door te komen met z’n lange en onduidelijke zinnen. De gebruikte Christelijke terminologie is ons niet meer zo bekend en áls we al een Christelijke achtergrond hebben dan blijkt dat de Cursus een nieuwe invulling geeft aan zaken als bijvoorbeeld vergeving en het laatste oordeel. De Cursus geeft ook oefeningen in het Werkboek. Maar in de instructies hierbij staat gelijk al zoiets geks: “mogelijk snap je niets van deze oefeningen en vind je ze ook helemaal niet leuk maar doe ze nu maar gewoon”. Wie denkt de docent dat ik ben? Gekke Henkie? Ik wil natuurlijk wel begrijpen waar ik mee bezig ben en of het al een beetje opschiet. Heb ik hier wat aan?

Maar dit is geen gewone cursus. Onze Cursus in Wonderen richt zich op iets heel bijzonders. Ze richt zich op de volgende kwestie: “wie of wat is dat zelf (dat ikje) dat iets probeert te begrijpen en wat betekent het hele fenomeen “begrijpen” überhaupt?”
Wij brengen deze existentiële vraag en kwestie onmiddellijk terug tot ons bekende alledaagse niveau II droom-niveau: “goede vraag, dat wil ik proberen te begrijpen!”. Maar, helaas, mispoes. Je bent al direct van de kwestie afgesprongen en deze gereduceerd tot de jou enig bekend manier van kijken en doen: “ik zal dit varkentje wel eens wassen met mijn slimheid en mijn werklust”.

Onze alledaagse aanpak heeft een verborgen agenda. Het hele mechanisme van zwoegen, afkeuren van de huidige staat, een beeld vormen van het doel, tijd nodig hebben enzovoorts wordt door ons als Zonen van God gebruikt met het rare doel om ons afgescheiden te voelen van de liefde en eenheid die we zijn. Het is dus omgekeerde wereld. Wij (als Zonen van God die al geloven in afscheiding) denken door iets te begrijpen iets te kunnen bereiken (verlossing of verlichting). Maar het is 180 graden andersom. Wij zijn al vrij als Zonen van God en door te geloven in de noodzaak van oordelen, vechten, inspannen enzovoorts kiezen wij er (onbewust) voor om ons juist afgescheiden te blijven voelen.

In bovenstaande uitleg zie je gedemonstreerd waartoe de Cursus woorden gebruikt namelijk om hun eigen beperktheid te illustreren. Zo ook de werkboekles van vandaag (10): “Mijn gedachten betekenen niets”. Woorden en zinnen vormen de bouwstenen van de gedachten zoals wij die kennen. Wij proberen er betekenis aan te ontlenen om te komen tot dat ultieme begrijpen. Het paradoxale is dus nu juist dat dezelfde woorden door Jezus gebruikt worden om duidelijk te maken dat er geen ikje bestaat dat de ultieme werkelijkheid op zijn kleine wijze zou kunnen begrijpen maar dat dit ikje onderdeel is van de illusie die middels het fenomeen “het-proberen-te begrijpen” in stand gehouden wordt.

Het ego spreekt eerst: “Hé, wat zegt ie nou? Dit begrijp ik niet”. Gelukkig neemt het spiritueel ego het nu soepel over: “Oh, ik mag alles weglachen, ik hoef me alleen maar over te geven aan Jezus, Heilige Geest, Liefde enzovoorts”. Hoe slim is vooral dit spirituele ego. Want ja, overgave aan de liefde die je zult blijken te zijn is inderdaad het antwoord. Maar woorden zijn nodig om duidelijk te maken dat je nu juist die ultieme waarheid aan het blokkeren bent met je begrijp-pogingen. Iemand vergeleek het met een splinter die verwijderd moet worden. Je gebruikt als het ware twee andere splinters (denk aan een pincet) om de storende splinter uit je huid te trekken.

Heeft liefde uitleg en begrijpen nodig? Nee dus. Hebben wij in onze vermeende afgescheiden toestand woorden nodig? Jazeker. Anders zou Jezus ons niet zo’n dikke Cursus hebben moeten geven. Maar is het dan geen hopeloze onderneming? Ik word gek!

Maar relax en luister naar je docent Jezus. Vertrouw op de innerlijke leraar terwijl je Zijn Tekstboek leest. Ga niet worstelen en piekeren maar wees stil en vertrouw dat het duidelijk zal worden. Niet door je gezwoeg maar door je bereidheid te luisteren naar zijn (ook geschreven) woorden en hem te vertrouwen. Maar zit mijn denken, mijn hersenen, dan niet in de weg? Jawel; maar daar is het werkboek voor. Dit werkboek is een training voor de denkgeest. Dit trainen betekent niet dat je hard moet denken. Het betekent dat je het instrument “denken / verstand” blootstelt aan oefeningen die je juist niet begrijpt. “Deze tafel betekent niets, ik geef alles de betekenis die het voor mij heeft, ik begrijp niets” etc. Zie je het? Dit is geen leren zoals wij gewend zijn maar ont-leren onder leiding van Jezus.

Ga niet overmatig zitten piekeren over de werkboeklessen. Stel je hebt je opgegeven voor een conditietraining. De trainer stelt voor om 3 x 2 minuten rustig te dribbelen. Wat doe je? Blijf je zitten en roep je: “beste trainer, alvorens we verder gaan wil ik weten wat de fysiologische basis is van deze oefening; hoe gaat dit mijn zuurstofsaturatie niveau op termijn verhogen en hoe bla bla??” Om daadwerkelijk een betere conditie te krijgen moet je gewoon de oefeningen trouw doen.

“Ik” kan mezelf niet middels “begrijpen” laten oplossen. Integendeel. Maar in liefde kan gezien worden dat deze “ik” niet meer is dan een verkramping en de vrede van ontspanning wordt duidelijk door te leren zien en voelen hoe mijn gespartel de boel erger maakt en door gewoon de training te volgen. Dus lees, vertrouw, en oefen. En als je wel gefrustreerd aan het spartelen bent? Dan glimlach je hier over en je leest, vertrouwt en oefent. Het einde is zo zeker als God.

