Dromen en wakker worden

dromen en wakker worden

<Klik svp op de link hierboven om toegang te krijgen tot de pdf>

Goedemorgen!

Hierbij het volgende hoofdstuk in de serie “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”. Het gaat over de vraag hoe we in onze huidige denkbeeldige situatie van afscheiding terecht zijn gekomen. Over ons geheugenverlies.

Belangrijke les is dat we hier zelf voor kiezen. We zijn geen slachtoffer van ons ego. Het gevoel een ego te zijn is het gevolg van onze keuze om, als Zoon van God, het rare spel van afscheiding te spelen.

Fijne dag verder!

Simon

De onbegrijpelijke niveau I werkelijkheid

De onbegrijpelijke niveau I werkelijkheid

<klik op bovenstaande link>

Goedemorgen lieve lezer,

Hierbij het volgende hoofdstuk uit de serie: “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”. Het is aardig wat leeswerk en daar kan weerstand tegen bestaan. We zijn zo gewend geraakt aan het consumeren van hapklare info, bijvoorbeeld in de vorm toegankelijk YouTube filmpjes. Hier is niks mis mee en ik kan er ook van genieten.

Toch geeft het te denken dat Jezus ons in het Tekstboek een stuk pittige metafysica geeft. Ik heb gemerkt dat dit niet voor niks is. Een goed begrip ervan is volgens mij nodig om in te leren zien dat we onszelf onbewust saboteren in onze zoektocht naar liefde. Dit kan erg lang doorgaan als we niet weten waartoe en hoe we dat doen. En, nog belangrijker, hoe we er een eind aan kunnen (laten) maken.

Dit is een belangrijke reden geweest voor me om deze serie te schrijven. Ik hoop dat enkele maanden studie zich zal vertalen in tijdwinst als we erdoor in staat komen om ons onbewuste schild van weerstand te laten zakken.

Vragen kun je stellen via het contactformulier op deze site of in de FB-groep “ECIW-coach”.

Harte groet,

Simon

Wat kan ik doen? In non-duaal perspectief

Wat kan ik doen in non duaal perspectief

Goedemorgen lieve lezer,

We zijn bezig met de serie “Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW”. Vandaag het volgende hoofdstuk.  Het handelt over het verschil tussen zelfverbetering en zelfrealisatie.

Als je student bent van ECIW en dagelijks een stukje wilt lezen uit deze serie dan kun je je aanmelden bij de FB groep “ECIW-coach”. Daar kun je ook terecht met vragen, opmerkingen en het delen van je ervaringen met de Cursus.

Wees welkom!

Simon

Ontwaken met ECIW: Inleiding

Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW Inleiding

Lieve lezer,

“Is er iets dat ik kan doen om (meer) liefde te ervaren?” In de laatste donkere maanden van dit jaar is dit de vraag waar ik met jullie echt mee aan de slag wil. Daarbij wil ik eerst aandacht geven aan de manier waarop wij onszelf, als Zoon van God, afschermen voor de Liefde. Hiertoe is kennis van de metafysica van ECIW erg behulpzaam omdat we zonder dit inzicht onze geheime motieven niet onderkennen. We blijven onszelf dan saboteren.

Graag wil ik hiervoor wat meer tijd nemen dan in de korte blogs die ik tot nu toe schreef. De wat langere tekst zal ik in  kleine stukjes posten in de FB-groep ECIW-coach. In deze privé-groep bestaat ook volop gelegenheid tot vragen en opmerkingen. Voel je vrij om je aan te melden.  Enige “voorwaarde” is dat je student van ECIW bent, dus de tekst van dit boek in je bezit hebt.

Op deze site zullen de hoofdstukken als pdf gepost worden nadat de tekst gepubliceerd is in de FB-groep (zie link).

Hartegroet,

Simon

Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW (Inhoud en Voorwoord I)

Ontwaken uit de droom van dualiteit met ECIW Inhoudsopgave en Voorwoord

Lieve lezer,

“Is er iets dat ik kan doen om (meer) liefde te ervaren?” Afgelopen weken heeft dit me bezig gehouden en geïnspireerd tot het schrijven van een uitgebreider stuk tekst dan de blogs die jullie van me gewend zijn. Graag wil ik dit met jullie delen gedurende de komende periode. Ik zal de tekst in kleine stukjes posten in de FB-groep ECIW-coach. In deze privé-groep bestaat ook volop gelegenheid tot vragen en opmerkingen. Voel je vrij om je aan te melden.  Enige “voorwaarde” is dat je student van ECIW bent, dus de tekst van dit boek in je bezit hebt.

