De spruitjeslucht van ons ego

spruitjes

Laatst sprak ik een oudere vrouw die vertelde dat ze meebetaald had aan de nieuwe auto van haar dochter. Het had echter niks geholpen want dochterlief kwam nog steeds nauwelijks bij haar op bezoek. Dat had ze haar dochter toen maar eens stevig onder de neus gewreven. De oudere dame was boos en verontwaardigd. Dit voorval vormt een mooie spiegel voor me. Het is immers zo herkenbaar. Wanneer wij steeds maar klaar staan voor een ander dan verwachten we hiermee een soort krediet op te bouwen en vinden we het niet meer dan normaal dan dat die ander ook eens iets voor ons doet. We verwachten, als we hierover eerlijk durven te zijn, dankbaarheid en een wederdienst.

Mijn oudere gesprekspartner had de ontwapenende openheid om dit gewoon uit te spreken. De ruilhandel en de morele chantage werden zo duidelijk zichtbaar. Diep van binnen weten wij dat dit de manier is waarop het ego denkt. Het ego ziet twee partijen die iets hebben waarmee een ruilhandel mogelijk is. Onze cultuur stoelt op het Christelijke gedachtengoed. Vanuit deze achtergrond leren we dat we moeten leren onze naasten lief te hebben en om vrijgevig te zijn. We moeten leren om te geven zonder hier iets voor terug te verwachten. Toch?

Wat gebeurt er dan? We zijn nog steeds boos dat onze dochter niet op bezoek komt in de door ons betaalde auto maar bedekken dit met de mantel der “liefde”. De boosheid gaat ondergronds en we spreken ons niet zo eerlijk en open uit als genoemde dame. We kunnen een vileine sneer geven als het eens te pas komen of we kunnen de onrechtvaardigheid die ons wordt aangedaan lijdzaam verdragen. De Cursus spreekt van martelaarschap. Nog steeds vinden we dat de ander schuldig is, dat ons onrecht wordt aangedaan maar we kiezen ervoor om in stilte te lijden. We geloven dat we onszelf moeten wegcijferen. Langs deze weg lukt het niet om te ontsnappen aan ons duale erfgoed van zonde-schuld-lijden-martelaarschap enzovoort.

Gelukkig is daar de Cursus. Maar ook studenten van de Cursus lopen het risico om terecht te komen in de fuik van het ego. Dat gaat ongeveer volgens het volgende patroon. Alles is één, dus er is geen ander en er is geen buitenwereld. Wat ik als ellende buiten mezelf meen te zien bestaat dus niet, het is een illusie. Dus als ik ga proberen te helpen dan maak ik slechts deze illusie écht, en dat is niet de bedoeling. Mijn taak is om m’n perceptie van ellende buiten mij te laten corrigeren door de Heilige Geest. Dat is pas echte verlossing van de ellende van de wereld. Verbeter de wereld en begin bij jezelf, zogezegd.

Het ego wordt steeds sluwer en gehaaider. Van de openlijke egocentrische houding van genoemde dame, via de boze maar glimlachende weldoener naar de zelfgerichte Cursus-student. Het lastige van het ontleden van de Cursus-valkuil is dat de ultieme waarheid er wel degelijk doorheen klinkt (alles is één en we moeten de verzoening accepteren voor onszelf) maar dat we hier niet in moeten blijven haken (het gaat er om dat ik me happy voel want er is toch geen buitenwereld). Nóg een stapje “verder” kunnen we denken dat er een volgorde bestaat: eerst moet ik verlicht raken en daarna hebben anderen daar dan als vanzelf profijt van. Ook dit is niet onwaar, maar het is ook niet de hele en behulpzame waarheid.

Vergelijk het met een huiskamer waar zojuist gekookt is. Binnen hangt nu de spruitjeslucht van het ego. We willen hier vanaf een besluiten om frisse lucht binnen te laten (de liefde van God). Dit doen we door één raampje op een kiertje te zetten (we laten de liefde binnen voor onszelf). Het klopt, dit werkt. Langzaam verdwijnt de stank beetje voor beetje uit onze woonkamer (we accepteren het wonder voor onszelf en onze perceptie verandert). Hét mooie van de Cursus is echter dat ze ons een snellere manier aanreikt. Dit doet ze door ons te wijzen op een fantastische waarheid: God is niet alleen één (waarheid) maar Hij schept werkelijk als Vader door Zijn Liefde te geven aan Zijn Kinderen. Fixatie op eenheid (op bewustzijn, perceptie, onszelf) is begrijpelijk maar heeft als bijwerking de stilstand van een plas water of, in mijn voorbeeld, de matig bewegende spruitjeslucht in een slecht geventileerde kamer. Het motto is: laat de liefde stromen. Zet het raam aan de andere kant van de woonkamer open zodat een frisse wind door het huis waait en de ego-lucht in no time afvoert. Wees niet alleen wonderbereid om via verandering van perceptie jezelf beter te voelen maar leer dat je pas echt vrede ervaart als je wonderbereid bent naar je broeders en zusters. Ons duale ego leert ons dat als alles één is er geen wereld kan zijn en dat anderen niet bestaan. Jezus leert ons in de Cursus dat er Zonen (meervoud) van de Vader bestaan die in eenheid met ons verbonden zijn. De Cursus leert ons dat de lucht sneller helder en fris wordt wanneer we ons ook naar onze Broeders richten om de liefde door te geven die we ook voor onszelf aan het aanvaarden zijn.

In de werkboekles van vandaag komt de volgende zin voor:

Alleen het ego kan beperkt zijn en daarom moet het doelen zoeken die begrensd en beperkend zijn.

Ego 1.0: Het gaat om mij
Ego 2.0: Het gaat om die ander
Ego 3.0: Het gaat om ons allebei maar eerst om mij

Jezus: Het is een mysterie en er is geen grens tussen jou en je broeder, geven en ontvangen zijn in waarheid één!

Les 319
Ik ben gekomen voor de verlossing van de wereld.

Hier is een gedachte waaruit alle arrogantie weggenomen is en waarin alleen de waarheid overblijft. Want arrogantie is in strijd met de waarheid. Maar wanneer er geen arrogantie is, zal de waarheid onmiddellijk komen om de ruimte in te nemen die het ego door leugens onbezet liet. Alleen het ego kan beperkt zijn en daarom moet het doelen zoeken die begrensd en beperkend zijn. Het ego denkt dat wat de één wint, de totaliteit moet verliezen. En toch is het de Wil van God dat ik leer dat wat de één wint aan allen wordt gegeven.

Vader, Uw Wil is totaal. En het doel dat daaruit voortvloeit deelt die totaliteit. Welk ander doel dan de verlossing van de wereld kon U mij hebben gegeven? En wat anders kon de Wil zijn die mijn Zelf met U deelt?

Gewoon praktisch wonder-bereid

vriendelijk woord

Mijn focus bij het bestuderen van de Cursus lag lange tijd op het veranderen van mijn perceptie. Dit is zeker iets waar de Cursus toe oproept. “Veranderen van m’n perceptie” klinkt wat afstandelijk en abstract maar goed beschouwd was het voor mij juist erg zelf-gericht en concreet. Ik meende last te hebben van een uiterlijke situatie en mijn doel was (en is nog steeds) om door vergeven weer vrede te kunnen ervaren. Herken je deze manier van omgaan met de Cursus? De focus ligt, met een knipoog naar de organisatie FIP (Foundation of Inner Peace) op het bereiken van innerlijke vrede.

