Over affirmeren, selfies, kritiek en goed doen

We kunnen niet beoordelen wat de drijfveer is die iemand beweegt iets te zeggen of te doen. De uiterlijke vorm die wij waarnemen zegt niks. Slechts degene die het betreft kan de denkgeest onderzoeken om te zien wie er aan het roer staat: het ego (angst) of de Heilige Geest (liefde). Toch vergeten we dit makkelijk en interpreteren wij het gedrag van een ander.

Eerst de hand in eigen boezem. Ik heb jaren geleden met iemand gecorrespondeerd over affirmatie. Ik meende daar een ontkenning in te zien gebaseerd op angst. Dus wanneer iemand pijn heeft en “ik ben niet dit lichaam” reciteert dan meende ik dat die persoon eigenlijk de angst niet onder ogen wilde zien (er bang voor was) en ervan weg wilde vluchten door deze, in psychologische termen, te overdekken met het tegendeel: “er is niks aan de hand, want ik ben denkgeest”. Ik vond dat je hiermee de pijn juist echt maakt en dat je deze beter kunt doorvoelen, aangaan en je dan openstellen voor liefde. Een lieve zuster vatte dit laatst samen met “feel it and heal it” (doorvoel het en laat het genezen).

Zat ik er met mijn interpretatie dan naast? Ik meen dat we affirmatie dikwijls misbruiken als angstige vorm van afweer maar natuurlijk kan ik dat alleen voor mezelf onderzoeken. Iemand kan, rustend in de pijn zonder ervan weg te lopen, zijn denkgeest herprogrammeren door kalm de zin “ik ben niet dit lichaam” te herhalen. Dit hoeft helemaal geen weglopen te zijn noch het “echt maken” van de pijn. Dat kan ik “van buitenaf” helemaal niet zien.

Nog zo’n voorbeeld: het maken van selfies en deze overdadig etaleren op FaceBook. Ik zie dit vaak als een schreeuw om liefde, een uiting van onzekerheid waarbij iemand bevestiging zoekt of juist wil tonen hoe vrij en ongedwongen hij of zij nu is. En wederom; dat kan zo zijn, maar als ik dit met stelligheid beweer dan is het een gevalletje van projectie. De betrokkene kan dit alleen voor zichzelf onderzoeken. Uit hij / zij op stralende wijze de opborrelende liefde of speelt er wat anders? Als ik me hieraan erger dan neem ik het nog serieus en meen ik dat iemand zich schuldig kan maken door overdadig zichzelf te portretteren. En zelfs deze kleine irritatie is een vorm van aanval van mij en mag vergeven worden als ik vrede wil ervaren.

Omgekeerd zie ik ook gebeuren dat broeders en zusters op mij projecteren en een aanval zien waar die er naar mijn beste weten niet is. Als ik beweer dat Wapnick zich in zijn latere werken uitdrukt op een manier die de deur naar misverstanden openzet dan is me een aanval op hem verweten. Gelukkig merk ik dat ik dit nu oké vind (ik voel me niet meer aangevallen) hoewel ik het wel spijtig vind dat er wat allergisch gereageerd wordt op een discussie over visie en inhoud. Zo ook met Gary Renard. Ik krijg de indruk dat sommige van zijn originele ideeën helemaal niet zo origineel zijn en dat hij leentjebuur heeft gespeeld in andere geschriften en zijn twee mysterieuze bezoekers vooral Wapnick laat citeren. Aanvankelijk koesterde ik wel degelijk aanvalsgedachten hierover en voelde ik een afkeur van deze plagiaatpleger. De grootste les die ik echter van hem mocht leren is dat hij een totaal schuldeloze broeder is, ook al harkt hij zijn inspirerende boodschap elders bij elkaar. De Heilige Geest werkt in en door een ieder van ons en trekt zich niks aan van onze zogenaamde onvolkomenheden. Geef me jullie zegen, heilige broeders Wapnick en Renard!

Als laatste voorbeeld het waarschuwen tegen het helpen van andere mensen. Hierin vind ik dat Wapnick wat doorschiet en ego-motieven projecteert op gedrag van anderen. Wellicht moet ik het nog preciezer formuleren want, zoals gezegd, ik weet niet hoe Wapnick het “van binnen” beleeft. Maar ik zie wel dat zijn “hoed u voor weldoeners” studenten van de Cursus op het verkeerde been zet. “Weldoen” is een daad in de vorm en alleen de doener kan bepalen wat de bron is. We hoeven dus niet bang te zijn om goed te doen mits onze daad geïnspireerd wordt door liefde. Overigens zal in dit geval ook nooit sprake zijn van angst: liefde vloeit als vanzelf door je heen.

Samenvattend: we mogen wijzen op de ego-aspecten van affirmeren, selfies maken, het uiten van een andere mening en het helpen van anderen. Deze ego aspecten zijn dikwijls aanwezig.
Het wordt echter wat anders als we menen dat anderen zich hierdoor schuldig en minderwaardig kunnen maken. Voel ik me superieur ten opzichte van degene die affirmeert of zichzelf veelvuldig afbeeldt? En zie ik in de uiting van een andere mening een aanval? Zie ik in een helpende hand altijd het ego aan het werk? Dan heb ik vergevingswerk te doen omdat ik hiermee ervoor kies om vast te houden aan geloof in afscheiding en schuld.

WB 196: Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen

Toch!

Een paar jaar geleden had ik leuke discussies met medestudenten over “The end of death” van Nouk Sanchez. Het is een prachtig boek. Ik merkte echter dat ons ego het graag voor zijn karretje wil spannen. “Zie je nou wel; er is toch niks mis met streven naar lichamelijke genezing. Sterker nog, dit hoort er gewoon bij!”

Dit enthousiasme van broeders en zusters over de mogelijkheid van lichamelijke genezing maakte bij mij een “toch” wakker. Want toch is lichamelijke genezing nooit het doel maar hoogstens een prachtig bijproduct van een genezen denkgeest. Moeten we onze lichamelijke ongemakken dan maar voor lief nemen? Erin berusten? Nee, we mogen ze zien als leermiddelen. Ze illustreren ons geloof in lichamelijkheid en deze vergissing in onze denkgeest dient genezen te worden. We zijn geen lichamen en als we ons openen voor liefde dan kan ons dit getoond worden. Lichamelijke genezing kan daarbij een getuigenis vormen van de macht van de Zoon van God. Kijk maar naar Jezus in het Nieuwe Testament. Hij vergaf allereerst en bovenal zonden. Niet in de zin van het kwijtschelden van een welverdiende straf voor een moreel delict. Nee, hij wees erop dat het Koninkrijk reeds onder ons is; de afscheiding heeft niet plaatsgevonden. Vertrouwen hierop, overgave aan Jezus als symbool voor onze ware aard, herstelt het besef van onze ware identiteit. Zo genezen we werkelijk en hebben we geen behoefte meer aan een ziek lichaam om ons vast te houden in ons geloof in kwetsbaarheid en lichamelijkheid.