Op deze site zullen de hoofdstukken als pdf gepost worden nadat de tekst gepubliceerd is in de FB-groep.

Hartegroet,

Simon

 

Ik heb geen pijn, wie ben ik?

Deze woorden blijven bij me hangen na het beluisteren van een video van Diederik Wolsak. Ze zijn in feite een weergave van de kern van de Cursus. “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat”. Ik kan geloven dat ik pijn lijd, maar dan vereenzelvig ik me dus met een lichaam. Maar dat lichaam ben ik niet. Dat is zo raar en het stilstaan bij deze woorden of bij de uitspraak van Diederik heeft op ons een bevreemdend effect. “Hé, ik zou zweren dat ik buikpijn heb. Ik voel het toch? Ik ben toch niet gek? Ik weet zeker dat ik buikpijn heb!”. En ik hoef deze buikpijn ook helemaal niet te ontkennen en van me af proberen te duwen. Daarmee geef ik haar teveel echtheid. Ik kan daarentegen bij haar stilstaan en vooral aandacht geven aan wat deze pijn me probeert wijs te maken. Haar boodschap is compleet duidelijk: “Beste Simon, jij ervaart buikpijn en hebt daar niet om gevraagd. Deze pijn overkomt jou, dus je bent haar slachtoffer. Je bent dus een kwetsbaar en lichamelijk wezen dat kan kronkelen van ellende, wanhopig kan zijn, kan vechten tegen deze pijn en zelfs kan sterven. Geloof me maar!”.

Wat zegt de werkboekles van vandaag (250)?

Laat ik mezelf niet zien als beperkt.

Laat me vandaag de Zoon van God aanschouwen en getuigen van zijn heerlijkheid. Laat me niet proberen het heilige licht in hem te verduisteren en zijn kracht zien afnemen en tot broosheid worden teruggebracht, noch de gebreken in hem waarnemen waarmee ik zijn soevereiniteit aanvallen zou.

Als ik deze eerste alinea diep tot me laat doordringen dan valt me iets op. Jezus suggereert dat ik bezig ben te proberen het licht te verduisteren. Huh? Het is de pijn die het licht verduistert en ik heb daar geen zeggenschap over. Toch? Dat “proberen te verduisteren van het licht” suggereert een verantwoordelijkheid die bij mij ligt. Ik probeer toch juist het licht te vinden en het niet te verduisteren?

Maar nee. De Ik, de Zoon van God, de “decision-maker” wil een spel spelen, een spel van afscheiding. In die oneindige denkgeest die Ik ben ontstaat een nietig dwaas idee van pijn. Nog niks aan de hand en ik zou kunnen besluiten hierom te lachen. Maar nee, precies op dit moment kies ik als Zoon van God ervoor om een keer niet te lachen en het wel serieus te nemen. Ik besluit om mezelf wél als beperkt te zien en dat gebrek, die pijn, voor waar aan te nemen waarmee ik mijn soevereiniteit aanval. Ik besluit te zeggen: “Ik heb pijn”.

Nu geloof ik in lichamelijkheid, ik geloof vanuit de oneindige denkgeest die ik ben in afgescheidenheid, in een wereld in tijd en ruimte waarin ik als lichamelijk wezen echt pijn ondergaat. Ik ben vergeten Wie ik ben omdat ik hiervoor gekozen heb. Ik ben geen slachtoffer van iets buiten mij maar van mijn eigen geloof in de echtheid van de gedachte aan pijn.

En nu wil ik me herinneren Wie ik ben. Hoe gaat dit in zijn werk. Door mijn stelligheid ter discussie te stellen. “Ik heb geen pijn”. Verwarring in de denkgeest. Diedrik zegt, in telegramstijl: Ik, als Zoon van God kan alleen pijn hebben als ik erin geloof en mezelf klein, lichamelijk en afgescheiden wil wanen. Maar in werkelijkheid heb Ik geen pijn. “Wie ben ik dan écht?”. Nu lees ik de rest van de werkboekles:

Hij is Uw Zoon, Vader. En vandaag wil ik zijn goedheid zien in plaats van mijn illusies. Hij is wat ik ben, en zoals ik hem zie, zie ik mezelf. Vandaag wil ik waarlijk zien, opdat ik me op deze dag eindelijk met hem kan vereenzelvigen.