Wat laat je van jezelf zien op Facebook?

privacy facebook

Deze vraag houd me bezig na het oprichten van een Facebook-groep voor geïnteresseerden in Een Cursus in Liefde (ECIL). Direct bij het oprichten van een nieuwe groep moet je aangeven of de groep openbaar, besloten of geheim zal zijn. Laat ik het onderwerp is op twee niveaus aanvliegen:

Niveau II: Ik zie de Facebook-groep die ik in gedachten heb als een virtuele huiskamer waarin ik broeders en zusters wil ontvangen voor wie ik de gelegenheid wil bieden om te gaan delen wat hun ervaringen zijn met ECIL. Ik ben visueel ingesteld en zie echt het beeld van mijn eigen huiskamer hier in Hoofddorp voor me. Er verschijnen een paar enthousiaste oude bekenden met het boek onder hun arm. Ze zijn, net als ik, benieuwd wat de avond gaat brengen. Vervolgens vragen twee mensen aan me of ze ook naar binnen mogen. Ik zal hen beschrijven:

  1. Een sympathieke mevrouw wil graag weten wat we gaan doen. Ze wil meekijken maar ze heeft ECIL niet aangeschaft noch besteld. Ik heb hier wat moeite mee en vergelijk het met een gewone leesclub waarin afgesproken wordt dat er een boek besproken gaat worden. Iemand wil op de avond van de club naar binnen maar heeft het boek niet gelezen. Ze wil een beetje weten waar het over gaat. Ik vind het “normaal” om haar te vertellen dat ze dat beter even kan Googelen voor info over het boek en, pas als ze besluit mee te doen,  aan te schuiven op de avond met mensen die het boek ook aan het lezen zijn.
  2. Er staat vervolgens iemand voor de deur waarvan het Facebook-account mijn verbazing wekt. Nergens is een afbeelding te vinden van de persoon in kwestie maar soms weet ik wel hoe haar hond, kat, kind of kleinkind eruit ziet.  Het lijntje met de persoon in kwestie is soms nog dunner en beperkt tot een pseudoniem en een abstracte afbeelding van een sterretje of zo. Weer zie ik de huiskamer voor me. Er staat een persoon (man of vrouw, jong of oud, ik weet het niet) onder een soort zwarte boerka voor de deur. Ze is heel zwijgzaam en wil gewoon zonder iets te zeggen in de hoek van de kamer gaan zitten. Hoe is dit voor mijn andere gasten?

Er zijn meer types en mengvormen te bedenken maar de kwestie is of het handig is als je in deze setting mensen uitnodigt die het boek niet hebben of mensen die alleen willen kijken vanaf een soort virtuele tribune maar niks willen zeggen, met de boerka-persoon als extreem voorbeeld.

Niveau I: Ik geef er met bovenstaande blijk van me te identificeren met het lichaam van mensen of dat nu hun fysieke lichaam betreft of hun karakter-lichaam (te bang om mee te praten). Tevens staar ik me blind op de vorm, het boek ECIL: het is toch slechts een aanleiding en instrument om te praten over zaken die niks met de vorm te maken hebben? Mijn aarzeling zegt niks over hen maar over mijzelf; ik heb vergevingslessen te doen. Liefde kan niet bedreigd worden en veroordeelt niet. De deuren van de huiskamer moeten wijd open en iedereen (in boerka of niet) moet welkom zijn en naar believen in- en uit kunnen lopen en bepalen of hij of zij wat zegt of niet.

Tja; waar kiezen we voor? Voor defensief en angstig ogende beslotenheid of voor metafysisch correcte en liefdevolle openheid?

Lezers die m’n stukjes kennen weten dat ik nogal aan de expressieve kant van het spectrum zit. Toch maak ik wel een beetje onderscheid tussen welk stukje ik wáár plaats. De meeste stukjes (90% of zo) plaats ik in het publieke domein; op de website of in de openbare groep van ECIW. Dan is er 10% die ik plaats op de besloten Facebook pagina van ECIW-coach hoewel hier ook reeds zo’n 200 mensen aan meedoen; best veel voor een huiskamer. Ik kan als beheerder zien dat ongeveer 160 mensen deze groep daadwerkelijk langere tijd bezoekt maar het aantal mensen dat meedoet is veel kleiner en het aantal broeders en zusters die zelf iets delen of vragen is nóg kleiner. Wat dat betreft is het onderscheid tussen de besloten en openbare ECIW Facebook-groep een waterscheiding. Waarom maak ik dan toch dit onderscheid? Hierin zit hem de crux. Ik ervaar weinig gene bij het laten zien wat zich in m’n denkgeest afspeelt. Maar de meest bruikbare lessen maak ik mee met de mensen die dichtbij me staan. Meestal anonimiseer ik uit respect voor hen mijn stukjes maar als dit de strekking teniet doe en ik het toch wil delen met vrienden zonder dat de betrokkenen hiermee geconfronteerd worden dan plaats ik het liever in de besloten groep.

Wie ben ik om te bepalen dat mijn dierbaren ook maar het inzicht moeten hebben dat “niets werkelijks bedreigd kan worden”? Het is niet liefdevol om de hele wereld zo mee te laten kijken naar hen, zelfs ondanks het feit dat ik weet dat er geen rangorde bestaat in problemen (1 enkele of 1 miljard potentiele toeschouwers). Ik vind het liefdevol jegens hen om hen niet te confronteren met mijn visie dat ik niet mijn lichaam ben en dat ik daarom bereid ben me voor de camera’s “uit te kleden”.

Ik vind het bevrijdend om wat betreft de besloten ECIL-groep de kwestie ook vanuit die invalshoek te bezien, ook al is dit een niveau-II kwestie: ik wil een veilige huiskamer sfeer omdat ik weet dat er in de intimiteit van een huiskamer meer kan gebeuren dan op een podium voor de camera. We mogen “normaal” doen, zelfs als onze norm illusoir is.