De laatste maanden schrijf ik blogs over deze zelfgerichtheid. Het kan lijken dat ik deze veroordeel, maar dat is niet het geval. Het is me echter pijnlijk duidelijk geworden dat deze manier van omgaan met de Cursus slechts het halve werk is, en daarmee in feite helemaal geen werk. Het klopt dat we verlossing moeten vragen voor ons zelf. Het risico bestaat dan echter dat we dit verwarren met het streven naar een innerlijke staat van vrede slechts voor onszelf. Ongemerkt en onbewust zijn we gaan denken dat we de nare wereld die we zien, inclusief het lijden van anderen, mogen afdoen als een droom en dat we van deze nare perceptie verlost mogen worden zodat wij weer gelukkig zijn.

Nogmaals, dit is op zich niet onjuist maar in zijn fixatie “naar binnen” is het toch een ontsporing die niet werkt. Het lukt zelfs om deze aanpak te rechtvaardigen met een doorgeschoten metafysische interpretatie van de Cursus. Alles is toch één? Verbeter de wereld en begin met jezelf, want vanuit die eenheid is dan toch alles geregeld? Hiermee nemen we echter als gelovigen van de duale wereld een ongepast voorschot op de non-duale werkelijkheid. “Ongepast” in de zin dat het contraproductief is voor onze studie van de Cursus. We wanen ons te snel één met God en ontslaan te vroegtijdig Jezus en de Heilige Geest als leraar en trooster. Anders gezegd: we maken een spiritueel en naar binnen gekeerd “Zelf”, lees ego.

Momenteel lees ik over de ontstaansgeschiedenis van de Cursus, vooral over de lessen die Helen en Bill hierin van Jezus ontvangen. Het is typerend dat ik dit jarenlang wel aardige achtergrondinformatie vond, maar nauwelijks bruikbaar achtte voor mijn eigen studie van de Cursus. Ik meende me al op een abstract waarheids-liefdes-niveau te bevinden waarop ik dat soort historische details overbodig vond. Hierin zit diezelfde arrogantie verborgen als die waarbij we verholen op onszelf gericht zijn om vooral ons eigen geluk te waarborgen door met Jezus en/of de Heilige Geest uitsluitend naar binnen, naar onze eigen zielenroerselen, te kijken. De ontstaansgeschiedenis van de Cursus geeft een completer beeld.

Jezus vraagt van Helen en Bill om wonderbereid te zijn. Dit houdt in dat ze zich elke dag afvragen aan wie ze het wonder van vergeving mogen aanbieden. Ze maken voor zichzelf zelfs lijstjes hiervan. Vervolgens wordt er, zelfs voor wat betreft de kleinste en alledaagse zaken, gevraagd of ze zich willen uitstrekken naar de leiding van Jezus en deze daarna ook daadwerkelijk opvolgen. Het is een constante oefening in vertrouwen waarbij ze zichzelf afvragen wat Jezus wil dat ze tegen iedereen zeggen die ze tegen komen en wat ze voor iedereen praktisch mogen doen. Hen wordt gevraagd alle vooroordelen los te laten en door woord en daad te laten zien aan iedereen die ze ontmoeten dat deze mensen geliefd en onschuldig zijn. Gewoon praktische vriendelijkheid en voorkomendheid. Jezus biedt zelfs aan om Helen en Bill te begeleiden in kleine alledaagse dingetjes; waar moet ik een nieuwe jas gaan kopen, in welke kast moet ik de rommel opruimen, hoe laat moet ik die en die bellen? Hij overziet het grote plaatje, hij weet waar we bruikbaar en inzetbaar mogen zijn als wonderwerkers.

Uit dit alles rijst inderdaad het beeld op van “je aanvalsgedachten loslaten” maar bovenal ook van praktische en zorgzame gerichtheid op anderen. Uitgebreid wordt duidelijk gemaakt hoe een niet-liefdevolle actie een kettingreactie van nare gebeurtenissen met zich mee kan brengen. En anderszins, hoe een liefdevolle reactie (het aanbieden van een wonder) inderdaad resulteert in tijdwinst voor alle betrokkenen in de ontdekking van hun ware Identiteit.

De werkboekles van vandaag biedt ons een kijkje in dat wonderlijke mysterie waarbij “de wereld tot tijdloosheid en liefde” teruggebracht mag worden door de geboorte van Christus. Hij is zowel Middel als Doel. Jezus en de Heilige Geest voelen zich niet te goed om zich te “verlagen” tot onze droomwereld. Jezus vraagt ons niet om op onze bank te blijven zitten en alles wat onze innerlijke vrede verstoort weg te vergeven. Nee, hij wil een kettingreactie van liefde in onze wereld teweeg brengen. Een cirkel van verzoening, A Circle of Atonement. Zijn liefde mag door ons stromen naar onze broeders zodat we leren dat we in liefde één zijn.

Les 308

Dit ogenblik is de enige tijd die er is.

 Ik heb me van de tijd een zodanige voorstelling gemaakt dat ik mijn doel verijdel. Als ik verkies voorbij de tijd tijdloosheid te bereiken, moet ik mijn beeld over waar de tijd toe dient, veranderen. Het kan niet het doel van de tijd zijn om verleden en toekomst te bewaren als één geheel. het enige interval waarin ik van de tijd kan worden verlost, is nu. Want in dit ogenblik is vergeving gekomen om me te bevrijden. De geboorte van Christus is nu, zonder verleden of toekomst. Hij is gekomen om Zijn directe zegen aan de wereld te geven en die tot tijdloosheid en liefde terug te brengen. En liefde is eeuwig aanwezig, hier en nu.

Dank U, Vader, voor dit ogenblik. Nu is het dat ik word verlost. Dit ogenblik is de tijd die U voor de bevrijding van Uw Zoon, en voor de verlossing van de wereld in hem, hebt bestemd.

Zonen en Zoon

einde der tijden

Zolang we de droom van afscheiding dromen zien we vooral verschillen en grenzen. Het is dan ieder voor zich. De gevolgen hiervan zijn overduidelijk in onze wereld en vertalen zich naar de manier waarop we omgaan met elkaar, met dieren en met het milieu. De non-duale boodschap die Jezus ons in de Cursus aanreikt is hard nodig. Het is een boodschap van verbondenheid, gerichtheid op eenheid, gerichtheid op relaties, op elkaar.

Het is dus belangrijk dat we gewezen worden op eenheid. Het is belangrijk dat we leren dat we als het ware verenigd zijn in één lichaam, het lichaam van Christus. Vanuit onze angst projecteren wij grenzen tussen mensen (en dieren en volkeren enzovoorts). Deze grenzen zijn denkbeeldig en doen geen recht aan de verbondenheid van allen en alles. Als Zonen vormen wij het Zoonschap en worden we in de Cursus aangesproken als Zoon, enkelvoud.

Het rijke van de Cursus is dat we zowel in het enkelvoud, Zoon, als in het meervoud, Zonen, aangesproken worden. Dit raakt dat diepe mysterie waar we met ons denken niet bij kunnen. We zijn als Zelf een schepping van God en zien Broeders die ook Zonen zijn van onze Vader en die toch één zijn met ons. Wij menen dat we moeten kiezen: wat is het nou, enkelvoud of meervoud?

Medestudenten die, zoals ik het zie, doorslaan in hun non-duale visie zien natuurlijk ook die meervoudsvormen staan in de Cursus. Er wordt dan besloten dat Jezus niet precies opschrijft wat hij bedoelt maar ons toespreekt op het niveau waarop we ons menen te bevinden. Het is gewoon een kwestie van tijd en dan vallen alle denkbeeldige verschillen als symbolen weg en zijn we één met God. Uiteindelijk krijgen we dan de wederkomst. Hiervoor gebruikt de Cursus die prachtige mysterieuze taal (vlak voor werkboekles 300):

De Wederkomst is de enige gebeurtenis in de tijd waarop de tijd zelf geen invloed heeft. Want ieder die ooit kwam om te sterven, of die nog komen zal, of nu aanwezig is, wordt gelijkelijk bevrijd van wat hij heeft gemaakt. in de gelijkheid wordt Christus hersteld als één Identiteit, waarin de Zonen van God erkennen dat zij allen één zijn. En God de Vader glimlacht naar Zijn Zoon, Zijn ene schepping en Zijn enige vreugd.