 “Hij is Uw Zoon, Vader”. Vanuit mijn geloof in lichamelijkheid spreek ik nog even over “Hij”. Mijn ware Identiteit lijkt nog buiten mij. Ik voel me een ikje dat iets buiten me probeer te bereiken. Maar dat is een illusie en ik wil weer samenvallen met Hem, met mijn ware Identiteit. Ik wil zijn goedheid zien in plaats van mijn illusies van lichamelijke pijn. Want Hij = Ik. Vandaag wil ik waarlijk zien en het geloof in pijn vergeven, naar het licht brengen. En in dat licht zie ik het weer. Als Heilige Zoon van God ben ik vrij en geloof in pijn is niets meer dan een vluchtig idee in de denkgeest. Ik geloof het niet langer en maak het niet echt. Laat de shift plaatsvinden, ik belemmer het licht niet langer zodat het me totaal vervult en ik weet dat Ik die Zoon van de Vader ben. Eindelijk kan ik me met Hem vereenzelvigen en besef ik dat ik nooit het heilige huis van de Vader heb verlaten.

Wil je me niet meer zien?

Natuurlijk weet ik dat het contact met vrienden en dierbaren verloren kan gaan. Er zijn talloze praktische oorzaken voor aan te geven. Ik merk dat ik er moeite mee heb als een ander mij kennelijk niet meer wil ontmoeten zonder dat ik weet wat hiervoor de reden is terwijl mijn genegenheid voor deze persoon nog groot is.  Ik zoek eerst allerlei praktische verklaringen. Wellicht wonen we iets verder uit elkaar of misschien heeft die ander het razend druk met zijn werk. Misschien heeft hij de uitnodiging niet ontvangen of kwam het gewoon een keer niet zo uit. Zou er een gezondheidskwestie spelen of iets anders waar die ander zich niet zo goed over durft uit te spreken? Nadat mijn uitnodiging om elkaar weer eens te zien vier, vijf keer achter elkaar niet geleid heeft tot een nieuwe ontmoeting, begint bij mij de twijfel toe te slaan. Ik merk dat ik liever heb dat iemand zijn of haar weerstand tegen me uitspreekt dan dat er elke keer een uitvlucht wordt bedacht. Ik kan slecht tegen vaagheid en tegen zo’n open eind.

Het ego grijpt een dergelijke situatie aan om het schuld-spel te gaan spelen. Mijn verdriet wordt boosheid en ik kan op zoek gaan naar medestanders die dat vreemde, afstandelijke en ontwijkende gedrag van die ander samen met mij willen veroordelen. Of ik meen dat ik zelf iets helemaal fout moet hebben gedaan. Ooit had ik met een familielid een, in mijn ogen, goed gesprek gehad wat ook afgesloten werd in goede verstandhouding. Later hoorde ik via via dat ze mijn “gepsychologiseer” vervelend had gevonden. Ik herken me wel in deze kritiek want ik heb inderdaad de neiging om te abstract over gevoelige en emotioneel beladen zaken te spreken. Maar zeg het me alsjeblieft, gooi het eruit, word desnoods boos maar ga me niet ontlopen zonder me duidelijkheid te geven. In een voorzichtige mail vraag ik het direct aan haar. “Speelt er iets? Hebben ik of mijn partner iets gedaan of gezegd waar je moeite mee hebt”. Ze antwoord in een korte mail maar verzekert me dat er niks aan de hand is.

Laat ik eerst maar eens stil worden. Natuurlijk moet die ander helemaal niks. De Werkboekles van gisteren komt naar boven (243): “Vandaag zal ik over geen enkel voorval een oordeel vellen”. Ik lees de les nog eens door en bij “Vader, vandaag laat ik de schepping vrij om zichzelf te zijn” ontsnapt me een zucht. Ik ontspan. Kan ik die ander vrij laten om zich te gedragen zoals ze kennelijk doet? Ik merk dat mijn gedachten nog wat rondzoeken naar een verklaring. Maar zo’n fragmentarische niveau-II droomverklaring gaat niks oplossen. Kan ik mijn oordeel loslaten? Mijn beschuldiging laten varen?