Laatste jaren reageer ik met evenveel passie op het andere uiterste, op doorgeschoten non-dualisme. Deze visie klinkt door in de latere werken van Ken Wapnick waarin een, in mijn ogen, eenzijdig accent wordt gelegd op het non-duale karakter van de werkelijkheid. Ik vermoed dat deze grote leraar een krachtig tegengeluid wilde laten horen aan ons ego dat zo geneigd is om op te splitsen en de droomwereld echt te maken. Er is geen opzichzelfstaande droomwereld. Om onze denkgeest te corrigeren heeft Wapnick (te?) zware accenten geplaatst:

  • Er zijn geen anderen
  • De Heilige Geest is slechts een herinnering aan de eenheid
  • De Heilige Geest handelt dus zeker niet in de wereld.
  • Sterker nog; God weet niks van onze wereld
  • Wij moeten geen “good-doers” worden; als je goed wilt doen in de wereld dan maak je deze echt. Het is een ego-gedoe, een valstrik.

Ook nu reageer ik met “toch”. Toch zijn er Broeders (meervoud), toch is de HG Gods schepping, toch handelt de HG in de droom zonder deze echt te maken, toch houdt de Vader van ons, toch mag liefde door onze genezen denkgeest naar onze broeders stromen en zich uitdrukken in de droom.

Toch!

Gisteren schreef ik in een blog weer een keer over de vrijheid die we hebben om liefde zich te laten uitdrukken in de droomwereld. Niet als doel voor ons kleine zelf maar als expressie van haar ware natuur. Liefde wil uitbreiden, genezen, aanraken en is in het geheel niet bang om dat te symboliseren in onze wereld. Goddank! De Cursus is doordrongen van dit mysterie. Vanuit ons ego is het altijd “of of”. Of we mogen streven naar lichamelijke genezing of me mogen juist helemaal niks in de wereld. Lees met me mee in de werkboekles (193) van vandaag en vier feest samen met mij:

God heeft geen weet van leren. Toch breidt Zijn Wil zich uit tot wat Hij niet begrijpt, omdat Hij wil dat het geluk dat Zijn Zoon van Hem heeft geërfd, onverstoord blijft, dat het eeuwig is en altijd aan reikwijdte wint, eeuwig uitdijt in de vreugde van de volle schepping, en eeuwig open en volkomen grenzeloos is in Hem. Dat is Zijn Wil. En dus verschaft Zijn Wil het middel om te waarborgen dat die wordt volbracht.

Zie je het? Wapnick heeft helemaal gelijk als hij zegt dat God niet meegaat in onze illusie van de wereld. Maar dan het voor ons onbegrijpelijke: toch verschaft zijn wil ons een middel! Halleluja!

God ziet geen tegenstrijdigheden. Maar Zijn Zoon gelooft dat hij die ziet. Dus heeft hij Iemand nodig die zijn foutieve blik kan corrigeren en hem de visie kan geven die hem terugleidt naar waar waarneming ophoudt. God neemt in het geheel niet waar. Toch is Hij het die het middel verschaft waardoor waarneming waar en mooi genoeg gemaakt wordt om er het licht van de Hemel op te laten schijnen.

Nog een keer erop en erover: we krijgen Iemand, met een hoofdletter I: de Heilige Geest. En weer wordt er gesproken over “middel”.

God maakt dus onze illusie niet echt maar is toch niet bang om zich te verlagen via “middelen”, “iemand die komt corrigeren” en (hoewel voor God waarneming geen rol speelt) het corrigeren van onze waarneming. God reikt zich uit in onze droom om ons te helpen leren zien dat er niks te helpen valt. Dit is symbolisch voor de weg die ook wij mogen gaan. Nee, we hoeven niet vanuit ons kleine zelf te streven naar verbetering van de wereld. Maar “ja”; we mogen de liefde laten stromen en hoeven daar geen middel (=actie in de droom) voor te schuwen. Nog een citaat:

God ziet niet graag dat jij zo lijdt. Hij wil jou helpen jezelf te vergeven.

 En dát mag onze houding zijn naar onszelf en naar onze broeders. We mogen genezing van onze denkgeest voor onszelf aanvaarden en vervolgens gestalte geven aan onze ware natuur: wij willen onze broeders helpen zichzelf te vergeven en zij hebben iemand nodig die hen het middel verschaft om hun foute blik te corrigeren. We mogen onszelf en iedereen het wonder van vergeving bieden. In feite zit de hele paradoxale en mysterieuze oproep van de Cursus in die ene zin die herhaald wordt in deze les:

Ik zal vergeven en dit zal verdwijnen

 Het ego aan het woord:

“huh, er is toch niks dus ik hoef toch niks te doen?” Of juist: “Zie je nu wel, er is een groot probleem en daar moet ik vanaf!”

Nee, er is niks gebeurd en er is niks aan de hand maar binnen de droom lijkt het wel degelijk of er iets gecorrigeerd moet worden en daar hebben we hulp bij nodig van de Heilige Geest. Dus laat dat verstand van ons dat steeds maar wil kiezen zwijgen. Er is geen keuze tussen “alleen onze eigen perceptie corrigeren” en “liefde laten stromen, zelfs binnen de droomwereld”. Onze liefde mag omlaag gebracht worden naar de aarde om deze te verheffen tot de hemel!

Ik zal vergeven en dit zal verdwijnen.

Herhaal bij iedere ongerustheid, iedere zorg, en elke vorm van lijden precies deze zelfde woorden.  En dan heb je de sleutel in handen die de Hemelpoort opent en de Liefde van God de Vader eindelijk naar de aarde omlaagbrengt om haar tot de Hemel te verheffen. God Zelf zal deze laatste stap zetten. Weiger de kleine stapjes niet die Hij jou vraagt naar Hem te zetten.

 

Vergeef, zwijg en doe niks!

Dat is ongeveer het resultaat van een eenzijdige versie van ECIW die zich uitsluitend richt op het corrigeren van de perceptie ten behoeve van eigen vrede en gemoedsrust. Dit corrigeren van eigen perceptie is inderdaad een zeer belangrijke stap in het vergevingsproces maar het einddoel is niet een happy de peppie zelfingenomen en passief zelf met een kleine z. Liefde kan zichzelf wel degelijk uiten in de droom en zo de mysterieuze eenheid en verbondenheid zelfs in de droomwereld illustreren.

Vanuit de optiek van het afgescheiden zelf is het voldoende om zelf gelukkig en tevreden te zijn, bestaat er geen buitenwereld en geen anderen en hoef je dus ook niks te doen. Dit klopt deels en tevens schuilt er een ego-list achter. Want jij hoeft inderdaad niks te doen vanuit het kleine zelf, maar dat wil niet zeggen dat er niet van alles via dit kleine zelf binnen onze droomwereld gedaan kan worden vanuit liefde, vanuit het ondeelbare Zelf. De vraag is vanwaar het handelen in de droom komt: vanuit geloof in afgescheidenheid (angst) of vanuit liefde.

Waarom dit epistel? Omdat ik merk dat sommige cursusstudenten iedere actiebereidheid lijken te veroordelen als uiting van het ego. Strijd jij nog voor het behoud van bomen? Dan geloof je nog dat de droomwereld echt is en heb je vergevingswerk te doen in je denkgeest! Er zijn geen bomen, er is geen lichaam dat bedreigd kan worden door een vervuilde aarde. Alles gebeurt immers in die denkgeest en daar is genezing nodig.