Meervoud en enkelvoud (Zoon en Zonen) samen in een alinea. De Zonen, wij dus, erkennen dat we de denkbeeldige grenzen zelfbedacht hebben en dat deze niet echt zijn. We erkennen dat we alleen één zijn en naar die mysterieuze vereniging, die ene schepping, kijkt onze Vader met vreugd.

Ik lees graag stukjes van Tony Parsons, een eigentijds leraar die met ander taalgebruik over hetzelfde spreekt. Het publiek begrijpt niks van hem. Hij ervaart niet langer een gevoel van afgescheidenheid en toch lijkt er iemand voor de groep te zitten. “Apparently”, zou hij zelf hierover zeggen. Of “it’s a mystery”. We begrijpen het niet. Hij weet dat hij geen stoel is en toch ziet hij green grens.

Dit is ons mysterieuze voorland. We zullen ontwaken in eenheid en geen grenzen meer ervaren tussen onze Vader en Broeders. Maar toch zullen we ons-Zelf niet verwarren met Hen. We zijn zowel Zonen als één Zoon. Voor ons aardse denken is dit heel ongemakkelijk. Die absolute eenheid is lekker eenduidig en het klinkt zo logisch. Die meervoudigheid moet onzin zijn, die anderen die we menen te zien moeten onze projectie zijn. Wonderen moeten slechts de correctie van onze eigen perceptie zijn: er is geen wereld, er zijn geen anderen, er is geen van ons onderscheiden Heilige Geest die toch wonderlijk één met ons is.

Maar toch. Deze verbeten focus op eenheid is niet nodig in het mysterie van de Schepping van onze Vader. We (!) hebben een rol om deze verbondenheid in mysterieuze eenheid te ontdekken. Geniet met open denkgeest met me mee van de laatste alinea van de wederkomst:

Bid dat de Wederkomst spoedig mag zijn, maar laat het daar niet bij. Ze heeft jouw ogen en oren en handen en voeten nodig. Ze heeft jouw stem nodig. En bovenal behoeft ze jouw bereidwilligheid. Laten we ons erin verheugen dat we Gods Wil kunnen doen, en ons verenigen in het heilig licht daarvan. Zie, de Zoon van God is één in ons, en door Hem kunnen we de Liefde van onze Vader bereiken.

Ik ben er voor je!

I M Here For You Quotes Will Smith Quote “I Love You And I'm Here For You.” (5 Wallpapers

Enkele jaren geleden volgde ik een cursus non-duaal coachen bij Alexander Zöllner. De naam hiervan lijkt al direct met zichzelf in tegenspraak. Wat zou er immers te coachen vallen binnen eenheid? Eenheid heeft niks nodig en heeft genoeg aan zichzelf. De term coachen suggereert dat er iets gefikst zou moeten worden. Dat is toch onzin als alles één is?

Hoe gaat dit non-duale coachen dan in zijn werk? De basis wordt gevormd door liefdevolle aandacht. Een gerichtheid op wat de hulpvrager je vertelt, zonder oordeel of veroordeling. Je luistert naar alle ego-kwesties die naar voren worden gebracht en je ziet, proeft en doorleeft de ellende waarin die ander meent te zitten. Jij echter, als hulpverlener, laat je niet vangen door de vermeende toestanden. Het is een soort meeleven zonder gevangen te raken in de droom van de hulpvrager. Nu terug naar de twee visies op onze Cursus in Wonderen waar ik momenteel veel aandacht aan besteed in m’n besloten Facebook-groep (ECIW-coach). Eerst de visie van Wapnick:

“God is zich niet bewust dat Zijn Zoon in slaap is gevallen. God zou niet eens afweten van de afscheiding. Als God zou afweten van die ‘kleine, gekke gedachten waarover de Zoon vergat te lachen” dan zou hij ook de wereld als echt beschouwen”.

Nu de visie van de Circle:

“God weet dat Zijn Zonen in slaap zijn gevallen. Hij weet dat ze zo Zijn Liefde en geluk niet ontvangen en deze ook niet doorgeven. God weet echter niet van de specifieke inhoud van hun dromen”

(Uit: One Course, Two Visions p 5,6)

Nu de parallellen en de verschillen met het non-duale coachen waar ik mee begon. Wapnick staat op het standpunt van de absolute non-dualiteit. Er is in wezen niks gebeurd en God zit onbewogen op zijn troon. Omdat er niks gebeurd is hoeft Hij ook niks te doen en kan Hij gewoon stoïcijns doorgaan met God te zijn. Hij hoort onze hulpvraag niet omdat deze niet echt is. Er is ook geen enkele actie van Zijn kant nodig. Als we mazzel hebben dan herinneren we Hem op een goede dat (deze herinnering zou dan de Heilige Geest zijn).

Dan de overeenkomst tussen de visie van de Circle en het non-duale coachen. Onze God, zoals de Circle deze ziet, is meer dan een coach, Hij is onze Vader. Net zoals de coach echter hoort hij onze wanhoop en voelt Hij onze eenzaamheid. Maar net als de menselijke non-duale coach laat God zich niet foppen door de specifieke inhoud van die droom. Hij weet dat we om de verkeerde redenen huilen. Hij biedt ons Zijn liefdevolle aandacht in de vorm van de Heilige Geest. Dit is onze Trooster. Geen Trooster die meehuilt als we een financiële strop hebben en die ons de dag erna de loterij laat winnen. Wel een Trooster die ons liefdevol en begripvol onze tranen hierover laat huilen en dan aan ons vraagt: “Maar waar huil je nu écht om? Wat is je échte vraag?”.

Nu naar onszelf. Waarom besteed ik de laatste tijd hier zoveel aandacht aan? Omdat sommigen of mogelijk wel velen van ons zijn gaan geloven in het Godsbeeld van Wapnick en we daarmee de Vader die Jezus ons in de Cursus laat zien uit het oog zijn gaan verliezen. We zijn daarmee zelfgerichte therapeuten geworden die gepreoccupeerd dreigen te worden door slechts één deel van onze functie. Terwijl die ander onze hulp vraagt zijn wij alleen maar bezig met het vermijden van de valkuil. We proberen te voorkomen dat we meegezogen worden in het verhaal van die ander. Op zich is dit goed. Maar als we dan de lijn van Wapnick volgen dan kunnen we doorslaan en menen dat er helemaal geen ander is. Er is dan geen sprake van liefdevolle aandacht voor een echt medemens maar slechts een eenzijdige gerichtheid op ons eigen welbevinden. Voel je het? Ja, we hoeven die droom van een ander niet serieus te nemen. Maar alsjeblieft, zie dat daar een echte broeder zit die van jou het wonder van liefdevolle aandacht vraagt! De aardse coach stuurt ons na een uur ook niet weg met de mededeling dat de sessie succesvol was omdat hij zich nu zelf beter voelt. Nee, hij neemt weliswaar de ego-verlangens van de ander niet serieus maar hij is zeer bewogen en gericht op de vraag naar liefde van zijn client. Zó is God, onze Vader, en zó mogen wij ons opstellen om onze functie te vervullen en waarlijk behulpzaam te zijn. En ja, dit is ook voor ons de enige weg naar geluk.

Les 301

En God Zelf zal alle tranen wissen.