Het bekende ego-fenomeen doet zich nu voor waarbij ik merk dat ik verslaafd lijk aan de beschuldiging. Telkens weer komt irritatie en beschuldiging naar boven. Maar ik voel nu beter wat dit met me doet en ik wil het niet. Ik wil me niet afgescheiden, boos en verdrietig voelen. Soms keert de dolk van beschuldiging zich om en beweert het ego dat ik het allemaal totaal verkeerd heb aangepakt. Ik  ben fout, dom en schuldig. Ook aan deze zelfbeschuldiging blijk ik vreemd genoeg gehecht. Maar nu ben ik vastbesloten om het anders te zien en ik breng mijn verslaving aan het schuld-spel keer op keer naar de liefde.

Dat voelt raar en haast ongepast. Er begint iets van genezing te gebeuren. Dit is geen ontkenning van het verdriet. Dat is er nog, maar door er stil bij te blijven staan samen met de Heilige Geest blijkt er zelfs rond deze donkere wolk een lichtrandje mogelijk te zijn. Ja, ik mag het gewoon jammer vinden en mijn hand uitgestoken houden. Maar ik merk ook dat er rust binnenkomt in mijn verlangen naar contact met haar. Er verandert iets, de speciale haat- en speciale liefdesgevoelens verliezen wat van hun kracht. Wat overblijft is milder, zachter, meer doorleefd.

Vergeving. Loslaten van oordelen. Het werkt zoals altijd twee kanten op. Ik ervaar meer vrede en zachtheid. Het ratelen van mijn oordelende verstand kalmeert. Ik keer terug naar de werkboekles en lees:

“Aldus bevrijd ik mezelf en dat waarnaar ik kijk, om in vrede te zijn zoals God ons geschapen heeft”.

 

Psychose of zelfrealisatie?

Vandaag staat in de Trouw een interessant artikel over Tim van Knoote die een psychose kreeg na gebruik van malariapillen in Ghana.

“Hij kon na de stem ineens de energie van mensen voelen. Liep over van inzichten en was alwetend. Hij zag kleuren zo helder en voelde intense eenheid met alles. Mensen, gebouwen, straten, deuren; ze liepen in elkaar over. Waar hij normaal barrières voelde, was alles nu ineens mogelijk”

Tim weigert dit als een ziekelijke aandoening te interpreteren en ziet het als een mooie, spirituele ervaring. Wat een fraaie illustratie van het verschil van perspectief tussen wat wij normaal noemen (de niveau II droomwereld) en waar we weinig benul van hebben (de niveau I werkelijkheid). Ik ben geen psychiater en wil allerminst psychoses in het algemeen als fraaie, spirituele ervaring neerzetten. Het gaat me in deze blog om onze gebruikelijke manier om over realisatie te denken.

Iets van de moeilijkheid om over de essentie van ECIW te spreken merkte ik eergisteren tijdens een filosofie-leeskring waar ik aan meedoe. Eén van de vragen van de avond was: “is de mensheid wreed”? Een lieve dame vond zichzelf niet wreed. Een ander trok het wat breder en wees op wat de mensheid de natuur aandoet. Bij mij borrelden ECIW-inzichten naar boven omtrent de liefde die we zijn en het geloof in afscheiding die de illusie van een wrede wereld met zich meebrengt. Maar probeer dat maar eens in een paar woorden uit te leggen.

“Ik geloof dat we liefde zijn maar dat we een kwaadaardige wereld projecteren met als doel om ons een afgescheiden entiteit te voelen. Dit kleine zelf kenmerkt zich door oordeel, aanval en verdediging en zou dus volgens de niveau-II criteria inderdaad als “wreed” bestempeld kunnen worden waarbij opgemerkt moet worden dat dit alles natuurlijk totaal illusoir blijft”.

Ik zwakte het maar behoorlijk af en gaf aan dat we het gevoel van verbondenheid met alles en iedereen wat kwijt zijn geraakt. Een niveau-II antwoord met de kiem van de vergevingsles erin verborgen.