Het is sowieso wel grappig als ervaren studenten van de Cursus stellen dat ze moeite hebben met het besloten karakter van een groep. Door te stellen dat je geen grenzen mag stellen neem je deze grenzen, paradoxaal genoeg, weer erg serieus. We zijn weer terug bij af en zien schuld in een gekozen vorm. Een gekozen vorm is niet meer dan dat: een onschuldige vorm die op een bepaald moment voor een bepaalde broeder of zuster waarlijk behulpzaam kan zijn.

 

Voorbij het bekende

vergezicht

We benaderen in eerste instantie de Cursus zoals we elke klus aanpakken: we stellen vast wat het probleem is, denken eens goed na en gaan vervolgens aan de slag om het gewenste resultaat te behalen. Kort gezegd: we gaan er eens lekker tegen aan! Dit is niet fout of dom en Jezus weet dat we zo als droomfiguur werken en houdt daar rekening mee in zijn opbouw van de Cursus.

Dat begint al met het Tekstboek met daarin de metafysica van de Cursus, oftewel: hoe het allemaal in elkaar steekt in onze droomwereld. Is begrip hiervan nuttig? Natuurlijk, anders zou Jezus er niet zoveel werk van gemaakt hebben. Eén van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb van de Cursus betreft onze verborgen agenda om te zoeken en ten diepste niet te willen vinden. Onze gekke keuze voor afgescheidenheid en slachtofferschap. Dit komt ons heel vreemd voor. We menen dat we van de narigheid af willen en dat we liefde willen. Van die kreten als “we willen onze grieven koesteren” of “we zijn bang voor liefde” vinden we al snel vergezocht en parkeren we in een ver hoekje van onze denkgeest. Vervolgens gaan we gewoon flink ons best doen om meer liefde te ervaren. Even de mouwen opstropen en als we narigheid ervaren gewoon de hulp in roepen van de Heilige Geest (of innerlijke leraar) om de klus voor ons te klaren.

Zonder zicht op onze verborgen motieven wordt dit letterlijk een gebed zonder einde. Het is alsof je een groot bord om je nek hangt met daarop de tekst “LAAT ME MET RUST, OOK AL VRAAG IK JE OM HULP” en vervolgens voorbijgangers vraagt je te helpen. Je bent constant bezig met brandjes blussen en lapwerk. Je kan naar bijeenkomsten gaan met lieve broeders en zusters en je even flink laten doorknuffelen maar daarna is het ego-business as usual.

In Cursus-land is ook het rare idee binnengeslopen bij sommigen dat de Cursus een zelfcursus betreft en dat leraren niet nodig zijn. Het klopt dat je uiteindelijk zélf aan de bak moet met vergevingsoefeningen maar zoiets als die blinde vlek van je verborgen agenda is lastig te ontdekken zonder iemand die bekwaam kan spiegelen. We hebben iemand nodig die ons kan helpen om onszelf te diskwalificeren als leraar. Voor zelf-doe-types zoals wij is dat een regelrechte belediging.

Het is waar dat de hoofddocent direct tot ons spreekt in de Cursus. Maar Jezus stuurde 2000 jaar geleden ook discipelen de wereld in om in zijn geest anderen te helpen. We zijn geroepen om wonderen aan te bieden aan onze broeders en zusters. De Heilige Geest werkt door ons en kan ons daarbij laten zien dat we kunnen ervaren dat we liefde zijn doordat we liefde in relatie met elkaar (door-)geven.

Dit voor wat betreft het “begrijpen” van de Cursus en het Tekstboek. Maar dan het echte werk. Dat staat niet voor niks in het Werkboek. Al in de eerste lessen ontmoeten we de leraar die ons met een glimlach welkom heet in het practicumlokaal. We zijn dol enthousiast en stropen de mouwen vast op. We gaan lekker klussen aan onszelf en Jezus gaat uitleggen hoe we dit gaan aanvliegen. Even aandachtig opletten dat we het direct goed begrijpen. We brengen onszelf mee als tool en ons meest verfijnde instrument waar we ongelofelijk trots op zijn, onze hersenen, staat klaar om te gaan begrijpen en werken. En dan?

Jezus begint te spreken. Onze dierbare hersenen worden gediskwalificeerd in de eerste werkboeklessen. Je denkt dat je snapt wat je ziet en denkt? NEE, je snapt er geen bal van. We schrikken van die luide en besliste stem. Dit willen we niet. We willen handige tips waar we wat mee kunnen en een sympathieke leraar die ons zegt dat we al aardig op weg zijn en het al in de vingers beginnen te krijgen. We willen een bemoedigende aai over de bol. Maar nee.

Lees en vooral DOE de werkboeklessen. Sta toe dat de leraar jouw slimme inzichten van je afpakt en vertrouw hem. Oké, ik dacht dat ik het gewoon moest snappen maar mijn gedachten betekenen niets. Ik dacht dat ik wist waarom ik ongelukkig was maar oké; ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk.

Vertrouw hem en zijn aanpak. Stap de klas in met lege handen en een lege denkgeest. Laat je afbreken in de werkboeklessen, laat je denken op z’n kop zetten door het Tekstboek en leer door hem te vertrouwen wat je echte Wil is. Eén ding is zeker: het is niet de wil van dat kleine alledaagse zelf dat het allemaal al zo goed weet en die zo goed zijn best doet. Je bent zoveel meer en anders dan dat zelf. Je bent geen bekwaam zelf, geen aardig zelf, geen gevorderd zelf. Je bent de liefde waarin dat kleine krampje gezien wordt en waarin het door liefde kan ontspannen en oplossen. Zo ruim, zo grenzeloos, zo moeiteloos en zo zacht en teder. Broeder wat ben je mooi.