Vader, als ik niet oordeel, kan ik niet in tranen zijn. Noch kan ik pijn lijden, of voelen dat ik verlaten ben of overbodig in de wereld. Omdat ik er niet over oordeel, is dit mijn thuis, en daarom is het alleen maar wat U wilt. Laat me de wereld vandaag onveroordeeld zien, door blije ogen die door vergeving van elke vervorming zijn bevrijd. Laat me Uw wereld zien in plaats van de mijne. En alle tranen die ik vergoot zullen vergeten zijn, want hun bron is verdwenen. Vader, ik zal geen oordeel vellen over Uw wereld vandaag.

Gods wereld is gelukkig. Zij die ernaar kijken, kunnen er enkel hun vreugde aan toevoegen en haar zegenen als reden tot nog meer vreugde in hen. We waren in tranen, omdat we niet begrepen. Maar we hebben geleerd dat de wereld die we zagen onwaar was, en we zullen vandaag Gods wereld zien.

Het mysterie van eenheid in relatie

eenheid en relatie

Binnen onze duale droom zijn dit twee woorden die elkaar lijken uit te sluiten. Voor een relatie heb je tenminste twee personen nodig terwijl dit in eenheid niet kan bestaan. Jezus in de Cursus deelt ons ongemak niet. Zo spreekt hij over de Heilige Drie-eenheid en over een Heilige Relatie. Hierbij is steeds sprake van zowel meerdere personen (of wezens) als van eenheid. Zijn deze personen verschillend van elkaar? Nu loopt ons denken vast. Bij het woord “verschillen” kunnen wij niet anders dan denken aan bepaalde vormen, en deze heb je niet in tijd- en ruimteloze eenheid. Zijn de personen dan innig verbonden met elkaar? Dit lijkt toch weer te zwak uitgedrukt. Het woord “individu” is ook al zo raar: ondeelbaar, maar toch onderscheiden van andere individuen. We snappen het niet en hoeven het ook niet te snappen. We mogen Jezus in de Cursus op zijn woord nemen en het mysterie laten rusten in onze denkgeest. Het beste wat we kunnen doen is voorkomen dat we doorschieten naar één van de twee uitersten. Hiertoe neigt ons ego gewoonlijk.

Het bekendste is doorschieten in het belang van echt duale relaties waarin sprake is van verschil en van onderscheid. We plaatsten God buiten en los van ons en doen dit ook met anderen. Vervolgens gaan we ons best doen om iets moois te maken van deze duale relaties. We willen God tevreden stellen middels goede werken, we willen Hem en elkaar niet boos maken, we gaan Hem en andere mensen proberen te verleiden om ons liefde te geven omdat we vergeten zijn dat we ondeelbare liefde zijn.

Het andere uiterste is doorschieten in non-dualiteit. Dit is vooral een risico voor studenten die al langer met de Cursus bezig zijn. De absolute eenheid heeft namelijk iets heel aantrekkelijks voor ons. We denken aan een soort universele baarmoeder waarin we warm en vredig zweven, één met alles en los van de boze buitenwereld. We gaan in ons leven nu alles door deze eenzijdige non-duale bril beoordelen. Het onbegrijpelijke onderscheid tussen God en zijn Zoon (wij dus) valt hierbij weg en we denken dat we één zijn met God. We vergeten hiermee de echtheid van het verschil tussen Schepper en Schepsel. Ook reduceren we de Heilige Geest tot ondeelbaar deel van ons eigen geheugen. Hij wordt onze herinnering aan God in plaats van Iemand die ons aan God herinnert. Zie je dat subtiele verschil? Tenslotte zien we anderen niet langer als een (onbegrijpelijk maar waar) “andere” Zoon van God maar als een projectie in onze denkgeest. De ander die zo wonderlijk één is met ons verliest hiermee zijn echtheid als persoon.

Dit alles kan onbelangrijk lijken maar het heeft grote gevolgen voor onze studie van de Cursus. Als we doorslaan naar het extreme non-duale standpunt dan zien we elke relatie als een nep-relatie. We kunnen niet echt hulp vragen aan de Heilige Geest maar slechts ons best doen om ons de eenheid te herinneren. Andere mensen worden gereduceerd tot projecties van onszelf die onze gemoedsrust kunnen verstoren. Ze zijn niet echt en we richten ons op het wegnemen van die storende projectie middels vergeving. Herken je deze neiging? Zie je dat het aanhangen van dit extreme standpunt als het ware het leven, het mysterie uit de Schepping perst? We stevenen af op een naar binnen gekeerde zelfgerichtheid. Het doel wordt een grote zeepbel waarin we nu zogenaamd als Zelf (lees spiritueel ego) rondzweven met buiten onze spirituele baarmoeder die pijnlijke droomwereld vol met mensen die onze gemoedsrust vroeger verstoorden.

De Cursus geeft ons de uitweg: het is én een kwestie van onze perceptie laten corrigeren door de Heilige Geest (de betekenis van het woord wonder dat het minst vaak voorkomt in de Cursus) áls van het uitdrukken van onze liefde naar onze broeders en zusters (wonderen als expressie van liefde), ook onder leiding van de Heilige Geest.

Iets anders geformuleerd nu. De kans bestaat dat we bij een te eenzijdige focus op eenheid de relaties uit het oog verliezen. We worden dan ik-gericht en daarmee op ontvangen gericht. “Ik wil gelukkig zijn, mijn perceptie moet veranderen”. Onderzoek je denkgeest en kijk of je die focus op eigen geluk, die zelf-gerichtheid, herkent. Voel je niet schuldig als dit zo is maar wees blij dat je hiervan genezen kunt middels dat wonderlijke fenomeen “relatie”. Bid tot Jezus en de Heilige Geest en besef diep van binnen dat je jezelf niet voor de gek houdt. Het zijn geen symbolen maar echte personen met kracht en liefde. Ze herkennen elke ego-gerichtheid in jouw hulpvraag en transformeren die naar je echte vraag; de vraag om liefde in relatie. En richt je liefde op je broeders en zusters door de liefde van de Heilige Geest onder Zijn leiding naar hen te laten stromen. Dit is de meest voorkomende betekenis van het wonder zoals genoemd in de Cursus. Dit is de betekenis van geven en ontvangen zijn in waarheid één.

Sta jezelf die waarheid en vreugde toe, het mysterie van eenheid in verbondenheid, waarheid en liefde. Laat de liefde zijn en laat de liefde stromen.

Ben jij slechts een projectie van mij?

toon mijn liefde

Vanuit ons duale denken kunnen we niks met een scheppende God. Zodra God aan de slag gaat en iets schept moeten er toch twee zijn? Dat kan toch niet anders? Toch leren we uit de Cursus dat God schept. Met Zijn scheppingen is iets geks aan de hand. Ze zijn één met God, maar toch niet aan God gelijk. Hij is immers de Schepper en wat Hij schept zijn schepselen. Als Zoon van God zijn wij op wonderbaarlijke wijze één met onze Vader, maar toch is Hij de Oorzaak en wij zijn van Hem afgeleid. Er lijken er dus nu twee te zijn, maar toch zijn ze in werkelijkheid innig verbonden en vormen ze een eenheid. Houd deze, voor ons, onmogelijke mogelijkheid even in gedachten.

Want er is meer. God schiep niet alleen Zijn Zoon maar ook de Heilige Geest. Hiervoor geldt precies hetzelfde als voor de Zoon. Ook hier het wonderlijke fenomeen dat God een wezen schept dat onderscheiden is van Hemzelf maar toch een eenheid met Hem vormt. Ook hier kunnen we niet met ons denken bij maar de term Drie-eenheid is geen verzinsel van de kerk en wordt genoemd in de Cursus. (bijv T3 II-5: De Zoon van God is een deel van de Heilige Drie-eenheid, maar de Drie-eenheid Zelf is één. Er is geen verwarring binnen de Niveaus hiervan, omdat Zij één van Denkgeest en Wil zijn.)