Maar laten we onszelf niet rijk rekenen en menen dat wij als superieure ECIW-studenten nu de wereld kunnen beschouwen vanuit dat felbegeerde niveau-I. Dat kunnen “we” namelijk per definitie nooit en de illusie dat we wel enigszins vorderen en aardig op weg zijn op de ladder van zelfrealisatie is een ego-illusie die vergeven mag worden.

Wat ons als studenten van de Cursus kan overkomen is dat we beter in staat raken om te onderkennen wat niet bedoeld wordt met verlichting en realisatie. Het heeft niets te maken met meer verstandelijke kennis of begrip. Het heeft niets te maken met een zelf dat fantastische ervaringen heeft of wat nog meer zelfingenomen is geraakt. Het doen van de werkboeklessen en de vergevingslessen maakt één paradoxale kwestie steeds duidelijker: “ik hoef niks te doen”. Er ontstaat een vreemd, diep weten dat we slechts moeten stoppen om het licht dat in ieder van ons volop schijnt, te verduisteren met onze oordelen. Elke grief en elk beeld mag op het altaar van liefde gelegd worden en dan kan er iets moois gebeuren. Een besef groeit dat het mogelijk is dat liefde door je heen kan schijnen en handelen. Je kijkt vanuit je kleine zelf verbaasd toe hoe zich iets manifesteert waarvan je diep weet dat dit echt is, dat dit je diepste Wil en Identiteit betreft maar dat er niets van jouw bij zit, laat staan dat het iets van eigen verdienste zou zijn. Je herkent het dankbaar als totale genade, maar niet als de uitkomst van Goddelijke willekeur zoals genade van oudsher wordt gezien. Het is dankbaarheid voor het feit dat je liefde bent en dat dit voor alles en iedereen geldt. Daar hoeven we niks voor te doen, niks voor te bereiken en het is zo wonderlijk gewoon en speciaal tegelijkertijd dat we alleen maar dankbaar kunnen zwijgen of juist zingen van blijdschap. Het is het mysterie van de Schepping , van dat niveau I dat niks met niveaus te maken heeft.

Werkboek 241: Dit heilig ogenblik is het moment van verlossing.

Voorbij het concrete

Jezus wil in ECIW duidelijk maken dat de afscheiding niet heeft plaatsgevonden. Hij wijst ons op onze ware Identiteit: we zijn Zonen van God. Hij komt ons echter tegemoet precies daar waar wij ons menen te bevinden: in een lichaam, in de wereld, in tijd en ruimte. Kort gezegd: in een droomwereld met een droomidentiteit. In m’n blogs “Met wortel en al” probeerde ik te laten zien dat wij als Zonen van God ervoor kiezen om ons afgescheiden droomfiguren te voelen in de droomwereld. Hiertoe verkiezen we om te geloven dat we kwetsbare mensjes zijn en dit gevoel versterken we door een vijandige wereld met vijandige mensen te projecteren. Onze instrumenten hierbij zijn aanvallen, verdedigen, ons slachtoffer voelen, geloven in de echtheid van pijn, ziekte en sterfelijkheid.

Zodra Jezus iets probeert uit te leggen in ECIW over de werkelijkheid, over onze onbegrensde liefdevolle aard, lopen we het “risico” dat we hem proberen te begrijpen vanuit ons beperkte en onjuiste droomperspectief. “Risico” staat tussen aanhalingstekens omdat er niks ernstigs gebeurt als we ons op deze manier vergissen. Het vertraagt echter wel het helder worden van onze ware natuur.

Voorbeeld: een bekende Cursus-wijsheid is: “ik ben niet een lichaam”. Vanuit onze droomidentiteit kijken we na het horen van deze woorden naar het fysieke lichaam waar we ons gewoonlijk mee identificeren. Wij kunnen dit fysieke lichaam inderdaad gebruiken als ultiem symbool van ons geloof in afgescheidenheid. Als het niet goed functioneert denken we dat “wij” ziek zijn en langs dezelfde lijn gedacht gaan wij dan dood als het fysieke lichaam koud en stijf wordt. Wat er kan gebeuren is dat we een stapje terug doen, van “ik ben dit lichaam” naar “ik heb een lichaam”. Dit kan zelfs als zodanig ervaren worden in de ervaring die bekend staat als “uittreding”. Dit wordt wel omschreven als “ik kon toekijken op het lichaam, ik zweefde er als het ware boven”.