Het is een vorm van niveauverwarring. Op niveau I is er inderdaad geen belang van een dode boom oorlog, dierenleed, egocentrisme, narcisme, ziekte en dood. Als we het geloof hierin echter hebben laten genezen dan kan liefde (en niet angst) handelend optreden in onze droomwereld. Dat vind ik zo heerlijk aan Jezus in het Nieuwe Testament. Hij zag dat de hemel hier al is en toch voedde hij de hongerige mensen en genas hij zieken. Hij corrigeerde niet slechts zijn perceptie, bleef niet zelfingenomen en tevreden zitten om te laten zien dat niks zijn innerlijke rust kon verstoren. Liefde sprak en handelde door hem heen.

Zo ook met ons. We kunnen “strijden” in woord en daad binnen de droom en onze broeders waarschuwen tegen de “gevolgen” van ego-gericht denken. Op niveau I zijn er inderdaad geen gevolgen, op niveau II mogen we liefde echter de functie laten vervullen die ze wil illustreren in de droom. We dienen hierbij steeds te onderzoeken naar welke stem we hierbij luisteren; die van ons ego (angst) of de zachte stem van de Heilige Geest (liefde).

Omgekeerd hoeven we onze broeders niet te corrigeren als we hen bezig zien met “actievoeren” en menen dat we hen moeten aansporen zich vooral te beperken tot het corrigeren van hun perceptie. Nee, misschien inspireert de liefde ons ook wel om op te staan, ons uit te spreken en de handen uit de droom-mouwen te steken. De vorm doet er niet toe; de bron des te meer.

“Vergeef en spreek en handel gerust als liefde je dit ingeeft”

Les 192: Ik heb een functie die God me graag vervullen ziet.

Gevangen in pijn?

Les 190; houd je vast:

“Pijn is een verkeerd perspectief. Wanneer ze in enige vorm ervaren wordt is dat een bewijs van zelfbedrog. Ze is in het geheel geen feit. Ze neemt geen vorm aan die niet zal verdwijnen als die juist wordt bezien.”

 Lekkere binnenkomer! Jezus parachuteert ons in deze les direct in het hart van de metafysica van de Cursus. Hoe reageren we op deze openingszinnen? Misschien wel met boosheid. Dit mag je toch niet zomaar zeggen? Hoe wreed is dit wanneer je het uitspreekt tegen iemand die ligt te kronkelen van de pijn? Het is ook niet de bedoeling dat wij, terwijl we eventjes nergens last van hebben, deze woorden uitspreken tegen iemand die hevige pijn ervaart en al helemaal niet tegen iemand die geen cursusstudent is. Deze waarheid is onderdeel van onze leerweg. Wij mogen ermee aan de gang, ons erover verwonderen en desnoods ons er boos over maken.

Een uitspraak zoals deze tilt ons boven ons droomniveau uit. Binnen de droom ervaren we pijn. We hebben het idee dat de narigheid in de droom ons gevangen houdt maar ook hier maakt de Cursus korte metten mee:

“Pijn is slechts een getuige van de vergissingen die de Zoon maakt in wat hij denkt dat hij is.”

 Die Zoon, dat zijn wij. Dus wij vergissen ons als we menen dat er ellende is die ons overkomt. Merk op hoe dit verschilt van ons diep verankerde geloof in slachtofferschap. Kijk naar binnen en zie dat je het idee hebt dat je wel verlichting wilt maar dat het nog niet lukt. En wat is verlichting anders dan afkomen van een vorm van pijn? Lichamelijke, psychische of emotionele pijn, het doet er niet toe. Jezus zegt hierover:

“Het zijn alleen jouw gedachten die je pijn bezorgen. Niets buiten je denkgeest kan jou op enigerlei wijze schaden of verwonden. Er is geen oorzaak buiten jezelf die op je neer kan komen en bedruktheid kan brengen. Niemand anders dan jij beïnvloedt jou. Er is niets ter wereld dat de macht heeft jou ziek, bedroefd, zwak of fragiel te maken.”

 Dit is zo enorm confronterend voor ons ego. Het is een bron van grote verontwaardiging. Is dit dan ons eigen schuld? Nee, schuld niet, onbewuste keuze wel. Pijn heeft een functie voor het ego. Jezus zegt dat pijn een valse getuige is. Waarvan getuigt deze pijn dan zo valselijk? Pijn vertelt ons dat ons iets overkomt wat we niet willen. Jezus leert ons echter in de Cursus dat we stiekem wél de boodschap van deze valse getuige willen geloven. De verborgen boodschap is namelijk: doordat je pijn ervaart word je bevestigd in het geloof een afgescheiden, kwetsbaar zelf te zijn. Onderzoek dit aspect voor jezelf. Wat zegt die hoofdpijn je? Is het niet dat je een lichaam bent met een hoofd en dat dit lichaam pijnlijk kan lijden? Wat blijft er over van hoofdpijn als je lichaam niet echt is? Vervolgens trekt Jezus alle registers open en spaart hij ons niet:

“Pijn is het losgeld dat jij graag betaald hebt om niet vrij te zijn.”

 Wij kiezen graag (!) voor pijn om onvrijheid (afgescheidenheid) te ervaren. Hoe bizar is dit? Het ego is nu helemaal in het nauw gedreven. Merk je weerstand op, je vragen, je aanklacht tegen deze woorden en daarmee tegen God.

Maar dan straalt Jezus’ liefde ons met onweerstaanbare kracht tegemoet uit de werkboekles. Hij roept ons op om te stoppen met de waanzin met krachtige en beeldende woorden:

“Leg het wrede zwaard des oordeels neer dat je tegen je eigen keel houdt, en stop de vernietigende aanslagen waarmee jij je heiligheid probeert te verbergen.”

Hij brengt onze geheime agenda aan het licht: het verbergen van onze heiligheid, onze heelheid, eenheid, onbegrensdheid, onkwetsbaarheid. Niets werkelijks kan bedreigd worden; wij kunnen niet bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat: ons kwetsbare sterfelijke lichaam bestaat niet. Het feest kan beginnen:

“Dit is de dag waarop het jou gegeven is de les te begrijpen die heel de kracht van de verlossing bevat. Het is deze: pijn is illusie, vreugde werkelijkheid. Pijn is niets dan slaap, vreugde is ontwaken. Pijn is bedrog, alleen vreugde is waarheid.”

 Gesel jezelf niet als je pijn ervaart. Je bent niet schuldig en zelfs niet stom of traag van begrip. Weet je wat je bent? Je bent een geliefd kind van de Vader, mijn broeder, mijn zuster. Geloof je pijn desnoods voor 99% maar nooit voor 100%. En til met je laatste kracht die 1% omhoog, naar Hem vanuit je wanhoop. “Heer ik twijfel zo, ik vecht zo en slechts dit kleine procentje hoop kan ik nu opbrengen en U aanbieden. Neem het aan uit mijn bevende handen en vermenigvuldig het. Maak van het ene visje een maaltijd voor velen, vermenigvuldig dit brood, verander water in wijn, laat uit dit mosterdzaadje van minuscule hoop een machtige boom van liefde groeien.” Wat kan ik nog zeggen? Alleen dit:

Laat onze dankbaarheid jegens onze Leraar ons hart vervullen, nu we vrij zijn onze vreugde te kiezen in plaats van pijn, onze heiligheid in plaats van zonde, de vrede van God in plaats van strijd, en het licht van de Hemel in plaats van de duisternis van de wereld.