Mijn spiritueel jaaroverzicht III: ACOL

a course of love

“Je hoeft niks te geloven want je kunt het direct ervaren!” Dit probeerde ik afgelopen jaren over te brengen in mijn blogs en in persoonlijke contacten met medestudenten. Ook ik was de eerste jaren van Cursus-studie vooral bezig om te proberen deze zo goed mogelijk te begrijpen. Het lijkt zo eenvoudig: als je begrijpt hoe het zit dan ben je eruit. Gaandeweg werd duidelijk dat dit grabbelende en zwoegende zelf onderdeel is van de kramp die het juist probeert te ontlopen. Hoe harder je je best doet om het mentaal te begrijpen hoe meer afgescheiden je je voelt. Hier letterlijk gevoel voor krijgen biedt een sleutel tot vergaande en ervaarbare vergeving.

Dit wilde ik delen met anderen en begin 2018 organiseerde ik enthousiast een soort huiskring om het over te dragen. Ik wilde uitleggen dat het een kwestie was van voelen wat oordelen veroorzaakt zodat je ook kunt voelen wat overgave voor heerlijk gevolg heeft. Ik wilde de ander dolgraag helpen maar zag dat het niet zo makkelijk was om dit over te brengen. Dus gooide ik er een schepje bovenop en hoe meer verwarring ik zag hoe drukker ik probeerde de ervaarbaarheid van vergeving ook aan de hand van teksten uit de Cursus over te brengen. Op de tweede of derde avond ervoer ik haast paniek: deze lieve mensen kwamen vanuit het hele land en ik kon hen niet helpen zoals ik zo graag wilde.

De Heilige Geest greep gelukkig in en door omstandigheden waren we de avonden hierna met een klein groepje van drie. Ik hield op met nadenken wat ik die avond zou vertellen en vertrouwde erop dat het wel duidelijk zou worden. Deze overgave bood, achteraf gezien natuurlijk zeer voorspelbaar, vrede voor ons allen. Ook in de rest van het jaar moest ik leren loslaten en vertrouwen. Telkens wanneer ik probeerde iets te fiksen in mijn eigen situatie bad ik, zodra ik het doorkreeg, dat prachtige gebed waarmee de werkboeklessen van de Cursus eindigen (361-365), nu in keer in het Engels:

“This holy instant would I give to You
Be You in charge. For I would follow You,
certain that Your direction brings me peace.”

Telkens zag en ervaarde ik de weerstand tegen deze overgave aan Hem. Vanuit ons geloof in afgescheidenheid (vanuit ons ego) willen we iets doen, we willen de ongewenste situatie veranderen. Het heeft jaren gekost om niet alleen te begrijpen maar ook te voelen hoe diep de wortels van het ego schijnbaar reiken. Ook bij broeders en zusters zie ik dat ze menen dat de situatie, omstandigheden of psychische gesteldheid, niet oké is en dat ze dus met behulp van de Cursus hun best moeten doen om hier verbetering in te brengen. De eerste waarneming is correct: er is inderdaad geen ervaring van vrede. Maar het vervolg is een misvatting: ik moet nu iets gaan doen om aan iets wat ik niet wil een einde te maken. Dit versterkt slechts de verwarring van slachtofferschap.

De oplossing van de kramp begint als je durft te geloven dat je als machtige Zoon van God gekozen hebt om precies dat te ervaren wat je ervaart. Radicaal geformuleerd: je doet het jezelf aan, niet voor 99% maar voor 100%. Eerst bereikt dit via woorden de mind, dan kun je er gevoel voor krijgen. Het bizarre besef daagt dat je alles op z’n kop hebt gezet: als Zoon van God ben je gaan oordelen om te spelen met de illusie van afgescheidenheid. Bij elk oordeel kun je voelen hoe de ervaring van kramp toeneemt en, nu komt het, bij overgave aan Liefde, bijvoorbeeld middels genoemd gebed, kun je direct ervaren dat vrede binnen komt. Dit is vergeven. Het heeft niks met het mentaal aanvaarden van holle kreten te doen.

Gaandeweg vindt een heerlijke omkering plaats. Er is geen ik die dingen meemaakt die het niet wil. Nee, er is projectie van ervaringen waarmee de Zoon van God de illusie wil creëren een afgescheiden zelf te zijn. Dit lukt het best als we ook nog eens veroordelen wat we buiten ons menen te zien. Ook het gevolg van dit oordeel is voelbaar. Ik (vanuit mijn geloof in afscheiding, vanuit mijn ego) kan niks doen want alle zelf-oordelen en zelf-doen versterkt de illusie. Maar, wat een zegen, dat kleine beetje bereidwilligheid om het gebed van overgave steeds weer te bidden en steeds meer te vertrouwen op de kracht van liefde is al wat nodig is om vrede te ervaren. Het is een rare, niet begrijpelijke vrede. Zogenaamd nare omstandigheden lijken soms nog voort te duren maar met het wegvallen van de weerstand tegen onze eigen projecties (Love allows all things, trusts all things, embraces all things and thereby transcends all things (WOM)) valt de bodem (het geloof in een lijdend ik) weg.

Van “believe in separation” naar “experience of union”. En dit brengt me bij A Course of Love. Want aangekomen bij de waarheid van werkboeklessen 361-365 daagt besef van het mysterie van eenheid. De overgave aan de Heilige Geest blijkt een wonderlijke overgave aan de Liefde die je bent. Bij het minder hard worden van de ego-grens door overgave blijkt dat er geen afgescheiden Zoon van God is die Zich aan iets moet overgeven. Hij blijkt nooit weg te zijn geweest van Thuis en wonderlijk en onbegrijpelijk één met Zijn Vader.

Ook via ACOL drong deze vreugde steeds dieper door. Wat mij niet of nauwelijks lukte in de huiskring begin dit jaar, krijgt broeder Jezus in ACOL wel voor elkaar. Het uitleggen (voor de mind) gaat over in die directe ervaring (voor het hart). Al lezend ben je samen en één met Hem. Woorden schieten tekort en ik weet ook niet hoe dit te delen is met hen die hier voor open staan. Ik vrees dat mijn blogjes een beperkte reikwijdte hebben: tot aan het gaan ervaren van vergeving. Daarna, en feitelijk nu reeds, staat ieder op Zichzelf, innig verbonden en één in Liefde met elkaar.