De Drie-eenheid is dus een mysterie in zichzelf waar wij onze hersentjes op kunnen laten stuklopen. Echt begrijpen doen we het niet maar we blijken wel in staat om op twee manieren de plank mis te slaan. De bekendste voor ons is ons vertrouwde geloof in dualiteit. Daarmee maken we onszelf van God los en komen zo terecht bij het klassieke Godsbeeld. Hierbij zijn wij zondig en is God boos. Enfin, dit verhaal ken je wel. Een minder bekende manier bestaat uit het andere uiterste: we ontkennen hierbij in feite de “Drie” van de Drie-eenheid en proberen nu alles te zien vanuit de bril van eenheid. Met alle respect voor de persoon van Ken Wapnick en het werk dat hij heeft gedaan, komt deze visie op de Cursus vooral van zijn hand. In Nederland is kritiek uitoefenen op de visie van Wapnick totaal not-done. Dit geldt overigens voor iedere vorm van kritiek wat door bezorgde Cursus-studenten (te) snel gezien wordt als een aanval en het begin van verdeling en onrust. Jezus zelf ziet kritiek echter niet zo, zoals bijvoorbeeld blijkt uit zijn kritiek op Freud in de oorspronkelijke Cursus-tekst die hij doorgaf aan Helen Schucman (zie bijvoorbeeld ACIM Complete and Annotated edition). Hij weet dat woorden symbolen van symbolen zijn maar toch doet hij zijn uiterste best om ook de metafysica van de Cursus zo duidelijk en ondubbelzinnig mogelijk aan ons te beschrijven.

Terug naar het doorslaan richting de eenheid en de daarbij behorende afkeer van het mysterie van grenzeloze meervoudigheid. In de Cursus wordt de Heilige Geest duidelijk omschreven als het derde lid van de Drie-eenheid. Ook hier dat mysterie van een Zelf binnen eenheid, net als bij de Zoon. De Cursus spreekt uitvoerig over de taak van de Heilige Geest (zie: Handelt de HG echt in de wereld, als pdf te downloaden vanuit de FB groep ECIWcoach). Wapnick ziet de HG als symbool waar wij voorlopig nog gebruik van maken. Hij zou onze herinnering aan God zijn, maar dit is toch echt wat anders dan een Schepping van God die ons helpt herinneren.

Hetzelfde is aan de orde met de broeders en zusters die wij binnen deze droom samen met ons rond zien wandelen. De Cursus zelf doet hier niet moeilijk over en geeft aan dat er sprake is van dezelfde wonderlijke meervoudige eenheid als in de Drie-eenheid. Er is sprake van Zonen (denkgeesten, communicatiekanalen, kinderen, Zoonschap enz) binnen de ene Zoon van God. Elk van deze zonen leidt aan geheugenverlies en is vergeten dat hij innig verbonden is met de andere zonen die hij ziet en met God. Maar ook hier dat mysterie: innig verbonden: ja, een ongedifferentieerde eenheid: nee. Ook hier de twee gevaren van de uitersten. De eerste is ons weer welbekend: we denken toch dat we speciaal zijn en anders (meer / minder) dan anderen. Nee, we zijn als één verbonden en onafscheidelijk van ieder die we zien. Bij het andere uiterste wordt het een heel ingewikkeld verhaal. Uiteindelijk komt het er op neer dat degene die jij tegenover je ziet staan niet bestaat. Hij is slechts een projectie in jouw denkgeest.

Nu wordt duidelijk waarom een precies begrip van de Cursus wel degelijk belangrijk is. Want als je iemand anders ziet lijden en die ander bestaat geeneens dan hoef je niks anders te doen dan te sleutelen aan jouw projectie zodat je weer heerlijk innerlijke vrede ervaart (Voilá: Foundation for Inner Peace). Maar wat als er toch, in eenheid, een werkelijke ander is? Een ander die, net als jij, meent dat hij afgescheiden is van jou en van God? Dan gaat het niet slechts om het veranderen van jouw perceptie maar kun je werkelijk behulpzaam zijn voor je broeder. Dan corrigeer je niet slechts een vergissing in je denkgeest maar kun je liefde laten stromen. Want door die liefde te laten stromen ervaar je dat je liefde bent. Er is geen noodzaak voor stromende liefde in niet-scheppende eenheid. Scheppen is het stromen van liefde van Schepper naar scheppingen en tussen scheppingen onderling (Voilá: Circle of Atonement). En, halleluja, je kunt hulp vragen aan de Heilige Geest en aan Jezus. Niet als voorlopig surrogaat omdat je nog zo infantiel bent dat je de waarheid niet aankunt, maar omdat dit waarheid is.

Ons doorslaan in geloof in de afgescheidenheid van de schepping en binnen de schepping gaf ons de angst voor een wraaklustige God. Ons doorslaan in geloof in een niet echt scheppende God geeft ons een naar binnen gekeerdheid, een stoïcijnse Vader, een symbolische Jezus en Heilige Geest en uiteindelijk geprojecteerde broeders en zusters.

Vraag ik je nu om mij te geloven of om partij te kiezen tegen broeder Wapnick? Roep ik nu op tot verdeeldheid in Cursus-land? Nee, ik suggereer dat de boodschap van de Cursus eenvoudiger en liefdevoller is dan je misschien bent gaan denken. Nodig broeder Jezus uit om je te helpen bij het lezen ervan, vraag de kracht van de Heilige Geest en de liefde van onze Vader. Want wie geeft Zijn kinderen nu stenen als ze om brood vragen?

Mijn geluk!

mijn gelukZeg eens eerlijk; is er iets wat je belangrijker vindt dan jouw geluk? Zelfs indien je reageert met het belang van geluk voor je kinderen of geluk voor het milieu dan nog geldt dat dit het is wat jou gelukkig maakt. In de laatste blogs schreef ik over de fixatie op ons eigen geluk wat zich in Cursus-kringen kan manifesteren als spiritueel navelstaren. Kijk eerst eens hoe we hierop reageren vanuit ons ego. We kunnen ons aangevallen en gecorrigeerd voelen en afhaken omdat we niet zitten te wachten op teksten van een wereldverbeteraar tijdens onze niet-materiele en spirituele reis. Als dit je neiging is, houd dan svp nu toch even vol! Een andere reactie kan zijn dat we onszelf egoïstisch en schuldig voelen en besluiten toch wat meer aandacht te besteden aan anderen door onze aandacht naar buiten te richten. Als dit ook al niet deugt, gezien het voorbeeld van aandacht voor kinderen en milieu, wat blijft er dan nog over?

Gelukkig is er de werkboekles van vandaag die wel degelijk wijst op het heerlijke geluk wat we kunnen zien als onze ogen opengaan en we middels een perceptieverandering ons niet langer doodstaren op de angstaanjagende en pijnlijke droom “werkelijkheid” die we zelf hebben gemaakt. Het ego zucht opgelucht. Dus toch! Het is toch uitsluitend een kwestie van perceptieverandering, de focus ligt toch op dat geluk in mij en ik word toch helemaal niet opgeroepen om me meer naar buiten te richten. Wat kletst de schrijver van deze blogs toch steeds?

De clou zit hem in de diepe Cursus-wijsheid dat geven en ontvangen te diepste één zijn. Want laten we nog eens kijken naar de werkboekles van vandaag. De Cursus nodigt ons uit om onze ogen te openen en de visie van Christus tot ons te laten komen. Dit zal leiden tot Gods correctie van wat we zien. En ja, dit leidt tot een verandering van perceptie: je zoekt en ziet je geluk in het nu. Maar dan komt het. Het Goddelijke “venijn” zit hem in de staart. Kijk maar:

“Les 290

Mijn geluk nú is al wat ik zie.