 

Willen we boos zijn?

We kunnen boos zijn op een ander of op onszelf. Voorbeelden van boosheid gericht op een ander hoef ik niet te geven. Boosheid gericht op jezelf kan vormen aannemen als zelfverwijt, spijt of schaamte. Als men ons vraagt of we blij zijn met boosheid dan antwoorden we snel dat we liever niet boos zouden zijn. En dit antwoord geloven we zelf.

Maar wat als de vraagsteller ons dan voorstelt om de boosheid eens gewoon los te laten? Voorbeeld: je vindt dat iemand zich aan zijn afspraak had moeten houden en je hebt een uur voor niks gewacht. Een “goede” reden blijkt er niet te zijn geweest. “Gewoon vergeten”, krijg je te horen. Niet eens met “sorry” erbij. Je bent gewoon boos. Terecht! Of je bent zelf degene die de afspraak vergeten was. Die ander heeft een uur bij de bushalte gewacht maar je kwam maar niet. Je hebt je uitgeput in verontschuldigingen maar hoe kon je zo stom zijn?

Kun je van het ene op het andere moment de beschuldiging loslaten? Besluiten dat de ander nul schuld heeft of dat je zelf nul schuld hebt. Dat het slechts een vergissing betrof? Het moment dat de mogelijkheid tot een dergelijke totale vergeving opkomt in de denkgeest is interessant. Kijk er maar eens naar. Zie je dat het makkelijker is gezegd dan gedaan? Dat de neiging om te blijven beschuldigen aan je vast lijkt te kleven? Zo maar de schuldige “off the hook” laten? Dat is toch je kop in het zand steken. Dat is toch haast ongepast? Dat is toch een vrijbrief voor totaal asociaal en onaangepast gedrag?

Dat kan maar hoeft dus niet. De vraag is wie er aan het roer staat. Het ego kan ook, vooral bij een beschuldiging aan het adres van een ander, zoiets zeggen als: Barst maar, zak er maar in! Maar dit is een verheerlijking van de afscheiding en voelt als verharding. Maar vergeving komt niet voort uit onverschilligheid maar uit liefde. Dus experimenteer eens met het binnen laten van liefde.

Nu kan je iets raars opmerken. Je wilt je boosheid helemaal niet loslaten en de liefde de vrede laten herstellen. Die ander is gewoon hartstikke fout! Of dat schuldgevoel lijkt te plakken aan jezelf. Je bent er als het ware een slachtoffer van en het achtervolgt je, je ligt er wakker van. Kun je die weerstand tegen de liefde ervaren? Raar toch?

Wat je zo doet is het blootleggen van de drijfveer van het ego. Gek genoeg maakt het voor het ego niet veel uit wie we schuldig verklaren. Die ander, jezelf, God of omstandigheden. Iemand of iets moet schuldig zijn. Schuldgevoel is een feestje voor het ego, voor het gevoel van afscheiding en daarom wil het niets weten van het binnenlaten van liefde. Dat kun je ervaren. En nu ben je op een sleutelpunt. De vraag die de Cursus ergens stelt: wil je gelijk hebben of vrede ervaren? Het is nu duidelijk wat je kleine wil is: gelijk hebben; ik versus de ander of desnoods ik versus mezelf.

Als je hier bent aangekomen mag je glimlachen en met een kleine bereidheid de liefde toch uitnodigen. Ga je niet opnieuw schamen over die neiging om je vast te klampen aan het beschuldigen.

“Kom maar liefde, kom maar Heilige Geest. Vanuit mijn kleine zelf wil ik vasthouden aan mijn boosheid maar nu kies ik voor Uw kracht, Uw Liefde. Kom maar en genees me opdat ik mijn echte Wil mag leren kennen. Om de vrede te ervaren die alle verstand te boven gaat”.

 

Psychische- en lichamelijke ziekten

Aandoeningen als depressie en angststoornissen kun je wél genezen door positief denken maar puur lichamelijke ziekten zoals HIV of een gebroken been niet. Dit was ruwweg de strekking van de aflevering van “Yes ik ben” die ik gisteren bekeek. De reden hiervoor zou duidelijk zijn: via je gedachten kun je invloed uitoefenen op bepaalde stofjes in je hersenen die te maken hebben met zaken als stemming en angst. Maar dit geldt niet bij de harde fysieke kwalen. In genoemd programma werd gewezen op het gevaar van vertrouwen op positief denken bij lichamelijke ziekten zoals kanker. Bij mij komt dan Sylvia Millecam in gedachten die vertrouwde op genezing door bezoek aan het medium Jomanda en toch overleed.

In genoemd programma kwam een vrouw aan het woord die genezen was van kanker maar helemaal niets moest hebben van die nadruk op genezen door positief denken. Ze wees op het gevaar van het omkeren van deze manier van denken: als je ziek wordt of blijft heb je kennelijk niet positief genoeg gedacht.

Ik merk dat in Cursus-land ook verwarring bestaat over genezing door de toepassen van de Cursus. Het zijn steeds weer dezelfde vragen die naar boven komen:

  • Ik ben ziek maar het wonder van genezing blijft uit terwijl ik toch zo hard m’n best doe met de Cursus.
  • Zit er dan toch nog ergens verborgen schuld?
  • Hoe kan het toch dat ook Cursus-leraren sterven aan kanker; dat klopt toch helemaal niet met wat ze onderwijzen?

Het woord wat telkens weer van toepassing is op deze vragen, discussies en twijfels is: Niveauverwarring. Maar ook hier moeten we oppassen dat we niet schermen met een kreet en denken dat hiermee de kous af is. Pas als we iets gaan ervaren van dat mysterieuze niveau 1, de absolute liefde die je bent, kun je zicht krijgen op deze kwesties. Het lastige is dat wanneer ik er zo droog over schrijf, het mysterie teruggebracht dreigt te worden tot niveau 2 en daarmee voer wordt voor het ego dat er verward mee aan de haal wil. Toch een poging:

  • Zowel onze psychosomatische- als onze fysieke kwalen behoren volgens de Cursus tot illusoire beelden binnen onze droom. Het onderscheid wat wij binnen deze droom maken is dat tussen ziektes die te beïnvloeden zijn door endorfinen, neurotransmitters enzovoorts en zaken als beenbreuken. Wij introduceren dus op onze beurt ook twee niveaus (psychosomatisch en puur fysiek) maar dit zijn niveaus 2a en 2b. Ze hebben niks te maken met niveau 1. Wij zijn geen lichaam
  • Volgens de Cursus kan de denkgeest ziek zijn en menen dat er sprake is van afscheiding. Om dit voor zichzelf te bewijzen heeft het onder andere lichamen geprojecteerd. Zowel het gezonde lichaam als het ziek lichaam is illusoir en geloof erin is dus geloof in de echtheid van de afscheiding. Dit geloof mag vergeven , genezen worden.
  • Zowel een gezond lichaam als een ziek lichaam is neutraal en het is de betekenis die wij eraan geven die bepalend is. Als wij geloven dat we een lichaam zijn dan buigen we voor de afgod van dit lichaam. Dat doen we als we erg bezig zijn met het koesteren van dit lichaam en vooral als we sidderen voor ziekte en dood. NB: dit is gewoonlijk het moment dat het ego de boel wil omkeren en zich boos afvraagt of genieten van een gezond lichaam dan zondig is. Nee dus. Zonde is synoniem met geloof in afscheiding, niet meer dan een vergissing, en geloven in het belang van gezondheid of het belang van ziekte kan ons nooit schuldig maken.
  • Genezing is niet het genezen van een ziek lichaam. We mogen blij zijn over een gezond lichaam en feest vieren binnen de droom maar onze grenzeloze opluchting dat we eindelijk weer een gezond lichaam hebben kan duiden op een sterke identificatie met dat lichaam. De denkgeest is dan allerminst genezen.
  • Een totaal genezen denkgeest kan vanuit niveau 2 bezien gewoon sterven. Hij legt dan vredig zijn communicatiemiddel, het lichaam, af. Dan roepen we toch ook niet dat er kennelijk iets fout is gegaan?
  • Was dit niet de ultieme boodschap van Jezus? Hij leek te sterven aan het kruis maar dat bleek niet zo echt te zijn als wij dachten. Hij bouwde na zijn “dood” gewoon weer even een lichaam op om te communiceren met zijn volgelingen.
  • Hoe moeten we dan omgaan met al die klachten? Zowel de psychosomatische als de puur fysieke? Voor beiden (dus 2a en 2b) mogen we normaal (=illusoir) doen en, vanuit niveau 1 bezien, kiezen voor een magische aanpak: naar een psycholoog of dokter gaan of medicijnen slikken. Niks mis mee, niet zondig of minderwaardig.
  • Ziekte en lichamelijk ongemak is echter uiteindelijk een uitnodiging om een vergevingsles te leren. Onze niveau 2 ervaring probeert ons te bestendigen in ons geloof in lichamelijkheid. Dit is een gelegenheid om liefde uit te nodigen om ons een andere visie op onze Identiteit te leren. De belangrijke vraag is of we de liefde durven binnen te laten in onze situatie of in de situatie die we zien bij onze dierbaren in schijnbare nood. Geloven we de valse getuigen of de Stem in ons? Geloven we dat we lichamen zijn of Zonen van God?

En wat gebeurt er dan, als we vertrouwen op liefde en deze laten stromen? Alles is mogelijk en als het nodig is dat we communiceren met onszelf of anderen via een genezen fysiek droomlichaam dan kan dat, maar dit is niet ons kleine zelfgerichte doel. We kunnen werkelijk genezen in de denkgeest en toch lijken te sterven.

Waar focus je op?

We menen dat we aandacht geven aan wat zich aan ons voordoet. Toch? Zoals zo vaak stelt de Cursus dat het net omgekeerd is: wat zich aan ons voordoet is waar we voor gekozen hebben om aandacht aan te geven. Best vreemd. Wij denken dat het nare gedrag van iemand ons behoorlijk in beslag kan nemen. Waarom doet die vrouw zo afstandelijk? Heb ik iets verkeerd gedaan? Heeft ze geen zin meer in contact met mij? Is onze relatie dan niet meer belangrijk voor haar? Als ze zo blijft doen dan bekijkt ze het maar en heb ik ook geen zin meer om nog in onze relatie te investeren! We ervaren afstand en boosheid. We zeggen dan bijvoorbeeld dat die ander ons flink irriteert of op de zenuwen werkt.

Ondertussen weten we wel wat de Cursus ons probeert wijs te maken: die ander is een totaal schuldeloos kind van God. Zo’n standpunt kunnen we makkelijk onderschrijven als er geen kwesties spelen in ons leven maar zo simpel is het toch niet met dit mens. Ik ben ook niet de enige die dit vind, anderen hebben ook moeite met haar. Het ligt dus echt niet aan mij.

En ook dat klopt. Die vrouw is schuldeloos en jij bent dat ook. Wij kiezen er echter voor om het schuld-spel te spelen. Er moet iemand schuldig zijn en ons verdiende oordeel ondergaan. Jezus leert ons echter dat wij ervoor kiezen ons te focussen op zonde en schuld. Wij zijn geen slachtoffer van de grillen van een ander. Voor ons is dit in eerste instantie onzin. Er moet iemand fout zijn; hetzij die ander of ik. Zeker als die ander iets daadwerkelijk heeft gedaan wat echt niet kan. Het kost weinig moeite om voorbeelden te bedenken variërend van uitschelden, via een rake klap tot verkrachting en moord. Hier is toch zeker duidelijk sprake van schuld? Dit is toch niet slechts een kwestie dat ik iemand niet zo graag mag? Die ander heeft duidelijk iets verkeerds gedaan.

Gezien vanuit ons alledaagse droomniveau klopt dit. En laten we op dit niveau vooral normaal blijven doen. Het ego houdt van uitersten en wil na zo’n uiteenzetting graag verontwaardigd uitroepen dat het belachelijk is dat alles “maar moet kunnen”. Wat als het jouw kind of partner betreft? Dan piep je wel anders!

Terug naar de Cursus. Deze leert ons dat wij ervoor gekozen hebben om onze focus te richten op zonde en op schuld. Wij hebben een intentie, een verborgen agenda, een blinde vlek. We zijn namelijk verslaafd aan het ik-versus-de-ander gevoel. We hunkeren naar de illusie van afscheiding. Vanuit de eenheid, onze ware staat, wilden we ons los-denken. We wilden ons een afgescheiden zelf voelen en niet langer dat Zelf dat in eenheid verbonden is met onze Vader en met onze broeders. Deze oer-vergissing geeft ons een gevoel van oerschuld. Ook deze zijn we ons niet bewust, dat vinden we veel te heftig. Dat diepe schuldgevoel moet de denkgeest uit, dus projecteren we anderen. We projecteren geen andere broeders met wie we wonderlijk verbonden zijn in eenheid. Nee, we projecteren van ons gescheiden anderen, zondige anderen, schuldige anderen.

We projecteren lichamen, van onszelf en van anderen, die aangevallen kunnen worden. Je voelt je namelijk super afgescheiden als je kwetsbaar bent en aangevallen kunt worden. Aangevallen door anderen of door ziekte, dat doet er niet toe. Als we maar kwetsbaar zijn, slachtoffer, sterfelijk. Alles wat we menen te zien, wat onze focus heeft, schreeuwt het uit: je bent afgescheiden, kwetsbaar, sterfelijk. Die vrouw die je afstandelijk bejegent. Die lichamelijke klacht waar je zo lang last van hebt. Tot aan de koelkast die kapot gaat. Wat hebben al deze zaken met elkaar gemeen? Ze overkomen jou, jij bent de dupe. Dit horen we liever niet. We willen toch juist niet de dupe zijn? We willen toch juist goede relaties, een gezond lichaam en een goed werkende koelkast? En precies hierin zit onze blinde vlek, onze weerstand.