 

Mijn spiritueel jaaroverzicht II: The Way of Mastery (WOM)

The way of mastery

Heb je WOM nu nodig als je ECIW doet? Is WOM wel echt? Dit zijn de vragen die men me stelde toen ik enthousiast over WOM schreef. Terechte en begrijpelijke vragen, laat ik daar mee beginnen. Een wijs leraar zei dat het niet handig is om steeds te switchen van spirituele leerweg. Het is net alsof je op zoek bent naar water en tien ondiepe putjes graaft in plaats van het aanwenden van je energie voor het graven van één diepe put waarmee je de kans om water te vinden zou vergroten. Ik vind dat er veel voor dit argument te zeggen valt en zie ook dat het veelvuldig en wanhopig hoppen van het ene boek naar het andere het ego helpt om z’n motto “zoek en vind niet” vorm te geven.

Voor mij vormt ECIW m’n grote inspiratiebron en, voor zover ik dat kan beoordelen, vormt het een compleet spiritueel curriculum in zichzelf. Gisteren schreef ik dat het me bevreemdt dat veel studenten het slechts eenmaal, en dan ook nog vaak slechts deels, lezen dus waarom dan nu beginnen over WOM? Is het lezen hieruit nodig, handig of zelfs een ontwijken van het doen van de Cursus?

Naar mijn mening is echter in WOM dezelfde auteur aan het woord als in ECIM; Jezus, en vormt hiermee geen aparte leerweg. Eigenlijk moet ik het preciezer formuleren: ik geloof dat ook in WOM de liefde ons met woorden probeert te bereiken die aansluiten bij ECIW. Critici merken op dat WOM (en ACOL) echter veel minder erudiet en diep op hen overkomen dan ECIW en vermoeden op grond hiervan een frauduleus meeliften op de bekendheid van ECIW. Men reageert argwanend, voorzichtig of zelfs ronduit aanvallend op WOM en ACOL of men noemt de auteurs, op basis van hun karaktereigenschappen, ongeloofwaardig en kijkt niet voorbij aan hun rol als notulist. Aanvankelijk voelde ik behoefte om de “echtheid” van WOM en ACOL te gaan verdedigen maar gelukkig komt ECIW me hierin te hulp; niets werkelijks kan bedreigd worden en, lekker praktisch, verdedigen is slechts een manier om me afgescheiden te wanen. Dus ik gun ieder zijn of haar mening hoewel ik het jammer vind als men angstig reageert en zichzelf mooie dingen onthoudt. Iedereen heeft echter zijn eigen leerweg en zal op zijn pad precies krijgen wat hij nodig heeft, daar hoeft deze jongen geen PR voor te bedrijven.

Mijn vreugde uiten is echter wat anders, want voor mij is WOM een geschenk. Hoewel de vorm (het taalgebruik) verschilt van dat van ECIW hoor ik dezelfde Jezus aan het woord. Voor mij is WOM (en ACOL) geen andere leerweg. Ik ontmoet in WOM mijn Broeder tijdens een wandelcoach-sessie. Hij praat nu ontspannen in plaats van geconcentreerd te dicteren. Maar nog steeds met enorme wijsheid en natuurlijke autoriteit. Hij licht de grote thema’s uit ECIW op indringende wijze toe, steeds met milde humor. Zo verheldert hij op prachtige wijze onze neiging tot slachtofferschap. Dit heeft me geholpen om niet in de valkuil te trappen om het ego als een vervelend iets buiten mezelf te zien waar ik dan toch weer slachtoffer van zou zijn. Staat dit dan onduidelijk in ECIW? Allerminst, maar het lijkt wel of Jezus het een tijdje heeft aangezien hoe angstig en vanuit ons ego wij omgaan met de Cursus en ons in WOM geruststelt, een steuntje in de rug geeft en daarmee verder helpt.

Ik schreef eerder over “doorgeschoten non-dualisme”, een mentaal construct waarbij we denken dat we als Zoon van God alles door hebben maar waarbij we houterig op onze bank blijven zitten en overal angstig “nee, nee, nee” tegen zeggen. Zodra iemand beweert dat het buiten lekker weer is en dat er heel wat te genieten valt wordt hem een duale vervorming verweten, affiniteit met de illusie, en moet hij terugverwezen worden naar “de eenheid”. Staat dit zo in ECIW? Nee hoor; ECIW bruist ook van scheppende kracht, liefde, blijheid, vrede enzovoort en gelukkig beleven veel ECIW-studenten dit ook zo. Maar in WOM benadrukt Jezus deze positieve “ja, ja, ja” houding, wellicht vooral voor de bange en verkrampte ECIW-lezers.

Voor mij klinkt uit WOM steeds het: “Love allows all things, trusts all things, embraces all things and thereby transcends all things”. Bange Cursus-studenten zien hierin, zoals gezegd, een verheerlijken van de illusie. Maar WOM is net zo mysterieus non-duaal als ECIW. De Zoon van God wordt echter geportretteerd in al zijn glorie en blijheid. Vrijuit spelend en scheppend zoals Hij geschapen is door Zijn Vader. Het is feest in WOM. Wellicht heeft niet iedereen (nu) zin in dit feestje maar ik ben er blij mee en ben mijn broeder Jezus dankbaar dat hij heeft aangebeld en me mee heeft gesleurd vanaf mijn bank naar buiten. Het blijkt heerlijk hier en ik gun dit iedereen!

Mijn spiritueel jaaroverzicht I: De Cursus

a course in miracles complete

Dit jaar deed ik weer dagelijks de werkboeklessen en verbaasde me opnieuw, zoals elk jaar, over de onpeilbare diepte van elke les. Er wordt wel eens gewaarschuwd voor verslaving aan de Cursus en dat beweegt sommige studenten om na één jaargang te besluiten zich geheel te gaan richten op hun innerlijke leraar en te stoppen met de Cursus. Ik meen dat dit niet terecht is. Het is waar dat het ego kan besluiten dat de Cursus erg moeilijk is en dat er maar lastig doorheen te komen is na zware en langdurige studie. Dit is inderdaad een valkuil en een ego-truc. Dan wordt inderdaad herhaling gebruikt als afweermechanisme tegen die heerlijke waarheid: je bent in liefde één met je Vader en je Broeders. Maar een herhaling van de werkboeklessen onder leiding van die innerlijke leraar is geen afweermechanisme maar een eerlijke bereidheid tot verdieping. Het ego verklaart zichzelf vroegtijdig volleerd maar wie wil blijven luisteren aarzelt niet om ook de geschreven woorden van Jezus herhaaldelijk te lezen, te overdenken en toe te passen in zijn leven.