Tenzij ik kijk naar wat er niet is, is mijn geluk in het nu al wat ik zie. Ogen die beginnen open te gaan, zien ten langen leste. En ik wil graag dat nog deze dag de visie van Christus tot mij komt. Wat ik waarneem zonder Gods eigen Correctie van het zicht dat ik heb gemaakt, is angstaanjagend en pijnlijk om aan te zien. Maar ik wil niet toestaan dat mijn denkgeest nog een ogenblik langer wordt misleid door het geloof dat de droom die ik gemaakt heb werkelijk is. Dit is de dag waarop ik mijn geluk in het nu zoek en naar niets anders kijk dan waarnaar ik zoek.

Met dit besluit kom ik tot U en vraag Uw kracht om me vandaag te steunen, terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. U zult mij zeker horen, Vader. Wat ik vraag hebt U me al gegeven. En ik ben er zeker van dat ik vandaag mijn geluk zal zien.”

 Zie je dat vetgedrukte zinnetje? Dat is nu net niet wat ons ego wil lezen in deze les. De zin loopt toch ook keurig door als we het zouden weglaten? Maar nee, het staat er: Terwijl ik er louter naar streef Uw Wil te doen. Maar Gods Wil voor mij is toch louter geluk? Ja, Goddank! Maar ook Goddank dat de Cursus ons leert dat geven en ontvangen in waarheid één zijn. Is dit zo nieuw voor ons? Nee, getuige de wijsheid van de lieve broeders en zusters die erop wezen dat ze gelukkig zijn door geluk te gunnen aan anderen of aan een groter doel. Want hier daagt het besef dat “eigen” geluk inderdaad toeneemt door te geven. En dat geven hoeft zich niet te beperken tot het aanbieden van onze veranderde perceptie. Het is zo subtiel. Net zoals de betekenis van het wonder in de Cursus in Wonderen zowel een veranderde perceptie is als het aanbieden van wonderen aan anderen (en dat kan gewoon zijn door het doen van alledaagse dingen) is, zo vinden we ons eigen geluk door ons te bekommeren om het geluk van anderen.

Want wat is die Wil van God? De Wil van God is dat Zijn Liefde mag stromen door ons heen naar onze broeders en zusters. Dat maakt Hem gelukkig! Ik citeerde eerder T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren

Zie je hoe Zijn Geluk toeneemt? Dat gebeurt als zijn kanalen (wij dus!) ons openen zodat zijn liefde kan uitvloeien. Zo in de Hemel, alsook op de aarde; zo bij God, zo bij ons. Ons geluk is niet compleet als we niet mee-geven met God. Het is zo’n heerlijke boodschap. Hoe worden we gelukkig? Door Zijn Liefde te delen met onze broeders en zusters. Zo Goddelijk simpel.

Ik kan en wil niet zonder jou!

jezus met melaatse

Als twintiger bezocht ik een evangelische kerk. De liefde die ik daar ervoer werkte als een magneet op me. Toch raakte ik geblokkeerd door het beeld van een wraakzuchtige God; een God die het plaatsvervangend offer van Zijn Zoon Jezus nodig had om van ons te kunnen houden. Ik herinner me een gesprek met de voorganger. Een gedreven man met een grote baard en een gepassioneerd spreker. Uiteindelijk riep ik vertwijfeld uit: ik wil wel geloven, maar het moet wel wáár zijn! De geruststellingen van de lieve man werkten niet voor mij. Ik kon niet verder met het beeld van een wraaklustige God.

Na heel wat omzwervingen kwam ik terecht bij een Baptistengemeente. Weer zo’n warm bad. Ik besloot de waarheidsvraag maar te negeren en me te richten op de liefde van God waarover gesproken werd vanaf de kansel. Om mijn overgave aan deze liefde uit te drukken liet ik me dopen. Men vroeg me of ik een doopgetuigenis wilde geven, een verhaaltje over hoe ik tot mijn keuze voor Jezus gekomen was. Dit wilde ik niet. Ik wilde slechts één woord uitspreken op de vraag of ik Jezus had leren kennen als persoonlijke verlosser en heer. Eén woord: “JA”. Ik wist niet goed waar ik theologisch gezien nu precies “ja” tegen zei. Natuurlijk spookte de duistere beelden van een bestraffende God nog ergens in m’n achterhoofd. Daar kon ik ze echter een tijdje laten rusten terwijl ik trouw de kerkdiensten bezocht en Gods glorie bezong.

Mijn geestdrift was ook de predikant opgevallen. Uiteindelijk mocht ik zelfs “oudste” worden. Ik vond het een voorrecht om mijn Vader zo te mogen dienen. In de oudstenraad kon ik de weggestopte beelden niet meer ontlopen. Ik moest ongehuwd samenwonenden gaan corrigeren. Ik weigerde dit want ik zag er niks zondigs in. Ik moest meegaan in de afkeuring van homoseksuelen, ook al werd dit met een zo liefdevol sausje overdekt. Hetzelfde gold voor mensen die euthanasie wensten. Mijn allergie tegen het veroordelen kwam in alle heftigheid naar boven. Steeds klonk de volgende zin in mijn hoofd: God is liefde, in Hem is in totaal geen duisternis.

Na vertrek uit de Baptistengemeente en omzwervingen in Satsang-land kwam ik uit bij de Cursus. Wat een ontdekking. De liefde van de Vader die ik kende en de waarheid uitgelegd door Jezus. Het gaf en geef me onuitsprekelijke vreugde en blijheid om de onheilige drie-eenheid van zonde-schuld-angst steeds verder te ontmantelen als mijn projecties bedoeld om de liefde van mijn Vader niet te ervaren.

De zuivering bleek echter nog niet klaar. Een nieuw Godsbeeld schoof voor het licht van de liefde. Deze keer niet het beeld van een boze God maar dat van een neutrale God die niks van het gedoe in onze droom af wist. De droomwereld is een maaksel van onszelf maar in de diskwalificatie hiervan werd God teruggebracht tot ongedifferentieerd bewustzijn en Jezus en de Heilige Geest tot respectievelijk een behulpzame tijdelijke projectie en een voorlopige herinnering aan God. De noodzakelijke correctie van wat erg menselijke Godsbeelden schoot door en dreigde God van Zijn Liefde te ontdoen en tot een initiatiefloze abstractie te reduceren.

Doet het er überhaupt iets toe hoe we over God denken? Voor velen niet. In de kerk kon ik jaloers zijn op broeders en zusters die zich niet zo druk maakten over de christologie van een wraakzuchtige God. Ze voelden zich schoongewassen door het bloed van het lam en probeerden niet-gelovigen met alle goede bedoelingen ertoe over te halen zich bij hen aan te sluiten opdat ze ook gered zouden worden en na hun dood naar de hemel konden gaan. Gelukkig trekt de liefde van God zich weinig aan van ons rare geloof in bizarre concepten en zag ik ook hoe God door mensen werkt die hun hart aan hem toevertrouwen, zelfs als ze er, in mijn ogen, kromme denkbeelden op na houden. Hetzelfde geldt voor mijn medestudenten van de Cursus. Het geloof in een wat onbewogen God maakt dat sommigen voor zichzelf een zelfde mate van onbewogenheid proberen te bereiken. Last van lichamelijke klachten? Geen nood; ik ben niet dit lichaam. Onder de indruk van de ellende in de wereld? Laat je innerlijke hier niet door verstoren, het is immers allemaal maar een droom. Waar klassieke christenen proberen de liefde van God uit te drukken in de wereld zijn veel Cursus-studenten gefixeerd op het ervaren van een vredige denkgeest, wat er ook in die droomwereld gebeurt. Gelukkig werkt ook hier de liefde corrigerend. We kunnen een tijdje genieten van ons nieuwe laagje teflon waarlangs de ellende van de droom afglijdt maar uiteindelijk dragen we zo geen vrucht.