Moet je dit zomaar geloven van me. Nee hoor. Je kunt iets van die weerstand heel makkelijk direct ervaren. Neem maar eens iemand in gedachten met wie het momenteel niet zo botert. Dooorvoel je gevoelens en zeg dan eens tegen jezelf: “jij bent liefde, net als ik”. Bam, merk je die weerstand? Je vindt die ander helemaal geen liefde, je vindt haar schuldig. Nu is het tijd om te glimlachen. Wil je iets van de vrede ervaren, van de liefde die je bent? Verschuif dan je aandacht bewust naar de werkelijkheid. Lees werkboekles 181, die gaat hierover. Er staat:

Dit is niet wat ik wil zien. Ik vertrouw mijn broeders, zij zijn één met mij”.

Er wordt ons in deze les een sleutel aangereikt. Een machtige oplossing voor ons gevoel van slachtofferschap. Dit is vergeving. Dit is het middel om de ego-gewoonte te doorbreken en je focus te verleggen van oordeel op liefde. Alles in ons kleine zelf begint te sputteren en te protesteren. Het is aandoenlijk om te zien. Maar richt je op de liefde. Ze is middel en doel wat dus wil zeggen dat er maar één manier is om te ervaren dat je liefde bent: door liefde te geven. Amen.

 

Warm en wijs: praten over ziekte

Mogen we ziekte zomaar afdoen als een illusie? Heeft iemand met Alzheimer zelf om zijn ziekte gevraagd en welke mogelijkheid heeft deze persoon eigenlijk dan om nog te genezen? Hij kan toch niet meer vergeven en dit is toch nodig om te genezen? En zo draaien we ons vast in de illusie. Of we proberen te redden wat er te redden valt. Dan zeggen we bijvoorbeeld dat het klopt dat er psychosomatische kwalen zijn waarbij een verandering van de manier waarop we er tegen aan kijken kan leiden tot genezing. Maar er zijn dan ook “puur lichamelijke” ziekten waar we niks aan kunnen doen, zoals Alzheimer. Is het niet wreed dat de Cursus dan zegt dat alle ziekten onze eigen schuld zijn? Is dat niet erg harteloos?

En is het niet evenzo verbijsterend dat cursisten dan aangeven dat de ziekte van een ander bedoeld is om onze eigen denkgeest te genezen? Wij zouden gewoon wat anders moeten aankijken tegen de kanker van die ander opdat onze denkgeest kan genezen. Toch?

Klopt dit dan allemaal niet? Ja en nee. Zelfs de metafysica van de Cursus kan ingezet worden voor twee doeleinden: die van het ego en die van de Heilige Geest. Ik wil proberen deze uit elkaar te trekken:

Ego:

  1. Als je ziek bent dan ben je geen slachtoffer maar doe je dit jezelf aan (jij bent schuldig)
  2. Je moet je niet identificeren met je eigen zieke lichaam of dat van een ander. Je moet boven het slagveld zweven en niet geloven wat je ogen laten zien.
  3. Als je ziekte meent te zien dan vergis je je en moet je vooral niet reageren. Daarmee maak je de illusie echt.

 

Heilige Geest:

  1. Je bent inderdaad geen slachtoffer van de wereld die je ziet. Dat geldt ook voor onze broeder. Maar het ego denkt duaal: als je geen slachtoffer bent dan moet je dus een dader zijn, een schuldige. Maar zo is het niet. Slachtofferschap en daderschap, onschuld en schuld, zijn duale begrippen. Liefde kent geen tegendeel en je bent liefde. Liefde kan geen slachtoffer zijn van een droomwereld en liefde is ook geen dader van ziektes in de droom. Liefde is.
  2. De “je” die zich zogenaamd niet langer gaat identificeren is maar al te vaak hetzelfde nep-zelf, een denkbeeldig afgescheiden zelf dat onbewogen en zeer duaal alles zit te beloeren en de kloof koestert tussen de ellende van de wereld en zichzelf. Er is echter geen afgescheiden zelf die heel slim zich niet langer laat foppen. Geloof in een zelf dat zich laat foppen of in een zelf dat er niet intrapt is allebei geloof in een afgescheiden zelf, dus duaal en illusoir. Je ware Zelf is een mysterie, niet te omschrijven. Nodig de liefde uit in je waarneming, schort je oordeel even op, ontdek het en laat je verbazen.
  3. Dat zogenaamde zelf in zijn ivoren torentje wil vooral afstand bewaren, zich niet laten foppen. Het meent dat elke actie in de droom neer komt op toegeven aan de fopperij en doet dus maar lekker niks. Het wast verbaal de oren van broeders die nog geloven in echte nood; van henzelf of van de wereld. Maar de liefde die je bent zoekt juist verbinding en geen afstand. Liefde troost zelfs het kind dat bang is voor spoken onder zijn bed. Liefde lacht niet uit maar is bewogen en warm.

Dit gezegd hebbende, eerst de verstandelijk zo goed mogelijk toegepaste metafysica:

Dus terug naar onze waarneming van die hulpeloze broeder met Alzheimer. Wij beschouwen alles vanuit het standpunt van een afgescheiden zelf. Wij denken een afgescheiden zelf te zijn in een gezond lichaam en menen een afgescheiden lichaam te zien in een ziek lichaam. We kunnen niet geloven dat die andere afgescheiden zelf schuldig is aan ziekte. Dit is een dubbele vergissing: wij zijn geen gezond afgescheiden zelf en die ander is geen ziek afgescheiden zelf. Het gehele geloof in lichamelijke gezondheid of ziekte is juist bedoeld om de illusie van afgescheidenheid in stand te houden. De Cursus beweert iets dat ons verstand te boven gaat: we zouden verbonden zijn in één mysterieuze Denkgeest, één Zelf dat tijd en ruimte te boven gaat, niet lichamelijk is en waarvoor lichamelijke ziekte onmogelijk is. In deze ene Denkgeest is de illusie van lichamelijkheid, ziekte en dood binnengeslopen. Deze illusie dient vergeven te worden. Door wie; door mij of door de zieke? Dit is een foute vraag. Eigenlijk geen vraag maar een stelling die beweert dat er dus twee afgescheiden zelven zijn. Vergeving is mogelijk in die ene Denkgeest door “jouw” vergeving. Pas dan daagt er iets van het mysterie dat je niet kijkt naar een zieke broeder maar naar die ene onveranderlijke Zoon van God. Dat wonderlijke mysterie: die “ander” is niet van je gescheiden maar wel je broeder. Er is dus niet een van jou gescheiden, hulpeloos ziek zelf. Geloof hierin houdt juist de illusie in stand. Kom je hier met welbespraaktheid en slim redeneren uit? Nee; vergeef “jouw” foute perceptie om te ervaren dat het waar is. Verstandelijk begrijpen lukt niet in het domein dat ons verstand te boven gaat. Vergeven en vertrouwen gaan vooraf aan visie en visie is direct inzicht en meer dan “ons” begrip.