In aansluiting hierop merkte ik in communicatie met medestudenten sowieso soms een onzorgvuldig en willekeurige omgang met de Cursus. Telkens werd een beroep gedaan op leiding door de innerlijke leraar en werd er geschermd met een paar absolute begrippen uit de Cursus zoals: alles is één, er is geen buitenwereld en er is geen ander. Hoewel dit inderdaad kernbegrippen zijn uit de Cursus merkte ik dat het schermen hiermee niet goed voelde en dat het opvallende duale bijwerkingen met zich mee bracht. Samengevat is dit te omschrijven als spiritueel navelstaren dat eindigt in geloof in een afgescheiden zelf dat “naar buiten” kijkt en de wereld en de ander afdoet als een nare droom met een soort onverschilligheid en vervreemding als resultaat.

Waar komt dit vandaan? Het spoor bleek terug te volgen tot de manier waarop Ken Wapnick in zijn latere boekjes schreef over de Cursus. Sommigen beweren dat hij zich vergiste met een eenzijdige interpretatie van de Cursus. Ik vermoed dat het iets minder zwart-wit is. Wapnick geeft zwaar tegengas aan de toen gangbare duale Christelijke visie. Deze visie, met scheiding tussen een zelf, God en de wereld, is erg aantrekkelijk voor het ego. Wapnick torpedeert terecht elke listige poging van het ego om van de Cursus toch weer een vertrouwd duaal construct te maken. Maar ons ego zou geen ego zijn als we ook de woorden van Wapnick niet zouden gaan gebruiken om ons geloof in afscheiding te bestendigen. Ik noem dit: doorgeschoten non-dualisme. Hierin gaan we vanuit ons ego (dus terwijl we nog geloven in afscheiding) in feite roepen dat er geen schepping is en dat Vader, Zoon, Heilige Geest (Drie-eenheid) samengeperst en platgeslagen dienen te worden tot één ongedifferentieerd prutje dat dan weer opvallend veel op ons ego gaat lijken.

Ik kwam een andere interpreet van de Cursus op het spoor, Robbert Perry en zijn vrienden van The Circle of Atonement. Ik ga niet zo ver als Perry door te beweren dat Wapnick er soms naast zit in zijn boeken. Ik meen echter wél dat we in de Nederlandse Cursus-gemeenschap te veel leunen op zijn boeken en video’s waar het voor ons huidige studieniveau beter zou zijn om dichter bij de didactische structuur van de Cursus zelf te blijven. Hierin worden we via duaal woordgebruik wat we kunnen begrijpen  gebracht tot een langzaam en zorgvuldig oplossen van ons geloof in afscheiding. Perry volgt de hoofddocent, Jezus, hierin op de voet en vermijdt hiermee volgens mij valkuilen waarin we snel stappen als we aan de haal gaan met Wapnicks abstracte eindinzichten.

Letterlijk uit deze kring van The Circle las ik hun fraaie “Complete & annotated edition” van de Cursus. Een enorme pil met daarin alle notities van Helen Schucman. Vertegenwoordigers van de Foundation of Inner Peace, de groep die onze bekende blauwe variant op de markt hebben gebracht, geven aan dat het niet de bedoeling was dat persoonlijke berichten van Jezus aan Helen en Bill gepubliceerd zouden worden, iets wat Perry overigens overtuigend weerlegt. Ik vond de dikke pil interessant en leerzaam maar ook moeilijk door alle verwijzingen naar psychotherapie en de Bijbel. Iets voor liefhebbers, denk ik, maar geen noodzaak voor een goed begrip van de Cursus.

Dit gezegd hebbende vind ik het boekje “One Course, Two Visions” (ook van The Circle) wel een regelrechte aanrader voor elke Cursus-student die meent dat hij het nu wel weet en doorheeft wat de Cursus zegt, hierin onbewust beïnvloed door de uitingen van Wapnick. Dit absoluut niet om te komen tot een mentaal welles-nietes-spel maar om onbewust geadopteerde en (onbewust) blokkerende overtuigingen los te kunnen laten. Zeker mensen die worstelen met vragen als “zijn er anderen buiten mij” of “weet God nu wel of niet van mijn problemen” kunnen middels dit boekje een heerlijke en Cursus-getrouwe bevrijding ervaren.

<Binnenkort: Mijn spiritueel jaaroverzicht II: The Way of Mastery>

 

Ons rare verlangen naar zonde en ziekte

ziekte en zonde

Zo’n tweeduizend jaar geleden zagen de discipelen van Jezus een zieke man lopen en ze vroegen wat hij verkeerd had gedaan dat hij deze straf van God verdiende. Jezus antwoordde dat de ziekte een ander doel kon hebben, namelijk het tonen van Gods macht tot genezing. Mooi om ook in de Bijbel dat verschil te zien tussen de ego-interpretatie en die van de Heilige Geest. Toch ettert dat ego-geloof zoals uitgesproken door de discipelen nog verder in onze denkgeest. Nog steeds denken we dat we iets fout hebben gedaan als we pijn of ziekte ervaren als een soort straf hiervoor. Die overtuiging zit kennelijk nogal diep.

Nu is er van straffen geen sprake. Dat ego-bedenksel kunnen we heerlijk loslaten. God, onze Vader, is louter liefde en Hij zit Zich niet kwaad te maken, wordt niet boos en deelt geen straf uit. De ziekte en pijn hebben niks met God te maken. Mogen we dan vragen of Hij ons ervan af helpt? Ja hoor, dat mogen we zeker doen. God wil niets liever dan liefde, genezen en vrede. Het punt is echter dat wij zelf niet echt van de ziekte en de pijn af willen. Dat klinkt in eerste instantie gek. We roepen dat we wél echt van dit lijden af willen maar dat het niet lukt. We voelen ons machteloos en roepen om Zijn hulp.