We mogen de Cursus opnieuw en met frisse blik lezen en ons bevrijden van het beeld van een onbewogen God wat helaas binnengeslopen is in Cursus-kringen. Want wat staat er bijvoorbeeld in T4, VII (Schepping en communicatie) 6:46?:

Maar zolang jij je rol in de schepping niet vervult, is Zijn [Gods] vreugde niet compleet omdat de jouwe incompleet is. En dit weet Hij. Hij weet het in Zijn eigen Wezen, en in de ervaring daarvan van Zijn Zoons ervaring. Het voortdurend uitvloeien van Zijn Liefde wordt belemmerd wanneer Zijn kanalen gesloten zijn, en Hij is eenzaam wanneer de denkgeesten die Hij geschapen heeft niet ten volle met Hem communiceren.

Dit betekent niet dat we hoeven terug te vallen op een te menselijk Godsbeeld. Non-dualiteit is prima om duale concepten te ontmaskeren. Maar we moeten het Goddelijk Kind niet wegspoelen met het badwater. God is Liefde, Hij breidt zich uit naar Zijn Zoon. De Heilige Geest is ook Zijn Schepping en onze Trooster. We worden niet opgeroepen tot navelstaren en afstandelijkheid maar tot het doorgeven van Zijn Liefde. We mogen weten dat onze Broeder Jezus alle trucen van ons ego heeft meegemaakt en doorzien en ons tot hem wenden om samen de leiding van de Heilige Geest te vragen. De weg van de Cursus is exact hetzelfde als die van de Bijbel. Droomwereld of niet, we dienen wonderen van vergeving aan te bieden aan onze broeders en zusters. Zo simpel.

Bekijk een willekeurige Facebook groep (inclusief de groep die ik beheer) en zie hoe we verzand dreigen te raken in vredige plaatjes die ons doen hopen op dezelfde vredigheid in onze denkgeest. Hier is niks mis mee maar laten we niet vergeten dat de Jezus uit de Cursus dezelfde is als de Jezus uit het Nieuwe Testament. Ook hier worden we gewezen op het Koninkrijk der Hemelen in onszelf maar met aandacht voor melaatsen, blinden, kreupelen, hoeren, soldaten, rijke jongelingen, tollenaars enzovoorts. Ik wil niet oproepen tot fanatiek activisme, een nieuwe versie van het doen van goede daden om behouden te worden, maar de blik mag wel wat meer naar “buiten”.

God is Liefde die Zich uitbreidt, Jezus reikt ons liefdevol de hand, de Heilige Geest geeft ons Kracht als we ons uitstrekken naar onze naasten. Dus die liefde van God is niet alleen bedoeld als warm badje voor onszelf. Wellicht kan Bewustzijn een beetje neutraal om zich heen kijken maar Liefde breidt uit en moet stromen. Waarheid is prachtig maar zonder liefde..

Zo zei Paulus het in Korintiërs I: hoofdstuk 13:

De liefde

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

Gedachten die pijn doen

feeling stupid

Met het woord “zonde” kunnen wij wellicht niet zo veel meer. We vinden het “zonde” als we een mooi wijnglas kapot laten vallen. Voor de rest menen we dat deze term vooral thuis hoort in de wat behoudende kerken. We hebben niet zoveel feeling meer met zonde. Het gevoelsaspect komt echter wat meer in beeld bij het woord “schuld” wat als het ware de oudste zoon van zonde is. Schuld kennen we veel beter. Iemand die iets fout doet of heeft gedaan, is schuldig. Deze persoon is fout en moet gecorrigeerd of zelfs bestraft worden.

Vanaf dit punt lijkt de weg zich soms wat te splitsen. Sommigen kijken bij het zoeken naar de schuldige vooral naar buiten. Naar andere mensen of zelfs andere situaties. Deze zijn dan fout en schuldig en zij zelf zijn het slachtoffer hiervan. Anderen, waaronder ikzelf, richten de beschuldigingen vooral tegen zichzelf. Ik heb gewoonlijk iets fout gedaan en ben stom en schuldig. De kindjes van schuld zijn dan vooral spijt (zelfverwijt) en schaamte, zeg maar de kleinkinderen van de zonde. Bij schuld en schaamte vallen we onszelf aan en noemen onszelf niets- of minderwaardig. De tijd, die anders zo vriendelijk alle wonden voor ons kan helen, werkt nu meedogenloos in ons nadeel. “Gedane zaken nemen geen keer, berouw komt na de zonde”, en ga zo maar door. Bij de meer extraverte schuldzoekers zijn de kindjes eerder irritatie, verwijt en boosheid. Het kan lijken dat deze groep minder last heeft van het fenomeen schuld dan de groep van introverte schuldzoekers, maar dit is slechts schijn. Bij zowel boosheid op jezelf als boosheid op een ander kiezen we voor een verkramping die, zeker op de lange duur, niet fijn aanvoelt en zelfs onze fysieke droomgezondheid kan schaden.

En dan hebben we vandaag WB les 284: Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen. We kunnen pas iets van deze les leren als we hem toepassen en er niet slechts verstandelijk mee in stemmen. Hoe doe je dit? Voor de extraverte schuldzoekers: kijk eens wat er vanbinnen gebeurt als je ervoor wilt kiezen die ander per direct niet meer als schuldige te zien. Hiermee bedoel ik niet zoeken naar verzachtende omstandigheden maar direct, in één keer de hele beschuldiging laten vallen en die ander zien als totaal schuldloos kind van God. Voel je die rare weerstand hiertegen? En voor de zelf-beschuldigers geldt hetzelfde. Kun je besluiten in één keer je schuldgevoel of schaamte rondom een kwestie die speelt los te laten?

Als je dit gedachtenexperiment serieus uitvoert in een situatie die je echt bezighoudt dan kun je flinke weerstand ervaren tegen het zomaar loslaten van de beschuldiging, of deze nu tegen een ander of tegen jezelf gericht is. Het zit als het ware enorm diep in onze droomgenen: we willen perse dat er een schuldige is en het voelt haast ongepast om een beschuldiging zo maar op te geven.
De reden hiervoor is dat we met het loslaten van schuld het hele ego-denksysteem op losse schroeven zetten. Als we namelijk zeggen dat er geen schuldige is dan ontkennen we dat de zonde van de afscheiding heeft plaatsgevonden. Ons ik-gevoel staat met het hele gewicht op het geloof in zonde; ik heb me als ikje afgescheiden van het geheel. Onbewust voelen we ons hier schuldig over en omgekeerd koppelen we de mogelijkheid om echt schuldig te kunnen zijn aan ons geloof in afgescheidenheid: ik ben afgescheiden van god en van mijn broeders. Het maakt niet uit waar we de schuldvraag gaan parkeren; we mogen God wreed vinden, onze broeders fout of onszelf schuldig zolang we iemand maar de schuld-kaart toespelen. Het stoppen van dit spel geeft grote verwarring in de ego-wereld. We zijn enorm aan dit zwartepieten-met-schuldgevoelens verslaafd geraakt. Voor ons is het vanuit onze identificatie met het kleine zelf een lastige klus om ermee te stoppen omdat het dus leidt tot twijfel aan de echtheid van dit zelf. Geen schuld, geen zonde, geen afscheiding, geen zelf. Omgekeerd, als iemand echt schuldig is dan voelt dit weliswaar niet fijn (boos op mezelf of op anderen) maar het lijkt oh zo overtuigend te bewijzen dat ik als afgescheiden zelf besta.