Maar als we de verstandelijke metafysica-taal gebruiken en als dit wordt gehoord door een broeder die meent in nood te zijn dan ervaart deze abstracte afstandelijkheid, afwijzing, onbegrip. Denk aan het bange kindje. Je zegt toch niet: “luister eens jong mens. Het is klip en klaar; spoken bestaan niet, dat is wetenschappelijk vastgesteld. Dus je angst is ongegrond en zelfs een beetje kinderachtig en belachelijk. Zie je het nu?”

Nee! Je neemt het kindje op schoot en zegt: “kom maar hier lieverd, gaat het een beetje. Er kan je niks gebeuren want ik ben bij je en ik houd je vast, wat er ook gebeurt. Ik hou zo veel van je. En zullen we nu eens heel voorzichtig samen onder het bed kijken? Spannend hé? Kom maar, kijk maar. Hé, ik zie niks. Zie jij wat? Nou, gelukkig maar. Papa dacht vroeger ook vaak dat er spoken onder zijn bed zaten maar dat bleek nooit waar te zijn. Grappig hé?”

En dit is geen oproep tot spirituele arrogantie ten opzichte van broeders die het nog niet zo helder zien. Want zo treden we allemaal vooral en allereerst onze eigen angst en twijfel tegemoet als we naar Jezus gaan of ons uitstrekken naar de Heilige Geest. We zijn allemaal bange verdwaasde kinderen die warme en wijze troost nodig hebben. In die volgorde: warm en wijs.

 

 

Is luisteren naar de HG niet genoeg?

Een medestudent van de Cursus stelde me de volgende mooie vraag:

“Is het niet allemaal illusie en is alles wat we nodig hebben onze eigen bereidwilligheid om te luisteren naar de stem namens God en daarin de eenheid te ervaren met Al wat is…”

Het is een vraag die ik vaker krijg, vooral op momenten dat er een gedachtewisseling plaatsvindt over een of andere ECIW-kwestie. Wellicht is het soms zelfs iets meer dan een vraag en eigenlijk een stelling of zelfs een poging tot correctie:

“Houd nu eens gewoon op met dat verstandelijke gediscussieer; de Cursus is toch niet te begrijpen en uiteindelijk komt het toch neer op het aanvaarden van de leiding door de Heilige Geest zodat we de liefde en eenheid mogen ervaren”.

Dit commentaar kan ook wel eens de vorm aannemen van:

“Neem het toch niet zo serieus: zet je clownsneus op en lach gewoon op onze pogingen om de Cursus te begrijpen”.

Ik meen dat nuance hier erg op zijn plaats is om te voorkomen dat we verzanden in een eenzijdige blik op de Cursus. Want:

Ja: De hele droomwereld leek te ontstaan toen de Zoon van God vergat te lachen en het relativeren van ons verstand en van onze poging om hiermee zaken te begrijpen is op zijn plaats.

En nogmaals ja: het vragen om leiding aan de HG is ongeveer het beste advies dat we kunnen volgen.

Maar dit gezegd hebbende kunnen we ook nadenken over het volgende. Jezus heeft zich de moeite getroost om gedurende jaren met Helen Schucman te communiceren met als resultaat een dik blauw boek met meer dan 1300 bladzijden. Wie de ontstaansgeschiedenis van de Cursus leest zal onder de indruk raken van de nauwgezetheid die hierbij nodig was. En in dat dikke blauwe boek staan inderdaad veel teksten over het volgen van die Stem en over de beperking van ons verstand. Maar het volgende is niet gebeurd.

Jezus heeft niet een uurtje gezellig met Helen aan de keukentafel gezeten en met een feestneus op zitten lachen om al die mensen die zo moeilijk aan het doen zijn. Hij heeft haar niet één klein papiertje gegeven met daarop de tekst: “vergeet alles en vraag slechts de leiding van de HG”. Hoewel dit de uiteindelijke clou kan zijn van de Cursus is dit niet wat gebeurd is.

En natuurlijk moeten we geen schriftgeleerden worden. En nadat we de Cursus één of meerdere jaren bestudeerd hebben (onder leiding van de HG!) zal er een verschuiving optreden waarbij steeds meer geleefd wordt vanuit die directe leiding door de HG. Overigens schieten hierbij bij mij steeds prachtige teksten uit dat zelfde blauwe boek te binnen. Maar laten we ons herinneren dat Jezus, geleid door de HG, wel degelijk woorden gebruikte om onze ego-constructen te ontmantelen. En tevens dat hij hier veel aandacht aan besteed heeft. Wat zou het dan kunnen zijn dat wij besluiten dat dit niet meer zo nodig is? Dat lezen in de Cursus en het doen van werkboeklessen eigenlijk niet hoeft? Vanwaar komt die weerstand? Laten we dit voor onszelf onderzoeken. Niet te serieus en vooral terwijl we ons uitstrekken naar de leiding door de Heilige Geest.

 

 

Kritiek op ECIW en mijn reactie

Cursusstudenten met een klassiek Christelijke achtergrond kunnen geplaagd worden door twijfel en schuldgevoel. Voor hen, maar ook voor iedereen die contact heeft met Christenen, onderstaande kritiek op ECIW door Hr Guyt en mij reactie hierop.

Is “Een Cursus in wonderen” het Derde Testament?

Piet Guyt

http://www.apologetique.org/nl/artikelen/religie/religies/New_Age/PG_Cursus_wonderen.htm

Conclusie

De Course lijkt in eerste instantie een mooi boek, immers er staan verheven uitspraken in, en hier en daar ook op zich wel juiste uitspraken (dat geldt trouwens ook voor andere spirituele boeken, zoals bijv. de vedische geschriften en boeken van soefi’s), maar het blijkt in wezen een onrealistisch boek te zijn. De “oplossing”, die de Course pretendeert, is eenvoudig het ontkennen van de werkelijkheid van de zondeval als gevolg van de ongehoorzaamheid van de mens. Immers de Course stelt, dat je datgene wat niet had moeten gebeuren, gewoon als onwerkelijk beschouwen moet. Het is fantasie, wishfull thinking. Je zou de kern van de visie van de Course als volgt kunnen formuleren: de oorzaak van het probleem is dat gedàcht wordt, dat er een probleem is, terwijl dit er in werkelijkheid niet is.

Vanuit bijbels perspectief blijkt de Course bovendien een uitermate bedrieglijk boek te zijn, omdat het aan de werkelijke Bijbelse boodschap niet alleen voorbijgaat, maar zelfs suggereert, dat de mens de Bijbelse boodschap niet nodig heeft. Daarom is ook het offer van Jezus volgens de filosofie van de Course niet nodig. Er is er maar één, die daar belang bij heeft, namelijk de duivel, die door Jezus Christus overwonnen is. Als de Course werkelijk een herformulering van het Nieuwe Testament, en werkelijk een heilzame ‘correctie’ op een aantal traditioneel-christelijke dogma’s zou zijn, zoals één van de vertalers van de Course, namelijk W. Glaudemans, heeft gezegd, dan zou er toch een duidelijke koppeling moeten zijn gelegd tussen de Bijbel en de Course. En dat is niet gebeurd. Integendeel, er zijn (bewust?) begrippen met een totaal andere inhoud gehanteerd, waardoor een gigantische begripsverwarring ontstaat.