Verwarring alom. Het is handig om te beginnen bij dat woord “zonde”. Het heeft mij enorm geholpen door hiervoor telkens te lezen “mijn geloof in afscheiding”. Het is een lekker nuchtere omschrijving waarin geen schuldvraag doorklinkt. Als ik in afscheiding wil geloven maakt dit me niet fout, schuldig of zondig in de ouderwetse, morele betekenis van het woord. Het toont wel dat ik mezelf wens te foppen en de ervaring verkies om afgescheiden te zijn terwijl de waarheid is dat ik op wonderlijke wijze één ben met mijn Vader en mijn Broeders.

Dat “mezelf foppen”, hoe doe ik dat? Hoe kan ik mezelf het beste wijs maken dat ik afgescheiden ben? Onze joker hierin is het geloof in lichamelijkheid met hieraan gekoppeld geloof in tijd, ruimte en vooral sterfelijkheid. Zet ze maar eens naast elkaar. Aan de ene kant de tijdloze, ruimteloze eenheid, de liefde, de grenzeloosheid. Dit zijn we als Zoon van God. Maar, aan de andere kant, wilden we eens wat anders en bedachten (projecteerden, in Cursus-taal) we een lichaam in een wereld. Onze dagelijkse routine met dit lichaam is dat het dingen lijkt waar te nemen. Dat doen we met zintuigen die we bedacht hebben als instrumenten om onszelf de illusie te geven dat we zogenaamd in een lichaam zitten. Deze intentie van zintuigen missen we gewoonlijk. We denken dat iets echt is als we het waarnemen. Maar in waarheid staat de boel op z’n kop: we denken dat wij echt zijn omdat we zogenaamd waarnemen. Zie je het mechanisme? Waarnemen met als doel je afgescheiden en lichamelijk te voelen.

Nu de stap naar pijn en ziekte. Je kunt ons gewone waarnemen zien als een bescheiden praten van de zintuigen. Op normale gesprekstoon vertellen ze ons dat we een afgescheiden lichaam zijn. Soms willen we dit onszelf nog wat nadrukkelijker wijsmaken en gaan de zintuigen schreeuwen. Ze roepen ons met luide stem toe: “Voel je de pijn en de ellende? Ervaar je de wanhoop? Ben je bang voor de dood? Prima, geloof in onze echtheid, dan heb je je nog nooit zo afgescheiden gevoeld als nu. Je hebt je spel uitstekend gespeeld, heel er goed gedaan!”

Hierop reageren we gewoonlijk vanuit onze denkbeeldige positie van afgescheidenheid. We voelen de pijn, de ellende en de wanhoop en willen hiervan af. Op zich is dit een valide verzoek. Gelukkig kunnen we maar een beperkte hoeveelheid pijn verdragen en dan worden we ons spel zat. Maar zolang we onze verborgen agenda niet door hebben (we willen ons afgescheiden voelen) vragen we om het verkeerde. We vragen om een gezond en pijnvrij lichaam. We vragen dus gewoon om een leukere scene uit dezelfde film, de film van afscheiding.

Wij zien genezing als lichamelijke genezing maar het lichaam is een illusie, of we het nu zien als ziek of als gezond. Werkelijke genezing bestaat uit het opgeven van ons verlangen om ons afgescheiden te wanen. Hiertoe mogen we ons wenden tot onze Vader. Hij wil niets liever voor ons maar zolang wij onbewust toch het spel van afgescheidenheid willen spelen (en dus vragen om pijn) is hij zo grenzeloos lief dat hij ons die ruimte geeft. Hij zal ons nooit dwingen, nooit ingaan tegen onze wil, zelfs niet als we iets onzinnigs willen.

Als wij vragen: “papa, help ons van onze pijn af want we willen in een gezond lichaam verder spelen”. Dan zal Hij ons antwoorden: “lief kind, je mag spelen zoveel als je wilt maar zie je dan niet dat je jezelf daarin pijn doet? Stop toch lieve schat met je dwaze spel!” Zegt God dit echt? Jawel, Hij heeft een uitgebreide brief aan ons geschreven waarin Hij het heel precies uitlegt. Die brief heet “Een Cursus in Wonderen”. Lees nu uit deze brief de werkboekles van vandaag met me mee (356):

Les 356

 Ziekte is slechts een andere naam voor zonde.
Genezing is slechts een andere naam voor God.
Zo is het wonder een beroep op Hem.

Vader, U hebt beloofd dat U nooit zou verzuimen een beroep te beantwoorden dat Uw Zoon op U zou doen. Het doet er niet toe waar hij is, wat zijn probleem lijkt te zijn, noch wat hij gelooft dat hij geworden is. Hij is Uw Zoon en U zult hem antwoorden. Het wonder weerspiegelt Uw Liefde en zodoende antwoordt het hem. Uw Naam vervangt elke gedachte aan zonde, en wie zonder zonde is kan geen pijn lijden. Uw Naam geeft Uw Zoon antwoord, want Uw Naam aanroepen is niets anders dan de zijne aanroepen.