Wellicht kan dit inzicht een opsteker zijn, een stapsteen naar dieper inzicht. Het is echter niet handig om nu te gaan geloven in een soort begrensde (!) geestelijke identiteit die een half uurtje  gelukzalige ontkoppel-momenten beleeft maar voor de overige 23,5 uur gewoon door zwoegt, lijdt en ploetert binnen de droom. Er is nog steeds vergevingswerk te doen. Dit komt steeds neer op het ontkennen van dat wat wij menen zo duidelijk voor ons te zien. Dat wat ruimtelijk is, dat wat tijdelijk is, dat wat begrensd is en “dat wat bedreigd kan worden” is niet werkelijk. Niets werkelijks kan bedreigd worden, niets onwerkelijks bestaat.

Dus ontkennen van het zogenaamd concrete is een goede stap maar het is onhandig om geloof in de echtheid van een fysiek lichaam te vervangen door geloof in de echtheid van een begrensd en kwetsbaar emotioneel of zelfs spiritueel lichaam. We moeten beseffen dat wat we ervoor in de plaats willen zetten slechts vaag en indirect met woorden geduid kan worden maar dat we hierin grote bescheidenheid en terughoudendheid moeten betrachten.  Het is een onvoorstelbaar mysterie. Lees als je wilt met me mee in les 91:

3De ogen van het lichaam nemen het licht niet waar.
4Maar ik ben niet een lichaam. 5Wat ben ik?

4Ik ben niet zwak, maar sterk.
5Ik ben niet hulpeloos, maar door en door krachtig.
6Ik ben niet begrensd, maar onbegrensd.
7Ik ken geen twijfel, maar ben zeker.
8Ik ben geen illusie, maar werkelijkheid.
9Ik kan in het duister niet zien, maar wel in het licht.

Na de ontkenningen worden woorden gebruikt als “sterk, door en door krachtig, zeker”. Maar pas op dat je hier geen nieuwe afgod van maakt en gaat denken aan een soort superman-achtige figuur. Laat je liever verbazen door het besef dat jouw fysieke ogen je werkelijkheid niet kunnen zien, dat je onbegrensd bent. Onbegrensd!

Dit is de onvoorstelbare tegenhanger van “afgescheiden”. Binnen de droomwereld kunnen wij ons dit niet voorstellen maar, goed nieuws, we kunnen er steeds meer feeling voor krijgen. ECIW spreekt van een universele ervaring. Deze treedt vanzelf op als we onze oordelen en onze schuld-projecties samen met Jezus los durven te laten. Dan ervaren we liefdevolle verbondenheid met onze Broeders en dit is binnen de droom de voorbode van de onvoorstelbare eenheid van Gods schepping. Wij willen onszelf verleiden om wat we in tijd en ruimte menen te zien met onze fysieke ogen serieus te nemen. En ook het serieus nemen van onze overtuigingen en emoties behoort tot de droomwereld. Dit alles mag naar het licht gebracht worden en we mogen er samen echt naar kijken door de ogen van liefde, de ogen van Jezus. Pas dan ervaren we de wonderlijke eenheid en vrede als voorbode van die laatste stap die geen stap meer is.

4Wonderen worden gezien in het licht. 5Laat ik vanwege verleidingen mijn ogen niet sluiten.

Met wortel en al (laatste deel:5)

We eindigden gisteren met de rare maar ware ECIW-constatering dat we vanuit de oneindige denkgeest een moment vergaten te lachen en onze projecties van tijd, ruimte en lichamelijkheid serieus namen. Een zeer effectieve manier om de nu verkregen illusie van afgescheidenheid te onderhouden en te versterken is door onszelf te zien als slachtoffer van vervelende, zogenaamd externe, gebeurtenissen. Dat kan van alles zijn; van boze buren tot een ziek lichaam. Hier komt dus een heel vreemd fenomeen aan het licht: binnen de droom beweren we dat we geen ellende willen maar juist op zoek zijn naar liefde. Tegelijkertijd zijn we onbeperkte liefde en hebben we vanuit deze ware Identiteit ervoor gekozen dit juist te vergeten door zogenaamd bedreigende projecties te maken van ellende die ons overkomt. Daarom sprak ik gisteren over “dweilen met de kraan open”.