Iets van onze weerstand tegen het loslaten van dit geloof klinkt door in de werkboekles:

En iedere vorm van lijden is niets dan een droom. Dit is de waarheid, die

* eerst alleen dient uitgesproken
* en dan veelvuldig herhaald,
* om vervolgens onder veel voorbehoud maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard.
* Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en
* uiteindelijk als de waarheid aangenomen

Zie je hoe we ons vastklampen aan ons geloof in gedachten die pijn doen? Het lijkt wel of we een stuk kauwgom onder onze schoen vandaan proberen te trekken.

Het goede nieuws is dat we mogen stoppen met worstelen en ook mogen stoppen met onszelf te beschuldigen omdat we dit rare spel maar blijven volhouden. De uitnodiging is om onszelf weer in te pluggen in Zijn Liefde die iedereen onschuldig verklaart. Mij helpt de zin “ik vergeef mezelf alles wat ik voel en doe (of gedaan heb)” De werkboekles zegt het als volgt:

Vader, wat U gegeven hebt kan geen pijn doen, dus verdriet en pijn moeten wel onmogelijk zijn. Laat me vandaag niet nalaten U te vertrouwen, en alleen het vreugdevolle aanvaarden als Uw gaven, alleen het vreugdevolle aanvaarden als de waarheid.

Wil je Jezus echt volgen?

jezus radicaalToen Jezus rondwandelde in onze droomwereld kwamen veel mensen op hem af. Mogelijk werden ze aangetrokken door verhalen over fysieke genezingen. Maar misschien voelden ook velen een leegte van binnen en hadden ze een vaag vermoeden dat deze profeet van God hen verder kon helpen. Met welke verwachtingen komen wij terecht bij de Cursus? Een enkele uitzondering daargelaten zullen we niet direct meer gedreven worden door hoop op materiele rijkdom of lichamelijke genezing van kwaaltjes. De meesten van ons zullen ook gemotiveerd worden door een soort leegte, een gevoel van “er moet toch meer zijn”?

Toen Jezus 2000 geleden begon te onderwijzen, schrokken veel omstanders zich rot. Als een rijke jongeling hem vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verkrijgen dan krijgt hij van Jezus als tip om al zijn bezittingen te verkopen (Mat 19:16-22). Als twee mannen Jezus willen volgen maar eerst nog de begrafenis van hun vader moeten regelen dan noemt Jezus hen ongeschikt omdat ze achterom blijven kijken (Luc 9: 59-62). Ook het breken met je vader, moeder, vrouw en kinderen en me je eigen alledaagse leven is niet een aantrekkelijk verzoek (Luc 14: 25-35). Wij zijn maar wat opgelucht dat Jezus in de Cursus niet zo radicaal lijkt als destijds in Israël. Opgelucht zeggen we dat de Cursus geen gedragsregels geeft. En dat klopt. Dat maakt zijn boodschap echter niet minder radicaal.

Terug naar onze eigen motivatie. Mag ik het even samenvatten door te stellen dat we gelukkiger willen worden? Niks mis mee, en we zijn met dit verzoek ook op het goede adres aangekomen, net als onze broeders en zusters uit het oude Israël. Er is een Stem in ons, een herinnering, die gewoonweg weet dat Jezus gelijk heeft met zijn oproep om ons slechts te richten op liefde. We hebben echter mogelijk niet altijd goed zicht op onze eigenlijke motivatie. Dat komt omdat we onze eigen metafysische geschiedenis vergeten zijn. Anders gezegd: we menen dat we liefde, vrede en geluk willen en dat we hier volledig voor willen gaan. Het dubbele is echter dat wanneer we dit echt zouden willen we ons nooit in deze denkbeeldige situatie zouden bevinden van ongelukkig en afgescheiden zelf op zoek naar waar geluk. Juist onze wens om ons afgescheiden te voelen is de basis van ons illusoire bestaan.

We kunnen zelfs met de mond belijden dat we liefde willen maar ondertussen toch onbewust onszelf vastklampen aan de illusie van afgescheidenheid. De historische Jezus riep uit: Wat noemt gij mij Here, Here en doet niet hetgeen ik zeg”(Luc 6:46). Er is niet veel veranderd. Hoewel onze echte Wil weet dat liefde de weg is, handelen we in de droom vanuit onwetendheid van onze uitgangspositie (de wens om ons af te scheiden van liefde) en nemen we genoegen met valse surrogaten voor die grote liefde. We menen dat er in de Cursus geluk wordt aangeboden voor ons kleine afgescheiden zelf. Met behoud van ons hele geloof in het belang van een gezond lichaam, een dikke portemonnee en veel luxe willen we ons van binnen toch nog wat lekkerder en gelukkiger voelen. Ons ego is zo slim. Door gedragsregels (terecht!) te ontkennen als de oplossing menen we ons onbewuste geloof in afgescheidenheid (inclusief het belang van zekerheid, sensaties en macht voor ons lichamelijke zelf) veilig in stand te kunnen houden.

Het zou ons ook niks brengen als we de boel op zijn kop zouden zetten. Als we doodsbang onze bezittingen verkopen en het geld weggeven of de band met dierbaren afkappen om elders ons geluk te zoeken dan gebeurt er niks in onze zelf-gerichte denkgeest. En toch heeft de oproep van Jezus in de Cursus niks aan radicaliteit ingeboet. Het klinkt allemaal zo heerlijk zoet en zacht en als een soort extra bonus voor ons zelf: “je bent liefde..”. Oh jaaahhh, heerlijk! Ook hier weer dat onbegrijpelijke mysterie. Want ja; je bent liefde. Maar als klein zelf dat zich zo graag in z’n uppie happy de peppie wil voelen ben je, niet zondig maar verdwaasd, nog steeds niks meer dan de Zoon van God die Zich vergist.

Voor ons kleine zelf is het een slechte boodschap dat Jezus ook in de Cursus net zo radicaal is als destijds. Hij heeft geen populaire boodschap voor ons als zelfjes. Want ook nu moeten we geloof in zekerheden als geld, gezondheid en speciale haat- en liefdesrelaties doorzien en loslaten als we Hem echt willen volgen. Ook nu wijst hij ons op het belang van het liefhebben van onze naasten. Er is hierin niks veranderd. Per definitie kunnen we dit niet zelf en wensen we dit vanuit ons kleine zelf ook niet oprecht. Maar, Godzijdank, ons tedere verlangen, die Stem die ons terugroept en die we zo makkelijk misverstaan, deze Stem is wél onze echte Stem en onze echte Wil. En vanuit ons machteloze kleine ikje kunnen we gelukkig nog het allerbelangrijkste: we kunnen ons “bekeren”, Hem erkennen als Verlosser en Heer door Hem de leiding te geven. “Heer, ik ben onvrij en wil van alles maar ik weet nauwelijks wat ik te diepste wil. Help Jezus, broeder, leid mij naar de echte vrijheid en help me mijn verslaving aan de illusie los te laten. Help me te houden van mijn broeders en zusters. Uw Wil, welke gelijk is aan Mijn Wil, geschiede!

Les 280

Welke beperkingen kan ik opleggen aan Gods Zoon?

Laat me vandaag Uw Zoon eren, want alleen zo vind ik de weg tot U. Vader, ik leg geen beperkingen op aan de Zoon die U liefhebt en zonder beperkingen hebt geschapen. De eer die ik hem geef is de Uwe, en wat van U is behoort ook toe aan mij.