Naschrift: Binnen Cursus-kringen wordt ook geschreven over genezing van het lichaam, dus binnen onze droomwereld. Is dit nu wel of niet mogelijk? Natuurlijk is dit mogelijk. We hebben het hele universum bedacht en kunnen die gedachte weer loslaten. Dat geldt dus ook voor de illusie van ziekte en pijn. Maar teveel aandacht hiervoor is koren op de molen van het ego. Het wil dan de Cursus gaan gebruiken, niet om de illusie van afgescheidenheid op te geven maar toch stiekem om dat gezonde en pijnvrije lichaam te bemachtigen. Dit doel is echter geen handig doel maar een heimelijk voortzetten van het spel. Zelfs in het Nieuwe Testament ziet Jezus liever dat we blij zijn wanneer we accepteren dat “onze zonden vergeven zijn” (dus wanneer we het geloof in afscheiding loslaten door ons naar de Liefde, de Vader te keren) dan wanneer we ons slechts verheugen om weer ziektevrij verder kunnen wandelen in de droom. Hij gebruikte de droom-wonderen van lichamelijke “genezing” om te wijzen op waar het werkelijk om gaat: het binnen laten van de liefde die we zijn. Lichamelijke genezing is een plezierige en bemoedigende bijwerking maar we kunnen er beter geen (ego-) doel op zich van maken. We doen onszelf dan erg tekort.

Ik kom geen stap verder!

ballon

Herken je dit gevoel? Je ziet medestudenten van de Cursus sereen wegzweven naar vredige oorden en zelf lijk je gevangen in de ellende van het bestaan. Ik herinner me dit gevoel van toen ik als jonge adolescent de boeken van Krishnamurti las. Het werd me duidelijk dat elke inspanning van mijn kant averechts werkte maar begreep niet hoe ik hiermee kon stoppen. Jarenlang bleef ik deze boeken lezen en de frustratie groeide tot enorme proporties. Ik voelde fysiek de spanning in mijn kaken en schouders; ik wilde zo dolgraag verlicht worden maar het lukte me maar niet. Op een moment kreeg ik het beeld van Krishnamurti in het mandje onder een heteluchtballon. “Kom naar boven”, riep hij, “het uitzicht hier vandaan is prachtig!”. Ik sprong op en neer maar kwam niet los. Toen werd ik boos dat hij niet iets van een touwladdertje naar beneden liet zakken. Help me dan toch, klonk het diep in mij. Uiteindelijk besloot ik deze boeken maar even in de boekenkast te laten staan. Ze hielpen me toen niet.

Dezelfde frustratie klinkt door onder studenten van de Cursus. Het heerlijke nieuws is dat Jezus wél een laddertje naar beneden laat zakken in de vorm van het blauwe boek. Toch blijkt het laddertje niet helemaal wat we ervan verwachten. De Cursus biedt namelijk geen manier voor ons ego om omhoog te klimmen. Ze gaat veel verder dan dat. Ze biedt ons een diep inzicht in ons motivatie om te roepen om die ladder. Via Krishnamurti kwam ik niet veel verder dan het motto van het ego zoals ook beschreven in de Cursus: zoek en vind niet. Maar na bestudering van de Cursus komt, wat mij betreft, de ongelofelijke rijkdom van de Cursus naar boven. Het is een parel van wijsheid die zo helder beschreven wordt door Jezus maar die gewoonlijk toch totaal door ons gemist wordt. Het sleutelwoord hierbij voor mij is “intentie”. Wat bedoel ik hiermee?

Zolang we menen dat we als afgescheiden wezentjes “het” nooit kunnen bereiken hebben we al een flinke denkbeeldige stap gezet. Maar het gaat verder. Het is onze intentie om niet te bereiken. Als Zoon van God willen we een raar spel spelen. Dit spel heet “geloof in- en gevoel van afscheiding”. Dit spel spelen we bijzonder knap. Zo knap zelfs, dat we niet meer weten dat we aan het spelen zijn. We hebben een aantal instrumenten, zeg maar speeltjes, tot onze beschikking die we gebruiken om het spel zo overtuigend mogelijk voor onszelf te maken. Oordelen is vaak de gemene deler van deze spelletjes. Wij denken dat oordelen ons helpt om te constateren of we “er” al zijn of niet. Maar nee, we gebruiken oordelen als tool om ervoor te zorgen dat we de illusie overeind houden dát we er nog niet zijn. Het is onze tool om geloof in afscheiding te versterken.

Dus als we gefrustreerd en vol geloof in afscheiding gaan roepen om een ladder dan gebruiken we ons oordeel (het is nu niet oké; lees: ik ben als Zoon van God niet oké) om de frustratie (ons geloof in onomkeerbare afscheiding) te vergroten. Kort gezegd: we vechten niet om aan ons geloof in afscheiding te ontkomen maar we vechten om ons afgescheiden te voelen. En als machtige Zonen van God kunnen we dit heel goed, kijk maar naar jezelf en kijk maar naar de hele droomwereld.

Wat dan? Je kunt letterlijk gevoel krijgen voor wat onvrede en frustratie voor je betekenen. Je kunt voelen dat je oordeel dat het nu niet oké is je helpt als Zoon van God om je afgescheiden te voelen. Dit gebeurt niet alleen in wat wij “het grote” noemen; grote conflicten. Ik heb bijvoorbeeld nu koude handen. In mijn oordeel zit een conclusie besloten: ik geloof dat ik koude handen heb dus dat ik een lichaam en dus afgescheiden ben. De Zoon van God gebruikt geloof in de echtheid van koude handen om de illusie van lichamelijkheid te versterken. Het maakt niks uit, als ik het maar zie. Dan kan ik lachen om deze fopperij en, laten we normaal doen, de kachel een tandje opdraaien.

Samenvattend: merk op dat je niet gefrustreerd bent omdat je iets overkomt. Je bent geen ego dat gevangen is in een wereld waar je uit wilt ontsnappen. Je bent de Zoon van God die oordelen (afkeuren van de huidige situatie) gebruikt als instrument om frustratie te ervaren en je afgescheiden te voelen. Pak de macht terug. Jij, als Zoon van God, kiest ervoor om jezelf dit aan te doen. Zodra je het ziet leer je ermee te spelen (vergeven). Zelfs in onze droom zijn er veel ontspanningstechnieken waarbij je eerst de spieren spant zodat je ze daarna beter kunt ontspannen. Ze ook met de denkgeest. Frustreer je maar even wat erger, voel de verkramping, en heb dan vrede met je onvrede. Relax en los op in liefde.

Uit WB 353:

Dan verlies ik mezelf in mijn Identiteit, en besef dat Christus niets anders is dan mijn Zelf