We lijken dus nu als lichamen te leven in tijd en ruimte en zijn onze onvoorstelbare grote, oneindige Identiteit vergeten. Sterker nog: we geloven dat ons echte leven gelijk staat met dit beperkte en lichamelijke leven en zijn bang om het geloof hierin op te geven. We vrezen lichaam-loosheid, grenzeloosheid, tijdloosheid en denken dat dit betekent dat “we” dan sterven. Zo komt de Cursus op die voor ons zo vreemde uitspraak dat we de Liefde vrezen die we ten diepste zijn. We vrezen God, onze Vader, ons Zelf.

Als we geconfronteerd worden met een ziek lichaam dan menen we dat het tegengestelde hiervan bestaat uit een gezond lichaam. Maar het verkrijgen van een gezond lichaam is niet per se ware genezing als je nog steeds gelooft in de echtheid van afgescheidenheid en dit nog zeer serieus neemt. Zie je het? Je werkt jezelf onbewust tegen als je streeft naar lichamelijke genezing zonder inzicht in de diepe verborgen motieven. Binnen de droom zeg je: ik wil een pijnloos lichaam. Dit is je kleine droom-wil. Maar in feite zeg je hiermee ook dat je het spel van afscheiding dus verder wilt spelen met hieraan verbonden die neiging om je schuldig te voelen en te kiezen voor straffende projecties om jezelf flink slachtoffer te voelen.

Ware genezing kan alleen maar plaatsvinden in de denkgeest, daar waar die merkwaardige keuze voor afscheiding wordt gemaakt en daar waar besloten wordt dit serieus te nemen. Maar ons kleine zelf, dat in feite helemaal niet bestaat, kan niets doen zonder de illusie erger te maken. Het is helemaal gegrondvest in de foute gedachte dat het een echte afgescheiden entiteit is die daadwerkelijk iets voor elkaar kan boksen in (niet bestaande) tijd en ruimte. Een ware oplossing bestaat niet uit een juiste actie van dit kleine niet-bestaande zelf maar uit het doorzien van de onechtheid ervan vanuit je ware Identiteit, vanuit de Liefde die je bent.

En dan zijn we aangeland bij vergeving: het binnenlaten van liefde in onze denkgeest. Liefde is zowel onze Identiteit, ons doel en het middel om het geloof in een klein lichamelijk en afgescheiden zelf te laten verdampen. In werkelijkheid hoeft ze niks te doen. Er zijn geen anderen die in morele zin door ons vergeven zouden moeten worden, er is geen ziek lichaam dat belangrijk is. Er zijn projecties vanuit onze verborgen agenda om de afscheiding te willen ervaren. Vergeven is zo bezien niets anders dan het loslaten van de weerstand tegen onze ware Identiteit. Zelfs de omschrijving “binnen laten van liefde” is nog te duaal gedacht. We zijn liefde en laten deze liefde de projecties oplossen die we zo lang gekoesterd hebben. Er valt niets te vrezen, niets te verdedigen wanneer we ons ontspannen en slechts “ja” zeggen tegen dit licht, deze warmte, deze liefde. Slechts dit kleine beetje bereidwilligheid.

Liefde, Vader, Heilige Geest, diepste Identiteit, Zelf; wees welkom en genees mijn denkgeest.

Les 233

Vandaag geef ik God mijn leven, opdat Hij het leidt.

 Vader, ik geef U vandaag al mijn gedachten. Ik wil er geen enkele hebben van mijzelf. Geef me in plaats daarvan de Uwe. Ik geef U ook al mijn daden, opdat ik Uw Wil mag doen in plaats van doelen na te jagen die niet kunnen worden bereikt en tijd te verspillen met nutteloze fantasieën. Vandaag kom ik tot U. Ik zal een stap terug doen en U eenvoudig volgen. Weest U de Gids, en ik de volgeling die de wijsheid van het Oneindige niet in twijfel trekt, noch de Liefde waarvan ik de tederheid niet bevatten kan, maar die toch Uw volmaakte gave is aan mij.

 Vandaag hebben we één Gids die ons verder leidt. En terwijl we samen onze weg gaan, zullen we deze dag zonder enig voorbehoud aan Hem geven. Dit is Zijn dag. En dus is het een dag van talloze gaven en weldaden voor ons.