De Course blijkt geen enkel fundament blijken te hebben. Het geheel is eigenlijk een filosofisch denksysteem, dat gebaseerd is op enerzijds ontkenning en anderzijds visualisatie. Goedbedoelende mensen zouden graag willen, dat de Course waar zou zijn, maar het is niet waar. Men wordt beziggehouden met een systeem, dat een oplossing pretendeert, maar geen oplossing is. Hooguit kunnen mensen met de Course zichzelf tijdelijk opkrikken, maar vroeger of later zal de ingebeelde “werkelijkheid” instorten, want het heeft geen reële basis. Sommigen hebben dat al ervaren (lit. 11) en velen zullen nog volgen. Alleen de bijbelse visie, waar God Zelf achter staat, sterker nog, door God Zelf geïnspireerd is, blijkt een hecht fundament te hebben, namelijk het Verlossingswerk van Jezus Christus. De misleiding van de Course is gelegen in het feit, dat dit omzeild wordt, ook al wordt er over verlossing gesproken, zelfs met het noemen van de Heilige Geest erbij (in de eerder genoemde stap 3). De Bijbel is echter heel eerlijk. Zij vraagt erkenning en belijdenis van gedane zonden, maar geeft de oplossing in het bevrijdingswerk van Jezus Christus. God wil een Vader zijn, en Hij wil, dat de mens als kind van God groeit naar de geestelijke volwassenheid en volmaaktheid door de kracht van de Heilige Geest, die God wil geven aan hen die Jezus Christus als hun Heiland aanvaard hebben.

In de Course wordt een valse Jezus als woordvoerder ten tonele gevoerd, die de realiteit van het bestaan van de duivel verzwijgt. En dat terwijl Jezus Christus juist kwam om de werken van de duivel te verbreken, en daarvoor Zijn zondeloos leven gaf op Golgotha. De Course is dus beslist niet op te vatten als het Derde Testament. De oorsprong van de Course is het rijk van …… de duivel zelf.

Commentaar op Piet Guyt

Wat me altijd treft bij dit soort commentaren is dat de criticus a priori kiest voor een uitgangspunt en dit als onwankelbaar fundament beschouwt waaraan in dit geval Een Cursus in Wonderen (ECIW) getoetst zal worden. Het fundament van Piet Guyt betreft het klassiek Christelijk geloof in een God die de wereld geschapen heeft, de mens die rebelleert tegen het gezag van deze God (de zondeval) omdat hij luistert naar een gevallen schepsel van God, de duivel. De relatie tussen mens en God zou nu verstoord zijn en de mens zou de doodstraf verdienen. Gelukkig zou er een Goddelijke uitweg zijn. Omdat aan die straf niet te ontkomen zou zijn moet er iemand zijn die deze straf zal dragen. Die iemand is dan Jezus, een Godenzoon die zelf niet gezondigd heeft en voor ons de doodstraf draagt aan het kruis. Als we dit “offer” aannemen dan is God weer goedgemutst en gunt ons de leiding door de Heilige Geest in dit aardse leven en een eeuwig leven na onze fysieke dood. Mensen die dit moeilijk kunnen geloven verwerpen in deze optiek de verzoening en zullen in de hel belanden. De duivel vindt deze boodschap van redding heel bedreigend en bedenkt bedrieglijke versies hiervan. Een Cursus in Wonderen zou zo’n bedrieglijke versie zijn en mensen in ongeluk storten en voorsorteren voor de hel.

Het gehele artikel van Guyt is verklaarbaar als je bedenkt dat dit zijn referentiekader vormt. Maar daarmee ontwijkt Guyt nu precies de werkelijke discussie. Hij verkiest ECIW te beoordelen en veroordelen uitgaande van een akelig Godsbeeld dat juist door ECIW eindelijk gecorrigeerd is. En daarin zit nu juist de kern van de kwestie. En nu kan ik het heel kort houden door de twee Godsbeelden naast elkaar te zetten:

Piet Guyt (klassiek Christelijke opvatting): God heeft engelen geschapen maar sommige hiervan, waaronder de duivel, verwierpen zijn gezag. God heeft ook mensen gemaakt en ook zij verwierpen, ingefluisterd door de duivel, zijn gezag. Daardoor werden ze moreel zondig en schuldig. Ze zouden zich in ieder geval wat beter moeten gedragen (de tien geboden) maar verdienen straf (dieroffers). Die dieroffers waren God echter niet genoeg. Pas toen zijn zondeloze zoon Jezus de doodstraf kreeg was God weer tevreden. Maar dan moeten wij wel berouw hebben over onze zonden en dit verhaal geloven. Anders blijft God boos en moeten we eeuwig tandenknarsen in de hel.

ECIW: God is onbegrensde en eeuwige liefde en dit is ook onze ware natuur. Wij wilden ons echter graag afgescheiden en begrensd voelen en kozen ervoor God te vergeten. Dit doen we door vanuit de onbegrensde denkgeest een lichaam, een wereld, tijd en ruimte te projecteren. Hierin ervaren we van alles wat onze afgescheiden droomstaat in stand houdt: oordeel, aanval, verdediging, ziekte, dood. Hoe kunnen we onze ware aard weer herinneren? Liefde is hierbij zowel middel als doel. Jezus leefde ons dit voor in de Bijbel. Door God en onze naasten lief te hebben als onszelf herinneren we ons weer wie we werkelijk zijn. Dit lukt niet op “eigen” kracht, we hebben geen kracht als denkbeeldig afgescheiden zelf. Het antwoord is daarom de overgave aan de Heilige Geest die we gemeen hebben met Jezus en die ons herinnert aan ons Zoonschap. Deze uitnodiging is voor elk mens, niet alleen voor mensen die geloof hechten aan een verhaal van schuld, straf en genoegdoening.

Ik ben me ervan bewust dat woorden slechts symbolen zijn en nooit die mysterieuze werkelijkheid kunnen duiden. Maar zelfs op ons droomniveau kunnen we het verschil “proeven” tussen de visie van Guyt en die van ECIW. Bij Guyt proef ik vooral angst. Want oei, oei: wat gebeurt er met ons als we niet geloven in het plaatsvervangende lijden, in het offer, van Jezus? We krijgen te maken met een straffende vader die ervoor kiest om ons eeuwig te laten tandenknarsen. Eigen schuld, eeuwige dikke bult. Moet deze doodsangst ons de liefde van onze Vader tonen?

Mijn God, mijn lieve Vader. Wat doet men U hiermee toch tekort. Ik dank U dat U liefde bent en zo van ons houdt. Ik dank U dat U geen geloof in een verhaaltje vraagt maar liefde en vertrouwen aan ons schenkt. Heilige Geest verspreid Uw licht in de wereld en wis de angst uit onze hoofden en harten. Gebruik ons om uw liefde uit te breiden. Naar Piet Guyt en naar iedereen die smacht naar Uw heilige huis. We willen tot U komen liefdevolle Vader, samen met al onze broeders.

Voor geïnteresseerden: ik heb twee boeken geschreven over het klassieke Godsbeeld: “Een Christen op Satsang” en “Geen beeld van God”. Zie beschrijving van deze boeken op http://www.eciwcoach.com